Verdrag inzake biologische diversiteit
Preambule
De Verdragsluitende Partijen,
Zich bewust van de intrinsieke waarde van de biologische diversiteit en van de waarde van de biologische diversiteit en de bestanddelen daarvan in ecologisch, genetisch, sociaal, economisch, wetenschappelijk, educatief, cultureel, recreatief en esthetisch opzicht,
Zich tevens bewust van het belang van de biologische diversiteit voor de evolutie en het behoud van de systemen die de biosfeer in stand houden,
Bevestigende dat het behoud van de biologische diversiteit een gemeenschappelijke zorg voor de mensheid vormt,
Opnieuw bevestigende dat Staten soevereine rechten hebben met betrekking tot hun biologische rijkdommen,
Tevens opnieuw bevestigende dat Staten verantwoordelijk zijn voor het behoud van hun biologische diversiteit en voor het duurzame gebruik van hun biologische rijkdommen,
Bezorgd over het feit dat de biologische diversiteit aanmerkelijk achteruitgaat door bepaalde menselijke activiteiten,
Zich bewust van de in het algemeen tekortschietende informatie en kennis aangaande de biologische diversiteit en van de dringende behoefte aan de ontwikkeling van wetenschappelijke, technische en institutionele mogelijkheden waarmee het fundamentele inzicht kan worden verworven dat nodig is om passende maatregelen te kunnen plannen en uitvoeren,
Vaststellende dat het van het hoogste belang is de oorzaken van de aanmerkelijke achteruitgang of verlies van de biologische diversiteit te voorzien, te voorkomen en aan te pakken bij de bron,
Tevens vaststellende dat wanneer er een aanmerkelijke achteruitgang of verlies van de biologische diversiteit dreigt, het ontbreken van volledige wetenschappelijke zekerheid niet mag dienen als grond voor uitstel van maatregelen ter voorkoming of beperking van die dreiging,
Voorts vaststellende dat het voornaamste vereiste voor het behoud van de biologische diversiteit bestaat in het behoud in situ van ecosystemen en natuurlijke habitats, alsmede in de instandhouding en het herstel van levensvatbare populaties van soorten in hun natuurlijke omgeving,
Eveneens vaststellende dat maatregelen ex situ, bij voorkeur in het land van oorsprong, ook van groot belang zijn,
Erkennende dat veel autochtone en plaatselijke gemeenschappen van oudsher hoogst afhankelijk zijn van biologische rijkdommen, waarop hun tradities zijn gebaseerd, en dat het wenselijk is de voordelen van de toepassing van traditionele kennis, vernieuwingen en gebruiken betreffende het behoud van de biologische diversiteit en het duurzame gebruik van bestanddelen daarvan, eerlijk te delen,
Tevens erkennende de vitale rol die vrouwen spelen in het behoud en het duurzame gebruik van de biologische diversiteit, en bevestigende de noodzaak van de volledige deelneming van vrouwen op alle niveaus van de beleidsvorming en -uitvoering ter zake van het behoud van de biologische diversiteit,
Onderstrepende het belang en de noodzaak van het bevorderen van internationale, regionale en mondiale samenwerking tussen Staten en intergouvernementele organisaties en de niet-gouvernementele sector met het oog op het behoud van de biologische diversiteit en het duurzame gebruik van bestanddelen daarvan,
Erkennende dat het verschaffen van nieuwe en aanvullende financiële middelen en passende toegang tot relevante technologieën van aanzienlijke invloed zou kunnen zijn op de mate waarin de wereld in staat is het verlies van de biologische diversiteit tegen te gaan,
Voorts erkennende dat bijzondere maatregelen noodzakelijk zijn om te voorzien in de behoeften van ontwikkelingslanden, waaronder het verschaffen van nieuwe en aanvullende financiële middelen en passende toegang tot relevante technologieën,
Wijzende in dit verband op de bijzondere omstandigheden van de minst ontwikkelde landen en kleine eilandstaten,
Erkennende dat voor het behoud van de biologische diversiteit aanzienlijke investeringen zijn vereist, waarvan een breed scala van voordelen op milieu-, economisch en sociaal gebied mogen worden verwacht,
Erkennende dat economische en sociale ontwikkeling en de uitroeiing van armoede de eerste en allerhoogste prioriteiten zijn van ontwikkelingslanden,
Beseffende dat het behoud en het duurzame gebruik van de biologische diversiteit van het hoogste belang is om te kunnen voorzien in de behoeften qua voeding en gezondheid en andere behoeften van de groeiende wereldbevolking, waarvoor de toegang tot en het delen van zowel genetische rijkdommen als technologieën essentieel is,
Vaststellende dat uiteindelijk het behoud en het duurzame gebruik van de biologische diversiteit de vriendschappelijke betrekkingen tussen Staten zullen versterken en zullen bijdragen tot vrede voor de mensheid,
Geleid door de wens bestaande internationale regelingen voor het behoud van de biologische diversiteit en het duurzame gebruik van bestanddelen daarvan te verbeteren en aan te vullen, en
Vastbesloten de biologische diversiteit te behouden en duurzaam te gebruiken ten behoeve van huidige en toekomstige generaties,
Zijn het volgende overeengekomen:
Artikel 1. Doelstellingen
De doelstellingen van dit Verdrag, na te streven in overeenstemming met de desbetreffende bepalingen daarvan, zijn het behoud van de biologische diversiteit, het duurzame gebruik van bestanddelen daarvan en de eerlijke en billijke verdeling van de voordelen voortvloeiende uit het gebruik van genetische rijkdommen, met inbegrip van passende toegang tot genetische rijkdommen en passende overdracht van de desbetreffende technologieën, rekening houdend met alle rechten met betrekking tot die rijkdommen en technologieën, en door middel van passende financiering.
Artikel 2. Gebruikte termen
Voor de toepassing van dit Verdrag wordt verstaan onder:
„Biologische diversiteit”: de variabiliteit onder levende organismen van allerlei herkomst, met inbegrip van, onder andere, terrestrische, mariene en andere aquatische ecosystemen en de ecologische complexen waarvan zij deel uitmaken; dit omvat mede de diversiteit binnen soorten, tussen soorten en van ecosystemen.
„Biologische rijkdommen”: genetische rijkdommen, organismen of delen daarvan, populaties, of enig ander biotisch bestanddeel van ecosystemen met een feitelijke of potentiële waarde of nut voor de mensheid.
„Biotechnologie”: elke technologische toepassing waarbij biologische systemen, levende organismen, of afleidingen daarvan, worden gebruikt om produkten of processen tot stand te brengen of te veranderen voor specifieke doeleinden.
„Land van oorsprong van genetische rijkdommen”: het land dat die genetische rijkdommen bezit onder in situ-omstandigheden.
„Land dat genetische rijkdommen levert”: het land dat genetische rijkdommen levert, verkregen uit in situ-bronnen, met inbegrip van populaties van zowel wilde als gedomesticeerde soorten, dan wel verkregen uit ex situ-bronnen, ongeacht of deze hun oorsprong hebben in dat land.
„Gedomesticeerde of gecultiveerde soorten”: soorten waarvan het evolutieproces door de mens is beïnvloed om in zijn behoeften te voorzien.
„Ecosysteem”: een dynamisch complex van gemeenschappen van planten, dieren en micro-organismen en hun niet-levende omgeving, die in een onderlinge wisselwerking een functionele eenheid vormen.
„Behoud ex situ”: het behoud van bestanddelen van de biologische diversiteit buiten hun natuurlijke habitats.
„Genetisch materiaal”: alle materiaal van plantaardige, dierlijke, microbiële of andere oorsprong dat functionele eenheden van de erfelijkheid bevat.
„Genetische rijkdommen”: genetisch materiaal van feitelijke of potentiële waarde.
„Habitat”: de plaats of het soort gebied waar een organisme of populatie van nature voorkomt.
„In situ-omstandigheden”: de omstandigheden waaronder genetische rijkdommen voorkomen in ecosystemen en natuurlijke habitats en, in het geval van gedomesticeerde of gecultiveerde soorten, in de omgeving waarin zij hun onderscheidende kenmerken hebben ontwikkeld.
„Behoud in situ”: het behoud van ecosystemen en natuurlijke habitats en de instandhouding en het herstel van levensvatbare populaties van soorten in hun natuurlijke omgeving en, in het geval van gedomesticeerde of gecultiveerde soorten, in de omgeving waarin zij hun onderscheidende kenmerken hebben ontwikkeld.
„Beschermd gebied”: een geografisch bepaald gebied dat wordt aangewezen of gereguleerd en beheerd ter verwezenlijking van specifieke doeleinden aangaande behoud.
„Regionale organisatie voor economische integratie”: een door soevereine Staten in een bepaalde regio opgerichte organisatie, waaraan haar lidstaten bevoegdheden hebben overgedragen ten aanzien van de in dit Verdrag geregelde aangelegenheden en die, in overeenstemming met haar interne procedures, gemachtigd is dit Verdrag te bekrachtigen, te aanvaarden, goed te keuren, dan wel hiertoe toe te treden.
„Duurzaam gebruik”: het gebruik van bestanddelen van de biologische diversiteit op een wijze en in een tempo die niet leiden tot achteruitgang van de biologische diversiteit op de lange termijn, aldus in stand houdend het vermogen daarvan om te voorzien in de behoeften en te beantwoorden aan de verwachtingen van huidige en toekomstige generaties.
„Technologie”: alle technologie, met inbegrip van de biotechnologie.
Artikel 3. Beginsel
Staten hebben, in overeenstemming met het Handvest van de Verenigde Naties en de beginselen van internationaal recht, het soevereine recht hun eigen hulpbronnen te exploiteren overeenkomstig hun eigen milieubeleid, alsook de verantwoordelijkheid te verzekeren dat activiteiten die binnen hun rechtsmacht of onder hun toezicht vallen, geen schade aanrichten aan het milieu van andere Staten of van gebieden die onder geen enkele nationale rechtsmacht vallen.
Artikel 4. Werkingssfeer
Behoudens de rechten van andere Staten en tenzij in dit Verdrag uitdrukkelijk anders is bepaald, zijn de bepalingen van dit Verdrag van toepassing ten aanzien van elke Verdragsluitende Partij:
- a. op bestanddelen van de biologische diversiteit in gebieden gelegen binnen de grenzen van haar nationale rechtsmacht; en
- b. op processen en activiteiten, uitgevoerd onder haar rechtsmacht of toezicht, in gebieden gelegen binnen de grenzen van haar nationale rechtsmacht danwel in gebieden die niet onder haar nationale rechtsmacht vallen, ongeacht waar de gevolgen van die processen of activiteiten zich voordoen.
Artikel 5. Samenwerking
Elke Verdragsluitende Partij werkt, voor zover mogelijk en passend, samen met andere Verdragsluitende Partijen, hetzij rechtstreeks, hetzij, waar passend, via bevoegde internationale organisaties, ten aanzien van gebieden die onder geen enkele nationale rechtsmacht vallen en met betrekking tot andere aangelegenheden van wederzijds belang, ten behoeve van het behoud en het duurzame gebruik van de biologische diversiteit.
Artikel 6. Algemene maatregelen tot behoud en duurzaam gebruik
Elke Verdragsluitende Partij dient in overeenstemming met haar eigen omstandigheden en mogelijkheden:
- a. nationale strategieën, plannen of programma's voor het behoud en het duurzame gebruik van de biologische diversiteit te ontwikkelen, of de bestaande strategieën, plannen of programma's daartoe aan te passen, daarbij, onder andere, de op haar betrekking hebbende in dit Verdrag genoemde maatregelen in aanmerking nemend; en
- b. voor zover mogelijk en passend, het behoud en het duurzame gebruik van de biologische diversiteit op te nemen in de desbetreffende op één of meerdere sectoren betrekking hebbende plannen, programma's en beleidslijnen.
Artikel 7. Inventarisatie en toezicht
Elke Verdragsluitende Partij dient, voorzover mogelijk en passend, in het bijzonder met het oog op de toepassing van de artikelen 8 en 10:
- a. de bestanddelen van de biologische diversiteit die van belang zijn voor het behoud en het duurzame gebruik ervan te inventariseren aan de hand van de in Bijlage I gegeven indicatieve lijst;
- b. de overeenkomstig letter a geïnventariseerde bestanddelen van de biologische diversiteit onder toezicht te houden, door middel van monsterneming en andere technieken, daarbij bijzondere aandacht schenkend aan die bestanddelen die dringend maatregelen tot behoud vereisen en die welke de meeste mogelijkheden bieden voor duurzaam gebruik;
- c. processen en categorieën activiteiten te inventariseren die aanmerkelijke nadelige gevolgen hebben of zouden kunnen hebben voor het behoud en het duurzame gebruik van de biologische diversiteit, en hun gevolgen onder toezicht te houden door middel van monsterneming en andere technieken; en
- d. de gegevens verkregen uit de inventarisatie en het toezicht ingevolge de letters a, b en c te bewaren en te structureren met behulp van een systeem.
Artikel 8. Behoud in situ
Elke Verdragsluitende Partij dient, voor zover mogelijk en passend:
- a. een stelsel in te stellen van beschermde gebieden of gebieden waarin bijzondere maatregelen moeten worden genomen om de biologische diversiteit te behouden;
- b. indien nodig richtlijnen op te stellen voor de keuze, de instelling en het beheer van beschermde gebieden of gebieden waarin bijzondere maatregelen moeten worden genomen om de biologische diversiteit te behouden;
- c. biologische rijkdommen die van belang zijn voor het behoud van de biologische diversiteit te reguleren of te beheren, zowel binnen als buiten beschermde gebieden, teneinde zorg te dragen voor het behoud en het duurzame gebruik daarvan;
- d. de bescherming van ecosystemen en natuurlijke habitats, alsmede de instandhouding van levensvatbare populaties van soorten in hun natuurlijke omgeving te bevorderen;
- e. een ecologisch verantwoorde en duurzame ontwikkeling te bevorderen in gebieden die grenzen aan beschermde gebieden, teneinde de bescherming van die gebieden te verbeteren;
- f. aangetaste ecosystemen te rehabiliteren en te herstellen en het herstel van bedreigde soorten te bevorderen, onder andere door middel van het ontwikkelen en uitvoeren van plannen en andere beheersstrategieën;
- g. middelen te verschaffen of te handhaven voor het reguleren, beheren of beheersen van de risico's verbonden aan het gebruik en het vrijkomen van veranderde levende organismen, voortgekomen uit de biotechnologie, die nadelige milieu-effecten zouden kunnen hebben die van invloed kunnen zijn op het behoud en het duurzame gebruik van de biologische diversiteit, daarbij tevens rekening houdend met de risico's voor de gezondheid van de mens;
- h. de binnenkomst van uitheemse soorten die bedreigend zijn voor eco-systemen, habitats of soorten te voorkomen, dan wel deze te beheersen of uit te roeien;
- i. ernaar te streven de voorwaarden te scheppen die nodig zijn voor de verenigbaarheid van het huidige gebruik met het behoud van de biologische diversiteit en het duurzame gebruik van bestanddelen daarvan;
- j. met inachtneming van haar nationale wetgeving de kennis, vernieuwingen en gebruiken van autochtone en plaatselijke gemeenschappen te eerbiedigen, te beschermen en in stand te houden, waarop hun tradities zijn gebaseerd die van belang zijn voor het behoud en het duurzame gebruik van de biologische diversiteit, en de toepassing daarvan op grotere schaal te bevorderen, met de instemming en deelneming van de dragers van die kennis, vernieuwingen en gebruiken, en de eerlijke verdeling van de voordelen van de toepassing van die kennis, vernieuwingen en gebruiken te stimuleren;
- k. de wetgeving en/of andere regelgeving te ontwikkelen of te handhaven die nodig is voor de bescherming van bedreigde soorten en populaties;
- l. wanneer aanmerkelijke nadelige gevolgen voor de biologische diversiteit zijn vastgesteld overeenkomstig artikel 7, de desbetreffende processen en categorieën activiteiten te reguleren of te beheersen; en
- m. samen te werken bij de verstrekking van financiële en andere steun voor het behoud in situ als bedoeld in de letters a tot en met 1, met name aan ontwikkelingslanden.
Artikel 9. Behoud ex situ
Elke Verdragsluitende Partij dient, voorzover mogelijk en passend, en hoofdzakelijk ter aanvulling van de maatregelen voor behoud in situ:
- a. maatregelen aan te nemen voor het behoud ex situ van bestanddelen van de biologische diversiteit, bij voorkeur in het land van oorsprong van die bestanddelen;
- b. voorzieningen voorbehoud ex situ en onderzoek met betrekking tot planten, dieren en micro-organismen te treffen en te handhaven, bij voorkeur in het land van oorsprong van de genetische rijkdommen;
- c. maatregelen aan te nemen voor het herstel en de rehabilitatie van bedreigde soorten en voor de terugkeer naar hun natuurlijke habitats onder geschikte omstandigheden;
- d. de vergaring van biologische rijkdommen uit natuurlijke habitats ten behoeve van behoud ex situ zodanig te reguleren en te beheersen, dat ecosystemen en populaties van soorten in situ niet worden bedreigd, behalve wanneer bijzondere tijdelijke maatregelen tot behoud ex situ zijn vereist ingevolge letter c; en
- e. samen te werken bij de verstrekking van financiële en andere steun voor het behoud ex situ als bedoeld in de letters a tot en met d en bij het treffen en handhaven van voorzieningen voor behoud ex situ in ontwikkelingslanden.
Artikel 10. Duurzaam gebruik van bestanddelen van de biologische diversiteit
Elke Verdragsluitende Partij dient, voorzover mogelijk en passend:
- a. in de nationale besluitvorming aandacht te schenken aan het behoud en het duurzame gebruik van biologische rijkdommen;
- b. maatregelen aan te nemen met betrekking tot het gebruik van biologische rijkdommen, teneinde nadelige gevolgen voor de biologische diversiteit te voorkomen of te beperken;
- c. het op de gewoonte stoelende gebruik van biologische rijkdommen in overeenstemming met traditionele culturele gebruiken die verenigbaar zijn met de vereisten van behoud of van duurzaam gebruik, te beschermen en te stimuleren;
- d. de plaatselijke bevolking te steunen bij het ontwerpen en uitvoeren van herstelmaatregelen in aangetaste gebieden waarin de biologische diversiteit is achteruitgegaan; en
- e. de samenwerking tussen haar overheidsinstellingen en de particuliere sector te bevorderen bij het ontwikkelen van methoden voor duurzaam gebruik van biologische rijkdommen.
Artikel 11. Stimuleringsmaatregelen
Elke Verdragsluitende Partij dient, voor zover mogelijk en passend, economisch en sociaal verantwoorde maatregelen te nemen die het behoud en het duurzame gebruik van bestanddelen van de biologische diversiteit stimuleren.
Artikel 12. Onderzoek en opleiding
De Verdragsluitende Partijen dienen, rekening houdend met de bijzondere behoeften van de ontwikkelingslanden:
De raadpleging van dit document komt niet in de plaats van het lezen van het oorspronkelijke Staatsblad of de Staatscourant. Wij aanvaarden geen aansprakelijkheid voor eventuele onnauwkeurigheden die voortvloeien uit de omzetting van het origineel naar dit formaat.