Overeenkomst betreffende de vaststelling van geharmoniseerde technische reglementen van de Verenigde Naties voor voertuigen op wielen en voor uitrustingsstukken en onderdelen die daarop kunnen worden gemonteerd en/of gebruikt, en betreffende de voorwaarden voor wederzijdse erkenning van goedkeuringen die krachtens die reglementen van de Verenigde Naties zijn verleend
Preambule
De overeenkomstsluitende partijen,
Besloten hebbende tot wijziging van de Overeenkomst betreffende het aannemen van eenvormige goedkeuringsvoorwaarden en de wederzijdse erkenning van goedkeuring van uitrustingsstukken en onderdelen van motorrijtuigen, gesloten in Genève op 20 maart 1958, zoals gewijzigd op 16 oktober 1995, en
Geleid door de wens om de technische belemmeringen voor de internationale handel te verminderen door geharmoniseerde technische VN-reglementen vast te stellen waaraan bepaalde voertuigen op wielen, uitrustingsstukken en onderdelen ten minste moeten voldoen om in hun land of regio te worden gebruikt,
Erkennend het belang van veiligheid, milieubescherming, energie-efficiëntie en diefstalbeveiliging van voertuigen op wielen en van uitrustingsstukken en onderdelen die daarop kunnen worden gemonteerd en/of gebruikt, voor de vaststelling van reglementen die technisch en economisch haalbaar zijn en aan de technische vooruitgang zijn aangepast,
Geleid door de wens om deze VN-reglementen in hun land of regio zoveel mogelijk toe te passen,
Geleid door de wens om in hun land de aanvaarding van de voertuigen, uitrustingsstukken en onderdelen die door de goedkeuringsinstanties van een andere overeenkomstsluitende partij krachtens deze VN-reglementen zijn goedgekeurd, te vergemakkelijken,
Geleid door de wens om in het kader van de overeenkomst een systeem voor de internationale typegoedkeuring van gehele voertuigen (IWVTA) tot stand te brengen teneinde de voordelen van de aan de overeenkomst gehechte afzonderlijke VN-reglementen te vergroten en zo mogelijkheden te scheppen om de uitvoering ervan door de overeenkomstsluitende partijen te vereenvoudigen en de wederzijdse erkenning van typegoedkeuringen voor gehele voertuigen op ruimere schaal toe te passen, en
Geleid door de wens om het aantal partijen bij de overeenkomst te vergroten door de werking en betrouwbaarheid ervan te verbeteren en er zo voor te zorgen dat zij het belangrijkste internationale kader voor de harmonisatie van technische regelgeving in de automobielsector blijft,
Zijn overeengekomen als volgt:
Artikel 1
De overeenkomstsluitende partijen stellen, door middel van een beheerscomité samengesteld uit alle overeenkomstsluitende partijen volgens het reglement van orde in het aanhangsel van deze overeenkomst en op basis van de volgende artikelen en punten, VN-reglementen vast voor voertuigen op wielen en voor uitrustingsstukken en onderdelen die daarop kunnen worden gemonteerd en/of gebruikt. De voorwaarden voor het verlenen van typegoedkeuringen en de wederzijdse erkenning ervan zullen worden opgenomen ten behoeve van overeenkomstsluitende partijen die besluiten reglementen via typegoedkeuring toe te passen.
Voor de toepassing van deze overeenkomst wordt verstaan onder:
- „voertuigen op wielen, uitrustingsstukken en onderdelen”: alle voertuigen op wielen en alle uitrustingsstukken en onderdelen waarvan de eigenschappen van invloed zijn op de voertuigveiligheid, milieubescherming, energiebesparing en diefstalbeveiligingstechnologie;
- „typegoedkeuring krachtens een VN-reglement”: een administratieve procedure waarbij de goedkeuringsinstanties van één overeenkomstsluitende partij, na de vereiste verificaties te hebben uitgevoerd, verklaren dat een door de fabrikant ter beschikking gesteld type voertuig, uitrustingsstuk of onderdeel voldoet aan de voorschriften van het betreffende VN-reglement. Vervolgens certificeert de fabrikant dat elk voertuig, uitrustingsstuk of onderdeel dat hij in de handel brengt, zodanig is geproduceerd dat het identiek is aan het goedgekeurde product;
- „typegoedkeuring van een geheel voertuig”: de typegoedkeuringen die krachtens de betreffende VN-reglementen voor voertuigen op wielen, uitrustingsstukken en onderdelen van een voertuig zijn verleend, worden samengevoegd tot een goedkeuring van het gehele voertuig overeenkomstig de bepalingen van het administratieve IWVTA-systeem;
- „versie van een VN-reglement”: nadat een VN-reglement is aangenomen en vastgesteld, kan het later worden gewijzigd volgens de procedures die zijn beschreven in deze overeenkomst, met name in artikel 12. Het ongewijzigde VN-reglement en ook het VN-reglement waarin alle latere wijzigingen zijn opgenomen, worden als afzonderlijke versies van dat VN-reglement beschouwd;
- „toepassing van een VN-reglement”: de inwerkingtreding van een VN-reglement voor een overeenkomstsluitende partij. Daarbij hebben de overeenkomstsluitende partijen de mogelijkheid om hun eigen nationale of regionale wetgeving te behouden. Als zij het wensen, mogen zij hun nationale of regionale wetgeving vervangen door de VN-reglementen die zij toepassen, maar zij zijn daar door de overeenkomst niet toe gebonden. De overeenkomstsluitende partijen aanvaarden echter, als alternatief voor het betreffende deel van hun nationale of regionale wetgeving, VN-typegoedkeuringen verleend krachtens de recentste versie van de VN-reglementen die in hun land of regio worden toegepast. De rechten en verplichtingen van de overeenkomstsluitende partijen die een VN-reglement toepassen, worden in de verschillende artikelen van deze overeenkomst uitvoerig beschreven.
Voor de toepassing van de VN-reglementen kunnen er verschillende administratieve procedures bestaan als alternatief voor typegoedkeuring. De enige alternatieve procedure die algemeen bekend is en in sommige lidstaten van de Economische Commissie voor Europa wordt toegepast, is zelfcertificering waarbij de fabrikant, zonder enige voorafgaande administratieve controle, verklaart dat elk product dat hij in de handel brengt, voldoet aan het betreffende VN-reglement; de bevoegde administratieve instanties kunnen door middel van steekproeven op de markt verifiëren of de zelfgecertificeerde producten inderdaad voldoen aan de voorschriften van het betreffende reglement.
Het beheerscomité wordt samengesteld uit alle overeenkomstsluitende partijen overeenkomstig het reglement van orde in het aanhangsel.
Nadat een VN-reglement volgens de procedure van het aanhangsel is vastgesteld, deelt het beheerscomité het mee aan de secretaris-generaal van de Verenigde Naties, hierna „secretaris-generaal” genoemd. Vervolgens brengt de secretaris-generaal dit VN-reglement zo spoedig mogelijk ter kennis van de overeenkomstsluitende partijen.
Het VN-reglement wordt geacht te zijn aangenomen tenzij, binnen zes maanden na de kennisgeving door de secretaris-generaal, meer dan een vijfde van de overeenkomstsluitende partijen op het tijdstip van de kennisgeving de secretaris-generaal heeft meegedeeld niet in te stemmen met het VN-reglement.
Het VN-reglement heeft betrekking op:
- a. voertuigen op wielen en uitrustingsstukken of onderdelen ervan;
- b. technische voorschriften, die waar nodig op prestaties zijn gericht en niet ontwerpbeperkend zijn, die op objectieve wijze rekening houden met de beschikbare technologieën en met de kosten en baten naargelang het geval en die alternatieven mogen omvatten;
- c. testmethoden die moeten aantonen dat de prestaties aan de voorschriften voldoen;
- d. de voorwaarden voor het verlenen van typegoedkeuring en de wederzijdse erkenning ervan, met inbegrip van de administratieve bepalingen, de goedkeuringsmerken en de voorwaarden om de conformiteit van de productie te waarborgen;
- e. de datum of data van inwerkingtreding van het VN-reglement, met inbegrip van de datum waarop de overeenkomstsluitende partijen die het VN-reglement toepassen, krachtens dat reglement goedkeuring kunnen verlenen en vanaf welke datum zij goedkeuringen aanvaarden (indien verschillend);
- f. een door de fabrikant te verstrekken inlichtingenformulier.
Het VN-reglement kan zo nodig verwijzingen bevatten naar de door de goedkeuringsinstanties geaccrediteerde laboratoria waar de aanvaardingstests van de voor goedkeuring ter beschikking gestelde typen voertuigen op wielen, uitrustingsstukken of onderdelen worden uitgevoerd.
Naast de bovengenoemde VN-reglementen voorziet deze overeenkomst in de vaststelling van een VN-reglement tot invoering van een systeem voor de typegoedkeuring van gehele voertuigen. Dat VN-reglement zal het toepassingsgebied, de administratieve procedures en de technische voorschriften vaststellen die in één versie van dat VN-reglement verschillende stringentieniveaus kunnen omvatten.
Onverminderd de overige bepalingen van de artikelen 1 en 12 is een overeenkomstsluitende partij die het VN-reglement betreffende de internationale typegoedkeuring van gehele voertuigen toepast, alleen verplicht die typegoedkeuringen te aanvaarden die op grond van het meest stringente niveau van de recentste versie van dat VN-reglement zijn verleend.
Deze overeenkomst omvat ook bijlagen met administratieve en procedurele bepalingen die van toepassing zijn op alle aan deze overeenkomst gehechte VN-reglementen en op alle overeenkomstsluitende partijen die een of meer VN-reglementen toepassen.
Wanneer een VN-reglement is aangenomen, stelt de secretaris-generaal zo spoedig mogelijk alle overeenkomstsluitende partijen daarvan in kennis en geeft hij daarbij aan welke partijen bezwaar hebben aangetekend, welke partijen hun instemming hebben betuigd, maar voornemens zijn het VN-reglement niet op de datum van inwerkingtreding te beginnen toepassen en voor welke partijen het VN-reglement niet in werking zal treden.
Het aangenomen VN-reglement treedt op de daarin aangegeven datum of data in werking als VN-reglement dat aan deze overeenkomst is gehecht, voor alle overeenkomstsluitende partijen die niet te kennen hebben gegeven dat zij er niet mee instemmen of dat zij voornemens zijn het niet op die datum toe te passen.
Bij het neerleggen van haar akte van toetreding kan een nieuwe overeenkomstsluitende partij verklaren dat zij bepaalde, op dat moment aan deze overeenkomst gehechte VN-reglementen niet zal toepassen of dat zij er geen enkele van zal toepassen. Indien op dat moment de procedure van de leden 2, 3 en 4 van dit artikel voor een VN-ontwerpreglement of een aangenomen VN-reglement wordt gevolgd, deelt de secretaris-generaal dat VN-ontwerpreglement of aangenomen VN-reglement aan de nieuwe overeenkomstsluitende partij mee en treedt het voor de nieuwe overeenkomstsluitende partij als VN-reglement in werking, tenzij deze overeenkomstsluitende partij binnen zes maanden na het neerleggen van haar akte van toetreding te kennen geeft dat zij niet met het aangenomen VN-reglement instemt. De secretaris-generaal deelt alle overeenkomstsluitende partijen de datum van die inwerkingtreding mee. Hij deelt hun ook alle verklaringen mee die overeenkomstsluitende partijen over de niet-toepassing van bepaalde VN-reglementen overeenkomstig dit lid afleggen
Elke overeenkomstsluitende partij die een VN-reglement toepast, kan de secretaris-generaal te allen tijde, met een opzegtermijn van één jaar, in kennis stellen van haar voornemen om dat VN-reglement niet langer toe te passen. De secretaris-generaal deelt deze kennisgeving aan alle andere overeenkomstsluitende partijen mee.
Eerder door die overeenkomstsluitende partij krachtens dat VN-reglement verleende goedkeuringen blijven geldig tenzij zij overeenkomstig artikel 4 worden ingetrokken.
Indien een overeenkomstsluitende partij niet langer goedkeuringen krachtens een VN-reglement verleent, is zij verplicht:
- a. te blijven toezien op de conformiteit van de productie van de producten waarvoor zij eerder typegoedkeuring heeft verleend;
- b. de nodige maatregelen te nemen zoals bedoeld in artikel 4, wanneer zij door een overeenkomstsluitende partij die het VN-reglement blijft toepassen, van non-conformiteit in kennis wordt gesteld;
- c. de andere overeenkomstsluitende partijen in kennis te blijven stellen van de intrekking van goedkeuringen zoals bedoeld in artikel 5;
- d. uitbreidingen van bestaande goedkeuringen te blijven toestaan.
Elke overeenkomstsluitende partij die een VN-reglement niet toepast, kan de secretaris-generaal te allen tijde in kennis stellen van haar voornemen om het voortaan toe te passen; het VN-reglement zal dan voor deze partij op de zestigste dag na deze kennisgeving in werking treden. De secretaris-generaal stelt alle overeenkomstsluitende partijen in kennis van elke inwerkingtreding van een VN-reglement voor een nieuwe overeenkomstsluitende partij zoals bedoeld in dit lid.
De overeenkomstsluitende partijen waarvoor een VN-reglement van kracht is, worden hierna genoemd „de overeenkomstsluitende partijen die een VN-reglement toepassen”.
Artikel 2
Elke overeenkomstsluitende partij die VN-reglementen voornamelijk via typegoedkeuring toepast, verleent de typegoedkeuringen en kent de goedkeuringsmerken toe zoals beschreven in elk VN-reglement voor de typen voertuigen op wielen, uitrustingsstukken of onderdelen die onder het VN-reglement vallen, mits zij de technische bevoegdheid heeft en tevreden is met de maatregelen om de conformiteit van het product met het goedgekeurde type te waarborgen. Elke overeenkomstsluitende partij die typegoedkeuring verleent, neemt de nodige maatregelen zoals bedoeld in bijlage 1 die aan deze overeenkomst is gehecht, om te verifiëren dat afdoende regelingen zijn getroffen om te waarborgen dat de voertuigen op wielen, de uitrustingsstukken en de onderdelen conform het goedgekeurde type worden vervaardigd.
Elke overeenkomstsluitende partij die typegoedkeuringen krachtens een VN-reglement verleent, duidt voor dat reglement een goedkeuringsinstantie aan. De goedkeuringsinstantie is verantwoordelijk voor alle aspecten van de typegoedkeuring krachtens dat reglement. Deze goedkeuringsinstantie kan technische diensten aanwijzen om in haar naam de tests en keuringen uit te voeren met het oog op de in lid 1 van dit artikel voorgeschreven verificaties. De overeenkomstsluitende partijen zien erop toe dat de technische diensten worden beoordeeld, aangewezen en aangemeld volgens de voorschriften in bijlage 2 die aan deze overeenkomst is gehecht.
De typegoedkeuringen, goedkeuringsmerken en identificatiecodes voor de typen voertuigen op wielen, uitrustingsstukken en onderdelen worden gespecificeerd in het VN-reglement en worden verleend of toegekend volgens de procedures in de aan deze overeenkomst gehechte bijlagen 3 tot en met 5.
Elke overeenkomstsluitende partij die een VN-reglement toepast, weigert typegoedkeuringen te verlenen en goedkeuringsmerken toe te kennen die onder het VN-reglement vallen als bovengenoemde voorwaarden niet zijn vervuld.
Artikel 3
Voertuigen op wielen, uitrustingsstukken of onderdelen waarvoor een overeenkomstsluitende partij krachtens artikel 2 van deze overeenkomst typegoedkeuring heeft verleend, worden geacht conform te zijn met het desbetreffende deel van de nationale wetgeving van alle overeenkomstsluitende partijen die dat VN-reglement toepassen.
De overeenkomstsluitende partijen die VN-reglementen toepassen, aanvaarden door wederzijdse erkenning en met inachtneming van de bepalingen van de artikelen 1, 8 en 12 en van alle bijzondere bepalingen in die VN-reglementen, typegoedkeuringen die krachtens die VN-reglementen zijn verleend zonder verdere tests, documentatie, certificering of markering te eisen.
Artikel 4
Indien een overeenkomstsluitende partij die een VN-reglement toepast, vaststelt dat bepaalde voertuigen op wielen, uitrustingsstukken of onderdelen met een goedkeuringsmerk dat door een van de overeenkomstsluitende partijen krachtens dat VN-reglement is toegekend, niet conform zijn met het goedgekeurde type of met de voorschriften van dat reglement, stelt zij de goedkeuringsinstantie van de overeenkomstsluitende partij die de goedkeuring heeft verleend, daarvan in kennis.
De overeenkomstsluitende partij die de goedkeuring heeft verleend, neemt de nodige maatregelen om ervoor te zorgen dat de non-conformiteit wordt rechtgezet.
Wanneer de non-conformiteit het gevolg is van niet-naleving van de in artikel 1, lid 2, onder b), bedoelde technische voorschriften van een VN-reglement, brengt de overeenkomstsluitende partij die de goedkeuring heeft verleend, onmiddellijk alle andere overeenkomstsluitende partijen op de hoogte van de situatie en informeert zij hen geregeld over de stappen die zij onderneemt, zoals bijvoorbeeld de intrekking van de goedkeuring, indien nodig.
Nadat zij de potentiële gevolgen voor de voertuigveiligheid, milieubescherming, energiebesparing of diefstalbeveiligingstechnologie hebben bestudeerd, mogen de overeenkomstsluitende partijen de verkoop en het gebruik van dergelijke voertuigen op wielen, uitrustingsstukken of onderdelen op hun grondgebied verbieden totdat de non-conformiteit is rechtgezet. In dat geval stellen deze overeenkomstsluitende partijen het secretariaat van het beheerscomité in kennis van de genomen maatregelen. Voor de beslechting van geschillen tussen de overeenkomstsluitende partijen geldt de procedure van artikel 10, lid 4.
Als, onverminderd lid 1 van dit artikel, een niet-conform product zoals bedoeld in lid 2 van dit artikel, niet binnen drie maanden weer in conformiteit is gebracht, trekt de voor de goedkeuring verantwoordelijke overeenkomstsluitende partij de goedkeuring tijdelijk of permanent in. Bij wijze van uitzondering kan deze termijn met maximaal drie maanden worden verlengd, tenzij een of meer overeenkomstsluitende partijen die het VN-reglement in kwestie toepassen, daar bezwaar tegen maken. Wanneer de termijn wordt verlengd, stelt de overeenkomstsluitende partij die de goedkeuring heeft verleend, binnen de oorspronkelijke periode van drie maanden alle overeenkomstsluitende partijen die dat VN-reglement toepassen, in kennis van haar voornemen tot verlenging van de periode waarin de non-conformiteit moet worden rechtgezet, en geeft zij een rechtvaardiging voor een dergelijke uitbreiding.
Wanneer de non-conformiteit het gevolg is van niet-naleving van de administratieve bepalingen, goedkeuringsmerken, voorwaarden voor de conformiteit van de productie of het in een VN-reglement aangegeven inlichtingenformulier zoals bedoeld in artikel 1, lid 2, onder d) en f), trekt de overeenkomstsluitende partij die de goedkeuring heeft verleend, de goedkeuring tijdelijk of permanent in als de non-conformiteit niet binnen zes maanden is rechtgezet.
De leden 1 tot en met 4 van dit artikel zijn ook van toepassing wanneer de overeenkomstsluitende partij die verantwoordelijk is voor het verlenen van de goedkeuring, zelf vaststelt dat bepaalde voertuigen op wielen, uitrustingsstukken of onderdelen met een goedkeuringsmerk niet-conform zijn met het goedgekeurde type of met de voorschriften van een VN-reglement.
Artikel 5
De goedkeuringsinstanties van elke overeenkomstsluitende partij die VN-reglementen toepast, zenden op verzoek van de andere overeenkomstsluitende partijen een lijst toe van de voertuigen op wielen, uitrustingsstukken of onderdelen waarvan zij de goedkeuring hebben geweigerd of ingetrokken.
Voorts zenden zij, op verzoek van een andere overeenkomstsluitende partij die een VN-reglement toepast, onmiddellijk overeenkomstig bijlage 5 die aan deze overeenkomst is gehecht, die overeenkomstsluitende partij een kopie toe van alle relevante informatie op grond waarvan zij haar besluit tot goedkeuring of tot weigering of intrekking van de goedkeuring van een voertuig op wielen, uitrustingsstuk of onderdeel krachtens dat VN-reglement heeft genomen.
De papieren kopie kan worden vervangen door een elektronisch bestand overeenkomstig bijlage 5 die aan deze overeenkomst is gehecht.
Artikel 6
De lidstaten van de Economische Commissie voor Europa, de landen die overeenkomstig paragraaf 8 van het mandaat van de commissie met adviserende bevoegdheid tot de commissie zijn toegelaten en de door lidstaten van de Economische Commissie voor Europa opgerichte organisaties voor regionale economische integratie waaraan hun lidstaten bevoegdheden op onder deze overeenkomst vallende gebieden hebben overgedragen, met inbegrip van de bevoegdheid om besluiten te nemen die bindend zijn voor hun lidstaten, kunnen partij worden bij deze overeenkomst.
Voor de vaststelling van het aantal stemmen zoals bedoeld in artikel 1, lid 2, en in artikel 12, lid 2, beschikken de organisaties voor regionale economische integratie over het aantal stemmen van hun lidstaten die lid zijn van de Economische Commissie voor Europa.
De lidstaten van de Verenigde Naties mogen overeenkomstig paragraaf 11 van het mandaat van de commissie aan bepaalde werkzaamheden van de Economische Commissie voor Europa deelnemen en de organisaties voor regionale economische integratie van die landen waaraan hun lidstaten bevoegdheden op onder deze overeenkomst vallende gebieden hebben overgedragen, met inbegrip van de bevoegdheid om besluiten te nemen die bindend zijn voor hun lidstaten, kunnen partij worden bij deze overeenkomst.
Voor de vaststelling van het aantal stemmen zoals bedoeld in artikel 1, lid 2, en in artikel 12, lid 2, beschikken de organisaties voor regionale economische integratie over het aantal stemmen van hun lidstaten die lid zijn van de Verenigde Naties.
Toetreding tot deze overeenkomst door nieuwe overeenkomstsluitende partijen die geen partij zijn bij de Overeenkomst van 1958, geschiedt door neerlegging van een akte bij de secretaris-generaal, na de inwerkingtreding van deze overeenkomst.
Artikel 7
Deze overeenkomst wordt geacht in werking te treden negen maanden na de datum van toezending ervan door de secretaris-generaal aan alle partijen bij de Overeenkomst van 1958.
Deze overeenkomst wordt geacht niet in werking te treden indien binnen zes maanden na de datum van toezending ervan door de secretaris-generaal de partijen bij de Overeenkomst van 1958 bezwaar maken.
Voor elke nieuwe partij die tot deze overeenkomst toetreedt, treedt deze overeenkomst in werking op de zestigste dag na de neerlegging van de akte van toetreding.
Artikel 8
Elke overeenkomstsluitende partij kan deze overeenkomst opzeggen door middel van een kennisgeving aan de secretaris-generaal.
De opzegging wordt van kracht twaalf maanden na de datum waarop de secretaris-generaal die kennisgeving heeft ontvangen.
De typegoedkeuringen die door de overeenkomstsluitende partij zijn verleend, blijven geldig gedurende een periode van twaalf maanden nadat de opzegging van kracht is geworden overeenkomstig lid 2 van dit artikel.
Artikel 9
Elke overeenkomstsluitende partij in de zin van artikel 6 van deze overeenkomst kan op het moment van toetreding of op een later tijdstip door middel van een kennisgeving gericht aan de secretaris-generaal verklaren dat deze overeenkomst wordt uitgebreid tot alle of bepaalde grondgebieden waarvan zij de buitenlandse betrekkingen behartigt. De overeenkomst wordt vanaf de zestigste dag na ontvangst van de kennisgeving door de secretaris-generaal uitgebreid tot het grondgebied of de grondgebieden die in de kennisgeving zijn vermeld.
Elke overeenkomstsluitende partij in de zin van artikel 6 van deze overeenkomst die overeenkomstig lid 1 van dit artikel een verklaring heeft afgegeven tot uitbreiding van deze overeenkomst tot een grondgebied waarvan zij de buitenlandse betrekkingen behartigt, kan de overeenkomst voor dat grondgebied afzonderlijk opzeggen overeenkomstig artikel 8.
Artikel 10
Elk geschil tussen twee of meer overeenkomstsluitende partijen over de interpretatie of toepassing van deze overeenkomst wordt zoveel mogelijk beslecht door onderhandelingen tussen de betrokken partijen.
Geschillen die niet via onderhandelingen zijn beslecht, worden onderworpen aan arbitrage als een van de betrokken overeenkomstsluitende partijen erom verzoekt, en worden dienovereenkomstig voorgelegd aan een of meer arbiters die in onderlinge overeenstemming tussen die partijen zijn gekozen. Indien de betrokken partijen binnen drie maanden na de datum van het verzoek om arbitrage geen overeenstemming kunnen bereiken over de keuze van een of meer arbiters, kan een van die partijen de secretaris-generaal verzoeken één arbiter te benoemen aan wie het geschil ter beslechting wordt voorgelegd.
De uitspraak van de overeenkomstig lid 2 van dit artikel aangewezen arbiter of arbiters zijn bindend voor de betrokken overeenkomstsluitende partijen.
Elk geschil tussen twee of meer overeenkomstsluitende partijen over de interpretatie of toepassing van aan deze overeenkomst gehechte VN-reglementen wordt beslecht door onderhandelingen volgens de procedure in bijlage 6 die aan deze overeenkomst is gehecht.
Artikel 11
Een overeenkomstsluitende partij kan op het tijdstip van toetreding tot deze overeenkomst verklaren dat zij zich niet gebonden acht door de leden 1 tot en met 3 van artikel 10 van de overeenkomst. De andere overeenkomstsluitende partijen zijn door de leden 1 tot en met 3 van artikel 10 niet gebonden tegenover een overeenkomstsluitende partij die een zodanig voorbehoud heeft gemaakt.
Elke overeenkomstsluitende partij die een voorbehoud heeft gemaakt overeenkomstig lid 1 van dit artikel, kan dit voorbehoud te allen tijde intrekken door middel van een kennisgeving aan de secretaris-generaal.
Er zijn geen andere voorbehouden bij deze overeenkomst, het aanhangsel, de bijlagen en de daaraan gehechte VN-reglementen toegestaan, maar elke overeenkomstsluitende partij kan overeenkomstig artikel 1, lid 5, verklaren dat zij niet voornemens is bepaalde VN-reglementen toe te passen of dat zij voornemens is geen enkel VN-reglement toe te passen.
Artikel 12
De aan deze overeenkomst gehechte VN-reglementen kunnen worden gewijzigd volgens deze procedure:
-
- Wijzigingen van VN-reglementen worden door het in artikel 1, lid 2, beschreven beheerscomité vastgesteld volgens de procedure in het aanhangsel. Nadat een wijziging van het VN-reglement is vastgesteld, wordt zij door het beheerscomité meegedeeld aan de uitvoerend secretaris van de Economische Commissie voor Europa van de Verenigde Naties. Vervolgens doet de uitvoerend secretaris zo spoedig mogelijk kennisgeving van deze wijziging aan de overeenkomstsluitende partijen die het VN-reglement toepassen, en aan de secretaris-generaal.
-
- Een wijziging van een VN-reglement wordt geacht te zijn aangenomen tenzij binnen zes maanden na de kennisgeving ervan door de uitvoerend secretaris van de Economische Commissie voor Europa van de Verenigde Naties, meer dan een vijfde van de overeenkomstsluitende partijen die het VN-reglement toepassen, op het tijdstip van de kennisgeving de secretaris-generaal heeft meegedeeld niet in te stemmen met de wijziging. Wanneer een wijziging van een VN-reglement is aangenomen, verklaart de secretaris-generaal de wijziging zo spoedig mogelijk als aangenomen en bindend voor de overeenkomstsluitende partijen die het VN-reglement toepassen.
-
- Wijzigingen van een VN-reglement kunnen overgangsbepalingen bevatten met betrekking tot de inwerkingtreding van het gewijzigde VN-reglement, tot welke datum de overeenkomstsluitende partijen goedkeuringen krachtens de vorige versie van het VN-reglement aanvaarden en de datum met ingang waarvan de overeenkomstsluitende partijen niet verplicht zijn typegoedkeuringen te aanvaarden die krachtens de vorige versie van het gewijzigde VN-reglement zijn verleend.
-
- Ook als de overgangsbepalingen in een versie van VN-reglementen anders luiden, kunnen de overeenkomstsluitende partijen die VN-reglementen toepassen, met inachtneming van artikel 2 toch typegoedkeuringen krachtens eerdere versies van VN-reglementen verlenen. Overeenkomstig lid 3 van dit artikel zijn de overeenkomstsluitende partijen die een VN-reglement toepassen, echter niet verplicht typegoedkeuringen te aanvaarden die krachtens die eerdere versies zijn verleend.
-
- Alle overeenkomstsluitende partijen die een VN-reglement toepassen, behalve die welke de secretaris-generaal in kennis hebben gesteld van hun voornemen om het VN-reglement niet langer toe te passen, aanvaarden goedkeuringen die krachtens de recentste versie van dat VN-reglement zijn verleend. Een overeenkomstsluitende partij die de secretaris-generaal kennis heeft gegeven van haar voornemen om een VN-reglement niet langer toe te passen, aanvaardt tijdens de in artikel 1, lid 6, bedoelde periode van één jaar goedkeuringen die zijn verleend krachtens de versie(s) van het VN-reglement dat of die voor die overeenkomstsluitende partij op het ogenblik van haar kennisgeving aan de secretaris-generaal van toepassing is of zijn.
-
- Een overeenkomstsluitende partij die een VN-reglement toepast, kan vrijstellingsgoedkeuring krachtens een VN-reglement verlenen voor slechts één type voertuig op wielen, uitrustingsstuk of onderdeel dat gebaseerd is op een nieuwe technologie die niet onder het bestaande VN-reglement valt en onverenigbaar is met een of meer voorschriften van dit VN-reglement. In dat geval gelden de procedures van bijlage 7 die aan deze overeenkomst is gehecht.
-
- Mocht een nieuwe overeenkomstsluitende partij tot deze overeenkomst toetreden tussen het tijdstip van de kennisgeving van de wijziging van een VN-reglement door de uitvoerend secretaris van de Economische Commissie voor Europa van de Verenigde Naties en de inwerkingtreding ervan, treedt het VN-reglement in kwestie voor die overeenkomstsluitende partij in werking, tenzij die partij, binnen zes maanden na de kennisgeving van haar toetreding door de secretaris-generaal, de secretaris-generaal ervan op de hoogte heeft gebracht dat zij niet met de wijziging instemt.
Artikel 13
De tekst van de overeenkomst zelf en van het aanhangsel kan worden gewijzigd volgens deze procedure:
-
- Elke overeenkomstsluitende partij kan een of meer wijzigingen van deze overeenkomst en het aanhangsel ervan voorstellen. De tekst van elke voorgestelde wijziging van de overeenkomst en het aanhangsel ervan wordt toegezonden aan de secretaris-generaal, die deze tekst doorzendt aan alle overeenkomstsluitende partijen en ter kennis brengt van alle andere in artikel 6, lid 1, bedoelde landen.
-
- Elke voorgestelde wijziging die overeenkomstig lid 1 van dit artikel is toegezonden, wordt geacht te zijn aanvaard als geen van de overeenkomstsluitende partijen bezwaar maakt binnen negen maanden na de datum waarop de secretaris-generaal de voorgestelde wijziging heeft doen toekomen.
-
- De secretaris-generaal stelt alle overeenkomstsluitende partijen er zo spoedig mogelijk van in kennis of tegen de voorgestelde wijziging bezwaar is gemaakt. Is dat het geval, wordt de wijziging geacht niet te zijn aanvaard en heeft zij geen enkel effect. Is dat niet het geval, treedt de wijziging voor alle overeenkomstsluitende partijen in werking drie maanden na het verstrijken van de in lid 2 van dit artikel bedoelde termijn van negen maanden.
Artikel 14
Volgens de bepalingen van deze overeenkomst stelt de secretaris-generaal de overeenkomstsluitende partijen in kennis van:
- a. toetredingen overeenkomstig artikel 6;
- b. de data van inwerkingtreding van deze overeenkomst krachtens artikel 7;
- c. opzeggingen overeenkomstig artikel 8;
- d. overeenkomstig artikel 9 ontvangen kennisgevingen;
- e. overeenkomstig artikel 11, leden 1 en 2, ontvangen verklaringen en kennisgevingen;
- f. de inwerkingtreding van elk nieuw VN-reglement en van elke wijziging van een bestaand VN-reglement overeenkomstig artikel 1, leden 2, 3, 5 en 7, en artikel 12, lid 2;
- g. de inwerkingtreding van elke wijziging van de overeenkomst, het aanhangsel ervan of de bijlagen met administratieve en procedurele bepalingen overeenkomstig artikel 13, lid 3, respectievelijk artikel 13 bis, lid 3;
- h. de stopzetting van de toepassing van VN-reglementen door overeenkomstsluitende partijen krachtens artikel 1, lid 6.
Overeenkomstig de bepalingen van deze overeenkomst en de daaraan gehechte bijlagen met administratieve en procedurele bepalingen geeft de uitvoerend secretaris van de Economische Commissie voor Europa van de Verenigde Naties:
- a. de secretaris-generaal en de overeenkomstsluitende partijen kennis van de vaststelling van een wijziging van een VN-reglement overeenkomstig artikel 12, lid 2;
- b. de overeenkomstsluitende partijen kennis van het besluit van het beheerscomité over een verzoek om vrijstellingsgoedkeuring en van de aanneming ervan overeenkomstig punt 5 van bijlage 7.
Artikel 15
Indien op de datum van inwerkingtreding van de bovenstaande bepalingen de in artikel 1, leden 3 en 4, van de vorige versie van de overeenkomst beoogde procedures voor de aanneming van een nieuw VN-reglement aan de gang zijn, treedt dat nieuwe VN-reglement in werking overeenkomstig lid 4 van voornoemd artikel.
Indien op de datum van inwerkingtreding van de bovenstaande bepalingen de in artikel 12, lid 1, van de vorige versie van de overeenkomst beoogde procedures voor de aanneming van een wijziging van een VN-reglement aan de gang zijn, treedt die wijziging overeenkomstig voornoemd artikel in werking.
Indien alle partijen bij de overeenkomst het erover eens zijn, kan elk krachtens de vorige versie van de overeenkomst aangenomen VN-reglement worden beschouwd als een VN-reglement dat overeenkomstig de bovenstaande bepalingen is aangenomen.
Artikel 1
Het Administratief Comité is samengesteld uit alle Overeenkomstsluitende Partijen bij de gewijzigde Overeenkomst.
Artikel 2
De Uitvoerende Secretaris van de Economische Commissie voor Europa van de Verenigde Naties verzorgt secretariële diensten voor het Comité.
Artikel 3
Het Comité kiest elk jaar tijdens de eerste zitting een voorzitter en een vice-voorzitter.
Artikel 4
De Secretaris-Generaal van de Verenigde Naties roept het Comité onder auspiciën van de Economische Commissie voor Europa bijeen telkens wanneer er een nieuw Reglement moet worden opgesteld of een Reglement moet worden gewijzigd.
Artikel 5
Voorstellen voor een nieuw Reglement worden aan een stemming onderworpen. Elk land dat Overeenkomstsluitende Partij is bij de Overeenkomst heeft één stem. Het vereiste quorum om beslissingen te kunnen nemen is ten minste de helft van de Overeenkomstsluitende Partijen. Voor de vaststelling van het quorum beschikken de organisaties voor regionale economische integratie die Overeenkomstsluitende Partij zijn bij de Overeenkomst over evenveel stemmen als zij lidstaten hebben. De vertegenwoordiger van een organisatie voor regionale economische integratie kan de stemmen uitbrengen van haar soevereine lidstaten. Voor de aanneming van nieuwe ontwerp-Reglementen is een tweederde-meerderheid vereist van de aanwezige leden die hun stem uitbrengen.
Artikel 6
Voorstellen tot wijziging van een Reglement worden aan een stemming onderworpen. Elk land dat Overeenkomstsluitende Partij is bij de Overeenkomst en het Reglement toepast, heeft één stem. Het vereiste quorum om beslissingen te kunnen nemen is ten minste de helft van de Overeenkomstsluitende Partijen die het Reglement toepassen. Voor de vaststelling van het quorum beschikken de organisaties voor regionale economische integratie die Overeenkomstsluitende Partij zijn bij de Overeenkomst over evenveel stemmen als zij lidstaten hebben. De vertegenwoordiger van een organisatie voor regionale economische integratie kan de stemmen uitbrengen van haar soevereine lidstaten die het desbetreffende Reglement toepassen. Voor de aanneming van ontwerpwijzigingen van Reglementen is een tweederde-meerderheid vereist van de aanwezige leden die hun stem uitbrengen.
1. INITIËLE BEOORDELING
1.1. De goedkeurende autoriteit van een Overeenkomstsluitende Partij verifieert – alvorens de typegoedkeuring te verlenen – of er behoorlijke regelingen en procedures bestaan ter waarborging van een doeltreffende controle, opdat in productie zijnde voertuigen, uitrustingsstukken of onderdelen conform het goedgekeurde type zijn.
1.2. Het vereiste van lid 1.1. moet worden geverifieerd ten genoegen van de autoriteit die de typegoedkeuring verleent, maar mag ook, namens en op verzoek van de autoriteit die de typegoedkeuring verleent, worden geverifieerd door de goedkeurende autoriteit van een andere Overeenkomstsluitende Partij. In een dergelijk geval stelt de laatste goedkeurende autoriteit een conformverklaring op waarin zij de door haar gecontroleerde locaties en productiefaciliteiten vermeldt die betrekking hebben op het product of de producten waarvoor een typegoedkeuring wordt gevraagd.
1.3. De goedkeurende autoriteit accepteert tevens de registratie van de fabrikant uit hoofde van de geharmoniseerde norm ISO 9002 (die betrekking heeft op het goed te keuren product of de goed te keuren producten) of een gelijkwaardige accrediteringsnorm die aan de vereisten van lid 1.1. voldoet. De fabrikant legt de gegevens betreffende de registratie over en brengt de goedkeurende autoriteit op de hoogte van alle herzieningen betreffende de geldigheid of werkingssfeer van de registratie.
1.4. Zodra de goedkeurende autoriteit een verzoek ontvangt van de autoriteit van een andere lidstaat, zendt zij onverwijld de in de laatste zin van punt 1.2. genoemde conformverklaring toe, of deelt zij mede dat zij een dergelijke verklaring niet kan overleggen.
2. CONFORMITEIT VAN PRODUCTIE
2.1. Elk voertuig, uitrustingsstuk of onderdeel dat uit hoofde van een Reglement behorend bij deze Overeenkomst wordt goedgekeurd, moet zodanig zijn gefabriceerd dat het overeenkomt met het goedgekeurde type en aan de eisen van dit Aanhangsel alsmede aan het desbetreffende Reglement voldoet.
2.2. De goedkeurende autoriteit van een Overeenkomstsluitende Partij die een typegoedkeuring ingevolge een Reglement behorend bij deze Overeenkomst verleent, moet verifiëren of er behoorlijke bepalingen en schriftelijk vastgelegde inspectieprogramma's bestaan, die bij elke typegoedkeuring met de fabrikant moeten worden overeengekomen, zodat de beproevingen of daarbij behorende controles ter verificatie van de voortdurende conformiteit met het goedgekeurde type op vastgestelde tijdstippen worden uitgevoerd, met inbegrip van, indien van toepassing, de in het desbetreffende Reglement genoemde beproevingen.
2.3. De houder van een goedkeuring heeft de volgende verplichtingen:
- 2.3.1. Zorgen voor het bestaan van procedures voor daadwerkelijke controle van de conformiteit van producten (voertuigen, uitrustingsstukken of onderdelen) met de typegoedkeuring.
- 2.3.2. Toegang hebben tot de beproevingsapparatuur die nodig is voor het controleren van de conformiteit met ieder goedgekeurd type.
- 2.3.3. Ervoor zorgen dat de beproevingsresultaten worden vastgelegd en dat bijgevoegde documenten gedurende een in overeenstemming met de goedkeurende autoriteit vast te stellen periode beschikbaar blijven. Deze periode bedraagt ten hoogste 10 jaren.
- 2.3.4. Het analyseren van de resultaten van elke soort beproeving, om de stabiliteit van de productkenmerken te kunnen verifiëren en waarborgen, rekening houdend met de mogelijke variatie in industriële productie.
- 2.3.5. Ervoor zorgen dat op elk type product ten minste de in dit Aanhangsel voorgeschreven controles en de in de desbetreffende Reglementen voorgeschreven beproevingen worden verricht.
- 2.3.6. Ervoor zorgen dat elke serie monsternemingen of proefstukken waaruit blijkt dat er bij de desbetreffende soort beproeving geen sprake is van conformiteit, wordt gevolgd door verdere monsternemingen en beproevingen. Alle nodige maatregelen moeten worden getroffen om de desbetreffende productie wederom conform te maken.
2.4. De autoriteit die een typegoedkeuring heeft verleend, kan te allen tijde de in elke productiefaciliteit toegepaste methode voor conformiteitscontrole verifiëren. De normale frequentie van deze verificaties moet in overeenstemming zijn met de (eventuele) regelingen geaccepteerd ingevolge lid 1.2. of 1.3. van dit Aanhangsel en moet zodanig zijn dat wordt gewaarborgd dat de bedoelde controles opnieuw worden beoordeeld over een periode die overeenkomt met het door de goedkeurende autoriteit gewekte vertrouwen.
2.4.1. Bij elke inspectie moeten de beproevingsgegevens en productiegegevens aan de inspecteur ter beschikking worden gesteld.
2.4.2. Indien de aard van de beproeving zich daartoe leent, kan de inspecteur steekproefsgewijs monsters nemen en deze ter beproeving aanbieden aan het laboratorium van de fabrikant (of aan de Technische Dienst indien zulks in een Reglement behorend bij deze Overeenkomst is voorzien). Het minimum aantal monsters mag worden vastgesteld aan de hand van de resultaten van de door de fabrikant zelf verrichte verificatie.
2.4.3. Indien blijkt dat het niveau van controle onvoldoende is, of wanneer het nodig lijkt de bruikbaarheid van de ingevolge lid 2.4.2. uitgevoerde beproevingen te verifiëren, moet de inspecteur monsters nemen die worden gezonden naar de Technische Dienst, die de typegoedkeurings-beproevingen uitvoert.
2.4.4. De goedkeurende autoriteit kan elke in dit Aanhangsel of in het desbetreffende Reglement in de bijlage bij deze Overeenkomst voorgeschreven controle of beproeving uitvoeren.
2.4.5. Indien een inspectie onbevredigende resultaten oplevert, draagt de goedkeurende autoriteit er zorg voor dat alle nodige maatregelen worden getroffen om zo spoedig mogelijk de conformiteit van productie te herstellen."
Artikel 13 bis
De aan deze overeenkomst gehechte bijlagen met administratieve en procedurele bepalingen kunnen worden gewijzigd volgens deze procedure:
- 1.1. Wijzigingen van de bijlagen met administratieve en procedurele bepalingen worden vastgesteld door het in artikel 1, lid 1, bedoelde beheerscomité en volgens de procedure in artikel 7 van het aanhangsel van deze overeenkomst.
- 1.2. Een wijziging van de bijlagen met administratieve en procedurele bepalingen wordt door het beheerscomité meegedeeld aan de secretaris-generaal. Vervolgens brengt de secretaris-generaal deze wijziging zo spoedig mogelijk ter kennis van de overeenkomstsluitende partijen die een of meer VN-reglementen toepassen.
Een wijziging van de bijlagen met administratieve en procedurele bepalingen wordt geacht te zijn aangenomen indien, binnen zes maanden na de kennisgeving door de secretaris-generaal, geen enkele overeenkomstsluitende partij die een of meer VN-reglementen toepast, de secretaris-generaal heeft meegedeeld niet in te stemmen met de wijziging.
De secretaris-generaal stelt alle overeenkomstsluitende partijen die een of meer VN-reglementen toepassen, er zo spoedig mogelijk van in kennis of tegen de voorgestelde wijziging bezwaar is gemaakt. Is dat het geval, wordt de wijziging geacht niet te zijn aanvaard en heeft zij geen enkel effect. Is dat niet het geval, treedt de wijziging voor alle overeenkomstsluitende partijen die een of meer VN-reglementen toepassen, in werking drie maanden na het verstrijken van de in lid 2 van dit artikel bedoelde termijn van zes maanden.
Een nieuwe bijlage wordt als een wijziging van de bijlagen met administratieve en procedurele bepalingen beschouwd en wordt derhalve volgens dezelfde in dit artikel beschreven procedure vastgesteld.
Artikel 16
Deze overeenkomst werd ondertekend te Genève in één exemplaar in de Engelse, de Franse en de Russische taal, waarbij alle teksten gelijkelijk authentiek zijn.
Artikel 1
Het beheerscomité wordt samengesteld uit alle partijen bij de gewijzigde overeenkomst.
Artikel 2
De uitvoerend secretaris van de Economische Commissie voor Europa van de Verenigde Naties verleent het comité secretariaatsdiensten.
Artikel 3
Het comité kiest elk jaar in zijn eerste zitting een voorzitter en een vicevoorzitter.
Artikel 4
De secretaris-generaal van de Verenigde Naties roept het comité onder de auspiciën van de Economische Commissie voor Europa van de Verenigde Naties bijeen telkens als een nieuw VN-reglement, een wijziging van een VN-reglement, een kennisgeving volgens de procedure voor vrijstellingsgoedkeuring met betrekking tot nieuwe technologieën (toegelicht in bijlage 7) of een wijziging van de bijlagen met administratieve en procedurele bepalingen moet worden vastgesteld.
Artikel 5
Voorgestelde nieuwe VN-reglementen worden in stemming gebracht. Elk land dat partij is bij de overeenkomst, heeft één stem. Voor het nemen van besluiten is een quorum vereist van ten minste de helft van de overeenkomstsluitende partijen. Voor de vaststelling van het quorum beschikken de organisaties voor regionale economische integratie die overeenkomstsluitende partij zijn, over het aantal stemmen van hun lidstaten. De vertegenwoordiger van een organisatie voor regionale economische integratie kan de stemmen uitbrengen van de soevereine staten die daar lid van zijn. Nieuwe VN-ontwerpreglementen worden vastgesteld met een viervijfdemeerderheid van de aanwezige leden die hun stem uitbrengen.
Artikel 6
Voorgestelde wijzigingen van VN-reglementen worden in stemming gebracht. Elk land dat partij is bij de overeenkomst en het VN-reglement toepast, heeft één stem. Voor het nemen van besluiten is een quorum vereist van ten minste de helft van de overeenkomstsluitende partijen die het VN-reglement toepassen. Voor de vaststelling van het quorum beschikken de organisaties voor regionale economische integratie die overeenkomstsluitende partij zijn, over het aantal stemmen van hun lidstaten. De vertegenwoordiger van een organisatie voor regionale economische integratie kan de stemmen uitbrengen van de soevereine staten die daar lid van zijn en het VN-reglement toepassen. Ontwerpwijzigingen van VN-reglementen worden vastgesteld met een viervijfdemeerderheid van de aanwezige leden die hun stem uitbrengen.
Artikel 7
Voorgestelde wijzigingen van de aan deze overeenkomst gehechte bijlagen met administratieve en procedurele bepalingen worden in stemming gebracht. Elke overeenkomstsluitende partij die een of meer VN-reglementen toepast, heeft één stem. Voor het nemen van besluiten is een quorum vereist van ten minste de helft van de overeenkomstsluitende partijen die een of meer VN-reglementen toepassen. Voor de vaststelling van het quorum beschikken de organisaties voor regionale economische integratie die overeenkomstsluitende partij zijn, over het aantal stemmen van hun lidstaten. De vertegenwoordiger van een organisatie voor regionale economische integratie kan de stemmen uitbrengen van de soevereine staten die daar lid van zijn en een of meer VN-reglementen toepassen. Ontwerpwijzigingen van de bijlagen met administratieve en procedurele bepalingen worden vastgesteld met eenparigheid van stemmen van de aanwezige leden die hun stem uitbrengen.
Artikel 8
Het verzoek van een partij om machtiging tot het verlenen van een voorgestelde vrijstellingsgoedkeuring met betrekking tot nieuwe technologieën wordt in stemming gebracht. Elke overeenkomstsluitende partij die het VN-reglement toepast, heeft één stem. Voor het nemen van besluiten is een quorum vereist van ten minste de helft van de overeenkomstsluitende partijen die het VN-reglement toepassen. Voor de vaststelling van het quorum beschikken de organisaties voor regionale economische integratie die overeenkomstsluitende partij zijn, over het aantal stemmen van hun lidstaten. De vertegenwoordiger van een organisatie voor regionale economische integratie kan de stemmen uitbrengen van de soevereine staten die daar lid van zijn en het VN-reglement toepassen. De machtiging tot het verlenen van een vrijstellingsgoedkeuring voor de genoemde overeenkomstsluitende partij wordt vastgesteld met een viervijfdemeerderheid van de aanwezige leden die hun stem uitbrengen.