Artikel 1. Verkorte uitdrukkingen
Tenzij uitdrukkelijk anders vermeld, wordt voor de toepassing van dit Verdrag verstaan onder:
- i. „bureau": de instelling die door een Verdragsluitende Partij is belast met de inschrijving van merken;
- ii. „inschrijving": de inschrijving van een merk door een bureau;
- iii. „aanvrage": een aanvrage om inschrijving;
- iv. „persoon": zowel een natuurlijke persoon als een rechtspersoon;
- v. „rechthebbende": de persoon die blijkens het merkenregister rechthebbende op de inschrijving is;
- vi. „merkenregister": de verzameling gegevens, bijgehouden door een bureau, die de inhoud van alle inschrijvingen en alle met betrekking tot alle inschrijvingen geregistreerde gegevens bevat, ongeacht de informatiedrager waarin deze gegevens zijn opgeslagen;
- vii. „Verdrag van Parijs": het Verdrag van Parijs tot bescherming van de industriële eigendom, ondertekend te Parijs op 20 maart 1883, zoals herzien en gewijzigd;
- viii. „Classificatie van Nice": de classificatie vastgesteld bij de Overeenkomst van Nice betreffende de internationale classificatie van de waren en diensten ten behoeve van de inschrijving van merken, ondertekend te Nice op 15 juni 1957, zoals herzien en gewijzigd;
- ix. „Verdragsluitende Partij": een Staat of intergouvernementele organisatie die Partij is bij dit Verdrag;
- x. „akte van bekrachtiging" tevens akten van aanvaarding en goedkeuring;
- xi. „Organisatie": de Wereldorganisatie voor de Intellectuele Eigendom (WIPO/OMPI);
- xii. „Directeur-Generaal": de Directeur-Generaal van de Organisatie;
- xiii. „Reglement": het in artikel 17 bedoelde Reglement van dit Verdrag.
Artikel 2. Merken waarop dit Verdrag van toepassing is
[Aard van de merken]
- a. Dit Verdrag is van toepassing op merken die uit zichtbare tekens bestaan, met dien verstande dat uitsluitend Verdragsluitende Partijen die driedimensionale merken aanvaarden voor inschrijving, verplicht zijn dit Verdrag op die merken toe te passen.
- b. Dit Verdrag is niet van toepassing op hologram-merken en merken die niet uit zichtbare tekens bestaan, in het bijzonder geluids- en geurmerken.
[Soorten merken]
- a. Dit Verdrag is van toepassing op merken die betrekking hebben op waren (warenmerken) of diensten (dienstmerken) of die betrekking hebben op zowel waren als diensten.
- b. Dit Verdrag is niet van toepassing op collectieve merken, certificatiemerken en waarborgmerken.
Artikel 3. Aanvrage
[In de aanvrage te vermelden of daarbij te voegen gegevens of bestanddelen; rechten]
- a. Elke Verdragsluitende Partij kan verlangen dat een aanvrage alle of enkele van de onderstaande gegevens of bestanddelen bevat:
- i. een verzoek om inschrijving;
- ii. de naam en het adres van de deposant;
- iii. de naam van een Staat waarvan de deposant onderdaan is, indien hij onderdaan van een Staat is, de naam van de Staat waarin de deposant zijn woonplaats heeft, indien van toepassing, en de naam van een Staat waarin de deposant een daadwerkelijke en wezenlijke inrichting van nijverheid of handel heeft, indien van toepassing;
- iv. wanneer de deposant een rechtspersoon is, de rechtsvorm daarvan en de Staat en, in voorkomend geval, het gebiedsdeel van die Staat naar het recht waarvan deze rechtspersoon is opgericht;
- v. wanneer de deposant een gemachtigde heeft, de naam en het adres van deze gemachtigde;
- vi. wanneer ingevolge artikel 4, tweede lid, letter b, domiciliekeuze wordt verlangd, dit gekozen domicilie;
- vii. wanneer de deposant gebruik wenst te maken van de voorrang van een eerdere aanvrage, een verklaring waarin een beroep op de voorrang van die eerdere aanvrage wordt gedaan, tezamen met gegevens en bewijsstukken ter staving van de verklaring inzake voorrang die op grond van artikel 4 van het Verdrag van Parijs kunnen worden verlangd;
- viii. wanneer de deposant aanspraak wenst te maken op bescherming op grond van de presentatie van waren en/of diensten op een tentoonstelling, een daartoe strekkende verklaring, tezamen met gegevens ter staving van die verklaring, zoals voorgeschreven door de wetgeving van de Verdragsluitende Partij;
- ix. wanneer het bureau van de Verdragsluitende Partij tekens (letters en cijfers) gebruikt die het als standaardtekens beschouwt en wanneer de deposant het merk wenst te doen inschrijven en openbaar maken in standaardtekens, een daartoe strekkende verklaring;
- x. wanneer de deposant zich wenst te beroepen op kleur als onderscheidend kenmerk van het merk, een daartoe strekkende verklaring, alsmede de naam van de kleur(en) waarop hij zich beroept en voor elke kleur de vermelding van de voornaamste delen van het merk die de desbetreffende kleur hebben;
- xi. wanneer het merk een driedimensionaal merk is, een daartoe strekkende verklaring;
- xii. een of meer afbeeldingen van het merk;
- xiii. een transliteratie van het merk of van bepaalde delen van het merk;
- xiv. een vertaling van het merk of van bepaalde delen van het merk;
- xv. de namen van de waren en/of diensten waarvoor om inschrijving wordt verzocht, gerangschikt volgens de klassen van de Classificatie van Nice, waarbij iedere soort van waren of diensten wordt voorafgegaan door het nummer van de klasse van deze classificatie waartoe deze waren of diensten behoren, en weergegeven in de volgorde van de klassen van genoemde classificatie;
- xvi. de handtekening van de in het vierde lid bedoelde persoon;
- xvii. een verklaring betreffende het voornemen het merk te gebruiken, zoals voorgeschreven door de wetgeving van de Verdragsluitende Partij.
- b. De deposant kan in plaats van of naast de in letter a, onder xvii, bedoelde verklaring betreffende het voornemen het merk te gebruiken, een verklaring betreffende het feitelijk gebruik van het merk en bewijsstukken ter zake indienen, zoals voorgeschreven door de wetgeving van de Verdragsluitende Partij.
- c. Elke Verdragsluitende Partij kan verlangen dat voor de aanvrage rechten aan het bureau worden betaald.
[Wijze van indiening] Wat betreft de voorwaarden voor de wijze van indiening van de aanvrage, wijst geen enkele Verdragsluitende Partij de aanvrage af,
- i. wanneer de aanvrage in schriftelijke vorm op papier wordt ingediend, indien deze, met inachtneming van het derde lid, wordt ingediend op een formulier dat overeenkomt met het in het Reglement voorgeschreven aanvraagformulier,
- ii. wanneer de Verdragsluitende Partij de toezending van berichten aan het bureau per telefax toestaat en de aanvrage aldus wordt toegezonden, indien de versie op papier die een dergelijke toezending oplevert overeenkomt, met inachtneming van het derde lid, met het onder i) bedoelde aanvraagformulier.
[Taal] Elke Verdragsluitende Partij kan verlangen dat de aanvrage is gesteld in de door het bureau toegelaten taal of een van de door het bureau toegelaten talen. Wanneer het bureau meer dan een taal toelaat, kan van de deposant worden verlangd dat hij aan eventuele andere ten aanzien van het bureau geldende voorwaarden met betrekking tot de talen voldoet, met dien verstande dat niet kan worden verlangd dat de aanvrage in meer dan een taal is gesteld.
[Ondertekening]
- a. De in het eerste lid, letter a, onder xvi, bedoelde handtekening kan de handtekening zijn van de deposant of van diens gemachtigde.
- b. Niettegenstaande letter a, kan elke Verdragsluitende Partij verlangen dat de in het eerste lid, letter a, onder xvii, en letter b, bedoelde verklaringen door de deposant zelf zijn ondertekend, zelfs indien hij een gemachtigde heeft.
[Eén aanvrage voor waren en/of diensten die tot verschillende klassen behoren] Een en dezelfde aanvrage kan betrekking hebben op verschillende waren en/of diensten, ongeacht of deze tot een of meerdere klassen van de Classificatie van Nice behoren.
[Feitelijk gebruik] Elke Verdragsluitende Partij kan verlangen dat, wanneer een verklaring betreffende het voornemen het merk te gebruiken is ingediend overeenkomstig het eerste lid, letter a, onder xvvii, de deposant aan het bureau binnen een in haar wetgeving vastgestelde termijn, met inachtneming van de in het Reglement voorgeschreven minimumtermijn, bewijsstukken betreffende het feitelijk gebruik van het merk verstrekt, zoals voorgeschreven door genoemde wetgeving.
[Verbod van andere voorwaarden] Geen enkele Verdragsluitende Partij mag eisen dat aan andere dan aan de in het eerste tot en met het vierde en in het zesde lid bedoelde voorwaarden wordt voldaan met betrekking tot de aanvrage. Met name de volgende voorwaarden mogen niet worden gesteld zolang de aanvrage in behandeling is:
- i. de overlegging van een bewijs van, of een uittreksel uit, een handelsregister;
- ii. de vermelding dat de deposant een industriële of handelsactiviteit uitoefent, alsmede het verstrekken van bewijsstukken ter zake;
- iii. de vermelding dat de deposant een activiteit uitoefent die overeenstemt met de in de aanvrage vermelde waren en/of diensten, alsmede het verstrekken van bewijsstukken ter zake;
- iv. het verstrekken van bewijsstukken betreffende de inschrijving van het merk in het merkenregister van een andere Verdragsluitende Partij of van een Staat die Partij is bij het Verdrag van Parijs maar die geen Verdragsluitende Partij is, tenzij de deposant zich beroept op artikel 6 quinquies van het Verdrag van Parijs.
[Bewijsstukken] Elke Verdragsluitende Partij kan verlangen dat in de loop van het onderzoek betreffende de aanvrage aan het bureau bewijsstukken worden verstrekt wanneer het bureau redelijkerwijs kan twijfelen aan de juistheid van een gegeven in of bestanddeel van de aanvrage.
Artikel 4. Gemachtigde; Domiciliekeuze
[Tot optreden bevoegde gemachtigden] Elke Verdragsluitende Partij kan verlangen dat een persoon die ten behoeve van een procedure voor het bureau als gemachtigde is aangewezen, bevoegd is om als gemachtigde voor het bureau op te treden.
[Verplichte vertegenwoordiging; domiciliekeuze]
- a. Elke Verdragsluitende Partij kan verlangen dat, ten behoeve van een procedure voor het bureau, een persoon die geen woonplaats en geen daadwerkelijke en wezenlijke inrichting van nijverheid of handel op haar grondgebied heeft, zich doet vertegenwoordigen door een gemachtigde.
- b. Elke Verdragsluitende Partij kan, voor zover zij geen vertegenwoordiging verlangt overeenkomstig letter a, verlangen dat, ten behoeve van een procedure voor het bureau, een persoon die geen woonplaats en geen daadwerkelijke en wezenlijke inrichting van nijverheid of handel op haar grondgebied heeft, op dat grondgebied domicilie kiest.
Volmacht
- a. Wanneer een Verdragsluitende Partij toestaat of verlangt dat een deposant, een rechthebbende of een andere belanghebbende zich voor het bureau doet vertegenwoordigen door een gemachtigde, kan zij verlangen dat de gemachtigde wordt aangewezen in een afzonderlijk bericht (hierna te noemen „de volmacht"), voorzien van de naam van en ondertekend door de deposant, de rechthebbende of de andere belanghebbende, naar gelang het geval.
- b. De volmacht kan betrekking hebben op een of meer in de volmacht genoemde aanvragen en/of inschrijvingen, of, behoudens enige door de persoon die de gemachtigde aanwijst genoemde uitzondering, op alle bestaande en toekomstige aanvragen en/of inschrijvingen van die persoon.
- c. In de volmacht kunnen de bevoegdheden van de gemachtigde tot bepaalde handelingen worden beperkt. Elke Verdragsluitende Partij kan verlangen dat indien de gemachtigde bevoegd is een aanvraag in te trekken of van inschrijving af te zien, dit uitdrukkelijk in de volmacht dient te zijn vermeld.
- d. Wanneer bij het bureau een bericht wordt ingediend door een persoon die zichzelf daarin gemachtigde noemt, terwijl het bureau, op het tijdstip van ontvangst van het bericht, niet in het bezit is van de vereiste volmacht, kan de Verdragsluitende Partij verlangen dat de volmacht bij het bureau wordt ingediend binnen een door haar te vast te stellen termijn, met inachtneming van de in het Reglement voorgeschreven minimumtermijn. Elke Verdragsluitende Partij kan bepalen dat, wanneer de volmacht niet binnen de door haar vastgestelde termijn bij het bureau is overgelegd, het bericht van de genoemde persoon geen rechtsgevolg heeft.
- e. Wat betreft de voorwaarden voor de wijze van indiening en de inhoud van de volmacht, weigert geen enkele Verdragsluitende Partij de rechtsgevolgen aan de volmacht te verbinden,
- i. wanneer de volmacht in schriftelijke vorm op papier wordt ingediend, indien deze, met inachtneming van het vierde lid, wordt ingediend op een formulier dat overeenkomt met het volmachtformulier, voorzien in het Reglement,
- ii. wanneer de Verdragsluitende Partij de toezending van berichten aan het bureau per telefax toestaat en de volmacht aldus wordt toegezonden, mits de versie op papier die een dergelijke toezending oplevert overeenkomt, met inachtneming van het vierde lid, met het onder i) bedoelde volmachtformulier.
[Taal] Elke Verdragsluitende Partij kan verlangen dat de volmacht is gesteld in de door het bureau toegelaten taal of in een van de door het bureau toegelaten talen.
[Verwijzing naar de volmacht] Elke Verdragsluitende Partij kan verlangen dat elk bericht dat ten behoeve van een procedure voor het bureau door een gemachtigde aan het bureau wordt gericht, een verwijzing bevat naar de volmacht op grond waarvan de gemachtigde handelt.
[Verbod van andere voorwaarden] Geen enkele Verdragsluitende Partij mag eisen dat aan andere dan de in het derde tot en met het vijfde lid genoemde voorwaarden wordt voldaan met betrekking tot de in die leden geregelde aangelegenheden.
[Bewijsstukken] Elke Verdragsluitende Partij kan verlangen dat aan het bureau bewijsstukken worden verstrekt wanneer het bureau redelijkerwijs kan twijfelen aan de juistheid van een gegeven in een van de in het tweede tot en met vijfde lid bedoelde berichten.
Artikel 5. Datum van het depot
[Toegestane voorwaarden]
- a. Behoudens het in letter b en het tweede lid bepaalde, merkt een Verdragsluitende Partij als datum van het depot van een aanvrage aan de datum waarop het bureau de onderstaande gegevens en bestanddelen heeft ontvangen in de krachtens artikel 3, derde lid, vereiste taal:
- i. de expliciete of impliciete vermelding dat wordt verzocht om de inschrijving van een merk;
- ii. gegevens aan de hand waarvan de identiteit van de deposant kan worden vastgesteld;
- iii. voldoende gegevens om zich per post in verbinding te kunnen stellen met de deposant of zijn eventuele gemachtigde;
- iv. een voldoende duidelijke afbeelding van het merk om inschrijving waarvan wordt verzocht;
- v. de lijst van waren en/of diensten waarvoor om inschrijving wordt verzocht;
- vi. wanneer artikel 3, eerste lid, letter a, onder xvii of letter b, van toepassing is, de in artikel 3, eerste lid, letter a, onder xvii bedoelde verklaring, dan wel de in artikel 3, eerste lid, letter b, bedoelde verklaring en bewijsstukken, zoals voorgeschreven door de wetgeving van de Verdragsluitende Partij; indien deze wetgeving zulks vereist, dienen deze verklaringen door de deposant zelf te zijn ondertekend, zelfs indien hij een gemachtigde heeft.
- b. Elke Verdragsluitende Partij kan als datum van het depot van de aanvrage aanmerken de datum waarop het bureau slechts enkele, in plaats van alle in letter a bedoelde gegevens en bestanddelen heeft ontvangen of deze heeft ontvangen in een andere taal dan de krachtens artikel 3, derde lid, vereiste taal.
[Toegestane bijkomende voorwaarde]
- a. Een Verdragsluitende Partij kan bepalen dat er geen datum als datum van depot wordt aangemerkt zolang de vereiste rechten niet zijn betaald.
- b. Een Verdragsluitende Partij kan de in letter a bedoelde voorwaarde slechts stellen indien zij deze stelde op het tijdstip waarop zij Partij bij dit Verdrag werd.
[Correcties en termijnen] De voorwaarden voor het aanbrengen van correcties in verband met het eerste en tweede lid, alsmede de termijnen daarvoor, worden vastgesteld in het Reglement.
[Verbod van andere voorwaarden] Geen enkele Verdragsluitende Partij mag eisen dat aan andere dan de in het eerste en tweede lid bedoelde voorwaarden wordt voldaan met betrekking tot de datum van het depot.
Artikel 6. Eén inschrijving voor waren en/of diensten die tot verschillende klassen behoren
Wanneer waren en/of diensten die tot verschillende klassen van de Classificatie van Nice behoren in één en dezelfde aanvrage zijn vermeld, leidt deze aanvrage tot één inschrijving.
Artikel 7. Splitsing van de aanvrage en de inschrijving
[Splitsing van de aanvrage]
- a. Elke aanvrage die betrekking heeft op verschillende waren en/of diensten (hierna te noemen „de aanvankelijke aanvrage") kan,
- i. ten minste tot de beslissing van het bureau betreffende de inschrijving van het merk,
- ii. gedurende een verzetprocedure tegen de beslissing van het bureau om het merk in te schrijven,
- iii. gedurende een beroepsprocedure tegen de beslissing betreffende de inschrijving van het merk, door de deposant of op diens verzoek worden gesplitst in twee of meer aanvragen (hierna te noemen „de splitsingsaanvragen"), waarbij de in de aanvankelijke aanvrage vermelde waren en/of diensten over deze splitsingsaanvragen worden verdeeld. De splitsingsaanvragen behouden de datum van het depot van de aanvankelijke aanvrage en het genot van een eventueel recht van voorrang.
- b. Het staat elke Verdragsluitende Partij, met inachtneming van het in letter a bepaalde, vrij om voorwaarden te verbinden aan de splitsing van een aanvrage, waaronder de betaling van rechten.
[Splitsing van de inschrijving] Het eerste lid is van overeenkomstige toepassing op de splitsing van een inschrijving. Deze splitsing is toegestaan
- i. gedurende een procedure waarin de geldigheid van de inschrijving voor het bureau door een derde wordt aangevochten,
- ii. gedurende een beroepsprocedure tegen een door het bureau genomen beslissing in het kader van bovenbedoelde procedure, met dien verstande dat een Verdragsluitende Partij de mogelijkheid van splitsing van de inschrijving kan uitsluiten indien haar wetgeving toestaat dat derden tegen de inschrijving van een merk verzet doen voordat dit merk wordt ingeschreven.
Artikel 8. Ondertekening
[Bericht op papier] Wanneer aan het bureau van een Verdragsluitende Partij een bericht op papier wordt toegezonden en een handtekening vereist is,
- i. moet die Verdragsluitende Partij, onder voorbehoud van het onder iii) bepaalde, een handgeschreven handtekening accepteren,
- ii. staat het die Verdragsluitende Partij vrij om in plaats van een handgeschreven handtekening het gebruik van andere vormen van ondertekening, zoals een gedrukte handtekening of een met een stempel aangebrachte handtekening, dan wel het gebruik van een zegel toe te staan,
- iii. kan die Verdragsluitende Partij, wanneer de natuurlijke persoon die het bericht ondertekent haar onderdaan is en deze zijn adres op haar grondgebied heeft, verlangen dat een zegel wordt gebruikt in plaats van een handgeschreven handtekening,
- iv. kan die Verdragsluitende Partij, wanneer een zegel wordt gebruikt, verlangen dat het zegel vergezeld gaat van een vermelding in letters van de naam van de natuurlijke persoon wiens zegel wordt gebruikt.
[Bericht per telefax]
- a. Wanneer een Verdragsluitende Partij de toezending van berichten aan het bureau per telefax toestaat, moet zij het bericht als ondertekend beschouwen indien op de uitdraai uit de telefax de weergave van de handtekening of de weergave van het zegel tezamen met, indien vereist ingevolge het eerste lid, onder iv), de vermelding in letters van de naam van de natuurlijke persoon wiens zegel is gebruikt, waarneembaar is.
- b. De in letter a bedoelde Verdragsluitende Partij kan verlangen dat het document waarvan per telefax een kopie is toegezonden, alsnog binnen een bepaalde termijn bij het bureau wordt ingediend, met inachtneming van de in het Reglement voorgeschreven minimumtermijn.
[Bericht langs elektronische weg] Wanneer een Verdragsluitende Partij de toezending van berichten aan het bureau langs elektronische weg toestaat, moet zij een bericht als ondertekend beschouwen indien daarmede de identiteit van de afzender van het langs elektronische weg toegezonden bericht kan worden vastgesteld, zoals voorgeschreven door de Verdragsluitende Partij.
[Verbod van de eis tot certificatie] Geen enkele Verdragsluitende Partij mag verlangen dat een in de voorgaande leden bedoelde handtekening of enig ander middel ter identificatie van een persoon door een ambtenaar of notaris voor eensluidend wordt verklaard, gewaarmerkt, gelegaliseerd of anderszins gecertificeerd, behalve, indien de wetgeving van de Verdragsluitende Partij zulks voorschrijft, wanneer de handtekening betrekking heeft op het afzien van inschrijving.
Artikel 9. Klasse-indeling van waren en/of diensten
[Aanduiding van waren en/of diensten] Elke door een bureau verrichte inschrijving en openbaarmaking die betrekking heeft op een aanvrage of inschrijving en waarin waren en/of diensten zijn vermeld, dient de waren en/of diensten aan te duiden met hun naam, gerangschikt volgens de klassen van de Classificatie van Nice, waarbij iedere soort waren of diensten wordt voorafgegaan door het nummer van de klasse van deze classificatie waartoe deze groep waren of diensten behoort, en weergegeven in de volgorde van de klassen van bedoelde classificatie.
[Waren of diensten van dezelfde klasse of van verschillende klassen]
- a. Waren of diensten mogen niet als soortgelijk worden beschouwd op grond van het feit dat zij in een inschrijving of openbaarmaking door het bureau in dezelfde klasse van de Classificatie van Nice voorkomen.
- b. Waren of diensten mogen niet als niet-soortgelijk worden beschouwd op grond van het feit dat zij in een inschrijving of openbaarmaking door het bureau in verschillende klassen van de Classificatie van Nice voorkomen.
Artikel 10. Naams- of adreswijziging
[Wijziging van de naam of het adres van de rechthebbende]
- a. Wanneer er geen sprake is van verandering van rechthebbende, maar diens naam en/of adres zijn gewijzigd, accepteert elke Verdragsluitende Partij dat er een verzoek om aantekening van de wijziging door het bureau in zijn merkenregister wordt gedaan in de vorm van een door de rechthebbende of diens gemachtigde ondertekend bericht, waarin het nummer van de desbetreffende inschrijving en de aan te tekenen wijziging zijn vermeld. Wat betreft de voorwaarden voor de wijze van indiening van het verzoekschrift, wijst geen enkele Verdragsluitende Partij het verzoek af,
- i. wanneer het verzoek in schriftelijke vorm op papier wordt ingediend, mits dit, met inachtneming van het in letter c bepaalde, wordt ingediend op een formulier dat overeenkomt met het in het Reglement voorgeschreven verzoekschriftformulier.
- ii. wanneer de Verdragsluitende Partij de toezending van berichten aan het bureau per telefax toestaat en het verzoekschrift aldus wordt toegezonden, mits de versie op papier die een dergelijke toezending oplevert overeenkomt, met inachtneming van het in letter c bepaalde, met het onder i) bedoelde verzoekschriftformulier.
- b. Elke Verdragsluitende Partij kan verlangen dat in het verzoekschrift worden vermeld:
- i. de naam en het adres van de rechthebbende;
- ii. wanneer de rechthebbende een gemachtigde heeft, de naam en het adres van de gemachtigde;
- iii. wanneer de rechthebbende domicilie heeft gekozen, het gekozen domicilie.
- c. Elke Verdragsluitende Partij kan verlangen dat het verzoekschrift is gesteld in de door het bureau toegelaten taal of in een van de door het bureau toegelaten talen.
- d. Elke Verdragsluitende Partij kan verlangen dat met betrekking tot het verzoekschrift rechten aan het bureau worden betaald.
- e. Eén verzoekschrift is voldoende, zelfs wanneer de wijziging betrekking heeft op meer dan een inschrijving, op voorwaarde dat de nummers van alle desbetreffende inschrijvingen in het verzoekschrift zijn vermeld.
[Wijziging van de naam of het adres van de deposant] Het eerste lid is van overeenkomstige toepassing wanneer de wijziging betrekking heeft op een of meer aanvragen, dan wel op zowel een of meer aanvragen als een of meer inschrijvingen, met dien verstande dat wanneer de aanvrage nog geen nummer heeft gekregen of wanneer dit nummer de deposant of diens gemachtigde niet bekend is, het verzoekschrift de aanvrage op een andere wijze dient aan te duiden, zoals voorgeschreven in het Reglement.
[Wijziging van de naam of het adres van de gemachtigde of met betrekking tot de domiciliekeuze] Het eerste lid is van overeenkomstige toepassing op een wijziging van de naam of het adres van de eventuele gemachtigde en op een wijziging met betrekking tot de eventuele domiciliekeuze.
[Verbod van andere voorwaarden] Geen enkele Verdragsluitende Partij mag eisen dat aan andere dan de in het eerste tot en met het derde lid genoemde voorwaarden wordt voldaan met betrekking tot het in dit artikel bedoelde verzoekschrift. Met name de overlegging van een bewijs betreffende de wijziging mag niet worden verlangd.
[Bewijsstukken] Elke Verdragsluitende Partij kan verlangen dat aan het bureau bewijsstukken worden verstrekt wanneer het bureau redelijkerwijs kan twijfelen aan de juistheid van een gegeven in het verzoekschrift.
Artikel 11. Verandering van rechthebbende
[Verandering van rechthebbende op een inschrijving]
- a. Wanneer er sprake is van verandering van rechthebbende, accepteert elke Verdragsluitende Partij dat er een verzoek om aantekening van de verandering door het bureau in zijn merkenregister wordt gedaan in de vorm van een bericht, ondertekend door de rechthebbende of diens gemachtigde dan wel door degene die het recht heeft verkregen (hierna te noemen „de nieuwe rechthebbende") of diens gemachtigde, in welk bericht het nummer van de desbetreffende inschrijving en de aan te tekenen verandering zijn vermeld. Wat betreft de voorwaarden voor de wijze van indiening van het verzoekschrift, wijst geen enkele Verdragsluitende Partij het verzoek af,
- i. wanneer het verzoek in schriftelijke vorm op papier wordt ingediend, mits dit, met inachtneming van het in het tweede lid, letter a, bepaalde, wordt ingediend op een formulier dat overeenkomt met het in het Reglement voorgeschreven verzoekschriftformulier,
- ii. wanneer de Verdragsluitende Partij de toezending van berichten aan het bureau per telefax toestaat en het verzoekschrift aldus wordt toegezonden, mits de versie op papier die een dergelijke toezending oplevert overeenkomt, met inachtneming van het in het tweede lid, letter a, bepaalde, met het onder i) bedoelde verzoekschriftformulier.
- b. Wanneer de verandering van rechthebbende uit een overeenkomst voortvloeit, kan elke Verdragsluitende Partij verlangen dat dit in het verzoekschrift wordt vermeld en dat het, naar keuze van de partij die het verzoek doet, vergezeld gaat van een van de volgende documenten:
- i. een afschrift van de overeenkomst, waarbij kan worden verlangd dat dit afschrift voor eensluidend met het origineel wordt gewaarmerkt door een notaris of enige andere bevoegde overheidsinstantie;
- ii. een uittreksel uit de overeenkomst waaruit de verandering van rechthebbende blijkt, waarbij kan worden verlangd dat dit uittreksel voor eensluidend met het origineel wordt gewaarmerkt door een notaris of enige andere bevoegde overheidsinstantie;
- iii. een niet gewaarmerkte verklaring van overdracht, opgemaakt overeenkomstig de voorschriften van het Reglement betreffende vorm en inhoud en ondertekend door de rechthebbende en de nieuwe rechthebbende;
- iv. een niet gewaarmerkte akte van overdracht, opgemaakt overeenkomstig de voorschriften van het Reglement betreffende vorm en inhoud en ondertekend door de rechthebbende en de nieuwe rechthebbende.
- c. Wanneer de verandering van rechthebbende voortvloeit uit een fusie, kan elke Verdragsluitende Partij verlangen dat dit in het verzoekschrift wordt vermeld en dat het verzoekschrift vergezeld gaat van een afschrift van een document, afkomstig van de bevoegde autoriteit, waaruit deze fusie blijkt, zoals een afschrift van een uittreksel uit het handelsregister, en dat dit afschrift voor eensluidend met het origineel wordt gewaarmerkt door de autoriteit die het document heeft afgegeven dan wel door een notaris of enige andere bevoegde overheidsinstantie.
- d. Wanneer er sprake is van een verandering van een of meer, doch niet alle mede-rechthebbenden en deze verandering van rechthebbende voortvloeit uit een overeenkomst of een fusie, kan elke Verdragsluitende Partij verlangen dat elke mede-rechthebbende op wie de verandering geen betrekking heeft, uitdrukkelijk met de verandering instemt in een door hem ondertekend document.
- e. Wanneer de verandering van rechthebbende niet voortvloeit uit een overeenkomst of een fusie, maar een andere grond heeft, bijvoorbeeld de werking van de wet of een rechterlijke beslissing, kan elke Verdragsluitende Partij verlangen dat dit in het verzoekschrift wordt vermeld en dat het verzoekschrift vergezeld gaat van een afschrift van een document waaruit de verandering blijkt en dat dit afschrift voor eensluidend met het origineel wordt gewaarmerkt door de autoriteit die het document heeft afgegeven dan wel door een notaris of enige andere bevoegde overheidsinstantie.
- f. Elke Verdragsluitende Partij kan verlangen dat in het verzoekschrift wordt vermeld:
- i. de naam en het adres van de rechthebbende;
- ii. de naam en het adres van de nieuwe rechthebbende;
- iii. de naam van een Staat waarvan de nieuwe rechthebbende onderdaan is, indien hij onderdaan is van een Staat, de naam van een Staat waarin de nieuwe rechthebbende zijn woonplaats heeft, indien van toepassing, en de naam van een Staat waarin de nieuwe rechthebbende een daadwerkelijke en wezenlijke inrichting van nijverheid of handel heeft, indien van toepassing;
- iv. wanneer de nieuwe rechthebbende een rechtspersoon is, de rechtsvorm daarvan en de Staat en, indien van toepassing, het gebiedsdeel van die Staat naar het recht waarvan die rechtspersoon is opgericht;
- v. wanneer de rechthebbende een gemachtigde heeft, de naam en het adres van deze gemachtigde;
- vi. wanneer de rechthebbende domicilie heeft gekozen, dit gekozen domicilie;
- vii. wanneer de nieuwe rechthebbende een gemachtigde heeft, de naam en het adres van deze gemachtigde;
- viii. wanneer ingevolge artikel 4, tweede lid, letter b, wordt verlangd dat de nieuwe rechthebbende domicilie kiest, dit gekozen domicilie.
- g. Elke Verdragsluitende Partij kan verlangen dat voor het verzoekschrift rechten aan het bureau worden betaald.
- h. Een verzoekschrift is voldoende, zelfs wanneer de verandering betrekking heeft op meer dan een inschrijving, op voorwaarde dat de rechthebbende en de nieuwe rechthebbende dezelfde zijn voor elke inschrijving en dat de nummers van alle desbetreffende inschrijvingen in het verzoekschrift zijn vermeld.
- i. Wanneer de verandering van rechthebbende niet op alle in de inschrijving van de rechthebbende genoemde waren en/of diensten betrekking heeft, en de toepasselijke wet de aantekening van een dergelijke verandering toestaat, voert het bureau een afzonderlijke inschrijving in betreffende de waren en/of diensten ten aanzien waarvan een verandering van rechthebbende heeft plaatsgevonden.
[Taal; vertaling]
- a. Elke Verdragsluitende Partij kan verlangen dat het verzoekschrift, de verklaring van overdracht of de akte van overdracht als bedoeld in het eerste lid, zijn gesteld in de door het bureau toegelaten taal of in een van de door het bureau toegelaten talen.
- b. Elke Verdragsluitende Partij kan verlangen dat, indien de in het eerste lid, letter b, onder i en ii, letter c en letter e bedoelde documenten niet zijn gesteld in de door het bureau toegelaten taal of in een van de door het bureau toegelaten talen, het verzoekschrift vergezeld gaat van een vertaling of een voor eensluidend gewaarmerkte vertaling van het vereiste document in de door het bureau toegelaten taal of in een van de door het bureau toegelaten talen.
[Verandering van rechthebbende op de aanvrage] Het eerste en het tweede lid zijn van overeenkomstige toepassing wanneer de verandering van rechthebbende betrekking heeft op een of meer aanvragen, dan wel op zowel een of meer aanvragen als een of meer inschrijvingen, met dien verstande dat wanneer de aanvrage nog geen nummer heeft gekregen of indien dit nummer de deposant of diens gemachtigde niet bekend is, het verzoekschrift de aanvrage op een andere wijze dient aan te duiden, zoals voorgeschreven in het Reglement.
[Verbod van andere voorwaarden] Geen enkele Verdragsluitende Partij mag eisen dat aan andere dan de in het eerste tot en met het derde lid bedoelde voorwaarden wordt voldaan met betrekking tot het in dit artikel bedoelde verzoekschrift. Met name de volgende voorwaarden mogen niet worden gesteld:
- i. onder voorbehoud van het in het eerste lid, letter c bepaalde, de overlegging van een bewijs van, of een uittreksel uit een handelsregister;
- ii. de vermelding dat de nieuwe rechthebbende een industriële of handelsactiviteit uitoefent, alsmede het verstrekken van bewijsstukken ter zake;
- iii. de vermelding dat de nieuwe rechthebbende een activiteit uitoefent die overeenstemt met de waren en/of diensten waarop de verandering van rechthebbende betrekking heeft, alsmede het verstrekken van bewijsstukken ter zake;
- iv. de vermelding dat de rechthebbende zijn onderneming of de bijbehorende goodwill geheel of ten dele heeft overgedragen aan de nieuwe rechthebbende, alsmede het verstrekken van bewijsstukken ter zake.
[Bewijsstukken] Elke Verdragsluitende Partij kan verlangen dat aan het bureau bewijsstukken, of indien het eerste lid, letter c of letter e, van toepassing is, aanvullende bewijsstukken worden verstrekt wanneer het bureau redelijkerwijs kan twijfelen aan de juistheid van een gegeven in het verzoekschrift of in een in dit artikel bedoeld document.
Artikel 12. Correctie van een fout
[Correctie van een fout met betrekking tot een inschrijving]
- a. Elke Verdragsluitende Partij accepteert dat het verzoek om correctie van een fout die is gemaakt in de aanvrage of in een ander aan het bureau toegezonden verzoekschrift, welke fout is overgenomen in het merkenregister en/of in een openbaarmaking door het bureau, wordt gedaan in de vorm van een door de rechthebbende of diens gemachtigde ondertekend bericht, onder vermelding van het nummer van de inschrijving, de te corrigeren fout en de aan te brengen correctie. Wat betreft de voorwaarden voor de wijze van indiening van het verzoekschrift, wijst geen enkele Verdragsluitende Partij het verzoekschrift af,
- i. wanneer het verzoekschrift in schriftelijke vorm op papier wordt ingediend, mits dit, met inachtneming van het in letter c bepaalde, wordt ingediend op een formulier dat overeenkomt met het in het Reglement voorgeschreven verzoekschriftformulier,
- ii. wanneer de Verdragsluitende Partij de toezending van berichten aan het bureau per telefax toestaat en het verzoekschrift aldus wordt toegezonden, mits de versie op papier die een dergelijke toezending oplevert overeenkomt, met inachtneming van het in letter c bepaalde, met het onder i) bedoelde verzoekschriftformulier.
- b. Elke Verdragsluitende Partij kan verlangen dat in het verzoekschrift worden vermeld:
- i. de naam en het adres van de rechthebbende;
- ii. wanneer de rechthebbende een gemachtigde heeft, de naam en het adres van deze gemachtigde;
- iii. wanneer de rechthebbende domicilie heeft gekozen, dit gekozen domicilie.
- c. Elke Verdragsluitende Partij kan verlangen dat het verzoekschrift is gesteld in de door het bureau toegelaten taal of in één van de door het bureau toegelaten talen.
- d. Elke Verdragsluitende Partij kan verlangen dat voor het verzoekschrift rechten aan het bureau worden betaald.
- e. Een verzoekschrift is voldoende, zelfs wanneer de correctie betrekking heeft op meer dan een inschrijving van dezelfde persoon, op voorwaarde dat de fout en de correctie waarom wordt verzocht dezelfde zijn voor elke inschrijving en dat de nummers van alle desbetreffende inschrijvingen in het verzoekschrift zijn vermeld.
[Correctie van een fout met betrekking tot een aanvrage] Het eerste lid is van overeenkomstige toepassing wanneer de correctie betrekking heeft op een of meer aanvragen, dan wel op zowel een of meer aanvragen als een of meer inschrijvingen, met dien verstande dat wanneer de aanvrage nog geen nummer heeft gekregen of wanneer dit nummer de deposant of diens gemachtigde niet bekend is, het verzoekschrift de aanvrage op een andere wijze dient aan te duiden, zoals voorgeschreven in het Reglement.
[Verbod van andere voorwaarden] Geen enkele Verdragsluitende Partij mag eisen dat aan andere dan de in het eerste en het tweede lid bedoelde voorwaarden wordt voldaan met betrekking tot het in dit artikel bedoelde verzoekschrift.
[Bewijsstukken] Elke Verdragsluitende Partij kan verlangen dat aan het bureau bewijsstukken worden verstrekt wanneer het bureau er redelijkerwijs aan kan twijfelen of de gesignaleerde fout werkelijk een fout is.
[Door het bureau gemaakte fouten] Het bureau van een Verdragsluitende Partij corrigeert zijn eigen fouten, ambtshalve of op verzoek, zonder dat hiervoor rechten verschuldigd zijn.
[Niet te corrigeren fouten] Geen enkele Verdragsluitende Partij is verplicht het eerste, tweede en vijfde lid toe te passen op fouten die op grond van haar wetgeving niet kunnen worden gecorrigeerd.
Artikel 13. Geldigheidsduur en vernieuwing van de inschrijving
In het verzoek om vernieuwing te vermelden of daarbij te voegen gegevens of bestanddelen; rechten
- a. Elke Verdragsluitende Partij kan verlangen dat de vernieuwing van een inschrijving afhankelijk wordt gesteld van de indiening van een verzoekschrift en dat dit verzoekschrift alle of enkele van de onderstaande gegevens bevat:
- i. de vermelding dat om vernieuwing wordt verzocht;
- ii. de naam en het adres van de rechthebbende;
- iii. het nummer van de desbetreffende inschrijving;
- iv. naar keuze van de Verdragsluitende Partij, de datum van het depot van de aanvrage die tot de desbetreffende inschrijving heeft geleid of de datum van inschrijving van de desbetreffende inschrijving;
- v. wanneer de rechthebbende een gemachtigde heeft, de naam en het adres van deze gemachtigde;
- vi. wanneer de rechthebbende domicilie heeft gekozen, dit gekozen domicilie;
- vii. wanneer de Verdragsluitende Partij toestaat dat vernieuwing van een inschrijving plaatsvindt met betrekking tot slechts enkele van de in het merkenregister ingeschreven waren en/of diensten en om een dergelijke vernieuwing wordt verzocht, de namen van de ingeschreven waren en/of diensten waarvoor om vernieuwing wordt verzocht of de namen van de ingeschreven waren en/of diensten waarvoor niet om vernieuwing wordt verzocht, gerangschikt volgens de klassen van de Classificatie van Nice, waarbij iedere soort waren of diensten wordt voorafgegaan door het nummer van de klasse van deze classificatie waartoe die waren of diensten behoren, en weergegeven in de volgorde van de klassen van bedoelde classificatie;
- viii. wanneer een Verdragsluitende Partij toestaat dat een verzoek om vernieuwing wordt ingediend door een andere persoon dan de rechthebbende of diens gemachtigde en het verzoekschrift door die persoon wordt ingediend, de naam en het adres van die persoon;
- ix. een handtekening van de rechthebbende of diens gemachtigde of, indien het onder viii) bepaalde van toepassing is, een handtekening van de daarin bedoelde persoon.
- b. Elke Verdragsluitende Partij kan verlangen dat voor een verzoek om vernieuwing rechten aan het bureau worden betaald. Wanneer voor de aanvankelijke termijn van de inschrijving of voor een termijn waarvoor deze is vernieuwd rechten zijn betaald, kan geen verdere betaling worden verlangd voor de handhaving van de inschrijving voor de desbetreffende termijn. Rechten betaald in verband met de overlegging van verklaringen of de verstrekking van bewijsstukken met betrekking tot het gebruik worden voor de toepassing van deze bepaling niet beschouwd als betalingen verschuldigd voor de handhaving van een inschrijving en deze bepaling laat die rechten onverlet.
- c. Elke Verdragsluitende Partij kan verlangen dat het verzoek om vernieuwing bij het bureau wordt ingediend en dat de desbetreffende in letter b bedoelde rechten aan het bureau worden betaald binnen de in haar wetgeving vastgestelde termijn, met inachtneming van de in het Reglement voorgeschreven minimumtermijn.
[Wijze van indiening] Wat betreft de voorwaarden voor de wijze van indiening van het verzoek om vernieuwing, wijst geen enkele Verdragsluitende Partij het verzoekschrift af,
- i. wanneer het verzoekschrift in schriftelijke vorm op papier wordt ingediend, mits dit, met inachtneming van het derde lid, wordt ingediend op een formulier dat overeenkomt met het in het Reglement voorgeschreven verzoekschriftformulier,
- ii. wanneer de Verdragsluitende Partij de toezending van berichten aan het bureau per telefax toestaat en het verzoekschrift aldus wordt toegezonden, mits de versie op papier die een dergelijke toezending oplevert overeenkomt, met inachtneming van het derde lid, met het onder i) bedoelde verzoekschriftformulier.
[Taal] Elke Verdragsluitende Partij kan verlangen dat het verzoek om vernieuwing is gesteld in de door het bureau toegelaten taal of in een van de door het bureau toegelaten talen.
[Verbod van andere voorwaarden] Geen enkele Verdragsluitende Partij mag eisen dat aan andere dan aan de in het eerste tot en met het derde lid bedoelde voorwaarden wordt voldaan met betrekking tot het verzoek om vernieuwing. Met name de volgende voorwaarden mogen niet worden gesteld:
- i. een afbeelding of andere aanduiding van het merk;
- ii. het verstrekken van bewijsstukken waaruit blijkt dat het merk is ingeschreven, of dat de inschrijving daarvan is vernieuwd, in het merkenregister van een andere Verdragsluitende Partij;
- iii. de overlegging van een verklaring en/of het verstrekken van bewijsstukken betreffende het gebruik van het merk.
[Bewijsstukken] Elke Verdragsluitende Partij kan verlangen dat in de loop van het onderzoek betreffende het verzoek om vernieuwing aan het bureau bewijsstukken worden verstrekt wanneer het bureau redelijkerwijs kan twijfelen aan de juistheid van een gegeven in of bestanddeel van het verzoek om vernieuwing.
[Verbod van inhoudelijk onderzoek] Geen enkel bureau van een Verdragsluitende Partij mag ten behoeve van de vernieuwing overgaan tot een onderzoek naar de inhoud van de inschrijving.
[Geldigheidsduur] De aanvankelijke termijn van de inschrijving en de geldigheidsduur van elke vernieuwde inschrijving belopen 10 jaar.
Artikel 14. Commentaar in geval van voorgenomen afwijzing
Een aanvrage of een verzoekschrift ingevolge de artikelen 10 tot en met 13 kan niet geheel of ten dele door een bureau worden afgewezen zonder de deposant of de verzoeker, naar gelang het geval, in de gelegenheid te hebben gesteld binnen een redelijke termijn commentaar te leveren op de voorgenomen afwijzing.
Artikel 15. Verplichting om zich te houden aan het Verdrag van Parijs
Elke Verdragsluitende Partij houdt zich aan de bepalingen van het Verdrag van Parijs die betrekking hebben op merken.
Artikel 16. Dienstmerken
Elke Verdragsluitende Partij schrijft dienstmerken in en past daarop de bepalingen van het Verdrag van Parijs toe die betrekking hebben op warenmerken.
Artikel 17. Reglement
[Inhoud]
- Het Reglement bij dit Verdrag bevat voorschriften betreffende
- i. aangelegenheden ten aanzien waarvan in dit Verdrag uitdrukkelijk is bepaald „zoals voorgeschreven in het Reglement";
- ii. alle bijzonderheden die nuttig zijn ter uitvoering van de bepalingen van dit Verdrag;
- iii. alle administratieve voorwaarden, kwesties of procedures.
- b. Het Reglement bevat tevens internationale standaardformulieren.
[Verschil tussen het Verdrag en het Reglement] In geval van verschil tussen de bepalingen van het Verdrag en die van het Reglement, gaan de eerstbedoelde bepalingen voor.
Artikel 18. Herziening; protocollen
[Herziening] Dit Verdrag kan door een diplomatieke conferentie worden herzien.
[Protocollen] Ten behoeve van een verdergaande harmonisering van het merkenrecht kunnen door een diplomatieke conferentie protocollen worden aangenomen, voor zover deze protocollen niet in strijd zijn met de bepalingen van dit Verdrag.
Artikel 19. Partij worden bij het Verdrag
[Vereisten] De onderstaande entiteiten kunnen dit Verdrag ondertekenen en, met inachtneming van het tweede en derde lid en van artikel 20, eerste en derde lid, Partij worden bij dit Verdrag:
- i. een Staat die lid is van de Organisatie ten aanzien waarvan merken kunnen worden ingeschreven bij zijn eigen bureau;
- ii. een intergouvernementele organisatie die een bureau beheert waarbij merken kunnen worden ingeschreven met rechtsgevolg op het grondgebied waarop het oprichtingsverdrag van de intergouvernementele organisatie van toepassing is, in al haar lidstaten of in de lidstaten die daartoe zijn aangewezen in de desbetreffende aanvrage, op voorwaarde dat alle lidstaten van de intergouvernementele organisatie lid zijn van de Organisatie;
- iii. een Staat die lid is van de Organisatie ten aanzien waarvan merken slechts kunnen worden ingeschreven via het bureau van een andere bij name genoemde Staat die lid is van de Organisatie;
- iv. een Staat die lid is van de Organisatie ten aanzien waarvan merken slechts kunnen worden ingeschreven via het bureau dat wordt beheerd door een intergouvernementele organisatie waarvan die Staat lid is;
- v. een Staat die lid is van de Organisatie ten aanzien waarvan merken slechts kunnen worden ingeschreven via een gemeenschappelijk bureau van een groep Staten die lid zijn van de Organisatie.
[Bekrachtiging of toetreding] Elke in het eerste lid bedoelde entiteit kan
- i. een akte van bekrachtiging nederleggen, indien zij dit Verdrag heeft ondertekend,
- ii. een akte van toetreding nederleggen, indien zij dit Verdrag niet heeft ondertekend.
[Effectieve datum van nederlegging]
- a. Onder voorbehoud van het in letter b bepaalde, geldt als effectieve datum van nederlegging van een akte van bekrachtiging of toetreding,
- i. in het geval van een in het eerste lid, onder i, bedoelde Staat, de datum waarop de akte van die Staat wordt nedergelegd;
- ii. in het geval van een intergouvernementele organisatie, de datum waarop de akte van die intergouvernementele organisatie wordt nedergelegd;
- iii. in het geval van een in het eerste lid, onder iii, bedoelde Staat, de datum waarop aan de volgende voorwaarde wordt voldaan: de akte van die Staat is nedergelegd en de akte van de andere bij name genoemde Staat is nedergelegd;
- iv. in het geval van een in het eerste lid, onder iv, bedoelde Staat, de ingevolge het bepaalde onder ii hierboven in aanmerking te nemen datum;
- v. in het geval van een Staat die lid is van een groep Staten, bedoeld in het eerste lid, onder v, de datum waarop de akten van alle lidstaten van de groep zijn nedergelegd.
- b. Een akte van bekrachtiging of toetreding (in het in deze letter bepaalde aangeduid als „akte") van een Staat kan vergezeld gaan van een verklaring waarin de voorwaarde wordt gesteld dat die akte slechts als nedergelegd moet worden beschouwd indien tevens de akte van één andere Staat of één intergouvernementele organisatie, of de akten van twee andere Staten dan wel de akten van één andere Staat en één intergouvernementele organisatie, die bij name zijn genoemd en voldoen aan de vereisten om Partij te kunnen worden bij dit Verdrag, is c.q. zijn nedergelegd. De akte die een dergelijke verklaring bevat, wordt geacht te zijn nedergelegd op de dag waarop aan de in de verklaring genoemde voorwaarde wordt voldaan. Wanneer de nederlegging van een in de verklaring genoemde akte echter zelf vergezeld gaat van een soortgelijke verklaring, wordt die akte geacht te zijn nedergelegd op de dag waarop aan de in de laatstbedoelde verklaring genoemde voorwaarde wordt voldaan.
- c. Een verklaring ingevolge het in letter b bepaalde kan te allen tijde in haar geheel of ten dele worden ingetrokken. Deze intrekking wordt van kracht op de datum waarop de kennisgeving van intrekking wordt ontvangen door de Directeur-Generaal.
Artikel 20. Datum waarop bekrachtigingen en toetredingen van kracht worden
[In aanmerking te nemen akten] Voor de toepassing van dit artikel worden alleen de akten van bekrachtiging of toetreding in aanmerking genomen die zijn nedergelegd door de in artikel 19, eerste lid, bedoelde entiteiten en waarvoor een datum van nederlegging geldt overeenkomstig artikel 19, derde lid.
[Inwerkingtreding van het Verdrag] Dit Verdrag treedt in werking drie maanden nadat vijf Staten hun akten van bekrachtiging of toetreding hebben nedergelegd.
[Datum waarop bekrachtigingen en toetredingen van kracht worden na de inwerkingtreding van het Verdrag] Elke andere entiteit dan de in het tweede lid bedoelde wordt door dit Verdrag gebonden drie maanden na de datum waarop zij haar akte van bekrachtiging of toetreding heeft nedergelegd.
Artikel 21. Voorbehouden
[Bijzondere soorten merken] Niettegenstaande artikel 2, eerste lid, letter a, en tweede lid, letter a, kan elke Staat of intergouvernementele organisatie door middel van een voorbehoud verklaren dat de bepalingen van de artikelen 3, eerste en tweede lid, 5, 7, 11 en 13 niet van toepassing zijn op geassocieerde merken, defensieve merken of afgeleide merken. In dat voorbehoud dient te worden aangegeven op welke van de genoemde bepalingen het voorbehoud betrekking heeft.
[Wijze waarop voorbehoud wordt gemaakt] Een voorbehoud ingevolge het eerste lid wordt gemaakt in een verklaring bij de akte van bekrachtiging van c.q. toetreding tot dit Verdrag van de Staat of intergouvernementele organisatie die het voorbehoud maakt.
[Intrekking] Een voorbehoud ingevolge het eerste lid kan te allen tijde worden ingetrokken.
[Verbod van andere voorbehouden] Op dit Verdrag kan geen ander voorbehoud dan het krachtens het eerste lid toegestane voorbehoud worden gemaakt.
Artikel 22. Overgangsbepalingen
[Eén aanvrage voor waren en diensten die tot verschillende klassen behoren; deling van de aanvrage]
- a. Niettegenstaande artikel 3, vijfde lid, kan elke Staat of intergouvernementele organisatie verklaren dat bij het bureau alleen een aanvrage kan worden ingediend met betrekking tot waren of diensten die tot één klasse van de Classificatie van Nice behoren.
- b. Niettegenstaande artikel 6 kan elke Staat of intergouvernementele organisatie verklaren dat, wanneer waren en/of diensten die tot verschillende klassen van de Classificatie van Nice behoren in een en dezelfde aanvrage zijn vermeld, deze aanvrage tot twee of meer inschrijvingen in het merkenregister leidt, met dien verstande dat elk van deze inschrijvingen een verwijzing naar alle andere uit die aanvrage voortvloeiende inschrijvingen dient te omvatten.
- c. Niettegenstaande artikel 7, eerste lid, kan elke Staat of intergouvernementele organisatie die een verklaring ingevolge letter a heeft afgelegd, verklaren dat een aanvrage niet kan worden gedeeld.
[Eén volmacht voor meer dan een aanvrage en/of inschrijving] Niettegenstaande artikel 4, derde lid, letter b, kan elke Staat of intergouvernementele organisatie verklaren dat een volmacht slechts betrekking kan hebben op één aanvrage of één inschrijving.
[Verbod van de eis tot certificatie van de handtekening onder een volmacht of aanvrage] Niettegenstaande artikel 8, vierde lid, kan elke Staat of intergouvernementele organisatie verklaren dat kan worden verlangd dat de handtekening onder een volmacht of de handtekening van de deposant door een ambtenaar of notaris voor eensluidend moet worden verklaard, gewaarmerkt, gelegaliseerd of anderszins gecertificeerd.
[Eén verzoekschrift voor meer dan een aanvrage of inschrijving betreffende een naams- of adreswijziging, een verandering van rechthebbende of correctie van een fout] Niettegenstaande artikel 10, eerste lid, letter e, tweede en derde lid, artikel 11, eerste lid, letter h, en derde lid, en artikel 12, eerste lid, letter e, en tweede lid, kan elke Staat of intergouvernementele organisatie verklaren dat een verzoek om aantekening van een naams- of adreswijziging, een verzoek om aantekening van een verandering van rechthebbende of een verzoek om correctie van een fout maar betrekking kan hebben op één aanvrage of één inschrijving.
[De overlegging van een verklaring en/of het verstrekken van bewijsstukken betreffende het gebruik van het merk bij vernieuwing] Niettegenstaande artikel 13, vierde lid, onder iii, kan elke Staat of intergouvernementele organisatie verklaren dat hij c.q. zij bij vernieuwing de overlegging van een verklaring en/of het verstrekken van bewijsmiddelen betreffende het gebruik van het merk verlangt.
[Inhoudelijk onderzoek bij vernieuwing] Niettegenstaande artikel 13, zesde lid, kan elke Staat of intergouvernementele organisatie verklaren dat het bureau bij de eerste vernieuwing van een inschrijving betreffende diensten kan overgaan tot een onderzoek naar de inhoud van de inschrijving, met dien verstande dat dit onderzoek slechts strekt tot het uitsluiten van meervoudige inschrijvingen op grond van aanvragen die worden ingediend gedurende een termijn van zes maanden na de inwerkingtreding van de wetgeving van die Staat of organisatie die, vóór de inwerkingtreding van dit Verdrag, de mogelijkheid om dienstmerken in te schrijven heeft ingevoerd.
[Gemeenschappelijke bepalingen]
- a. Een Staat of intergouvernementele organisatie kan een verklaring ingevolge het eerste tot en met het zesde lid alleen afleggen indien, op het tijdstip van nederlegging van zijn c.q. haar akte van bekrachtiging van of toetreding tot dit Verdrag, de voortzetting van de toepassing van zijn c.q. haar wetgeving zonder die verklaring in strijd zou zijn met de desbetreffende bepalingen van dit Verdrag.
- b. Een verklaring ingevolge het eerste tot en met het zesde lid dient de akte van bekrachtiging van of toetreding tot dit Verdrag van de Staat of intergouvernementele organisatie die de verklaring aflegt, te vergezellen.
- c. Een verklaring ingevolge het eerste tot en met het zesde lid kan te allen tijde worden ingetrokken.
[Verlies van rechtskracht van de verklaring]
- a. Behoudens het in letter c bepaalde, verliest een verklaring ingevolge het eerste tot en met vijfde lid, afgelegd door een Staat die als ontwikkelingsland wordt beschouwd overeenkomstig de staande praktijk van de Algemene Vergadering van de Verenigde Naties, of door een intergouvernementele organisatie waarvan elk lid zo'n Staat is, haar rechtskracht na afloop van een termijn van acht jaar te rekenen vanaf de datum van inwerkingtreding van dit Verdrag.
- b. Behoudens het in letter c bepaalde, verliest een verklaring ingevolge het eerste tot en met het vijfde lid, afgelegd door een andere Staat dan de in letter a bedoelde, of door een andere intergouvernementele organisatie dan de in letter a bedoelde, haar rechtskracht na afloop van een termijn van zes jaar te rekenen vanaf de datum van inwerkingtreding van dit Verdrag.
- c. Wanneer een verklaring ingevolge het eerste tot en met het vijfde lid niet is ingetrokken ingevolge het zevende lid, letter c, of niet haar rechtskracht heeft verloren ingevolge het in letter a of b bepaalde, vóór 28 oktober 2004, verliest deze verklaring haar rechtskracht op 28 oktober 2004.
[Partij worden bij het Verdrag] Tot 31 december 1999 kan elke Staat die op de datum van aanneming van dit Verdrag lid is van de Internationale Unie voor de bescherming van de industriële eigendom (Unie van Parijs), zonder lid te zijn van de Organisatie, niettegenstaande artikel 19, eerste lid, onder i, Partij bij dit Verdrag worden indien merken kunnen worden ingeschreven bij zijn eigen bureau.
Artikel 23. Opzegging van het Verdrag
[Kennisgeving] Elke Verdragsluitende Partij kan dit Verdrag opzeggen door middel van een aan de Directeur-Generaal gerichte kennisgeving.
[Datum waarop de opzegging van kracht wordt] De opzegging wordt van kracht een jaar na de datum waarop de Directeur-Generaal de kennisgeving heeft ontvangen. De opzegging heeft geen gevolgen voor de toepassing van dit Verdrag op aanvragen die in behandeling zijn of merken die zijn ingeschreven met betrekking tot de opzeggende Verdragsluitende Partij op het tijdstip waarop de genoemde termijn van een jaar verstrijkt, met dien verstande dat de opzeggende Verdragsluitende Partij na het verstrijken van de genoemde termijn van een jaar kan ophouden dit Verdrag toe te passen op een inschrijving, zulks vanaf de datum waarop de inschrijving moet worden vernieuwd.
Artikel 24. Talen van het Verdrag; ondertekening
[Originele teksten; officiële teksten]
- a. Dit Verdrag wordt ondertekend in één origineel in de Arabische, de Chinese, de Engelse, de Franse, de Russische en de Spaanse taal, zijnde alle teksten gelijkelijk authentiek.
- b. Op verzoek van een Verdragsluitende Partij wordt door de Directeur-Generaal een officiële tekst vastgesteld in een taal, niet zijnde een in letter a genoemde taal, welke een officiële taal is van die Verdragsluitende Partij, zulks na overleg met die Verdragsluitende Partij en elke andere belanghebbende Verdragsluitende Partij.
[Termijn voor ondertekening] Dit Verdrag blijft gedurende een jaar na de aanneming ervan voor ondertekening openstaan op de zetel van de Organisatie.
Artikel 25. Depositaris
De Directeur-Generaal is depositaris van dit Verdrag.
Voorschrift 1. Verkorte uitdrukkingen
[„Verdrag"; „artikel"]
- a. In dit Reglement wordt onder „Verdrag" verstaan: het Verdrag inzake het merkenrecht.
- b. In dit Reglement verwijst het woord „artikel" naar het genoemde artikel van het Verdrag.
[In het Verdrag omschreven verkorte uitdrukkingen] De voor de toepassing van het Verdrag in artikel 1 omschreven verkorte uitdrukkingen hebben dezelfde betekenis voor de toepassing van het Reglement.
Voorschrift 2. Wijze van vermelden van namen en adressen
[Naam]
- a. Wanneer de naam van een persoon dient te worden vermeld, kan elke Verdragsluitende Partij verlangen,
- i. wanneer het een natuurlijke persoon betreft, dat de geslachtsnaam of eerste naam en de voornaam c.q. voornamen of tweede naam van de betrokkene dient (dienen) te worden vermeld dan wel, indien de betrokkene daaraan de voorkeur geeft, de naam of namen die gewoonlijk door hem worden gebruikt;
- ii. wanneer het een rechtspersoon betreft, dat de volledige officiële benaming van de rechtspersoon dient te worden vermeld.
- b. Wanneer de naam van een gemachtigde dient te worden vermeld en het een kantoor of maatschap betreft, accepteert elke Verdragsluitende Partij dat de naam wordt vermeld die dit kantoor of die maatschap gewoonlijk gebruikt.
[Adres]
- a. Wanneer het adres van een persoon dient te worden vermeld, kan elke Verdragsluitende Partij verlangen dat het adres op de gebruikelijke wijze wordt vermeld als vereist voor een spoedige postbezorging op het desbetreffende adres en dat het in elk geval alle relevante administratieve eenheden omvat tot en met het nummer van het huis of gebouw, indien dit een nummer heeft.
- b. Wanneer een bericht aan het bureau van een Verdragsluitende Partij afkomstig is van twee of meer personen met verschillende adressen, kan die Verdragsluitende Partij verlangen dat in dat bericht één adres als correspondentie-adres is vermeld.
- c. Het vermelde adres kan een telefoonnummer en een faxnummer omvatten, alsmede, ten behoeve van de correspondentie, een adres dat afwijkt van het ingevolge letter a vermelde adres.
- d. De letters a en c zijn van overeenkomstige toepassing op het gekozen domicilie.
[Te gebruiken lettertekens] Elke Verdragsluitende Partij kan verlangen dat de in het eerste en tweede lid bedoelde vermeldingen zijn gesteld in de door het bureau gebruikte lettertekens.
Voorschrift 3. (bijzonderheden betreffende) de aanvrage
[Standaardtekens] Wanneer de aanvrage ingevolge artikel 3, eerste lid, letter a, onder ix, een verklaring omvat waaruit blijkt dat de deposant het merk wenst te doen inschrijven en openbaar maken in de door het bureau van de Verdragsluitende Partij gebruikte standaardtekens, schrijft het bureau dat merk in en maakt het dit openbaar in die standaardtekens.
[Aantal afbeeldingen]
- a. Wanneer de aanvrage geen verklaring omvat waaruit blijkt dat de deposant zich wenst te beroepen op kleur als onderscheidend kenmerk van het merk, mag een Verdragsluitende Partij niet meer verlangen dan
- i. vijf afbeeldingen van het merk in zwart-wit, wanneer de aanvrage geen verklaring mag omvatten, op grond van de wetgeving van die Verdragsluitende Partij, of geen verklaring omvat waaruit blijkt dat de deposant het merk wenst te doen inschrijven en openbaar maken in de door het bureau van die Verdragsluitende Partij gebruikte standaardtekens.
- ii. één afbeelding van het merk in zwart-wit, wanneer de aanvrage een verklaring omvat waaruit blijkt dat de deposant het merk wenst te doen inschrijven en openbaar maken in de door het bureau van die Verdragsluitende Partij gebruikte standaardtekens.
- b. Wanneer de aanvrage een verklaring omvat waaruit blijkt dat de deposant zich wenst te beroepen op kleur als onderscheidend kenmerk van het merk, mag een Verdragsluitende Partij niet meer verlangen dan vijf afbeeldingen van het merk in zwart-wit en vijf afbeeldingen van het merk in kleur.
[Afbeelding van een driedimensionaal merk]
- a. Wanneer de aanvrage ingevolge artikel 3, eerste lid, letter a, onder xi), een verklaring omvat waaruit blijkt dat het merk een driedimensionaal merk is, dient de afbeelding van het merk te bestaan uit een tweedimensionale grafische of fotografische afbeelding.
- b. De ingevolge letter a verstrekte afbeelding kan, naar keuze van de deposant, bestaan uit één weergave van het merk of uit een aantal verschillende weergaven van het merk.
- c. Wanneer het bureau van oordeel is dat de ingevolge letter a door de deposant verstrekte afbeelding van het merk de details van het driedimensionale merk onvoldoende weergeeft, kan het de deposant uitnodigen om binnen een redelijke in de uitnodiging vastgestelde termijn ten hoogste zes verschillende weergaven van het merk en/of een beschrijving in woorden van het merk te verstrekken.
- d. Wanneer het bureau van oordeel is dat de in letter c bedoelde verschillende weergaven en/of de beschrijving in woorden van het merk de details van het driedimensionale merk nog steeds niet voldoende weergeven, kan het de deposant uitnodigen om binnen een redelijke in de uitnodiging vastgestelde termijn een specimen van het merk te verstrekken.
- e. Het tweede lid, letter a, onder i, en letter b zijn van overeenkomstige toepassing.
[Transliteratie van het merk] Voor de toepassing van artikel 3, eerste lid, letter a, onder xiii): wanneer het merk uit andere dan de door het bureau gebruikte lettertekens of cijfers bestaat, of deze bevat, kan een transliteratie daarvan in de door het bureau gebruikte lettertekens of cijfers worden verlangd.
[Vertaling van het merk] Voor de toepassing van artikel 3, eerste lid, letter a, onder xiv): wanneer het merk uit een woord of woorden bestaat dan wel een woord of woorden bevat die zijn gesteld in een andere taal dan de door het bureau toegelaten taal of een van de door het bureau toegelaten talen, kan een vertaling van dat woord of die woorden in die taal of een van die talen worden verlangd.
[Termijn voor het verstrekken van bewijsstukken betreffende het feitelijk gebruik van het merk] De in artikel 3, zesde lid, bedoelde termijn mag niet korter zijn dan zes maanden te rekenen vanaf de datum waarop de aanvrage ontvankelijk is verklaard door het bureau van de Verdragsluitende Partij waarbij die aanvrage is ingediend. De deposant of de rechthebbende heeft recht op verlenging van die termijn, met inachtneming van de in de wetgeving van die Verdragsluitende Partij gestelde voorwaarden, met perioden van telkens ten minste zes maanden, zulks tot in totaal ten minste tweeënhalf jaar.
Voorschrift 4. Bijzonderheden betreffende de aanstelling van een gemachtigde
De in artikel 4, derde lid, letter d, bedoelde termijn begint op de datum van ontvangst van het in dat artikel bedoelde bericht door het bureau van de betrokken Verdragsluitende Partij en beloopt ten minste een maand wanneer het adres van de persoon namens wie het bericht is verzonden, is gelegen op het grondgebied van die Verdragsluitende Partij, en ten minste twee maanden wanneer dit adres is gelegen buiten het grondgebied van die Verdragsluitende Partij.
Voorschrift 5. Bijzonderheden betreffende de datum van het depot
[Te volgen procedure indien niet aan de voorwaarden wordt voldaan] Indien de aanvrage op het tijdstip waarop deze door het bureau wordt ontvangen, niet voldoet aan een van de voorwaarden als genoemd in artikel 5, eerste lid, letter a, of tweede lid, letter a, nodigt het bureau de deposant terstond uit om alsnog aan deze voorwaarde te voldoen binnen een in de uitnodiging genoemde termijn, welke termijn ten minste één maand beloopt, te rekenen vanaf de datum van de uitnodiging, wanneer het adres van de deposant is gelegen op het grondgebied van de betrokken Verdragsluitende Partij, en ten minste twee maanden wanneer het adres van de deposant buiten het grondgebied van de betrokken Verdragsluitende Partij is gelegen. Voor het gevolg geven aan de uitnodiging kunnen bijzondere rechten verschuldigd zijn. Zelfs indien het bureau de bedoelde uitnodiging niet zendt, blijven deze voorwaarden gelden.
[Datum van het depot in geval van correctie] Indien de deposant binnen de in de uitnodiging genoemde termijn gevolg geeft aan de in het eerste lid bedoelde uitnodiging en de eventueel verschuldigde bijzondere rechten betaalt, geldt als datum van het depot de datum waarop alle in artikel 5, eerste lid, letter a, genoemde gegevens en bestanddelen door het bureau zijn ontvangen en, indien van toepassing, de in artikel 5, tweede lid, letter a, bedoelde vereiste rechten aan het bureau zijn betaald. Zo niet, dan wordt de aanvrage als niet ingediend beschouwd.
[Datum van ontvangst] Het staat elke Verdragsluitende Partij vrij om de omstandigheden vast te stellen waaronder de ontvangst van een document of de betaling van rechten kan worden aangemerkt als ontvangst door c.q. betaling aan het bureau in de gevallen waarin het document in werkelijkheid is ontvangen door of de rechten in werkelijkheid zijn betaald aan
- i. een agentschap of bijkantoor van het bureau,
- ii. een nationaal bureau dat als bureau van de Verdragsluitende Partij fungeert, wanneer de Verdragsluitende Partij een in artikel 19, eerste lid, onder ii, bedoelde intergouvernementele organisatie is,
- iii. een officiële postorganisatie,
- iv. een koeriersdienst, niet zijnde een officiële postorganisatie, opgegeven door de Verdragsluitende Partij.
[Gebruik van telefaxapparatuur] Wanneer een Verdragsluitende Partij de indiening van een aanvrage per telefax toestaat en de aanvrage per telefax wordt ingediend, geldt de datum van ontvangst van het telefaxbericht door het bureau van die Verdragsluitende Partij als datum van ontvangst van de aanvrage, met dien verstande dat de Verdragsluitende Partij kan verlangen dat het origineel van die aanvrage bij het bureau binnenkomt binnen een termijn die ten minste één maand beloopt, te rekenen vanaf de dag waarop het telefaxbericht door dat bureau is ontvangen.
Voorschrift 6. Bijzonderheden betreffende de ondertekening
[Rechtspersonen] Wanneer een bericht wordt ondertekend namens een rechtspersoon, kan elke Verdragsluitende Partij verlangen dat de handtekening of het zegel van de natuurlijke persoon die ondertekent of wiens zegel wordt gebruikt, vergezeld gaat van de vermelding in letters van de geslachtsnaam of de eerste naam en de voornaam c.q. voornamen of de tweede naam van die persoon, dan wel, indien de betrokkene daaraan de voorkeur geeft, van de door hem gewoonlijk gebruikte naam of namen.
[Bericht per telefax] De in artikel 8, tweede lid, letter b, bedoelde termijn beloopt ten minste één maand, te rekenen vanaf de datum van ontvangst van een toezending per telefax.
[Datum] Elke Verdragsluitende Partij kan verlangen dat een handtekening of zegel vergezeld gaat van de vermelding van de datum waarop de handtekening is geplaatst of het zegel is aangebracht. Wanneer bedoelde vermelding wordt verlangd, maar deze achterwege is gelaten, wordt de handtekening geacht te zijn geplaatst of wordt het zegel geacht te zijn aangebracht op de datum waarop het bericht met de handtekening of het zegel door het bureau is ontvangen of, indien de Verdragsluitende Partij zulks toestaat, op een eerdere datum dan laatstbedoelde datum.
Voorschrift 7. Wijze van aanduiding van een aanvrage zonder nummer
[Wijze van aanduiding] Wanneer wordt verlangd dat een aanvrage met haar nummer wordt aangeduid, maar indien daaraan nog geen nummer is gegeven of indien dit nummer de deposant of diens gemachtigde niet bekend is, wordt de aanvrage geacht voldoende te zijn aangeduid indien het onderstaande wordt verstrekt:
- i. het eventuele voorlopige nummer dat door het bureau aan de aanvrage is toegekend, of
- ii. een kopie van de aanvrage, of
- iii. een afbeelding van het merk, onder vermelding van de datum waarop de aanvrage door het bureau is ontvangen, voor zover de deposant of diens gemachtigde daarvan op de hoogte is, alsmede van een referentienummer dat de deposant of diens gemachtigde aan de aanvrage heeft toegekend.
[Verbod van andere voorwaarden] Geen enkele Verdragsluitende Partij mag eisen dat aan andere dan de in het eerste lid bedoelde voorwaarden wordt voldaan ter aanduiding van een aanvrage wanneer daaraan nog geen nummer is gegeven of wanneer dit de deposant of diens gemachtigde niet bekend is.
Voorschrift 8. Bijzonderheden betreffende de geldigheidsduur en vernieuwing
Voor de toepassing van artikel 13, eerste lid, letter c, begint de termijn gedurende welke het verzoek om vernieuwing kan worden ingediend en de vernieuwingsrechten kunnen worden betaald, ten minste zes maanden voor de datum waarop de vernieuwing moet plaatsvinden en eindigt deze ten vroegste zes maanden na die datum. Indien het verzoek om vernieuwing wordt ingediend en/of de vernieuwingsrechten worden betaald na de datum waarop vernieuwing moet plaatsvinden, kan elke Verdragsluitende Partij de vernieuwing afhankelijk stellen van de betaling van aanvullende rechten.