Statuut van de Ontwikkelingsbank van de Raad van Europa

Type Verdrag
Publication 1997-03-18
State In force
Source BWB
Wijzigingsgeschiedenis JSON API
Artikel I. Oprichting van de Bank

Er wordt een Ontwikkelingsbank van de Raad van Europa opgericht (hierna te noemen „de Bank").

De Bank valt onder de Raad van Europa en is onderworpen aan zijn hoogste gezag.

Artikel II. Doel1)De tekst van dit artikel is aangenomen door het Comitié van Ministers in de 496ste vergadering van de afgevaardigden van de Ministers bij Resolutie 93 (22), welke Resolutie als Bijlage is aangehecht.

a. Het voornaamste doel van de Bank is hulp te bieden bij het oplossen van de sociale problemen waarmee Europese landen worden of kunnen worden geconfronteerd als gevolg van de aanwezigheid van vluchtelingen, ontheemden of migranten ten gevolge van verplaatsingen van vluchtelingen of andere gedwongen verplaatsingen van bevolkingsgroepen, en als gevolg van de aanwezigheid van slachtoffers van natuur- of milieurampen.

De investeringsprojecten waaraan de Bank bijdraagt, kunnen bedoeld zijn om deze mensen te helpen in het land waarin zij zich bevinden, of hen in staat te stellen terug te keren naar hun land van herkomst, wanneer aan de voorwaarden voor terugkeer is voldaan, of, wanneer van toepassing, zich te vestigen in een ander land van opvang. Deze projecten moeten door een lid van de Bank worden goedgekeurd.

b. De Bank kan ook bijdragen aan de verwezenlijking van door een lid van de Bank goedgekeurde investeringsprojecten die het mogelijk maken werkgelegenheid te scheppen in achtergebleven gebieden, mensen in de lage-inkomensgroepen te huisvesten of een sociale infrastructuur op te bouwen.

Artikel III. Lidmaatschap van de Bank

a. Elke lidstaat van de Raad van Europa kan lid van de Bank worden door een verklaring te richten aan de Secretaris-Generaal. Deze verklaring dient de aanvaarding van dit Statuut door de Regering van de betrokken Staat te omvatten, alsmede de intekening door die Regering op het in overeenstemming met de Raad van Bestuur vastgestelde aantal deelnemingsbewijzen, overeenkomstig artikel IX, sectie 3, onder 1, letter a, van het Statuut.

b. Een Europese Staat die geen lid is van de Raad van Europa kan:

c. Onder de door de Raad van Bestuur vastgestelde voorwaarden kunnen op Europa gerichte internationale instellingen ook lid van de Bank worden of een associatie-overeenkomst sluiten.

d. Elke Staat die lid van de Bank wordt, bevestigt in zijn verklaring of zijn akte van aanvaarding van het Statuut zijn voornemen:

Artikel IV. Verplichtingen van de leden

De Bank geeft deelnemingsbewijzen, uitgedrukt in ECU's1)Op 1 januari 1999 is de ECU vervangen door de euro. De verwijzing naar de ECU moet worden begrepen als een verwijzing naar de euro., uit waarop zijn leden kunnen intekenen. Elk bewijs heeft dezelfde nominale waarde van 1000 ECU. De leden voldoen hun intekeningen in ECU's.

a. In de aan dit Statuut gehechte tabel is het verdelingspercentage vastgesteld van de deelnemingsbewijzen die aan elk lid van de Bank ter intekening worden aangeboden.

b. Het aantal deelnemingsbewijzen van nieuwe leden van de Bank wordt vastgesteld in overeenstemming met de Raad van Bestuur van de Bank, overeenkomstig artikel IX, sectie 3, onder 1, letters a en b, van dit Statuut.

c. Het minimumpercentage van de deelnemingsbewijzen waarop is ingetekend dat moet worden volgestort, alsmede de desbetreffende betaaldata, worden vastgesteld door de Raad van Bestuur.

d. Wanneer het kapitaal van de Bank wordt verhoogd, bepaalt de Raad van Bestuur, onder voor alle leden gelijke voorwaarden, het percentage dat moet worden bijgestort en de bijbehorende betaaldata.

Een lid is jegens derden niet aansprakelijk voor enige verplichting van de Bank.

Artikel V. Leningen en bijdragen

De Bank kan leningen aangaan voor bestemmingen in overeenstemming met het doel van de Bank. De Bank kan ook andere financiële transacties uitvoeren die dienstig zijn voor de verwezenlijking van zijn doel, zulks onder de door de Administratieve Raad vastgestelde voorwaarden.

De Bank is bevoegd bijdragen in ontvangst te nemen die worden geschonken voor specifieke doeleinden, die stroken met de doelstellingen van de Bank.

Artikel VI. Beleggingen

De liquide middelen, het kapitaal en de reserves van de Bank kunnen onder de door de Administratieve Raad vastgestelde voorwaarden worden belegd overeenkomstig de beginselen van gezond financieel beheer.

Artikel VII. Werkwijzen van de Bank

De Bank kan leningen verstrekken in één van de volgende vormen:

Onder de per geval door de Administratieve Raad vastgestelde voorwaarden kan de Bank borg staan voor door een lid goedgekeurde financiële instellingen voor leningen die de verwezenlijking van de in artikel II genoemde doelstellingen bevorderen.

De Bank kan trustrekeningen openen en beheren ter inontvangstneming van vrijwillige bijdragen van zijn leden, van de Bank en van de Raad van Europa.

Leningen kunnen gepaard gaan met gehele of gedeeltelijke kwijtschelding van de rente.

Een gedeelte van de door de Bank gemaakte winst en de vrijwillige bijdragen van leden worden gebruikt voor rentesubsidie op bepaalde leningen, zulks onder de door de Administratieve Raad bepaalde voorwaarden.

De Administratieve Raad stelt de algemene voorwaarden vast voor de verstrekking van leningen en bepaalt welke inlichtingen een leningnemer dient te verschaffen ter ondersteuning van zijn aanvraag.

De transacties van de Bank ten gunste van een lid of van een in de eerste sectie bedoelde rechtspersoon worden opgeschort indien de leningnemer, of indien deze ontbreekt, de garant de betalingsverplichtingen, voortvloeiende uit hem door de Bank verstrekte leningen of geboden waarborgen, niet nakomt.

Artikel VIII. Organisatie en bestuur van en toezicht op de Bank

De organisatie en het bestuur van, alsmede het toezicht op de Bank, zijn over de volgende organen verdeeld:

als bepaald in de hierna volgende artikelen.

Artikel IX. De Raad van Bestuur

De Raad van Bestuur bestaat uit een voorzitter en een vertegenwoordiger van elk lid. Elk lid kan een plaatsvervanger benoemen. De Secretaris-Generaal van de Raad van Europa kan aan de vergaderingen deelnemen of zich daar doen vertegenwoordigen.

De Raad van Bestuur is het hoogste orgaan van de Bank; de Raad van Bestuur heeft alle bevoegdheden met betrekking tot de Bank, met uitzondering van het recht de doelstellingen ervan als bepaald in artikel II van het Statuut, te veranderen.

1.

De Raad van Bestuur

2.

De Raad van Bestuur neemt zijn besluiten betreffende de letters d en f op voorstel van de Administratieve Raad en met betrekking tot de letters c, m en n na de Administratieve Raad te hebben gehoord. De Administratieve Raad brengt advies uit over alle andere besluiten met financiële gevolgen.

3.

Alle andere bevoegdheden dan de in sectie 3, onder 1, genoemde bevoegdheden worden gedelegeerd aan de Administratieve Raad.

De op grond van dit Statuut aan de Administratieve Raad gedelegeerde bevoegdheden kunnen slechts in uitzonderlijke omstandigheden en voor bepaalde tijd worden teruggenomen.

4.

De Raad van Bestuur komt eenmaal per jaar bijeen. Hij kan, indien nodig, extra vergaderingen beleggen.

5.

De Raad van Bestuur kan, wanneer noodzakelijk, vertegenwoordigers van internationale organisaties of andere belanghebbenden uitnodigen zonder stemrecht aan zijn werkzaamheden deel te nemen.

a. Tijdens vergaderingen van de Raad van Bestuur genomen besluiten zijn slechts rechtsgeldig indien tweederde van de vertegenwoordigers van de leden aanwezig is.

Besluiten worden genomen door middel van stemming. Ter berekening van de meerderheden worden slechts stemmen voor en stemmen tegen geteld.

b. Er kunnen ook schriftelijk besluiten worden genomen in de perioden tussen de vergaderingen.

c. Elk lid van de Bank heeft een stem voor elk deelnemingsbewijs dat het bezit.

d. Een lid dat niet tijdig zijn opeisbaar geworden aandeel in het kapitaal heeft gestort, kan, zolang de betaling uitblijft, niet de stemrechten uitoefenen die corresponderen met het nog verschuldigde en niet gestorte bedrag.

e. Besluiten worden genomen met een meerderheid van de leden die voor- of tegenstemmen en die tweederde van de uitgebrachte stemmen bezitten.

f. Een meerderheid van drievierde van de leden die voor- of tegenstemmen en die drievierde van de uitgebrachte stemmen bezitten, is vereist voor:

g. De in sectie 3, onder 1, letters f en h, bedoelde besluiten dienen met eenparigheid van stemmen te worden genomen door de leden die een stem uitbrengen.

a. De Raad van Bestuur wordt voorgezeten door een Voorzitter die door de Raad is gekozen voor een termijn van drie jaar.

De scheidende Voorzitter kan voor een tweede termijn van drie jaar worden herkozen. Elk lid van de Bank is gerechtigd een kandidaat voor te dragen.

De Voorzitter draagt zorg voor de politieke betrekkingen met functionarissen van de Staten, de Raad van Europa en andere internationale instellingen, in nauwe samenwerking met de Gouverneur.

De Voorzitter houdt het Comité van Ministers en de Parlementaire Vergadering regelmatig op de hoogte van de werkzaamheden van de Bank; hij doet, onder andere, het verslag van de Gouverneur toekomen aan het Comité van Ministers en onderhoudt alle andere noodzakelijke contacten met de Raad van Europa.

Artikel X. De Administratieve Raad

De Administratieve Raad heeft alle bevoegdheden die ingevolge artikel IX door de Raad van Bestuur aan hem zijn gedelegeerd.

a. De Administratieve Raad bestaat uit een voorzitter, door de Raad van Bestuur benoemd voor een termijn van drie jaar, die met een tweede termijn van drie jaar kan worden verlengd, en een vertegenwoordiger benoemd door elk lid. Elk lid kan een plaatsvervanger benoemen. De Secretaris-Generaal van de Raad van Europa kan aan de vergaderingen deelnemen of zich daar doen vertegenwoordigen.

b. De Administratieve Raad wordt ten minste vier maal per jaar bijeengeroepen door zijn voorzitter of op verzoek van vijf van zijn leden.

c. De Administratieve Raad kan, wanneer noodzakelijk, vertegenwoordigers van internationale organisaties of andere belanghebbenden uitnodigen zonder stemrecht aan zijn werkzaamheden deel te nemen.

a. Tijdens vergaderingen van de Administratieve Raad genomen besluiten zijn slechts rechtsgeldig indien tweederde van de vertegenwoordigers van de leden aanwezig is.

b. Elk lid heeft een stem voor elk deelnemingsbewijs dat het bezit.

Besluiten worden genomen door middel van stemming, met een meerderheid van stemmen. Ter berekening van de meerderheid of meerderheden worden slechts stemmen voor en stemmen tegen geteld.

c. Er kunnen ook schriftelijk besluiten worden genomen in de perioden tussen de vergaderingen.

d. Een lid dat niet tijdig zijn opeisbaar geworden aandeel in het kapitaal heeft gestort, kan, zolang de betaling uitblijft, niet de stemrechten uitoefenen die corresponderen met het nog verschuldigde en niet gestorte bedrag.

e. De Administratieve Raad neemt echter de volgende besluiten met een meerderheid van zijn leden die voor- of tegenstemmen en met een meerderheid van de uitgebrachte stemmen:

f. Bovendien neemt de Administratieve Raad besluiten met betrekking tot investeringsprojecten die niet het in artikel XIII, letter c, van het Statuut bedoelde advies inzake ontvankelijkheid hebben verkregen, met een meerderheid van zijn leden die voor- of tegenstemmen en die tweederde van de uitgebrachte stemmen bezitten.

De Administratieve Raad kan te allen tijde uit zijn leden commissies instellen en aan deze commissies de in elk geval afzonderlijk te bepalen bevoegdheden delegeren.

a. De Administratieve Raad stelt een Uitvoerend Comité in; dit Comité bestaat uit negen van zijn leden, gekozen voor een termijn van twee jaar, welke termijn kan worden verlengd. Bij de benoeming van deze leden dient de Administratieve Raad in aanmerking te nemen dat alle leden van de Bank de mogelijkheid moeten hebben zitting te nemen in het Uitvoerend Comité, hierbij tevens rekening houdend met de deelnemingsbewijzen waarop is ingeschreven en met het belang van een evenwichtige geografische verdeling.

Het Uitvoerend Comité heeft onder andere tot taak:

b. Het Uitvoerend Comité brengt op elke vergadering van de Administratieve Raad verslag uit over zijn beslissingen, werkzaamheden en voorstellen.

c. Een lid dat niet in het Uitvoerend Comité is vertegenwoordigd kan, op zijn verzoek, deelnemen aan de bespreking van agendapunten die hem in het bijzonder aangaan.

d. Het Uitvoerend Comité komt zo vaak als nodig is bijeen, maar ten minste acht maal per jaar.

e. Binnen de door de Administratieve Raad vastgestelde richtlijnen en grenzen neemt het Uitvoerend Comité zijn beslissingen met een meerderheid van zeven van zijn leden. Indien deze meerderheid niet wordt bereikt, wordt de besproken aangelegenheid terugverwezen naar de Administratieve Raad.

Artikel XI. De Gouverneur

De raadpleging van dit document komt niet in de plaats van het lezen van het oorspronkelijke Staatsblad of de Staatscourant. Wij aanvaarden geen aansprakelijkheid voor eventuele onnauwkeurigheden die voortvloeien uit de omzetting van het origineel naar dit formaat.