Regeling van de Staatssecretaris van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties van 24 september 2026, nr. 2026-0000430874, houdende regels in verband met de verstrekking van de Nederlandse identiteitskaart (Regeling Nederlandse identiteitskaart) [KetenID WGK026112]
Gelet op de artikelen 3, tweede lid, 7 en 41, tweede lid, van de Wet op de Nederlandse identiteitskaart en de artikelen 4, derde lid, 6, eerste lid, 7, tweede lid, 9, eerste lid, 12, derde lid, 13, tweede lid, 14, derde lid, 15, eerste lid, en 26 van het Besluit Nederlandse identiteitskaart;
Besluit:
Treedt in werking op het tijdstip waarop de Wet op de Nederlandse identiteitskaart in werking treedt.
Hoofdstuk 1. Algemene bepalingen
§ 1. Begripsbepalingen
Artikel 1. Begripsbepalingen
In deze regeling wordt verstaan onder:
- aanvraag-informatieformulier: door de Minister van Buitenlandse Zaken voorgeschreven formulier, dat bestemd is voor het opmaken van een aanvraag voor een Nederlandse identiteitskaart;
- aanvraagnummer: nummer dat voorgedrukt is op het foto- en handtekeningformulier;
- aanvraagstation: door de Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties aangewezen apparatuur en programmatuur voor het ondersteunen van het aanvraag- en uitgifteproces van Nederlandse identiteitskaarten;
- aanvraagstationlocatie: locatie waar de bevoegde autoriteit met inachtneming van artikel 86 één of meerdere aanvraagstations heeft geplaatst;
- aanvraagsysteem reisdocumenten: geheel van apparatuur, programmatuur, opslagmedia en overige materialen, waarvan door de bevoegde autoriteit gebruik wordt gemaakt bij de aanvraag, verstrekking, uitreiking en registratie van reisdocumenten en Nederlandse identiteitskaarten;
- administratienummer: administratienummer als bedoeld in artikel 4.9 van de Wet basisregistratie personen, dan wel in de artikelen 10 en 11 van de Wet basisadministraties persoonsgegevens BES;
- besluit: Besluit op de Nederlandse identiteitskaart;
- bestelkantoor: plaatselijke kantoor van de distributeur;
- besteller: werknemer in dienst bij de distributeur, die belast is met de feitelijke aflevering van de documenten en overige materialen;
- dienststempel: stempel die is voorzien van het gemeentewapen, het wapen van het openbaar lichaam, het Rijkswapen dan wel het wapen van de tot verstrekking bevoegde autoriteit;
- distributeur: bedrijf dat zorg draagt voor de distributie van Nederlandse identiteitskaarten, identificatiekaarten en overige materialen die door de leverancier worden geleverd;
- foto- en handtekeningformulier: daartoe door de leverancier beschikbaar gestelde formulier dat bestemd is voor het opnemen van de foto en de handtekening, bedoeld in artikel 22, eerste en tweede lid;
- identificatiekaart: document als bedoeld in artikel 68, waarmee op elektronische wijze toegang kan worden verkregen tot het reisdocumentenstation en de daarin opgeslagen programmatuur en gegevens;
- ingezetene: ingezetene als bedoeld in artikel 1.1, onderdeel f, van de Wet basisregistratie personen, dan wel artikel 1, onderdeel h, van de Wet basisadministraties persoonsgegevens BES;
- leverancier: bedrijf dat in opdracht van de Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties belast is met het verrichten van een of meerdere diensten die verband houden met de verstrekking van Nederlandse identiteitskaarten, waaronder de vervaardiging en levering van Nederlandse identiteitskaarten en identificatiekaarten;
- mobiel vingerafdrukopname-apparaat: door de Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties aangewezen mobiele apparatuur en bijbehorende programmatuur voor het opnemen van vingerafdrukken;
- Nederlandse-identiteitskaartenadministratie: in het reisdocumentenstation en op andere wijze bij de bevoegde autoriteit opgeslagen gegevens met betrekking tot aangevraagde en uitgereikte Nederlandse identiteitskaarten;
- openbare lichamen: openbare lichamen Bonaire, Sint Eustatius en Saba;
- register vermiste of vervallen reisdocumenten: register als bedoeld in artikel 4a van de Paspoortwet;
- reisdocumentenadministratie: in het reisdocumentenstation en op andere wijze bij de bevoegde autoriteit opgeslagen gegevens met betrekking tot aangevraagde en uitgereikte reisdocumenten;
- reisdocumentenmodule: apparatuur en programmatuur, waarmee de bevoegde autoriteit bij de aanvraag en uitreiking gegevens uitwisselt met het reisdocumentenstation en de basisadministratie;
- reisdocumentenstation: door de leverancier beschikbaar gestelde apparatuur en programmatuur, waarin gegevens met betrekking tot aangevraagde en uitgereikte reisdocumenten en Nederlandse identiteitskaarten worden verwerkt en gearchiveerd en waarmee de gegevensuitwisseling tussen de bevoegde autoriteit en de leverancier plaatsvindt (reisdocumentenaanvraag- en archiefstation);
- standaardclausule: clausule waarvan de tekst in bijlage A is opgenomen en die door de leverancier dan wel de bevoegde autoriteit in de Nederlandse identiteitskaart wordt aangebracht;
- transporteur: bedrijf dat, in voorkomende gevallen met inschakeling van tussenpersonen, zorg draagt voor de distributie van Nederlandse identiteitskaarten, identificatiekaarten en overige materialen tussen het Ministerie van Buitenlandse Zaken en de bevoegde autoriteiten in de openbare lichamen;
- uitgiftelocatie: locatie bij een bevoegde autoriteit waar de aanvragen aan de leverancier worden verzonden en de documenten en overige materialen door de distributeur worden afgeleverd.
§ 2. Modellen
Artikel 2. Modellen
Met betrekking tot de in artikel 2, eerste lid, van de wet genoemde identiteitskaarten worden van de volgende documenten in deze regeling de navolgende modellen vastgesteld:
- a. Nederlandse identiteitskaart: model Nederlandse identiteitskaart, dat is opgenomen in bijlage D;
- b. vervangende Nederlandse identiteitskaart: model vervangende Nederlandse identiteitskaart, dat is opgenomen in bijlage E.
In de modellen, genoemd in het eerste lid, onderdeel a, is een machineleesbare strook en een door de Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties ondertekende chip opgenomen.
§ 3. Basisregister reisdocumenten
Artikel 3. Statusgegevens
Gegevens die betrekking hebben op de status van een Nederlandse identiteitskaart zijn:
- a. in aanvraag;
- b. geldig;
- c. ongeldig, met inbegrip van de reden van ongeldigheid;
- d. definitief aan het verkeer onttrokken.
Artikel 4. Statusgegevens publiek identificatiemiddel
Gegevens die betrekking hebben op de status van de Nederlandse identiteitskaart als publiek identificatiemiddel zijn:
- a. uitgereikt;
- b. geactiveerd;
- c. geblokkeerd;
- d. ingetrokken.
Artikel 5. Aanlevering gegevens
Degene die op grond van deze regeling gegevens verstrekt ten behoeve van de reisdocumentenadministratie, het register vermiste of vervallen reisdocumenten of de basisadministratie, verstrekt deze gegevens, met uitzondering van vingerafdrukken, gezichtsopname en handtekening, eveneens aan de Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties ten behoeve van het basisregister reisdocumenten.
§ 4. Register paspoortsignaleringen
Artikel 6. Administratie kennisgevingen uit register
De tot verstrekking dan wel inhouding bevoegde autoriteiten, bedoeld in de artikelen 15 en 35 van de wet, dragen er zorg voor dat de administratie, bedoeld in artikel 14, vierde en vijfde lid, van de wet, te allen tijde de naam, voornamen, geboortedatum en geboorteplaats bevat van de personen ten aanzien van wie zij op grond van de wet bevoegd zijn tot verstrekking dan wel inhouding.
De administratie, bedoeld in het eerste lid, is op naam toegankelijk en kan desgewenst worden gevoerd door het bewaren en raadplegen van de regelmatig toegezonden signaleringslijst en de tussentijdse aanvullingen daarop.
§ 5. Aanwijzing en verwijzing
Artikel 7. Aangewezen gemeenten
Als gemeenten als bedoeld in de artikelen 6, eerste lid, onderdeel a, en 9, eerste lid, onderdeel a, van het besluit, worden aangewezen Aalten, Bergen op Zoom, Bergeijk, Breda, Echt-Susteren, Enschede, ’s-Gravenhage, Haarlemmermeer, Heerlen, Maastricht, Montferland, Nijmegen, Oldambt, Sluis en Venlo.
Als gemeenten als bedoeld in de artikelen 6, eerste lid, onderdeel b, en 9, eerste lid, onderdeel b, van het besluit, worden aangewezen Almelo, Alphen aan den Rijn, Arnhem, Dijk en Waard, Dordrecht, ’s-Gravenhage, Haarlemmermeer, Horst aan de Maas, Krimpen aan den IJssel, Land van Cuijk, Leeuwarden, Lelystad, Middelburg, Nieuwegein, Noordenveld, Roermond, Rotterdam, Sittard-Geleen, Soest, Stichtse Vecht, Vught, Zaanstad, Zutphen en Zwolle.
Artikel 8. Verwijzing
De burgemeester die niet bevoegd is tot het in ontvangst nemen van de aanvraag verwijst de betrokken persoon terstond naar de burgemeester die ingevolge artikel 15 van de wet en artikel 6 van het besluit daartoe wel bevoegd is.
Hoofdstuk 2. Aanvraagprocedure
§ 1. Algemeen
Artikel 9. Opmaken aanvraag
De burgemeester of de gezaghebber neemt de gegevens voor de aanvraag van een Nederlandse identiteitskaart op met behulp van de reisdocumentenmodule en het aanvraagstation.
De Minister van Buitenlandse Zaken neemt de foto, vingerafdrukken en handtekening van de aanvrager op met behulp van het aanvraagstation. Bij het opmaken van een aanvraag voor een Nederlandse identiteitskaart kan, in nader door de Minister van Buitenlandse Zaken te bepalen gevallen, gebruik worden gemaakt van een daartoe bestemd aanvraag-informatieformulier.
In de aanvraag wordt de in artikel 76, vijfde lid, bedoelde locatiecode, behorende bij de uitgiftelocatie, vermeld.
In de aanvraag wordt aangegeven op welk model Nederlandse identiteitskaart deze betrekking heeft.
In de aanvraag wordt het aanvraagnummer vermeld.
Artikel 10. Vaststelling identiteit aanvrager
Ter uitvoering van artikel 4, eerste lid, van het besluit wordt voor de vaststelling van de identiteit geen gebruikgemaakt van de in de reisdocumentenadministratie opgenomen gegevens behorende bij een eerder aan betrokkene uitgereikt nooddocument als bedoeld in artikel 2, eerste lid, onder f, van de Paspoortwet.
Indien de in artikel 4, eerste lid, van het besluit bedoelde gegevens berusten bij een andere autoriteit, dan wordt deze verzocht om kosteloze verstrekking van een afschrift van de gevraagde gegevens uit de reisdocumentenadministratie. In de aanvraag wordt vermeld bij welke autoriteit de gegevens zijn opgevraagd.
Bij een gericht onderzoek als bedoeld in artikel 4, tweede lid, van het besluit worden tevens nadere identificerende vragen gesteld.
De aanvrager aan wie niet eerder een Nederlands reisdocument of een Nederlandse identiteitskaart is verstrekt, overlegt bij zijn aanvraag andere identiteitsdocumenten die voorzien zijn van zijn foto en handtekening. Indien hij dergelijke documenten niet kan overleggen, is artikel 4, tweede lid, van het besluit van overeenkomstige toepassing.
In de aanvraag wordt vermeld dat de identiteit van de aanvrager is vastgesteld en met welke documenten of andere bewijsstukken de identiteitsvaststelling heeft plaatsgevonden.
Artikel 11. Vaststelling identiteit niet-ingezeten aanvrager
Indien onvoldoende zekerheid bestaat over de juistheid van de door de aanvrager gedane mededeling dat hij geen ingezetene is, dan wel over de identiteit of de nationaliteit van de aanvrager, wordt de betrokken persoon, indien deze op korte termijn over een Nederlandse identiteitskaart moet beschikken, doorverwezen naar een autoriteit die bevoegd is tot de verstrekking van nooddocumenten als bedoeld in artikel 2, eerste lid, onder f, van de Paspoortwet.
De vaststelling van de identiteit en de nationaliteit van de echtgenoot, echtgenote of geregistreerd partner dan wel de gewezen echtgenoot, echtgenote of geregistreerd partner van de aanvrager, respectievelijk van een wettelijke vertegenwoordiger die een verklaring van toestemming moet overleggen, geschiedt op de in het eerste lid en artikel 4 van het besluit vermelde wijze, voor zover de betrokken persoon geen ingezetene is.
Artikel 12. Persoonsgegevens aanvrager
In de aanvraag voor een Nederlandse identiteitskaart worden de volgende persoonsgegevens van de aanvrager vermeld:
- a. geslachtsnaam en voornamen;
- b. geboortedatum en geboorteplaats;
- c. adres en woonplaats;
- d. geslacht;
- e. nationaliteit;
- f. lengte.
De burgemeester of de gezaghebber verifieert de in het eerste lid, onderdeel a tot en met e, bedoelde gegevens in de basisadministratie waarin de aanvrager als ingezetene is ingeschreven.
De geslachtsnaam omvat tevens de voorvoegsels en adellijke titels, de voornaam omvat tevens de adellijke predicaten. Op verzoek van de aanvrager kan de vermelding van adellijke titels en predicaten achterwege blijven.
Indien alleen een naam, voornaam of een roepnaam bekend is, wordt deze als geslachtsnaam beschouwd.
Indien de naam van de geboorteplaats niet kan worden ontleend aan de basisadministratie waarin de aanvrager als ingezetene is ingeschreven, wordt de naam vermeld zoals deze is opgenomen in zijn geboorteakte. In alle andere gevallen wordt de naam gevolgd zoals deze luidde ten tijde van de geboorte van de aanvrager, waarbij zoveel mogelijk de Nederlandse schrijfwijze wordt gebruikt. Indien de geboorteplaats niet kan worden vastgesteld, blijft de vermelding daarvan in de aanvraag achterwege. Het vermelden van het land achter de geboorteplaats is slechts toegestaan op verzoek van de aanvrager die aantoont daarbij een zwaarwegend belang te hebben en voor zover de Nederlandse identiteitskaart daartoe voldoende ruimte bevat.
De geboortedatum omvat de dag, de maand en het jaar. Van vermelding van de dag, de maand en het jaar kan worden afgezien, voor zover deze niet bekend zijn.
In de aanvraag wordt, indien de aanvrager een burgerservicenummer heeft, het burgerservicenummer vermeld en indien de aanvrager een administratienummer heeft, het administratienummer vermeld, waaronder de aanvrager is ingeschreven in de basisadministratie.
Artikel 13. Gegevens derden
In de aanvraag voor een Nederlandse identiteitskaart worden, voor zover de identiteitskaart ruimte bevat voor vermelding van deze gegevens, tevens de geslachtsnaam van de huidige echtgenoot, echtgenote of geregistreerd partner, dan wel van de laatste gewezen echtgenoot, echtgenote of geregistreerd partner, alsmede de burgerlijke staat op het moment van de aanvraag vermeld, indien de aanvrager om opneming van deze gegevens in de aangevraagde Nederlandse identiteitskaart verzoekt.
Artikel 14. Bezit andere reisdocumenten
Van de door de aanvrager overgelegde Nederlandse of buitenlandse reisdocumenten, dan wel van de door hem overgelegde Nederlandse identiteitskaart die op zijn naam is gesteld, dan wel van de door de aanvrager overgelegde buitenlandse reisdocumenten waarin hij wordt vermeld, wordt het documentnummer, de datum waarop de geldigheid van het document eindigt en de autoriteit die het document heeft verstrekt, in de aanvraag vermeld.
Artikel 15. Aanvraag bij mogelijke fraude, vermissing of inname
Indien zijn eerder uitgereikte Nederlandse identiteitskaart mogelijk voorwerp is van fraude, is vermist of op andere gronden dan ingevolge de wet door een daartoe bevoegde autoriteit is ingenomen, kan de aanvrager een aanvraag voor een Nederlandse identiteitskaart indienen, indien hij de vermissing, mogelijke fraude, onderscheidenlijke inname, overeenkomstig artikel 52 meldt of heeft gemeld.
In de aanvraag worden vermeld:
- a. mogelijke fraude, de vermissing, of inname op andere gronden dan ingevolge de wet,
- b. het nummer van de desbetreffende Nederlandse identiteitskaart en de autoriteit die het heeft verstrekt, en
- c. de datum waarop de in artikel 52, tweede tot en met zesde lid, bedoelde schriftelijke dan wel elektronische verklaringen, zijn afgelegd.
Indien een gegeven als bedoeld in het tweede lid, onderdelen b of c, niet voorhanden is, wordt hiernaar een gericht onderzoek ingesteld.
Artikel 16. Pasfoto
Bij het indienen van een aanvraag voor een Nederlandse identiteitskaart wordt een pasfoto overgelegd die een goedgelijkend beeld van de aanvrager geeft.
De overgelegde pasfoto voldoet aan de acceptatiecriteria van de in bijlage C opgenomen fotomatrix.
In afwijking van het tweede lid kan een pasfoto worden geaccepteerd indien de aanvrager heeft aangetoond dat godsdienstige of levensbeschouwelijke redenen zich verzetten tegen het niet bedekken van het hoofd.
In afwijking van het tweede lid kan een pasfoto worden geaccepteerd indien op grond van objectief vast te stellen fysieke of medische redenen, door de aanvrager niet kan worden voldaan aan alle in de fotomatrix opgenomen acceptatiecriteria. Bij gerede twijfel aan de medische redenen kan van de aanvrager worden verlangd, dat deze daartoe een door een bevoegde arts of medische instelling ondertekende verklaring overlegt.
In afwijking van het tweede lid kan een pasfoto van een aanvrager die de leeftijd van zes jaar nog niet heeft bereikt worden geaccepteerd, indien de foto voldoet aan de in de fotomatrix voor die leeftijdscategorie opgenomen minimumvereisten.
Artikel 17. Vingerafdrukken
Bij het indienen van een aanvraag voor een Nederlandse identiteitskaart worden de afdrukken van twee vingers van de aanvrager opgenomen, tenzij van het opnemen van vingerafdrukken wordt afgezien op grond van artikel 7 van het besluit.
Bij een aanvrager als bedoeld in het eerste lid, eerste zin, worden platte afdrukken van de linker- en rechterwijsvinger opgenomen voor opslag in de Nederlandse identiteitskaart. Indien de kwaliteit van de vingerafdrukken van de wijsvingers onvoldoende is, worden platte afdrukken van de middelvingers, ringvingers of duimen opgenomen.
Indien van slechts één vinger de afdruk van voldoende kwaliteit kan worden opgenomen, wordt uitsluitend de afdruk van die vinger opgenomen.
Bij gerede twijfel of het fysiek dan wel als gevolg van een tijdelijke verhindering onmogelijk is om twee vingerafdrukken op te nemen, kan van de aanvrager worden verlangd, dat deze daartoe een door een bevoegde arts of medische instelling ondertekende verklaring overlegt.
Indien van de aanvrager geen vingerafdrukken worden opgenomen, wordt in de aanvraag de reden voor het niet opnemen vermeld.
Artikel 18. Onbekwaamheid plaatsen handtekening
Indien de persoon aan wie de aangevraagde Nederlandse identiteitskaart moet worden verstrekt door leeftijd of een handicap niet in staat is zijn handtekening te plaatsen, wordt daarvan in de aanvraag melding gemaakt.
§ 2. Aanvraag ten behoeve van handelingsonbekwame
Artikel 19. Overleggen verklaring van toestemming
De verklaring van toestemming, bedoeld in de artikelen 22 en 23 van de wet, wordt schriftelijk overgelegd.
In de verklaring van toestemming worden tevens de naam en de handtekening vermeld van degene die de aanvraag ten behoeve van een handelingsonbekwame indient.
Indien gebruik wordt gemaakt van het aanvraag-informatieformulier kan voor het overleggen van de verklaring van toestemming worden volstaan met het ondertekenen of medeondertekenen van dat formulier door degenen die het gezag over de minderjarige uitoefenen.
In de aanvraag wordt melding gemaakt van de overlegging van de betreffende verklaring van toestemming.
Artikel 20. Vaststelling identiteit en bevoegdheid van degene die gezag uitoefent of curator
Op de procedure voor het verkrijgen van de nodige zekerheid over de identiteit van degene die het gezag over de minderjarige uitoefent of van de curator is artikel 4 van het besluit van overeenkomstige toepassing.
Indien degene die een verklaring van toestemming moet afgeven niet in persoon verschijnt, kan de aanvraag slechts in behandeling worden genomen indien uit de overgelegde schriftelijke verklaring van toestemming en eventuele andere overgelegde stukken met de nodige zekerheid kan worden afgeleid dat de verklaring van toestemming van de betreffende persoon afkomstig is.
Voor het verkrijgen van de nodige zekerheid over de bevoegdheid tot het afgeven van de verklaring van toestemming van degene die het gezag over de minderjarige uitoefent of van de curator wordt gebruikgemaakt van de door de betreffende persoon overgelegde stukken en, indien de aanvraag plaatsvindt bij een burgemeester of gezaghebber, de omtrent het gezag of de curatele in de basisadministratie opgenomen gegevens.
Indien onzekerheid bestaat over de bevoegdheid van degene die het gezag over de minderjarige uitoefent of van de curator wordt daarnaar een gericht onderzoek ingesteld.
§ 3. Opdracht tot spoedlevering
Artikel 21. Opdracht tot spoedlevering
De aanvrager kan de burgemeester verzoeken om een versnelde uitreiking van de aangevraagde Nederlandse identiteitskaart, niet zijnde een vervangende Nederlandse identiteitskaart.
Indien de aanvrager verzoekt om de versnelde uitreiking van de aangevraagde Nederlandse identiteitskaart, wordt in de aanvraag voor de Nederlandse identiteitskaart een vermelding opgenomen waaruit blijkt dat het een opdracht tot spoedlevering betreft.
Bij een opdracht tot spoedlevering draagt de burgemeester er zorg voor dat de aanvraag nog dezelfde dag vóór 16.00 uur de leverancier bereikt, opdat de uit te reiken Nederlandse identiteitskaart de daaropvolgende werkdag op het reguliere tijdstip, doch uiterlijk 16.00 uur, op de uitgiftelocatie kan worden afgeleverd.
§ 4. Opnemen foto, vingerafdrukken en handtekening
Artikel 22. Opnemen foto, vingerafdrukken en handtekening
De daartoe aangewezen persoon vergelijkt nauwkeurig de overgelegde foto van de aanvrager dan wel van degene ten behoeve van wie de aanvraag wordt ingediend met de persoon die voor hem staat en brengt deze foto op de bestemde plaats in het foto- en handtekeningformulier aan.
De in het eerste lid bedoelde persoon ziet, behoudens in het in artikel 18 bedoelde geval, erop toe dat in het foto- en handtekeningformulier op de bestemde plaats de duidelijk leesbare handtekening wordt geplaatst van de aanvrager dan wel van de persoon ten behoeve van wie de aanvraag van de Nederlandse identiteitskaart wordt gedaan. In de gevallen waarin gebruik wordt gemaakt van een aanvraag-informatieformulier, wordt dit formulier door de aanvrager ondertekend.
Het foto- en handtekeningformulier wordt door de in het eerste lid bedoelde persoon met gebruikmaking van het aanvraagstation gedigitaliseerd.
Het opnemen van de vingerafdrukken, bedoeld in artikel 17, geschiedt met gebruikmaking van het aanvraagstation.
Indien de aanvrager zijn aanvraag niet indient op de uitgiftelocatie of op de Nederlandse vertegenwoordiging, of indien bij de Nederlandse vertegenwoordiging waar het document wordt aangevraagd geen werkend aanvraagstation aanwezig is, kunnen zijn vingerafdrukken worden opgenomen met behulp van het mobiel vingerafdrukopname-apparaat.
§ 5. Beslissing op aanvraag en vastlegging gegevens in reisdocumentenstation
Artikel 23. Niet in behandeling nemen aanvraag
Een aanvraag waarbij niet is voldaan aan artikel 4 van het besluit en de artikelen 9 tot en met 22 wordt niet in behandeling genomen.
De daartoe aangewezen persoon vermeldt in de aanvraag de verstrekkende autoriteit.
Artikel 24. Verwerking aanvraaggegevens
De daartoe door de burgemeester of de gezaghebber aangewezen persoon draagt zorg dat de aanvraaggegevens, genoemd in de artikelen 9 tot en met 15, 19 tot en met 21 en 23 in de reisdocumentenmodule en de foto, vingerafdrukken en handtekening in het aanvraagstation worden vastgelegd.
De daartoe door de Minister van Buitenlandse Zaken aangewezen persoon draagt zorg dat de aanvraaggegevens, genoemd in de artikelen 9 tot en met 15, 19, 20 en 23, in het reisdocumentenstation en de foto, vingerafdrukken en de handtekening in het aanvraagstation worden vastgelegd.
Indien bij de aanvraag voor het opnemen van de vingerafdrukken gebruik is gemaakt van het mobiel vingerafdrukopname-apparaat worden de gegevens uitsluitend verwerkt in een aanvraagstation dat zich op de uitgiftelocatie bevindt. Het mobiel vingerafdrukopname-apparaat wordt in het lokale netwerk van de uitgiftelocatie aangesloten, waarna de daarin vastgelegde vingerafdrukken door het aanvraagstation uit het mobiel vingerafdrukopname-apparaat worden opgehaald en samengevoegd met de ingevolge artikel 22, derde lid, gedigitaliseerde foto en handtekening.
De in het aanvraagstation en, indien de uitgevende instantie de burgemeester of de gezaghebber is, de in de reisdocumentenmodule vastgelegde gegevens worden verwerkt en doorgezonden naar het reisdocumentenstation.
Nadat de aanvraaggegevens zijn doorgezonden aan het reisdocumentenstation wordt, indien de daartoe aangewezen ambtenaar, met inachtneming van het bij of krachtens de wet bepaalde, heeft beslist dat de aangevraagde Nederlandse identiteitskaart kan worden uitgereikt, in de aanvraag het feit van deze verstrekking vermeld. Indien de aanvraag is ingediend bij de Minister van Buitenlandse Zaken, wordt ook de datum van deze verstrekking en de datum waarop de geldigheidsduur van de uit te reiken Nederlandse identiteitskaart eindigt in de aanvraag vermeld.
Indien de aanvraaggegevens zijn doorgezonden aan het reisdocumentenstation, maar de beslissing op de aanvraag is aangehouden, worden de in het vierde lid genoemde gegevens in het reisdocumentenstation vastgelegd, voordat de verstrekking heeft plaatsgevonden.
Hoofdstuk 3. Verzending aanvraagbestand en levering documenten
Artikel 25. Toevoegen foto, vingerafdrukken en handtekening aan aanvraag
De in het aanvraagstation vastgelegde foto, handtekening en vingerafdrukken worden met de aanvraaggegevens, bedoeld in artikel 24, samengevoegd tot een aanvraagbestand in het reisdocumentenstation.
Artikel 26. Verzenden aanvraagbestand
De daartoe aangewezen persoon zendt, nadat is vastgesteld dat de aangevraagde Nederlandse identiteitskaart kan worden uitgereikt, het aanvraagbestand met gebruikmaking van het reisdocumentenstation naar de leverancier van de Nederlandse identiteitskaarten. Het te verzenden aanvraagbestand wordt met gebruikmaking van de aan hem toegekende identificatiekaart voorzien van een digitale handtekening.
Artikel 27. Plaatsing publiek identificatiemiddel
De leverancier geeft uitvoering aan artikel 2, eerste lid, van het besluit.
Artikel 28. In ontvangstneming in gemeenten
De Nederlandse identiteitskaarten en identificatiekaarten die bestemd zijn voor de gemeenten, worden in ontvangst genomen door een daartoe aangewezen persoon als bedoeld in artikel 71, eerste lid.
De in het eerste lid genoemde persoon toont de in artikel 71, tweede lid, bedoelde machtiging tot ontvangstneming van de burgemeester en legitimeert zich, op verzoek van de besteller, met een identiteitsdocument als bedoeld in artikel 1 van de Wet op de identificatieplicht.
De aflevering van de zending vindt plaats op het voor de desbetreffende uitgiftelocatie afgesproken tijdstip. Bij aflevering kan de besteller worden verplicht zich te identificeren met een door de distributeur aan haar werknemers beschikbaar gestelde legitimatie.
Indien de persoon die de zending in ontvangst neemt zich desgevraagd niet of niet voldoende kan legitimeren dan wel onvoldoende zekerheid bestaat met betrekking tot zijn bevoegdheid om de zending in ontvangst te nemen, dan wel om enige andere reden door een handelen of nalaten van de bevoegde autoriteit een veilige aflevering op de uitgiftelocatie niet mogelijk is, draagt de besteller de zending niet over.
Artikel 29. In ontvangstneming in de openbare lichamen
De gepersonaliseerde Nederlandse identiteitskaarten en identificatiekaarten die bestemd zijn voor de openbare lichamen, worden in Nederland bij het Ministerie van Buitenlandse Zaken afgeleverd.
De in het eerste lid bedoelde documenten worden door de transporteur afgeleverd bij de uitgiftelocatie in de openbare lichamen.
Op de uitgiftelocatie worden de in het eerste lid bedoelde documenten in ontvangst genomen door een daartoe aangewezen persoon als bedoeld in artikel 72, eerste lid, die zich legitimeert met een geldig identiteitsdocument.
De aflevering van de zending vindt plaats op het voor de desbetreffende uitgiftelocatie afgesproken tijdstip.
Indien de persoon die de zending in ontvangst neemt zich desgevraagd niet of niet voldoende kan legitimeren dan wel onvoldoende zekerheid bestaat met betrekking tot zijn bevoegdheid om de zending in ontvangst te nemen, dan wel om enige andere reden door een handelen of nalaten van de bevoegde autoriteit een veilige aflevering op de uitgiftelocatie niet mogelijk is, wordt de zending niet overgedragen.
Artikel 30. In ontvangstneming in Aruba, Curaçao en Sint Maarten
De gepersonaliseerde Nederlandse identiteitskaarten die bestemd zijn voor personen die in de basisadministratie van Aruba, Curaçao of Sint Maarten zijn ingeschreven en zijn aangevraagd bij de burgemeester van Haarlemmermeer op een vestiging van de Vertegenwoordiging van de Nederlandse regering bij de regeringen van Aruba, Curaçao en Sint Maarten, worden in Nederland bij de burgemeester van Haarlemmermeer afgeleverd en in ontvangst genomen door een daartoe aangewezen persoon als bedoeld in artikel 71, eerste lid.
De in het eerste lid genoemde persoon toont de in artikel 71, tweede lid, bedoelde machtiging tot ontvangstneming van de burgemeester en legitimeert zich, op verzoek van de besteller, met een identiteitsdocument als bedoeld in artikel 1 van de Wet op de identificatieplicht.
De aflevering van de zending bij de burgemeester van Haarlemmermeer vindt plaats op de afgesproken tijdstippen.
Indien de persoon die de zending in ontvangst neemt zich desgevraagd niet of niet voldoende kan legitimeren dan wel onvoldoende zekerheid bestaat met betrekking tot zijn bevoegdheid om de zending in ontvangst te nemen, dan wel om enige andere reden door een handelen of nalaten van de bevoegde autoriteit een veilige aflevering op de uitgiftelocatie niet mogelijk is, draagt de distributeur de zending niet over.
De in het eerste lid bedoelde documenten worden door de transporteur afgeleverd bij de vestigingen van de Vertegenwoordiging van de Nederlandse regering bij de regeringen van Aruba, Curaçao en Sint Maarten.
Op de vestigingen van de Vertegenwoordiging van de Nederlandse regering bij de regeringen van Aruba, Curaçao en Sint Maarten worden de in het eerste lid bedoelde documenten in ontvangst genomen door een daartoe aangewezen persoon als bedoeld in artikel 73, eerste lid, die zich legitimeert met een geldig identiteitsdocument.
De aflevering van de zending vindt plaats op het voor de desbetreffende locatie afgesproken tijdstip.
Artikel 31. In ontvangstneming bij het Ministerie van Buitenlandse Zaken
De gepersonaliseerde Nederlandse identiteitskaarten en identificatiekaarten die bestemd zijn voor de Minister van Buitenlandse Zaken of een gezaghebber, worden in ontvangst genomen door een daartoe door de Minister van Buitenlandse Zaken aangewezen persoon als bedoeld in artikel 74, eerste lid.
De in het eerste lid genoemde persoon toont de in artikel 74, tweede lid, bedoelde machtiging van de Minister van Buitenlandse Zaken tot ontvangstneming en legitimeert zich, op verzoek van de distributeur, met een identiteitsdocument als bedoeld in artikel 1 van de Wet op de identificatieplicht.
De aflevering van de zending bij het Ministerie van Buitenlandse Zaken vindt plaats op de afgesproken tijdstippen.
Indien de persoon die de zending in ontvangst neemt zich desgevraagd niet of niet voldoende kan legitimeren dan wel onvoldoende zekerheid bestaat met betrekking tot zijn bevoegdheid om de zending in ontvangst te nemen, dan wel om enige andere reden door een handelen of nalaten van de bevoegde autoriteit een veilige aflevering op de uitgiftelocatie niet mogelijk is, draagt de distributeur de zending niet over.
Artikel 32. Controle zending bij in ontvangstneming door gemeenten
De namens een burgemeester, anders dan de burgemeester van Haarlemmermeer, tot ontvangst bevoegde persoon controleert in het bijzijn van de besteller of de zending voor hem bestemd is. Indien dit het geval is en het pakket is onbeschadigd, vindt de overdracht plaats.
Indien de zending niet voor de uitgiftelocatie bestemd is, afwijkingen vertoont, beschadigd is dan wel documenten ontbreken wordt gehandeld overeenkomstig bijlage B. Het in kennis stellen van de leverancier geschiedt met gebruikmaking van het daartoe door de Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties beschikbaar gestelde formulier.
Bij de constatering dat het pakket beschadigd is, wordt het pakket in het bijzijn van de besteller in een voor het publiek afgesloten ruimte gecontroleerd. Ook in geval van beschadiging wordt het pakket in ontvangst genomen.
Indien de tot ontvangst bevoegde persoon vaststelt dat er documenten zijn beschadigd of ontbreken, wordt hiervan door de besteller een proces-verbaal opgemaakt.
Het afschrift van het proces-verbaal wordt door de autoriteit bewaard.
Artikel 33. Controle zending bij in ontvangstneming en verdere distributie door overige autoriteiten
De namens de burgemeester van Haarlemmermeer tot ontvangst bevoegde persoon controleert, aan de hand van de voormelding van de leverancier, in het bijzijn van de distributeur of de zending voor de burgemeester van Haarlemmermeer onderscheidenlijk de vestigingen van de Vertegenwoordiging van de Nederlandse regering bij de regeringen van Aruba, Curaçao en Sint Maarten bestemd is. Indien dit het geval is en het pakket is onbeschadigd, vindt de overdracht plaats.
De namens de Minister van Buitenlandse Zaken tot ontvangst bevoegde persoon controleert, aan de hand van de voormelding van de leverancier, in het bijzijn van de distributeur of de zending voor het ministerie, de openbare lichamen onderscheidenlijk de uitgiftelocaties in het buitenland bestemd is. Indien dit het geval is en het pakket is onbeschadigd, vindt de overdracht plaats.
Indien de zending ingevolge het eerste of het tweede lid niet overgedragen kan worden, de zending afwijkingen vertoont of er documenten ontbreken, wordt gehandeld overeenkomstig bijlage B. Het in kennis stellen van de leverancier geschiedt met gebruikmaking van het daartoe door de Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties beschikbaar gestelde formulier.
De documenten die voor een andere autoriteit blijken te zijn bestemd, worden op de in artikel 80 aangegeven wijze opgeslagen tot ze worden opgehaald door de leverancier. Het overdragen van de verkeerd geleverde documenten aan de leverancier geschiedt met gebruikmaking van het daartoe door de distributeur beschikbaar gestelde formulier.
Bij de constatering dat het pakket beschadigd is, wordt het pakket in het bijzijn van de distributeur in een voor het publiek afgesloten ruimte gecontroleerd. Ook in geval van beschadiging wordt het pakket in ontvangst genomen.
Indien de tot ontvangst bevoegde persoon vaststelt dat er documenten zijn beschadigd of ontbreken, wordt hiervan door de distributeur een proces-verbaal opgemaakt.
Het afschrift van het proces-verbaal wordt door de autoriteit bewaard.
De burgemeester van Haarlemmermeer dan wel de Minister van Buitenlandse Zaken draagt er zorg voor dat de gepersonaliseerde reisdocumenten en identificatiekaarten op een beveiligde wijze op de daartoe bestemde locatie worden afgeleverd.
Artikel 34. Controle zending in reisdocumentenstation
De daartoe door de met de verstrekking belaste autoriteit, bedoeld in artikel 15 van de wet, aangewezen persoon gaat na of de in de zending aanwezige Nederlandse identiteitskaarten overeenkomen met de aanvraagnummers in het op de zending betrekking hebbende elektronische bericht in het reisdocumentenstation, dat door de leverancier is verzonden.
In het reisdocumentenstation wordt geregistreerd of een Nederlandse identiteitskaart overeenkomstig de opgave in het elektronisch bericht, bedoeld in het eerste lid, is ontvangen, al dan niet is beschadigd en op de juiste wijze is geproduceerd en gepersonaliseerd. Deze gegevens kunnen in verband met de raadpleging daarvan tevens op elektronische wijze worden doorgegeven aan de reisdocumentenmodule.
Indien de zending niet voor de uitgiftelocatie van de gezaghebber, de vertegenwoordiger van de Nederlandse regering van Aruba, Curaçao en Sint Maarten, of de Minister van Buitenlandse Zaken bestemd is, afwijkingen vertoont, beschadigd is dan wel documenten ontbreken wordt gehandeld overeenkomstig bijlage B. Het in kennis stellen van de leverancier geschiedt met gebruikmaking van het daartoe door de Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties beschikbaar gestelde formulier.
Artikel 35. Ophalen verkeerd geleverde Nederlandse identiteitskaarten bij gemeenten
De Nederlandse identiteitskaarten die na de controle van de zending, bedoeld in artikel 32 of artikel 34, in een gemeente voor een andere burgemeester blijken te zijn bestemd, worden op de uitgiftelocatie op de in artikel 86 aangegeven wijze opgeslagen tot ze worden opgehaald door de distributeur.
Het overdragen van de verkeerd geleverde Nederlandse identiteitskaarten aan de distributeur geschiedt overeenkomstig bijlage B.
Artikel 36. Vernietigen verkeerd geleverde Nederlandse identiteitskaarten bij de openbare lichamen
De Nederlandse identiteitskaarten die na de controle van de zending, bedoeld in artikel 34 in de openbare lichamen voor een andere autoriteit blijken te zijn bestemd, worden op de uitgiftelocatie vernietigd op de in artikel 58, eerste lid, aangegeven wijze.
Artikel 37. Vernietigen verkeerd geleverde Nederlandse identiteitskaarten in Aruba, Curaçao en Sint Maarten
De Nederlandse identiteitskaarten die na de controle van de zending, bedoeld in artikel 34 in Aruba, Curaçao en Sint Maarten voor een andere autoriteit blijken te zijn bestemd, worden op de vestigingen van de Vertegenwoordiging van de Nederlandse regering bij de regeringen van Aruba, Curaçao en Sint Maarten vernietigd op de in artikel 58, eerste lid, aangegeven wijze.
Artikel 38. Terugzenden en vernietigen verkeerd geleverde Nederlandse identiteitskaarten door het Ministerie van Buitenlandse Zaken
De Nederlandse identiteitskaarten die na controle van de zending, bedoeld in artikel 34, op de uitgiftelocatie van het Ministerie van Buitenlandse Zaken voor een andere locatie blijken te zijn bestemd, worden teruggezonden naar het ministerie en alsnog overeenkomstig artikel 33, achtste lid, beschikbaar gesteld aan de tot uitreiking daarvan bevoegde personen.
De Nederlandse identiteitskaarten die na de in het eerste lid bedoelde controle niet voor uitgifte door de Minister van Buitenlandse Zaken blijken te zijn bestemd, worden bij de post vernietigd op de in artikel 58, eerste lid, aangegeven wijze.
Artikel 39. Nabezorgen niet ontvangen Nederlandse identiteitskaarten
Indien Nederlandse identiteitskaarten niet op het verwachte tijdstip worden ontvangen, wordt op een speciaal daarvoor bestemd telefoonnummer informatie ingewonnen over de te verwachten levertijd.
Indien de zending zich nog onder de distributeur bevindt, draagt deze er zorg voor dat de zending alsnog de volgende dag wordt afgeleverd bij de uitgiftelocatie in het Europese deel van Nederland, bij de Minister van Buitenlandse Zaken, indien de zending bestemd is voor een gezaghebber of een Nederlandse vertegenwoordiging in het buitenland, onderscheidenlijk bij de burgemeester van Haarlemmermeer, indien de zending bestemd is voor de vestigingen van de Vertegenwoordigingen van de Nederlandse regering bij de regeringen van Aruba, Curaçao en Sint Maarten.
Indien Nederlandse identiteitskaarten op een verkeerde uitgiftelocatie in het Europese deel van Nederland zijn afgeleverd, draagt de leverancier er zorg voor dat deze, zo mogelijk nog dezelfde dag, worden aangeboden op de juiste uitgiftelocatie in het Europese deel van Nederland, dan wel, indien de zending bestemd is voor een gezaghebber of een Nederlandse vertegenwoordiging in het buitenland, bij het Ministerie van Buitenlandse Zaken, dan wel, indien de zending bestemd is voor de vestigingen van de Vertegenwoordigingen van de Nederlandse regering bij de regeringen van Aruba, Curaçao en Sint Maarten, bij de burgemeester van Haarlemmermeer.
Het in ontvangst nemen van Nederlandse identiteitskaarten als bedoeld in het derde lid geschiedt overeenkomstig bijlage B, met gebruikmaking van het daartoe door de distributeur beschikbaar gestelde formulier.
Indien de zending zich nog onder de transporteur bevindt, draagt deze er zorg voor dat de zending alsnog zo spoedig mogelijk wordt afgeleverd.
Artikel 40. Herzending aanvraag
Indien een Nederlandse identiteitskaart is beschadigd, onjuist is geproduceerd of gepersonaliseerd, dan wel niet op het verwachte tijdstip is ontvangen en niet alsnog ingevolge artikel 39, tweede, derde of vijfde lid, zal worden bezorgd, wordt het op de Nederlandse identiteitskaart betrekking hebbende aanvraagbestand opnieuw verzonden aan de leverancier.
Artikel 41. Terugzenden onjuist geproduceerde of gepersonaliseerde, beschadigde of te laat afgeleverde Nederlandse identiteitskaarten
Nederlandse identiteitskaarten worden per aangetekende post, met gebruikmaking van het daartoe door de Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties beschikbaar gestelde formulier, teruggestuurd aan de leverancier, indien deze:
- a. bij de controle van de zending in het reisdocumentenstation dan wel bij de uitreiking onjuist blijken te zijn geproduceerd of gepersonaliseerd, dan wel blijken te zijn beschadigd;
- b. na het verwachte tijdstip zijn ontvangen door de burgemeester, de gezaghebber of de vertegenwoordiger van de Nederlandse regering bij de regeringen van Aruba, Curaçao en Sint Maarten en het daarop betrekking hebbende aanvraagbestand ingevolge artikel 40 inmiddels opnieuw is verzonden.
Hoofdstuk 4. Uitreiking
Artikel 42. Verhuizing binnen Europese deel Nederland
Indien de aanvrager op het moment van de uitreiking ingezetene is van een andere gemeente dan de gemeente waarvan hij ingezetene was op het moment van de aanvraag, wordt de Nederlandse identiteitskaart uitgereikt in die andere gemeente.
De Nederlandse identiteitskaart wordt per aangetekende post verstuurd naar het hoofd burgerzaken van de gemeente waarvan de aanvrager inmiddels ingezetene is.
De burgemeester van de gemeente, bedoeld in het tweede lid, gaat tot uitreiking van de Nederlandse identiteitskaart over met in achtneming van artikel 10 van het besluit. De op de uitreiking betrekking hebbende gegevens worden geregistreerd in de basisregistratie personen.
Van de uitreiking van de Nederlandse identiteitskaart wordt met gebruikmaking van het daartoe door de Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties beschikbaar gestelde dienst kennisgegeven aan de burgemeester van de gemeente waar de aanvraag in behandeling is genomen.
De burgemeester die een kennisgeving ontvangt als bedoeld in het vierde lid registreert de uitreiking van de Nederlandse identiteitskaart in het reisdocumentenstation en de reisdocumentenmodule, waarin de gegevens betreffende de aanvraag zijn vastgelegd.
Artikel 43. Mogelijke fraude, vermissing of inname uitgereikte Nederlandse identiteitskaart bij uitreiking aangevraagde Nederlandse identiteitskaart
Indien een bij de uitreiking van de aangevraagde Nederlandse identiteitskaart in te leveren reisdocument of Nederlandse identiteitskaart mogelijk voorwerp is van fraude, is vermist of op andere gronden dan ingevolge de wet door een daartoe bevoegde autoriteit is ingenomen, zijn de artikelen 52 en 53 van deze regeling, de artikelen 60 en 61 van de Paspoortuitvoeringsregeling Nederland 2001, dan wel artikel 72 van de Paspoortuitvoeringsregeling Buitenland 2001 alsnog van toepassing en worden de gegevens, bedoeld in artikel 15, tweede lid, van deze regeling, artikel 27, tweede lid, van de Paspoortuitvoeringsregeling Nederland 2001, dan wel artikel 41, tweede lid, van de Paspoortuitvoeringsregeling Buitenland 2001 alsnog in de aanvraag met betrekking tot het uit te reiken document opgenomen.
Artikel 44. Toezending per post door gemeenten
Uitsluitend indien op grond van artikel 9, eerste lid, van het besluit door een burgemeester als bedoeld in dat artikel een Nederlandse identiteitskaart wordt verstrekt en de aanvrager bij de aanvraag aannemelijk heeft gemaakt dat van hem redelijkerwijs niet kan worden gevergd dat hij in persoon verschijnt bij de uitreiking, wordt de Nederlandse identiteitskaart per aangetekende post aan hem toegezonden.
De inlevering van de Nederlandse identiteitskaarten, bedoeld in artikel 20 van de wet, dan wel van het reisdocument, bedoeld in artikel 32 van de Paspoortwet, geschiedt in dat geval door deze Nederlandse identiteitskaarten of reisdocumenten per aangetekende post toe te sturen aan de in het eerste lid bedoelde autoriteit.
Tot toezending van de uit te reiken Nederlandse identiteitskaart wordt niet overgegaan dan na ontvangst van de ingevolge het tweede lid toegestuurde Nederlandse identiteitskaarten.
Artikel 45. Toezending per post door het Ministerie van Buitenlandse Zaken
Indien de aanvrager bij de aanvraag bij de Minister van Buitenlandse Zaken aannemelijk heeft gemaakt dat van hem redelijkerwijs niet kan worden gevergd dat hij in persoon verschijnt bij de uitreiking, wordt de Nederlandse identiteitskaart per aangetekende post dan wel op een andere veilige wijze aan hem toegezonden.
De inlevering van de Nederlandse identiteitskaarten, bedoeld in artikel 20 van de wet, of van reisdocumenten, bedoeld in artikel 32 van de Paspoortwet, geschiedt in dat geval door deze Nederlandse identiteitskaarten of reisdocumenten toe te sturen op een door de Minister van Buitenlandse Zaken daartoe voorgeschreven wijze.
Tot toezending van de uit te reiken Nederlandse identiteitskaart wordt niet overgegaan dan na ontvangst van de ingevolge het tweede lid toegestuurde Nederlandse identiteitskaarten.
Artikel 46. Registratie in reisdocumentenmodule en reisdocumentenstation door gemeenten en de openbare lichamen
De daartoe door de burgemeester of de gezaghebber aangewezen persoon registreert de uitreiking van een Nederlandse identiteitskaart, alsmede de inlevering van het vorige reisdocument of de vorige Nederlandse identiteitskaart, in de reisdocumentenmodule en geeft dit door aan het reisdocumentenstation.
Indien bij de uitreiking blijkt dat de Nederlandse identiteitskaart is beschadigd, onjuist is geproduceerd of gepersonaliseerd dan wel uit de opslag is verdwenen, wordt dit in de reisdocumentenmodule geregistreerd en doorgegeven aan het reisdocumentenstation.
Indien de registratie, bedoeld in het eerste lid, niet kan plaatsvinden in de reisdocumentenmodule, geschiedt deze in eerste instantie in het reisdocumentenstation en wordt dit later alsnog doorgegeven aan de reisdocumentenmodule.
Indien binnen drie maanden na de datum van ontvangst bij de uitgiftelocatie geen uitreiking van een geleverde Nederlandse identiteitskaart heeft plaatsgevonden, wordt dit geregistreerd in de reisdocumentenmodule en het reisdocumentenstation.
Artikel 47. Registratie in reisdocumentenstation door het Ministerie van Buitenlandse Zaken
De daartoe door de Minister van Buitenlandse Zaken aangewezen persoon registreert de uitreiking van een Nederlandse identiteitskaart, alsmede de inlevering van het vorige reisdocument of de vorige Nederlandse identiteitskaart, in het reisdocumentenstation.
Indien bij de uitreiking blijkt dat de Nederlandse identiteitskaart is beschadigd, onjuist is geproduceerd of gepersonaliseerd dan wel uit de opslag is verdwenen, wordt dit in het reisdocumentenstation geregistreerd.
Indien binnen drie maanden na ontvangst bij de uitgiftelocatie geen uitreiking van een geleverde Nederlandse identiteitskaart heeft plaatsgevonden, wordt dit geregistreerd in het reisdocumentenstation.
Artikel 48. Registratie in basisadministratie
Bij uitreiking van een Nederlandse identiteitskaart door de burgemeester of de gezaghebber worden de daarop betrekking hebbende gegevens geregistreerd in de basisadministratie waarin de houder als ingezetene is ingeschreven.
Artikel 49. Verzending PIN-brief
De Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties verzendt direct na uitreiking de persoonlijke PIN-code en de intrekkingscode aan de houder van de Nederlandse identiteitskaart.
Indien de houder de toegezonden PIN-code met intrekkingscode heeft verloren, verstrekt de Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties op een verzoek van de houder:
- a. dat binnen zes weken na uitreiking is gedaan, deze codes opnieuw, tenzij de houder tijdens het activeringsproces van het publiek identificatiemiddel de PIN-code heeft gewijzigd of de intrekkingscode heeft gebruikt;
- b. dat later dan zes weken na uitreiking is gedaan, nieuwe codes, tenzij de houder tijdens het activeringsproces van het publiek identificatiemiddel de PIN-code heeft gewijzigd of de intrekkingscode heeft gebruikt;
- c. dat een verzoek betreft in verband met een PIN-code die al tijdens het activeringsproces van het publieke middel is gewijzigd, na identificatie nieuwe codes, tenzij de houder de intrekkingscode heeft gebruikt.
In afwijking van het eerste en tweede lid, verzendt de Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties de codes aan de gezaghebber, indien de gezaghebber de tot uitreiking bevoegde autoriteit is. De houder kan de codes na identificatie ophalen bij de gezaghebber.
In afwijking van het eerste en tweede lid, verzendt de Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties de codes aan de burgemeester van Haarlemmermeer, indien de houder van de Nederlandse identiteitskaart in de basisadministratie van Aruba, Curaçao of Sint Maarten is ingeschreven en de aanvraag is gedaan bij de burgemeester van Haarlemmermeer op een vestiging van de Vertegenwoordiging van de Nederlandse regering bij de regeringen van Aruba, Curaçao en Sint Maarten. De houder kan de codes na identificatie ophalen bij de vestiging van de Vertegenwoordiging van de Nederlandse regering bij de regeringen van Aruba, Curaçao en Sint Maarten die wordt gemeld in een bericht daaromtrent aan de houder namens de burgemeester van Haarlemmermeer.
Hoofdstuk 5. Procedures inzake weigering en vervallenverklaring
Artikel 50. Informatie over gesignaleerde persoon
Indien de burgemeester, de gezaghebber of de Minister van Buitenlandse Zaken een aanvraag in behandeling neemt dan wel een ingehouden Nederlandse identiteitskaart ontvangt betreffende een persoon, die blijkens de in artikel 6 bedoelde administratie, in het register paspoortsignaleringen is opgenomen, verzoekt hij terstond ingevolge artikel 28, tweede lid, van de wet de Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties hem mede te delen of de desbetreffende persoon nog steeds in het register paspoortsignaleringen is opgenomen.
Indien de burgemeester, de gezaghebber of de Minister van Buitenlandse Zaken ingevolge artikel 28, derde lid, van de wet de in het register paspoortsignaleringen opgenomen gegevens van een persoon wenst te ontvangen, doet hij daartoe een verzoek aan de Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties. Dit verzoek kan ook tegelijkertijd met het in het eerste lid bedoelde verzoek worden gedaan.
Artikel 51. Kennisgevingen van beslissing ex artikel 28, tweede lid, van de wet
De burgemeester, de gezaghebber of de Minister van Buitenlandse Zaken geeft de Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties met gebruikmaking van het daartoe door de Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties beschikbaar gestelde formulier kennis van zijn beslissing, bedoeld in artikel 28, tweede lid, van de wet.
Hoofdstuk 6. Mogelijke fraude of vermiste, ingenomen, ingeleverde, van rechtswege vervallen of gevonden Nederlandse identiteitskaarten
§ 1. Mogelijke fraude, vermissing of inname
Artikel 52. Melding mogelijke fraude, vermissing of inname
Indien een eerder uitgereikte Nederlandse identiteitskaart mogelijk voorwerp is van fraude, is vermist of op andere gronden dan ingevolge de wet door een daartoe bevoegde autoriteit is ingenomen, kan de houder dit gegeven overeenkomstig het tweede tot en met zesde lid, melden aan:
- a. de burgemeester van de gemeente waarvan de houder ingezetene is;
- b. een burgemeester als bedoeld in de artikelen 6, eerste lid, onderdeel a, en 9, eerste lid, onderdeel a, van het besluit, indien de houder niet in de basisregistratie personen als ingezetene is ingeschreven;
- c. de gezaghebber van een openbaar lichaam;
- d. de burgemeester van Haarlemmermeer, bedoeld in artikel 6, tweede lid, en artikel 9, tweede lid, van het besluit, indien de houder in de basisadministratie van Aruba, Curaçao of Sint Maarten is ingeschreven en de aanvraag is gedaan bij de burgemeester van Haarlemmermeer op een vestiging van de Vertegenwoordiging van de Nederlandse regering bij de regeringen van Aruba, Curaçao en Sint Maarten;
- e. een burgemeester als bedoeld in de artikelen 6, eerste lid, onderdeel b, en 9, eerste lid, onderdeel b, van het besluit, indien de houder verblijft in een penitentiaire inrichting in een in artikel 7, tweede lid, aangewezen gemeente en in de basisregistratie personen als ingezetene is ingeschreven;
- f. de Minister van Buitenlandse Zaken; of
- g. de Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties.
De melding van mogelijke fraude vindt in de in het eerste lid, onderdelen a tot en met f, bedoelde gevallen plaats door middel van een door de houder ten overstaan van de daartoe door de burgemeester, de gezaghebber of de Minister van Buitenlandse Zaken aangewezen persoon af te leggen schriftelijke verklaring, overeenkomstig het daartoe door de Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties beschikbaar gestelde formulier. Bij de melding van mogelijke fraude levert de houder zijn Nederlandse identiteitskaart in. Indien de Nederlandse identiteitskaart is vermist, wordt een melding van vermissing gedaan, bedoeld in het vierde lid.
De melding van mogelijke fraude bedoeld in het in het eerste lid, onderdeel g, vindt plaats door een elektronische verklaring overeenkomstig het daartoe door de Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties beschikbaar gestelde formulier, indien de houder op verzoek van de burgemeester van de in het eerste lid, onder a, bedoelde gemeente, heeft ingestemd met het doen van een elektronische melding. De vaststelling van de juistheid van de identiteit van de houder geschiedt door middel van DigiD op basis van ten minste een twee-factoren-authenticatie, dan wel een andere en minstens even betrouwbare authenticatiemethode. De houder levert de Nederlandse identiteitskaart zo spoedig mogelijk in bij de burgemeester, bedoeld in het eerste lid, onder a, b, d of e, de gezaghebber, bedoeld in het eerste lid, onder c, dan wel bij de daartoe door de Minister van Buitenlandse Zaken aangewezen persoon.
De melding van een vermissing vindt in de in het eerste lid, onderdelen a tot en met f, bedoelde gevallen plaats door middel van een door de houder ten overstaan van de daartoe door de burgemeester, de gezaghebber of de Minister van Buitenlandse Zaken aangewezen persoon af te leggen schriftelijke verklaring, overeenkomstig het daartoe door de Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties beschikbaar gestelde dienst. Indien een proces-verbaal van de politie wordt overgelegd, wordt daarvan een kopie gemaakt die aan de schriftelijke verklaring omtrent de vermissing wordt toegevoegd. De melding van een vermissing aan een burgemeester of de Minister van Buitenlandse Zaken kan tevens elektronisch geschieden, overeenkomstig het daartoe door de Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties beschikbaar gestelde dienst, indien de burgemeester respectievelijk de Minister van Buitenlandse Zaken deze weg beschikbaar heeft gesteld. Bij een elektronische melding geschiedt de vaststelling van de juistheid van de identiteit van de houder door middel van DigiD op basis van ten minste een twee-factoren-authenticatie, dan wel een ander en minstens even betrouwbare authenticatiemethode.
De melding van een vermissing bedoeld in het eerste lid, onderdeel g, vindt plaats door een elektronische verklaring, overeenkomstig het daartoe door de Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties beschikbaar gestelde dienst, indien de houder op verzoek van de burgemeester van de in het eerste lid, onder a, bedoelde gemeente, heeft ingestemd met het doen van een elektronische melding. De vaststelling van de identiteit van de houder geschiedt door middel van DigiD op basis van ten minste een twee-factoren-authenticatie, dan wel een andere en minstens even betrouwbare authenticatiemethode.
De melding van de inname van een uitgereikte Nederlandse identiteitskaart op andere gronden dan ingevolge de wet door een daartoe bevoegde autoriteit vindt plaats door middel van het overleggen van een door de desbetreffende autoriteit afgegeven schriftelijke verklaring omtrent de inname, aan de daartoe door de burgemeester, de gezaghebber of de Minister van Buitenlandse Zaken aangewezen persoon. De daartoe aangewezen persoon maakt een kopie van deze verklaring.
De schriftelijke verklaring omtrent mogelijke fraude, bedoeld in het tweede lid, de schriftelijke of elektronische verklaring omtrent de vermissing, bedoeld in het vierde lid, dan wel de kopie van de schriftelijke verklaring die omtrent de inname is overgelegd, bedoeld in het zesde lid, wordt bewaard in de Nederlandse-identiteitskaartenadministratie in de gemeente, in het openbaar lichaam of van het Ministerie van Buitenlandse Zaken, al naar gelang waar de in het eerste lid bedoelde melding is gedaan.
Mogelijke fraude, vermissing of inname op andere gronden dan ingevolge de wet door een daartoe bevoegde autoriteit van een uitgereikte Nederlandse identiteitskaart wordt terstond opgenomen in de basisadministratie waarin de houder als ingezetene is ingeschreven, waarbij een inname en mogelijke fraude worden opgenomen als een inhouding.
Artikel 53. Melding mogelijke fraude of vermissing voor register vermiste of vervallen reisdocumenten
Met het oog op vermelding daarvan in het register vermiste of vervallen reisdocumenten, wordt door de burgemeester, de gezaghebber of de Minister van Buitenlandse Zaken van mogelijke fraude terstond melding gedaan aan de Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties, met gebruikmaking van het daartoe door de Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties beschikbaar gestelde dienst.
Met het oog op vermelding daarvan in het register vermiste of vervallen reisdocumenten, wordt door de burgemeester of de gezaghebber van een vermissing terstond melding gedaan aan de Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties door middel van verstrekking van dit gegeven uit de basisregistratie personen. Indien de melding wordt gedaan door of namens de gezaghebber van een openbaar lichaam, door de burgemeester, bedoeld in de artikelen 6, eerste lid, onderdeel a, en 9, eerste lid, onderdeel a, van het besluit of de burgemeester van Haarlemmermeer, bedoeld in artikel 6, tweede lid, en artikel 6, tweede lid, van het besluit, wordt dit gedaan met gebruikmaking van het daartoe door de Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties beschikbaar gestelde dienst.
Artikel 54. Opgave vermissing voor register vermiste of vervallen reisdocumenten
De Minister die het aangaat kan een Nederlandse identiteitskaart als vermist opgeven bij de Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties, met het oog op de vermelding daarvan in het register vermiste of vervallen reisdocumenten, indien:
- a. de houder van de Nederlandse identiteitskaart is opgenomen in het register paspoortsignaleringen op de grond van artikel 23 van de Paspoortwet; en
- b. de Minister die het aangaat het gegronde vermoeden heeft dat de houder de feitelijke beschikking over zijn Nederlandse identiteitskaart buiten het Koninkrijk heeft overgedragen aan een derde, anders dan door of ten behoeve van handelingen van een daartoe bevoegde autoriteit.
De Minister die het aangaat geeft de Nederlandse identiteitskaart als vermist op met gebruikmaking van de daartoe door de Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties beschikbaar gestelde dienst.
§ 2. Doorzending ingehouden Nederlandse identiteitskaarten
Artikel 55. Doorzending door plaatselijke politie
Onverminderd het tweede lid, worden ingehouden of ingeleverde Nederlandse identiteitskaarten, die niet strafrechtelijk in beslag zijn genomen, door de plaatselijke politie met een begeleidende brief per aangetekende post gezonden aan:
- a. de burgemeester van de gemeente of de gezaghebber van het openbaar lichaam waarvan de houder ingezetene is, dan wel
- b. de burgemeester of de gezaghebber ter plaatse, indien niet bekend is van welke gemeente of welk openbaar lichaam de houder ingezetene is.
Indien de Nederlandse identiteitskaart op grond van een daartoe strekkende vermelding in het opsporingsregister is ingehouden, wordt terstond contact opgenomen met de Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties ten einde te vernemen aan welke autoriteit de Nederlandse identiteitskaart moet worden doorgezonden.
Bij inhouding of inlevering wordt aan de betrokken persoon een ontvangstbewijs verstrekt.
De in het eerste lid bedoelde begeleidende brief vermeldt de volgende gegevens:
- a. geslachtsnaam, voornamen, geboortedatum, geboorteplaats en woonplaats van de houder;
- b. het nummer van de Nederlandse identiteitskaart;
- c. de autoriteit die de Nederlandse identiteitskaart heeft verstrekt en het einde van de geldigheidsduur;
- d. de datum en de reden van inhouding of inlevering van de Nederlandse identiteitskaart.
Gevonden Nederlandse identiteitskaarten worden met een opgave van de documentnummers ingeleverd bij de in het eerste lid genoemde autoriteiten.
Artikel 56. Doorzending door het Ministerie van Buitenlandse Zaken
De Minister van Buitenlandse Zaken zendt indien deze niet bevoegd is een door hem ingehouden, bij hem ingeleverd, door hem ontvangen of aan hem toegezonden Nederlandse identiteitskaart definitief aan het verkeer te onttrekken, de desbetreffende Nederlandse identiteitskaart terstond door aan de autoriteit die daartoe wel bevoegd is.
§ 3. Melding van rechtswege vervallen Nederlandse identiteitskaarten aan register paspoortsignaleringen en register vermiste of vervallen identiteitskaarten
Artikel 57. Mededelingen vermelding en verwijdering vermelding
De in artikel 12, eerste en tweede lid, van het besluit bedoelde mededeling in verband met vermelding in het register paspoortsignaleringen of verwijdering daarvan geschiedt met gebruikmaking van het daartoe door de Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties beschikbaar gestelde formulier.
Van het van rechtswege vervallen van een Nederlandse identiteitskaart ingevolge artikel 30, eerste lid, onderdelen a, c, d of f van de wet, wordt door de burgemeester, de gezaghebber of de Minister van Buitenlandse Zaken, met het oog op de vermelding daarvan in het register vermiste of vervallen reisdocumenten, terstond melding gedaan aan de Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties door verstrekking van dit gegeven uit de basisadministratie, dan wel met gebruikmaking van het daartoe door de Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties beschikbaar gestelde formulier indien verstrekking van dit gegeven uit de basisadministratie niet mogelijk is.
Van het van rechtswege vervallen van een Nederlandse identiteitskaart ingevolge artikel 30, eerste lid, onderdeel g, van de wet wordt, met het oog op de vermelding daarvan in het register vermiste of vervallen reisdocumenten, terstond melding gedaan aan de Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties door de Minister die het aangaat.
Hoofdstuk 7. Definitieve onttrekking van Nederlandse identiteitskaarten
§ 1. Definitieve onttrekking aan het verkeer
Artikel 58. Redenen en wijze onttrekking
Het deugdelijk vernietigen van een Nederlandse identiteitskaart die definitief aan het verkeer wordt onttrokken, geschiedt door de Nederlandse identiteitskaart op gecontroleerde wijze te verbranden of te versnipperen, zodat reconstructie van de Nederlandse identiteitskaart niet meer mogelijk is.
Op verzoek van de houder wordt diens nationaal paspoort, Nederlandse identiteitskaart, faciliteitenpaspoort, tweede paspoort, reisdocument voor vluchtelingen of reisdocument voor vreemdelingen, na inlevering, definitief aan het verkeer onttrokken door het document onbruikbaar gemaakt aan hem terug te geven.
Een uitsluitend wegens het verstrijken van de geldigheidsduur bij de uitreiking van een noodpaspoort bij de Commandant van de Koninklijke Marechaussee ingeleverde Nederlandse identiteitskaart wordt door de commandant definitief aan het verkeer onttrokken door het onbruikbaar te maken en aan de houder terug te geven.
Het onbruikbaar maken geschiedt door het aanbrengen van drie ponsgaten, elk van ten minste 12 mm, door de gehele identiteitskaart op zodanige wijze dat elk in de Nederlandse identiteitskaart aangebrachte kinegram gedeeltelijk en de aangebrachte chip geheel onbruikbaar worden gemaakt. De burgemeester of de gezaghebber controleert voordat de Nederlandse identiteitskaart wordt teruggegeven aan de houder of de chip onbruikbaar is.
Een Nederlandse identiteitskaart die ingevolge artikel 13, eerste lid, onderdeel c, van het besluit, ten gevolge van misdruk of verkeerde personalisatie is ingehouden of ingeleverd, wordt deugdelijk vernietigd overeenkomstig het eerste lid nadat het per aangetekende post, met gebruikmaking van het daartoe door de Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties beschikbaar gesteld formulier, is teruggestuurd aan de leverancier.
De in artikel 13, eerste lid, onderdeel d, van het besluit, en in het tweede lid bedoelde teruggave van een Nederlandse identiteitskaart vindt niet plaats, indien de identiteitskaart op grond van artikel 30, eerste lid, onderdelen a, e, f of g, van de wet van rechtswege is vervallen, op grond van 37, eerste lid, onderdelen b, c en e, van de wet is ingehouden, dan wel artikel 92, tweede lid, of artikel 93, eerste of tweede lid, van toepassing is.
Artikel 59. Registratie onttrekking in basisadministratie
De definitieve onttrekking van een Nederlandse identiteitskaart door de burgemeester of de gezaghebber wordt geregistreerd in de basisadministratie waarin de houder als ingezetene is ingeschreven.
§ 2. Kennisgevingen
Artikel 60. Kennisgevingen
Van de definitieve onttrekking aan het verkeer van een Nederlandse identiteitskaart, niet zijnde een gevonden Nederlandse identiteitskaart, en van de uitreiking van een Nederlandse identiteitskaart, geeft de burgemeester, een burgemeester van een gemeente genoemd in artikel 7, de gezaghebber of de Minister van Buitenlandse Zaken kennis aan:
- a. de burgemeester van de gemeente of de gezaghebber van het openbaar lichaam waarvan de houder ingezetene is; of
- b. de autoriteit in Aruba, Curaçao, of Sint Maarten, of de gezaghebber van het openbaar lichaam indien de houder van het document daar ingezetene is, of laatstelijk ingezetene was of indien het document door deze autoriteit is afgegeven; of
- c. de Minister van Binnenlandse Zaken indien onderdeel a niet van toepassing is en de houder als niet-ingezetene is geregistreerd in de basisadministratie.
In afwijking van het eerste lid, geeft de burgemeester van Haarlemmermeer kennis van de definitieve onttrekking aan het verkeer van een Nederlandse identiteitskaart en van de uitreiking van een Nederlandse identiteitskaart aan de Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties, indien de houder in de basisadministratie van Aruba, Curaçao of Sint Maarten is ingeschreven en de aanvraag is gedaan bij de burgemeester van Haarlemmermeer op een vestiging van de Vertegenwoordiging van de Nederlandse regering bij de regeringen van Aruba, Curaçao en Sint Maarten.
§ 3. Definitief aan het verkeer onttrokken Nederlandse identiteitskaarten
Artikel 61. Registratie
De Minister van Buitenlandse Zaken registreert de onderstaande feiten in de Nederlandse-identiteitskaartenadministratie, bedoeld in artikel 62, wanneer deze:
- a. een door hem verstrekte Nederlandse identiteitskaart definitief aan het verkeer onttrekt, dan wel
- b. door middel van het daartoe door de Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties beschikbaar gestelde dienst in kennis wordt gesteld van de definitieve onttrekking aan het verkeer van een door hem verstrekte Nederlandse identiteitskaart en de uitreiking van een nieuwe Nederlandse identiteitskaart.
Hoofdstuk 8. Nederlandse-identiteitskaartenadministratie
Artikel 62. Opgenomen gegevens, raadpleegbaarheid en bewaartermijn
Van elke verstrekte Nederlandse identiteitskaart wordt een administratie bijgehouden.
De in het eerste lid bedoelde Nederlandse-identiteitskaartenadministratie wordt bijgehouden in het reisdocumentenstation, voor zover het de daarin overeenkomstig de artikelen 24 en 46 opgenomen gegevens betreft.
De raadpleging van dit document komt niet in de plaats van het lezen van het oorspronkelijke Staatsblad of de Staatscourant. Wij aanvaarden geen aansprakelijkheid voor eventuele onnauwkeurigheden die voortvloeien uit de omzetting van het origineel naar dit formaat.
Deze tekst wordt gepubliceerd onder de eigen hergebruiksvoorwaarden van BWB, niet onder een licentie van Legalize of van het publieke domein.
BWB
CC0 1.0 Universeel (publiek domein)