Verdrag inzake de bescherming en het gebruik van grensoverschrijdende waterlopen en internationale meren

Type Verdrag
Publication 2013-02-06
State In force
Source BWB
Wijzigingsgeschiedenis JSON API

Preambule

De Partijen bij dit Verdrag,

Zich ervan bewust dat de bescherming en het gebruik van grensoverschrijdende waterlopen en internationale meren taken van groot belang en hoge prioriteit zijn, en dat doeltreffende uitvoering ervan alleen kan worden gewaarborgd door intensievere samenwerking,

Verontrust over de nadelige gevolgen die veranderingen in de toestand van grensoverschrijdende waterlopen en internationale meren op korte of lange termijn hebben of dreigen te hebben voor het milieu, de economie en het welzijn van de lidstaten van de Economische Commissie voor Europa (ECE),

Beklemtonend dat krachtigere nationale en internationale maatregelen geboden zijn ter voorkoming, beheersing en vermindering van de lozing van gevaarlijke stoffen in het aquatische milieu en ter vermindering van vermesting en verzuring, alsmede van verontreiniging van het mariene milieu, met name in kustgebieden, vanaf het land,

Verheugd over de inspanningen die de Regeringen van de lidstaten van de ECE reeds hebben geleverd om op bilateraal en multilateraal niveau hun samenwerking te intensiveren, gericht op de voorkoming, beheersing en vermindering van grensoverschrijdende verontreiniging, op duurzaam waterbeheer, het behoud van watervoorkomens en de bescherming van het milieu,

Herinnerend aan de desbetreffende bepalingen en beginselen van de Verklaring van de Conferentie inzake het menselijk leefmilieu te Stockholm, de Slotakte van de Conferentie over Veiligheid en Samenwerking in Europa (CVSE), de Slotdocumenten van de Bijeenkomsten te Madrid en te Wenen van Vertegenwoordigers van de Staten die deelnemen aan de CVSE, en de Regionale Strategie voor de bescherming van het milieu en het rationeel gebruik van de natuurlijke rijkdommen in de lidstaten van de ECE voor het tijdvak tot het jaar 2000 en daarna,

Zich bewust van de rol van de Economische Commissie voor Europa van de Verenigde Naties bij het bevorderen van de internationale samenwerking ten behoeve van de voorkoming, beheersing en vermindering van de verontreiniging van grensoverschrijdende wateren en ten behoeve van duurzaam gebruik van grensoverschrijdende wateren, en in dit kader herinnerend aan de ECE-Beleidsverklaring inzake de voorkoming en beheersing van de waterverontreiniging, met inbegrip van grensoverschrijdende verontreiniging; de ECE-Beleidsverklaring inzake het rationeel gebruik van water; de ECE-Beginselen inzake de samenwerking op het gebied van grensoverschrijdende wateren; het ECE-Handvest inzake het grondwaterbeheer; en de Gedragscode inzake calamiteuze verontreiniging van grensoverschrijdende binnenwateren,

Verwijzend naar de beslissingen I (42) en I (44), aangenomen door de Economische Commissie voor Europa tijdens haar 42e respectievelijk haar 44e zitting, en het resultaat van de CVSE-Bijeenkomst inzake de bescherming van het milieu (Sofia, Bulgarije, 16 oktober - 3 november 1989),

Beklemtonend dat de samenwerking tussen de landen die lid zijn ten aanzien van de bescherming en het gebruik van grensoverschrijdende wateren in de eerste plaats dient te worden verwezenlijkt door het opstellen van overeenkomsten tussen landen die aan dezelfde wateren grenzen, met name in gevallen waarin dergelijke overeenkomsten nog niet zijn gesloten,

Zijn het volgende overeengekomen:

Artikel 1. Begripsomschrijvingen

Voor de toepassing van dit Verdrag wordt verstaan onder:

DEEL I. BEPALINGEN DIE VOOR ALLE PARTIJEN GELDEN

Artikel 2. Algemene bepalingen
1.

De Partijen nemen alle passende maatregelen om grensoverschrijdende effecten te voorkomen, te beheersen en te verminderen.

2.

De Partijen nemen in het bijzonder alle passende maatregelen:

3.

Maatregelen ter voorkoming, beheersing en vermindering van de waterverontreiniging worden, waar mogelijk, aan de bron genomen.

4.

Deze maatregelen mogen er niet toe leiden, direct of indirect, dat de verontreiniging naar andere compartimenten van het milieu wordt verplaatst.

5.

Bij het nemen van de in het eerste en tweede lid van dit artikel bedoelde maatregelen laten de Partijen zich leiden door de volgende beginselen:

6.

De Oeverstaten werken samen op basis van gelijkheid en wederkerigheid, met name door middel van bilaterale en multilaterale overeenkomsten, ten einde geharmoniseerde beleidslijnen, programma's en strategieën te ontwikkelen die betrekking hebben op de desbetreffende stroomgebieden, of delen daarvan, gericht op het voorkomen, beheersen en verminderen van grensoverschrijdende effecten en op de bescherming van het milieu van grensoverschrijdende wateren of van het milieu dat door die wateren wordt beïnvloed, met inbegrip van het mariene milieu.

7.

De toepassing van dit Verdrag mag niet leiden tot een verslechtering van de toestand van het milieu, noch tot een toename van grensoverschrijdende effecten.

8.

De bepalingen van dit Verdrag doen geen afbreuk aan het recht van Partijen om afzonderlijk of gezamenlijk strengere maatregelen te nemen en toe te passen dan voorzien in dit Verdrag.

Artikel 3. Voorkoming, beheersing en vermindering
1.

Ter voorkoming, beheersing en vermindering van grensoverschrijdende effecten dienen de Partijen desbetreffende wettelijke, bestuurlijke, economische, financiële en technische maatregelen uit te werken, aan te nemen, toe te passen en, voor zover mogelijk, op elkaar af te stemmen, ten einde onder andere te waarborgen dat:

2.

Hiertoe stelt elke Partij emissiegrenswaarden vast voor lozingen vanuit puntbronnen in oppervlaktewateren, gebaseerd op de beste beschikbare technologie, die specifiek van toepassing zijn op afzonderlijke industriële sectoren of industrieën waaruit gevaarlijke stoffen afkomstig zijn. De in het eerste lid van dit artikel bedoelde passende maatregelen ter voorkoming, beheersing en vermindering van de toevoer van gevaarlijke stoffen vanuit puntbronnen en diffuse bronnen in het water kunnen, onder andere, een geheel of gedeeltelijk verbod inhouden van de produktie of het gebruik van die stoffen. Er wordt rekening gehouden met bestaande lijsten van die industriële sectoren of industrieën en van die gevaarlijke stoffen, die deel uitmaken van internationale overeenkomsten of regelingen die van toepassing zijn in het gebied waarop dit Verdrag betrekking heeft.

3.

Daarnaast formuleert elke Partij, waar passend, doelstellingen voor de waterkwaliteit en stelt zij normen voor de waterkwaliteit ten behoeve van de voorkoming, beheersing en vermindering van grensoverschrijdende effecten. Algemene richtlijnen voor het uitwerken van die doelstellingen en normen worden gegeven in Bijlage III bij dit Verdrag. De Partijen streven ernaar deze Bijlage, wanneer nodig, bij te werken.

Artikel 4. Controle

De Partijen stellen programma's op voor het controleren van de toestand van grensoverschrijdende wateren.

Artikel 5. Onderzoek en ontwikkeling

De Partijen werken samen bij het verrichten van onderzoek naar en de ontwikkeling van doeltreffende technieken voor de voorkoming, beheersing en vermindering van grensoverschrijdende effecten. Hiertoe streven de Partijen ernaar, op bilaterale en/of multilaterale basis, rekening houdend met onderzoekswerkzaamheden die worden verricht binnen desbetreffende internationale fora, specifieke onderzoeksprogramma's op te zetten of te intensiveren, waar nodig, onder andere gericht op:

De resultaten van deze onderzoeksprogramma's worden tussen de Partijen uitgewisseld in overeenstemming met artikel 6 van dit Verdrag.

Artikel 6. Uitwisseling van informatie

De Partijen dragen zorg voor een zo omvattend mogelijke uitwisseling van informatie, zo vroegtijdig mogelijk, over onderwerpen waarop de bepalingen van dit Verdrag betrekking hebben.

Artikel 7. Verantwoordelijkheid en aansprakelijkheid

De Partijen ondersteunen passende internationale inspanningen om regels, normen en procedures op te stellen op het gebied van verantwoordelijkheid en aansprakelijkheid.

Artikel 8. Bescherming van informatie

De bepalingen van dit Verdrag doen geen afbreuk aan de rechten of de verplichtingen die de Partijen hebben, uit hoofde van hun nationale wetgeving en toepasselijke supranationale regelingen, om informatie te beschermen in verband met de industriële en commerciële geheimhouding, met inbegrip van de intellectuele eigendom, of de nationale veiligheid.

DEEL II. BEPALINGEN DIE GELDEN VOOR OEVERSTATEN

Artikel 9. Bilaterale en multilaterale samenwerking
1.

De Oeverstaten gaan op basis van gelijkheid en wederkerigheid bilaterale of multilaterale overeenkomsten of andere regelingen aan, waar deze nog niet bestaan, of passen bestaande overeenkomsten of andere regelingen aan, waar nodig om bepalingen die in strijd zijn met de grondslagen van dit Verdrag eruit te verwijderen, ten einde hun onderlinge betrekkingen en hun gedragingen aangaande de voorkoming, beheersing en vermindering van grensoverschrijdende effecten te definiëren. De Oeverstaten specificeren de stroomgebieden, of delen daarvan, ten aanzien van welke zij samenwerken. Deze overeenkomsten of regelingen dienen de onderwerpen te omvatten die onder dit Verdrag vallen, alsmede overige onderwerpen ten aanzien van welke de Oeverstaten samenwerking nodig kunnen achten.

2.

De in het eerste lid van dit artikel bedoelde overeenkomsten of regelingen voorzien in de instelling van commissies. De taken van deze commissies omvatten mede, zonder afbreuk te doen aan desbetreffende bestaande overeenkomsten of regelingen, de volgende:

De raadpleging van dit document komt niet in de plaats van het lezen van het oorspronkelijke Staatsblad of de Staatscourant. Wij aanvaarden geen aansprakelijkheid voor eventuele onnauwkeurigheden die voortvloeien uit de omzetting van het origineel naar dit formaat.