Overeenkomst tussen de Regering van het Koninkrijk der Nederlanden en de Regering van Hong Kong inzake de overlevering van voortvluchtige delinkwenten

Type Verdrag
Publication 2016-05-21
State In force
Source BWB
Wijzigingsgeschiedenis JSON API

De Regering van het Koninkrijk der Nederlanden en

de Regering van Hong Kong, naar behoren gemachtigd tot het sluiten van deze Overeenkomst door de soevereine Regering die verantwoordelijk is voor haar buitenlandse zaken,

Geleid door de wens te voorzien in de wederzijdse overlevering van voortvluchtige delinkwenten;

Herinnerend aan de rechten die aan een ieder die is betrokken in een strafrechtelijke procedure toekomen overeenkomstig algemeen erkende normen;

Zijn als volgt overeengekomen:

Opgeschort per 21 oktober 2020 (Trb. 2020/113).

Artikel 1

De Partijen komen overeen, met inachtneming van de bepalingen neergelegd in deze Overeenkomst, aan elkander over te leveren iedere persoon die op het rechtsgebied van de aangezochte Partij wordt aangetroffen en die door de verzoekende Partij wordt opgeëist met het oog op vervolging of de oplegging of tenuitvoerlegging van een straf in verband met een in artikel 2 bedoeld strafbaar feit dat valt onder de rechtsmacht van laatstbedoelde Partij. Zodanige personen worden voor de toepassing van deze Overeenkomst „voortvluchtige delinkwenten” genoemd.

Artikel 2
1.

De overlevering van voortvluchtige delinkwenten wordt toegestaan in geval van een strafbaar feit dat valt onder één van de volgende strafbepalingen, met inbegrip van de poging daartoe, de deelneming daaraan of de uitlokking daarvan, voor zover het een feit betreft waarvoor, op grond van de wetgeving van beide Partijen, gevangenisstraf of een andere vorm van detentie van langer dan één jaar, dan wel een strengere straf, kan worden opgelegd:

2.

Wanneer om overlevering van een voortvluchtige delinkwent wordt verzocht met het oog op de tenuitvoerlegging van een vonnis, geldt voorts het vereiste dat, in geval van gevangenisstraf of detentie, daarvan nog ten minste zes maanden moeten worden ondergaan.

3.

Bij de vaststelling of het een feit betreft dat strafbaar is gesteld krachtens de wetgeving van beide Partijen, doet het niet ter zake of, naar de wetgeving van de Partijen, de bestanddelen van het delict verschillen, met dien verstande dat wel het geheel aan handelingen of nalatigheden als beschreven door de verzoekende Partij, in aanmerking dient te worden genomen.

4.

Wanneer om overlevering van een voortvluchtige delinkwent wordt verzocht met het oog op de tenuitvoerlegging van een straf, kan de aangezochte Partij weigeren hem over te leveren indien blijkt dat hij bij verstek is veroordeeld, tenzij de mogelijkheid bestaat zijn zaak opnieuw te behandelen in zijn aanwezigheid, in welk geval hij ingevolge deze Overeenkomst wordt beschouwd als een verdachte.

Artikel 3

De Regering van het Koninkrijk der Nederlanden behoudt zich het recht voor de overlevering van eigen onderdanen te weigeren. De Regering van Hong Kong behoudt zich het recht voor de overlevering te weigeren van onderdanen van de Staat waarvan de Regering verantwoordelijk is voor haar buitenlandse zaken.

Artikel 4

Indien op het feit waarvoor ingevolge deze Overeenkomst om overlevering van een voortvluchtige delinkwent wordt verzocht, krachtens de wetgeving van de verzoekende Partij de doodstraf is gesteld en indien de wetgeving van de aangezochte Partij niet voorziet in de doodstraf ten aanzien van dat feit, of indien deze gewoonlijk niet ten uitvoer wordt gelegd, kan de overlevering worden geweigerd, tenzij de verzoekende Partij naar het oordeel van de aangezochte Partij voldoende waarborgen biedt dat deze straf niet zal worden opgelegd of, indien zij wordt opgelegd, niet ten uitvoer zal worden gelegd.

Artikel 5
1.

De aangezochte Partij kan weigeren een voortvluchtige delinkwent over te leveren voor een feit dat volgens haar eigen recht wordt geacht te vallen onder de rechtsmacht van haar rechterlijke instanties.

2.

Een voortvluchtige delinkwent wordt niet overgeleverd indien hij, op enige grond voorzien in de wetgeving van één der Partijen, niet of niet meer kan worden vervolgd of gestraft wegens het feit waarvoor om zijn overlevering is verzocht.

Artikel 6
1.

Een voortvluchtige delinkwent wordt niet overgeleverd indien de aangezochte Partij van oordeel is dat het feit waarvoor de betrokkene wordt vervolgd of werd veroordeeld, een delict van politieke aard is.

2.

Een voortvluchtige delinkwent wordt niet overgeleverd indien de aangezochte Parij gegronde redenen heeft om aan te nemen:

Artikel 7

De overlevering van een voortvluchtige delinkwent kan ook worden geweigerd indien de aangezochte Partij van oordeel is dat:

Artikel 8
1.

Verzoeken om overlevering van een voortvluchtige delinkwent worden gedaan door en gericht aan de desbetreffende autoriteiten van de Partijen, waarvan zij van tijd tot tijd wederzijds kennisgeving doen.

2.

Bij het verzoek dienen te worden gevoegd:

3.

Indien het verzoek betrekking heeft op een verdachte, dient daarbij tevens te worden gevoegd een afschrift van het bevel tot aanhouding, afkomstig van een rechter, rechterlijk ambtenaar of andere bevoegde autoriteit van de verzoekende Partij, alsmede het bewijsmateriaal dat, overeenkomstig de wetgeving van de aangezochte Partij, zijn aanhouding met het oog op berechting zou kunnen rechtvaardigen indien het feit zou zijn begaan binnen het rechtsgebied van de aangezochte Partij.

4.

Indien het verzoek betrekking heeft op een persoon die reeds is veroordeeld of aan wie reeds een straf is opgelegd, dienen daarbij tevens te worden gevoegd:

5.

Indien de door de verzoekende Partij verstrekte informatie ontoereikend wordt geacht om de aangezochte Partij in staat te stellen een beslissing te nemen ingevolge deze Overeenkomst, kan laatstgenoemde Partij verzoeken om de nodige aanvullende informatie en een termijn vaststellen waarbinnen deze moet zijn ontvangen.

6.

De verzoekende Partij verstrekt van alle op het verzoek betrekking hebbende stukken een vertaling in een taal die aanvaardbaar is voor de aangezochte Partij. Deze bepaling is niet van invloed op de toelaatbaarheid van een door de verzoekende Partij geleverd onvertaald stuk.

Artikel 9
1.

In spoedgevallen kan de gezochte persoon, in overeenstemming met de wetgeving van de aangezochte Partij, op verzoek van de bevoegde autoriteiten van de verzoekende Partij voorlopig worden aangehouden.

2.

Het verzoek dient te omvatten een beschrijving van de gezochte persoon, een kennisgeving van het voornemen om diens overlevering te verzoeken, een uiteenzetting van het bestaan en de strekking van een bevel tot aanhouding of een tegen de betrokkene uitgesproken veroordelend vonnis, een uiteenzetting van de maximumstraf die voor het strafbare feit kan worden opgelegd of van de straf die daarvoor is opgelegd, alsmede een uiteenzetting van het handelen of nalaten (waaronder tijdstip en plaats) dat het vermeende strafbare feit oplevert.

3.

Het verzoek om voorlopige aanhouding dient schriftelijk te worden gedaan en kan langs dezelfde kanalen worden toegezonden als een verzoek om overlevering, dan wel via de Internationale Politie-Organisatie (Interpol).

4.

De voorlopige aanhouding van de gezochte persoon eindigt na het verstrijken van zestig dagen na de datum van diens aanhouding, indien het verzoek om diens overlevering, gestaafd met de in artikel 8, tweede tot en met vierde lid, bedoelde stukken, niet is ontvangen. Deze bepaling belet niet dat hij opnieuw wordt aangehouden of overgeleverd indien het verzoek om zijn overlevering later wordt ontvangen.

Artikel 10

Indien gelijktijdig om de overlevering van een voortvluchtige delinkwent wordt verzocht door zowel één van de Partijen als door een Staat of Staten waarmee het Koninkrijk der Nederlanden dan wel Hong Kong, naar gelang het geval, regelingen heeft inzake de overlevering van voortvluchtige delinkwenten, neemt de aangezochte Partij bij het nemen van haar besluit alle omstandigheden in aanmerking, met inbegrip van de desbetreffende bepalingen van die regelingen, de plaats waar de feiten zijn begaan, de relatieve ernst daarvan, de onderscheiden data van de verzoeken, de nationaliteit van de voortvluchtige delinkwent en de mogelijkheid van verderlevering aan een andere Staat.

Artikel 11

Stukken die bij een verzoek om overlevering zijn gevoegd, worden toegelaten als bewijs indien zij naar behoren zijn gewaarmerkt. Een stuk wordt geacht naar behoren te zijn gewaarmerkt indien het:

Artikel 12
1.

De aangezochte Partij toetst of de bij een verzoek om overlevering van een voortvluchtige delinkwent gevoegde bescheiden rechtens genoegzaam zijn alvorens deze voor te leggen aan haar rechterlijke autoriteiten en zij handelt het verzoek van de verzoekende Partij af bij bedoelde autoriteiten.

2.

De aangezochte Partij draagt de kosten van de aanhouding van de persoon om wiens overlevering wordt verzocht, de kosten van de detentie van de betrokkene totdat hij wordt overgedragen aan een door de verzoekende Partij daartoe aangewezen persoon en de kosten verband houdende met procedures voor de rechterlijke autoriteiten van de aangezochte Partij, voortvloeiende uit het verzoek om overlevering.

3.

De verzoekende Partij draagt de kosten die worden gemaakt bij de overbrenging van de betrokkene vanuit het rechtsgebied van de aangezochte Partij.

Artikel 13

Verzoeken die niet voldoen aan de in deze Overeenkomst neergelegde voorwaarden worden geweigerd. Dit houdt in het bijzonder in dat een voortvluchtige delinkwent die wordt opgeëist met het oog op strafvervolging niet wordt overgeleverd, tenzij het bewijs overeenkomstig de wetgeving van de aangezochte Partij voldoende wordt geacht om zijn aanhouding met het oog op berechting te kunnen rechtvaardigen indien het feit waarvoor hij wordt vervolgd, zou zijn begaan binnen het rechtsgebied van de aangezochte Partij.

Artikel 14
1.

De aangezochte Partij deelt haar besluit naar aanleiding van het verzoek om overlevering onverwijld mede aan de verzoekende Partij. Volledige of gedeeltelijke weigering van het verzoek dient met redenen te worden omkleed.

2.

Indien de voortvluchtige delinkwent zal worden overgeleverd, wordt hij door de autoriteiten van de aangezochte Partij op een met de verzoekende Partij overeengekomen datum overgebracht naar een voor beide Partijen geschikte plaats van vertrek binnen het rechtsgebied van de aangezochte Partij. De aangezochte Partij stelt de verzoekende Partij in kennis van de duur van de detentie van de voortvluchtige delinkwent in verband met het verzoek om diens overlevering.

3.

Indien de voortvluchtige delinkwent binnen het rechtsgebied van de aangezochte Partij wordt vervolgd of een straf ondergaat wegens een ander strafbaar feit, wordt zijn overlevering uitgesteld totdat de vervolging en de tenuitvoerlegging van een tegen hem uitgesproken straf zijn voltooid.

De raadpleging van dit document komt niet in de plaats van het lezen van het oorspronkelijke Staatsblad of de Staatscourant. Wij aanvaarden geen aansprakelijkheid voor eventuele onnauwkeurigheden die voortvloeien uit de omzetting van het origineel naar dit formaat.