Overeenkomst tussen het Koninkrijk der Nederlanden en het Verenigd Koninkrijk van Groot-Brittannië en Noord-Ierland inzake de exploitatie van de voorkomens in het Markham-veld en de afname van bitumina daaruit
De Regering van het Koninkrijk der Nederlanden en de Regering van het Verenigd Koninkrijk van Groot-Brittannië en Noord-Ierland,
Overwegende dat boringen op het continentale plat tussen het Koninkrijk der Nederlanden en het Verenigd Koninkrijk het bestaan van gasvoorkomens hebben aangetoond, thans de voorkomens in het Markham-veld genaamd, die zich uitstrekken over de grenslijn als omschreven in de Overeenkomst van 6 oktober 1965 tussen de beide Regeringen inzake de begrenzing van het tussen de twee landen gelegen continentale plat onder de Noordzee;
Gelet op de Overeenkomst van dezelfde datum inzake de exploitatie van op zichzelf staande geologische structuren of velden die zich over die grenslijn uitstrekken, waarbij de beide Regeringen zich ertoe hebben verplicht ernaar te streven overeenstemming te bereiken over zowel de wijze waarop een structuur of veld zo doelmatig mogelijk kan worden geëxploiteerd als de wijze waarop de daarmede verband houdende kosten en opbrengsten zullen worden verdeeld;
Geleid door de wens vóór de aanvang van de winning voorzieningen te treffen voor de geïntegreerde exploitatie van de voorkomens in het Markham-veld en de regulering van de afname van de gewonnen bitumina uit de voorkomens in het Markham-veld;
Zijn als volgt overeengekomen:
DEEL I. BEGRIPSOMSCHRIJVINGEN
Artikel 1
Tenzij het zinsverband anders vereist, wordt voor de toepassing van deze Overeenkomst verstaan onder:
- a. „ontwikkelingsplan": het ingevolge artikel 7 goedgekeurde ontwikkelingsplan, zoals van tijd tot tijd gewijzigd.
- b. „exportpijpleiding": de pijpleiding waarin Markham-bitumina worden afgevoerd vanuit het Markham-stelsel.
- c. „herziening van een vaststelling van regeringswege: datgene wat daaronder wordt verstaan in artikel 6, derde lid.
- d. „groep Markham-vergunninghouders": alle natuurlijke personen of rechtspersonen, aan wie op een bepaald moment door één van de Regeringen een vergunning is verleend, krachtens welke kan worden overgegaan tot opsporing of exploitatie van de van nature voorkomende koolwaterstoffen in een bepaald gedeelte van het Markham-gebied, te zamen met een door die Regering aangewezen natuurlijke of rechtspersoon, die namens haar deelneemt aan de exploitatie van dat gedeelte. Telkens wanneer sprake is van groepen Markham-vergunninghouders van een bepaalde Regering, worden bedoeld de natuurlijke of rechtspersonen die in het bezit zijn van bedoelde door die Regering verleende vergunning(en), of die aldus door haar zijn aangewezen.
- e. „eerste vaststelling": een vaststelling ter zake van één van de in artikel 5, eerste lid, genoemde aangelegenheden, die door de Regeringen is goedgekeurd in overeenstemming met artikel 5, tweede lid, of die voortvloeit uit de toepassing van artikel 5, derde lid.
- f. „interfield-pijpleiding": een pijpleiding, aangelegd of aan te leggen ten behoeve van de exploitatie van de voorkomens in het Markham-veld, die de Markham-installaties onderling verbindt.
- g. „Leman-zandsteenformatie": de geologische formatie (in Nederland bekend onder de naam „Slochteren-zandsteenformatie") behorend tot de Rotliegendes-groep uit het Onder-Perm, gewoonlijk bestaande uit zandsteen met fijne schalie en leisteen, die onder de Silverpit-Formatie ligt en, ten dele, de laterale equivalent daarvan is en gelegen is op de Boven-Carboon-discordantie;
- h. „overeenkomst tussen groepen vergunninghouders": een overeenkomst tussen alle groepen Markham-vergunninghouders met betrekking tot de exploitatie van de voorkomens in het Markhamveld, met inbegrip van overeenkomsten inzake de boekhouding, de uitvoering of andere specialistische aspecten van de exploitatie.
- i. „herziening van een vaststelling door vergunninghouders": een herziening van een vaststelling ter zake van de in artikel 5, eerste lid, genoemde aangelegenheden, met inbegrip van een herziening waarbij een beroep wordt gedaan op een onafhankelijke deskundige ter beslechting van een geschil in overeenstemming met een overeenkomst tussen groepen vergunninghouders.
- j. „Markham-gebied": het gebied gelegen binnen de begrenzing gevormd door de lijnen als omschreven in Bijlage I bij deze Overeenkomst, die de in die Bijlage genoemde punten, aangegeven door coördinaten in lengte- en breedtegraden, met elkaar verbinden.
- k. „voorkomens in het Markham-veld":
- a. elk gedeelte van de Leman-zandsteenformatie dat onder het Markham-gebied ligt en
- i. dat zich uitstrekt over de grenslijn; of
- ii. dat kan worden geëxploiteerd door middel van een boorput waarin is voorzien in het ontwikkelingsplan; of
- iii. ten aanzien waarvan de Markham-vergunninghouders met toestemming van de Regeringen zijn overeengekomen het te exploiteren in overeenstemming met overeenkomsten tussen groepen vergunninghouders; en
- b. elke andere bitumina-houdende formatie
- i. waarvan kan worden aangetoond dat de vloeibare of gasvormige koolwaterstoffen in druk- en faseverbinding staan met de vloeibare of gasvormige koolwaterstoffen in een gedeelte van de Leman-zandsteenformatie als bedoeld onder letter a hierboven, en
- ii. die kan worden geëxploiteerd door middel van een boorput waarin is voorzien in het ontwikkelingsplan.
- l. „Markham-installaties": alle bouwwerken of inrichtingen aangelegd of aan te leggen boven, op of onder de zeebodem, met uitzondering van interfield-pijpleidingen en de exportpijpleiding, ten behoeve van de exploitatie van de voorkomens in het Markham-veld in overeenstemming met het ontwikkelingsplan.
- m. „Markham-vergunninghouders": natuurlijke personen of rechtspersonen behorende tot een groep Markham-vergunninghouders.
- n. „Markham-bitumina": naar het zinsverband vereist, alle van nature voorkomende vloeibare of gasvormige koolwaterstoffen in of gewonnen uit de voorkomens in het Markham-veld.
- o. „Markham-stelsel": de Markham-installaties en interfield-pijpleidingen.
- p. „uitvoerder van de werkzaamheden": datgene wat daaronder wordt verstaan in artikel 4.
DEEL II. EXPLOITATIE VAN DE VOORKOMENS IN HET MARKHAM-VELD
Artikel 2
De exploitatie van de voorkomens in het Markham-veld dient op geïntegreerde wijze te geschieden in overeenstemming met de bepalingen van deze Overeenkomst.
Elke Regering waarborgt dat de in deze Overeenkomst vervatte verplichtingen van de Regeringen, met betrekking tot de naleving van de bepalingen van deze Overeenkomst door de Markham-vergunninghouders, volledig worden nagekomen.
Artikel 3. Overeenkomsten
Elke Regering verplicht haar groepen Markham-vergunninghouders, zoals samengesteld op de datum van inwerkingtreding van deze Overeenkomst, ertoe onderling overeenkomsten te sluiten ter regulering van de exploitatie, in overeenstemming met deze Overeenkomst, van de voorkomens in het Markham-veld door middel van het Markham-stelsel.
Een overeenkomst tussen groepen vergunninghouders dient bepalingen te bevatten om te waarborgen dat in geval van strijdigheid van de overeenkomst tussen groepen vergunninghouders met deze Overeenkomst, de bepalingen van deze Overeenkomst voorrang hebben. Voor een overeenkomst tussen groepen vergunninghouders is de voorafgaande goedkeuring van de beide Regeringen vereist.
Een overeenkomst tussen groepen vergunninghouders dient, onder andere, bepalingen te bevatten die waarborgen dat - behalve voor zover in die overeenkomst uitdrukkelijk anders is bepaald -
- a. voor een overeengekomen voorstel op grond waarvan de overeenkomst tussen groepen vergunninghouders wordt geamendeerd, gewijzigd of anderszins veranderd, en
- b. voor een overeengekomen voorstel op grond waarvan wordt afgeweken van of wordt afgezien van de toepassing van een bepaling van de overeenkomst tussen groepen vergunninghouders,
de goedkeuring van de beide Regeringen is vereist voordat aan het voorstel uitvoering kan worden gegeven. Elke Regering bevestigt de ontvangst van de kennisgeving van elk zodanig voorstel en geeft de datum van ontvangst aan. De goedkeuring wordt geacht te zijn gegeven indien de uitvoerder van de werkzaamheden uiterlijk 45 dagen na de laatste van de aangegeven data niet van het tegendeel in kennis is gesteld door één of beide Regeringen.
Artikel 4. Uitvoerder van de werkzaamheden
Eén van de Markham-vergunninghouders wordt in onderlinge overeenstemming aangewezen door de groepen Markham-vergunninghouders als hun vertegenwoordiger met betrekking tot de exploitatie van de voorkomens in het Markham-veld overeenkomstig deze Overeenkomst („de uitvoerder van de werkzaamheden"). Voor de benoeming en elke verandering van de uitvoerder van de werkzaamheden is de voorafgaande goedkeuring van beide Regeringen vereist.
Artikel 5. Vaststelling en toedeling van Markham-bitumina
De uitvoerder van de werkzaamheden is verplicht ten minste 45 dagen vóór de geplande aanvang van de winning van Markham-bitumina schriftelijke bescheiden, te zamen met tot staving dienende stukken, te doen toekomen aan de Regeringen, waarin hij voorstellen uiteenzet tot vaststelling van:
- a. de ligging en de omvang van de voorkomens in het Markhamveld; en
- b. de toedeling van Markham-bitumina aan de groepen Markhamvergunninghouders, berekend in overeenstemming met de formule aangegeven in de desbetreffende overeenkomst tussen groepen vergunninghouders krachtens welke Tract-Deelnemingen definitief worden bepaald;
en de Regeringen plegen overleg met elkaar met betrekking tot bedoelde voorstellen.
Na bedoeld overleg en in elk geval binnen 180 dagen na ontvangst van een voorstel tot vaststelling, of in een bepaald geval enig door de Regeringen overeen te komen kortere termijn, is elke Regering gehouden, uitgaande van de informatie in de door de uitvoerder van de werkzaamheden ingediende stukken, het voorstel hetzij goed te keuren hetzij de uitvoerder van de werkzaamheden en de andere Regering kennis te geven van het feit dat zij het niet kan goedkeuren. Ingeval één van beide Regeringen een voorstel tot vaststelling niet kan goedkeuren, plegen de Regeringen overleg met elkaar en met de uitvoerder van de werkzaamheden ten einde overeenstemming te bereiken over de vaststelling van de onderwerpelijke aangelegenheid; de uitvoerder van de werkzaamheden kan hiertoe andere voorstellen voorleggen.
Indien één of beide Regeringen een voorstel tot vaststelling nog steeds niet kan goedkeuren binnen 30 dagen na het einde van de in het tweede lid genoemde termijn, wordt er één deskundige aangewezen om de onderwerpelijke aangelegenheid vast te stellen. De beide Regeringen trachten binnen 60 dagen na een kennisgeving ingevolge het tweede lid overeenstemming te bereiken over de benoeming van deze deskundige. Indien binnen deze termijn van 60 dagen geen overeenstemming is bereikt, worden de in paragraaf 2, letters b en c, van Bijlage II bij deze Overeenkomst uiteengezette procedures toegepast. De benoemde deskundige dient te handelen in overeenstemming met de bepalingen van Bijlage II. De beide Regeringen bevorderen dat de deskundige zijn taak kan uitoefenen, in het bijzonder op de in Bijlage II aangegeven wijzen. De beslissing van de deskundige is bindend voor de beide Regeringen en de Markham-vergunninghouders. De beide Regeringen waarborgen dat de uitvoerder van de werkzaamheden terstond door de deskundige van zijn beslissing in kennis wordt gesteld. De beslissing treedt in werking op de eerste dag van de maand volgend op de maand waarin zij aan de uitvoerder van de werkzaamheden is bekendgemaakt en zij wordt in overeenstemming met de desbetreffende overeenkomst tussen groepen vergunninghouders verwerkt alsof de uit de beslissing van de deskundige voortvloeiende gegevens in die overeenkomst waren opgenomen.
Indien de Regeringen een voorstel tot vaststelling goedkeuren vóór de aanvang van de winning, wordt het van kracht bij aanvang van de winning. Ingeval
- a. één van beide Regeringen in overeenstemming met het tweede lid de andere Regering en de uitvoerder van de werkzaamheden te kennen geeft dat zij het voorstel tot vaststelling met betrekking tot een bepaalde aangelegenheid niet kan goedkeuren;
- b. één van de aangelegenheden die het onderwerp vormen van een voorstel tot vaststelling in overeenstemming met het derde lid door de Regeringen is voorgelegd aan een deskundige, en de deskundige zijn beslissing niet heeft gegeven; of
- c. de uitvoerder van de werkzaamheden gereed is met de winning aan te vangen voordat de Regeringen een voorstel tot vaststelling met betrekking tot een aangelegenheid hebben goedgekeurd of één van beide Regeringen te kennen heeft gegeven dat zij het voorstel niet kan goedkeuren,
vangt de winning aan op basis van het voorstel tot vaststelling betreffende de onderwerpelijke aangelegenheid.
De winning gaat op deze basis voort tot de eerste dag van de maand volgend op de maand waarin de eerste vaststelling heeft plaatsgevonden met betrekking tot die aangelegenheid.
Indien de winning is aangevangen op basis van een voorstel tot vaststelling in overeenstemming met het vierde lid, wordt de eerste vaststelling zodanig verwerkt, dat binnen een in de desbetreffende overeenkomst tussen groepen vergunninghouders te bepalen termijn door elke groep Markham-vergunninghouders Markham-bitumina zijn ontvangen, alsof de eerste vaststelling was uitgevoerd vanaf de aanvang van de winning.
Elke Regering verplicht ieder van haar groepen Markham-vergunninghouders ertoe alles in het werk te stellen om te waarborgen dat Markham-bitumina zodanig onder de groepen Markham-vergunninghouders worden verdeeld, dat het cumulatieve volume dat elk ontvangt, overeenkomt met de toedeling als bepaald in overeenstemming met de in dit artikel vervatte procedures, zoals gewijzigd als gevolg van een herziening van de vaststelling overeenkomstig de in artikel 6 vervatte procedures, opdat aan het einde van de levensduur van het veld het aandeel in Markham-bitumina dat elke groep Markham-vergunninghouders heeft ontvangen, exact overeenkomt met de op dat tijdstip van toepassing zijnde vaststelling of herziene vaststelling. Ingeval dit resultaat niet wordt bereikt, treden de van toepassing zijnde bepalingen van de desbetreffende overeenkomst tussen groepen vergunninghouders in werking.
Ten einde een groep Markham-vergunninghouders in staat te stellen informatie te verkrijgen inzake de in het eerste lid genoemde aangelegenheden, weigert geen der Regeringen, met inachtneming van haar wetgeving, de toestemming tot het zetten van een boring waarom is verzocht namens zo'n groep waaraan door de andere Regering vergunning is verleend.
Artikel 6. Herziening van een vaststelling en toedeling van Markham-bitumina
Een herziening van een vaststelling door vergunninghouders kan slechts geschieden in overeenstemming met de desbetreffende overeenkomst tussen groepen vergunninghouders; deze overeenkomst dient bepalingen te bevatten om te waarborgen dat beide Regeringen in kennis worden gesteld van de aanvang van de herziening en van het resultaat. De kennisgeving van het resultaat gaat vergezeld van tot staving dienende bescheiden en de Regeringen dienen met elkaar in overleg te treden met betrekking tot het resultaat. Binnen 180 dagen (of in een bepaald geval enige tussen de Regeringen overeen te komen kortere termijn) na de ontvangst van de kennisgeving van het resultaat van een herziening van een vaststelling door vergunninghouders, keurt elke Regering dit hetzij goed, hetzij stelt zij de uitvoerder van de werkzaamheden en de andere Regering ervan in kennis dat zij het niet kan goedkeuren. Ingeval één of beide Regeringen haar goedkeuring niet kan geven, dienen de Regeringen met elkaar en met de uitvoerder van de werkzaamheden in overleg te treden ten einde overeenstemming te bereiken over de vaststelling van de onderwerpelijke aangelegenheid; de uitvoerder van de werkzaamheden kan hiertoe andere voorstellen voorleggen. Indien niet binnen 30 dagen na het einde van de bovenbedoelde termijn overeenstemming tussen de Regeringen is bereikt, wordt een deskundige benoemd om de onderwerpelijke aangelegenheid te beslissen. De bepalingen van artikel 5, derde lid, zijn in deze omstandigheden van toepassing op dezelfde wijze als wanneer een Regering een voorstel tot vaststelling niet kan goedkeuren.
Iedere overeenkomst tussen groepen vergunninghouders die voorziet in een herziening van een vaststelling door vergunninghouders dient bepalingen te bevatten die waarborgen dat wanneer de Regeringen zulks zijn overeengekomen en na overleg met de Markham-vergunninghouders, beide Regeringen de uitvoerder van de werkzaamheden ertoe kunnen verplichten over te gaan tot herziening van een vaststelling door vergunninghouders.
Elk van beide Regeringen heeft het recht over te gaan tot een herziening (hierna te noemen „herziening van een vaststelling van regeringswege") van elke vaststelling die tot stand is gekomen betreffende de in artikel 5, eerste lid, genoemde aangelegenheden, zulks op de volgende tijdstippen:
- a. op elk tijdstip nadat de eerste vaststelling van de onderwerpelijke aangelegenheid tot stand is gekomen, doch ten minste:
- i. twee jaar nadat die eerste vaststelling in werking is getreden; of een herziening van de vaststelling van regeringswege betreffende de onderwerpelijke aangelegenheid in werking is getreden; of
- ii. driejaar nadat een aanvang is gemaakt met een herziening van een vaststelling door vergunninghouders betreffende de onderwerpelijke aangelegenheid overeenkomstig het eerste of tweede lid;
- b. op elk ander door de beide Regeringen overeengekomen tijdstip.
De raadpleging van dit document komt niet in de plaats van het lezen van het oorspronkelijke Staatsblad of de Staatscourant. Wij aanvaarden geen aansprakelijkheid voor eventuele onnauwkeurigheden die voortvloeien uit de omzetting van het origineel naar dit formaat.