Aanvullend Protocol bij het Europees Verdrag aangaande de wederzijdse rechtshulp in strafzaken

Type Verdrag
Publication 1982-04-12
State In force
Source BWB
Wijzigingsgeschiedenis JSON API

De Lid-Staten van de Raad van Europa die dit Protocol hebben ondertekend,

Verlangende de toepassing van het Europees Verdrag aangaande de wederzijdse rechtshulp in strafzaken, opengesteld voor ondertekening te Straatsburg op 20 april 1959 (hierna te noemen „het Verdrag”) te vergemakkelijken op het gebied van fiscale delicten;

Overwegende dat het eveneens wenselijk is bedoeld Verdrag ook in bepaalde andere opzichten aan te vullen,

Zijn als volgt overeengekomen:

HOOFDSTUK I

Artikel 1

Het recht bedoeld in artikel 2, letter a, van het Verdrag om rechtshulp te weigeren, wordt door de Verdragsluitende Partijen niet uitgeoefend louter omdat het verzoek betrekking heeft op een strafbaar feit dat door de aangezochte Partij als een fiscaal delict wordt beschouwd.

Artikel 2
1.

Indien een Verdragsluitende Partij zich het recht heeft voorbehouden de uitvoering van rogatoire commissies strekkende tot huiszoeking of inbeslagneming afhankelijk te stellen van de voorwaarde dat het delict dat tot de rogatoire commissie aanleiding geeft, zowel volgens de wetgeving van de verzoekende Partij als volgens die van de aangezochte Partij een strafbaar feit is, dan is, wat de fiscale delicten betreft, aan deze voorwaarde voldaan indien het feit strafbaar is volgens de wetgeving van de verzoekende Partij en overeenkomt met een strafbaar feit van dezelfde aard volgens de wetgeving van de aangezochte Partij.

2.

Het verzoek mag niet worden afgewezen op grond van het feit dat naar de wetgeving van de aangezochte Partij niet dezelfde soort retributies of belastingen worden geheven, of die wetgeving niet dezelfde soort regeling op het gebied van retributies, belastingen, douane en deviezen bevat als de wetgeving van de verzoekende Partij.

HOOFDSTUK II

Artikel 3

Het Verdrag is eveneens van toepassing op:

HOOFDSTUK III

Artikel 4

Wijzigt het Europees Verdrag aangaande de wederzijdse rechtshulp in strafzaken; Straatsburg, 20-04-1959.

HOOFDSTUK IV

Artikel 5
1.

Dit Protocol staat open voor ondertekening door de Lid-Staten van de Raad van Europa die het Verdrag hebben ondertekend. Het dient te worden bekrachtigd, aanvaard of goedgekeurd. De akten van bekrachtiging, aanvaarding of goedkeuring worden nedergelegd bij de Secretaris-Generaal van de Raad van Europa.

2.

Het Protocol treedt in werking 90 dagen na de datum van nederlegging van de derde akte van bekrachtiging, aanvaarding of goedkeuring.

3.

Ten aanzien van iedere ondertekenende Staat die het daarna bekrachtigt, aanvaardt of goedkeurt, treedt het in werking 90 dagen na de datum van nederlegging van zijn akte van bekrachtiging, aanvaarding of goedkeuring.

4.

Een Lid-Staat van de Raad van Europa kan dit Protocol niet bekrachtigen, aanvaarden of goedkeuren zonder tegelijkertijd of eerder het Verdragte hebben bekrachtigd.

Artikel 6
1.

Iedere Staat die tot het Verdrag is toegetreden kan tot dit Protocol toetreden nadat dit in werking is getreden.

2.

De toetreding geschiedt door nederlegging bij de Secretaris-Generaal van de Raad van Europa van een akte van toetreding, die van kracht wordt 90 dagen na de datum van nederlegging.

Artikel 7
1.

Iedere Staat kan bij ondertekening of bij de nederlegging van zijn akte van bekrachtiging, aanvaarding, goedkeuring of toetreding het grondgebied of de grondgebieden aanwijzen waarop dit Protocol van toepassing zal zijn.

2.

Iedere Staat kan bij de nederlegging van zijn akte van bekrachtiging, aanvaarding, goedkeuring of toetreding, of op ieder tijdstip daarna, door middel van een aan de Secretaris-Generaal van de Raad van Europa gerichte verklaring, de toepassing van dit Protocol uitbreiden tot ieder ander in de verklaring aangewezen grondgebied voor de internationale betrekkingen waarvan hij verantwoordelijk is, of waarvoor hij bevoegd is verbintenissen aan te gaan.

3.

Iedere verklaring afgelegd krachtens het voorgaande lid kan, wat betreft ieder in die verklaring aangewezen grondgebied, worden ingetrokken door middel van een aan de Secretaris-Generaal van de Raad van Europa gerichte kennisgeving. De intrekking wordt van kracht zes maanden na de datum van ontvangst van de kennisgeving door de Secretaris-Generaal van de Raad van Europa.

Artikel 8
1.

De voorbehouden door een Verdragsluitende Partij gemaakt ten aanzien van een bepaling van het Verdrag, zijn eveneens van toepassing op dit Protocol, tenzij die Partij bij de ondertekening of bij de nederlegging van haar akte van bekrachtiging, aanvaarding, goedkeuring of toetreding het tegendeel verklaart. Dit geldt ook voor de verklaringen gedaan krachtens artikel 24 van het Verdrag.

2.

Iedere Staat kan bij de ondertekening, of bij de nederlegging van zijn akte van bekrachtiging, aanvaarding, goedkeuring of toetreding, verklaren dat hij zich het recht voorbehoudt:

3.

Iedere Verdragsluitende Partij kan een voorbehoud dat zij heeft gemaakt krachtens het voorgaande lid, intrekken door middel van een aan de Secretaris-Generaal van de Raad van Europa gerichte verklaring, die van kracht wordt op de datum van ontvangst daarvan.

4.

Een Verdragsluitende Partij die op dit Protocol een voorbehoud heeft toegepast dat is gemaakt ten aanzien van een bepaling van het Verdrag of die een voorbehoud heeft gemaakt ten aanzien van een bepaling van dit Protocol, kan de toepassing van deze bepaling door een andere Verdragsluitende Partij niet verlangen; zij kan echter indien haar voorbehoud gedeeltelijk of voorwaardelijk is, de toepassing van die bepaling verlangen voor zover zij haar zelf heeft aanvaard.

5.

Op de bepalingen van dit Protocol is geen ander voorbehoud toegestaan.

Artikel 9

De bepalingen van dit Protocol vormen geen belemmering voor de meer uitgewerkte voorschriften vervat in de bilaterale of multilaterale overeenkomsten die zijn of worden gesloten tussen de Verdragsluitende Partijen bij toepassing van artikel 26, derde lid, van het Verdrag.

Artikel 10

De Europese Commissie voor Strafrechtelijke Vraagstukken van de Raad van Europa wordt op de hoogte gehouden van de toepassing van dit Protocol en vergemakkelijkt voor zover nodig een minnelijke schikking van elke moeilijkheid die ten gevolge van de toepassing van dit Protocol mocht ontstaan.

Artikel 11
1.

Iedere Verdragsluitende Partij kan dit Protocol, wat haar betreft, opzeggen door middel van een kennisgeving gericht aan de Secretaris-Generaal van de Raad van Europa.

2.

De opzegging wordt van kracht zes maanden na de datum van ontvangst van de kennisgeving door de Secretaris-Generaal.

3.

Opzegging van het Verdrag heeft automatisch de opzegging van dit Protocol ten gevolge.

Artikel 12

De Secretaris-Generaal van de Raad van Europa geeft alle Lid-Staten van de Raad en iedere Staat die tot het Verdrag is toegetreden, kennis van:

IN WITNESS WHEREOF the undersigned, being duly authorised thereto, have signed this Protocol.

DONE at Strasbourg, this 17th day of March 1978, in English and in French, both texts being equally authoritative, in a single copy which shall remain deposited in the archives of the Council of Europe. The Secretary General of the Council of Europe shall transmit certified copies to each of the signatory and acceding States.

De raadpleging van dit document komt niet in de plaats van het lezen van het oorspronkelijke Staatsblad of de Staatscourant. Wij aanvaarden geen aansprakelijkheid voor eventuele onnauwkeurigheden die voortvloeien uit de omzetting van het origineel naar dit formaat.