Verdrag inzake wettelijke aansprakelijkheid op het gebied van de kernenergie
De Regeringen van de Bondsrepubliek Duitsland, de Republiek Oostenrijk, het Koninkrijk België, het Koninkrijk Denemarken, Spanje, de Franse Republiek, het Koninkrijk Griekenland, de Republiek IJsland, de Italiaanse Republiek, het Groothertogdom Luxemburg, het Koninkrijk Noorwegen, het Koninkrijk der Nederlanden, de Portugese Republiek, het Verenigd Koninkrijk van Groot-Brittannië en Noord-Ierland, het Koninkrijk Zweden, de Zwitserse Bondsstaat en de Republiek Turkije,
Overwegende dat het binnen het kader van de Organisatie voor Economische Samenwerking en Ontwikkeling (hierna te noemen de „Organisatie") opgerichte OESO-Agentschap voor Kernenergie belast is met het bevorderen van de uitwerking en het onderling in overeenstemming brengen van wettelijke bepalingen op het gebied van de kernenergie in de deelnemende landen, in het bijzonder wat betreft de aansprakelijkheid jegens derden en de verzekering tegen atoomrisico's;
Verlangende zekerheid te geven dat personen die schade hebben geleden ten gevolge van kernongevallen, een passende en billijke schadevergoeding zullen ontvangen, zulks onder het treffen van de nodige maatregelen om te verzekeren dat de ontwikkeling van de produktie en van het gebruik van kernenergie voor vreedzame doeleinden daardoor niet wordt gehinderd;
Overtuigd van de noodzaak om te komen tot gelijkluidende grondregelen welke in de verschillende landen van toepassing zullen zijn op de aansprakelijkheid voor die schade, waarbij het die landen zal blijven vrijstaan nationaal de aanvullende maatregelen te treffen, welke zij nodig achten;
Zijn overeengekomen als volgt:
Betreft de Nederlandse tekst van het Verdrag inzake wettelijke aansprakelijkheid op het gebied van de kernenergie, zoals laatstelijk gewijzigd door het Protocol houdende wijziging van het Verdrag van 29 juli 1960 inzake wettelijke aansprakelijkheid op het gebied van de kernenergie, Trb. 1983, 80.
Artikel 1
a. Voor de toepassing van dit Verdrag wordt verstaan onder:
- (i). „kernongeval”: een kernschade brengend feit of een reeks van zulke feiten met dezelfde oorzaak.
- (ii). „kerninstallatie”: reactoren met uitzondering van die welke deel uitmaken van een vervoermiddel; fabrieken voor de vervaardiging of behandeling van nucleaire stoffen; fabrieken voor de scheiding van isotopen van splijtstoffen; fabrieken voor het opwerken van bestraalde splijtstoffen; inrichtingen voor de opslag van nucleaire stoffen met uitzondering van de opslag welke verband houdt met het vervoer van die stoffen; installaties voor de verwijdering van nucleaire stoffen; alle reactoren, fabrieken, inrichtingen of installaties die buiten gebruik worden gesteld; en andere door de Bestuurscommissie van het OESO-Agentschap voor Kernenergie (hierna te noemen de „Bestuurscommissie”) aan te wijzen installaties waarin zich splijtstoffen of radioactieve producten of afvalstoffen bevinden; iedere Verdragsluitende Partij kan besluiten dat twee of meer kerninstallaties die dezelfde exploitant hebben en die zich bevinden op hetzelfde terrein, samen met iedere andere opstal op dat terrein waar zich splijtstoffen of radioactieve producten of afvalstoffen bevinden als één enkele kerninstallatie zullen worden beschouwd.
- (iii). „splijtstoffen”: splijtbaar materiaal in de vorm van uraniummetaal en legeringen of chemische verbindingen daarvan (met inbegrip van natuurlijk uranium) en plutoniummetaal en legeringen of chemische verbindingen daarvan, zomede ander door de Bestuurscommissie aan te wijzen splijtbaar materiaal;
- (iv). „radioactieve produkten of afvalstoffen”: alle radioactieve stoffen verkregen of radioactief geworden door blootstelling aan bestraling verband houdende metdeproduktie of het gebruik van splijtstoffen, met uitzondering van splijtstoffen en van zich buiten een kerninstallatie bevindende radioactieve isotopen die het laatste stadium van vervaardiging hebben bereikt en kunnen worden gebruikt voor industriële, commerciële, landbouwkundige, medische, wetenschappelijke of onderwijskundige doeleinden;
- (v). „nucleaire stoffen”: splijtstoffen (met uitzondering van natuurlijk uranium en verarmd uranium) en radioactieve produkten of afvalstoffen;
- (vi). „exploitant”: de persoon die door het bevoegde gezag is aangewezen of erkend als exploitant van een kerninstallatie.
- (vii). „kernschade”: en elk van de volgende elementen in de mate vastgesteld door het recht van de bevoegde rechter: in het geval van subleden 1 tot en met 5 hierboven, voor zover het overlijden, persoonlijk letsel, verlies of de beschadiging veroorzaakt wordt door of voortvloeit uit ioniserende straling uit een stralingsbron binnen een kerninstallatie, of afkomstig is uit splijtstoffen of radioactieve producten of afvalstoffen in, of van nucleaire stoffen die afkomstig zijn uit, hun oorsprong hebben in, of worden gezonden naar een kerninstallatie, ongeacht of dit wordt veroorzaakt door de radioactieve eigenschappen van dit materiaal, of door een combinatie van radioactieve eigenschappen met toxische, explosieve of andere gevaarlijke eigenschappen van dit materiaal.
-
- overlijden of persoonlijk letsel;
-
- verlies of beschadiging van zaken;
-
- economisch nadeel voortvloeiend uit overlijden, persoonlijk letsel, verlies of beschadiging bedoeld in de subleden 1 of 2 hierboven, voorzover niet inbegrepen in die subleden, geleden door een persoon die bevoegd is tot het instellen van een vordering naar aanleiding van een dergelijk geval van overlijden, persoonlijk letsel, verlies of beschadiging;
-
- de kosten van maatregelen tot herstel van een aangetast milieu, tenzij de aantasting onbetekenend is, indien dergelijke maatregelen daadwerkelijk worden genomen of zullen worden genomen, voor zover niet inbegrepen in sublid 2 hierboven;
-
- inkomensderving voortvloeiend uit een rechtstreeks economisch belang in het gebruik of het genot van het milieu, geleden als gevolg van een aanmerkelijke aantasting van dat milieu, voor zover niet inbegrepen in sublid 2 hierboven;
-
- de kosten van preventieve maatregelen, en de door deze maatregelen veroorzaakte verdere gevallen van overlijden, persoonlijk letsel, verlies of beschadiging,
- (viii). „herstelmaatregelen”: alle redelijke maatregelen die zijn goedgekeurd door de bevoegde autoriteiten van de Staat waar de maatregelen zijn genomen, die gericht zijn op het herstel of de wederopbouw van beschadigde of vernietigde onderdelen van het milieu, of, waar redelijk, op het in het milieu brengen van equivalenten van deze onderdelen. In de wetgeving van de Staat waar de kernschade wordt geleden wordt vastgelegd wie bevoegd is tot het nemen van dergelijke maatregelen.
- (ix). „preventieve maatregelen”: alle redelijke door iemand genomen maatregelen nadat zich een kernongeval of een gebeurtenis waardoor een ernstige en naderende dreiging van kernschade wordt veroorzaakt, heeft voorgedaan, ter voorkoming of minimalisering van kernschade als bedoeld in de subleden a.vii. 1 tot en met 5, onder voorbehoud van goedkeuring door de bevoegde autoriteiten indien deze vereist is volgens het recht van de Staat waar de maatregelen zijn genomen.
- (x). „redelijke maatregelen”: maatregelen die ingevolge het recht van de bevoegde rechter worden geacht passend en proportioneel te zijn, met inachtneming van alle omstandigheden, bijvoorbeeld:
-
- de aard en omvang van de geleden kernschade of, in geval van preventieve maatregelen, de aard en omvang van het risico van dergelijke schade;
-
- de mate waarin deze maatregelen, op het tijdstip dat zij worden genomen, waarschijnlijk effectief zijn; en
-
- relevante wetenschappelijke en technische expertise.
b. De Bestuurscommissie kan, indien naar haar mening de geringe omvang van de betrokken risico's dit rechtvaardigt, kerninstallaties, splijtstoffen of nucleaire stoffen van de toepassing van dit Verdrag uitsluiten.
Artikel 2
a. Dit Verdrag is van toepassing op kernschade geleden op het grondgebied van of binnen maritieme zones ingesteld in overeenstemming met het internationale recht van, of, behoudens op het grondgebied van een niet-Verdragsluitende Staat die niet vermeld is onder ii tot en met iv van dit lid, aan boord van een schip of luchtvaartuig dat is geregistreerd in:
- i. een Verdragsluitende Partij;
- ii. een niet-Verdragsluitende Staat die, ten tijde van het kernongeval, Partij is bij het Verdrag van Wenen van 21 mei 1963 inzake wettelijke aansprakelijkheid voor kernschade, en elke wijziging daarvan die voor die Partij van kracht is, en bij het Gezamenlijk Protocol van 21 september 1988 met betrekking tot de toepassing van het Verdrag van Wenen en het Verdrag van Parijs, mits evenwel de Partij bij het Verdrag van Parijs op wier grondgebied de installatie van de aansprakelijke exploitant is gelegen, Partij is bij dat Gezamenlijk Protocol;
- iii. een niet-Verdragsluitende Staat die, ten tijde van het kernongeval, geen kerninstallatie op zijn grondgebied of binnen door hem in overeenstemming met het internationale recht ingestelde maritieme zones heeft; of
- iv. elke andere niet-Verdragsluitende Staat waar, ten tijde van het kernongeval, wetgeving inzake de wettelijke aansprakelijkheid voor kernschade van kracht is die equivalente wederkerige uitkeringen biedt, en die gebaseerd is op beginselen die identiek zijn aan die van dit Verdrag, met inbegrip van onder andere aansprakelijkheid zonder schuld van de aansprakelijke exploitant, exclusieve aansprakelijkheid van de exploitant of een bepaling van dezelfde strekking, exclusieve bevoegdheid van de bevoegde rechter, gelijke behandeling van alle slachtoffers van een kernongeval, erkenning en tenuitvoerlegging van vonnissen, vrije overmaking van vergoeding, interesten en kosten.
b. Niets in dit artikel belet een Verdragsluitende Partij op wier grondgebied de kerninstallatie van de aansprakelijke exploitant is gelegen ingevolge haar wetgeving te voorzien in een grotere reikwijdte van de toepassing van dit Verdrag.
Artikel 3
a. De exploitant van een kerninstallatie is, overeenkomstig dit Verdrag, aansprakelijk voor kernschade anders dan:
- i. schade aan de kerninstallatie zelf en aan andere kerninstallaties, met inbegrip van kerninstallaties in aanbouw, die zich bevinden op het terrein waar die installatie is gelegen; en
- ii. schade aan zaken die zich bevinden op dat terrein en die worden gebruikt of bestemd zijn om te worden gebruikt in verband met één van die installaties,
indien wordt bewezen dat bedoelde schade is veroorzaakt door een kernongeval in die installatie of waarbij nucleaire stoffen afkomstig uit die installatie waren betrokken, behoudens het bepaalde in artikel 4.
b. In gevallen waarin kernschade wordt veroorzaakt door een kernongeval en door een ongeval niet zijnde een kernongeval tezamen, wordt het gedeelte van de schade dat door zulk een ander ongeval wordt veroorzaakt, voor zover dit redelijkerwijze niet te scheiden valt van de door het kernongeval veroorzaakte kernschade, beschouwd als door het kernongeval veroorzaakte kernschade. In gevallen waarin kernschade wordt veroorzaakt door een kernongeval en door een niet onder dit Verdrag vallend vrijkomen van ioniserende straling tezamen, wordt de aansprakelijkheid van enig persoon in verband met dit vrijkomen van ioniserende straling door niets in dit Verdrag beperkt of anderszins aangetast.
Artikel 4
Ten aanzien van vervoer van nucleaire stoffen, met inbegrip van de daarmee verband houdende opslag, geldt onverminderd het bepaalde in artikel 2 het volgende:
- (a). De exploitant van een kerninstallatie is overeenkomstig dit Verdrag aansprakelijk voor de kernschade indien bewezen wordt dat deze is veroorzaakt door een kernongeval buiten die installatie waarbij nucleire stoffen zijn betrokken, welke vandaar werden vervoerd, doch alleen indien het ongeval zich voordoet:
- (i). voordat de aansprakelijkheid met betrekking tot kernongevallen waarbij die nucleaire stoffen zijn betrokken door de exploitant van een andere kerninstallatie is aanvaard ingevolge de uitdrukkelijke bepalingen van een schriftelijke overeenkomst;
- (ii). bij gebreke van zulke uitdrukkelijke bepalingen, voordat de exploitant van een andere kerninstallatie de nucleaire stoffen heeft overgenomen; of
- (iii). in gevallen waarin de nucleaire stoffen bestemd zijn om te worden gebruikt in een reactor die deel uitmaakt van een vervoermiddel, voordat de persoon die bevoegd is die reactor te exploiteren de nucleaire stoffen heeft overgenomen; maar
- (iv). in gevallen waarin de nucleaire stoffen zijn gezonden naar een persoon op het grondgebied van een niet-Verdragsluitende Staat, voordat zij zijn uitgeladen uit het vervoermiddel waarmede zij op het grondgebied van die niet-Verdragsluitende Staat zijn aangekomen.
- (b). De exploitant van een kerninstallatie is overeenkomstig dit Verdrag aansprakelijk voor de kernschade indien bewezen wordt dat deze is veroorzaakt door een kernongeval buiten die installatie, waarbij nucleaire stoffen zijn betrokken en welke daarheen werden vervoerd, doch alleen indien het ongeval zich voordoet:
- (i). nadat de aansprakelijkheid met betrekking tot kernongevallen waarbij die nucleaire stoffen zijn betrokken ingevolge de uitdrukkelijke bepalingen van een schriftelijke overeenkomst aan hem is overgedragen door de exploitant van een andere kerninstallatie;
- (ii). bij gebreke van zulke uitdrukkelijke bepalingen, nadat hij de nucleaire stoffen heeft overgenomen; of
- (iii). nadat hij de nucleaire stoffen heeft overgenomen van een persoon die een reactor exploiteert, die deel uitmaakt van een vervoermiddel; maar
- (iv). in gevallen waarin de nucleaire stoffen met schriftelijke toestemming van de exploitant zijn verzonden door een persoon op het grondgebied van een niet-Verdragsluitende Staat, nadat zij zijn geladen in het vervoermiddel waarmede zij buiten het grondgebied van die Staat zullen worden gebracht.
- (c). De overdracht van aansprakelijkheid aan de exploitant van een andere kerninstallatie ingevolge de leden a i en ii en b i en ii kan uitsluitend plaatsvinden indien die exploitant een rechtstreeks economisch belang heeft bij de nucleaire stoffen die worden vervoerd.
- (d). De overeenkomstig dit Verdrag aansprakelijke exploitant dient de vervoerder te voorzien van een certificaat, afgegeven door of namens de verzekeraar of andere persoon die de volgens artikel 10 vereiste financiële zekerheid heeft gesteld. Een Verdragsluitende Partij kan zich evenwel aan deze verplichting onttrekken wat het vervoer betreft dat uitsluitend op het eigen grondgebied plaatsvindt. Het certificaat dient de naam en het adres van die exploitant te vermelden, alsmede het bedrag, de aard en de duur van de zekerheid. Deze gegevens kunnen niet worden betwist door de persoon door of namens wie het certificaat is afgegeven. Het certificaat vermeldt tevens de nucleaire stoffen en de reis ten aanzien waarvan de zekerheid geldt, en bevat eveneens een verklaring van het bevoegde openbare gezag dat de daarin genoemde persoon exploitant is in de zin van dit Verdrag.
- (e). Een Verdragsluitende Partij kan in haar wetgeving bepalen, dat onder de daarin gestelde voorwaarden en indien is voldaan aan de vereisten van artikel 10(a), een vervoerder op zijn verzoek en met toestemming van de exploitant van een op het grondgebied van die Partij gelegen kerninstallatie bij besluit van het bevoegde openbare gezag, in plaats van die exploitant aansprakelijk zal zijn overeenkomstig dit Verdrag. In dat geval zal de vervoerder voor de toepassing van dit Verdrag ten aanzien van kernongevallen welke zich tijdens het vervoer van nucleaire stoffen voordoen in elk opzicht worden beschouwd als exploitant van een kerninstallatie op het grondgebied van de Verdragsluitende Partij wier wetgeving aldus bepaalt.
Artikel 5
a. Indien de splijtstoffen of radioactieve produkten of afvalstoffen welke bij een kernongeval zijn betrokken zich in meer dan een kerninstallatie hebben bevonden en zich op het tijdstip waarop de kernschade wordt veroorzaakt in een kerninstallatie bevinden, is geen der exploitanten van de kerninstallaties waarin zij zich voordien hebben bevonden aansprakelijk voor de kernschade.
b. In gevallen echter, waarin kernschade wordt veroorzaakt door een kernongeval dat plaatsvindt in een kerninstallatie en waarbij slechts nucleaire stoffen betrokken zijn welke daarin tijdens het vervoer zijn opgeslagen, is de exploitant van die kerninstallatie niet aansprakelijk indien een andere exploitant of persoon ingevolge artikel 4 aansprakelijk is.
c. Indien de splijtstoffen of radioactieve produkten of afvalstoffen welke bij een kernongeval zijn betrokken, zich in meer dan één kerninstallatie hebben bevonden en zich op het tijdstip waarop de kernschade wordt veroorzaakt niet in één kerninstallatie bevinden, is voor de kernschade geen andere exploitant aansprakelijk dan de exploitant van de laatste kerninstallatie waarin deze zich bevonden voordat de kernschade werd veroorzaakt dan wel de exploitant die deze daarna heeft overgenomen of hiervoor de aansprakelijkheid heeft aanvaard ingevolge de uitdrukkelijke bepalingen van een schriftelijke overeenkomst.
d. Indien kernschade aanleiding geeft tot aansprakelijkheid van meer dan een exploitant overeenkomstig dit Verdrag, zijn die exploitanten hoofdelijk en ieder voor het geheel aansprakelijk, met dien verstande dat indien een zodanige aansprakelijkheid ontstaat tengevolge van kernschade veroorzaakt door een kernongeval waarbij nucleaire stoffen tijdens het vervoer in een en hetzelfde vervoermiddel of, in het geval van opslag tijdens het vervoer, in een en dezelfde kerninstallatie betrokken zijn, als hoogste totale bedrag van de aansprakelijkheid van die exploitanten zal gelden het hoogste bedrag dat voor een van hen overeenkomstig artikel 7 is vastgesteld. In geen geval zal een exploitant in verband met een kernongeval meer behoeven te betalen dan het overeenkomstig artikel 7 voor hem vastgestelde bedrag.
Artikel 6
De raadpleging van dit document komt niet in de plaats van het lezen van het oorspronkelijke Staatsblad of de Staatscourant. Wij aanvaarden geen aansprakelijkheid voor eventuele onnauwkeurigheden die voortvloeien uit de omzetting van het origineel naar dit formaat.