Verdrag inzake de heffing van rechten voor het gebruik van bepaalde wegen door zware vrachtwagens

Type Verdrag
Publication 2025-03-25
State In force
Source BWB
Wijzigingsgeschiedenis JSON API

De Regeringen van het Koninkrijk België, het Koninkrijk Denemarken, de Bondsrepubliek Duitsland, het Groothertogdom Luxemburg en het Koninkrijk der Nederlanden

op grond van Richtlijn 1999/62/EG van het Europees Parlement en de Raad van de Europese Unie van 17 juni 1999 betreffende het in rekening brengen van het gebruik van bepaalde infrastructuurvoorzieningen aan zware vrachtvoertuigen, ter vervanging van Richtlijn 93/89/EEG van de Raad van de Europese Gemeenschappen van 25 oktober 1993, zoals laatstelijk gewijzigd bij Richtlijn (EU) 2022/362 van het Europees Parlement en de Raad van 24 februari 2022,

op grond van de gemeenschappelijke verklaring van de Belgische, de Deense, de Duitse, de Luxemburgse en de Nederlandse delegatie inzake een gemeenschappelijk stelsel van gebruiksrechten, afgelegd tijdens de 1.668e zitting van de Raad van de Europese Gemeenschappen op 7, 8 en 19 juni 1993 te Luxemburg,

op grond van de gemeenschappelijke verklaring van de Regeringen van België, Denemarken, Duitsland, Luxemburg, Nederland en Zweden om alles in het werk te stellen om hun gemeenschappelijk stelsel van gebruiksrechten aan te passen aan de maximumbedragen genoemd in artikel 7, zevende lid, en Bijlage II bij de Richtlijn, afgelegd tijdens de 2142ste zitting van de Raad van de Europese Unie op 30 november en 1 december 1998,

zijn het volgende overeengekomen:

Artikel 1. Doel van het Verdrag

Doel van dit Verdrag is het heffen van een gemeenschappelijk gebruiksrecht door de Verdragsluitende Partijen voor motorvoertuigen die bepaalde wegen binnen hun grondgebied gebruiken, alsmede het vaststellen van de voorwaarden en procedures voor het verdelen van de inkomsten uit het gebruiksrecht.

Artikel 2. Begripsbepalingen

1°. De begripsbepalingen van artikel 2, eerste lid, punten 6), 16), 29), 32), 33), 34), 35) en 38) van Richtlijn 1999/62/EG van het Europese Parlement en de Raad van de Europese Unie van 17 juni 1999 betreffende het in rekening brengen van het gebruik van bepaalde infrastructuurvoorzieningen aan zware vrachtvoertuigen, zoals laatstelijk gewijzigd bij Richtlijn (EU) 2022/362 van het Europees Parlement en de Raad van 24 februari 2022, zijn van toepassing op dit verdrag.

2°. In dit Verdrag hebben de onderstaande begrippen de volgende betekenis:

„grondgebied van de verdragsluitende partijen”: het onderscheiden Europese grondgebied van het Koninkrijk Denemarken, het Groothertogdom Luxemburg, het Koninkrijk der Nederlanden en het Koninkrijk Zweden;

„Richtlijn”: Richtlijn 1999/62/EG van het Europees Parlement en de Raad van 17 juni 1999 betreffende het in rekening brengen van het gebruik van wegeninfrastructuur aan voertuigen, zoals laatstelijk gewijzigd bij Richtlijn (EU) 2022/362 van het Europees Parlement en de Raad van 24 februari 2022;

„voertuig”: een motorvoertuig, met vier of meer wielen, of een samenstel van gelede voertuigen bedoeld of gebruikt voor het vervoer over de weg van goederen met een technisch toelaatbare maximummassa in beladen toestand van meer dan 3,5 ton, overeenkomstig artikel 2, eerste lid, punten 17, 18 en 19 van de Richtlijn.

Artikel 3. Verplichting tot het betalen van het gebruiksrecht
1.

Overeenkomstig de bepalingen van dit Verdrag heffen de Verdragsluitende Partijen, vanaf 1 januari 1995, een gemeenschappelijk gebruiksrecht voor het gebruik van autosnelwegen door voertuigen. Tot 25 maart 2027 worden, overeenkomstig artikel 7, dertiende lid, van de Richtlijn, de gebruiksrechten uitsluitend toegepast op voertuigen met een technisch toelaatbare maximummassa in beladen toestand van ten minste 12 ton.

2.

Elk der Verdragsluitende Partijen kan de heffing van het gemeenschappelijke gebruiksrecht overeenkomstig artikel 7, eerste lid, van de richtlijn eveneens toepassen voor het gebruik van andere wegen.

3.

Vervallen.

4.

Het gebruiksrecht wordt betaald voor een bepaald voertuig. Het kan niet op een ander voertuig worden overgedragen.

Artikel 4. Uitzonderingen van de verplichting tot het betalen van het gebruiksrecht (vrijstellingen)
1.

Militaire voertuigen, voertuigen van de burgerbescherming, de brandweer en andere diensten voor eerstehulpverlening, alsook voertuigen voor de ordehandhaving en voertuigen voor de aanleg en het onderhoud van de wegen zijn vrijgesteld van het in artikel 3 bedoelde gebruiksrecht.

2.

Op hun respectieve grondgebieden mogen de Verdragsluitende Partijen vrijstelling verlenen van het in artikel 3 bedoelde gebruiksrecht aan voertuigen die slechts af en toe op de openbare wegen van de Verdragsluitende Partij van registratie rijden en die gebruikt worden door natuurlijke of rechtspersonen die het vervoer van de goederen niet als voornaamste beroepsactiviteit hebben, op voorwaarde dat de vervoersactiviteiten die door deze voertuigen worden uitgevoerd niet leiden tot verstoring van de mededinging en dat de Europese Commissie hiermee heeft ingestemd.

3.

Emissievrije voertuigen met een technisch toelaatbare maximummassa in beladen toestand tot 4,25 ton zijn vrijgesteld van het gebruiksrecht bedoeld in artikel 3.

4.

Op hun respectieve grondgebieden mogen Verdragsluitende Partijen vrijstelling verlenen van het in artikel 3 bedoelde gebruiksrecht aan voertuigen met een technisch toelaatbare maximummassa in beladen toestand van meer dan 3,5 ton en minder dan 7,5 ton die worden gebruikt voor het vervoer van materiaal, uitrusting of machines die zijn bestemd voor gebruik door de bestuurder tijdens diens werk, of voor het afleveren van ambachtelijk vervaardigde goederen, als het vervoer niet voor rekening van derden wordt verricht.

5.

Een voorwaarde voor vrijstelling van het in het eerste lid bedoelde gebruiksrecht is dat de voertuigen aan de buitenkant herkenbaar zijn als bestemd voor de in dat lid genoemde doeleinden. In het geval van het tweede lid delen de Verdragsluitende Partijen elkaar alsmede de Europese Commissie mede voor welke voertuigen zij vrijstelling van het gebruiksrecht verlenen.

6.

In het geval van samengestelde voertuigen (combinaties) is het motorvoertuig doorslaggevend voor de vrijstelling van de combinatie.

Artikel 5. Betalingsplichtige

De betalingsplichtige is degene die voor de duur van het gebruik van de in artikel 3 bedoelde wegen

Meerdere betalingsplichtigen zijn hoofdelijk aansprakelijk.

Artikel 6. Heffing van het gebruiksrecht

De werkwijze inzake de heffing van het gebruiksrecht wordt op bestuursrechtelijk niveau geregeld in overleg tussen de Verdragsluitende Partijen, waarbij de Europese Commissie als waarnemer wordt betrokken overeenkomstig artikel 8, eerste lid, van de richtlijn.

Artikel 7. Betalingstijdvak
1.

Het gebruiksrecht kan worden betaald voor een tijdvak bestaande in kalenderdagen, weken, maanden of jaren; een jaar is het langste tijdvak waarvoor betaald kan worden.

2.

Voor een tijdvak van een week of meer kan het gebruiksrecht, onverminderd het derde lid, worden berekend met ingang van iedere kalenderdag.

3.

Verdragsluitende Partijen die voor binnen hun grondgebied geregistreerde voertuigen alleen jaarlijkse rechten heffen, kunnen als jaarlijks tijdvak het kalenderjaar vaststellen.

Artikel 8. Tarieven
1.

Tot en met 31 december 2024 bedraagt het gebruiksrecht, met inbegrip van administratiekosten, voor voertuigen:

Voor één jaar Voor één jaar Voor één jaar
EURO-emissieklasse ten hoogste drie assen ten minste vier assen
NIET-EURO 1,407 euro 2,359 euro
EURO I 1,223 euro 2,042 euro
EURO II 1,065 euro 1,776 euro
EURO III 926 euro 1,543 euro
EURO IV 842 euro 1,404 euro
EURO V 796 euro 1,327 euro
EURO VI of schoner 750 euro 1,250 euro
Voor één maand Voor één maand Voor één maand
--- --- ---
EURO-emissieklasse ten hoogste drie assen ten minste vier assen
NIET-EURO 140 euro 235 euro
EURO I 122 euro 204 euro
EURO II 106 euro 177 euro
EURO III 92 euro 154 euro
EURO IV 84 euro 140 euro
EURO V 79 euro 132 euro
EURO VI of schoner 75 euro 125 euro
Voor één week Voor één week Voor één week
--- --- ---
EURO-emissieklasse ten hoogste drie assen vier of meer assen
NIET-EURO 37 euro 62 euro
EURO I 32 euro 54 euro
EURO II 28 euro 47 euro
EURO III 24 euro 41 euro
EURO IV 22 euro 37 euro
EURO V 21 euro 35 euro
EURO VI of schoner 20 euro 33 euro
Voor één dag Voor één dag Voor één dag
--- --- ---
EURO-emissieklasse ten hoogste drie assen ten minste vier assen
NIET-EURO 12 euro 12 euro
EURO I 12 euro 12 euro
EURO II 12 euro 12 euro
EURO III 12 euro 12 euro
EURO IV 12 euro 12 euro
EURO V 12 euro 12 euro
EURO VI of schoner 12 euro 12 euro
2.

Vanaf 1 januari 2025 bedraagt het gebruiksrecht, met inbegrip van administratiekosten, voor voertuigen:

Voor één jaar Voor één jaar Voor één jaar Voor één jaar
CO2-emissieklasse EURO-emissieklasse Ten hoogste drie assen Ten minste vier assen
1 NIET-EURO 1,434 euro 2,404 euro
1 EURO I 1,246 euro 2,081 euro
1 EURO II 1,085 euro 1,810 euro
1 EURO III 944 euro 1,572 euro
1 EURO IV 858 euro 1,431 euro
1 EURO V 811 euro 1,352 euro
1 EURO VI of schoner 764 euro 1,274 euro
2 688 euro 1,146 euro
3 592 euro 987 euro
4 459 euro 764 euro
5 191 euro 319 euro
Voor één maand Voor één maand Voor één maand Voor één maand
--- --- --- ---
CO2-emissieklasse EURO-emissieklasse Ten hoogste drie assen Ten minste vier assen
1 NIET-EURO 143 euro 240 euro
1 EURO I 124 euro 208 euro
1 EURO II 108 euro 181 euro
1 EURO III 94 euro 157 euro
1 EURO IV 85 euro 143 euro
1 EURO V 81 euro 135 euro
1 EURO VI of schoner 76 euro 124 euro
2 68 euro 114 euro
3 59 euro 98 euro
4 45 euro 76 euro
5 19 euro 31 euro
Voor één week Voor één week Voor één week Voor één week
--- --- --- ---
CO2-emissieklasse EURO-emissieklasse Ten hoogste drie assen Ten minste vier assen
1 NIET-EURO 50 euro 84 euro
1 EURO I 44 euro 73 euro
1 EURO II 38 euro 63 euro
1 EURO III 33 euro 55 euro
1 EURO IV 30 euro 50 euro
1 EURO V 28 euro 47 euro
1 EURO VI of schoner 27 euro 45 euro
2 24 euro 40 euro
3 21 euro 35 euro
4 16 euro 27 euro
5 7 euro 12 euro
Voor één dag Voor één dag Voor één dag Voor één dag
--- --- --- ---
CO2-emissieklasse EURO-emissieklasse Ten hoogste drie assen Ten minste vier assen
1 NIET-EURO 14 euro 24 euro
1 EURO I 12 euro 21 euro
1 EURO II 11 euro 18 euro
1 EURO III 9 euro 16 euro
1 EURO IV 9 euro 14 euro
1 EURO V 8 euro 14 euro
1 EURO VI of schoner 8 euro 13 euro
2 7 euro 12 euro
3 6 euro 10 euro
4 5 euro 8 euro
5 2 euro 4 euro
3.

Niettegenstaande het tweede lid bedraagt het gebruiksrecht, met inbegrip van administratiekosten, vanaf 26 maart 2027 voor voertuigen met een technisch toelaatbare maximummassa in beladen toestand van meer dan 3,5 ton maar minder dan 12 ton:

De raadpleging van dit document komt niet in de plaats van het lezen van het oorspronkelijke Staatsblad of de Staatscourant. Wij aanvaarden geen aansprakelijkheid voor eventuele onnauwkeurigheden die voortvloeien uit de omzetting van het origineel naar dit formaat.