Raamovereenkomst inzake technische samenwerking tussen het Koninkrijk der Nederlanden en de Republiek Costa Rica

Type Verdrag
Publication 1995-12-06
State In force
Source BWB
Wijzigingsgeschiedenis JSON API

De Regering van het Koninkrijk der Nederlanden en de Regering van de Republiek Costa Rica zijn,

teneinde de vriendschappelijke betrekkingen tussen beide landen en hun bevolking te versterken,

vanuit hun wens technische samenwerking te bevorderen en hiervoor het noodzakelijke juridische kader te scheppen,

het volgende overeengekomen:

Artikel I
1.

Doel van deze Raamovereenkomst is het bevorderen van technische samenwerking en het scheppen van een juridisch kader voor uitvoering van de samenwerkingsprojecten die op besluit van de bevoegde autoriteiten van beide Partijen kunnen worden uitgevoerd in het kader van onderhavige Overeenkomst.

2.

Een beslissing tot samenwerking zoals bedoeld in lid 1 van dit Artikel, de bijdragen aan een project en de vorm waarin dit zal worden uitgevoerd, moeten voor ieder geval apart worden vastgesteld in een speciaal administratief akkoord dat tot stand zal komen in onderling overleg tussen beide bevoegde autoriteiten van ieder land.

3.

De Costaricaanse Regering wijst het Ministerie van Buitenlandse Zaken aan als bevoegde autoriteit voor de uitvoering van onderhavige Overeenkomst.

De Nederlandse Regering wijst de Minister voor Ontwikkelingssamenwerking aan als de bevoegde bestuurlijke autoriteit.

Artikel II

De Costaricaanse Regering is met betrekking tot de uitvoering van projecten die uit deze Overeenkomst voortvloeien gehouden:

Artikel III
1.

De Costaricaanse Regering zal de Nederlandse Regering en/of het Nederlandse personeel dat in Costa Rica werkt in het kader van deze Overeenkomst vrijwaren tegen elke schadeclaim die door derden tegen hen wordt ingediend, tenzij genoemd personeel de Costaricaanse nationaliteit heeft en mits de schadeclaim voortkomt uit of verband houdt met het verrichten van een handeling door de Regering of door het Nederlandse personeel tijdens de uitvoering van zijn taken, tenzij deze schade het gevolg is van een opzettelijke fout of grove nalatigheid van de kant van het personeel.

2.

Indien de Costaricaanse Regering zulks verzoekt, zal de Nederlandse Regering de Costaricaanse autoriteiten alle noodzakelijke bestuurlijke of juridische bijstand verlenen die nodig is om eventuele problemen op te lossen die zich zouden kunnen voordoen bij toepassing van de voorgaande leden van dit Artikel.

Artikel IV
1.

De Costaricaanse Regering heeft, na overleg met de Nederlandse Regering, het recht te verzoeken om terugtrekking van een Nederlandse deskundige wiens werk of gedrag onbevredigend is;

De Nederlandse Regering heeft, eveneens na overleg met de Costaricaanse Regering, op ieder moment het recht een Nederlands personeelslid terug te trekken;

In geval van een dergelijke terugtrekking zal de Nederlandse Regering, indien de Costaricaanse Regering zulks verzoekt, alles doen wat in haar macht ligt om te zorgen voor passende vervanging voor het teruggetrokken Nederlandse personeelslid.

2.

Het Nederlandse personeel zal zich bij de uitoefening van zijn taken houden aan de bepalingen die door de desbetreffende bevoegde autoriteiten van ieder land zijn vastgelegd. Zij zullen wat betreft de dagelijkse werkzaamheden van een project regelmatig overleg plegen met de Costaricaanse autoriteiten die verantwoordelijk zijn voor de uitvoering van dat project en de werkinstructies van die autoriteiten opvolgen.

Artikel V
1.

Alle bepalingen van deze Overeenkomst aangaande het Nederlands personeel zijn gelijkelijk van toepassing op personen in dienst van de Nederlandse Regering en op personen in dienst van ondernemingen waarmee de Nederlandse Regering een contract heeft afgesloten voor de uitvoering van een project ten aanzien waarvan beide bevoegde autoriteiten tot samenwerking hebben besloten.

Op het aangestelde Costaricaanse personeel zijn deze bepalingen niet van toepassing.

2.

Het aangestelde Nederlandse personeel zal binnen een project zowel uitvoerende als adviserende taken kunnen vervullen en daarbij alle mogelijke technische en wetenschappelijke hulp en medewerking verlenen, doch zij zullen geen andere activiteiten buiten het project verrichten.

Artikel VI
1.

De bepalingen van de Artikelen II en III van deze Overeenkomst zijn eveneens van toepassing op suppletiedeskundigen die door Nederland worden ingezet, met dien verstande dat deze deskundigen wel belastingen zullen moeten betalen over de van de Costaricaanse autoriteiten ontvangen vergoedingen.

2.

De suppletiedeskundigen zullen uitsluitend onder gezag staan van de terzake bevoegde Costaricaanse autoriteit.

De suppletiedeskundigen zullen de in Costa Rica geldende regels en voorschriften respecteren, tenzij deze regels en voorschriften in strijd zijn met deze Overeenkomst of regelingen met betrekking tot de betrokken deskundigen zoals vastgelegd tussen beide bevoegde bestuurlijke autoriteiten van ieder land.

Artikel VII

De Regering van de Republiek Costa Rica zal de Regering van het Koninkrijk der Nederlanden vrijstellen van alle in- en uitvoerrechten en andere officiële heffingen op apparatuur (inclusief motorvoertuigen) en alle andere zaken die worden geleverd met betrekking tot projecten die in het kader van deze Overeenkomst worden uitgevoerd.

De bestemming van deze apparatuur na beëindiging van het project zal bepaald worden door de terzake van de uitvoering bevoegde autoriteiten.

Artikel VIII
1.

Deze Overeenkomst treedt in werking op de datum dat beide Regeringen elkaar schriftelijk op de hoogte hebben gesteld van het feit dat aan de onderscheiden constitutionele vereisten van elk land is voldaan en vervangt de op 13 februari 1986 tot stand gekomen Overeenkomst inzake voorrechten en immuniteiten van de naar Costa Rica door de Nederlandse Regering in het kader van technische samenwerking uitgezonden deskundigen.

2.

Deze Overeenkomst kent een looptijd van twee jaar. Indien geen der Partijen drie maanden voor afloop van deze termijn schriftelijk verklaart deze Overeenkomst te willen beëindigen, zal de overeenkomst telkens stilzwijgend met een periode van één jaar worden verlengd, waarbij opzegging onder genoemde voorwaarden steeds mogelijk is.

3.

Wat betreft projecten die zijn begonnen vóór de opzeggingstermijn van deze Overeenkomst, zullen de voorgaande bepalingen van kracht blijven tot het betreffende project is afgesloten.

4.

Deze Overeenkomst geldt alleen voor het Europese deel van het Koninkrijk der Nederlanden.

GEDAAN te San José op 22 april 1993, in twee exemplaren, één in de Nederlandse en één in de Spaanse taal, zijnde beide teksten gelijkelijk authentiek.

Voor de Regering van het Koninkrijk der Nederlanden

(w.g.) F. B. A. M. VAN HAREN

Voor de Regering van de Republiek Costa Rica

(w.g.) BERND H. NIEHAUS Q.

De raadpleging van dit document komt niet in de plaats van het lezen van het oorspronkelijke Staatsblad of de Staatscourant. Wij aanvaarden geen aansprakelijkheid voor eventuele onnauwkeurigheden die voortvloeien uit de omzetting van het origineel naar dit formaat.