Overeenkomst tussen het Koninkrijk der Nederlanden en de Federale Republiek Nigeria inzake de bevordering en de wederzijdse bescherming van investeringen

Type Verdrag
Publication 1994-02-01
State In force
Source BWB
Wijzigingsgeschiedenis JSON API

De Regering van het Koninkrijk der Nederlanden

en

de Regering van de Federale Republiek Nigeria,

hierna te noemen de „Overeenkomstsluitende Partijen",

geleid door de wens de van oudsher tussen hun beide landen bestaande vriendschapsbanden te versterken, de economische betrekkingen tussen hen uit te breiden en te intensiveren, in het bijzonder wat investeringen door de onderdanen van de ene Overeenkomstsluitende Partij op het grondgebied van de andere Overeenkomstsluitende Partij betreft,

in het besef dat overeenstemming omtrent de aan deze investeringen toe te kennen behandeling het kapitaalverkeer en de overdracht van technologie tussen, alsmede de economische ontwikkeling van de Overeenkomstsluitende Partijen zal stimuleren, en dat een eerlijke en rechtvaardige behandeling van investeringen wenselijk is,

zijn het volgende overeengekomen:

Artikel 1. Begripsomschrijvingen

Voor de toepassing van deze Overeenkomst:

Artikel 2. Bevordering

Elke Overeenkomstsluitende Partij bevordert, binnen het kader van haar wetten en voorschriften, de economische samenwerking door de bescherming op haar grondgebied van investeringen van onderdanen van de andere Overeenkomstsluitende Partij. Met inachtneming van haar recht de haar door haar wetten of voorschriften verleende bevoegdheden uit te oefenen, laat elke Overeenkomstsluitende Partij deze investeringen toe.

Artikel 3. Bescherming
1.

Elke Overeenkomstsluitende Partij waarborgt een eerlijke en rechtvaardige behandeling van de investeringen van onderdanen van de andere Overeenkomstsluitende Partij en belemmert niet, door onredelijke of discriminatoire maatregelen, de werking, het beheer, de instandhouding, het gebruik, het genot of de vervreemding daarvan door deze onderdanen.

2.

In het bijzonder kent elke Overeenkomstsluitende Partij dergelijke investeringen een volledige fysieke zekerheid en bescherming toe, die in elk geval niet minder is dan die welke wordt toegekend aan investeringen van hetzij haar eigen onderdanen hetzij onderdanen van een derde Staat, naar gelang van wat het gunstigst is voor de betrokken onderdaan.

3.

Indien een Overeenkomstsluitende Partij onderdanen van een derde Staat bijzondere voordelen heeft toegekend uit hoofde van overeenkomsten tot oprichting van douane-unies, economische unies, monetaire unies of soortgelijke instellingen, dan wel op grond van interimovereenkomsten die tot zodanige unies of instellingen leiden, is die Overeenkomstsluitende Partij niet verplicht zodanige voordelen toe te kennen aan onderdanen van de andere Overeenkomstsluitende Partij.

4.

Niettegenstaande de bepalingen van deze Overeenkomst komt elke Overeenkomstsluitende Partij alle verplichtingen na die zij is aangegaan met betrekking tot investeringen van onderdanen van de andere Overeenkomstsluitende Partij.

5.

Indien de wettelijke bepalingen van één van beide Overeenkomstsluitende Partijen of verplichtingen krachtens internationaal recht, die thans bestaan of op een later tijdstip door de Overeenkomstsluitende Partijen worden aangegaan naast deze Overeenkomst, een algemene of bijzondere regeling bevatten op grond waarvan investeringen door onderdanen van de andere Overeenkomstsluitende Partij recht hebben op een behandeling die gunstiger is dan in deze Overeenkomst is voorzien, heeft een dergelijke regeling, in zoverre zij gunstiger is, voorrang boven deze Overeenkomst.

Artikel 4. Belasting

Met betrekking tot belastingen, heffingen, lasten en verminderingen en vrijstellingen van belasting kent iedere Overeenkomstsluitende Partij aan onderdanen van de andere Overeenkomstsluitende Partij die investeringen op haar grondgebied hebben, een behandeling toe die niet minder gunstig is dan die welke wordt toegekend aan haar eigen onderdanen of aan die van een derde Staat, naar gelang van wat het gunstigst is voor de betrokken onderdanen. Hierbij wordt evenwel geen rekening gehouden met bijzondere belastingvoordelen door die Partij toegekend:

Artikel 5. Overmakingen

De Overeenkomstsluitende Partijen waarborgen dat betalingen die verband houden met een investering kunnen worden overgemaakt. De overmakingen geschieden in een vrij inwisselbare munteenheid, zonder onnodige beperking of vertraging. Deze overmakingen omvatten in het bijzonder, doch niet uitsluitend:

Artikel 6. Onteigening

Geen der Overeenkomstsluitende Partijen neemt maatregelen waardoor, al dan niet rechtstreeks, aan onderdanen van de andere Overeenkomstsluitende Partij hun investeringen worden ontnomen, tenzij aan de volgende voorwaarden wordt voldaan:

Artikel 7. Schadeloosstelling voor verliezen

Aan onderdanen van de ene Overeenkomstsluitende Partij die verliezen lijden met betrekking tot hun investeringen op het grondgebied van de andere Overeenkomstsluitende Partij wegens oorlog of een ander gewapend conflict, revolutie, een nationale noodtoestand, opstand, oproer of ongeregeldheden, wordt door de laatstbedoelde Overeenkomstsluitende Partij wat restitutie, schadeloosstelling, vergoeding of een andere regeling betreft, geen minder gunstige behandeling toegekend dan die welke die Overeenkomstsluitende Partij toekent aan haar eigen onderdanen of aan onderdanen van een derde Staat, naar gelang van wat het gunstigst is voor de betrokken onderdanen.

Artikel 8. Subrogatie

Indien de investeringen van een onderdaan van de ene Overeenkomstsluitende Partij krachtens een bij wet ingesteld stelsel verzekerd zijn tegen niet-commerciële risico's, wordt de subrogatie van de verzekeraar of de herverzekeraar in de rechten van de bedoelde onderdaan, ingevolge de voorwaarden van deze verzekering, door de andere Overeenkomstsluitende Partij erkend.

Artikel 9. Beslechting van geschillen tussen een Overeenkomstsluitende Partij en een onderdaan van de andere Overeenkomstsluitende Partij

Elke Overeenkomstsluitende Partij stemt er hierbij mee in juridische geschillen die zich voordoen tussen die Overeenkomstsluitende Partij en een onderdaan van de andere Overeenkomstsluitende Partij betreffende een investiering van die onderdaan op het grondgebied van de eerstbedoelde Overeenkomstsluitende Partij voor te leggen aan het Internationaal Centrum voor beslechting van investeringsgeschillen voor beslechting door middel van conciliatie of arbitrage krachtens het Verdrag inzake de beslechting van investeringsgeschillen tussen Staten en onderdanen van andere Staten, dat op 18 maart 1965 te Washington D.C. werd opengesteld voor ondertekening. Een rechtspersoon die onderdaan is van de ene Overeenkomstsluitende Partij en die, voordat een zodanig geschil zich voordoet, onder toezicht staat van onderdanen van de andere Overeenkomstsluitende Partij, wordt overeenkomstig artikel 25, tweede lid, letter b, van het Verdrag voor de toepassing van het Verdrag behandeld als onderdaan van de andere Overeenkomstsluitende Partij.

Artikel 10. Werkingssfeer

De bepalingen van deze Overeenkomst zijn, vanaf de datum van inwerkingtreding ervan, zoals bedoeld in artikel 15, eerste lid, ook van toepassing op investeringen die voor die datum zijn gedaan.

Artikel 11. Overleg

Elk der Overeenkomstsluitende Partijen kan aan de andere Partij voorstellen overleg te plegen over aangelegenheden betreffende de uitlegging of toepassing van deze Overeenkomst. De andere Partij neemt dit voorstel welwillend in overweging en biedt passende gelegenheid voor dit overleg.

Artikel 12. Beslechting van geschillen tussen de Overeenkomstsluitende Partijen
1.

Geschillen tussen de Overeenkomstsluitende Partijen betreffende de uitlegging of de toepassing van deze Overeenkomst die niet binnen een redelijke termijn door diplomatieke onderhandelingen kunnen worden beslecht, worden, tenzij de Partijen anders zijn overeengekomen, op verzoek van een van beide Partijen voorgelegd aan een uit drie leden samengesteld scheidsgerecht. Elke Partij benoemt een scheidsman en de twee aldus benoemde scheidsmannen benoemen te zamen een derde scheidsman, die geen onderdaan van een der Overeenkomstsluitende Partijen is, tot hun voorzitter.

2.

Indien één van beide Partijen nalaat een scheidsman te benoemen en niet binnen twee maanden gevolg geeft aan een verzoek van de andere Partij deze benoeming te verrichten, kan de laatstbedoelde Partij de President van het Internationale Gerechtshof verzoeken de noodzakelijke benoeming te verrichten.

3.

Indien de beide scheidsmannen niet binnen twee maanden na hun benoeming tot overeenstemming kunnen geraken over de keuze van de derde scheidsman, kan elk der Partijen de President van het Internationale Gerechtshof verzoeken de noodzakelijke benoeming te verrichten.

4.

Indien in de in het tweede en derde lid van dit artikel bedoelde gevallen de President van het Internationale Gerechtshof verhinderd is bedoelde functie uit te oefenen, of onderdaan is van een van beide Overeenkomstsluitende Partijen, wordt de Vice-President verzocht de noodzakelijke benoemingen te verrichten. Indien de Vice-President verhinderd is bedoelde functie uit te oefenen, of onderdaan is van een van beide Partijen, wordt het lid van het Gerechtshof dat het hoogst in anciënniteit is, beschikbaar is en geen onderdaan is van een der Partijen, verzocht de noodzakelijke benoemingen te verrichten.

5.

Het scheidsgerecht beslist op basis van deze Overeenkomst en van andere toepasselijke overeenkomsten tussen de twee Overeenkomstsluitende Partijen, van de regels van het internationale recht en van toepasselijke regels van het nationale recht. De voorgaande bepalingen doen geen afbreuk aan de bevoegdheid van het scheidsgerecht in het geschil een uitspraak ex aequo et bono te doen, indien de Partijen daarmee instemmen.

6.

Tenzij de Partijen anders beslissen, stelt het scheidsgerecht zijn eigen procedureregels vast.

7.

Het scheidsgerecht doet zijn uitspraak bij meerderheid van stemmen. Een zodanige uitspraak is onherroepelijk en bindend voor de Partijen.

Artikel 13. Territoriale reikwijdte

Wat het Koninkrijk der Nederlanden betreft, is deze Overeenkomst van toepassing op het deel van het Rijk in Europa, de Nederlandse Antillen en Aruba, tenzij in de in artikel 15, eerste lid, bedoelde mededeling anders wordt bepaald.

Artikel 14. Wijziging

Deze Overeenkomst kan te allen tijde worden gewijzigd met schriftelijke instemming van beide Partijen. Een wijziging wordt van kracht wanneer de Overeenkomstsluitende Partijen elkaar schriftelijk hebben medegedeeld dat aan de in hun onderscheiden landen constitutioneel vereiste procedures is voldaan.

Artikel 15. Duur en beëindiging
1.

Deze Overeenkomst treedt in werking op de eerste dag van de tweede maand die volgt op de datum waarop de Overeenkomstsluitende Partijen elkaar schriftelijk hebben medegedeeld dat aan de in hun onderscheiden landen hiertoe constitutioneel vereiste procedures is voldaan, en blijft van kracht gedurende een tijdvak van tien jaar. Daarna blijft deze Overeenkomst van kracht, tenzij een van beide Overeenkomstsluitende Partijen de andere schriftelijk mededeling van beëindiging doet. In dat geval wordt de Overeenkomst beëindigd twaalf maanden na de datum waarop de schriftelijke mededeling is gedaan.

2.

Ten aanzien van investeringen die zijn gedaan voor de datum van beëindiging van deze Overeenkomst, blijven de voorgaande artikelen van kracht gedurende een tijdvak van vijftien jaar vanaf die datum.

3.

Met inachtneming van de in het eerste lid van dit artikel genoemde termijn van twaalf maanden is de Regering van het Koninkrijk der Nederlanden gerechtigd de toepassing van deze Overeenkomst ten aanzien van enig deel van het Koninkrijk afzonderlijk te beëindigen.

IN WITNESS WHEREOF, the undersigned representatives duly authorized thereto, have signed this Agreement.

DONE in duplicate at Abuja on November 2, 1992 in the English language.

For the Government of the Kingdom of the Netherlands:

(sd.) E. T. J. T. KWINT

Eric T. J. T. Kwint

For the Government of the Federal Republic of Nigeria:

(sd.) A. B. MAMMAN

Dr. Abdullahi Bagodu Mamman

Major General (RTD)

De raadpleging van dit document komt niet in de plaats van het lezen van het oorspronkelijke Staatsblad of de Staatscourant. Wij aanvaarden geen aansprakelijkheid voor eventuele onnauwkeurigheden die voortvloeien uit de omzetting van het origineel naar dit formaat.