Verdrag tussen de Regering van het Koninkrijk der Nederlanden en de Regering van de Verenigde Staten van Amerika inzake de bevordering van de veiligheid van de luchtvaart
De Regering van het Koninkrijk der Nederlanden en de Regering van de Verenigde Staten van Amerika, hierna te noemen de Staten,
Herinnerend aan de verplichtingen van elke Staat uit hoofde van het op 7 december 1944 te Chicago ondertekende Verdrag inzake de internationale burgerluchtvaart,
Geleid door de wens de veiligheid van de luchtvaart en het milieubeheer te bevorderen,
Nota nemend van de gemeenschappelijke zorg voor de veilige exploitatie van burgerluchtvaartuigen,
Erkennende dat het ontwerp, de produktie en de uitwisseling van burgerluchtvaartprodukten in toenemende mate in multinationaal verband plaatsvinden,
Geleid door de wens om in aangelegenheden die de veiligheid van de burgerluchtvaart betreffen tot bredere samenwerking en grotere efficiëntie te komen,
Gelet op de mogelijke verlichting van de economische last die op de luchtvaartindustrie en de exploitanten rust vanwege de overvloed van technische inspecties, beoordelingen en proeven,
Erkennende dat er een gemeenschappelijk voordeel bestaat in de verbetering van de procedures voor de wederzijdse erkenning van luchtwaardigheidscertificeringen en milieuproeven, en de ontwikkeling van procedures voor wederzijdse erkenning van de certificering van en het toezicht op vluchtnabootsers, onderhoudsfaciliteiten voor luchtvaartuigen, onderhoudspersoneel, vliegtuigbemanning en vliegdiensten,
Zijn het volgende overeengekomen:
Artikel I. Begripsomschrijvingen
Voor de toepassing van dit Verdrag wordt verstaan onder:
- A. „luchtwaardigheidscertificering”, een onderzoek waaruit blijkt dat een ontwerp of een wijziging op een ontwerp van een burgerluchtvaartprodukt voldoet aan de normen die daarvoor door de burgerluchtvaartautoriteit van één van de Staten zijn vastgesteld, of dat een produkt conform een ontwerp is waarvan is vastgesteld dat het aan deze normen voldoet, en zich in een staat bevindt dat dit produkt veilig kan worden gebruikt.
- B. „burgerluchtvaartprodukt”, elk burgerluchtvaartuig, elke vliegtuigmotor, luchtschroef, elk assemblagedeel, uitrustingsdeel, materieel, onderdeel of elk daarop te installeren component.
- C. „aanpassingen of veranderingen”, het aanbrengen van wijzigingen aan de constructie, configuratie, prestaties, milieu-eigenschappen of gebruiksgrenzen van het desbetreffende burgerluchtvaartprodukt.
- D. „milieugoedkeuring”, de procedure waarbij wordt beoordeeld of een burgerluchtvaartprodukt in overeenstemming is met de wetten, voorschriften, normen en eisen van een Staat met betrekking tot geluid- en uitlaatemissies.
- E. „onderhoud”, het uitvoeren van inspecties, revisies, reparaties en handelingen gericht op behoud alsmede het vervangen van onderdelen, materialen of componenten van een produkt ter waarborging van de voortdurende luchtwaardigheid van dit produkt; met uitzondering van aanpassingen of veranderingen.
- F. „vluchtnabootser-geschiktheidsbeoordeling”, de procedure waarbij een vluchtnabootser wordt beoordeeld door vergelijking met het vliegtuig dat erdoor wordt nagebootst, in overeenstemming met de door de burgerluchtvaartautoriteit van elk van beide Staten opgestelde prestatie-normen.
- G. „goedkeuring van vliegdiensten”, de procedure waarbij door de burgerluchtvaartautoriteit van een Staat technische inspecties en beoordelingen worden verricht betreffende maatschappijen die op commerciële basis passagiers en vracht door de lucht vervoeren.
- H. „toezicht”, een door de burgerluchtvaartautoriteit van een Staat periodiek verricht onderzoek om vast te stellen of de desbetreffende normen bij voortduring in acht worden genomen.
Artikel II. Doelstellingen
A. De doelstellingen van dit Verdrag zijn:
-
- het vereenvoudigen van de wederzijdse erkenning door elke Staat van:
- a. luchtwaardigheidscertificeringen, milieuproeven en de certificering van burgerluchtvaartprodukten, en
- b. geschiktheidsbeoordelingen van vluchtnabootsers;
-
- het vereenvoudigen van de erkenning door de Staten van de certificering van en het toezicht op onderhoudsfaciliteiten en faciliteiten voor het aanbrengen van aanpassingen of veranderingen, van onderhoudspersoneel, vliegtuigbemanning, luchtvaartopleidingscentra en van vliegdiensten;
-
- het voorzien in samenwerking bij het handhaven van een gelijkwaardig niveau van veiligheids- en milieudoelstellingen met betrekking tot de veiligheid van de luchtvaart.
B. Elke Staat wijst zijn eigen burgerluchtvaartautoriteit aan als uitvoerend orgaan voor de toepassing van dit Verdrag. Voor de Verenigde Staten van Amerika treedt de Federal Aviation Administration (FAA) van het Ministerie van Transport als uitvoerend orgaan op. Voor de Regering van het Koninkrijk der Nederlanden treedt het Directoraat-Generaal Rijksluchtvaartdienst van het Ministerie van Verkeer en Waterstaat als uitvoerend orgaan op.
Artikel III. Reikwijdte
A. De burgerluchtvaartautoriteiten van de Staten voeren technische beoordelingen uit en werken samen om inzicht te verschaffen in elkaars normen en systemen op de volgende gebieden:
-
- luchtwaardigheidscertificeringen van burgerluchtvaartprodukten;
-
- milieugoedkeuring van burgerluchtvaartprodukten, met betrekking tot de normen en testprocedures voor geluid- en uitlaatemissies;
-
- certificering van onderhoudsfaciliteiten, van faciliteiten voor het aanbrengen van aanpassingen of veranderingen, van onderhoudspersoneel en van vliegtuigbemanning;
-
- certificering van vliegdiensten;
-
- het beoordelen en geschikt bevinden van vluchtnabootsers; en
-
- certificering van luchtvaartopleidingscentra.
B. Wanneer de burgerluchtvaartautoriteiten van de Staten overeenkomen dat de normen, regels, gebruiken, procedures en systemen van beide Staten op één van de in letter A van dit artikel genoemde vakgebieden in voldoende mate gelijkwaardig of met elkaar in overeenstemming zijn om de erkenning mogelijk te maken van een door de ene Staat ten behoeve van de andere Staat verricht onderzoek betreffende de conformiteit met de overeengekomen normen, voeren de burgerluchtvaartautoriteiten schriftelijke Uitvoeringsprocedures uit waarin is omschreven op welke wijze deze wederzijdse erkenning met betrekking tot het desbetreffende vakgebied geschiedt.
C. De Uitvoeringsprocedures moeten ten minste de volgende elementen bevatten:
-
- begripsomschrijvingen;
-
- een afbakening van de reikwijdte van het specifieke gebied van de burgerluchtvaart dat wordt bestreken;
-
- bepalingen voor de wederzijdse erkenning van het optreden van burgerluchtvaartautoriteiten, zoals verslagen van proeven, inspecties, geschiktheidsproeven, goedkeuringen en certificeringen;
-
- verantwoording;
-
- bepalingen voor onderlinge samenwerking en technische ondersteuning;
-
- bepalingen voor periodieke beoordelingen; en
-
- bepalingen voor wijziging of beëindiging van de Uitvoeringsprocedures.
Artikel IV. Regeling van geschillen
Elk geschil betreffende de interpretatie of de toepassing van dit Verdrag of de Uitvoeringsprocedures wordt uit hoofde daarvan respectievelijk door de Staten of hun burgerluchtvaartautoriteiten onderling beslecht door middel van overleg of op enige andere gezamenlijk overeengekomen wijze.
Artikel V. Inwerkingtreding, wijziging en beëindiging
Dit Verdrag treedt in werking op de eerste dag van de tweede maand volgend op de datum waarop de Staten elkaar schriftelijk hebben medegedeeld dat de daarvoor in hun respectieve landen constitutioneel vereiste formaliteiten zijn vervuld en blijft van kracht totdat het door één van beide Staten wordt beëindigd. Beëindiging geschiedt door middel van een schriftelijke kennisgeving aan de andere Staat, met inachtneming van een opzegtermijn van zestig dagen. Met de beëindiging worden tevens alle bestaande Uitvoeringsprocedures die overeenkomstig dit Verdrag worden uitgevoerd, beëindigd. Dit Verdrag kan met schriftelijke instemming van de Staten worden gewijzigd. Afzonderlijke Uitvoeringsprocedures kunnen, in overeenstemming met de krachtens Artikel III C.7 opgestelde bepalingen, door de burgerluchtvaartautoriteiten worden beëindigd of gewijzigd.
Artikel VI. Toepassingsgebied
Wat het Koninkrijk der Nederlanden betreft, is dit Verdrag van toepassing op zijn grondgebied in Europa. Het toepassingsgebied kan met schriftelijke instemming van de Staten, hetzij in het geheel, hetzij met de nodige aanpassingen, worden uitgebreid tot de Nederlandse Antillen en/of Aruba.
In geval van een uitbreiding van het toepassingsgebied van dit Verdrag tot de Nederlandse Antillen en/of Aruba, is elk van beide Staten gerechtigd de toepassing van dit Verdrag ten aanzien van elk van de afzonderlijke delen van het Koninkrijk te beëindigen, in overeenstemming met de beëindigingsprocedures genoemd in Artikel V.
Artikel VII. Andere Verdragen
Indien, na inwerkingtreding van dit Verdrag, de bepalingen van een ander verdrag ter zake van aangelegenheden die in dit Verdrag zijn geregeld van toepassing worden op de Staten, plegen de Staten overleg om te bepalen in hoeverre dit Verdrag dient te worden gewijzigd om rekening te houden met dat andere verdrag.
Artikel VIII. Beëindiging van de Overeenkomst van 1974
De Overeenkomst inzake de wederzijdse aanvaarding van bewijzen van luchtwaardigheid, tot stand gekomen via een notawisseling d.d. 16 januari 1974 te 's-Gravenhage, blijft van kracht totdat deze wordt beëindigd door middel van een notawisseling na afronding door de burgerluchtvaartautoriteiten van de Staten van de technische beoordelingen en Uitvoeringsprocedures inzake de luchtwaardigheidscertificeringen, zoals omschreven in Artikel III. Voorafgaand aan de beëindiging van de Overeenkomst van 1974 plegen de Staten overleg ingeval er tegenstrijdigheden tussen de Overeenkomst van 1974 en het onderhavige Verdrag bestaan.
IN WITNESS WHEREOF, the undersigned, being duly authorized by their respective Governments, have signed this Agreement.
DONE at The Hague in duplicate, this 13th day of September 1995, in the English language.
For the Government of the Kingdom of the Netherlands:
(sd.) A. JORRITSMA-LEBBINK
For the Government of the United States of America:
(sd.) K. TERRY DORNBUSH
De raadpleging van dit document komt niet in de plaats van het lezen van het oorspronkelijke Staatsblad of de Staatscourant. Wij aanvaarden geen aansprakelijkheid voor eventuele onnauwkeurigheden die voortvloeien uit de omzetting van het origineel naar dit formaat.