Aanvullend Protocol bij het Europees Sociaal Handvest

Type Verdrag
Publication 1992-09-04
State In force
Source BWB
Wijzigingsgeschiedenis JSON API

De Lidstaten van de Raad van Europa die dit Protocol hebben ondertekend,

Vastbesloten nieuwe maatregelen te nemen om de bescherming van de sociale en economische rechten, zoals die is gewaarborgd door het Europees Sociaal Handvest dat op 18 oktober 1961 te Turijn voor ondertekening is opengesteld (hierna te noemen „het Handvest”), uit te breiden,

Zijn als volgt overeengekomen:

DEEL I

DEEL II

Artikel 1. Recht op gelijke kansen en gelijke behandeling ten aanzien van werkgelegenheid en beroepsuitoefening zonder discriminatie naar geslacht
1.

Ten einde de doeltreffende uitoefening te waarborgen van het recht op gelijke kansen en gelijke behandeling ten aanzien van werkgelegenheid en beroepsuitoefening zonder discriminatie naar geslacht verbinden de Partijen zich ertoe dat recht te erkennen en passende maatregelen te nemen om de toepassing ervan op de volgende gebieden te waarborgen of te bevorderen:

2.

De bepalingen betreffende de bescherming van de vrouw, met name wat betreft de zwangerschap, de bevalling en de postnatale periode, worden niet beschouwd als discriminatie in de zin van het eerste lid van dit artikel.

3.

Het eerste lid van dit artikel vormt geen beletsel voor het nemen van specifieke maatregelen om feitelijke ongelijkheden uit de weg te ruimen.

4.

Beroepsactiviteiten die vanwege hun aard of de omstandigheden waaronder zij worden verricht, slechts kunnen worden toevertrouwd aan personen van een bepaald geslacht, kunnen worden uitgesloten van de werkingssfeer van dit artikel of van bepaalde bepalingen ervan.

Artikel 2. Recht op informatie en overleg
1.

Ten einde de doeltreffende uitoefening te waarborgen van het recht van de werknemers op informatie en overleg binnen de onderneming verbinden de Partijen zich ertoe maatregelen te nemen of te bevorderen waardoor de werknemers of hun vertegenwoordigers, overeenkomstig de nationale wetgeving en praktijk, in staat worden gesteld om:

2.

De Partijen kunnen van de werkingssfeer van het eerste lid van dit artikel die ondernemingen uitsluiten waar minder dan een bij de nationale wetgeving of praktijk bepaald aantal personen in dienst zijn.

Artikel 3. Recht deel te nemen aan de vaststelling en de verbetering van de werkomstandigheden en werkomgeving
1.

Ten einde de doeltreffende uitoefening te waarborgen van het recht van de werknemers deel te nemen aan de vaststelling en de verbetering van de werkomstandigheden en werkomgeving binnen de onderneming, verbinden de Partijen zich ertoe maatregelen te nemen of te bevorderen waardoor de werknemers of hun vertegenwoordigers, overeenkomstig de nationale wetgeving en praktijk, in staat worden gesteld bij te dragen aan:

2.

De Partijen kunnen van de werkingssfeer van het eerste lid van dit artikel die ondernemingen uitsluiten die minder dan een bij de nationale wetgeving of praktijk bepaald aantal personeelsleden in dienst hebben.

Artikel 4. Recht van ouderen op sociale bescherming

Ten einde de doeltreffende uitoefening te waarborgen van het recht van ouderen op sociale bescherming, verbinden de Partijen zich ertoe, hetzij rechtstreeks, hetzij in samenwerking met openbare of particuliere instanties, passende maatregelen te nemen of te bevorderen die er met name op zijn gericht:

DEEL III

Artikel 5. Verbintenissen
1.

Ieder der Partijen verbindt zich ertoe:

2.

De overeenkomstig het bepaalde onder letter b van het eerste lid van dit artikel gekozen artikel(en) worden aan de Secretaris-Generaal van de Raad van Europa medegedeeld door de verdragsluitende Staat bij de nederlegging van zijn akte van bekrachtiging, aanvaarding of goedkeuring.

3.

Ieder der Partijen kan op een later tijdstip door kennisgeving aan de Secretaris-Generaal verklaren dat zij zich gebonden acht door ieder ander artikel in Deel II van dit Protocol dat zij nog niet had aanvaard overeenkomstig het bepaalde in het eerste lid van dit artikel. Deze later aanvaarde verplichtingen worden geacht een integrerend deel van de bekrachtiging, de aanvaarding of de goedkeuring te zijn en hebben hetzelfde rechtsgevolg met ingang van de 30ste dag na de datum van kennisgeving.

DEEL IV

Artikel 6. Toezicht op de naleving van de aangegane verbintenissen

De Partijen leggen rapporten over omtrent de toepassing van de bepalingen in Deel II van dit Protocol die zij hebben aanvaard in de rapporten bedoeld in artikel 21 van het Handvest.

DEEL V

Artikel 7. Uitvoering van de aangegane verbintenissen
1.

Aan de relevante bepalingen in de artikelen 1 tot en met 4 van Deel II van dit Protocol kan uitvoering worden gegeven door:

2.

De verbintenissen voortvloeiend uit de artikelen 2 en 3 van Deel II van dit Protocol worden geacht te zijn nagekomen zodra deze bepalingen worden toegepast, overeenkomstig het eerste lid van dit artikel, op de absolute meerderheid van de betrokken werknemers.

Artikel 8. Betrekkingen tussen het Handvest en dit Protocol
1.

De bepalingen van dit Protocol laten de bepalingen van het Handvest onverlet.

2.

De artikelen 22 tot en met 32 en 36 van het Handvest zijn mutatis mutandis van toepassing op dit Protocol.

Artikel 9. Territoriale toepassing
1.

Dit Protocol is van toepassing op het grondgebied van het moederland van elke Partij. Elke Staat kan bij de ondertekening of bij de nederlegging van zijn akte van bekrachtiging, aanvaarding of goedkeuring, het grondgebied dat voor de toepassing van dit Protocol als moederland dient te worden beschouwd nader aangeven in een aan de Secretaris-Generaal van de Raad van Europa gerichte verklaring.

2.

Iedere verdragsluitende Staat kan op het tijdstip van bekrachtiging, aanvaarding of goedkeuring van dit Protocol, of op elk ander tijdstip daarna, in een aan de Secretaris-Generaal van de Raad van Europa gerichte kennisgeving verklaren dat het Protocol, geheel of gedeeltelijk, van toepassing zal zijn op één of meer in bedoelde verklaring aangegeven gebieden buiten het moederland, waarvan hij de internationale betrekkingen behartigt of waarvoor hij de internationale verantwoordelijkheid aanvaardt. Hij dient in deze verklaring aan te geven welke van de in Deel II van dit Protocol vervatte artikelen hij als bindend aanvaardt ten aanzien van de in de verklaring vermelde gebieden.

3.

Dit Protocol treedt in werking ten aanzien van het gebied of de gebieden vermeld in de in het vorige lid bedoelde verklaring op de dertigste dag na de datum waarop de Secretaris-Generaal de kennisgeving van deze verklaring heeft ontvangen.

4.

Elke Partij kan daarna te allen tijde in een aan de Secretaris-Generaal van de Raad van Europa gerichte kennisgeving verklaren dat zij, ten aanzien van één of meer gebieden waarop dit Protocol krachtens het tweede lid van dit artikel van toepassing is, ieder artikel als bindend aanvaardt, dat zij nog niet ten aanzien van dat gebied of die gebieden had aanvaard. Deze nadere verbintenissen worden geacht een integrerend deel te vormen van de oorspronkelijke verklaring ten aanzien van het betrokken gebied en hebben hetzelfde rechtsgevolg vanaf de dertigste dag na de datum waarop de Secretaris Generaal de kennisgeving van deze verklaring heeft ontvangen.

Artikel 10. Ondertekening, bekrachtiging, aanvaarding, goedkeuring en inwerkingtreding
1.

Dit Protocol staat open voor ondertekening door de Lidstaten van de Raad van Europa die het Handvest hebben ondertekend. Het dient te worden bekrachtigd, aanvaard of goedgekeurd. Een Lidstaat van de Raad van Europa kan dit Protocol niet bekrachtigen, aanvaarden of goedkeuren zonder gelijktijdige of voorafgaande bekrachtiging van het Handvest. De akten van bekrachtiging, aanvaarding of goedkeuring worden nedergelegd bij de Secretaris-Generaal van de Raad van Europa.

2.

Dit Protocol treedt in werking op de dertigste dag na de datum van nederlegging van de derde akte van bekrachtiging, aanvaarding of goedkeuring.

3.

Ten aanzien van iedere ondertekenende Staat die het later bekrachtigt, treedt dit Protocol in werking op de dertigste dag na de datum van nederlegging van zijn akte van bekrachtiging, aanvaarding of goedkeuring.

Artikel 11. Opzegging
1.

Een Partij kan dit Protocol slechts opzeggen aan het einde van een periode van vijf jaar na de datum waarop het Protocol voor haar in werking is getreden, of aan het einde van elke volgende periode van twee jaar en in elk van deze gevallen dient de opzegging met inachtneming van een termijn van zes maanden ter kennis te worden gebracht van de Secretaris-Generaal van de Raad van Europa. Deze opzegging tast de geldigheid van het Protocol niet aan ten opzichte van de andere Partijen, mits hun aantal nooit minder dan drie bedraagt.

2.

Iedere Partij kan overeenkomstig het bepaalde in het vorige lid ieder door haar aanvaard artikel van Deel II van dit Protocol opzeggen, mits het aantal artikelen waaraan deze Partij gebonden is, nooit minder dan één bedraagt.

3.

Iedere Partij kan dit Protocol of ieder artikel van Deel II van het Protocol overeenkomstig de bepalingen van het eerste lid van dit artikel opzeggen ten aanzien van elk grondgebied waarop dit Protocol van toepassing is krachtens een overeenkomstig het tweede en vierde lid van artikel 9 afgelegde verklaring.

4.

Iedere door het Handvest en dit Protocol gebonden Partij die het Handvest opzegt overeenkomstig de bepalingen van het eerste lid van artikel 37 daarvan, wordt geacht ook het Protocol te hebben opgezegd.

Artikel 12. Kennisgevingen

De Secretaris-Generaal van de Raad van Europa stelt de Lidstaten van de Raad en de Directeur-Generaal van het Internationaal Arbeidsbureau in kennis van:

Artikel 13. Bijlage

De Bijlage bij dit Protocol vormt hiervan een integrerend deel.

IN WITNESS WHEREOF the undersigned, being duly authorised thereto, have signed this Protocol.

DONE at Strasbourg, the 5th day of May 1988, in English and French, both texts being equally authentic, in a single copy which shall be deposited in the archives of the Council of Europe. The Secretary General of the Council of Europe shall transmit certified copies to each member State of the Council of Europe.

De raadpleging van dit document komt niet in de plaats van het lezen van het oorspronkelijke Staatsblad of de Staatscourant. Wij aanvaarden geen aansprakelijkheid voor eventuele onnauwkeurigheden die voortvloeien uit de omzetting van het origineel naar dit formaat.