Internationale Overeenkomst inzake de vereenvoudiging en harmonisatie van douaneprocedures
Preambule
De Partijen bij deze Overeenkomst, tot stand gekomen onder auspiciën van de Internationale Douaneraad,
Verlangende de verschillen tussen de douaneprocedures en -praktijken van de Overeenkomstsluitende Partijen die het internationale handelsverkeer en andere internationale betrekkingen kunnen belemmeren weg te nemen,
Wensende daadwerkelijk bij te dragen tot de ontwikkeling van dit handelsverkeer en deze betrekkingen door de douaneprocedures en -praktijken te vereenvoudigen en te harmoniseren en de internationale samenwerking te bevorderen,
Opmerkende dat de aanzienlijke voordelen die een vereenvoudiging van het internationale handelsverkeer met zich brengt, kunnen worden verkregen zonder de kwaliteit van de douanecontroles in het gedrang te brengen,
Erkennende dat deze vereenvoudiging en harmonisatie gerealiseerd kunnen worden door toepassing van, in het bijzonder, de hierna volgende beginselen:
tenuitvoerlegging van programma's die in een voortdurende modernisering van de douaneprocedures en -praktijken voorzien en, zodoende, de doelmatigheid en doeltreffendheid daarvan bevorderen,
toepassing van douaneprocedures en -praktijken op een voorspelbare, consistente en transparante wijze,
beschikbaar stellen aan belanghebbenden van alle noodzakelijke informatie in verband met de douanewetgeving, voorschriften en de administratieve richtlijnen, procedures en praktijken,
toepassing van moderne technieken, zoals risicomanagement en accountantscontroles, en een zo intensief mogelijk gebruik van systemen voor automatische gegevensverwerking,
samenwerking, waar dienstig, met andere nationale autoriteiten, andere douanediensten en het bedrijfsleven,
toepassing van relevante internationale normen,
beschikbaar stellen aan belanghebbenden van eenvoudige administratieve en juridische beroepsprocedures,
Ervan overtuigd dat de invoering van een internationaal instrument waarin de vermelde doelstellingen en beginselen zijn neergelegd en dat door de Overeenkomstsluitende Partijen wordt toegepast een aanmerkelijke vereenvoudiging en harmonisatie van de douaneprocedures en -praktijken – een fundamentele doelstelling van de Internationale Douaneraad – ten gevolge zou hebben en, zodoende, in belangrijke mate zou bijdragen tot de vereenvoudiging van het internationale handelsverkeer,
Zijn als volgt overeengekomen:
De Franse tekst, de Engelse tekst en de vertaling van de Overeenkomst, met Bijlagen, zijn oorspronkelijk gepubliceerd in Trb. 1975/92. De Overeenkomst is in werking getreden op 8 september 1977, zie Trb. 1977/116. De Overeenkomst is gewijzigd op 26 juni 1999 door Trb. 2001/162. Door de inwerkingtreding op 3 februari 2006 van de wijziging van 26 juni 1999 is de oorspronkelijke Overeenkomst op 3 februari 2006 buiten werking getreden, zie Trb. 2006/270.
HOOFDSTUK I. Definities
Artikel 1
In deze Overeenkomst wordt verstaan onder:
- a. „Norm”: voorschrift waarvan wordt erkend dat de algemene toepassing ervan noodzakelijk is voor de harmonisatie en vereenvoudiging van de douaneprocedures en -praktijken;
- b. „Overgangsnorm: norm in de algemene bijlage waarvoor een langere implementatietermijn is toegestaan;
- c. „Aanbeveling”: voorschrift in een specifieke bijlage waarvan wordt erkend dat het bijdraagt tot de harmonisatie en vereenvoudiging van de douaneprocedures en -praktijken en waarvan de zo algemeen mogelijke toepassing wenselijk wordt geacht;
- d. „Nationale wetgeving”: de door een bevoegde autoriteit van een Overeenkomstsluitende Partij opgelegde wetten, voorschriften en andere maatregelen die van toepassing zijn op het grondgebied van deze Overeenkomstsluitende Partij of de vigerende verdragen die voor deze Partij bindend zijn;
- e. „Algemene bijlage”: het geheel van voorschriften dat op alle in deze Overeenkomst bedoelde douaneprocedures en -praktijken van toepassing is;
- f. „Specifieke bijlage”: het geheel van voorschriften dat op een of meer van de in deze Overeenkomst bedoelde douaneprocedures en -praktijken van toepassing is;
- g. „Richtlijnen”: toelichtingen op de bepalingen van de algemene bijlage, de specifieke bijlagen en de hoofdstukken daarvan, waarin aanwijzigingen voor de toepassing van de normen, overgangsnormen en aanbevelingen zijn opgenomen en waarin, in het bijzonder, de beste werkmethoden zijn aangegeven en concrete verdere vereenvoudigingen worden aanbevolen;
- h. „Permanent Technisch Comité”: het Permanent Technisch Comité van de Raad;
- ij. „Raad”: de organisatie die is ingesteld bij de Overeenkomst tot oprichting van de Internationale Douaneraad, ondertekend te Brussel op 15 december 1950;
- k. „Douane-Unie of Economische Unie”: een door een aantal staten opgerichte en uit een aantal staten bestaande unie die bevoegd is voor het vaststellen van haar eigen regelgeving die bindend is voor deze staten op de gebieden waarop deze Overeenkomst van toepassing is en die gemachtigd is, overeenkomstig haar interne procedures, te besluiten deze Overeenkomst te ondertekenen, te ratificeren of tot deze Overeenkomst toe te treden.
HOOFDSTUK II. TOEPASSINGSGEBIED EN STRUCTUUR
Toepassingsgebied van de Overeenkomst
Artikel 2
Elke Overeenkomstsluitende Partij verbindt zich ertoe de vereenvoudiging en de harmonisatie van de douaneprocedures te bevorderen en, te dien einde, zich overeenkomstig de bepalingen van deze Overeenkomst te conformeren aan de normen, overgangsnormen en aanbevelingen in de bijlagen bij deze Overeenkomst. Geen enkele bepaling van deze Overeenkomst vormt voor een Overeenkomstsluitende Partij evenwel een beletsel verdergaande vereenvoudigingen toe te passen dan die waarin deze Overeenkomst voorziet en elke Overeenkomstsluitende Partij wordt aanbevolen dergelijke verdergaande vereenvoudigingen in zoverre mogelijk in te voeren.
Artikel 3
De bepalingen van deze Overeenkomst laten onverlet de toepassing van nationale wetgeving ten aanzien van verboden of beperkingen die van toepassing zijn op goederen die aan douanecontrole zijn onderworpen.
Structuur van de Overeenkomst
Artikel 4
De Overeenkomst omvat een dispositief, een algemene bijlage en specifieke bijlagen.
De algemene bijlage en elke specifieke bijlage bij deze Overeenkomst bestaan in beginsel uit hoofdstukken die de onderverdelingen vormen van een bijlage en omvatten:
- a. definities;
- b. normen, waarvan sommige die zich in de algemene bijlage bevinden overgangsnormen zijn.
Elke specifieke bijlage bevat bovendien een aantal aanbevelingen.
Elke bijlage gaat vergezeld van richtlijnen waarvan de tekst niet bindend is voor de Overeenkomstsluitende Partijen.
Artikel 5
Voor de toepassing van deze Overeenkomst worden alle specifieke bijlagen of hoofdstukken daarvan die een Overeenkomstsluitende Partij binden, geacht integrerend deel uit te maken van de Overeenkomst. Voor deze Overeenkomstsluitende Partij wordt elke verwijzing naar de Overeenkomst geacht een verwijzing naar dergelijke bijlagen of hoofdstukken te omvatten.
HOOFDSTUK III. BEHEER VAN DE OVERKOMST
Comité van beheer
Artikel 6
Er wordt een Comité van beheer ingesteld dat toezicht houdt op de tenuitvoerlegging van deze Overeenkomst en dat alle maatregelen om de uniforme interpretatie en toepassing daarvan te waarborgen en alle voorgestelde wijzigingen daarvan onderzoekt.
De Overeenkomstsluitende Partijen hebben zitting in het Comité van beheer.
De bevoegde diensten van elke entiteit die voldoet aan de in artikel 8 vastgestelde voorwaarden om partij te worden bij deze Overeenkomst en van elk lid van de Wereldhandelsorganisatie hebben het recht de zittingen van het Comité van beheer als waarnemer bij te wonen. De status en de rechten van deze waarnemers worden bij besluit van de Raad vastgesteld. Deze rechten kunnen niet worden uitgeoefend voor de datum van inwerkingtreding van dit besluit.
Het Comité van beheer kan de vertegenwoordigers van internationale gouvernementele en niet-gouvernementele organisaties uitnodigen de zittingen van het Comité van beheer als waarnemers bij te wonen.
Het Comité van beheer:
- a. doet de Overeenkomstsluitende Partijen aanbevelingen voor:
- i. wijzigingen in het dispositief van deze Overeenkomst;
- ii. wijzigingen in de algemene bijlagen, de specifieke bijlagen en de hoofdstukken daarvan en de opneming van nieuwe hoofdstukken in de algemene bijlage;
- iii. de toevoeging van nieuwe specifieke bijlagen en de opneming van nieuwe hoofdstukken in specifieke bijlagen;
- b. kan besluiten aanbevelingen te wijzigen of nieuwe aanbevelingen in specifieke bijlagen of hoofdstukken daarvan op te nemen overeenkomstig het bepaalde in artikel 16;
- c. houdt toezicht op de implementatie van deze Overeenkomst volgens het bepaalde in artikel 13, lid 4;
- d. draagt zorg voor de herziening en bijwerking van de richtlijnen;
- e. onderzoekt alle andere aan de orde gestelde problemen in verband met deze Overeenkomst;
- f. geeft het Permanent technisch comité en de Raad kennis van zijn besluiten.
De bevoegde diensten van de Overeenkomstsluitende Partijen geven de Secretaris-Generaal van de Raad kennis van de overeenkomstig het bepaalde in lid 5, onder a, b c of d, van dit artikel gedane voorstellen en van de redenen welke daaraan ten grondslag liggen, tezamen met eventuele verzoeken tot opneming van bepaalde punten op de agenda van de zittingen van het Comité van beheer. De Secretaris-Generaal van de Raad brengt de voorstellen onder de aandacht van de bevoegde diensten van de Overeenkomstsluitende Partijen en van de in de leden 2,3 en 4 van dit artikel bedoelde waarnemers.
Het Comité van beheer komt minstens eenmaal per jaar bijeen. Het kiest jaarlijks een voorzitter en een vice-voorzitter. De Secretaris-Generaal van de Raad doet de bevoegde diensten van de Overeenkomstsluitende Partijen en de in de leden 2, 3 en 4 van dit artikel bedoelde waarnemers minstens zes weken vóór de bijeenkomst van het Comité van beheer de uitnodiging en de ontwerp-agenda van de vergadering toekomen.
Wanneer een besluit niet bij consensus kan worden genomen, worden de aan het Comité van beheer voorgelegde zaken door de aanwezige Overeenkomstsluitende Partijen bij stemming beslist. De in lid 5, onder a, b en c, van dit artikel bedoelde voorstellen worden met een tweederde meerderheid van de uitgebrachte stemmen aangenomen. Over alle andere aan het Comité van beheer voorgelegde zaken wordt met een meerderheid van de uitgebrachte stemmen beslist.
In de gevallen waarin artikel 8, lid 5, van deze Overeenkomst van toepassing is, beschikken de douane-unies en economische unies die partij zijn bij de Overeenkomst over een aantal stemmen dat gelijk is aan het totale aantal stemmen dat is toegewezen aan hun leden die partij zijn bij de Overeenkomst.
Vóór de zitting wordt gesloten, keurt het Comité van beheer een verslag goed. Dit verslag wordt aan de Raad, de Overeenkomstsluitende Partijen en de in de leden 2,3 en 4 bedoelde waarnemers toegezonden.
Behoudens specifieke bepalingen in dit artikel, is het reglement van orde van de Raad van toepassing, tenzij het Comité van beheer anders beslist.
Artikel 7
Bij stemming in het Comité van beheer wordt over elke specifieke bijlage en elk hoofdstuk van een specifieke bijlage afzonderlijk gestemd.
- a. Elke Overeenkomstsluitende Partij heeft het recht te stemmen over zaken die verband houden met de interpretatie, toepassing of wijziging van het dispositief en de algemene bijlage bij de Overeenkomst.
- b. Over zaken die verband houden met een specifieke bijlage of een hoofdstuk van een specifieke bijlage die reeds van toepassing zijn, mag enkel worden gestemd door Overeenkomstsluitende Partijen die de betrokken specifieke bijlage of het hoofdstuk van de betrokken specifieke bijlage hebben aanvaard.
- c. Elke Overeenkomstsluitende Partij heeft het recht te stemmen over ontwerpen van nieuwe specifieke bijlagen of nieuwe hoofdstukken van een specifieke bijlage.
HOOFDSTUK IV. OVEREENKOMSTSLUITENDE PARTIJ
Ratificatie van de Overeenkomst
Artikel 8
Elk lid van de Raad en elk lid van de Verenigde Naties of de gespecialiseerde organisaties daarvan kan partij worden bij deze Overeenkomst door:
- a. ondertekening zonder voorbehoud van ratificatie;
- b. neerlegging van een akte van ratificatie na ondertekening onder voorbehoud van ratificatie; of
- c. toetreding.
Deze Overeenkomst staat tot en met 30 juni 1974 open voor ondertekening in de zetel van de Raad te Brussel door de in lid 1 van dit artikel bedoelde leden. Na de genoemde datum kunnen deze leden tot de Overeenkomst toetreden.
Elke Overeenkomstsluitende Partij deelt op het tijdstip van ondertekening of ratificatie van of toetreding tot deze Overeenkomst mede welke specifieke bijlagen of hoofdstukken daarvan zij aanvaardt. Deze Partij kan de depositaris vervolgens mededelen dat zij één of meer specifieke bijlagen of hoofdstukken daarvan aanvaardt.
Overeenkomstsluitende Partijen die een nieuwe specifieke bijlage of een nieuw hoofdstuk van een specifieke bijlage aanvaarden, geven daarvan kennis aan de depositaris overeenkomstig het bepaalde in lid 3 van dit artikel.
- a. Elke douane-unie of economische unie kan overeenkomstig het bepaalde in de leden 1, 2 en 3 van dit artikel Partij worden bij deze Overeenkomst. De betrokken douane-unie of economische unie deelt de depositaris mede over welke bevoegdheden zij beschikt op de gebieden waarop deze Overeenkomst van toepassing is. Deze douane-unie of economische unie stelt de depositaris bovendien in kennis van elke belangrijke wijziging in de reikwijdte van haar bevoegdheden.
- b. Een douane-unie of economische unie die Partij is bij deze Overeenkomst oefent voor aangelegenheden die onder haar bevoegdheid vallen in eigen naam de rechten uit en vervult de taken die uit de Overeenkomst voortvloeien voor de leden van een dergelijke unie die Partij zijn bij deze Overeenkomst. In dergelijk geval zijn de leden van een dergelijke Unie niet gemachtigd deze rechten, met inbegrip van het stemrecht, individueel uit te oefenen.
Artikel 9
Elke Overeenkomstsluitende Partij die deze Overeenkomst ratificeert of tot deze Overeenkomst toetreedt, is gebonden door alle wijzigingen van deze Overeenkomst, met inbegrip van de algemene bijlage, die van kracht waren op de datum waarop zij haar akte van ratificatie of toetreding heeft neergelegd.
Elke Overeenkomstsluitende Partij die een specifieke bijlage of hoofdstuk daarvan aanvaardt, is gebonden door alle wijzigingen van de in die specifieke bijlage of het hoofdstuk daarvan opgenomen normen die van kracht waren op de datum waarop zij de depositaris kennis heeft gegeven van haar aanvaarding. Elke Overeenkomstsluitende Partij die een specifieke bijlage of een hoofdstuk daarvan aanvaardt, is gebonden door alle wijzigingen van de daarin opgenomen aanbevelingen die van kracht waren op de datum waarop zij de depositaris kennis heeft gegeven van haar aanvaarding, tenzij deze Partij overeenkomstig artikel 12 van deze Overeenkomst voorbehoud maakt ten aanzien van één of meer van deze aanbevelingen.
Toepassing van de Overeenkomst
Artikel 10
Elke Overeenkomstsluitende Partij kan bij de ondertekening van deze Overeenkomst zonder voorbehoud van ratificatie of bij de neerlegging van haar akte van ratificatie of toetreding dan wel op enig later tijdstip, door middel van een kennisgeving aan de depositaris verklaren dat het toepassingsgebied van deze Overeenkomst zich uitstrekt tot alle gebieden waarvan de internationale betrekkingen tot haar bevoegdheid behoren. Deze kennisgeving wordt van kracht drie maanden na de datum waarop zij door de depositaris is ontvangen. Deze Overeenkomst is echter niet op de in de kennisgeving genoemde gebieden van toepassing voor de datum waarop deze Overeenkomst voor de betrokken Overeenkomstsluitende Partij in werking treedt.
Een Overeenkomstsluitende Partij die overeenkomstig het bepaalde in lid 1 van dit artikel een kennisgeving heeft gedaan waarbij het toepassingsgebied van deze Overeenkomst wordt uitgebreid tot een gebied waarvan de internationale betrekkingen tot haar bevoegdheid behoren, kan de depositaris volgens de procedure van artikel 19 van deze Overeenkomst mededelen dat het betrokken gebied deze Overeenkomst niet langer toepast.
Artikel 11
Voor de toepassing van deze Overeenkomst deelt een douane-unie of economische unie die Partij is bij deze Overeenkomst de Secretaris-generaal van de Raad mede welke gebieden deel uitmaken van de douane-unie of de economische unie. Deze gebieden dienen als één enkel gebied te worden beschouwd.
Aanvaarding van de bepalingen en voorbehouden
Artikel 12
Alle Overeenkomstsluitende Partijen zijn gebonden door de algemene bijlage.
Een Overeenkomstsluitende Partij kan één of meer van de specifieke bijlagen of één of meer van de daarin opgenomen hoofdstukken aanvaarden. Een Overeenkomstsluitende Partij die een specifieke bijlage of één of meer hoofdstukken daarvan aanvaardt, is gebonden door al de daarin vastgestelde normen. Een Overeenkomstsluitende Partij die een specifieke bijlage of één of meer hoofdstukken daarvan aanvaardt, is gebonden door al de daarin vastgestelde aanbevelingen, tenzij deze Partij, op het tijdstip van aanvaarding of op een later tijdstip, de depositaris mededeelt ten aanzien van welke aanbeveling(en) zij voorbehoud maakt, met vermelding van de punten waarop de bepalingen van haar nationale wetgeving van de betrokken aanbeveling afwijken. Een Overeenkomstsluitende Partij die een voorbehoud heeft gemaakt, kan dit te allen tijde geheel of ten dele intrekken door middel van een kennisgeving aan de depositaris waarin de datum is vermeld waarop deze intrekking van kracht wordt.
Elke Overeenkomstsluitende Partij die gebonden is door een specifieke bijlage of één of meer hoofdstukken daarvan, onderzoekt de mogelijkheid tot intrekking van de overeenkomstig lid 2 gemaakte voorbehouden ten aanzien van bepaalde aanbevelingen en brengt de resultaten van dat onderzoek aan het einde van elke periode van drie jaar, te beginnen op de datum waarop deze Overeenkomst voor de betrokken Overeenkomstsluitende Partij in werking treedt, ter kennis van het Secretariaat-generaal van de Raad, met vermelding van de bepalingen van haar nationale wetgeving die naar haar oordeel de intrekking van deze voorbehouden in de weg staan.
Implementatie van de bepalingen
Artikel 13
Elke Overeenkomstsluitende Partij implementeert de normen in de algemene bijlage en de specifieke bijlage(n) of hoofdstuk(ken) daarvan die zij heeft aanvaard binnen 36 maanden na de datum waarop deze bijlage(n) of één of meer hoofdstukken daarvan voor de betrokken Overeenkomstsluitende Partij in werking zijn getreden.
Elke Overeenkomstsluitende Partij implementeert de overgangsnormen in de algemene bijlage binnen 60 maanden na de datum waarop de algemene bijlage voor de betrokken Overeenkomstsluitende Partij in werking is getreden.
Elke Overeenkomstsluitende Partij implementeert de aanbevelingen in de specifieke bijlage(n) of één of meer hoofdstukken daarvan die zij heeft aanvaard binnen 36 maanden na de datum waarop deze specifieke bijlage(n) of één of meer hoofdstukken daarvan voor de betrokken Overeenkomstsluitende Partij in werking zijn getreden, tenzij ten aanzien van één of meer van deze aanbevelingen voorbehoud is gemaakt.
- a. Wanneer de termijnen waarin de leden l en 2 van dit artikel voorzien voor een Overeenkomstsluitende Partij in de praktijk ontoereikend zijn om de bepalingen van de algemene bijlage te implementeren, dan kan deze Overeenkomstsluitende Partij het Comité van beheer vóór het einde van de in de leden 1 en 2 van dit artikel bedoelde termijn om verlenging van deze termijn verzoeken. De Overeenkomstsluitende Partij vermeldt in haar verzoek de bepaling(en) van de algemene bijlage waarvoor om verlenging van de termijn wordt verzocht, evenals de redenen van haar verzoek.
- b. In uitzonderlijke omstandigheden kan het Comité van beheer besluiten een dergelijke verlenging toe te staan. In elk besluit van het Comité van beheer waarbij een dergelijke verlenging wordt toegestaan, worden de bijzondere omstandigheden vermeld die het besluit rechtvaardigen. De verlenging bedraagt in geen geval meer dan één jaar. Aan het einde van de verlengingstermijn stelt de Overeenkomstsluitende Partij de depositaris in kennis van de implementatie van de bepalingen waarvoor de verlenging werd toegestaan.
Geschillenbeslechting
Artikel 14
Alle geschillen tussen twee of meer Overeenkomstsluitende Partijen in verband met de interpretatie of de toepassing van deze Overeenkomst worden in zoverre mogelijk onderling geregeld.
Geschillen die niet onderling geregeld kunnen worden, worden door de litigerende Overeenkomstsluitende Partijen voorgelegd aan het Comité van beheer dat het geschil onderzoekt en aanbevelingen doet voor de beslechting daarvan.
De litigerende Overeenkomstsluitende Partijen kunnen vooraf overeenkomen de aanbevelingen van het Comité van beheer als bindend te aanvaarden.
Wijziging van de Overeenkomst
Artikel 15
De tekst van elke wijziging die de Overeenkomstsluitende Partijen door het Comité van beheer wordt aanbevolen overeenkomstig artikel 6, lid 5, onder a, i en ii, wordt door de Secretaris-generaal van de Raad ter kennis gebracht van alle Overeenkomstsluitende Partijen en van de leden van de Raad die geen Overeenkomstsluitende Partij zijn.
Wijzigingen in het dispositief van de Overeenkomst treden voor alle Overeenkomstsluitende Partijen in werking twaalf maanden na de neerlegging van de akten van aanvaarding door de Overeenkomstsluitende Partijen die aanwezig waren bij de zitting van het Comité van beheer tijdens welke de wijzigingen werden aanbevolen, op voorwaarde dat geen van de Overeenkomstsluitende Partijen bezwaar aantekent binnen twaalf maanden na de datum waarop deze wijzigingen zijn medegedeeld.
Een aanbevolen wijziging van de algemene bijlage of van de specifieke bijlagen of hoofdstukken daarvan, wordt geacht te zijn aanvaard zes maanden na de datum waarop de aanbevolen wijziging de Overeenkomstsluitende Partijen ter kennis werd gebracht, tenzij:
- a. bezwaar is aangetekend door een Overeenkomstsluitende Partij of, wanneer het gaat om een specifieke bijlage of een hoofdstuk daarvan, een Overeenkomstsluitende Partij die door deze specifieke bijlage of dat hoofdstuk gebonden is; of
- b. een Overeenkomstsluitende Partij de Secretaris-generaal van de Raad ervan in kennis stelt dat, hoewel zij voornemens is de aanbevolen wijziging te aanvaarden, de voorwaarden voor een dergelijke aanvaarding nog niet zijn vervuld.
Indien een Overeenkomstsluitende Partij de Secretaris-generaal van de Raad een kennisgeving doet als bedoeld in lid 3, onder b), van dit artikel, kan deze Partij, zolang zij de Secretaris-generaal van de Raad niet in kennis heeft gesteld van haar aanvaarding van de aanbevolen wijziging, tegen deze wijziging bezwaar aantekenen binnen een termijn van achttien maanden volgende op het verstrijken van de in lid 3 van dit artikel bedoelde periode van zes maanden.
Wanneer een bezwaar tegen een aanbevolen wijziging overeenkomstig het bepaalde in lid 3 onder a), of lid 4 van dit artikel wordt medegedeeld, wordt de wijziging geacht niet te zijn aanvaard en sorteert deze geen effect.
Indien een Overeenkomstsluitende Partij een kennisgeving in de zin van het bepaalde in lid 3, onder b), van dit artikel heeft gedaan, wordt de wijziging geacht te zijn aanvaard op de vroegste van de volgende twee data:
- a. de datum waarop alle Overeenkomstsluitende Partijen die dergelijke kennisgevingen hebben gedaan de Secretaris-Generaal van de Raad in kennis hebben gesteld van hun aanvaarding van de aanbevolen wijziging, op voorwaarde dat, indien alle aanvaardingen vóór het verstrijken van de in lid 3 van dit artikel bedoelde termijn van zes maanden werden medegedeeld, deze datum wordt aangenomen als de datum waarop de genoemde termijn van zes maanden verstrijkt;
- b. de dat waarop de in lid 4 van dit artikel bedoelde termijn van achttien maanden verstrijkt.
Elke wijziging van de algemene bijlage of van de specifieke bijlagen of hoofdstukken daarvan die geacht wordt te zijn aanvaard, wordt van kracht, hetzij zes maanden na de datum waarop zij werd geacht te zijn aanvaard, hetzij, indien in de aanbevolen wijziging een andere termijn is vermeld, bij het verstrijken van die termijn na de datum waarop de wijziging werd geacht te zijn aanvaard.
De Secretaris-generaal van de Raad stelt de Overeenkomstsluitende Partijen zo spoedig mogelijk in kennis van elk bezwaar dat overeenkomstig lid 3, onder a), tegen de aanbevolen wijziging is aangetekend en van elke overeenkomstig lid 3, onder b), van dit artikel ontvangen kennisgeving. De Secretaris-generaal van de Raad deelt de Overeenkomstsluitende Partijen vervolgens mede of de Overeenkomstsluitende Partij of Partijen die een dergelijke kennisgeving hebben gedaan, bezwaar aantekenen tegen de aanbevolen wijziging of deze aanvaarden.
Artikel 16
In afwijking van de in artikel 15 van deze Overeenkomst vastgestelde wijzigingsprocedure kan het Comité van beheer overeenkomstig artikel 6 besluiten een aanbeveling te wijzigen of in een specifieke bijlage of hoofdstuk daarvan nieuwe aanbevelingen op te nemen. Elke Overeenkomstsluitende Partij wordt door de Secretaris-generaal van de Raad uitgenodigd aan de besprekingen in het Comité van beheer deel te nemen. De tekst van een dergelijke wijziging of nieuwe aanbeveling waarover aldus is beslist, wordt door de Secretaris-generaal van de Raad ter kennis gebracht van de Overeenkomstsluitende Partijen en van de leden van de Raad die geen Partij zijn bij deze Overeenkomst.
Een wijziging of opneming van een nieuwe aanbeveling waarover overeenkomstig lid 1 van dit artikel is beslist, wordt van kracht zes maanden nadat de Secretaris-generaal van de Raad daarvan kennis heeft gegeven. Elke Overeenkomstsluitende Partij die gebonden is door een specifieke bijlage of een hoofdstuk daarvan waarin dergelijke wijzigingen zijn aangebracht of nieuwe aanbevelingen zijn opgenomen, wordt geacht deze wijzigingen of nieuwe aanbevelingen te hebben aanvaard, tenzij deze Overeenkomstsluitende Partij voorbehoud maakt volgens de procedure van artikel 12 van de Overeenkomst.
Duur van de toetreding
Artikel 17
Deze Overeenkomst wordt voor onbepaalde tijd gesloten. Een Overeenkomstsluitende Partij kan deze Overeenkomst na de datum van inwerkingtreding evenwel te allen tijde opzeggen overeenkomstig het bepaalde in artikel 18.
Van deze opzegging wordt schriftelijk kennis gegeven door middel van een akte die bij de depositaris wordt neergelegd.
De opzegging wordt van kracht zes maanden na de datum van ontvangst van de in lid 2 bedoelde akte door de depositaris.
De bepalingen van de leden 2 en 3 van dit artikel zijn eveneens van toepassing op de specifieke bijlagen of hoofdstukken daarvan, ten aanzien waarvan een Overeenkomstsluitende Partij haar aanvaarding na de datum van inwerkingtreding te allen tijde kan intrekken.
Een Overeenkomstsluitende Partij die haar aanvaarding van de algemene bijlage intrekt, wordt geacht de Overeenkomst te hebben opgezegd. In dit geval zijn de bepalingen van de leden 2 en 3 eveneens van toepassing.
HOOFDSTUK V. SLOTBEPALING
Inwerkingtreding van de Overeenkomst
Artikel 18
Deze Overeenkomst treedt in werking drie maanden na de datum waarop vijf van de in artikel 8, lid 1 en lid 5, bedoelde entiteiten de Overeenkomst zonder voorbehoud van ratificatie hebben ondertekend of hun akten van ratificatie of toetreding hebben neergelegd.
Deze Overeenkomst treedt voor een Overeenkomstsluitende Partij in werking drie maanden na de datum waarop deze Partij Overeenkomstsluitende Partij is geworden overeenkomstig het bepaalde in artikel 8.
Een specifieke bijlage of hoofdstuk daarvan bij deze Overeenkomst treedt in werking drie maanden na de datum waarop vijf Overeenkomstsluitende Partijen de betrokken specifieke bijlage of het hoofdstuk daarvan hebben aanvaard.
Na de inwerkingtreding van een specifieke bijlage of hoofdstuk daarvan overeenkomstig het bepaalde in lid 3 van dit artikel, worden deze specifieke bijlage of dit hoofdstuk voor een Overeenkomstsluitende Partij van kracht drie maanden nadat deze Partij kennis heeft gegeven van haar aanvaarding. Geen enkele specifieke bijlage of hoofdstuk daarvan wordt evenwel voor een Overeenkomstsluitende Partij van kracht voor de datum waarop deze Overeenkomst voor die Overeenkomstsluitende Partij in werking is getreden.
Depositaris van de Overeenkomst
Artikel 19
Deze Overeenkomst, alle ondertekeningen met of zonder voorbehoud van ratificatie en alle akten van ratificatie of toetreding worden bij de Secretaris-generaal van de Raad neergelegd.
De depositaris:
- a. ontvangt en bewaart de originele teksten van deze Overeenkomst;
- b. maakt voor echt gewaarmerkte afschriften van de originele teksten van de Overeenkomst en doet deze aan de Overeenkomstsluitende Partijen, de leden van de Raad die geen Overeenkomstsluitende Partij zijn en de Secretaris-generaal van de Verenigde Naties toekomen;
- c. neemt alle ondertekeningen met of zonder voorbehoud van ratificatie, ratificatie van of toetredingen tot deze Overeenkomst in ontvangst en neemt alle daarmee verband houdende akten en instrumenten, kennisgevingen en mededelingen in ontvangst en bewaart deze;
- d. onderzoekt of alle ondertekeningen, akten en instrumenten, kennisgevingen en mededelingen met betrekking tot deze Overeenkomst aan de voorschriften voldoen en brengt indien nodig de kwestie onder de aandacht van de betrokken Overeenkomstsluitende Partij;
- e. geeft de Overeenkomstsluitende Partijen, de leden van de Raad die geen Overeenkomstsluitende Partij zijn en de Secretaris-generaal van de Verenigde Naties kennis van: – ondertekeningen, ratificaties, toetredingen en aanvaardingen van bijlagen en hoofdstukken overeenkomstig artikel 8 van deze Overeenkomst; – nieuwe hoofdstukken van de algemene bijlage en nieuwe specifieke bijlagen of hoofdstukken daarvan, waarvoor het Comité van beheer besluit een aanbeveling tot opneming in deze Overeenkomst te doen; – de datum van inwerkingtreding van deze Overeenkomst, van de algemene bijlage en van elke specifieke bijlage of hoofdstuk daarvan overeenkomstig artikel 18 van deze Overeenkomst; – kennisgevingen die werden ontvangen overeenkomstig de artikelen 8, 10, 11, 12 en 13 van deze overeenkomst; – de intrekking van aanvaardingen van bijlagen/hoofdstukken door Overeenkomstsluitende Partijen; – opzeggingen overeenkomstig artikel 17 van deze Overeenkomst; en – krachtens artikel 15 van deze Overeenkomst aanvaarde wijzigingen evenals de data van inwerkingtreding van deze wijzigingen.
In het geval dat tussen een Overeenkomstsluitende Partij en de depositaris een verschil van mening ontstaat over de wijze waarop laatstgenoemde zijn taken vervult, brengt de depositaris of de betrokken Overeenkomstsluitende Partij de kwestie onder de aandacht van de andere Overeenkomstsluitende Partijen en de ondertekenaars dan wel, naar gelang het geval, het Comité van beheer of de Raad.
Registratie en authentieke teksten
Artikel 20
Overeenkomstig artikel 102 van het Handvest van de Verenigde Naties wordt deze Overeenkomst op verzoek van de Secretaris-generaal van de Raad bij het Secretariaat van de Verenigde Naties geregistreerd.
HOOFDSTUK 1. ALGEMENE BEGINSELEN
HOOFDSTUK 2. DEFINITIES
HOOFDSTUK 3. VRIJMAKING EN ANDERE DOUANEFORMALITEITEN
Bevoegde douanekantoren
De aangever
De goederenaangifte
Overlegging, geldigmaking en controle van de goederenaangifte
Bijzondere procedures voor gevolmachtigden
Onderzoek van de goederen
Fouten
Vrijgave van goederen
Afstand of vernietiging van goederen
HOOFDSTUK 4. RECHTEN EN HEFFINGEN
A. Vaststelling, invordering en betaling van rechten en heffingen
B. Uitstel van betaling van rechten en heffingen
C. Terugbetaling van rechten en heffingen
HOOFDSTUK 5. ZEKERHEIDSTELLING
HOOFDSTUK 6. DOUANECONTROLE
HOOFDSTUK 7. TOEPASSING VAN INFORMATIETECHNOLOGIE
HOOFDSTUK 8. BETREKKINGEN TUSSEN DE DOUANE EN DERDEN
HOOFDSTUK 9. INFORMATIE, BESLUITEN EN BESCHIKKINGEN VAN DE DOUANE
A. Algemene informatie
B. Specifieke informatie
C. Besluiten en beschikkingen
HOOFDSTUK 10. BEROEP IN DOUANEZAKEN
A. Recht op beroep
B. Vorm en motivering van het beroep
C. Behandeling van het beroep
De raadpleging van dit document komt niet in de plaats van het lezen van het oorspronkelijke Staatsblad of de Staatscourant. Wij aanvaarden geen aansprakelijkheid voor eventuele onnauwkeurigheden die voortvloeien uit de omzetting van het origineel naar dit formaat.
Deze tekst wordt gepubliceerd onder de eigen hergebruiksvoorwaarden van BWB, niet onder een licentie van Legalize of van het publieke domein.
BWB
CC0 1.0 Universeel (publiek domein)