← Geldende tekst · Geschiedenis

Verdrag inzake het merkenrecht

Geldende tekst a fecha 1996-12-19
Artikel 1. Verkorte uitdrukkingen

Tenzij uitdrukkelijk anders vermeld, wordt voor de toepassing van dit Verdrag verstaan onder:

Artikel 2. Merken waarop dit Verdrag van toepassing is
1.

[Aard van de merken]

2.

[Soorten merken]

Artikel 3. Aanvrage
1.

[In de aanvrage te vermelden of daarbij te voegen gegevens of bestanddelen; rechten]

2.

[Wijze van indiening] Wat betreft de voorwaarden voor de wijze van indiening van de aanvrage, wijst geen enkele Verdragsluitende Partij de aanvrage af,

3.

[Taal] Elke Verdragsluitende Partij kan verlangen dat de aanvrage is gesteld in de door het bureau toegelaten taal of een van de door het bureau toegelaten talen. Wanneer het bureau meer dan een taal toelaat, kan van de deposant worden verlangd dat hij aan eventuele andere ten aanzien van het bureau geldende voorwaarden met betrekking tot de talen voldoet, met dien verstande dat niet kan worden verlangd dat de aanvrage in meer dan een taal is gesteld.

4.

[Ondertekening]

5.

[Eén aanvrage voor waren en/of diensten die tot verschillende klassen behoren] Een en dezelfde aanvrage kan betrekking hebben op verschillende waren en/of diensten, ongeacht of deze tot een of meerdere klassen van de Classificatie van Nice behoren.

6.

[Feitelijk gebruik] Elke Verdragsluitende Partij kan verlangen dat, wanneer een verklaring betreffende het voornemen het merk te gebruiken is ingediend overeenkomstig het eerste lid, letter a, onder xvvii, de deposant aan het bureau binnen een in haar wetgeving vastgestelde termijn, met inachtneming van de in het Reglement voorgeschreven minimumtermijn, bewijsstukken betreffende het feitelijk gebruik van het merk verstrekt, zoals voorgeschreven door genoemde wetgeving.

7.

[Verbod van andere voorwaarden] Geen enkele Verdragsluitende Partij mag eisen dat aan andere dan aan de in het eerste tot en met het vierde en in het zesde lid bedoelde voorwaarden wordt voldaan met betrekking tot de aanvrage. Met name de volgende voorwaarden mogen niet worden gesteld zolang de aanvrage in behandeling is:

8.

[Bewijsstukken] Elke Verdragsluitende Partij kan verlangen dat in de loop van het onderzoek betreffende de aanvrage aan het bureau bewijsstukken worden verstrekt wanneer het bureau redelijkerwijs kan twijfelen aan de juistheid van een gegeven in of bestanddeel van de aanvrage.

Artikel 4. Gemachtigde; Domiciliekeuze
1.

[Tot optreden bevoegde gemachtigden] Elke Verdragsluitende Partij kan verlangen dat een persoon die ten behoeve van een procedure voor het bureau als gemachtigde is aangewezen, bevoegd is om als gemachtigde voor het bureau op te treden.

2.

[Verplichte vertegenwoordiging; domiciliekeuze]

3.

Volmacht

4.

[Taal] Elke Verdragsluitende Partij kan verlangen dat de volmacht is gesteld in de door het bureau toegelaten taal of in een van de door het bureau toegelaten talen.

5.

[Verwijzing naar de volmacht] Elke Verdragsluitende Partij kan verlangen dat elk bericht dat ten behoeve van een procedure voor het bureau door een gemachtigde aan het bureau wordt gericht, een verwijzing bevat naar de volmacht op grond waarvan de gemachtigde handelt.

6.

[Verbod van andere voorwaarden] Geen enkele Verdragsluitende Partij mag eisen dat aan andere dan de in het derde tot en met het vijfde lid genoemde voorwaarden wordt voldaan met betrekking tot de in die leden geregelde aangelegenheden.

7.

[Bewijsstukken] Elke Verdragsluitende Partij kan verlangen dat aan het bureau bewijsstukken worden verstrekt wanneer het bureau redelijkerwijs kan twijfelen aan de juistheid van een gegeven in een van de in het tweede tot en met vijfde lid bedoelde berichten.

Artikel 5. Datum van het depot
1.

[Toegestane voorwaarden]

2.

[Toegestane bijkomende voorwaarde]

3.

[Correcties en termijnen] De voorwaarden voor het aanbrengen van correcties in verband met het eerste en tweede lid, alsmede de termijnen daarvoor, worden vastgesteld in het Reglement.

4.

[Verbod van andere voorwaarden] Geen enkele Verdragsluitende Partij mag eisen dat aan andere dan de in het eerste en tweede lid bedoelde voorwaarden wordt voldaan met betrekking tot de datum van het depot.

Artikel 6. Eén inschrijving voor waren en/of diensten die tot verschillende klassen behoren

Wanneer waren en/of diensten die tot verschillende klassen van de Classificatie van Nice behoren in één en dezelfde aanvrage zijn vermeld, leidt deze aanvrage tot één inschrijving.

Artikel 7. Splitsing van de aanvrage en de inschrijving
1.

[Splitsing van de aanvrage]

2.

[Splitsing van de inschrijving] Het eerste lid is van overeenkomstige toepassing op de splitsing van een inschrijving. Deze splitsing is toegestaan

Artikel 8. Ondertekening
1.

[Bericht op papier] Wanneer aan het bureau van een Verdragsluitende Partij een bericht op papier wordt toegezonden en een handtekening vereist is,

2.

[Bericht per telefax]

3.

[Bericht langs elektronische weg] Wanneer een Verdragsluitende Partij de toezending van berichten aan het bureau langs elektronische weg toestaat, moet zij een bericht als ondertekend beschouwen indien daarmede de identiteit van de afzender van het langs elektronische weg toegezonden bericht kan worden vastgesteld, zoals voorgeschreven door de Verdragsluitende Partij.

4.

[Verbod van de eis tot certificatie] Geen enkele Verdragsluitende Partij mag verlangen dat een in de voorgaande leden bedoelde handtekening of enig ander middel ter identificatie van een persoon door een ambtenaar of notaris voor eensluidend wordt verklaard, gewaarmerkt, gelegaliseerd of anderszins gecertificeerd, behalve, indien de wetgeving van de Verdragsluitende Partij zulks voorschrijft, wanneer de handtekening betrekking heeft op het afzien van inschrijving.

Artikel 9. Klasse-indeling van waren en/of diensten
1.

[Aanduiding van waren en/of diensten] Elke door een bureau verrichte inschrijving en openbaarmaking die betrekking heeft op een aanvrage of inschrijving en waarin waren en/of diensten zijn vermeld, dient de waren en/of diensten aan te duiden met hun naam, gerangschikt volgens de klassen van de Classificatie van Nice, waarbij iedere soort waren of diensten wordt voorafgegaan door het nummer van de klasse van deze classificatie waartoe deze groep waren of diensten behoort, en weergegeven in de volgorde van de klassen van bedoelde classificatie.

2.

[Waren of diensten van dezelfde klasse of van verschillende klassen]

Artikel 10. Naams- of adreswijziging
1.

[Wijziging van de naam of het adres van de rechthebbende]

2.

[Wijziging van de naam of het adres van de deposant] Het eerste lid is van overeenkomstige toepassing wanneer de wijziging betrekking heeft op een of meer aanvragen, dan wel op zowel een of meer aanvragen als een of meer inschrijvingen, met dien verstande dat wanneer de aanvrage nog geen nummer heeft gekregen of wanneer dit nummer de deposant of diens gemachtigde niet bekend is, het verzoekschrift de aanvrage op een andere wijze dient aan te duiden, zoals voorgeschreven in het Reglement.

3.

[Wijziging van de naam of het adres van de gemachtigde of met betrekking tot de domiciliekeuze] Het eerste lid is van overeenkomstige toepassing op een wijziging van de naam of het adres van de eventuele gemachtigde en op een wijziging met betrekking tot de eventuele domiciliekeuze.

4.

[Verbod van andere voorwaarden] Geen enkele Verdragsluitende Partij mag eisen dat aan andere dan de in het eerste tot en met het derde lid genoemde voorwaarden wordt voldaan met betrekking tot het in dit artikel bedoelde verzoekschrift. Met name de overlegging van een bewijs betreffende de wijziging mag niet worden verlangd.

5.

[Bewijsstukken] Elke Verdragsluitende Partij kan verlangen dat aan het bureau bewijsstukken worden verstrekt wanneer het bureau redelijkerwijs kan twijfelen aan de juistheid van een gegeven in het verzoekschrift.

Artikel 11. Verandering van rechthebbende
1.

[Verandering van rechthebbende op een inschrijving]

2.

[Taal; vertaling]

3.

[Verandering van rechthebbende op de aanvrage] Het eerste en het tweede lid zijn van overeenkomstige toepassing wanneer de verandering van rechthebbende betrekking heeft op een of meer aanvragen, dan wel op zowel een of meer aanvragen als een of meer inschrijvingen, met dien verstande dat wanneer de aanvrage nog geen nummer heeft gekregen of indien dit nummer de deposant of diens gemachtigde niet bekend is, het verzoekschrift de aanvrage op een andere wijze dient aan te duiden, zoals voorgeschreven in het Reglement.

4.

[Verbod van andere voorwaarden] Geen enkele Verdragsluitende Partij mag eisen dat aan andere dan de in het eerste tot en met het derde lid bedoelde voorwaarden wordt voldaan met betrekking tot het in dit artikel bedoelde verzoekschrift. Met name de volgende voorwaarden mogen niet worden gesteld:

5.

[Bewijsstukken] Elke Verdragsluitende Partij kan verlangen dat aan het bureau bewijsstukken, of indien het eerste lid, letter c of letter e, van toepassing is, aanvullende bewijsstukken worden verstrekt wanneer het bureau redelijkerwijs kan twijfelen aan de juistheid van een gegeven in het verzoekschrift of in een in dit artikel bedoeld document.

Artikel 12. Correctie van een fout
1.

[Correctie van een fout met betrekking tot een inschrijving]

2.

[Correctie van een fout met betrekking tot een aanvrage] Het eerste lid is van overeenkomstige toepassing wanneer de correctie betrekking heeft op een of meer aanvragen, dan wel op zowel een of meer aanvragen als een of meer inschrijvingen, met dien verstande dat wanneer de aanvrage nog geen nummer heeft gekregen of wanneer dit nummer de deposant of diens gemachtigde niet bekend is, het verzoekschrift de aanvrage op een andere wijze dient aan te duiden, zoals voorgeschreven in het Reglement.

3.

[Verbod van andere voorwaarden] Geen enkele Verdragsluitende Partij mag eisen dat aan andere dan de in het eerste en het tweede lid bedoelde voorwaarden wordt voldaan met betrekking tot het in dit artikel bedoelde verzoekschrift.

4.

[Bewijsstukken] Elke Verdragsluitende Partij kan verlangen dat aan het bureau bewijsstukken worden verstrekt wanneer het bureau er redelijkerwijs aan kan twijfelen of de gesignaleerde fout werkelijk een fout is.

5.

[Door het bureau gemaakte fouten] Het bureau van een Verdragsluitende Partij corrigeert zijn eigen fouten, ambtshalve of op verzoek, zonder dat hiervoor rechten verschuldigd zijn.

6.

[Niet te corrigeren fouten] Geen enkele Verdragsluitende Partij is verplicht het eerste, tweede en vijfde lid toe te passen op fouten die op grond van haar wetgeving niet kunnen worden gecorrigeerd.

Artikel 13. Geldigheidsduur en vernieuwing van de inschrijving
1.

In het verzoek om vernieuwing te vermelden of daarbij te voegen gegevens of bestanddelen; rechten

2.

[Wijze van indiening] Wat betreft de voorwaarden voor de wijze van indiening van het verzoek om vernieuwing, wijst geen enkele Verdragsluitende Partij het verzoekschrift af,

3.

[Taal] Elke Verdragsluitende Partij kan verlangen dat het verzoek om vernieuwing is gesteld in de door het bureau toegelaten taal of in een van de door het bureau toegelaten talen.

4.

[Verbod van andere voorwaarden] Geen enkele Verdragsluitende Partij mag eisen dat aan andere dan aan de in het eerste tot en met het derde lid bedoelde voorwaarden wordt voldaan met betrekking tot het verzoek om vernieuwing. Met name de volgende voorwaarden mogen niet worden gesteld:

5.

[Bewijsstukken] Elke Verdragsluitende Partij kan verlangen dat in de loop van het onderzoek betreffende het verzoek om vernieuwing aan het bureau bewijsstukken worden verstrekt wanneer het bureau redelijkerwijs kan twijfelen aan de juistheid van een gegeven in of bestanddeel van het verzoek om vernieuwing.

6.

[Verbod van inhoudelijk onderzoek] Geen enkel bureau van een Verdragsluitende Partij mag ten behoeve van de vernieuwing overgaan tot een onderzoek naar de inhoud van de inschrijving.

7.

[Geldigheidsduur] De aanvankelijke termijn van de inschrijving en de geldigheidsduur van elke vernieuwde inschrijving belopen 10 jaar.

Artikel 14. Commentaar in geval van voorgenomen afwijzing

Een aanvrage of een verzoekschrift ingevolge de artikelen 10 tot en met 13 kan niet geheel of ten dele door een bureau worden afgewezen zonder de deposant of de verzoeker, naar gelang het geval, in de gelegenheid te hebben gesteld binnen een redelijke termijn commentaar te leveren op de voorgenomen afwijzing.

Artikel 15. Verplichting om zich te houden aan het Verdrag van Parijs

Elke Verdragsluitende Partij houdt zich aan de bepalingen van het Verdrag van Parijs die betrekking hebben op merken.

Artikel 16. Dienstmerken

Elke Verdragsluitende Partij schrijft dienstmerken in en past daarop de bepalingen van het Verdrag van Parijs toe die betrekking hebben op warenmerken.

Artikel 17. Reglement
1.

[Inhoud]

2.

[Verschil tussen het Verdrag en het Reglement] In geval van verschil tussen de bepalingen van het Verdrag en die van het Reglement, gaan de eerstbedoelde bepalingen voor.

Artikel 18. Herziening; protocollen
1.

[Herziening] Dit Verdrag kan door een diplomatieke conferentie worden herzien.

2.

[Protocollen] Ten behoeve van een verdergaande harmonisering van het merkenrecht kunnen door een diplomatieke conferentie protocollen worden aangenomen, voor zover deze protocollen niet in strijd zijn met de bepalingen van dit Verdrag.

Artikel 19. Partij worden bij het Verdrag
1.

[Vereisten] De onderstaande entiteiten kunnen dit Verdrag ondertekenen en, met inachtneming van het tweede en derde lid en van artikel 20, eerste en derde lid, Partij worden bij dit Verdrag:

2.

[Bekrachtiging of toetreding] Elke in het eerste lid bedoelde entiteit kan

3.

[Effectieve datum van nederlegging]

Artikel 20. Datum waarop bekrachtigingen en toetredingen van kracht worden
1.

[In aanmerking te nemen akten] Voor de toepassing van dit artikel worden alleen de akten van bekrachtiging of toetreding in aanmerking genomen die zijn nedergelegd door de in artikel 19, eerste lid, bedoelde entiteiten en waarvoor een datum van nederlegging geldt overeenkomstig artikel 19, derde lid.

2.

[Inwerkingtreding van het Verdrag] Dit Verdrag treedt in werking drie maanden nadat vijf Staten hun akten van bekrachtiging of toetreding hebben nedergelegd.

3.

[Datum waarop bekrachtigingen en toetredingen van kracht worden na de inwerkingtreding van het Verdrag] Elke andere entiteit dan de in het tweede lid bedoelde wordt door dit Verdrag gebonden drie maanden na de datum waarop zij haar akte van bekrachtiging of toetreding heeft nedergelegd.

Artikel 21. Voorbehouden
1.

[Bijzondere soorten merken] Niettegenstaande artikel 2, eerste lid, letter a, en tweede lid, letter a, kan elke Staat of intergouvernementele organisatie door middel van een voorbehoud verklaren dat de bepalingen van de artikelen 3, eerste en tweede lid, 5, 7, 11 en 13 niet van toepassing zijn op geassocieerde merken, defensieve merken of afgeleide merken. In dat voorbehoud dient te worden aangegeven op welke van de genoemde bepalingen het voorbehoud betrekking heeft.

2.

[Wijze waarop voorbehoud wordt gemaakt] Een voorbehoud ingevolge het eerste lid wordt gemaakt in een verklaring bij de akte van bekrachtiging van c.q. toetreding tot dit Verdrag van de Staat of intergouvernementele organisatie die het voorbehoud maakt.

3.

[Intrekking] Een voorbehoud ingevolge het eerste lid kan te allen tijde worden ingetrokken.

4.

[Verbod van andere voorbehouden] Op dit Verdrag kan geen ander voorbehoud dan het krachtens het eerste lid toegestane voorbehoud worden gemaakt.

Artikel 22. Overgangsbepalingen
1.

[Eén aanvrage voor waren en diensten die tot verschillende klassen behoren; deling van de aanvrage]

2.

[Eén volmacht voor meer dan een aanvrage en/of inschrijving] Niettegenstaande artikel 4, derde lid, letter b, kan elke Staat of intergouvernementele organisatie verklaren dat een volmacht slechts betrekking kan hebben op één aanvrage of één inschrijving.

3.

[Verbod van de eis tot certificatie van de handtekening onder een volmacht of aanvrage] Niettegenstaande artikel 8, vierde lid, kan elke Staat of intergouvernementele organisatie verklaren dat kan worden verlangd dat de handtekening onder een volmacht of de handtekening van de deposant door een ambtenaar of notaris voor eensluidend moet worden verklaard, gewaarmerkt, gelegaliseerd of anderszins gecertificeerd.

4.

[Eén verzoekschrift voor meer dan een aanvrage of inschrijving betreffende een naams- of adreswijziging, een verandering van rechthebbende of correctie van een fout] Niettegenstaande artikel 10, eerste lid, letter e, tweede en derde lid, artikel 11, eerste lid, letter h, en derde lid, en artikel 12, eerste lid, letter e, en tweede lid, kan elke Staat of intergouvernementele organisatie verklaren dat een verzoek om aantekening van een naams- of adreswijziging, een verzoek om aantekening van een verandering van rechthebbende of een verzoek om correctie van een fout maar betrekking kan hebben op één aanvrage of één inschrijving.

5.

[De overlegging van een verklaring en/of het verstrekken van bewijsstukken betreffende het gebruik van het merk bij vernieuwing] Niettegenstaande artikel 13, vierde lid, onder iii, kan elke Staat of intergouvernementele organisatie verklaren dat hij c.q. zij bij vernieuwing de overlegging van een verklaring en/of het verstrekken van bewijsmiddelen betreffende het gebruik van het merk verlangt.

6.

[Inhoudelijk onderzoek bij vernieuwing] Niettegenstaande artikel 13, zesde lid, kan elke Staat of intergouvernementele organisatie verklaren dat het bureau bij de eerste vernieuwing van een inschrijving betreffende diensten kan overgaan tot een onderzoek naar de inhoud van de inschrijving, met dien verstande dat dit onderzoek slechts strekt tot het uitsluiten van meervoudige inschrijvingen op grond van aanvragen die worden ingediend gedurende een termijn van zes maanden na de inwerkingtreding van de wetgeving van die Staat of organisatie die, vóór de inwerkingtreding van dit Verdrag, de mogelijkheid om dienstmerken in te schrijven heeft ingevoerd.

7.

[Gemeenschappelijke bepalingen]

8.

[Verlies van rechtskracht van de verklaring]

9.

[Partij worden bij het Verdrag] Tot 31 december 1999 kan elke Staat die op de datum van aanneming van dit Verdrag lid is van de Internationale Unie voor de bescherming van de industriële eigendom (Unie van Parijs), zonder lid te zijn van de Organisatie, niettegenstaande artikel 19, eerste lid, onder i, Partij bij dit Verdrag worden indien merken kunnen worden ingeschreven bij zijn eigen bureau.

Artikel 23. Opzegging van het Verdrag
1.

[Kennisgeving] Elke Verdragsluitende Partij kan dit Verdrag opzeggen door middel van een aan de Directeur-Generaal gerichte kennisgeving.

2.

[Datum waarop de opzegging van kracht wordt] De opzegging wordt van kracht een jaar na de datum waarop de Directeur-Generaal de kennisgeving heeft ontvangen. De opzegging heeft geen gevolgen voor de toepassing van dit Verdrag op aanvragen die in behandeling zijn of merken die zijn ingeschreven met betrekking tot de opzeggende Verdragsluitende Partij op het tijdstip waarop de genoemde termijn van een jaar verstrijkt, met dien verstande dat de opzeggende Verdragsluitende Partij na het verstrijken van de genoemde termijn van een jaar kan ophouden dit Verdrag toe te passen op een inschrijving, zulks vanaf de datum waarop de inschrijving moet worden vernieuwd.

Artikel 24. Talen van het Verdrag; ondertekening
1.

[Originele teksten; officiële teksten]

2.

[Termijn voor ondertekening] Dit Verdrag blijft gedurende een jaar na de aanneming ervan voor ondertekening openstaan op de zetel van de Organisatie.

Artikel 25. Depositaris

De Directeur-Generaal is depositaris van dit Verdrag.

Voorschrift 1. Verkorte uitdrukkingen
1.

[„Verdrag"; „artikel"]

2.

[In het Verdrag omschreven verkorte uitdrukkingen] De voor de toepassing van het Verdrag in artikel 1 omschreven verkorte uitdrukkingen hebben dezelfde betekenis voor de toepassing van het Reglement.

Voorschrift 2. Wijze van vermelden van namen en adressen
1.

[Naam]

2.

[Adres]

3.

[Te gebruiken lettertekens] Elke Verdragsluitende Partij kan verlangen dat de in het eerste en tweede lid bedoelde vermeldingen zijn gesteld in de door het bureau gebruikte lettertekens.

Voorschrift 3. (bijzonderheden betreffende) de aanvrage
1.

[Standaardtekens] Wanneer de aanvrage ingevolge artikel 3, eerste lid, letter a, onder ix, een verklaring omvat waaruit blijkt dat de deposant het merk wenst te doen inschrijven en openbaar maken in de door het bureau van de Verdragsluitende Partij gebruikte standaardtekens, schrijft het bureau dat merk in en maakt het dit openbaar in die standaardtekens.

2.

[Aantal afbeeldingen]

3.

[Afbeelding van een driedimensionaal merk]

4.

[Transliteratie van het merk] Voor de toepassing van artikel 3, eerste lid, letter a, onder xiii): wanneer het merk uit andere dan de door het bureau gebruikte lettertekens of cijfers bestaat, of deze bevat, kan een transliteratie daarvan in de door het bureau gebruikte lettertekens of cijfers worden verlangd.

5.

[Vertaling van het merk] Voor de toepassing van artikel 3, eerste lid, letter a, onder xiv): wanneer het merk uit een woord of woorden bestaat dan wel een woord of woorden bevat die zijn gesteld in een andere taal dan de door het bureau toegelaten taal of een van de door het bureau toegelaten talen, kan een vertaling van dat woord of die woorden in die taal of een van die talen worden verlangd.

6.

[Termijn voor het verstrekken van bewijsstukken betreffende het feitelijk gebruik van het merk] De in artikel 3, zesde lid, bedoelde termijn mag niet korter zijn dan zes maanden te rekenen vanaf de datum waarop de aanvrage ontvankelijk is verklaard door het bureau van de Verdragsluitende Partij waarbij die aanvrage is ingediend. De deposant of de rechthebbende heeft recht op verlenging van die termijn, met inachtneming van de in de wetgeving van die Verdragsluitende Partij gestelde voorwaarden, met perioden van telkens ten minste zes maanden, zulks tot in totaal ten minste tweeënhalf jaar.

Voorschrift 4. Bijzonderheden betreffende de aanstelling van een gemachtigde

De in artikel 4, derde lid, letter d, bedoelde termijn begint op de datum van ontvangst van het in dat artikel bedoelde bericht door het bureau van de betrokken Verdragsluitende Partij en beloopt ten minste een maand wanneer het adres van de persoon namens wie het bericht is verzonden, is gelegen op het grondgebied van die Verdragsluitende Partij, en ten minste twee maanden wanneer dit adres is gelegen buiten het grondgebied van die Verdragsluitende Partij.

Voorschrift 5. Bijzonderheden betreffende de datum van het depot
1.

[Te volgen procedure indien niet aan de voorwaarden wordt voldaan] Indien de aanvrage op het tijdstip waarop deze door het bureau wordt ontvangen, niet voldoet aan een van de voorwaarden als genoemd in artikel 5, eerste lid, letter a, of tweede lid, letter a, nodigt het bureau de deposant terstond uit om alsnog aan deze voorwaarde te voldoen binnen een in de uitnodiging genoemde termijn, welke termijn ten minste één maand beloopt, te rekenen vanaf de datum van de uitnodiging, wanneer het adres van de deposant is gelegen op het grondgebied van de betrokken Verdragsluitende Partij, en ten minste twee maanden wanneer het adres van de deposant buiten het grondgebied van de betrokken Verdragsluitende Partij is gelegen. Voor het gevolg geven aan de uitnodiging kunnen bijzondere rechten verschuldigd zijn. Zelfs indien het bureau de bedoelde uitnodiging niet zendt, blijven deze voorwaarden gelden.

2.

[Datum van het depot in geval van correctie] Indien de deposant binnen de in de uitnodiging genoemde termijn gevolg geeft aan de in het eerste lid bedoelde uitnodiging en de eventueel verschuldigde bijzondere rechten betaalt, geldt als datum van het depot de datum waarop alle in artikel 5, eerste lid, letter a, genoemde gegevens en bestanddelen door het bureau zijn ontvangen en, indien van toepassing, de in artikel 5, tweede lid, letter a, bedoelde vereiste rechten aan het bureau zijn betaald. Zo niet, dan wordt de aanvrage als niet ingediend beschouwd.

3.

[Datum van ontvangst] Het staat elke Verdragsluitende Partij vrij om de omstandigheden vast te stellen waaronder de ontvangst van een document of de betaling van rechten kan worden aangemerkt als ontvangst door c.q. betaling aan het bureau in de gevallen waarin het document in werkelijkheid is ontvangen door of de rechten in werkelijkheid zijn betaald aan

4.

[Gebruik van telefaxapparatuur] Wanneer een Verdragsluitende Partij de indiening van een aanvrage per telefax toestaat en de aanvrage per telefax wordt ingediend, geldt de datum van ontvangst van het telefaxbericht door het bureau van die Verdragsluitende Partij als datum van ontvangst van de aanvrage, met dien verstande dat de Verdragsluitende Partij kan verlangen dat het origineel van die aanvrage bij het bureau binnenkomt binnen een termijn die ten minste één maand beloopt, te rekenen vanaf de dag waarop het telefaxbericht door dat bureau is ontvangen.

Voorschrift 6. Bijzonderheden betreffende de ondertekening
1.

[Rechtspersonen] Wanneer een bericht wordt ondertekend namens een rechtspersoon, kan elke Verdragsluitende Partij verlangen dat de handtekening of het zegel van de natuurlijke persoon die ondertekent of wiens zegel wordt gebruikt, vergezeld gaat van de vermelding in letters van de geslachtsnaam of de eerste naam en de voornaam c.q. voornamen of de tweede naam van die persoon, dan wel, indien de betrokkene daaraan de voorkeur geeft, van de door hem gewoonlijk gebruikte naam of namen.

2.

[Bericht per telefax] De in artikel 8, tweede lid, letter b, bedoelde termijn beloopt ten minste één maand, te rekenen vanaf de datum van ontvangst van een toezending per telefax.

3.

[Datum] Elke Verdragsluitende Partij kan verlangen dat een handtekening of zegel vergezeld gaat van de vermelding van de datum waarop de handtekening is geplaatst of het zegel is aangebracht. Wanneer bedoelde vermelding wordt verlangd, maar deze achterwege is gelaten, wordt de handtekening geacht te zijn geplaatst of wordt het zegel geacht te zijn aangebracht op de datum waarop het bericht met de handtekening of het zegel door het bureau is ontvangen of, indien de Verdragsluitende Partij zulks toestaat, op een eerdere datum dan laatstbedoelde datum.

Voorschrift 7. Wijze van aanduiding van een aanvrage zonder nummer
1.

[Wijze van aanduiding] Wanneer wordt verlangd dat een aanvrage met haar nummer wordt aangeduid, maar indien daaraan nog geen nummer is gegeven of indien dit nummer de deposant of diens gemachtigde niet bekend is, wordt de aanvrage geacht voldoende te zijn aangeduid indien het onderstaande wordt verstrekt:

2.

[Verbod van andere voorwaarden] Geen enkele Verdragsluitende Partij mag eisen dat aan andere dan de in het eerste lid bedoelde voorwaarden wordt voldaan ter aanduiding van een aanvrage wanneer daaraan nog geen nummer is gegeven of wanneer dit de deposant of diens gemachtigde niet bekend is.

Voorschrift 8. Bijzonderheden betreffende de geldigheidsduur en vernieuwing

Voor de toepassing van artikel 13, eerste lid, letter c, begint de termijn gedurende welke het verzoek om vernieuwing kan worden ingediend en de vernieuwingsrechten kunnen worden betaald, ten minste zes maanden voor de datum waarop de vernieuwing moet plaatsvinden en eindigt deze ten vroegste zes maanden na die datum. Indien het verzoek om vernieuwing wordt ingediend en/of de vernieuwingsrechten worden betaald na de datum waarop vernieuwing moet plaatsvinden, kan elke Verdragsluitende Partij de vernieuwing afhankelijk stellen van de betaling van aanvullende rechten.