Verdrag betreffende de status van staatlozen
PRÉAMBULE
De Hoge Verdragsluitende Partijen,
Overwegende, dat het Handvest van de Verenigde Naties en de op 10 december 1948 door de Algemene Vergadering goedgekeurde Universele Verklaring van de Rechten van de Mens het beginsel hebben bevestigd, dat de menselijke wezens, zonder onderscheid, de fundamentele rechten van de mens en vrijheden dienen te genieten,
Overwegende, dat de Verenigde Naties bij verschillende gelegenheden blijk hebben gegeven van haar grote bezorgdheid voor de staatlozen en er naar gestreefd hebben de uitoefening van deze fundamentele rechten en vrijheden door de staatlozen in de grootst mogelijke mate te verzekeren,
Overwegende, dat alleen op die staatlozen die tevens vluchtelingen zijn van toepassing is het Verdrag betreffende de status van vluchtelingen van 28 juli 1951, en dat er vele staatlozen zijn op wie dat Verdrag niet toepasselijk is,
Overwegende, dat het wenselijk is, de status van staatlozen door middel van een internationale overeenkomst te regelen en te verbeteren,
Zijn het volgende overeengekomen:
HOOFDSTUK I. Algemene bepalingen
Artikel 1. Definitie van de term „staatloze”
Voor de toepassing van dit Verdrag geldt als „staatloze” een persoon die door geen enkele Staat, krachtens diens wetgeving, als onderdaan wordt beschouwd.
Dit Verdrag is niet van toepassing:
- (I). op personen die thans bescherming of bijstand genieten van andere organen of instellingen van de Verenigde Naties dan van de Hoge Commissaris van de Verenigde Naties voor de Vluchtelingen, zolang zij die bescherming of bijstand genieten;
- (II). op personen die door de bevoegde autoriteiten van het land waarin zij zich hebben gevestigd, beschouwd worden de rechten en verplichtingen te hebben, aan het bezit van de nationaliteit van dat land verbonden;
- (III). op personen ten aanzien van wie er ernstige redenen zijn om te veronderstellen dat:
- (a). zij een misdrijf tegen de vrede, een oorlogsmisdrijf of een misdrijf tegen de menselijkheid hebben begaan, zoals omschreven in de internationale overeenkomsten welke zijn opgesteld om bepalingen met betrekking tot deze misdrijven in het leven te roepen;
- (b). zij een ernstig, niet-politiek misdrijf hebben begaan buiten het land hunner vestiging, voordat zij tot dit land werden toegelaten;
- (c). zij zich schuldig hebben gemaakt aan handelingen welke in strijd zijn met de doelstellingen en beginselen van de Verenigde Naties.
Artikel 2. Algemene verplichtingen
Elke staatloze heeft plichten tegenover het land waarin hij zich bevindt. Deze plichten brengen in het bijzonder mede, dat de staatloze zich houdt zowel aan de wetten en voorschriften als aan de maatregelen, genomen voor de handhaving van de openbare orde.
Artikel 3. Non-discriminatie
De Verdragsluitende Staten zullen zonder onderscheid naar ras, godsdienst of land van herkomst de bepalingen van dit Verdrag op staatlozen toepassen.
Artikel 4. Godsdienst
De Verdragsluitende Staten zullen de staatlozen op hun grondgebied ten minste even gunstig behandelen als hun onderdanen, wat betreft de vrijheid tot uitoefening van hun godsdienst en de vrijheid ten aanzien van de godsdienstige opvoeding van hun kinderen.
Artikel 5. Rechten onafhankelijk van dit Verdrag verleend
Geen der bepalingen van dit Verdrag maakt inbreuk op de rechten en voordelen, welke door een Verdragsluitende Staat onafhankelijk van dit Verdrag aan staatlozen zijn verleend.
Artikel 6. De term „onder dezelfde omstandigheden”
Voor de toepassing van dit Verdrag houdt de term „onder dezelfde omstandigheden” in, dat een staatloze voor de uitoefening van een recht moet voldoen aan alle eisen (waaronder begrepen die betreffende de duur van en de voorwaarden voor tijdelijk verblijf of vestiging) waaraan hij zou moeten voldoen indien hij geen staatloze was, met uitzondering van de eisen waaraan, wegens hun aard, een staatloze niet kan voldoen.
Artikel 7. Vrijstelling van de voorwaarde van wederkerigheid
Behoudens de gevallen dat dit Verdrag gunstiger bepalingen bevat, zal een Verdragsluitende Staat staatlozen op dezelfde wijze behandelen als vreemdelingen in het algemeen.
Na een driejarig verblijf genieten alle staatlozen vrijstelling van de voorwaarde van wettelijke wederkerigheid op het grondgebied van de Verdragsluitende Staten.
Elke Verdragsluitende Staat zal aan staatlozen de rechten en voordelen blijven toekennen waarop dezen, bij het ontbreken van de voorwaarde van wederkerigheid, reeds recht hadden op de datum van inwerkingtreding van dit Verdrag voor die Staat.
De Verdragsluitende Staten zullen in welwillende overweging nemen om aan staatlozen, bij het ontbreken van de voorwaarde van wederkerigheid, rechten en voordelen te verlenen buiten die waarop zij krachtens de leden 2 en 3 aanspraak kunnen maken, alsmede om de vrijstelling van de voorwaarde van wederkerigheid uit te strekken tot staatlozen die niet aan de in de leden 2 en 3 bedoelde voorwaarden voldoen.
De bepalingen van de leden 2 en 3 zijn zowel van toepassing op de rechten en voordelen, bedoeld in de artikelen 13, 18, 19, 21 en 22 van dit Verdrag, als op de rechten en voordelen, waarin dit Verdrag niet voorziet.
Artikel 8. Vrijstelling van buitengewone maatregelen
De Verdragsluitende Staten zullen de buitengewone maatregelen welke kunnen worden genomen tegen de persoon, de goederen of de belangen van onderdanen of vroegere onderdanen van een vreemde Staat, niet op een staatloze toepassen enkel op grond van het feit, dat hij vroeger de nationaliteit van de betreffende vreemde Staat heeft bezeten. De Verdragsluitende Staten die krachtens hun wetgeving niet het in dit artikel neergelegde algemene beginsel kunnen toepassen, zullen in de daarvoor in aanmerking komende gevallen vrijstelling ten gunste van zodanige staatlozen verlenen.
Artikel 9. Voorlopige maatregelen
Geen der bepalingen in dit Verdrag vormt een belemmering voor een Verdragsluitende Staat om, in tijd van oorlog of andere ernstige en buitengewone omstandigheden, ten aanzien van een bepaald persoon de voorlopige maatregelen te nemen, welke deze Staat noodzakelijk acht voor zijn nationale veiligheid, in afwachting van de vaststelling door de Verdragsluitende Staat, dat die persoon werkelijk een staatloze is en dat de handhaving van die maatregelen te zijnen aanzien noodzakelijk is in het belang van de nationale veiligheid.
Artikel 10. Ononderbroken verblijf
Wanneer een staatloze gedurende de Tweede Wereldoorlog is gedeporteerd en overgebracht naar het grondgebied van een Verdragsluitende Staat en aldaar verblijf, wordt de periode van een zodanig gedwongen tijdelijk verblijf beschouwd als rechtmatig verblijf op dat grondgebied.
Wanneer een staatloze gedurende de Tweede Wereldoorlog is gedeporteerd uit het grondgebied van een Verdragsluitende Staat en vóór de datum van inwerkingtreding van dit Verdrag daarheen is teruggekeerd teneinde aldaar te verblijven, wordt de periode van verblijf vóór en na deze gedwongen verplaatsing, voor alle doeleinden waarvoor ononderbroken verblijf is vereist, beschouwd als één enkele ononderbroken periode.
Artikel 11. Staatloze zeelieden
Indien staatlozen geregeld als schepeling dienst doen aan boord van een schip dat de vlag voert van een Verdragsluitende Staat, zal die Staat in welwillende overweging nemen om hun toe te staan zich op zijn grondgebied te vestigen en om hun reisdocumenten te verstrekken of hen tijdelijk toe te laten op zijn grondgebied, in het bijzonder teneinde hun vestiging in een ander land te vergemakkelijken.
HOOFDSTUK II. Juridische status
Artikel 12. Persoonlijke staat
De persoonlijke staat van een staatloze wordt beheerst door de wet van het land van zijn woonplaats, of, indien hij geen woonplaats heeft, van het land van zijn verblijf.
De rechten welke de staatloze vroeger heeft verkregen en welke uit de persoonlijke staat voortvloeien, in het bijzonder de rechten voortvloeiende uit het huwelijk, zullen door een Verdragsluitende Staat worden geëerbiedigd, behoudens dat, zo nodig, de staatloze de door de wet van die Staat vereiste formaliteiten moet vervullen. Deze bepaling is alleen van toepassing op rechten welke door de wet van die Staat zouden zijn erkend indien de betrokkene niet staatloos was geworden.
Artikel 13. Roerende en onroerende goederen
De Verdragsluitende Staten zullen een staatloze zo gunstig mogelijk behandelen en in elk geval niet minder gunstig dan vreemdelingen in het algemeen onder dezelfde omstandigheden, wat betreft het verkrijgen van roerende en onroerende goederen en andere daarop betrekking hebbende rechten, alsmede huur en andere overeenkomsten betreffende roerende en onroerende goederen.
Artikel 14. Auteursrechten en industriële eigendom
Wat betreft de bescherming van de industriële eigendom, zoals uitvindingen, ontwerpen en modellen, handelsmerken, handelsnamen en de rechten op werken van letterkunde, kunst en wetenschap, geniet een staatloze in het land waar hij zijn gewone verblijfplaats heeft, dezelfde bescherming als de onderdanen van dat land. Op het grondgebied van elke andere Verdragsluitende Staat geniet hij dezelfde bescherming als op dat grondgebied wordt verleend aan de onderdanen van het land waar hij zijn gewone verblijfplaats heeft.
Artikel 15. Recht van vereniging
Wat betreft niet-politieke verenigingen, verenigingen zonder het oogmerk om winst te maken en vakverenigingen, zullen de Verdragsluitende Staten de rechtmatig op hun grondgebied verblijvende staatlozen zo gunstig mogelijk behandelen en in elk geval niet minder gunstig dan vreemdelingen in het algemeen onder dezelfde omstandigheden.
Artikel 16. Rechtsingang
Een staatloze heeft het genot van rechtsingang op het grondgebied van alle Verdragsluitende Staten.
Een staatloze geniet in de Verdragsluitende Staat waar hij zijn gewone verblijfplaats heeft, dezelfde behandeling als een onderdaan, wat betreft rechtsingang, waaronder begrepen rechtsbijstand en vrijstelling van de cautio judicatum solvi.
In andere Verdragsluitende Staten dan die waar hij zijn gewone verblijfplaats heeft, geniet een staatloze, wat betreft de in lid 2 bedoelde aangelegenheden, dezelfde behandeling als een onderdaan van het land waar hij zijn gewone verblijfplaats heeft.
HOOFDSTUK III. Winstgevende arbeid
Artikel 17. Loonarbeid
De Verdragsluitende Staten zullen de rechtmatig op hun grondgebied verblijvende staatlozen zo gunstig mogelijk behandelen en in elk geval niet minder gunstig dan vreemdelingen in het algemeen onder dezelfde omstandigheden, wat betreft het recht om loonarbeid te verrichten.
De Verdragsluitende Staten zullen in welwillende overweging nemen, de rechten van alle staatlozen met betrekking tot loonarbeid gelijk te stellen met die van hun onderdanen, en in het bijzonder van die staatlozen die hun grondgebied zijn binnengekomen ingevolge programma's van aanwerving van arbeidskrachten of ingevolge immigratieplannen.
Artikel 18. Zelfstandige beroepen
De Verdragsluitende Staten zullen een rechtmatig op hun grondgebied verblijvende staatloze zo gunstig mogelijk behandelen en in elk geval niet minder gunstig dan vreemdelingen in het algemeen onder dezelfde omstandigheden, wat betreft het recht om voor eigen rekening in landbouw, industrie, ambacht en handel werkzaam te zijn en commerciële of industriële vennootschappen op te richten.
Artikel 19. Vrije beroepen
Elke Verdragsluitende Staat zal de rechtmatig op zijn grondgebied verblijvende staatlozen die houders zijn van diploma's welke door de bevoegde autoriteiten van die Staat worden erkend, en die een vrij beroep wensen uit te oefenen, zo gunstig mogelijk behandelen en in elk geval niet minder gunstig dan vreemdelingen in het algemeen onder dezelfde omstandigheden.
HOOFDSTUK IV. Welzijn
Artikel 20. Distributie
Wanneer een distributie-stelsel bestaat, dat op de gehele bevolking van toepassing is en de algemene verdeling van schaarse goederen regelt, zullen de staatlozen op dezelfde wijze worden behandeld als de onderdanen.
Artikel 21. Huisvesting
Wat de huisvesting betreft, zullen de Verdragsluitende Staten, voor zover deze aangelegenheid geregeld is bij de wet of door voorschriften dan wel onderworpen is aan overheidstoezicht, de rechtmatig op hun grondgebied verblijvende staatlozen zo gunstig mogelijk behandelen en in elk geval niet minder gunstig dan vreemdelingen in het algemeen onder dezelfde omstandigheden.
Artikel 22. Openbaar onderwijs
De Verdragsluitende Staten zullen, wat het lager onderwijs betreft, de staatlozen op dezelfde wijze behandelen als de onderdanen.
De Verdragsluitende Staten zullen de staatlozen zo gunstig mogelijk behandelen en in elk geval niet minder gunstig dan vreemdelingen in het algemeen onder dezelfde omstandigheden, wat betreft andere categorieën van onderwijs dan lager onderwijs en, in het bijzonder, wat betreft de toelating tot de studie, de erkenning van buitenlandse schoolcertificaten, universitaire diploma's en graden, de vermindering van studiegelden en de' toekenning van beurzen.
Artikel 23. Ondersteuning van overheidswege
De Verdragsluitende Staten zullen de rechtmatig op hun grondgebied verblijvende staatlozen, wat de ondersteuning en bijstand van overheidswege ter voorziening in het levensonderhoud betreft, op dezelfde wijze als hun onderdanen behandelen.
Artikel 24. Arbeidswetgeving en sociale zekerheid
De Verdragsluitende Staten zullen de rechtmatig op hun grondgebied verblijvende staatlozen op dezelfde wijze behandelen als de onderdanen, wat de volgende aangelegenheden betreft:
- (a). Voor zover deze aangelegenheden zijn geregeld bij de wet of door voorschriften dan wel onderworpen zijn aan overheidstoezicht: beloning, met inbegrip van gezinsuitkeringen welke daarvan deel uitmaken, werktijden, overwerk, betaald verlof, beperking van huisarbeid, minimum-leeftijd voor arbeid in loondienst, leerlingenstelsel en vakopleiding, arbeid van vrouwen en jeugdige personen, en aanspraken uit collectieve arbeidsovereenkomsten;
- (b). Sociale zekerheid (wettelijke voorschriften betreffende arbeidsongevallen, beroepsziekten, moederschap, ziekte, invaliditeit, ouderdom, overlijden, werkloosheid, gezinslasten en elk ander risico dat, overeenkomstig de nationale wetgeving, valt onder een stelsel van sociale zekerheid), behoudens:
- (I). Passende regelingen voor de handhaving van verkregen rechten en van rechten welker verkrijging een aanvang heeft genomen;
- (II). Bijzondere, door de nationale wetgeving van het land van verblijf voorgeschreven regelingen betreffende uitkeringen of gedeeltelijke uitkeringen, geheel betaalbaar uit openbare geldmiddelen, alsmede uitkeringen, gedaan aan hen die niet voldoen aan de voor de toekenning van een normale uitkering gestelde voorwaarden inzake bijdragen.
Het recht op schadeloosstelling wegens het overlijden van een staatloze, veroorzaakt door een arbeidsongeval of een beroepsziekte, wordt niet aangetast door het feit, dat de rechthebbende buiten het grondgebied van de Verdragsluitende Staat is gevestigd.
De Verdragsluitende Staten zullen de voordelen van tussen hen gesloten of nog te sluiten overeenkomsten betreffende de handhaving van verkregen rechten of van rechten welker verkrijging een aanvang heeft genomen op het gebied van sociale zekerheid, uitstrekken tot staatlozen, voor zover dezen voldoen aan de voorwaarden, gesteld aan de onderdanen van de Staten die partij zijn bij de overeenkomsten in kwestie.
De Verdragsluitende Staten zullen in welwillende overweging nemen om, voor zover mogelijk, de voordelen van soortgelijke overeenkomsten welke van kracht zijn of zullen worden tussen deze Verdragsluitende Staten en niet-Verdragsluitende Staten, uit te strekken tot staatlozen.
HOOFDSTUK V. Administratieve maatregelen
Artikel 25. Administratieve bijstand
Wanneer de uitoefening van een recht door een staatloze normaal de medewerking zou vereisen van buitenlandse autoriteiten op wie hij geen beroep kan doen, zullen de Verdragsluitende Staten op wier grondgebied hij verblijft, zorg dragen, dat zodanige medewerking hem wordt verleend door hun eigen autoriteiten.
De in lid 1 bedoelde autoriteit of autoriteiten zullen aan staatlozen de documenten of verklaringen verstrekken of onder haar toezicht doen verstrekken, welke normaal aan vreemdelingen zouden worden verstrekt door of door tussenkomst van hun nationale autoriteiten.
De raadpleging van dit document komt niet in de plaats van het lezen van het oorspronkelijke Staatsblad of de Staatscourant. Wij aanvaarden geen aansprakelijkheid voor eventuele onnauwkeurigheden die voortvloeien uit de omzetting van het origineel naar dit formaat.