Verdrag inzake de bescherming van het mariene milieu in het noordoostelijk deel van de Atlantische Oceaan

Type Verdrag
Publication 2011-10-28
State In force
Source BWB
Wijzigingsgeschiedenis JSON API

De Verdragsluitende Partijen,

Zich bewust van het vitale belang, voor alle volken, van het mariene milieu en van de daarvan levende flora en fauna;

Erkennende de intrinsieke waarde van het mariene milieu in het noordoostelijk deel van de Atlantische Oceaan en de noodzaak de bescherming daarvan te coördineren;

Erkennende dat gezamenlijk optreden op nationaal, regionaal en mondiaal niveau van wezenlijk belang is ter voorkoming en beëindiging van de verontreiniging van de zee alsook om te komen tot een duurzaam beheer van het zeegebied, dat wil zeggen een zodanig beheer van menselijke activiteiten, dat het mariene ecosysteem het rechtmatig gebruik van de zee kan blijven dragen en kan blijven voorzien in de behoeften van de huidige en toekomstige generaties;

Indachtig dat het ecologisch evenwicht en het rechtmatig gebruik van de zee worden bedreigd door verontreiniging;

Gelet op de aanbevelingen van de Conferentie van de Verenigde Naties inzake het leefmilieu, gehouden te Stockholm in juni 1972;

Gelet ook op de resultaten van de Conferentie van de Verenigde Naties inzake milieu en ontwikkeling, gehouden te Rio de Janeiro in juni 1992;

Herinnerende aan de desbetreffende bepalingen van het internationaal gewoonterecht, weergegeven in Deel XII van het Verdrag van de Verenigde Naties inzake het recht van de zee, en in bijzonder aan artikel 197 betreffende de mondiale en regionale samenwerking voor de bescherming en het behoud van het mariene milieu;

Overwegende dat de gemeenschapelijke belangen van de bij een zelfde zeegebied betrokken Staten hen moeten brengen tot samenwerking op regionaal of subregionaal niveau;

Herinnerend aan de positieve resultaten die zijn behaald in het kader van het Verdrag ter voorkoming van verontreiniging van de zee ten gevolge van het storten uit schepen en luchtvaartuigen, ondertekend te Oslo op 15 februari 1972, zoals gewijzigd bij de protocollen van 2 maart 1983 en 5 december 1989, en het Verdrag ter voorkoming van verontreiniging van de zee vanaf het land, ondertekend te Parijs op 4 juni 1974, zoals gewijzigd bij het protocol van 26 maart 1986;

Ervan overtuigd dat onverwijld verdere internationale maatregelen moeten worden genomen ten einde de verontreiniging van de zee te voorkomen en te beëindigen, als onderdeel van een voortschrijdend en samenhangend programma ter bescherming van het mariene milieu;

Erkennende dat het wenselijk kan zijn met betrekking tot de voorkoming en beëindiging van de verontreiniging van het mariene milieu, of met betrekking tot de bescherming van het mariene milieu tegen de nadelige gevolgen van menselijke activiteiten, op regionaal niveau maatregelen te treffen die strenger zijn dan die welke zijn vervat in internationale verdragen of overeenkomsten met een mondiale werkingssfeer;

Erkennende dat aangelegenheden betreffende het beheer van de visserij op passende wijze zijn geregeld in internationale en regionale overeenkomsten waarin deze aangelegenheden specifiek worden behandeld;

Overwegende dat in de huidige Verdragen van Oslo en Parijs enkele van de vele bronnen van verontreiniging niet afdoende zijn geregeld, en dat het derhalve gerechtvaardigd is deze te vervangen door het onderhavige Verdrag, dat betrekking heeft op alle bronnen van verontreiniging van het mariene milieu en de nadelige gevolgen van menselijke activiteiten daarvoor, en dat uitgaat van het voorzorgsbeginsel en de regionale samenwerking versterkt;

Zijn het volgende overeengekomen:

Artikel 1. Begripsomschrijvingen

Voor de toepassing van dit Verdrag:

Artikel 2. Algemene verplichtingen
2.

De Verdragsluitende Partijen passen toe:

4.

De Verdragsluitende Partijen passen de maatregelen die zij aannemen op zodanige wijze toe, dat een toeneming van de verontreiniging van de zee buiten het zeegebied of in andere delen van het milieu wordt voorkomen.

5.

Geen enkele bepaling van het Verdrag mag zodanig worden uitgelegd dat deze de Verdragsluitende Partijen zou beletten, afzonderlijk of gezamenlijk, strengere maatregelen te nemen ter voorkoming of beëindiging van de verontreiniging van het zeegebied of ter bescherming van het zeegebied tegen de nadelige gevolgen van menselijke activiteiten.

Artikel 3. Verontreiniging uit landbronnen

De Verdragsluitende Partijen ondernemen, afzonderlijk of gezamenlijk, alle mogelijke stappen om de verontreiniging uit landbronnen te voorkomen en te beëindigen in overeenstemming met de bepalingen van het Verdrag, in het bijzonder op de in Bijlage I voorgeschreven wijze.

Artikel 4. Verontreiniging ten gevolge van storting of verbranding

De Verdragsluitende Partijen ondernemen, afzonderlijk of gezamenlijk, alle mogelijke stappen om de verontreiniging ten gevolge van het storten of verbranden van afval of andere stoffen te voorkomen en te beëindigen in overeenstemming met de bepalingen van het Verdrag, in het bijzonder op de in Bijlage II voorgeschreven wijze.

Artikel 5. Verontreiniging uit offshore-bronnen

De Verdragsluitende Partijen ondernemen, afzonderlijk of gezamenlijk, alle mogelijke stappen om de verontreiniging uit offshorebronnen te voorkomen en te beëindigen in overeenstemming met de bepalingen van het Verdrag, in het bijzonder op de in Bijlage III voorgeschreven wijze.

Artikel 6. Beoordeling van de kwaliteit van het mariene milieu

In overeenstemming met de bepalingen van het Verdrag, in het bijzonder op de in Bijlage IV voorgeschreven wijze:

Artikel 7. Verontreiniging uit andere bronnen

De Verdragsluitende Partijen werken samen met het oog op de aanneming van Bijlagen, naast de in de artikelen 3, 4, 5 en 6 hierboven genoemde Bijlagen, waarin maatregelen, procedures en normen worden voorgeschreven om het zeegebied te beschermen tegen verontreiniging uit andere bronnen, voor zover die verontreiniging niet reeds het voorwerp vormt van doeltreffende maatregelen, overeengekomen door andere internationale organisaties of voorgeschreven door andere internationale verdragen.

Artikel 8. Wetenschappelijk en technisch onderzoek
1.

Ter verwezenlijking van de doelstellingen van het Verdrag stellen de Verdragsluitende Partijen aanvullende of gezamenlijke programma's op voor wetenschappelijk of technisch onderzoek en doen zij, in overeenstemming met een standaardprocedure, aan de Commissie toekomen:

2.

De Verdragsluitende Partijen houden hierbij rekening met de werkzaamheden die op deze gebieden worden verricht door de desbetreffende internationale organisaties en instellingen.

Artikel 9. Toegang tot informatie
1.

De Verdragsluitende Partijen dragen er zorg voor dat hun bevoegde autoriteiten worden verplicht de in het tweede lid van dit artikel omschreven informatie beschikbaar te stellen aan iedere natuurlijke persoon of rechtspersoon, in reactie op elk redelijk verzoek, zulks zonder dat die persoon enig belang hoeft aan te tonen, en zonder onredelijke kosten, zo spoedig mogelijk en binnen ten hoogste twee maanden.

2.

De in het eerste lid van dit artikel bedoelde informatie is alle beschikbare informatie in geschreven, visuele, auditieve of geautomatiseerde vorm betreffende de toestand van het zeegebied, betreffende activiteiten of maatregelen die hierop een ongunstig effect hebben of waarschijnlijk zullen hebben, en betreffende activiteiten of maatregelen die worden ingevoerd in overeenstemming met het Verdrag.

De raadpleging van dit document komt niet in de plaats van het lezen van het oorspronkelijke Staatsblad of de Staatscourant. Wij aanvaarden geen aansprakelijkheid voor eventuele onnauwkeurigheden die voortvloeien uit de omzetting van het origineel naar dit formaat.