Enkelvoudig Verdrag inzake verdovende middelen, 1961, zoals gewijzigd door het Protocol tot wijziging van het Enkelvoudige Verdrag inzake verdovende middelen, 1961

Type Verdrag
Publication 2025-06-09
State In force
Source BWB
Wijzigingsgeschiedenis JSON API

Preambule

De Partijen,

Bezorgd om de gezondheid en het welzijn der mensheid,

Erkennende, dat het geneeskundig gebruik van verdovende middelen onmisbaar blijft voor het verzachten van pijn en lijden en dat voldoende maatregelen moeten worden genomen om te verzekeren, dat verdovende middelen voor die doeleinden beschikbaar zijn,

Erkennende, dat verslaving aan verdovende middelen een ernstig kwaad vormt voor de mens persoonlijk en vele sociale en economische gevaren met zich medebrengt voor de mensheid,

Zich bewust van hun plicht om dit kwaad te voorkomen en te bestrijden,

Overwegende, dat doeltreffende maatregelen tegen het misbruik van verdovende middelen een gecoördineerd en wereldomspannend optreden vereisen,

Beseffende, dat een dergelijk wereldomspannend optreden internationale samenwerking nodig maakt, die geleid wordt door dezelfde beginselen en gericht is op gemeenschappelijke doelstellingen,

Erkennende, dat de Verenigde Naties bevoegd zijn op het gebied van het toezicht op verdovende middelen en verlangende te bewerkstelligen, dat de desbetreffende internationale organen binnen het kader van die Organisatie worden geplaatst,

Verlangende een algemeen aanvaardbaar internationaal verdrag te sluiten ter vervanging van de bestaande verdragen inzake verdovende middelen, waarbij het gebruik van die verdovende middelen beperkt wordt tot gebruik voor geneeskundige en wetenschappelijke doeleinden en waarbij maatregelen worden genomen ter verzekering van een voortdurende internationale samenwerking en een voortdurend internationaal toezicht voor het bereiken van die doelstellingen,

Komen overeen als volgt:

Artikel 1. Definities
1.

Behalve voorzover uitdrukkelijk anders is bepaald of waar het zinsverband een andere uitleg vereist, gelden in het gehele Verdrag de volgende definities:

2.

In dit Verdrag wordt een verdovend middel als „verbruikt” beschouwd, wanneer het is geleverd aan een persoon of onderneming voor afgifte in het klein, voor geneeskundig gebruik of voor wetenschappelijk onderzoek; de uitdrukking „verbruik” wordt op overeenkomstige wijze uitgelegd.

Artikel 2. Stoffen onder toezicht
1.

Behalve wat betreft maatregelen van toezicht die beperkt zijn tot bepaalde verdovende middelen, zijn de verdovende middelen van Lijst I onderworpen aan alle maatregelen van toezicht die van toepassing zijn op verdovende middelen die onder dit Verdrag vallen en, in het bijzonder, aan die maatregelen die zijn vervat in de artikelen 4 (c ), 19, 20, 21, 29, 30, 31, 32, 33, 34 en 37.

2.

De verdovende middelen van Lijst II zijn onderworpen aan dezelfde maatregelen van toezicht als de verdovende middelen van Lijst I, met uitzondering van de maatregelen voorgeschreven in artikel 30, leden 2 en 5, ten aanzien van de kleinhandel.

3.

Andere preparaten dan die van Lijst III zijn onderworpen aan dezelfde maatregelen van toezicht als de verdovende middelen die zij bevatten, doch ramingen (artikel 19) en statistieken (artikel 20) die geen betrekking hebben op deze verdovende middelen zijn niet vereist, indien het dergelijke preparaten betreft; de bepalingen van artikel 29, lid 2 (c ), en artikel 30, lid 1 (b ) (ii), zijn dan niet van toepassing.

4.

De preparaten van Lijst III zijn onderworpen aan dezelfde maatregelen van toezicht als de preparaten die verdovende middelen van Lijst II bevatten, met dien verstande dat artikel 31, eerste lid, letter (b) en de leden 3 tot en met 15, en, wat betreft de aanschaffing en verkoop in de kleinhandel van deze preparaten, artikel 34, letter (b), niet van toepassing zijn en dat voor ramingen (artikel 19) en statistieken (artikel 20) de vereiste inlichtingen beperkt zijn tot de bij de vervaardiging van dergelijke preparaten gebruikte hoeveelheden verdovende middelen.

5.

De verdovende middelen van Lijst IV zijn tevens opgenomen in Lijst I en onderworpen aan alle maatregelen van toezicht die van toepassing zijn op de verdovende middelen van laatstgenoemde Lijst, terwijl bovendien:

6.

Behalve aan de maatregelen van toezicht die van toepassing zijn op alle verdovende middelen van Lijst I, is opium onderworpen aan de bepalingen van de artikelen 19, eerste lid, letter (f), 21 bis, 23 en 24, cocablad aan die van de artikelen 26 en 27 en cannabis aan die van artikel 28.

7.

De papaver, de cocaplant, de cannabisplant, bolkaf en cannabisbladeren zijn onderworpen aan de maatregelen van toezicht vervat in onderscheidenlijk de artikelen 19, eerste lid, letter (e), 20, eerste lid, letter (g), 21 bis, en 22 tot en met 24; 22, 26 en 27; 22 en 28; 25; en 28.

8.

Partijen zullen alles in het werk stellen om op stoffen die niet onder dit Verdrag vallen doch die gebruikt kunnen worden bij de klandestiene vervaardiging van verdovende middelen, alle uitvoerbare maatregelen van toezicht toe te passen.

9.

Partijen zijn niet verplicht de bepalingen van dit Verdrag toe te passen op verdovende middelen die gewoonlijk in de industrie worden gebruikt voor niet-geneeskundige of niet-wetenschappelijke doeleinden, op voorwaarde dat:

Artikel 3. Wijzigingen in de omvang van het toezicht
1.

Indien een Partij of de Wereldgezondheidsorganisatie over inlichtingen beschikt,die naar haar mening een wijziging van één der Lijsten noodzakelijk maken, doet zij daarvan mededeling aan de Secretaris-Generaal en verschaft hem alle inlichtingen ter ondersteuning van deze mededeling.

2.

De Secretaris-Generaal geeft een dergelijke mededeling, alsmede alle inlichtingen die naar zijn mening terzake dienende zijn, door aan Partijen, aan de Commissie en, indien de mededeling wordt gedaan door een Partij, aan de Wereldgezondheidsorganisatie.

3.

Indien een mededeling betrekking heeft op een stof die niet reeds is vermeld in Lijst I of Lijst II,

4.

Indien de Wereldgezondheidsorganisatie van oordeel is, dat een preparaat tengevolge van de stoffen die het bevat geen aanleiding kan geven tot misbruik en geen nadelige uitwerking kan hebben (lid 3) en dat het verdovende middel dat het bevat niet gemakkelijk kan worden teruggewonnen, kan de Commissie, in overeenstemming met de aanbeveling van de Wereldgezondheidsorganisatie, dat preparaat toevoegen aan Lijst III.

5.

Indien de Wereldgezondheidsorganisatie van oordeel is, dat een verdovend middel van Lijst I in bijzondere mate aanleiding kan geven tot misbruik en tot een nadelige uitwerking (lid 3) en dat daartegenover geen aanzienlijke therapeutische voordelen staan die niet behoren tot de eigenschappen van niet op Lijst IV voorkomende verdovende middelen, kan de Commissie, in overeenstemming met de aanbeveling van de Wereldgezondheidsorganisatie, dat verdovend middel in Lijst IV opnemen.

6.

Indien een mededeling betrekking heeft op een verdovend middel dat reeds is opgenomen in Lijst I of Lijst II of op een preparaat van Lijst III, kan de Commissie, behalve de in lid 5 bedoelde maatregelen, in overeenstemming met de aanbeveling van de Wereldgezondheidsorganisatie elk der Lijsten wijzigen door:

7.

Elk door de Commissie ingevolge dit artikel genomen besluit wordt door de Secretaris-Generaal medegedeeld aan alle Lid-Staten van de Verenigde Naties, aan alle Staten die geen Partij bij dit Verdrag zijn, aan de Wereldgezondheidsorganisatie en aan het Comité. Een dergelijk besluit wordt ten aanzien van elke Partij van kracht op de datum van ontvangst van een dergelijke mededeling, waarna Partijen alle maatregelen nemen, die krachtens dit Verdrag vereist zijn.

9.

Door de Commissie overeenkomstig dit artikel genomen besluiten zijn niet onderworpen aan de in artikel 7 voorziene herzieningsprocedure.

Artikel 4. Algemene verplichtingen

Partijen nemen de wetgevende en administratieve maatregelen die nodig zijn om

Artikel 5. De internationale organen van toezicht

Partijen, de bevoegdheid van de Verenigde Naties op het gebied van het internationale toezicht op verdovende middelen erkennende, komen overeen aan de Commissie voor verdovende middelen van de Economische en Sociale Raad en aan het Internationale Comité van Toezicht op verdovende middelen de werkzaamheden toe te vertrouwen, die ieder van hen krachtens dit Verdrag onderscheidenlijk zijn opgedragen.

Artikel 6. De kosten van de internationale organen van toezicht

De raadpleging van dit document komt niet in de plaats van het lezen van het oorspronkelijke Staatsblad of de Staatscourant. Wij aanvaarden geen aansprakelijkheid voor eventuele onnauwkeurigheden die voortvloeien uit de omzetting van het origineel naar dit formaat.