Tweede Verdrag tussen het Koninkrijk der Nederlanden en de Bondsrepubliek Duitsland inzake grenscorrecties (Tweede Verdrag inzake grenscorrecties)

Type Verdrag
Publication 1996-11-01
State In force
Source BWB
Wijzigingsgeschiedenis JSON API

Het Koninkrijk der Nederlanden

en

de Bondsrepubliek Duitsland,

Verlangend de nadelen die bij de uitvoering van de bepalingen van het op 8 april 1960 te 's-Gravenhage tussen het Koninkrijk der Nederlanden en de Bondsrepubliek Duitsland tot stand gekomen Verdrag nopens het verloop van de gemeenschappelijke landgrens, de grenswateren, het grondbezit in de nabijheid van de grens, het grensoverschrijdende verkeer over land en via de binnenwateren en andere met de grens verband houdende vraagstukken (Grensverdrag) zijn gebleken, op te heffen,

Gelet op de goede resultaten die zijn verkregen door het op 30 oktober 1980 te Bonn tussen het Koninkrijk der Nederlanden en de Bondsrepubliek Duitsland tot stand gekomen Verdrag inzake grenscorrecties (Eerste Verdrag inzake grenscorrecties),

Zijn als volgt overeengekomen:

Artikel 1
1.

De door het Grensverdrag en door het Eerste Verdrag inzake grenscorrecties vastgestelde grens tussen het Koninkrijk der Nederlanden en de Bondsrepubliek Duitsland wordt als volgt wederom herzien:

2.

De 18 bijgevoegde kaarten worden geacht deel uit te maken van dit Verdrag.1)De kaarten zijn niet afgedrukt; zij liggen ter inzage op het Ministerie van Buitenlandse Zaken en op de Directies van het Kadaster en de Openbare Registers van de grensprovincies.

3.

Na de overgang van de in het eerste lid, onderdeel 7, genoemde percelen aan het Koninkrijk der Nederlanden respectievelijk de Bondsrepubliek Duitsland, loopt de grens in het gebied tussen de grenspunten 238 A en 238 D (gebied van de gemeenten Kerkrade/ Herzogenrath) in het midden van de Worm. Zij volgt de natuurlijke veranderingen van de waterloop.

Artikel 2
1.

De Bondsrepubliek Duitsland doet afstand van haar rechten met betrekking tot de percelen die krachtens artikel 1 aan het Koninkrijk der Nederlanden overgaan.

2.

Het Koninkrijk der Nederlanden doet afstand van zijn rechten met betrekking tot de percelen die krachtens artikel 1 aan de Bondsrepubliek Duitsland overgaan.

Artikel 3
1.

Het openbare vermogen dat het algemeen belang dient in de in artikel 1 bedoelde gebieden die aan het Koninkrijk der Nederlanden overgaan, behoort met alle rechten, lasten en verplichtingen toe aan het Koninkrijk der Nederlanden of aan de daarvoor in aanmerking komende publiekrechtelijke rechtspersonen in Nederland.

2.

Het openbare vermogen dat het algemeen belang dient in de in artikel 1 bedoelde gebieden die aan de Bondsrepubliek Duitsland overgaan, behoort met alle rechten, lasten en verplichtingen toe aan de Bondsrepubliek Duitsland of aan de daarvoor in aanmerking komende publiekrechtelijke rechtspersonen in de Bondsrepubliek Duitsland.

Artikel 4

De afbakening van de nieuwe gedeelten van de Nederlands-Duitse grens, die tengevolge van de in artikel 1 bedoelde ruil ontstaan, wordt in onderling overleg opgedragen aan de bevoegde autoriteiten van het kadaster. De kosten hiervan worden door de Verdragsluitende Partijen elk voor de helft gedragen.

Artikel 5
1.

De bevoegde autoriteiten regelen, voor zover mogelijk binnen zes maanden na de inwerkingtreding van dit Verdrag, de bestuursvraagstukken die verband houden met de overgang van de in artikel 1 bedoelde gebieden, zoals de overdracht van akten en dokumenten, en voeren de vereiste maatregelen in onderling overleg uit.

2.

Voor zover de overdracht van openbare registers, kadastrale registers en kaarten of daarbij behorende stukken niet mogelijk is, worden gewaarmerkte afschriften verstrekt.

Artikel 6
1.

Dit Verdrag moet worden bekrachtigd; de akten van bekrachtiging dienen zo spoedig mogelijk te Bonn te worden uitgewisseld.

2.

Dit Verdrag treedt op de eerste dag van de tweede maand na de uitwisseling van de akten van bekrachtiging in werking.

GEDAAN te 's-Gravenhage, op 20 oktober 1992, in tweevoud, in de Nederlandse en de Duitse taal, waarbij beide teksten gelijkelijk authentiek zijn.

Voor het Koninkrijk der Nederlanden,

(w.g.) H. VAN DEN BROEK

Voor de Bondsrepubliek Duitsland,

(w.g.) KLAUS J. CITRON

De raadpleging van dit document komt niet in de plaats van het lezen van het oorspronkelijke Staatsblad of de Staatscourant. Wij aanvaarden geen aansprakelijkheid voor eventuele onnauwkeurigheden die voortvloeien uit de omzetting van het origineel naar dit formaat.