Algemeen Verdrag inzake sociale zekerheid tussen het Koninkrijk der Nederlanden en het Koninkrijk Marokko
Het Koninkrijk der Nederlanden
en
het Koninkrijk Marokko,
Geleid door de wens de betrekkingen tussen beide Staten op het gebied van de sociale zekerheid te regelen,
Zijn het volgende overeengekomen:
TITEL I. Algemene bepalingen
Artikel 1
Dit Verdrag is van toepassing:
- a). in Nederland: op de wettelijke regelingen betreffende de ziekteverzekering (uitkeringen en verstrekkingen bij ziekte en moederschap); de arbeidsongeschiktheidsverzekering; de ouderdomsverzekering; de nabestaandenverzekering; de werkloosheidsverzekering; de kinderbijslagen; de bijstand en de overige uitkeringen ten laste van de publieke middelen.
- b). in Marokko op:
- –. de wettelijke regelingen betreffende de sociale zekerheid;
- –. de wettelijke regelingen betreffende arbeidsongevallen en beroepsziekten;
- –. de wettelijke regelingen betreffende de verplichte ziektekostenverzekering voor loontrekkenden in de particuliere sector en voorzien in de wet op de basisziektekostenverzekering;
- –. de door de overheid goedgekeurde wettelijke, reglementaire of statutaire bepalingen betreffende bijzondere stelsels van sociale zekerheid, voor zover deze van toepassing zijn op loontrekkenden of met hen gelijkgestelden en voor zover zij betrekking hebben op gebruikelijke risico’s en prestaties welke in de wettelijke regelingen betreffende de sociale zekerheid geregeld worden.
Dit Verdrag is eveneens van toepassing op alle wetten of regelingen, waarbij de wettelijke regelingen, genoemd in het eerste lid van dit artikel, worden gewijzigd of aangevuld.
Het is evenwel slechts van toepassing:
- a). op wetten of regelingen welke betrekking hebben op een nieuwe tak van sociale zekerheid, indien daartoe een nadere overeenkomst tussen de Verdragsluitende Partijen wordt gesloten;
- b). op wetten of regelingen welke de werking van de bestaande regelingen uitbreiden tot nieuwe groepen van rechthebbenden, indien de Partij welke haar wettelijke regelingen wijzigt, daartegen niet binnen drie maanden na de officiële bekendmaking van bedoelde teksten bezwaar maakt bij de Regering van de andere Partij.
Voor de toepassing van dit Verdrag wordt:
wat betreft Marokko, onder de term „grondgebied” verstaan het grondgebied van Marokko en de gebieden waarin Marokko rechtsmacht of soevereine rechten uitoefent, met inbegrip van de territoriale zee en daarbuiten de exclusieve economische zone en de gebieden die grenzen aan de territoriale wateren van Marokko, met het oog op de exploitatie en exploratie van natuurlijke rijkdommen op de zeebodem, de ondergrond daarvan (continentaal plat) en de wateren daarboven;
wat betreft Nederland, het grondgebied van het Europese deel van Nederland en de gebieden grenzend aan de territoriale wateren van deze partij, met inbegrip van de territoriale zee en daarbuiten de exclusieve economische zone en de gebieden waarin het Koninkrijk der Nederlanden rechtsmacht of soevereine rechten uitoefent met het oog op de exploitatie en exploratie van natuurlijke rijkdommen op de zeebodem, de ondergrond daarvan (continentaal plat) en de wateren daarboven.
Artikel 2
Tenzij in dit Verdrag anders wordt bepaald, is dit Verdrag van toepassing op de werknemers of de met hen gelijkgestelden op wie de wettelijke regelingen van een van de Verdragsluitende Partijen van toepassing zijn of geweest zijn en die onderdaan zijn van een van de Partijen, alsmede op hun gezinsleden en hun nabestaanden.
De bepalingen van dit Verdrag zijn niet van toepassing op diplomatieke en consulaire beroepsambtenaren, noch op kanselarijbeambten.
De toepassing van dit Verdrag op zeelieden is afhankelijk van een daartoe te sluiten bijzondere overeenkomst.
Artikel 3
Tenzij in dit Verdrag anders wordt bepaald, zijn onderdanen van een der Verdragsluitende Partijen op wie dit Verdrag van toepassing is, onder dezelfde voorwaarden als de onderdanen van de andere Partij onderworpen aan de verplichtingen en gerechtigd tot de voordelen, voortvloeiende uit de wettelijke regelingen van die andere Partij.
Artikel 4
Wanneer een werknemer of een met hem gelijkgestelde achtereenvolgens of afwisselend aan de wettelijke regelingen van beide Verdragsluitende Partijen onderworpen is geweest, worden met het oog op het verkrijgen, het behoud of het herstel van het recht op prestaties, de tijdvakken van arbeid of van verzekering welke krachtens de wettelijke regelingen van elk der Verdragsluitende Partijen zijn vervuld, alsmede de daarmede gelijkgestelde tijdvakken voor zover zij niet samenvallen, samengeteld.
Artikel 5
Onder voorbehoud van de bepalingen van de artikelen 26, 35a, 35b en 35d kunnen de uitkeringen bij arbeidsongeschiktheid, bij ouderdom of aan nabestaanden, de uitkeringen bij overlijden en de kinderbijslagen verkregen op grond van de wettelijke regelingen van een van de Verdragsluitende Partijen, op generlei wijze worden verminderd, gewijzigd, geschorst, ingetrokken of verbeurd verklaard op grond van het feit dat de rechthebbende of het kind woont op het grondgebied van een andere Verdragsluitende Partij dan die op het grondgebied waarvan het orgaan dat de uitkering verschuldigd is, zich bevindt.
Het voorgaande lid is eveneens van toepassing op de uitkeringen uit hoofde van de Wet op de arbeidsongeschiktheidsverzekering zelfstandigen (WAZ).
De voorgaande leden zijn eveneens van toepassing op personen die geen onderdanen zijn van een van de Verdragsluitende Partijen.
TITEL II. Bepalingen ter vaststelling van de toe te passen wettelijke regelingen
Artikel 6
Voor de toepassing van het in titel II bepaalde ter vaststelling van de toe te passen wettelijke regelingen, zijn op de werknemer of de met hem gelijkgestelde uitsluitend de wettelijke regelingen van een der Partijen van toepassing, tenzij in dit Verdrag iets anders wordt bepaald.
Onverminderd het bepaalde in de artikelen 7 tot en met 9, zijn op werknemers of met hen gelijkgestelden die werkzaam zijn op het grondgebied van een der Verdragsluitende Partijen, de wettelijke regelingen van deze Partij van toepassing, zelfs indien zij gewoonlijk op het grondgebied van de andere Partij wonen of indien de woonplaats van hun werkgever of het hoofdkantoor van de onderneming waarbij zij werkzaam zijn, zich op het grondgebied van de andere Partij bevindt.
Op werknemers of met hen gelijkgestelden die werkzaam zijn aan boord van een schip of een luchtvaartuig en die in dienst zijn van een onderneming die op het grondgebied van een Verdragsluitende Partij is gevestigd, zijn de wettelijke regelingen van deze Partij van toepassing, zelfs indien zij gewoonlijk op het grondgebied van de andere Partij wonen.
Indien, krachtens het in deze titel bepaalde, op een werknemer van toepassing zijn de wettelijke regelingen van een Verdragsluitende Partij op het grondgebied waarvan hij niet woont, zijn deze wettelijke regelingen op hem van toepassing alsof hij op het grondgebied van deze Partij woonde.
Artikel 7
Op de in het vorige artikel neergelegde regels gelden de volgende uitzonderingen:
- a). op werknemers of met hen gelijkgestelden die in een ander land dan waarin zij wonen, zijn tewerkgesteld door een onderneming welke in het land van hun woonplaats een inrichting heeft waaraan zij normaal verbonden zijn, blijven de wettelijke regelingen van het land waar zij plegen te werken van toepassing, voor zover hun tewerkstelling op het grondgebied van het andere land niet langer dan twaalf maanden duurt; ingeval deze tewerkstelling, zo zij om onvoorziene redenen de aanvankelijk voorziene duur zou overschrijden, langer dan twaalf maanden duurt, kunnen met toestemming van de bevoegde autoriteit van het land waar de tijdelijke werkzaamheden worden verricht, bij wijze van uitzondering, de wettelijke regelingen van het land waar zij plegen te werken voor een tweede tijdvak van ten hoogste twaalf maanden van toepassing blijven;
- b). op werknemers of met hen gelijkgestelden die als rijdend, varend of vliegend personeel bij het internationale vervoer werkzaam zijn in dienst van een onderneming welke op het grondgebied van een der Verdragsluitende Partijen is gevestigd, zijn de wettelijke regelingen van de Verdragsluitende Partij op het grondgebied waarvan de onderneming is gevestigd, van toepassing; indien zij evenwel werkzaam zijn bij een filiaal of een vaste vertegenwoordiging van die onderneming op het grondgebied van de andere Partij, zijn op hen de wettelijke regelingen van laatstbedoelde Partij van toepassing.
Artikel 8
Onverminderd het bepaalde in het tweede lid van artikel 2 is artikel 6 van toepassing op werknemers of met hen gelijkgestelden die bij de diplomatieke of consulaire vertegenwoordigingen der Verdragsluitende Partijen werkzaam zijn of in persoonlijke dienst van ambtenaren van deze vertegenwoordigingen zijn.
De in het eerste lid van dit artikel bedoelde werknemers die onderdaan zijn van de Verdragsluitende Partij welke door de desbetreffende diplomatieke of consulaire vertegenwoordiging wordt vertegenwoordigd, mogen evenwel, binnen een termijn van zes maanden na de aanvang van hun werkzaamheden of de inwerkingtreding van dit Verdrag, kiezen voor toepassing van de wettelijke regelingen van de vertegenwoordigde Staat. De keuze heeft geen terugwerkende kracht en kan slechts eenmaal worden gedaan.
Artikel 9
De bevoegde autoriteiten van de Verdragsluitende Partijen kunnen voor bepaalde werknemers of groepen werknemers met betrekking tot de toepasselijke wettelijke regelingen in gemeen overleg uitzonderingen vaststellen op de artikelen 6 tot en met 8 van dit Verdrag.
TITEL III. Bijzondere bepalingen
HOOFDSTUK I. Ziekte en moederschap
Artikel 10
De werknemer of de met hem gelijkgestelde die tijdvakken van verzekering heeft vervuld krachtens de wettelijke regelingen van een der Verdragsluitende Partijen en zich naar het grondgebied van de andere Partij begeeft, heeft voor zichzelf en voor zijn gezinsleden die zich op dat grondgebied bevinden, recht op de prestaties ingevolge de ziekte- en moederschapsverzekering, als voorzien in de wettelijke regelingen van laatstbedoelde Partij, voor zover hij aan de door de wettelijke regelingen van deze Partij gestelde voorwaarden voldoet, de in artikel 4 van dit Verdrag bedoelde samentelling van tijdvakken in aanmerking genomen.
Indien de werknemer of de met hem gelijkgestelde die ingevolge de wettelijke regelingen van een der Verdragsluitende Partijen verzekerd was, zich naar het grondgebied van de andere Partij heeft begeven en niet aan de gestelde voorwaarden voldoet om de prestaties krachtens de wettelijke regelingen van de laatstgenoemde Partij te ontvangen, en wanneer deze werknemer nog recht heeft op prestaties ingevolge de wettelijke regelingen van de eerstgenoemde Partij of hierop recht zou hebben indien hij zich op het grondgebied van die Partij bevond, behoudt hij dit recht. In dat geval ontvangen deze werknemer en zijn gezinsleden verstrekkingen wanneer hun toestand deze verstrekkingen onmiddellijk noodzakelijk maakt. Het tweede, derde, vierde en vijfde lid van artikel 11 zijn op overeenkomstige wijze van toepassing.
Artikel 11
Vervallen.
Een werknemer of een met hem gelijkgestelde die recht op prestaties heeft verkregen ten laste van een orgaan van een der Verdragsluitende Partijen, en die woont op het grondgebied van bedoelde Partij, behoudt dat recht wanneer hij zijn woonplaats naar het grondgebied van de andere Verdragsluitende Partij overbrengt. Voor de overbrenging moet de werknemer echter de toestemming hebben ontvangen van het bevoegde orgaan. De toestemming kan slechts worden geweigerd indien verplaatsing van de betrokkene nadelig is voor zijn gezondheidstoestand of voor de toepassing van een geneeskundige behandeling.
Wanneer een werknemer of een met hem gelijkgestelde overeenkomstig het in het voorgaande lid bepaalde recht heeft op prestaties, worden de verstrekkingen ten laste van het bevoegde orgaan verleend door het orgaan van de woonplaats volgens de bepalingen van de door het genoemde orgaan toegepaste wettelijke regeling, in het bijzonder met betrekking tot de omvang en de wijze van toepassing van de verstrekkingen: voor de duur van deze verstrekkingen is echter de wettelijke regeling van de bevoegde Staat bepalend.
In de in het tweede lid van dit artikel bedoelde gevallen is voor de toekenning van protheses, hulpmiddelen van grotere omvang en andere verstrekkingen van groot belang – behalve bij onmiskenbare spoedgevallen – de toestemming van het bevoegde orgaan vereist. Met goedkeuring van de bevoegde autoriteiten van de Verdragsluitende Partijen stellen de in het Administratief Akkoord voor de toepassing van dit Verdrag bedoelde verbindingsorganen een lijst op van de verstrekkingen waarop dit lid van toepassing is.
Tijdens een verblijf of in het geval van het overbrengen van de woonplaats naar het grondgebied van de andere Verdragsluitende Partij worden de uitkeringen betaald door het bevoegde orgaan overeenkomstig de wettelijke regelingen die dit orgaan toepast.
Met betrekking tot verstrekkingen is het in de voorgaande leden bepaalde van overeenkomstige toepassing op de gezinsleden van de werknemer of de met hem gelijkgestelde.
Artikel 12
De werknemer of de met hem gelijkgestelde die woont op het grondgebied van een Verdragsluitende Partij die niet de bevoegde Staat is en die voldoet aan de door de wettelijke regelingen van de bevoegde Staat gestelde voorwaarden om recht te hebben op prestaties, met inachtneming van, in voorkomend geval, het onder artikel 4 bepaalde, ontvangt op het grondgebied van de Overeenkomstsluitende Partij waar hij woont:
- a. verstrekkingen, verleend ten laste van het bevoegde orgaan door het orgaan van de woonplaats, overeenkomstig de wettelijke regelingen die op dit laatstgenoemde orgaan van toepassing zijn, alsof hij hierbij was aangesloten;
- b. uitkeringen, betaald door het bevoegde orgaan, overeenkomstig de wettelijke regelingen die op dit orgaan van toepassing zijn, alsof hij op het grondgebied van de bevoegde Staat woonde.
Met betrekking tot het ontvangen van verstrekkingen is het in het vorige lid bepaalde van overeenkomstige toepassing op gezinsleden die wonen op het grondgebied van een Verdragsluitende Partij die niet de bevoegde Staat is. Wanneer de gezinsleden echter recht hebben op prestaties krachtens de wettelijke regelingen van de Verdragsluitende Partij op het grondgebied waarvan zij wonen, is het in dit artikel bepaalde op hen niet van toepassing.
Artikel 13
Wanneer de pensioengerechtigde aan wie krachtens de wettelijke regelingen van beide Verdragsluitende Partijen pensioenen zijn verschuldigd, recht heeft op verstrekkingen krachtens de wettelijke regelingen van de Verdragsluitende Partij op het grondgebied waarvan hij woont, met inachtneming van, in voorkomend geval, het in artikel 4 bepaalde, worden deze verstrekkingen aan deze pensioengerechtigde en zijn gezinsleden verleend door het orgaan van de woonplaats en ten laste van dit orgaan, alsof hij uitsluitend pensioengerechtigd was krachtens de wettelijke regelingen van deze laatste Partij.
Wanneer de pensioengerechtigde aan wie krachtens de wettelijke regelingen van een Verdragsluitende Partij een pensioen is verschuldigd of aan wie krachtens de wettelijke regelingen van beide Verdragsluitende Partijen pensioenen zijn verschuldigd, geen recht heeft op verstrekkingen krachtens de wettelijke regelingen van de Verdragsluitende Partij op het grondgebied waarvan hij woont, ontvangen hij en zijn gezinsleden desalniettemin deze verstrekkingen, voor zover hij, met inachtneming van, in voorkomend geval, het in artikel 4 bepaalde, krachtens de wettelijke regelingen van de eerstgenoemde Partij recht heeft op de genoemde verstrekkingen, of daarop recht zou hebben, indien hij op het grondgebied van deze Partij woonde. De verstrekkingen worden verleend door het orgaan van de woonplaats, overeenkomstig de door dit orgaan toegepaste wettelijke regelingen, alsof de betrokkene krachtens deze wettelijke regelingen recht zou hebben op de genoemde verstrekkingen, maar deze komen ten laste van het bevoegde orgaan.
De raadpleging van dit document komt niet in de plaats van het lezen van het oorspronkelijke Staatsblad of de Staatscourant. Wij aanvaarden geen aansprakelijkheid voor eventuele onnauwkeurigheden die voortvloeien uit de omzetting van het origineel naar dit formaat.