Verdrag tussen de Regering van het Koninkrijk der Nederlanden en de Regering van de Verenigde Staten van Amerika inzake de bevordering van de veiligheid van de luchtvaart

Type Verdrag
Publication 1996-12-01
State In force
Source BWB
Wijzigingsgeschiedenis JSON API

De Regering van het Koninkrijk der Nederlanden en de Regering van de Verenigde Staten van Amerika, hierna te noemen de Staten,

Herinnerend aan de verplichtingen van elke Staat uit hoofde van het op 7 december 1944 te Chicago ondertekende Verdrag inzake de internationale burgerluchtvaart,

Geleid door de wens de veiligheid van de luchtvaart en het milieubeheer te bevorderen,

Nota nemend van de gemeenschappelijke zorg voor de veilige exploitatie van burgerluchtvaartuigen,

Erkennende dat het ontwerp, de produktie en de uitwisseling van burgerluchtvaartprodukten in toenemende mate in multinationaal verband plaatsvinden,

Geleid door de wens om in aangelegenheden die de veiligheid van de burgerluchtvaart betreffen tot bredere samenwerking en grotere efficiëntie te komen,

Gelet op de mogelijke verlichting van de economische last die op de luchtvaartindustrie en de exploitanten rust vanwege de overvloed van technische inspecties, beoordelingen en proeven,

Erkennende dat er een gemeenschappelijk voordeel bestaat in de verbetering van de procedures voor de wederzijdse erkenning van luchtwaardigheidscertificeringen en milieuproeven, en de ontwikkeling van procedures voor wederzijdse erkenning van de certificering van en het toezicht op vluchtnabootsers, onderhoudsfaciliteiten voor luchtvaartuigen, onderhoudspersoneel, vliegtuigbemanning en vliegdiensten,

Zijn het volgende overeengekomen:

Artikel I. Begripsomschrijvingen

Voor de toepassing van dit Verdrag wordt verstaan onder:

Artikel II. Doelstellingen

A. De doelstellingen van dit Verdrag zijn:

B. Elke Staat wijst zijn eigen burgerluchtvaartautoriteit aan als uitvoerend orgaan voor de toepassing van dit Verdrag. Voor de Verenigde Staten van Amerika treedt de Federal Aviation Administration (FAA) van het Ministerie van Transport als uitvoerend orgaan op. Voor de Regering van het Koninkrijk der Nederlanden treedt het Directoraat-Generaal Rijksluchtvaartdienst van het Ministerie van Verkeer en Waterstaat als uitvoerend orgaan op.

Artikel III. Reikwijdte

A. De burgerluchtvaartautoriteiten van de Staten voeren technische beoordelingen uit en werken samen om inzicht te verschaffen in elkaars normen en systemen op de volgende gebieden:

B. Wanneer de burgerluchtvaartautoriteiten van de Staten overeenkomen dat de normen, regels, gebruiken, procedures en systemen van beide Staten op één van de in letter A van dit artikel genoemde vakgebieden in voldoende mate gelijkwaardig of met elkaar in overeenstemming zijn om de erkenning mogelijk te maken van een door de ene Staat ten behoeve van de andere Staat verricht onderzoek betreffende de conformiteit met de overeengekomen normen, voeren de burgerluchtvaartautoriteiten schriftelijke Uitvoeringsprocedures uit waarin is omschreven op welke wijze deze wederzijdse erkenning met betrekking tot het desbetreffende vakgebied geschiedt.

C. De Uitvoeringsprocedures moeten ten minste de volgende elementen bevatten:

Artikel IV. Regeling van geschillen

Elk geschil betreffende de interpretatie of de toepassing van dit Verdrag of de Uitvoeringsprocedures wordt uit hoofde daarvan respectievelijk door de Staten of hun burgerluchtvaartautoriteiten onderling beslecht door middel van overleg of op enige andere gezamenlijk overeengekomen wijze.

Artikel V. Inwerkingtreding, wijziging en beëindiging

Dit Verdrag treedt in werking op de eerste dag van de tweede maand volgend op de datum waarop de Staten elkaar schriftelijk hebben medegedeeld dat de daarvoor in hun respectieve landen constitutioneel vereiste formaliteiten zijn vervuld en blijft van kracht totdat het door één van beide Staten wordt beëindigd. Beëindiging geschiedt door middel van een schriftelijke kennisgeving aan de andere Staat, met inachtneming van een opzegtermijn van zestig dagen. Met de beëindiging worden tevens alle bestaande Uitvoeringsprocedures die overeenkomstig dit Verdrag worden uitgevoerd, beëindigd. Dit Verdrag kan met schriftelijke instemming van de Staten worden gewijzigd. Afzonderlijke Uitvoeringsprocedures kunnen, in overeenstemming met de krachtens Artikel III C.7 opgestelde bepalingen, door de burgerluchtvaartautoriteiten worden beëindigd of gewijzigd.

Artikel VI. Toepassingsgebied

Wat het Koninkrijk der Nederlanden betreft, is dit Verdrag van toepassing op zijn grondgebied in Europa. Het toepassingsgebied kan met schriftelijke instemming van de Staten, hetzij in het geheel, hetzij met de nodige aanpassingen, worden uitgebreid tot de Nederlandse Antillen en/of Aruba.

In geval van een uitbreiding van het toepassingsgebied van dit Verdrag tot de Nederlandse Antillen en/of Aruba, is elk van beide Staten gerechtigd de toepassing van dit Verdrag ten aanzien van elk van de afzonderlijke delen van het Koninkrijk te beëindigen, in overeenstemming met de beëindigingsprocedures genoemd in Artikel V.

Artikel VII. Andere Verdragen

Indien, na inwerkingtreding van dit Verdrag, de bepalingen van een ander verdrag ter zake van aangelegenheden die in dit Verdrag zijn geregeld van toepassing worden op de Staten, plegen de Staten overleg om te bepalen in hoeverre dit Verdrag dient te worden gewijzigd om rekening te houden met dat andere verdrag.

Artikel VIII. Beëindiging van de Overeenkomst van 1974

De Overeenkomst inzake de wederzijdse aanvaarding van bewijzen van luchtwaardigheid, tot stand gekomen via een notawisseling d.d. 16 januari 1974 te 's-Gravenhage, blijft van kracht totdat deze wordt beëindigd door middel van een notawisseling na afronding door de burgerluchtvaartautoriteiten van de Staten van de technische beoordelingen en Uitvoeringsprocedures inzake de luchtwaardigheidscertificeringen, zoals omschreven in Artikel III. Voorafgaand aan de beëindiging van de Overeenkomst van 1974 plegen de Staten overleg ingeval er tegenstrijdigheden tussen de Overeenkomst van 1974 en het onderhavige Verdrag bestaan.

IN WITNESS WHEREOF, the undersigned, being duly authorized by their respective Governments, have signed this Agreement.

DONE at The Hague in duplicate, this 13th day of September 1995, in the English language.

For the Government of the Kingdom of the Netherlands:

(sd.) A. JORRITSMA-LEBBINK

For the Government of the United States of America:

(sd.) K. TERRY DORNBUSH

De raadpleging van dit document komt niet in de plaats van het lezen van het oorspronkelijke Staatsblad of de Staatscourant. Wij aanvaarden geen aansprakelijkheid voor eventuele onnauwkeurigheden die voortvloeien uit de omzetting van het origineel naar dit formaat.