Verdrag tussen het Koninkrijk der Nederlanden en de Volksrepubliek China inzake de burgerluchtvaart

Type Verdrag
Publication 2001-05-01
State In force
Source BWB
Wijzigingsgeschiedenis JSON API

De Regering van het Koninkrijk der Nederlanden en de Regering van de Volksrepubliek China;

Geleid door de wens vriendschappelijke contacten tussen hun beide volken te vergemakkelijken en wederzijdse betrekkingen tot stand te brengen op het gebied van de burgerluchtvaart door een verdrag te sluiten tussen hun Staten (hierna te noemen „de Verdragsluitende Partijen");

Partij zijnde bij het Verdrag inzake de internationale burgerluchtvaart, op 7 december 1944 te Chicago voor ondertekening opengesteld;

Zijn het volgende overeengekomen betreffende de totstandkoming en exploitatie van luchtdiensten tussen en via hun respectieve grondgebieden:

Artikel 1. Begripsomschrijvingen

Tenzij het zinsverband anders vereist, wordt in dit Verdrag verstaan onder:

Artikel 2. Verlening van rechten
1.

Elke Verdragsluitende Partij verleent de andere Verdragsluitende Partij de in dit Verdrag genoemde rechten teneinde de aangewezen luchtvaartmaatschappij of luchtvaartmaatschappijen van de andere Verdragsluitende Partij in staat te stellen internationale luchtdiensten tot stand te brengen en te exploiteren op een in de routetabel omschreven route (hierna te noemen: „de overeengekomen diensten" respectievelijk „de omschreven route").

2.

De aangewezen luchtvaartmaatschappij of luchtvaartmaatschappijen van elk van beide Verdragsluitende Partijen heeft respectievelijk hebben het recht om zonder landing over het grondgebied van de andere Verdragsluitende Partij te vliegen langs de door de luchtvaartautoriteiten van de andere Verdragsluitende Partij voorgeschreven luchtroute, nadat van genoemde autoriteiten de goedkeuring van de desbetreffende seizoensdienstregeling is verkregen.

3.

Met inachtneming van de bepalingen van dit Verdrag heeft respectievelijk hebben de aangewezen luchtvaartmaatschappij of luchtvaartmaatschappijen van elke Verdragsluitende Partij bij de exploitatie van een overeengekomen dienst op een omschreven route de volgende rechten:

4.

Het recht van een aangewezen luchtvaartmaatschappij of luchtvaartmaatschappijen van de ene Verdragsluitende Partij tot het opnemen of afzetten van internationaal verkeer van of naar een derde land op (een) punt(en) gelegen op het grondgebied van de andere Verdragsluitende Partij wordt overeengekomen tussen de luchtvaartautoriteiten van de beide Verdragsluitende Partijen.

5.

Geen van de bepalingen van het eerste, tweede en derde lid van dit artikel wordt geacht een aangewezen luchtvaartmaatschappij of luchtvaartmaatschappijen van de ene Verdragsluitende Partij het recht te geven tot deelneming aan luchtvervoer tussen punten gelegen op het grondgebied van de andere Verdragsluitende Partij, behoudens het vervoer, niet tegen betaling, van personeelsleden van bedoelde luchtvaartmaatschappij alsmede hun gezinsleden en bagage.

Artikel 3. Aanwijzing van de luchtvaartmaatschappij en verlening van vergunningen
1.

Elke Partij heeft het recht schriftelijk aan de andere Verdragsluitende Partij twee (2) luchtvaartmaatschappijen aan te wijzen voor de exploitatie van de overeengekomen diensten op de omschreven routes, en deze aanwijzingen in te trekken of te wijzigen. Slechts één luchtvaartmaatschappij mag door elke zijde worden aangewezen voor de exploitatie van elke van de twee routes beschreven in de bijlage bij dit Verdrag. De voor Route II aangewezen luchtvaartmaatschappij mag slechts vrachtdiensten uitvoeren.

2.

Een aanmerkelijk deel van de eigendom van en het feitelijke toezicht op de luchtvaartmaatschappij die door elke Verdragsluitende Partij is respectievelijk zijn aangewezen, blijft berusten bij die Verdragsluitende Partij of haar onderdanen.

3.

De luchtvaartautoriteiten van de andere Verdragsluitende Partij kunnen van een door de eerstbedoelde Verdragsluitende Partij aangewezen luchtvaartmaatschappij of luchtvaartmaatschappijen verlangen dat te hunnen genoegen wordt aangetoond dat zij in staat is respectievelijke zijn te voldoen aan de voorwaarden en verplichtingen die zijn voorgeschreven krachtens de wetten en voorschriften die door hen gewoonlijk en redelijkerwijs worden toegepast bij de exploitatie van internationale luchtdiensten door de betreffende luchtvaartautoriteiten.

4.

Na ontvangst van deze aanwijzing verleent de andere Verdragsluitende Partij, met inachtneming van de bepalingen van het tweede en derde lid van dit artikel, aan een aldus aangewezen luchtvaartmaatschappij onverwijld de nodige exploitatievergunning.

5.

Na ontvangst van de in het vierde lid van dit artikel bedoelde exploitatievergunning kan de aangewezen luchtvaartmaatschappij op de overeengekomen datum een aanvang maken met de gehele of gedeeltelijke exploitatie van de overeengekomen diensten, mits zij aan de bepalingen van dit Verdrag voldoet en de tarieven voor deze diensten zijn vastgesteld in overeenstemming met de bepalingen van artikel 8 van dit Verdrag.

Artikel 4. Intrekking van, opschorting van of het stellen van voorwaarden bij de vergunning
1.

Elke Verdragsluitende Partij heeft het recht de aan een aangewezen luchtvaartmaatschappij van de andere Verdragsluitende Partij verleende exploitatievergunning in te trekken of op te schorten of de door haar noodzakelijk geachte voorwaarden te verbinden aan de uitoefening door bedoelde aangewezen luchtvaartmaatschappij van de in artikel 2 van dit Verdrag genoemde rechten in elk van de volgende gevallen:

2.

Tenzij onmiddellijke intrekking of opschorting van, of het stellen van de in het eerste lid van dit artikel genoemde voorwaarden aan de exploitatievergunning van wezenlijk belang is ter voorkoming van verdere inbreuken op wetten en voorschriften, wordt dit recht slechts uitgeoefend na overleg met de andere Verdragsluitende Partij.

Artikel 5. Toepassing van wetten, voorschriften en procedures
1.

De wetten, voorschriften en procedures van de ene Verdragsluitende Partij betreffende de toelating tot, het verblijf op en het vertrek uit haar grondgebied van in internationale luchtdiensten gebruikte luchtvaartuigen, dan wel betreffende het aldaar exploiteren van en vliegen met zodanige luchtvaartuigen, zijn van toepassing op de luchtvaartuigen van de aangewezen luchtvaartmaatschappij of luchtvaartmaatschappijen van de andere Verdragsluitende Partij bij de binnenkomst op, verblijf op, het vertrek uit danwel de exploitatie van en deelneming in navigatie op het grondgebied van eerstbedoelde Verdragsluitende Partij.

2.

De wetten en voorschriften van de ene Verdragsluitende Partij betreffende de toelating tot, het verblijf op of het vertrek uit haar grondgebied van passagiers, bemanning, vracht of post, zoals voorschriften betreffende binnenkomst, paspoorten, douane en quarantaine, zijn van toepassing op de door de luchtvaartuigen van de aangewezen luchtvaartmaatschappij of luchtvaartmaatschappijen van de andere Verdragsluitende Partij vervoerde passagiers, bemanning, vracht of post bij de binnenkomst en het verblijf op en het vertrek uit het grondgebied van eerstbedoelde Verdragsluitende Partij. Elke Verdragsluitende Partij verstrekt de andere Verdragsluitende Partij desgevraagd onmiddellijk de tekst van bovengenoemde wetten en voorschriften.

3.

Andere relevante wetten en voorschriften betreffende luchtvaartuigen en bepalingen met betrekking tot de burgerluchtvaart van de ene Verdragsluitende Partij zijn van toepassing op de aangewezen luchtvaartmaatschappij of luchtvaartmaatschappijen van de andere Verdragsluitende Partij bij de exploitatie van de overeengekomen diensten op het grondgebied van eerstbedoelde Verdragsluitende Partij.

4.

Passagiers, bagage en vracht die op directe doorreis zijn en die de daarvoor gereserveerde zone van de luchthaven niet verlaten, worden slechts aan een vereenvoudigde controle onderworpen.

Artikel 6. Eerlijke en gelijke kansen
1.

De aangewezen luchtvaartmaatschappijen van beide Verdragsluitende Partijen worden op een eerlijke en gelijke wijze in de gelegenheid gesteld deel te nemen aan het internationale luchtvervoer dat door dit Verdrag wordt beheerst.

2.

Elke Verdragsluitende Partij treft passende maatregelen binnen haar rechtsmacht ter bestrijding van alle vormen van discriminatie of oneerlijke praktijken die de overeengekomen diensten van de aangewezen luchtvaartmaatschappij of luchtvaartmaatschappijen van de andere Verdragsluitende Partij nadelig beïnvloeden.

3.

Bij de exploitatie van de overeengekomen diensten houdt respectievelijk houden de aangewezen luchtvaartmaatschappij of luchtvaartmaatschappijen van elke Verdragsluitende Partij rekening met de belangen van de aangewezen luchtvaartmaatschappij of luchtvaartmaatschappijen van de andere Verdragsluitende Partij, opdat de diensten die de laatstgenoemde Partij aanbiedt op dezelfde route of op een gedeelte daarvan niet onnodig worden geschaad.

4.

De overeengekomen diensten die door de aangewezen luchtvaartmaatschappij of luchtvaartmaatschappijen van elke Verdragsluitende Partij worden aangeboden dienen nauw aan te sluiten op de behoeften van het publiek aan vervoer op de omschreven routes en dienen als voornaamste doelstelling te hebben het bieden van een toereikende capaciteit, bij een redelijke beladingsgraad, om te voorzien in de huidige en redelijkerwijs te verwachten behoeften met betrekking tot het vervoer van passagiers, vracht en post.

5.

Het voorzien in het vervoer van passagiers, vracht en post door de aangewezen luchtvaartmaatschappij of luchtvaartmaatschappijen van elke Verdragsluitende Partij, zowel opgenomen als afgezet op punten op de omschreven routes, niet zijnde punten op het grondgebied van de Verdragsluitende Partij die die luchtvaartmaatschappij of die luchtvaartmaatschappijen aanwijst respectievelijk aanwijzen, geschiedt in overeenstemming met de algemene beginselen dat de capaciteit dient te zijn gerelateerd aan:

Artikel 7. Exploitatieregelingen
1.

De capaciteit en de frequentie worden overeengekomen tussen de luchtvaartautoriteiten van de Verdragsluitende Partijen.

2.

De aangewezen luchtvaartmaatschappij of luchtvaartmaatschappijen van elk van beide Verdragsluitende Partijen kan respectievelijk kunnen, naargelang de vervoersbehoeften, de exploitatie van een extra gedeelte op een omschreven route aanvragen. De aanvrage om een zodanige vlucht dient ten minste drie dagen voor de voorgenomen uitvoering ervan te worden ingediend bij de luchtvaartautoriteiten van de andere Verdragsluitende Partij en de vlucht kan slechts worden uitgevoerd nadat de goedkeuring van die autoriteiten is verkregen.

Artikel 8. Tarieven
1.

De tarieven die gelden tussen de grondgebieden van de twee Verdragsluitende Partijen worden vastgesteld op redelijke niveaus, waarbij naar behoren rekening wordt gehouden met alle relevante factoren, waaronder begrepen de exploitatiekosten, een redelijke winst, kenmerken van de dienst (zoals snelheid en comfort).

2.

De in het eerste lid van dit artikel bedoelde tarieven worden overeengekomen tussen de aangewezen luchtvaartmaatschappijen van beide Verdragsluitende Partijen, indien nodig en mogelijk in overleg met andere luchtvaartmaatschappijen die vluchten uitvoeren op dezelfde route of een gedeelte daarvan. De aldus overeengekomen tarieven dienen ten minste zestig (60) dagen voor de voorgestelde datum van invoering van deze tarieven ter goedkeuring te worden voorgelegd aan hun respectieve luchtvaartautoriteiten en zij worden van kracht na goedkeuring door de luchtvaartautoriteiten van beide Verdragsluitende Partijen.

3.

Indien de aangewezen luchtvaartmaatschappijen over een van deze tarieven geen overeenstemming kunnen bereiken, trachten de luchtvaartautoriteiten van de Verdragsluitende Partijen de tarieven vast te stellen door middel van overleg.

4.

Indien de luchtvaartautoriteiten geen overeenstemming kunnen bereiken omtrent de goedkeuring van een ingevolge het tweede lid van dit artikel aan hen voorgelegd tarief of omtrent de vaststelling van een tarief ingevolge het derde lid van dit artikel, wordt de zaak voorgelegd aan de Verdragsluitende Partijen met het oog op beslechting in overeenstemming met de bepalingen van artikel 18 van dit Verdrag.

5.

In afwachting van de vaststelling van een nieuw tarief in overeenstemming met de bepalingen van dit artikel geldt het reeds van kracht zijnde tarief.

Artikel 9. Verlening van technische diensten en kostentarieven
1.

Elke Verdragsluitende Partij wijst (een) reguliere luchthaven(s) en (een) uitwijkhaven(s) op haar grondgebied aan voor gebruik door de aangewezen luchtvaartmaatschappij of luchtvaartmaatschappijen van de andere Verdragsluitende Partij ten behoeve van de exploitatie van de overeengekomen diensten, en verschaft deze luchtvaartmaatschappij of die luchtvaartmaatschappijen de diensten op het gebied van communicatie, navigatie, meteorologie en de andere bijkomende diensten die nodig zijn voor de exploitatie van de overeengekomen diensten.

De raadpleging van dit document komt niet in de plaats van het lezen van het oorspronkelijke Staatsblad of de Staatscourant. Wij aanvaarden geen aansprakelijkheid voor eventuele onnauwkeurigheden die voortvloeien uit de omzetting van het origineel naar dit formaat.