Verdrag inzake nucleaire veiligheid

Type Verdrag
Publication 1997-01-13
State In force
Source BWB
Wijzigingsgeschiedenis JSON API

Preambule

De Verdragsluitende Partijen,

Zich ervan bewust dat het voor de internationale gemeenschap van belang is ervoor te zorgen dat het gebruik van kernenergie veilig, goed gereguleerd en milieuverantwoord is;

De noodzaak opnieuw bevestigend van het blijven bevorderen van een hoog niveau van nucleaire veiligheid over de gehele wereld;

Opnieuw bevestigend dat de verantwoordelijkheid voor nucleaire veiligheid berust bij de Staat die rechtsmacht over een kerninstallatie heeft;

Geleid door de wens een doeltreffend nucleaire-veiligheidscultuur te bevorderen;

Beseffend dat ongevallen in kerninstallaties grensoverschrijdende gevolgen kunnen hebben;

Indachtig het Verdrag inzake de fysieke beveiliging van kernmateriaal (1979), het Verdrag inzake vroegtijdige kennisgeving van een nucleair ongeval (1986) en het Verdrag inzake de verlening van bijstand in het geval van een nucleair ongeval of een calamiteit met radioactieve stoffen (1986);

Het belang bevestigend van internationale samenwerking ter verbetering van de nucleaire veiligheid via bestaande bilaterale en multilaterale mechanismen en de totstandkoming van dit tot een inspanning verplichtende Verdrag;

Erkennend dat dit Verdrag de verplichting met zich meebrengt fundamentele veiligheidsbeginselen voor kerninstallaties toe te passen, en niet zozeer gedetailleerde veiligheidsnormen, en dat er internationaal vastgestelde richtlijnen met betrekking tot veiligheid bestaan, die van tijd tot tijd worden bijgewerkt en die derhalve als leidraad kunnen dienen met betrekking tot eigentijdse middelen om een hoog niveau van veiligheid te bereiken;

Bevestigend de noodzaak van een spoedige aanvang van de totstandbrenging van een internationaal verdrag inzake de veiligheid van het beheer van radioactief afval zodra het nog lopende proces van ontwikkeling van grondbeginselen voor de veiligheid van het afvalbeheer heeft geresulteerd in brede internationale overeenstemming;

Erkennend dat het nuttig is de technische werkzaamheden met betrekking tot de veiligheid van andere onderdelen van de splijtstofcyclus voort te zetten en dat deze werkzaamheden op den duur verdere ontwikkeling van bestaande of toekomstige internationale instrumenten kunnen vergemakkelijken;

Zijn het volgende overeengekomen:

HOOFDSTUK 1. DOELSTELLINGEN, BEGRIPSOMSCHRIJVINGEN EN WERKINGSSFEER

Artikel 1. Doelstellingen

De doelstellingen van dit Verdrag zijn de volgende:

Artikel 2. Begripsomschrijvingen

Voor de toepassing van dit Verdrag:

Artikel 3. Werkingssfeer

Dit Verdrag is van toepassing op de veiligheid van kerninstallaties.

HOOFDSTUK 2. VERPLICHTINGEN

Algemene bepalingen a

Artikel 4. Uitvoeringsmaatregelen

Elke Verdragsluitende Partij treft binnen het kader van haar nationale recht de wetgevende, regelgevende en bestuurlijke maatregelen en andere voorzieningen die noodzakelijk zijn ter nakoming van haar verplichtingen ingevolge dit Verdrag.

Artikel 5. Rapportage

Elke Verdragsluitende Partij dient, ter toetsing, vóór elke in artikel 20 bedoelde vergadering een rapport in betreffende de maatregelen die zij heeft genomen ter nakoming van elk van de verplichtingen van dit Verdrag.

Artikel 6. Bestaande kerninstallaties

Elke Verdragsluitende Partij neemt passende maatregelen om te waarborgen dat de veiligheid van kerninstallaties die bestaan op het tijdstip waarop dit Verdrag voor die Verdragsluitende Partij in werking treedt, zo spoedig mogelijk wordt getoetst. Wanneer zulks in het kader van dit Verdrag noodzakelijk is, draagt de Verdragsluitende Partij er zorg voor dat alle redelijkerwijs uitvoerbare verbeteringen zo snel mogelijk worden aangebracht ter vergroting van de veiligheid van de kerninstallatie. Indien bedoelde vergroting van de veiligheid niet kan worden verwezenlijkt, dienen plannen te worden uitgevoerd gericht op sluiting van de kerninstallatie zodra zulks praktisch mogelijk is. Bij de bepaling van het tijdstip van sluiting kan rekening worden gehouden met de gehele energiecontext en mogelijke alternatieven, alsmede met de sociale en economische gevolgen en de milieu-effecten.

Wet- en regelgeving b

Artikel 7. Wet- en regelgevend kader
1.

Elke Verdragsluitende Partij schept en handhaaft een wet- en regelgevend kader betreffende de veiligheid van kerninstallaties.

2.

Het wet- en regelgevend kader voorziet in:

Artikel 8. Regulerend lichaam
1.

Door elke Verdragsluitende Partij wordt een regulerend lichaam opgericht of aangewezen ter uitvoering van het in artikel 7 bedoelde wet- en regelgevend kader, dat beschikt over passende bevoegdheden, bekwaamheid en financiële en personele middelen om de toegewezen taken te vervullen.

2.

Elke Verdragsluitende Partij neemt passende maatregelen om te zorgen voor een daadwerkelijke scheiding van taken tussen het regulerende lichaam en andere lichamen of organisaties die zich bezighouden met de bevordering of het gebruik van kernenergie.

Artikel 9. Verantwoordelijkheid van de vergunninghouder

Elke Verdragsluitende Partij draagt er zorg voor dat de hoofdverantwoordelijkheid voor de veiligheid van een kerninstallatie berust bij de houder van de desbetreffende vergunning en neemt passende maatregelen om te waarborgen dat iedere vergunninghouder zijn verantwoordelijkheid in acht neemt.

Algemene veiligheidsoverwegingen c

Artikel 10. Prioriteit aan veiligheid

Elke Verdragsluitende Partij neemt passende maatregelen om te waarborgen dat alle organisaties die activiteiten verrichten die rechtstreeks verband houden met kerninstallaties, beleidslijnen uitzetten waarin de nodige prioriteit wordt gegeven aan nucleaire veiligheid.

Artikel 11. Financiële en personele middelen
1.

Elke Verdragsluitende Partij neemt passende maatregelen om te waarborgen dat er voldoende financiële middelen beschikbaar zijn ten behoeve van de veiligheid van iedere kerninstallatie gedurende de gehele levensduur daarvan.

2.

Elke Verdragsluitende Partij neemt passende maatregelen om te waarborgen dat voldoende gekwalificeerd personeel met deugdelijke opleiding, training en hertraining beschikbaar is voor alle met de veiligheid verband houdende activiteiten die in of voor iedere kerninstallatie worden verricht gedurende de gehele levensduur daarvan.

Artikel 12. Menselijke factoren

Elke Verdragsluitende Partij neemt passende maatregelen om te waarborgen dat de mogelijkheden en beperkingen van het menselijk handelen in aanmerking worden genomen gedurende de gehele levensduur van een kerninstallatie.

Artikel 13. Kwaliteitsborging

Elke Verdragsluitende Partij neemt passende maatregelen om zeker te stellen dat er programma's voor kwaliteitsborging worden opgezet en uitgevoerd, teneinde zekerheid te bieden dat de gestelde eisen voor alle activiteiten die voor nucleaire veiligheid van belang zijn, gedurende de gehele levensduur van een kerninstallatie in acht worden genomen.

Artikel 14. Beoordeling en verificatie van de veiligheid

Elke Verdragsluitende Partij neemt passende maatregelen om zeker te stellen dat:

Artikel 15. Stralenbescherming

Elke Verdragsluitende Partij neemt passende maatregelen om zeker te stellen dat in alle bedrijfstoestanden de blootstelling van werknemers en het publiek aan ioniserende straling van een kerninstallatie zo gering blijft als redelijkerwijs mogelijk is en dat niemand wordt blootgesteld aan stralingsdoses die hoger liggen dan de geldende nationale dosislimieten.

Artikel 16. Voorbereiding op ongevallen
1.

Elke Verdragsluitende Partij neemt passende maatregelen om zeker te stellen dat er voor kerninstallaties interne en externe rampenbestrijdingsplannen bestaan die routinematig worden getest en betrekking hebben op alle activiteiten die moeten worden verricht bij ongevallen.

Bij elke nieuwe kerninstallatie dienen deze plannen te worden opgesteld en getest voordat bedrijfsvoering op boven door het regulerende lichaam goedgekeurd laag vermogen aanvangt.

2.

Elke Verdragsluitende Partij neemt passende maatregelen om zeker te stellen dat haar eigen bevolking en de bevoegde autoriteiten van de Staten in de nabijheid van de kerninstallatie, voor zover zij zouden kunnen worden getroffen door een ongeval met stralingsgevolgen, deugdelijke informatie ontvangen ten behoeve van rampenbestrijding en de planning daarvan.

3.

Verdragsluitende Partijen die geen kerninstallatie op hun grondgebied hebben, nemen, voor zover zij zouden kunnen worden getroffen door een ongeval met stralingsgevolgen in een kerninstallatie in de nabijheid, passende maatregelen gericht op het opstellen en testen van rampenbestrijdingsplannen voor hun grondgebied waarin bij ongevallen te treffen maatregelen zijn vastgelegd.

Veiligheid van installaties d

Artikel 17. Keuze van de vestigingsplaats

Elke Verdragsluitende Partij neemt passende maatregelen om te waarborgen dat de juiste procedures worden vastgelegd en uitgevoerd:

Artikel 18. Ontwerp en bouw

Elke Verdragsluitende Partij neemt passende maatregelen om zeker te stellen dat:

Artikel 19. Bedrijfsvoering

Elke Verdragsluitende Partij neemt passende maatregelen om zeker te stellen dat:

HOOFDSTUK 3. VERGADERINGEN VAN DE VERDRAGSLUITENDE PARTIJEN

Artikel 20. Toetsingsvergaderingen
1.

De Verdragsluitende Partijen houden vergaderingen (hierna te noemen „toetsingsvergaderingen") ter toetsing van de ingevolge artikel 5 ingediende rapporten, zulks overeenkomstig de ingevolge artikel 22 aangenomen procedures.

2.

Met inachtneming van de bepalingen van artikel 24 kunnen subgroepen, bestaande uit vertegenwoordigers van de Verdragsluitende Partijen, worden gevormd en zitting houden gedurende de toetsingsvergaderingen wanneer zulks noodzakelijk wordt geacht ter toetsing van specifieke in de rapporten behandelde onderwerpen.

3.

Elke Verdragsluitende Partij wordt een redelijke mogelijkheid geboden om de door andere Verdragsluitende Partijen ingediende rapporten te bespreken en te vragen om een toelichting ter zake.

Artikel 21. Tijdschema
1.

Uiterlijk zes maanden na de datum van inwerkingtreding van dit Verdrag wordt een voorbereidende vergadering van de Verdragsluitende Partijen gehouden.

2.

Op deze voorbereidende vergadering stellen de Verdragsluitende Partijen de datum voor de eerste toetsingsvergadering vast. Deze vindt zo spoedig mogelijk plaats binnen dertig maanden na de datum van inwerkingtreding van dit Verdrag.

De raadpleging van dit document komt niet in de plaats van het lezen van het oorspronkelijke Staatsblad of de Staatscourant. Wij aanvaarden geen aansprakelijkheid voor eventuele onnauwkeurigheden die voortvloeien uit de omzetting van het origineel naar dit formaat.