← Geldende tekst · Geschiedenis

Verdrag inzake duurzame ontwikkeling tussen het Koninkrijk der Nederlanden en de Republiek Costa Rica

Geldende tekst a fecha 1996-08-12

De Regering van het Koninkrijk der Nederlanden

en

de Regering van de Republiek Costa Rica;

Overtuigd van het cruciale belang van een ontwikkeling die in de huidige behoeften voorziet, zonder daarmee voor toekomstige generaties de mogelijkheden in gevaar te brengen om ook in hun behoeften te voorzien;

Geleid derhalve door de wens de uitvoering te bevorderen van de Verklaring van Rio inzake Milieu en Ontwikkeling en van Agenda 21, aangenomen door de Conferentie van de Verenigde Naties over Milieu en Ontwikkeling, die van 3 tot 14 juni 1992 in Rio de Janeiro plaatsvond;

Overtuigd van de noodzaak een nieuwe en gelijkwaardige wereldalliantie te vestigen, door middel van het creëren van nieuwe niveaus van samenwerking tussen Staten, maatschappelijke sleutelsectoren en personen;

Geleid voorts door de wens uitvoering te geven aan de Intentieverklaring die op 11 juni 1992 in Rio de Janeiro is ondertekend door de vertegenwoordigers van de Regering van het Koninkrijk der Nederlanden en de Regering van de Republiek Costa Rica;

Beseffende hoe moeilijk het is duurzame ontwikkeling te verwezenlijken, gegeven de verschillen in economisch ontwikkelingsniveau, aanwezige bestaansbronnen, sociale en politieke systemen, en culturen;

Erkennend dat ontwikkeling alleen duurzaam kan zijn indien zij economische, sociale, culturele, civiele en politieke, evenals religieuze en ecologische aspecten omvat;

Geleid door het voorzorgsprincipe, krachtens hetwelk het ontbreken van volledige wetenschappelijke zekerheid niet kan worden gebruikt als argument voor het uitstellen van efficiënte maatregelen die aantasting van het milieu voorkomen of tot een minimum beperken, indien er gevaar van ernstige en onomkeerbare schade bestaat;

Overwegende dat Staten moeten samenwerken in een geest van mondiale solidariteit teneinde het ecosysteem van de Aarde te behouden, te beschermen en te herstellen, aangezien deze Staten in verschillende mate hebben bijgedragen aan de aantasting van het milieu in de wereld, waardoor ze gedeelde en tevens verschillende verantwoordelijkheden hebben;

Geleid door de wens een langdurige samenwerking tussen hun landen aan te gaan, die gebaseerd is op gelijkwaardigheid en wederkerigheid, evenals op wederzijdse hulp en overleg, en die gericht is op het effectief verwezenlijken van duurzame ontwikkeling, waarbij de participatie wordt bevorderd van alle maatschappelijke belangengroeperingen;

Overwegende dat daartoe een verdrag zou moeten worden gesloten, waarmee een wettelijk en bestuurlijk kader voor toekomstige activiteiten wordt geschapen;

Zijn als volgt overeengekomen:

Artikel I
1.

De twee Regeringen komen hierbij overeen een langdurige samenwerking tussen hun landen, die gebaseerd is op gelijkwaardigheid en wederkerigheid, evenals op wederzijdse hulp en overleg, teneinde op effectieve en efficiënte wijze duurzame ontwikkeling in al zijn facetten na te streven, waarbij de participatie van alle maatschappelijke belangengroeperingen wordt bevorderd.

2.

Overeenkomstig het bovenstaande scheppen zij hierbij een wettelijk en institutioneel kader voor de ontwikkeling en uitvoering van beleidsmaatregelen, afspraken, programma's en projecten die zijn gericht op verwezenlijking van de doelstelling van dit Verdrag.

Artikel II

De in artikel I genoemde beleidsmaatregelen, afspraken, programma's en projecten kunnen de volgende doelstellingen hebben:

Artikel III

Onverminderd hun respectievelijke internationale verplichtingen, zullen beide Regeringen gezamenlijk overleg voeren over de in te nemen standpunten ten aanzien van onderwerpen inzake duurzame ontwikkeling die in internationale instanties en specialistische internationale conferenties aan de orde worden gesteld. Indien dit nodig en wenselijk wordt geacht, zullen ook andere landen bij dit overleg worden betrokken.

Artikel IV
1.

De samenwerking, en in het bijzonder de beleidsmaatregelen, afspraken, programma's en projecten zoals bedoeld in artikel I, zullen tot stand komen op basis van de tussen beide landen bestaande verdragen, beleidsmaatregelen, afspraken, programma's en projecten, en zullen op geen enkele wijze gevolgen hebben voor de verplichtingen die beide landen in het kader van andere verdragen zijn aangegaan.

2.

Wat betreft de eventuele programma's en projecten voor duurzame ontwikkeling die tussen beide Regeringen zijn overeengekomen vóór de datum van de inwerkingtreding van dit Verdrag, en die nog niet op die datum zijn afgerond, zullen beide Regeringen besluiten of, en zo ja in welke mate, het desbetreffende project of programma door dit Verdrag zal worden geregeld.

Artikel V
1.

De beide Regeringen richten hierbij een Gezamenlijke Commissie op, waarvoor elk van beide Regeringen niet meer dan twee hoge functionarissen aanwijst. Beide Regeringen zullen een nationaal uitvoerend mechanisme aanwijzen volgens het bepaalde in artikel VI.

2.

De eerste vergadering van de Gezamenlijke Commissie zal bijeen worden geroepen door de Regering van het Koninkrijk der Nederlanden en die van de Republiek Costa Rica, en wel binnen maximaal zes maanden na de inwerkingtreding van dit Verdrag. Daarna zullen de vergaderingen van de Gezamenlijke Commissie plaatsvinden ofwel op besluit van deze Commissie, ofwel op schriftelijk verzoek van één van beide Regeringen.

3.

De Gezamenlijke Commissie zal de uitvoering van dit Verdrag door middel van de in artikel I genoemde beleidsmaatregelen, afspraken, programma 's en projecten, bevorderen en permanent onder toezicht houden.

4.

De Gezamenlijke Commissie kan de uitvoering van dit Verdrag geheel of gedeeltelijk delegeren aan de in artikel VI genoemde uitvoerende instanties, al naar gelang in welk land de activiteiten plaatsvinden.

5.

De Gezamenlijke Commissie zal beslissen welke natuurlijke personen, al dan niet vertegenwoordigers van gouvernementele of nietgouvernementele organisaties, op grond van hun voor dit Verdrag relevante ervaring in aanmerking komen om haar vergaderingen als waarnemers bij te wonen teneinde hun advies in te winnen, op basis van de door genoemde Commissie te stellen voorwaarden.

6.

De beslissingen van de Gezamenlijke Commissie zullen worden genomen op basis van eenstemmigheid tussen beide partijen.

Artikel VI

Teneinde de uitvoering van dit verdrag te bevorderen, zullen beide regeringen een nationaal mechanisme aanwijzen of in het leven roepen voor de voorbereiding en uitvoering van beslissingen die in het kader van dit verdrag zijn genomen.

De beide regeringen zullen elkaar op de hoogte stellen van de door hen te benoemen uitvoerende instantie.

Bij de voorbereiding en uitvoering van dergelijke beslissingen zal de participatie van alle maatschappelijke belangengroeperingen van beide landen worden bevorderd.

Artikel VII
1.

Dit Verdrag treedt in werking op de dag waarop de beide Regeringen elkaar schriftelijk hebben medegedeeld dat aan de hiervoor vereiste wettelijke procedures van hun onderscheiden landen is voldaan.

2.

Dit Verdrag blijft van kracht voor onbepaalde tijd. Beide Regeringen kunnen op ieder moment dit Verdrag opzeggen of de werking ervan opschorten door middel van een aan de andere Regering gerichte kennisgeving.

De opschorting wordt van kracht op de datum van ontvangst van de kennisgeving door de andere Regering en zal eindigen op de datum van ontvangst van de schriftelijke kennisgeving dat de opschorting beëindigd is.

De opzegging treedt in werking op de eerste dag van de maand volgend op de afloop van een periode van drie maanden na de datum van ontvangst van de kennisgeving waarin de andere Regering het Verdrag opzegt.

3.

Met betrekking tot de programma's en projecten die voor de datum van opzegging of opschorting van de werking van dit Verdrag zijn gestart, zullen beide partijen beslissen of, en zo ja in welke mate, de bepalingen van dit Verdrag van kracht zullen blijven totdat genoemde programma's en projecten zijn afgerond.

4.

Indien om wat voor reden dan ook dit Verdrag door één van beide Regeringen wordt opgezegd of gedurende meer dan één jaar wordt opgeschort,

zal in onderling overleg worden beslist welke bestemming aan de goederen en materialen van de programma's en projecten gegeven wordt.

5.

Dit Verdrag kan worden gewijzigd door middel van uitwisseling van diplomatieke nota's tussen beide Regeringen. Wijzigingen worden van kracht op de datum dat beide Regeringen elkaar schriftelijk op de hoogte hebben gesteld dat aan de vereiste wettelijke procedures is voldaan

TEN BLIJKE WAARVAN de ondergetekenden, daartoe naar behoren gemachtigd door hun onderscheiden Regeringen, dit Verdrag hebben ondertekend.

GEDAAN te Noordwijk, op 21 maart 1994 in tweevoud, in de Nederlandse en de Spaanse taal, zijnde beide teksten gelijkelijk authentiek.

Voor de Regering van het Koninkrijk der Nederlanden,

(w.g. ) J. P. PRONK

(w.g.) J. G. M. ALDERS

Voor de Regering van de Republiek Costa Rica,

(w.g. ) G. SERRANO PINTO

(w.g.) O. MORALES MATAMOROS