Beleidsregel van de Minister van Infrastructuur en Waterstaat, van 3 juli 2026, nr. IENW/BSK-2026/106467, houdende afhandeling verzoeken inzage beperkt openbare archiefbescheiden Raad voor de Luchtvaart en Rijksluchtvaartdienst met betrekking tot onderzoek naar ongevallen en ernstige incidenten die door het Nationaal Archief worden beheerd (Beleidsregel inzage archiefbescheiden Raad voor de Luchtvaart en Rijksluchtvaartdienst)
Gelet op de artikelen 5.12, 6.2 en Appendix 2, van Bijlage 13 bij het Verdrag inzake de internationale burgerluchtvaart (Trb. 1973, 109), artikel 3 van het Besluit tot het stellen van beperkingen aan de openbaarheid van archiefbescheiden geborgen in de archieven van de Raad voor de Luchtvaart en het Bureau Vooronderzoek Ongevallen en Incidenten van de Rijksluchtvaartdienst, 1924-1998 (2000), nummer toegang 2.16.107 (Stcrt. 2022, 27097), artikel 2 van het Besluit tot het stellen van beperkingen aan de openbaarheid van archiefbescheiden geborgen in het archief van het Directoraat-Generaal van de Rijksluchtvaartdienst, 1919-1982, nummer toegang 2.16.5240 (Stcrt. 2023, 3015) en artikel 4:81, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht;
BESLUIT:
Artikel 1
In deze beleidsregel wordt verstaan onder:
- afwegingskader: het afwegingskader, bedoeld in artikel 5 van deze beleidsregel;
- archiefbescheiden: de archiefbescheiden bedoeld in artikel 3 van het Besluit tot het stellen van beperkingen aan de openbaarheid van archiefbescheiden geborgen in de archieven van de Raad voor de Luchtvaart en het Bureau Vooronderzoek Ongevallen en Incidenten van de Rijksluchtvaartdienst, 1924-1998 (2000), nummer toegang 2.16.107 (Stcrt. 2022, 27097), en artikel 2 van het Besluit tot het stellen van beperkingen aan de openbaarheid van archiefbescheiden geborgen in het archief van het Directoraat-Generaal van de Rijksluchtvaartdienst, 1919-1982, nummer toegang 2.16.5240 (Stcrt. 2023, 3015);
- Bijlage 13: Bijlage 13 bij het Verdrag inzake de internationale burgerluchtvaart (Trb. 1973, 109);
- Minister: de Minister van Infrastructuur en Waterstaat.
- onderzoeksinstantie: de Raad voor de Luchtvaart en het Bureau Vooronderzoek Ongevallen en Incidenten van de Rijksluchtvaartdienst;
- verzoek: verzoek tot raadpleging of gebruik van archiefbescheiden.
Artikel 2
De Minister neemt een besluit over een verzoek met inachtneming van de artikelen 5.12, 6.2 en Appendix 2, van Bijlage 13.
Artikel 3
Alvorens te besluiten over een verzoek bepaalt de Minister of in de archiefbescheiden sprake is van:
- a. opnamen van cockpit voice recorders en airborne image recorders en transcripten daarvan;
- b. de volgende archiefbescheiden ontvangen of opgemaakt door de onderzoeksinstantie:
- 1°. alle verklaringen van personen gedurende een onderzoek naar een ongeval of incident afgenomen door de onderzoekinstantie;
- 2°. alle communicatie tussen personen die betrokken waren bij de operatie van het luchtvaartuig;
- 3°. medische of persoonlijke of privé informatie van personen betrokken bij het ongeval of incident;
- 4°. opnamen en transcripten daarvan afkomstig van luchtverkeersdienstverleners;
- 5°. analyse van en meningen over gegevens, inclusief gegevens afkomstig van de vluchtrecorder, gedaan door de onderzoeksinstantie en de gevolmachtigde vertegenwoordigers in relatie tot het ongeval of incident; en
- 6°. het conceptrapport van een onderzoek van een ongeval of incident;
- c. namen van personen betrokken bij het ongeval of incident; of
- d. conceptrapporten van een onderzoek of delen daaruit naar een ongeval of incident uitgevoerd door een andere Staat die geen toestemming heeft gegeven voor de vrijgave van daarin opgenomen informatie.
Alvorens te besluiten over een verzoek stelt de Minister tevens vast of:
- a. de verzoeker naar de oorspronkelijke bron van de informatie uit de archiefbescheiden kan worden verwezen;
- b. de archiefbescheiden al openbaar zijn; of
- c. de archiefbescheiden dienen als bewijsmateriaal in een rechtsprocedure.
Artikel 4
De Minister neemt een besluit over een verzoek na raadpleging van de Ovv.
Met het oog op het aan de Minister uit te brengen advies past de Ovv het afwegingskader toe op het verzoek.
Artikel 5
Bij het beoordelen van een verzoek wordt het volgende afwegingskader toegepast:
- a. een beoordeling van de vraag of het belang van de bevordering van de luchtvaartveiligheid, zoals beoogd door Bijlage 13 opweegt tegen andere publieke belangen die openbaarmaking van de archiefbescheiden vereisen;
- b. vaststelling van het doel waarvoor de archiefbescheiden zijn aangemaakt of gegenereerd;
- c. vaststelling van het beoogde gebruik van de archiefbescheiden door de verzoeker;
- d. beoordeling van de vraag in hoeverre de rechten of belangen van een persoon of organisatie negatief zullen worden beïnvloed door de openbaarmaking of het gebruik van de archiefbescheiden;
- e. beoordeling van de vraag in hoeverre de persoon of organisatie waarop de archiefbescheiden betrekking hebben, heeft ingestemd met het beschikbaar stellen van de informatie;
- f. beoordeling van de vraag of er passende waarborgen zijn getroffen om de verdere openbaarmaking of het verdere gebruik van de archiefbescheiden te beperken;
- g. beoordeling van de vraag of de informatie/persoonsgegevens in archiefbescheiden zijn of kunnen worden geanonimiseerd, samengevat of geaggregeerd;
- h. beoordeling van de vraag of er in het kader van het verzoek een dringende noodzaak bestaat om toegang te krijgen tot de archiefbescheiden om een ernstig risico voor de gezondheid of het leven te voorkomen;
- i. de mate waarin de archiefbescheiden van gevoelige of beperkende aard zijn;
- j. de vraag of uit de archiefbescheiden redelijkerwijs blijkt dat het ongeval of incident veroorzaakt kan zijn door een handelen of nalaten dat, gelet op de geldende wet- en regelgeving, geldt als grove nalatigheid, opzettelijk wangedrag of is gedaan met criminele bedoelingen.
Artikel 6
De Ovv streeft ernaar binnen 4 weken na ontvangst van een aanvraag voor raadpleging als bedoeld in artikel 4, advies uit te brengen over het verzoek.
Binnen 3 weken na de ontvangst van het advies van de Ovv neemt de Minister een besluit op het verzoek.
Wanneer het vanwege de complexe aard van het verzoek noodzakelijk is de afhandelingsduur daarvan te verlengen, worden de termijnen, bedoeld in het eerste en het tweede lid met een redelijke termijn verlengd, waarbij de verzoeker daarvan in kennis wordt gesteld.
Artikel 7
Bijlage 13 ligt ter inzage bij het Ministerie van Infrastructuur en Waterstaat, Hoofddirectie Bestuurlijke en Juridische zaken, afdeling Luchtvaart en Scheepvaart, Rijnstraat 8, 2515 XP Den Haag.
Artikel 8
Deze beleidsregel wordt aangehaald als: Beleidsregel inzage archiefbescheiden Raad voor de Luchtvaart en Rijksluchtvaartdienst.
Artikel 9
Deze beleidsregel treedt in werking met ingang van de dag na de datum van uitgifte van de Staatscourant waarin het geplaatst wordt.
Deze beleidsregel zal met de toelichting in de Staatscourant worden geplaatst.
De raadpleging van dit document komt niet in de plaats van het lezen van het oorspronkelijke Staatsblad of de Staatscourant. Wij aanvaarden geen aansprakelijkheid voor eventuele onnauwkeurigheden die voortvloeien uit de omzetting van het origineel naar dit formaat.
Deze tekst wordt gepubliceerd onder de eigen hergebruiksvoorwaarden van BWB, niet onder een licentie van Legalize of van het publieke domein.
BWB
CC0 1.0 Universeel (publiek domein)