Enkelvoudig Verdrag inzake verdovende middelen, 1961, zoals gewijzigd door het Protocol tot wijziging van het Enkelvoudige Verdrag inzake verdovende middelen, 1961
Preambule
De Partijen,
Bezorgd om de gezondheid en het welzijn der mensheid,
Erkennende, dat het geneeskundig gebruik van verdovende middelen onmisbaar blijft voor het verzachten van pijn en lijden en dat voldoende maatregelen moeten worden genomen om te verzekeren, dat verdovende middelen voor die doeleinden beschikbaar zijn,
Erkennende, dat verslaving aan verdovende middelen een ernstig kwaad vormt voor de mens persoonlijk en vele sociale en economische gevaren met zich medebrengt voor de mensheid,
Zich bewust van hun plicht om dit kwaad te voorkomen en te bestrijden,
Overwegende, dat doeltreffende maatregelen tegen het misbruik van verdovende middelen een gecoördineerd en wereldomspannend optreden vereisen,
Beseffende, dat een dergelijk wereldomspannend optreden internationale samenwerking nodig maakt, die geleid wordt door dezelfde beginselen en gericht is op gemeenschappelijke doelstellingen,
Erkennende, dat de Verenigde Naties bevoegd zijn op het gebied van het toezicht op verdovende middelen en verlangende te bewerkstelligen, dat de desbetreffende internationale organen binnen het kader van die Organisatie worden geplaatst,
Verlangende een algemeen aanvaardbaar internationaal verdrag te sluiten ter vervanging van de bestaande verdragen inzake verdovende middelen, waarbij het gebruik van die verdovende middelen beperkt wordt tot gebruik voor geneeskundige en wetenschappelijke doeleinden en waarbij maatregelen worden genomen ter verzekering van een voortdurende internationale samenwerking en een voortdurend internationaal toezicht voor het bereiken van die doelstellingen,
Komen overeen als volgt:
Artikel 1. Definities
Behalve voorzover uitdrukkelijk anders is bepaald of waar het zinsverband een andere uitleg vereist, gelden in het gehele Verdrag de volgende definities:
- (a). „Comité” betekent het Internationale Comité van Toezicht op verdovende middelen.
- (b). „Cannabis” betekent de bloeiende of vruchtdragende toppen van de cannabisplant (met uitzondering van de zaden en bladeren indien deze niet vergezeld gaan van de toppen) waaruit de hars niet is geëxtraheerd, met welke naam ook aangeduid.
- (c). „Cannabisplant” betekent iedere plant van het geslacht Cannabis.
- (d). „Cannabishars” betekent de afgescheiden hars, ruw of gezuiverd, verkregen uit de cannabisplant.
- (e). „Cocaplant” tekent de plant van een der soorten van het geslacht Erythroxylon.
- (f). „Cocablad” betekent het blad van de cocaplant met uitzondering van een blad waaruit alle ecgonine, cocaïne en alle andere ecgonine alkaloïden zijn verwijderd.
- (g). „Commissie” betekent de Commissie voor verdovende middelen van de Raad.
- (h). „Raad” betekent de Economische en Sociale Raad van de Verenigde Naties.
- (i). „Verbouw” betekent de verbouw van papaver, cocaplant of cannabisplant.
- (j). „Verdovend middel” betekent elk der stoffen genoemd in de Lijsten I en II, hetzij natuurlijk hetzij synthetisch.
- (k). „Algemene Vergadering” betekent de Algemene Vergadering van de Verenigde Naties.
- (l). „Sluikhandel” betekent de verbouw van of de handel in verdovende middelen in strijd met de bepalingen van dit Verdrag.
- (m). „Invoer” en „uitvoer” betekenen, al naar het zinsverband, de daadwerkelijke overbrenging van verdovende middelen van de ene Staat naar de andere of, binnen dezelfde Staat, van het ene gebied naar het andere.
- (n). „Vervaardiging” betekent alle bewerkingen, met uitzondering van produktie, waarbij verdovende middelen kunnen worden verkregen, met inbegrip van zowel zuivering als omzetting van verdovende middelen in andere verdovende middelen.
- (o). „Medicinaal opium” betekent opium dat de bewerkingen heeft ondergaan die nodig zijn om het geschikt te maken voor geneeskundig gebruik.
- (p). „Opium” betekent het gestremde sap van de papaver.
- (q). Papaver” betekent de plant van de soort Papaver somniferum L.
- (r). „Bolkaf” betekent alle delen (met uitzondering van de zaden) van de papaver, na het maaien.
- (s). „Preparaat” betekent een vast of vloeibaar mengsel dat een verdovend middel bevat.
- (t). „Produktie” betekent de afscheiding van opium, cocabladeren, cannabis en cannabishars van de planten waaruit zij worden verkregen.
- (u). „Lijst I”, „Lijst II”, „Lijst III” en „Lijst IV” betekenen de overeenkomstig genummerde lijsten van verdovende middelen of preparaten, die aan dit Verdrag zijn gehecht, zoals van tijd tot tijd overeenkomstig artikel 3 gewijzigd.
- (v). „Secretaris-Generaal” betekent de Secretaris-Generaal van de Verenigde Naties.
- (w). „Bijzondere voorraden” betekent de hoeveelheid verdovende middelen die in een land of gebied wordt aangehouden door de regering van dat land of gebied voor bijzondere regeringsdoeleinden en om het hoofd te bieden aan bijzondere omstandigheden; de uitdrukking „bijzondere doeleinden” wordt op overeenkomstige wijze uitgelegd.
- (x). „Voorraden” betekent de in een land of gebied aangehouden hoeveelheden verdovende middelen die bestemd zijn voor:
- (i). verbruik in het land of gebied voor geneeskundige en wetenschappelijke doeleinden,
- (ii). gebruik in het land of gebied voor de vervaardiging van verdovende middelen en andere stoffen of
- (iii). uitvoer; doch omvat niet de in het land of gebied aangehouden hoeveelheden verdovende middelen
- (iv). door apothekers of andere daartoe gemachtigde kleinhandelaren en door instellingen of bevoegde personen die behoorlijk gemachtigd zijn tot de uitoefening van therapeutische of wetenschappelijke functies, of
- (v). als „bijzondere voorraden”.
- (y). „Gebied” betekent ieder deel van een Staat dat, wat het in artikel 31 vervatte systeem van invoercertificaten en uitvoervergunningen betreft, behandeld wordt als een afzonderlijke eenheid. Deze definitie geldt niet voor de uitdrukking „gebied” zoals deze wordt gebruikt in de artikelen 42 en 46.
In dit Verdrag wordt een verdovend middel als „verbruikt” beschouwd, wanneer het is geleverd aan een persoon of onderneming voor afgifte in het klein, voor geneeskundig gebruik of voor wetenschappelijk onderzoek; de uitdrukking „verbruik” wordt op overeenkomstige wijze uitgelegd.
Artikel 2. Stoffen onder toezicht
Behalve wat betreft maatregelen van toezicht die beperkt zijn tot bepaalde verdovende middelen, zijn de verdovende middelen van Lijst I onderworpen aan alle maatregelen van toezicht die van toepassing zijn op verdovende middelen die onder dit Verdrag vallen en, in het bijzonder, aan die maatregelen die zijn vervat in de artikelen 4 (c ), 19, 20, 21, 29, 30, 31, 32, 33, 34 en 37.
De verdovende middelen van Lijst II zijn onderworpen aan dezelfde maatregelen van toezicht als de verdovende middelen van Lijst I, met uitzondering van de maatregelen voorgeschreven in artikel 30, leden 2 en 5, ten aanzien van de kleinhandel.
Andere preparaten dan die van Lijst III zijn onderworpen aan dezelfde maatregelen van toezicht als de verdovende middelen die zij bevatten, doch ramingen (artikel 19) en statistieken (artikel 20) die geen betrekking hebben op deze verdovende middelen zijn niet vereist, indien het dergelijke preparaten betreft; de bepalingen van artikel 29, lid 2 (c ), en artikel 30, lid 1 (b ) (ii), zijn dan niet van toepassing.
De preparaten van Lijst III zijn onderworpen aan dezelfde maatregelen van toezicht als de preparaten die verdovende middelen van Lijst II bevatten, met dien verstande dat artikel 31, eerste lid, letter (b) en de leden 3 tot en met 15, en, wat betreft de aanschaffing en verkoop in de kleinhandel van deze preparaten, artikel 34, letter (b), niet van toepassing zijn en dat voor ramingen (artikel 19) en statistieken (artikel 20) de vereiste inlichtingen beperkt zijn tot de bij de vervaardiging van dergelijke preparaten gebruikte hoeveelheden verdovende middelen.
De verdovende middelen van Lijst IV zijn tevens opgenomen in Lijst I en onderworpen aan alle maatregelen van toezicht die van toepassing zijn op de verdovende middelen van laatstgenoemde Lijst, terwijl bovendien:
- (a). een Partij alle bijzondere maatregelen van toezicht neemt die naar haar mening noodzakelijk zijn in verband met de bijzonder gevaarlijke eigenschappen van een aldus opgenomen verdovend middel;
- (b). een Partij, indien zulks naar haar mening, gelet op de in haar land heersende toestanden, de meest aangewezen wijze van bescherming van de volksgezondheid en het openbaar welzijn vormt, de produktie, de vervaardiging, de uit- en invoer van, de handel in en bezit of het gebruik van een dergelijk verdovend middel verbiedt behalve voorzover het hoeveelheden betreft die uitsluitend nodig zijn voor geneeskundig en wetenschappelijk onderzoek, daaronder begrepen klinische proeven met bedoelde verdovende middelen welke moeten worden uitgevoerd onder het rechtstreekse toezicht van de Partij of aan zodanig toezicht en zodanige controle zijn onderworpen.
Behalve aan de maatregelen van toezicht die van toepassing zijn op alle verdovende middelen van Lijst I, is opium onderworpen aan de bepalingen van de artikelen 19, eerste lid, letter (f), 21 bis, 23 en 24, cocablad aan die van de artikelen 26 en 27 en cannabis aan die van artikel 28.
De papaver, de cocaplant, de cannabisplant, bolkaf en cannabisbladeren zijn onderworpen aan de maatregelen van toezicht vervat in onderscheidenlijk de artikelen 19, eerste lid, letter (e), 20, eerste lid, letter (g), 21 bis, en 22 tot en met 24; 22, 26 en 27; 22 en 28; 25; en 28.
Partijen zullen alles in het werk stellen om op stoffen die niet onder dit Verdrag vallen doch die gebruikt kunnen worden bij de klandestiene vervaardiging van verdovende middelen, alle uitvoerbare maatregelen van toezicht toe te passen.
Partijen zijn niet verplicht de bepalingen van dit Verdrag toe te passen op verdovende middelen die gewoonlijk in de industrie worden gebruikt voor niet-geneeskundige of niet-wetenschappelijke doeleinden, op voorwaarde dat:
- (a). zij door daartoe geëigende denatureringsmethoden of op andere wijze verhinderen, dat de aldus gebruikte verdovende middelen worden misbruikt of een nadelige uitwerking hebben (artikel 3, lid 3) en dat de schadelijke stoffen in de praktijk kunnen worden teruggewonnen; en
- (b). zij in de door hen verstrekte statistische gegevens (artikel 20) de hoeveelheden van elk aldus gebruikt verdovend middel vermelden.
Artikel 3. Wijzigingen in de omvang van het toezicht
Indien een Partij of de Wereldgezondheidsorganisatie over inlichtingen beschikt,die naar haar mening een wijziging van één der Lijsten noodzakelijk maken, doet zij daarvan mededeling aan de Secretaris-Generaal en verschaft hem alle inlichtingen ter ondersteuning van deze mededeling.
De Secretaris-Generaal geeft een dergelijke mededeling, alsmede alle inlichtingen die naar zijn mening terzake dienende zijn, door aan Partijen, aan de Commissie en, indien de mededeling wordt gedaan door een Partij, aan de Wereldgezondheidsorganisatie.
Indien een mededeling betrekking heeft op een stof die niet reeds is vermeld in Lijst I of Lijst II,
- (i). onderzoeken Partijen in het licht van de beschikbare gegevens de mogelijkheid van een voorlopige toepassing op de desbetreffende stof van alle op de verdovende middelen van Lijst I toepasselijke maatregelen van toezicht;
- (ii). kan de Commissie, in afwachting van haar beslissing als bedoeld in alinea (iii) van dit lid, beslissen, dat Partijen op de desbetreffende stof dienen toe te passen alle op de verdovende middelen van Lijst I toepasselijke maatregelen van toezicht. Partijen zullen die maatregelen dan voorlopig toepassen op de desbetreffende stof;
- (iii). doet de Wereldgezondheidsorganisatie, indien zij van oordeel is, dat de stof aanleiding kan geven tot een soortgelijk misbruik en een soortgelijke nadelige uitwerking als de verdovende middelen van Lijst I of Lijst II of in een verdovend middel kan worden omgezet, daarvan mededeling aan de Commissie, die, overeenkomstig de aanbeveling van de Wereldgezondheidsorganisatie, kan besluiten, dat de stof zal worden toegevoegd aan Lijst I of Lijst II.
Indien de Wereldgezondheidsorganisatie van oordeel is, dat een preparaat tengevolge van de stoffen die het bevat geen aanleiding kan geven tot misbruik en geen nadelige uitwerking kan hebben (lid 3) en dat het verdovende middel dat het bevat niet gemakkelijk kan worden teruggewonnen, kan de Commissie, in overeenstemming met de aanbeveling van de Wereldgezondheidsorganisatie, dat preparaat toevoegen aan Lijst III.
Indien de Wereldgezondheidsorganisatie van oordeel is, dat een verdovend middel van Lijst I in bijzondere mate aanleiding kan geven tot misbruik en tot een nadelige uitwerking (lid 3) en dat daartegenover geen aanzienlijke therapeutische voordelen staan die niet behoren tot de eigenschappen van niet op Lijst IV voorkomende verdovende middelen, kan de Commissie, in overeenstemming met de aanbeveling van de Wereldgezondheidsorganisatie, dat verdovend middel in Lijst IV opnemen.
Indien een mededeling betrekking heeft op een verdovend middel dat reeds is opgenomen in Lijst I of Lijst II of op een preparaat van Lijst III, kan de Commissie, behalve de in lid 5 bedoelde maatregelen, in overeenstemming met de aanbeveling van de Wereldgezondheidsorganisatie elk der Lijsten wijzigen door:
- (a). een verdovend middel over te brengen van Lijst I naar Lijst II of van Lijst II naar Lijst I, of door
- (b). een verdovend middel of een preparaat, al naar het geval zich voordoet, van een Lijst af te voeren.
Elk door de Commissie ingevolge dit artikel genomen besluit wordt door de Secretaris-Generaal medegedeeld aan alle Lid-Staten van de Verenigde Naties, aan alle Staten die geen Partij bij dit Verdrag zijn, aan de Wereldgezondheidsorganisatie en aan het Comité. Een dergelijk besluit wordt ten aanzien van elke Partij van kracht op de datum van ontvangst van een dergelijke mededeling, waarna Partijen alle maatregelen nemen, die krachtens dit Verdrag vereist zijn.
- (a). De besluiten van de Commissie tot wijziging van de Lijsten kunnen op verzoek van een Partij door de Raad aan een hernieuwd onderzoek worden onderworpen, welk verzoek binnen negentig dagen na de ontvangst van de kennisgeving van het besluit moet worden ingediend. Het verzoek om een hernieuwd onderzoek wordt aan de Secretaris-Generaal toegezonden, vergezeld van alle terzake dienende gegevens waarop het verzoek om een hernieuwd onderzoek is gebaseerd;
- (b). De Secretaris-Generaal zendt afschriften van het verzoek om een hernieuwd onderzoek en van de terzake dienende gegevens toe aan de Commissie, de Wereldgezondheidsorganisatie, alsmede aan alle Partijen, met het verzoek binnen negentig dagen commentaar te leveren. Alle ontvangen commentaren worden aan de Raad ter bestudering voorgelegd;
- (c). De Raad kan het besluit van de Commissie bevestigen, wijzigen of herroepen; het besluit van de Raad is definitief. Kennisgeving van het besluit van de Raad wordt gezonden aan alle Lid-Staten van de Verenigde Naties, aan Staten die geen lid zijn van de Verenigde Naties doch Partij bij dit Verdrag, aan de Commissie, de Wereldgezondheidsorganisatie en aan het Comité;
- (d). Gedurende de tijd dat het hernieuwd onderzoek plaats heeft, blijft het oorspronkelijke besluit van de Commissie van kracht.
Door de Commissie overeenkomstig dit artikel genomen besluiten zijn niet onderworpen aan de in artikel 7 voorziene herzieningsprocedure.
Artikel 4. Algemene verplichtingen
Partijen nemen de wetgevende en administratieve maatregelen die nodig zijn om
- (a). de bepalingen van dit Verdrag op hun gebied in werking te stellen en uit te voeren;
- (b). met andere Staten samen te werken bij de uitvoering van de bepalingen van dit Verdrag; en
- (c). met inachtneming van de bepalingen van dit Verdrag de produktie, de vervaardiging, de uit- en invoer, de afgifte van, de handel in, het gebruik en het bezit van verdovende middelen uitsluitend tot geneeskundige en wetenschappelijke doeleinden te beperken.
Artikel 5. De internationale organen van toezicht
Partijen, de bevoegdheid van de Verenigde Naties op het gebied van het internationale toezicht op verdovende middelen erkennende, komen overeen aan de Commissie voor verdovende middelen van de Economische en Sociale Raad en aan het Internationale Comité van Toezicht op verdovende middelen de werkzaamheden toe te vertrouwen, die ieder van hen krachtens dit Verdrag onderscheidenlijk zijn opgedragen.
Artikel 6. De kosten van de internationale organen van toezicht
De raadpleging van dit document komt niet in de plaats van het lezen van het oorspronkelijke Staatsblad of de Staatscourant. Wij aanvaarden geen aansprakelijkheid voor eventuele onnauwkeurigheden die voortvloeien uit de omzetting van het origineel naar dit formaat.