Verdrag inzake het Open Luchtruim
De Staten die dit Verdrag sluiten, hierna te noemen, gezamenlijk, de Staten-Partijen of, afzonderlijk, een Staat-Partij,
Indachtig de verplichtingen die zij op de Conferentie over Veiligheid en Samenwerking in Europa op zich hebben genomen aangaande het bevorderen van grotere openheid en doorzichtigheid in hun militaire activiteiten en het vergroten van de veiligheid door middel van vertrouwen- en veiligheidbevorderende maatregelen,
Verheugd over de historische gebeurtenissen in Europa, die de veiligheidssituatie van Vancouver tot Vladiwostok hebben gewijzigd,
Geleid door de wens bij te dragen tot de verdere ontwikkeling en versterking van de vrede, stabiliteit en coöperatieve veiligheid in dat gebied door middel van het scheppen van een „open luchtruim"-regime voor observatie vanuit de lucht,
Erkennende de mogelijke bijdrage die een dergelijk regime inzake observatie vanuit de lucht tevens aan de veiligheid en stabiliteit in andere regio's kan leveren,
Vaststellende de mogelijkheid een dergelijk regime te gebruiken ter verbetering van de openheid en doorzichtigheid, ter vergemakkelijking van de controle op de naleving van bestaande en toekomstige wapenbeheersingsovereenkomsten en ter versterking van het vermogen tot conflictvermijding en crisisbeheersing in het kader van de Conferentie over Veiligheid en Samenwerking in Europa en andere daarvoor in aanmerking komende internationale instellingen,
Beogende de mogelijke uitbreiding van het „open luchtruim"-regime tot andere gebieden, zoals bescherming van het milieu,
Ernaar strevende overeengekomen procedures vast te leggen die voorzien in observatie vanuit de lucht van alle grondgebieden van de Staten-Partijen, met de bedoeling één bepaalde Staat-Partij of groepen Staten-Partijen te observeren op basis van billijkheid en doelmatigheid, met handhaving van de vliegveiligheid.
Erop wijzende dat de toepassing van een dergelijk „open luchtruim"-regime de Staten die daaraan niet deelnemen, niet zal schaden,
Zijn als volgt overeengekomen:
Artikel I. Algemene bepalingen
Dit Verdrag stelt het regime in voor het uitvoeren van observatievluchten door Staten-Partijen boven de grondgebieden van andere Staten-Partijen, hetgeen wordt aangeduid als het „open luchtruim"-regime, en legt de daarmee verband houdende rechten en verplichtingen van de Staten-Partijen vast.
Elk der Bijlagen en de bijbehorende Aanhangsels maken een integrerend deel uit van dit Verdrag.
Artikel II. Begripsomschrijvingen
Voor de toepassing van dit Verdrag wordt verstaan onder:
-
- „geobserveerde Partij": de Staat-Partij of groep Staten-Partijen boven het grondgebied waarvan een observatievlucht wordt uitgevoerd of voorgenomen, zulks vanaf het tijdstip waarop deze een kennisgeving daarvan heeft ontvangen van een observerende Partij tot aan de voltooiing van de procedures in verband met die vlucht, dan wel personeel dat handelt namens die Staat-Partij of groep Staten-Partijen.
-
- „observerende Partij": de Staat-Partij of groep Staten-Partijen die een observatievlucht boven het grondgebied van een andere Staat-Partij of groep Staten-Partijen voorneemt of uitvoert, zulks vanaf het tijdstip waarop deze kennisgeving doet van zijn voornemen een observatievlucht uit te voeren tot aan de voltooiing van de procedures in verband met die vlucht, dan wel personeel dat handelt namens die Staat-Partij of groep Staten-Partijen.
-
- „groep Staten-Partijen": twee of meer Staten-Partijen die zijn overeengekomen een groep te vormen voor de toepassing van dit Verdrag.
-
- „observatievliegtuig": een onbewapend vastvleugelig vliegtuig, bestemd voor het uitvoeren van observatievluchten, ingeschreven door de desbetreffende autoriteiten van een Staat-Partij en uitgerust met overeengekomen sensoren. Het begrip „onbewapend" betekent dat het observatievliegtuig dat voor de toepassing van dit Verdrag wordt gebruikt, niet is uitgerust voor het vervoer en het gebruik van wapens.
-
- „observatievlucht": de vlucht van het observatievliegtuig, uitgevoerd door een observerende Partij boven het grondgebied van een geobserveerde Partij in overeenstemming met het vliegplan, vanaf het punt van binnenkomst of een „open luchtruim"-vliegveld tot aan het punt van vertrek of een „open luchtruim"-vliegveld.
-
- „transitvlucht": een vlucht van een observatievliegtuig of transportvliegtuig, uitgevoerd door of namens een observerende Partij boven het grondgebied van een derde Staat-Partij op weg naar of van het grondgebied van de geobserveerde Partij.
-
- „transportvliegtuig": een vliegtuig, anders dan een observatievliegtuig, dat namens de observerende Partij vluchten uitvoert naar en van het grondgebied van de geobserveerde Partij, zulks uitsluitend voor de toepassing van dit Verdrag.
-
- „grondgebied": het land, met inbegrip van eilanden, binnenwateren en territoriale wateren, waarover een Staat-Partij soevereiniteit uitoefent.
-
- „passief quotum": het aantal observatievluchten dat elke Staat-Partij moet dulden als geobserveerde Partij.
-
- „actief quotum": het aantal observatievluchten dat elke Staat-Partij mag uitvoeren als observerende Partij.
-
- „maximale vliegafstand": de maximale afstand boven het grondgebied van de geobserveerde Partij vanaf het punt waarop de observatievlucht kan aanvangen tot het punt waarop die vlucht kan eindigen, als aangegeven in Bijlage A bij dit Verdrag.
-
- „sensor": apparatuur van een categorie als omschreven in artikel IV, eerste lid, die in een observatievliegtuig is aangebracht om te worden gebruikt tijdens het uitvoeren van observatievluchten.
-
- „grondresolutie": de kleinste afstand op de grond tussen twee dicht bij elkaar gelegen objecten, waarbij deze nog als afzonderlijke objecten kunnen worden waargenomen.
-
- „infrarood-lijnaftasttoestel": een sensor die thermische elektromagnetische straling opvangt en zichtbaar maakt die door objecten vanwege hun eigen temperatuur wordt uitgezonden in het onzichtbare infrarode thermische gedeelte van het optische spectrum, terwijl deze objecten niet kunstmatig zijn belicht.
-
- „observatieperiode": een vastgesteld tijdvak in de loop van een observatievlucht gedurende hetwelk een bepaalde in het observatievliegtuig aangebrachte sensor in werking is gesteld.
-
- „bemanning": personen uit een Staat-Partij, onder wie tolken, indien de Staat-Partij daartoe besluit, die taken verrichten in verband met het vliegen met of het onderhoud van een observatievliegtuig of een transportvliegtuig.
-
- „gezagvoerder": de piloot aan boord van het observatievliegtuig die verantwoordelijk is voor het vliegen met het observatievliegtuig, de uitvoering van het vliegplan en de veiligheid van het observatievliegtuig.
-
- „vluchtwaarnemer": een persoon die zich namens de geobserveerde Partij gedurende de observatievlucht aan boord bevindt van een door de observerende Partij ter beschikking gesteld observatievliegtuig en die taken verricht in overeenstemming met Bijlage G bij dit Verdrag.
-
- „vluchtvertegenwoordiger": een persoon die zich namens de observerende Partij gedurende de observatievlucht aan boord bevindt van een door de geobserveerde Partij ter beschikking gesteld observatievliegtuig en die taken verricht in overeenstemming met Bijlage G bij dit Verdrag.
-
- „vertegenwoordiger": een persoon die is aangewezen door de observerende Partij en die namens de observerende Partij taken verricht in overeenstemming met Bijlage G gedurende een observatievlucht aan boord van een observatievliegtuig dat is aangewezen door een andere Staat-Partij dan de observerende Partij of de geobserveerde Partij.
-
- „sensorbediener": een persoon uit een Staat-Partij die taken verricht verband houdende met de werking, de bediening en het onderhoud van de sensoren van een observatievliegtuig.
-
- „inspecteur": een persoon uit een Staat-Partij die een inspectie van de sensoren of het observatievliegtuig van een andere Staat-Partij uitvoert.
-
- „begeleider": een persoon uit een Staat-Partij die de inspecteurs van een andere Staat-Partij begeleidt.
-
- „missieplan": een door de observerende Partij ingediend document, in een door de „Open Luchtruim"-Overlegcommissie vast te stellen vorm, dat de route, het profiel, de volgorde van uitvoering en de ondersteuningsmaatregelen bevat die nodig zijn voor het uitvoeren van de observatievlucht, hetwelk dient te worden overeengekomen met de geobserveerde Partij en dat de basis vormt voor de opstelling van het vliegplan.
-
- „vliegplan": een document, opgesteld op basis van het overeengekomen missieplan, in de vorm en met de inhoud als aangegeven door de Internationale Burgerluchtvaartorganisatie, hierna te noemen de ICAO, dat wordt ingediend bij de met de luchtverkeersleiding belaste autoriteiten en aan de hand waarvan de observatievlucht zal worden uitgevoerd.
-
- „missierapport": een document dat een observatievlucht beschrijft en dat, na beëindiging daarvan, wordt opgesteld door de observerende Partij, in de door de „Open Luchtruim"-Overlegcommissie vast te stellen vorm, en wordt ondertekend door zowel de observerende als de geobserveerde Partij.
-
- „"open luchtruim"-vliegveld": een vliegveld dat door de geobserveerde Partij is aangewezen als punt waar een observatievlucht kan aanvangen of eindigen.
-
- „punt van binnenkomst": een door de geobserveerde Partij aangewezen punt voor de aankomst van personeel van de observerende Partij op het grondgebied van de geobserveerde Partij.
-
- „punt van vertrek": een door de geobserveerde Partij aangewezen punt voor het vertrek van personeel van de observerende Partij van het grondgebied van de geobserveerde Partij.
-
- „bijtankvliegveld": een door de geobserveerde Partij aangewezen vliegveld voor het innemen van brandstof door, en het verrichten van onderhoudswerkzaamheden aan, observatievliegtuigen en transportvliegtuigen.
-
- „uitwijkvliegveld": een in het vliegplan vermeld vliegveld waarnaar een observatievliegtuig of een transportvliegtuig kan uitwijken wanneer het niet raadzaam is op het aanvankelijk geplande vliegveld te landen.
-
- „gevaarlijke delen van het luchtruim": verboden gebieden, beperkte gebieden en gevaarlijke gebieden, omschreven op basis van Bijlage 2 bij het Verdrag inzake de internationale burgerlijke luchtvaart, ingesteld in overeenstemming met Bijlage 15 bij het Verdrag inzake de internationale burgerlijke luchtvaart in het belang van de vliegveiligheid, de openbare veiligheid en de bescherming van het milieu en waarover informatie wordt verstrekt in overeenstemming met de voorschriften van de ICAO.
-
- „verboden gebied": een deel van het luchtruim met vastgestelde afmetingen, gelegen boven het grondgebied van een Staat-Partij, waarbinnen het vliegen met luchtvaartuigen verboden is.
-
- „beperkt gebied" een deel van het luchtruim met vastgestelde afmetingen, gelegen boven het grondgebied van een Staat-Partij, waarbinnen de luchtvaart met luchtvaartuigen is beperkt volgens bepaalde voorwaarden.
-
- „gevaarlijk gebied" een deel van het luchtruim met vastgestelde afmetingen, waarbinnen op bepaalde tijdstippen activiteiten kunnen plaatsvinden die gevaarlijk zijn voor de luchtvaart met luchtvaartuigen.
Artikel III. Quotums
Elke Staat-Partij is gerechtigd observatievluchten uit te voeren in overeenstemming met de bepalingen van dit Verdrag.
Elke Staat-Partij is verplicht observatievluchten te dulden boven zijn grondgebied in overeenstemming met de bepalingen van dit Verdrag.
Elke Staat-Partij is gerechtigd een aantal observatievluchten uit te voeren boven het grondgebied van elke andere Staat-Partij dat gelijk is aan het aantal observatievluchten dat die Staat-Partij mag uitvoeren boven het grondgebied van eerstgenoemde Staat-Partij.
Het totale aantal observatievluchten dat elke Staat-Partij boven zijn grondgebied moet dulden, vormt het totale passieve quotum van die Staat-Partij. De toekenning van het totale passieve quotum aan de Staten-Partijen is neergelegd in Afdeling I van Bijlage A bij dit Verdrag.
Het aantal observatievluchten dat een Staat-Partij elk jaar mag uitvoeren boven het grondgebied van elk van de andere Staten-Partijen, vormt het individuele actieve quotum van die Staat-Partij ten aanzien van die andere Staat-Partij. De som van de individuele actieve quotums vormt het totale actieve quotum van die Staat-Partij. Het totale actieve quotum van een Staat-Partij mag niet groter zijn dan zijn totale passieve quotum.
De eerste verdeling van de actieve quotums is neergelegd in Afdeling II van Bijlage A bij dit Verdrag.
Na de inwerkingtreding van dit Verdrag wordt de verdeling van de actieve quotums voor het volgende kalenderjaar onderworpen aan een jaarlijkse toetsing in het kader van de „Open Luchtruim”-Overlegcommissie. Ingeval het tijdens die jaarlijkse toetsing onmogelijk is binnen drie weken overeenstemming te bereiken over de verdeling van de actieve quotums met betrekking tot een bepaalde Staat-Partij, blijft de verdeling van de actieve quotums van het voorgaande jaar met betrekking tot die Staat-Partij ongewijzigd gehandhaafd.
Behoudens het in artikel VIII bepaalde wordt elke door een Staat-Partij uitgevoerde observatievlucht in mindering gebracht op het individuele en het totale actieve quotum van die Staat-Partij.
Onverminderd de bepalingen van het derde en het vijfde lid van deze Afdeling, kan een Staat-Partij waaraan een actief quotum is toegekend, na overeenstemming met de Staat-Partij boven het grondgebied waarvan zal worden gevlogen, zijn gehele totale actieve quotum, of een gedeelte daarvan, overdragen aan andere Staten-Partijen, waarvan hij onmiddellijk kennisgeving doet aan alle andere Staten-Partijen en aan de „Open Luchtruim”-Overlegcommissie. Het tiende lid van de Afdeling is van toepassing.
Een Staat-Partij mag boven het grondgebied van een andere Staat-Partij niet meer observatievluchten uitvoeren dan 50 procent, naar boven afgerond op het eerstvolgende hele getal, van zijn eigen totale actieve quotum of van het totale passieve quotum van die andere Staat-Partij, naar gelang van welk aantal het kleinst is.
De maximale vliegafstanden van observatievluchten boven de grondgebieden van de Staten-Partij en zijn neergelegd in Afdeling III van Bijlage A bij dit Verdrag.
- A. Onverminderd hun rechten en verplichtingen uit hoofde van dit Verdrag, kunnen twee of meer Staten-Partijen die quotums bezitten, op het tijdstip van ondertekening en daarna een groep Staten-Partijen vormen. Op een groep Staten-Partijen die na de ondertekening van dit Verdrag is gevormd, zijn de bepalingen van deze Afdeling niet eerder van toepassing dan zes maanden nadat alle andere Staten-Partijen in kennis zijn gesteld, zulks met inachtneming van de bepalingen van het zesde lid van deze Afdeling.
- B. Een groep Staten-Partijen werkt met betrekking tot de actieve en passieve quotums samen in overeenstemming met de bepalingen van het tweede of het derde lid van deze Afdeling.
- A. De leden van een groep Staten-Partijen hebben het recht hun actieve quotums voor het lopende jaar onderling te herverdelen, met handhaving van hun individuele passieve quotum. Alle betrokken derde Staten-Partijen worden onmiddellijk van de herverdeling in kennis gesteld.
- B. Voor een observatievlucht worden evenveel observatievluchten op het individuele en het totale actieve quotum van de observerende Partij in mindering gebracht als er geobserveerde Partijen zijn behorende tot de groep boven het grondgebied waarvan wordt gevlogen. Op het totale passieve quotum van elke geobserveerde Partij wordt daarvoor één observatievlucht in mindering gebracht.
- C. Elke Staat-Partij ten aanzien waarvan één of meer leden van een groep Staten-Partijen actieve quotums hebben, heeft het recht boven het grondgebied van elk lid van de groep 50 procent meer observatievluchten, naar boven afgerond op het eerstvolgende hele getal, uit te voeren dan zijn individuele actieve quotum ten aanzien van dat lid van de groep, dan wel twee vluchten, indien hij geen actief quotum bezit ten aanzien van dat lid van de groep.
- D. Ingeval hij dit recht uitoefent, vermindert de betrokken Staat-Partij zijn actieve quotums ten aanzien van andere leden van de groep zodanig, dat de totale som van de observatievluchten die hij boven hun grondgebieden uitvoert, niet meer bedraagt dan de som van de individuele actieve quotums welke die Staat-Partij in het lopende jaar bezit ten aanzien van alle leden van de groep.
- E. De maximale vliegafstanden van observatievluchten boven het grondgebied van elk lid van de groep zijn van toepassing. Ingeval een observatievlucht wordt uitgevoerd boven verscheidene leden, worden na het afleggen van de maximale vliegafstand boven één lid alle sensoren uitgeschakeld totdat het observatievliegtuig het punt boven het grondgebied van het volgende lid van de groep Staten-Partijen bereikt waar de observatievlucht zou aanvangen. Voor zo'n volgende observatievlucht geldt de maximale vliegafstand ten opzichte van het „open luchtruim”-vliegveld dat het dichtst bij dit punt is gelegen.
De raadpleging van dit document komt niet in de plaats van het lezen van het oorspronkelijke Staatsblad of de Staatscourant. Wij aanvaarden geen aansprakelijkheid voor eventuele onnauwkeurigheden die voortvloeien uit de omzetting van het origineel naar dit formaat.