Verdrag inzake technische samenwerking tussen het Koninkrijk der Nederlanden en Gambia

Type Verdrag
Publication 1993-07-16
State In force
Source BWB
Wijzigingsgeschiedenis JSON API

De Regering van het Koninkrijk der Nederlanden en de Regering van de Republiek Gambia;

Opnieuw de vriendschappelijke betrekkingen bevestigend die tussen beide Staten en hun volken bestaan;

Geleid door de wens de technische samenwerking te bevorderen en hiertoe het noodzakelijke juridische en administratieve kader te scheppen;

Zijn het volgende overeengekomen:

Artikel I
1.

Het doel van dit Verdrag is de technische samenwerking te bevorderen en hiertoe het juridische en administratieve kader te scheppen voor projecten inzake technische samenwerking waartoe de bevoegde bestuurlijke autoriteiten van beide Partijen ter uitvoering van dit Verdrag besluiten.

2.

Een besluit tot samenwerking als bedoeld in het eerste lid hierboven, de bijdragen aan een project en de wijze waarop dat project wordt uitgevoerd, worden per geval vastgelegd in een administratief akkoord, te sluiten door de twee bevoegde bestuurlijke autoriteiten.

Artikel II
1.

In verband met een project verbindt de Regering van Gambia zich ertoe:

2.

De regering van Gambia waarborgt dat de Nederlandse personeelsleden en hun gezinnen op niet minder gunstige wijze worden behandeld dan personeel dat ten behoeve van technische bijstand naar Gambia wordt uitgezonden door andere landen of internationale organisaties.

Artikel III
1.

De Regering van Gambia stelt de Nederlandse Regering en het Nederlandse personeel schadeloos en vrijwaart hun ter zake van elke extra-contractuele wettelijke aansprakelijkheid voortvloeiend uit het verrichten of nalaten van handelingen door een of meer van de bedoelde personen tijdens werkzaamheden vallend onder of ondernomen uit hoofde van dit Verdrag die de dood van of letsel aan derden veroorzaken of schade aan het eigendom van derden, voor zover deze aansprakelijkheid niet door een verzekering is gedekt, en onthoudt zich van het instellen van vorderingen of het nemen van gerechtelijke stappen vanwege extra-contractuele wettelijke aansprakelijkheid, tenzij de wettelijke aansprakelijkheid het gevolg is van opzettelijk onjuist handelen of grove nalatigheid van een of meer van de bedoelde personen.

2.

Ingeval de Regering van Gambia de Regering van Nederland of een of meer van de bedoelde personen vrijwaart ter zake van een vordering of gerechtelijke stappen op grond van extra-contractuele wettelijke aansprakelijkheid in overeenstemming met het eerste lid van dit artikel, is de Regering van Gambia gerechtigd alle rechten te doen gelden die de Regering van Nederland of de bedoelde personen kunnen doen gelden.

3.

Indien de Regering van Gambia zulks verzoekt, verschaft de Regering van Nederland de bevoegde autoriteiten van Gambia de noodzakelijke administratieve of juridische bijstand voor een bevredigende regeling van eventuele problemen die kunnen ontstaan in verband met de toepassing van het eerste en tweede lid van dit artikel.

Artikel IV
1.

De Regering van Gambia heeft het recht, na overleg met de Nederlandse Regering, te verzoeken om terugroeping van ieder lid van het Nederlandse personeel wiens werk of gedrag onbevredigend is;

de Nederlandse Regering heeft het recht, na soortgelijk overleg met de Gambiaanse Regering, te allen tijde leden van het Nederlandse personeel terug te roepen;

in geval van terugroeping stelt de Nederlandse Regering alles in het werk om, indien de Regering van Gambia zulks verzoekt, een geschikte vervanger te vinden voor het teruggeroepen Nederlandse personeelslid.

2.

Alle Nederlandse personeelsleden vervullen hun taak zoals wordt overeengekomen door de onderscheiden bevoegde autoriteiten. Wat de dagelijkse werkzaamheden met betrekking tot een project betreft, handelen zij in nauw overleg met de Gambiaanse autoriteiten die verantwoordelijk zijn voor de uitvoering van het project, en nemen zij de door die autoriteiten gegeven werkinstructies in acht.

Het Nederlandse personeel dient de in Gambia geldende wetten te eerbiedigen.

Artikel V
1.

De bepalingen van dit Verdrag betreffende Nederlands personeel zijn eveneens van toepassing op personen in dienst van de Nederlandse Regering en op personen in dienst van ondernemingen of andere organisaties waarmee de Nederlandse Regering een overeenkomst heeft gesloten inzake de uitvoering van een project terzake waarvan beide bevoegde autoriteiten hebben besloten samen te werken.

2.

Het beschikbaar gestelde Nederlandse personeel kan zowel uitvoerende als adviserende taken verrichten.

Artikel VI
1.

De bepalingen van de artikelen II, III en IV, eerste lid, van dit Verdrag zijn eveneens van toepassing op de door Nederland beschikbaar gestelde suppletie-deskundigen. Deze deskundigen dienen echter wel lokale inkomstenbelasting te betalen over honoraria die aan hen worden betaald door de Regering van Gambia.

2.

De in het eerste lid van dit artikel bedoelde deskundigen staan uitsluitend onder het gezag van de desbetreffende Gambiaanse autoriteiten. De deskundigen dienen verordeningen en regelingen die in Gambia op een bepaald tijdstip van kracht zijn, na te leven, mits die verordeningen en regelingen niet in strijd zijn met de bepalingen van dit Verdrag of van eventuele andere regelingen tussen de twee Verdragsluitende Partijen die van toepassing zijn op de betrokken deskundigen.

Artikel VII

De Regering van Gambia stelt de uitrusting (met inbegrip van motorvoertuigen) en andere materialen die de Nederlandse Regering in verband met een project verschaft, vrij van alle in- en uitvoerrechten en andere officiële heffingen, met inbegrip van BTW.

Artikel VIII

De bepalingen van dit Verdrag zijn eveneens van toepassing op Nederlands personeel dat reeds werkzaam is bij projecten inzake technische samenwerking in Gambia voor de datum waarop dit Verdrag van kracht wordt.

Artikel IX
1.

Dit Verdrag wordt voorlopig toegepast vanaf de datum van ondertekening en treedt in werking op de datum waarop de beide Regeringen elkaar er schriftelijk van in kennis hebben gesteld dat aan de in hun onderscheiden landen daarvoor constitutioneel vereiste procedures is voldaan.

2.

Dit Verdrag blijft van kracht voor een aanvangsperiode van twee jaar. Indien geen der beide Regeringen drie maanden voordat het Verdrag afloopt, haar voornemen te kennen geeft het te beëindigen, wordt het Verdrag telkens stilzwijgend verlengd voor een nieuwe periode van een jaar.

3.

Met betrekking tot projecten waarmee een aanvang is gemaakt voor de datum van beëindiging van dit Verdrag, blijven de voorgaande artikelen van kracht tot het project is beëindigd.

4.

Wat het Koninkrijk der Nederlanden betreft, is dit Verdrag alleen van toepassing op het Rijk in Europa.

DONE at Banjul on July 16th, 1993, in duplicate in the English language.

For the Government of the Kingdom of the Netherlands

(sd.) G. STORM

H. E. Gertjan Storm

Ambassador Extraordinary and plenipotentiary

of the Kingdom of the Netherlands

For the Government of the Republic of The Gambia

(sd.) OMAR B. SEY

Omar B. Sey

Minister of External Affairs

De raadpleging van dit document komt niet in de plaats van het lezen van het oorspronkelijke Staatsblad of de Staatscourant. Wij aanvaarden geen aansprakelijkheid voor eventuele onnauwkeurigheden die voortvloeien uit de omzetting van het origineel naar dit formaat.