Aanvullend Protocol bij het Europees Verdrag betreffende uitlevering

Type Verdrag
Publication 1982-04-12
State In force
Source BWB
Wijzigingsgeschiedenis JSON API

De Lid-Staten van de Raad van Europa die dit Protocol hebben ondertekend,

Gezien het bepaalde in het Europese Verdrag betreffende uitlevering, opengesteld voor ondertekening te Parijs op 13 december 1957 (hierna te noemen „het Verdrag”) en in het bijzonder de artikelen 3 en 9 van dit Verdrag;

Overwegende dat het wenselijk is deze artikelen aan te vullen, ten einde de bescherming van de mensheid en van individuele personen te verhogen,

Zijn als volgt overeengekomen:

HOOFDSTUK I

Artikel 1

Voor de toepassing van artikel 3 van het Verdrag, worden niet als politieke delicten beschouwd:

HOOFDSTUK II

Artikel 2

wijzigt het Europees Verdrag betreffende uitlevering; Parijs, 13-12-1957

HOOFDSTUK III

Artikel 3
1.

Dit Protocol staat open voor ondertekening door de Lid-Staten van de Raad van Europa. Het dient te worden bekrachtigd, aanvaard of goedgekeurd. De akten van bekrachtiging, aanvaarding of goedkeuring worden nedergelegd bij de Secretaris-Generaal van de Raad van Europa.

2.

Het Protocol treedt in werking 90 dagen na de datum van nederlegging van de derde akte van bekrachtiging, aanvaarding of goedkeuring.

3.

Ten aanzien van iedere ondertekenende Staat die het daarna bekrachtigt, aanvaardt of goedkeurt, treedt het in werking 90 dagen na de datum van nederlegging van zijn akte van bekrachtiging, aanvaarding of goedkeuring.

4.

Geen enkele Lid-Staat van de Raad van Europa kan dit Protocol bekrachtigen, aanvaarden of goedkeuren zonder tegelijkertijd of eerder het Verdrag te hebben bekrachtigd.

Artikel 4
1.

Iedere Staat die tot het Verdrag is toegetreden, kan tot dit Protocol toetreden nadat dit in werking is getreden.

2.

De toetreding geschiedt door nederlegging bij de Secretaris-Generaal van de Raad van Europa van een akte van toetreding die van kracht wordt 90 dagen na de datum van nederlegging.

Artikel 5
1.

Iedere Staat kan bij de ondertekening of bij de nederlegging van zijn akte van bekrachtiging, aanvaarding, goedkeuring of toetreding het grondgebied of de grondgebieden aanwijzen waarop dit Protocol van toepassing zal zijn.

2.

Iedere Staat kan bij de nederlegging van zijn akte van bekrachtiging, aanvaarding, goedkeuring of toetreding, of op ieder tijdstip daarna, door middel van een aan de Secretaris-Generaal van de Raad van Europa gerichte verklaring, de toepassing van dit Protocol uitbreiden tot ieder ander in de verklaring aangewezen grondgebied voor de internationale betrekkingen waarvan hij verantwoordelijk is of waarvoor hij bevoegd is verbintenissen aan te gaan.

3.

Iedere verklaring afgelegd krachtens het voorgaande lid kan, wat betreft ieder in die verklaring aangewezen grondgebied, onder de voorwaarden voorzien in artikel 8 van dit Protocol, worden ingetrokken.

Artikel 6
1.

Iedere Staat kan, bij de ondertekening of bij de nederlegging van zijn akte van bekrachtiging, aanvaarding, goedkeuring of toetreding, verklaren dat hij Hoofdstuk I of Hoofdstuk II niet aanvaardt.

2.

Iedere Verdragsluitende Partij kan een door haar krachtens het voorgaande lid afgelegde verklaring intrekken door middel van een aan de Secretaris-Generaal van de Raad van Europa gerichte verklaring die van kracht wordt op het tijdstip van ontvangst.

3.

Op de bepalingen van, dit Protocol is geen enkel voorbehoud toegestaan.

Artikel 7

De Europese Commissie voor Strafrechtelijke Vraagstukken van de Raad van Europa houdt zich op de hoogte van de tenuitvoerlegging van dit Protocol en bevordert voor zover nodig een schikking in der minne van elke moeilijkheid waartoe de tenuitvoerlegging van dit Protocol aanleiding zou kunnen geven.

Artikel 8
1.

Iedere Verdragsluitende Partij kan dit Protocol, wat haar betreft, opzeggen door een daartoe strekkende kennisgeving te richten aan de Secretaris-Generaal van de Raad van Europa.

2.

De opzegging wordt van kracht zes maanden na de datum waarop de kennisgeving door de Secretaris-Generaal is ontvangen.

3.

De opzegging van het Verdragheeft automatisch de opzegging van dit Protocol ten gevolge.

Artikel 9

De Secretaris-Generaal van de Raad van Europa geeft de Lid-Staten van de Raad en iedere Staat die tot het Verdrag is toegetreden, kennis van:

IN WITNESS WHEREOF, the undersigned, being duly authorised thereto, have signed this Protocol.

DONE at Strasbourg, this 15th day of October 1975, in English and in French, both texts being equally authoritative, in a single copy which shall remain deposited in the archives of the Council of Europe. The Secretary General of the Council of Europe shall transmit certified copies to each of the signatory and acceding States.

De raadpleging van dit document komt niet in de plaats van het lezen van het oorspronkelijke Staatsblad of de Staatscourant. Wij aanvaarden geen aansprakelijkheid voor eventuele onnauwkeurigheden die voortvloeien uit de omzetting van het origineel naar dit formaat.