Verdrag tussen het Koninkrijk der Nederlanden en de Republiek Kroatië inzake internationaal vervoer over de weg

Type Verdrag
Publication 1995-06-01
State In force
Source BWB
Wijzigingsgeschiedenis JSON API

De Regering van het Koninkrijk der Nederlanden

en

de Regering van de Republiek Kroatië,

hierna te noemen de Verdragsluitende Partijen,

Geleid door de wens, in het belang van hun economische betrekkingen, de ontwikkeling te bevorderen van het vervoer van goederen en personen over de weg in, naar en vanuit hun landen en in doorvoer over hun grondgebied,

Zijn het volgende overeengekomen:

Artikel 1. Toepassingsgebied
1.

De bepalingen van dit Verdrag zijn van toepassing op het internationaal vervoer van goederen en personen over de weg tegen betaling (beroepsvervoer) of voor eigen rekening tussen de Verdragsluitende Partijen, in doorvoer over hun grondgebied, naar of van derde landen, en op het vervoer van goederen en personen binnen het grondgebied van een van beide Verdragsluitende Partijen, hierna te noemen cabotage, verricht door vervoerders met voertuigen zoals omschreven in artikel 2.

2.

De Verdragsluitende Partijen waarborgen de rechten en verplichtingen voortvloeiend uit eventueel tussen de Europese Gemeenschappen en de Republiek Kroatië te sluiten verdragen.

De Verdragsluitende Partij die lidstaat is van de Europese Gemeenschappen zal dit Verdrag toepassen in overeenstemming met haar verplichtingen ingevolge de verdragen tot oprichting van de Europese Gemeenschappen zoals gewijzigd of aangevuld.

Artikel 2. Begripsomschrijvingen

Voor de toepassing van dit Verdrag wordt verstaan onder:

Artikel 3. Toegang tot de markt
1.

Elk der Verdragsluitende Partijen kan een op het grondgebied van de andere Verdragsluitende Partij gevestigde vervoerder toestaan vervoer van goederen of personen te verrichten:

op grond van vergunningen, tenzij door de Gemengde Commissie anders overeengekomen, die worden afgegeven door de bevoegde autoriteiten of andere gemachtigde organisaties van elke Verdragsluitende Partij.

2.

In geen geval zijn vergunningen vereist voor de onderstaande soorten vervoer of voor ritten met onbeladen voertuigen gemaakt in verband met zulk vervoer:

3.

Een vervoerder mag geen cabotage verrichten, tenzij hij daartoe speciale toestemming heeft verkregen van de bevoegde autoriteiten of andere gemachtigde organisaties van elke Verdragsluitende Partij.

Artikel 4. Gewichten en afmetingen
1.

De gewichten en afmetingen van voertuigen dienen in overeenstemming te zijn met de officiële registratie van het voertuig en mogen de in het gastheerland geldende grenzen niet overschrijden.

2.

Indien het gewicht en/of de afmetingen van een voertuig in beladen of onbeladen toestand bij het verrichten van vervoer ingevolge de bepalingen van dit Verdrag het op het grondgebied van de andere Verdragsluitende Partij toelaatbare maximum overschrijden, is een bijzondere vergunning vereist.

Artikel 5. Naleving van de nationale wetgeving
1.

Vervoerders van een Verdragsluitende Partij en de bemanningen van hun voertuigen moeten, wanneer zij zich op het grondgebied van de andere Verdragsluitende Partij bevinden, de in dat land geldende wetten en voorschriften naleven.

2.

In geval van cabotage zal de Gemengde Commissie de in het gastheerland toepasselijke wetten en voorschriften nader aangeven.

3.

De in de voorgaande leden genoemde wetgeving zal worden toegepast op dezelfde voorwaarden als die waaraan de eigen inwoners worden onderworpen zodat discriminatie op grond van nationaliteit of plaats van vestiging uitgesloten is.

Artikel 6. Overtredingen

In geval van overtreding van de bepalingen van dit Verdrag door een vervoerder van een Verdragsluitende Partij geeft de Verdragsluitende Partij op wier grondgebied de overtreding plaatsvond, onverminderd door haar te ondernemen gerechtelijke stappen, daarvan kennis aan de andere Verdragsluitende Partij, die de in haar nationale wetgeving voorziene stappen zal ondernemen. De Verdragsluitende Partijen zullen elkaar in kennis stellen van de opgelegde sancties.

Artikel 7. Belastingaangelegenheden
1.

Voertuigen, met inbegrip van hun reserve-onderdelen, die vervoer verrichten in overeenstemming met dit Verdrag, zijn wederzijds vrijgesteld van alle belastingen en heffingen opgelegd aan het verkeer of het bezit van de voertuigen, alsook van alle speciale belastingen of heffingen opgelegd aan vervoerswerkzaamheden op het grondgebied van de andere Verdragsluitende Partij.

2.

Er wordt geen vrijstelling verleend van belastingen en heffingen op motorbrandstof, BTW, op vervoersdiensten en tolgelden.

3.

De zich in de normale reservoirs van het voertuig bevindende brandstof, alsmede de alleen voor de goede werking van die voertuigen bestemde smeermiddelen, zijn wederzijds vrijgesteld van douanerechten en andere belastingen en betalingen.

Artikel 8. Gemengde Commissie
1.

De bevoegde autoriteiten van de beide Verdragsluitende Partijen regelen alle vraagstukken betreffende de uitvoering en toepassing van dit Verdrag.

2.

Hiertoe stellen de Verdragsluitende Partijen een Gemengde Commissie in.

3.

De Gemengde Commissie komt geregeld bijeen op verzoek van een der Verdragsluitende Partijen en bestaat uit vertegenwoordigers van de bevoegde autoriteiten van de administratie van de Verdragsluitende Partijen, die vertegenwoordigers uit het wegvervoer kunnen uitnodigen. De Gemengde Commissie stelt haar eigen reglement van orde vast. De Gemengde Commissie komt afwisselend op het grondgebied van een der Verdragsluitende Partijen bijeen. Het gastheerland zal de bijeenkomst voorzitten. De agenda voor de bijeenkomst wordt ten minste twee weken voor de aanvang van de bijeenkomst voorgelegd door de Verdragsluitende Partij in wier land de bijeenkomst wordt gehouden. De bijeenkomst wordt afgesloten met de opstelling van een protocol dat door de hoofden van de delegaties van de Verdragsluitende Partijen zal worden ondertekend.

4.

Ingevolge artikel 3, eerste en derde lid, beslist de Gemengde Commissie omtrent de soort en het aantal vergunningen en de voorwaarden voor toegang tot de markt, waaronder de arbeidsmarktaspecten. Onverminderd artikel 3, tweede lid, kan de Gemengde Commissie het aantal soorten vervoer waarvoor geen vergunningen vereist zijn, uitbreiden.

5.

De Gemengde Commissie besteedt bijzondere aandacht aan de volgende onderwerpen:

Artikel 9. Wijziging

Door de Verdragsluitende Partijen overeengekomen wijzigingen van dit Verdrag worden van kracht op de datum waarop de Verdragsluitende Partijen elkander schriftelijk ervan in kennis hebben gesteld dat aan hun onderscheiden nationale vereisten is voldaan.

Artikel 10. Inwerkingtreding en duur
1.

Door de inwerkingtreding van dit Verdrag zal de Overeenkomst tussen het Koninkrijk der Nederlanden en de Socialistische Federale Republiek Zuidslavië betreffende het internationale wegvervoer van 8 september 1966, als gewijzigd, worden beëindigd voor zover deze de betrekkingen tussen het Koninkrijk der Nederlanden en de Republiek Kroatië betreft.

2.

De Verdragsluitende Partijen wisselen langs diplomatieke weg de informatie uit dat aan de noodzakelijke vereisten van hun nationale wetgeving voor de inwerkingtreding van dit Verdrag is voldaan.

3.

Dit Verdrag treedt in werking op de eerste dag van de tweede maand volgend op de datum waarop de laatste diplomatieke nota, als bedoeld in het tweede lid van dit artikel, is ontvangen.

4.

Het Verdrag blijft van kracht voor een tijdvak van één jaar na de inwerkingtreding. Daarna wordt het Verdrag stilzwijgend van jaar tot jaar verlengd tenzij een van de Verdragsluitende Partijen zes maanden voor de datum van verlenging de andere Verdragsluitende Partij langs diplomatieke weg kennis heeft gegeven van haar voornemen het Verdrag te beëindigen.

Artikel 11. Toepassing voor het Koninkrijk der Nederlanden

Wat het Koninkrijk der Nederlanden betreft, is dit Verdrag slechts van toepassing op het grondgebied van het Koninkrijk in Europa.

IN WITNESS WHEREOF the undersigned, being duly authorized thereto, have signed this Agreement.

DONE in duplicate at Zagreb on 20 September 1994 in the English language, both duplicates being equally authentic.

For the Government of the Kingdom of the Netherlands,

(sd.) J.W. SCHEFFERS

For the Government of the Republic of Croatia,

(sd.) I. MUDRINIC

De raadpleging van dit document komt niet in de plaats van het lezen van het oorspronkelijke Staatsblad of de Staatscourant. Wij aanvaarden geen aansprakelijkheid voor eventuele onnauwkeurigheden die voortvloeien uit de omzetting van het origineel naar dit formaat.