Verdrag inzake de bescherming en het gebruik van grensoverschrijdende waterlopen en internationale meren
Preambule
De Partijen bij dit Verdrag,
Zich ervan bewust dat de bescherming en het gebruik van grensoverschrijdende waterlopen en internationale meren taken van groot belang en hoge prioriteit zijn, en dat doeltreffende uitvoering ervan alleen kan worden gewaarborgd door intensievere samenwerking,
Verontrust over de nadelige gevolgen die veranderingen in de toestand van grensoverschrijdende waterlopen en internationale meren op korte of lange termijn hebben of dreigen te hebben voor het milieu, de economie en het welzijn van de lidstaten van de Economische Commissie voor Europa (ECE),
Beklemtonend dat krachtigere nationale en internationale maatregelen geboden zijn ter voorkoming, beheersing en vermindering van de lozing van gevaarlijke stoffen in het aquatische milieu en ter vermindering van vermesting en verzuring, alsmede van verontreiniging van het mariene milieu, met name in kustgebieden, vanaf het land,
Verheugd over de inspanningen die de Regeringen van de lidstaten van de ECE reeds hebben geleverd om op bilateraal en multilateraal niveau hun samenwerking te intensiveren, gericht op de voorkoming, beheersing en vermindering van grensoverschrijdende verontreiniging, op duurzaam waterbeheer, het behoud van watervoorkomens en de bescherming van het milieu,
Herinnerend aan de desbetreffende bepalingen en beginselen van de Verklaring van de Conferentie inzake het menselijk leefmilieu te Stockholm, de Slotakte van de Conferentie over Veiligheid en Samenwerking in Europa (CVSE), de Slotdocumenten van de Bijeenkomsten te Madrid en te Wenen van Vertegenwoordigers van de Staten die deelnemen aan de CVSE, en de Regionale Strategie voor de bescherming van het milieu en het rationeel gebruik van de natuurlijke rijkdommen in de lidstaten van de ECE voor het tijdvak tot het jaar 2000 en daarna,
Zich bewust van de rol van de Economische Commissie voor Europa van de Verenigde Naties bij het bevorderen van de internationale samenwerking ten behoeve van de voorkoming, beheersing en vermindering van de verontreiniging van grensoverschrijdende wateren en ten behoeve van duurzaam gebruik van grensoverschrijdende wateren, en in dit kader herinnerend aan de ECE-Beleidsverklaring inzake de voorkoming en beheersing van de waterverontreiniging, met inbegrip van grensoverschrijdende verontreiniging; de ECE-Beleidsverklaring inzake het rationeel gebruik van water; de ECE-Beginselen inzake de samenwerking op het gebied van grensoverschrijdende wateren; het ECE-Handvest inzake het grondwaterbeheer; en de Gedragscode inzake calamiteuze verontreiniging van grensoverschrijdende binnenwateren,
Verwijzend naar de beslissingen I (42) en I (44), aangenomen door de Economische Commissie voor Europa tijdens haar 42e respectievelijk haar 44e zitting, en het resultaat van de CVSE-Bijeenkomst inzake de bescherming van het milieu (Sofia, Bulgarije, 16 oktober - 3 november 1989),
Beklemtonend dat de samenwerking tussen de landen die lid zijn ten aanzien van de bescherming en het gebruik van grensoverschrijdende wateren in de eerste plaats dient te worden verwezenlijkt door het opstellen van overeenkomsten tussen landen die aan dezelfde wateren grenzen, met name in gevallen waarin dergelijke overeenkomsten nog niet zijn gesloten,
Zijn het volgende overeengekomen:
Artikel 1. Begripsomschrijvingen
Voor de toepassing van dit Verdrag wordt verstaan onder:
-
- „Grensoverschrijdende wateren": oppervlakte- of grondwateren die een grens tussen twee of meer Staten vormen, overschrijden of daarop gelegen zijn; overal waar grensoverschrijdende wateren rechtstreeks in de zee stromen, eindigen deze grensoverschrijdende wateren ter hoogte van een rechte lijn dwars op hun onderscheiden mondingen tussen twee punten op de laagwaterlijn van hun oevers;
-
- „Grensoverschrijdend effect": ieder wezenlijk nadelig effect op het milieu, binnen een gebied onder de rechtsmacht van een Partij, dat voortvloeit uit een verandering in de toestand van grensoverschrijdende wateren, die wordt teweeggebracht door een menselijke activiteit die geheel of gedeeltelijk plaatsvindt binnen een gebied onder de rechtsmacht van een andere Partij. Deze effecten op het milieu omvatten mede effecten op de gezondheid en de veiligheid van de mens, voor de flora, de fauna, de bodem, de lucht, het water, het klimaat, het landschap en historische monumenten of andere fysieke structuren, of voor de samenhang tussen deze aspecten; ook worden bedoeld effecten op het cultureel erfgoed of voor de sociaal-economische omstandigheden voortvloeiend uit veranderingen in die aspecten;
-
- „Partij": een Partij bij dit Verdrag, tenzij het zinsverband anders vereist;
-
- „Oeverstaten": Staten Partij bij dit Verdrag die aan dezelfde grensoverschrijdende wateren gelegen zijn;
-
- „Commissie": een bilaterale of multilaterale commissie of ander passend samenwerkingsverband tussen de Oeverstaten;
-
- „Gevaarlijke stoffen": stoffen die giftig, kankerverwekkend, mutageen, teratogeen of bio-accumulerend zijn, met name als zij niet afbreekbaar zijn;
-
- „Beste beschikbare technologie": (de omschrijving wordt gegeven in Bijlage I bij dit Verdrag).
DEEL I. BEPALINGEN DIE VOOR ALLE PARTIJEN GELDEN
Artikel 2. Algemene bepalingen
De Partijen nemen alle passende maatregelen om grensoverschrijdende effecten te voorkomen, te beheersen en te verminderen.
De Partijen nemen in het bijzonder alle passende maatregelen:
- a. ter voorkoming, beheersing en vermindering van waterverontreiniging die grensoverschrijdende effecten heeft of waarschijnlijk zal hebben;
- b. om te waarborgen dat bij het gebruik van grensoverschrijdende wateren wordt gestreefd naar een ecologisch verantwoord en rationeel waterbeheer, het behoud van watervoorkomens en de bescherming van het milieu;
- c. om te waarborgen dat grensoverschrijdende wateren worden gebruikt op redelijke en billijke wijze, waarbij met name rekening wordt gehouden met het feit dat zij grensoverschrijdend zijn, in het geval van activiteiten die grensoverschrijdende effecten hebben of waarschijnlijk zullen hebben;
- d. om het behoud en, waar nodig, het herstel van ecosystemen te waarborgen.
Maatregelen ter voorkoming, beheersing en vermindering van de waterverontreiniging worden, waar mogelijk, aan de bron genomen.
Deze maatregelen mogen er niet toe leiden, direct of indirect, dat de verontreiniging naar andere compartimenten van het milieu wordt verplaatst.
Bij het nemen van de in het eerste en tweede lid van dit artikel bedoelde maatregelen laten de Partijen zich leiden door de volgende beginselen:
- a. het voorzorgsbeginsel, uit hoofde waarvan ingrijpen ter vermijding van mogelijke grensoverschrijdende effecten van het lozen van gevaarlijke stoffen niet mag worden uitgesteld om de reden dat het bestaan van een causaal verband tussen die stoffen enerzijds en het mogelijke grensoverschrijdende effect anderzijds niet volledig door wetenschappelijk onderzoek is aangetoond;
- b. het beginsel dat de vervuiler betaalt, uit hoofde waarvan de kosten van maatregelen ter voorkoming, beheersing en vermindering van de verontreiniging worden gedragen door de vervuiler;
- c. watervoorkomens worden zodanig beheerd dat in de behoeften van de huidige generatie wordt voorzien zonder dat het vermogen van toekomstige generaties om in hun eigen behoeften te voorzien, in gevaar wordt gebracht.
De Oeverstaten werken samen op basis van gelijkheid en wederkerigheid, met name door middel van bilaterale en multilaterale overeenkomsten, ten einde geharmoniseerde beleidslijnen, programma's en strategieën te ontwikkelen die betrekking hebben op de desbetreffende stroomgebieden, of delen daarvan, gericht op het voorkomen, beheersen en verminderen van grensoverschrijdende effecten en op de bescherming van het milieu van grensoverschrijdende wateren of van het milieu dat door die wateren wordt beïnvloed, met inbegrip van het mariene milieu.
De toepassing van dit Verdrag mag niet leiden tot een verslechtering van de toestand van het milieu, noch tot een toename van grensoverschrijdende effecten.
De bepalingen van dit Verdrag doen geen afbreuk aan het recht van Partijen om afzonderlijk of gezamenlijk strengere maatregelen te nemen en toe te passen dan voorzien in dit Verdrag.
Artikel 3. Voorkoming, beheersing en vermindering
Ter voorkoming, beheersing en vermindering van grensoverschrijdende effecten dienen de Partijen desbetreffende wettelijke, bestuurlijke, economische, financiële en technische maatregelen uit te werken, aan te nemen, toe te passen en, voor zover mogelijk, op elkaar af te stemmen, ten einde onder andere te waarborgen dat:
- a. de emissie van verontreinigende stoffen wordt voorkomen, beheerst en verminderd aan de bron door de toepassing van, onder andere, technologie waarbij weinig of geen afval wordt geproduceerd;
- b. grensoverschrijdende wateren worden beschermd tegen verontreiniging vanuit puntbronnen door middel van vergunningverlening vooraf, door de bevoegde nationale autoriteiten, voor lozingen van afvalwater, en dat op de toegestane lozingen toezicht en controle wordt uitgeoefend;
- c. de in vergunningen vermelde emissiegrenswaarden voor lozingen van afvalwater worden gebaseerd op de beste beschikbare technologie voor het lozen van gevaarlijke stoffen;
- d. strengere maatregelen, die in sommige gevallen zelfs een verbod inhouden, worden opgelegd wanneer de kwaliteit van het ontvangende water of het ecosysteem dit vereist;
- e. stedelijk afvalwater ten minste biologische of gelijkwaardige behandeling ondergaat, waar nodig volgens een gefaseerde aanpak;
- f. passende maatregelen worden genomen, zoals de toepassing van de meest beschikbare technologie, ten einde de toevoer van nutriënten vanuit industriële en stedelijke bronnen te verminderen;
- g. de nodige maatregelen en de best milieuveilige handelwijze worden ontwikkeld en toegepast voor het verminderen van de toevoer van nutriënten en gevaarlijke stoffen uit diffuse bronnen, met name waar de voornaamste bron de landbouw is (richtlijnen voor het ontwikkelen van de best milieuveilige handelwijze worden gegeven in Bijlage II bij dit Verdrag);
- h. milieu-effectrapportage en andere beoordelingsmethoden worden gehanteerd;
- i. duurzaam beheer van watervoorkomens, met inbegrip van de toepassing van de ecosysteembenadering, wordt bevorderd;
- j. rampenbestrijdingsplannen worden ontwikkeld;
- k. extra, specifieke maatregelen worden genomen om de verontreiniging van het grondwater te voorkomen;
- l. het risico van verontreiniging door calamiteuze ongevallen tot het minimum te beperken.
Hiertoe stelt elke Partij emissiegrenswaarden vast voor lozingen vanuit puntbronnen in oppervlaktewateren, gebaseerd op de beste beschikbare technologie, die specifiek van toepassing zijn op afzonderlijke industriële sectoren of industrieën waaruit gevaarlijke stoffen afkomstig zijn. De in het eerste lid van dit artikel bedoelde passende maatregelen ter voorkoming, beheersing en vermindering van de toevoer van gevaarlijke stoffen vanuit puntbronnen en diffuse bronnen in het water kunnen, onder andere, een geheel of gedeeltelijk verbod inhouden van de produktie of het gebruik van die stoffen. Er wordt rekening gehouden met bestaande lijsten van die industriële sectoren of industrieën en van die gevaarlijke stoffen, die deel uitmaken van internationale overeenkomsten of regelingen die van toepassing zijn in het gebied waarop dit Verdrag betrekking heeft.
Daarnaast formuleert elke Partij, waar passend, doelstellingen voor de waterkwaliteit en stelt zij normen voor de waterkwaliteit ten behoeve van de voorkoming, beheersing en vermindering van grensoverschrijdende effecten. Algemene richtlijnen voor het uitwerken van die doelstellingen en normen worden gegeven in Bijlage III bij dit Verdrag. De Partijen streven ernaar deze Bijlage, wanneer nodig, bij te werken.
Artikel 4. Controle
De Partijen stellen programma's op voor het controleren van de toestand van grensoverschrijdende wateren.
Artikel 5. Onderzoek en ontwikkeling
De Partijen werken samen bij het verrichten van onderzoek naar en de ontwikkeling van doeltreffende technieken voor de voorkoming, beheersing en vermindering van grensoverschrijdende effecten. Hiertoe streven de Partijen ernaar, op bilaterale en/of multilaterale basis, rekening houdend met onderzoekswerkzaamheden die worden verricht binnen desbetreffende internationale fora, specifieke onderzoeksprogramma's op te zetten of te intensiveren, waar nodig, onder andere gericht op:
- a. het ontwikkelen van methoden voor het beoordelen van de giftigheid van gevaarlijke stoffen en de schadelijkheid van verontreinigende stoffen;
- b. het verbeteren van de kennis inzake het vóórkomen, de verspreiding en de gevolgen voor het milieu van verontreinigende stoffen, en de desbetreffende processen;
- c. het ontwikkelen en toepassen van milieuvriendelijke technologieën, produktie- en consumptiepatronen;
- d. het geleidelijk uitbannen en/of vervangen van stoffen die waarschijnlijk grensoverschrijdende effecten veroorzaken;
- e. milieuvriendelijke methoden voor de verwijdering van gevaarlijke stoffen;
- f. bijzondere methoden voor het verbeteren van de toestand van grensoverschrijdende wateren;
- g. milieuvriendelijke waterbouwkundige werken en waterreguleringstechnieken;
- h. het beoordelen van de materiële en financiële schade die het gevolg is van grensoverschrijdende effecten.
De resultaten van deze onderzoeksprogramma's worden tussen de Partijen uitgewisseld in overeenstemming met artikel 6 van dit Verdrag.
Artikel 6. Uitwisseling van informatie
De Partijen dragen zorg voor een zo omvattend mogelijke uitwisseling van informatie, zo vroegtijdig mogelijk, over onderwerpen waarop de bepalingen van dit Verdrag betrekking hebben.
Artikel 7. Verantwoordelijkheid en aansprakelijkheid
De Partijen ondersteunen passende internationale inspanningen om regels, normen en procedures op te stellen op het gebied van verantwoordelijkheid en aansprakelijkheid.
Artikel 8. Bescherming van informatie
De bepalingen van dit Verdrag doen geen afbreuk aan de rechten of de verplichtingen die de Partijen hebben, uit hoofde van hun nationale wetgeving en toepasselijke supranationale regelingen, om informatie te beschermen in verband met de industriële en commerciële geheimhouding, met inbegrip van de intellectuele eigendom, of de nationale veiligheid.
DEEL II. BEPALINGEN DIE GELDEN VOOR OEVERSTATEN
Artikel 9. Bilaterale en multilaterale samenwerking
De Oeverstaten gaan op basis van gelijkheid en wederkerigheid bilaterale of multilaterale overeenkomsten of andere regelingen aan, waar deze nog niet bestaan, of passen bestaande overeenkomsten of andere regelingen aan, waar nodig om bepalingen die in strijd zijn met de grondslagen van dit Verdrag eruit te verwijderen, ten einde hun onderlinge betrekkingen en hun gedragingen aangaande de voorkoming, beheersing en vermindering van grensoverschrijdende effecten te definiëren. De Oeverstaten specificeren de stroomgebieden, of delen daarvan, ten aanzien van welke zij samenwerken. Deze overeenkomsten of regelingen dienen de onderwerpen te omvatten die onder dit Verdrag vallen, alsmede overige onderwerpen ten aanzien van welke de Oeverstaten samenwerking nodig kunnen achten.
De in het eerste lid van dit artikel bedoelde overeenkomsten of regelingen voorzien in de instelling van commissies. De taken van deze commissies omvatten mede, zonder afbreuk te doen aan desbetreffende bestaande overeenkomsten of regelingen, de volgende:
- a. het verzamelen, samenvoegen en evalueren van gegevens ten einde bronnen van verontreiniging te herkennen die waarschijnlijk grensoverschrijdende effecten zullen veroorzaken;
- b. het opstellen van gemeenschappelijke programma's voor het controleren van de waterkwaliteit en -kwantiteit;
- c. het inventariseren en het uitwisselen van informatie over de in het tweede lid, letter a, van dit artikel bedoelde bronnen van verontreiniging;
- d. het vaststellen van emissiegrenswaarden voor afvalwater en het evalueren van de doeltreffendheid van de handhavingsprogramma's;
- e. het uitwerken van gemeenschappelijke doelstellingen en normen betreffende de waterkwaliteit, rekening houdend met de bepalingen van artikel 3, derde lid, van dit Verdrag, en het voorstellen van passende maatregelen voor het behoud en, waar nodig, de verbetering van de bestaande waterkwaliteit;
- f. het ontwikkelen van op elkaar afgestemde actieprogramma's voor het verminderen van verontreinigingsvrachten vanuit zowel puntbronnen (bijv. stedelijke en industriële bronnen) als diffuse bronnen (met name agrarische bronnen);
- g. het vaststellen van waarschuwings- en alarmprocedures;
- h. het dienen als forum voor de uitwisseling van informatie over bestaande en voorgenomen vormen van watergebruik en desbetreffende voorzieningen die waarschijnlijk grensoverschrijdende effecten zullen hebben;
- i. het bevorderen van samenwerking en uitwisseling van informatie aangaande de beste beschikbare technologie in overeenstemming met de bepalingen van artikel 13 van dit Verdrag, alsmede het aanmoedigen van samenwerking in programma's voor wetenschappelijk onderzoek;
- j. het deelnemen aan de uitvoering van milieu-effectrapportages betreffende grensoverschrijdende wateren, in overeenstemming met de desbetreffende internationale regelingen.
De raadpleging van dit document komt niet in de plaats van het lezen van het oorspronkelijke Staatsblad of de Staatscourant. Wij aanvaarden geen aansprakelijkheid voor eventuele onnauwkeurigheden die voortvloeien uit de omzetting van het origineel naar dit formaat.