Verdrag tussen het Koninkrijk der Nederlanden en het Koninkrijk België betreffende de aanleg van een spoorverbinding voor hogesnelheidstreinen tussen Rotterdam en Antwerpen

Type Verdrag
Publication 1999-01-01
State In force
Source BWB
Wijzigingsgeschiedenis JSON API

Het Koninkrijk der Nederlanden

en

het Koninkrijk België,

hierna de „Partijen" genoemd,

Herinnerend aan het akkoord van de Ministers van Verkeer van België, de Bondsrepubliek Duitsland, Frankrijk, Nederland en het Verenigd Koninkrijk, op hun bijeenkomst te 's-Gravenhage op 21 november 1989, om zo spoedig mogelijk spoorverbindingen voor hogesnelheidstreinen tussen Parijs, Brussel, Keulen, Amsterdam en Londen tot stand te brengen (het zogenaamde „PBKA-L project");

Indachtig dat de Europese Raad op 8 december 1994 zijn goedkeuring heeft gehecht aan het rapport van de Groep Christophersen inzake de Transeuropese Netwerken, waarin het PBKA-L project is opgenomen in de lijst van prioritaire vervoerprojecten;

Verlangend de Hogesnelheidslijn tussen Rotterdam en Antwerpen bij voorrang en onder optimale voorwaarden te realiseren;

Overwegend dat Nederland bereid is om België in bepaalde mate financieel te vergoeden voor de meerkosten welke de aanleg van de Hogesnelheidslijn volgens een tracé gebundeld met de autosnelweg A16-E19 voor België meebrengt in vergelijking met een tracé gebundeld met de autoweg A12 (het zogenaamde „Havenweg-tracé"),

Zijn overeengekomen als volgt:

Artikel 1. Definities
1.

Voor de toepassing van dit Verdrag betekent

X = het aantal kilometers (op twee decimalen) van het traject waarvoor de werken van burgerlijke bouwkunst (spoorbedding en kunstwerken) zijn uitgevoerd
Y = het aantal kilometers (op twee decimalen) van het traject waarvoor de sporen (rails, dwarsliggers en ballast) zijn gelegd
Z = het aantal kilometers (op twee decimalen) van het traject waarvoor de elektriciteitsinfrastructuur (leidingen en seininrichting) is voltooid
T = het totaal aantal kilometers (op twee decimalen) van het Belgische traject van de Hogesnelheidslijn.
2.

Voor de toepassing van dit Verdrag wordt interest berekend volgens het effectief aantal verstreken dagen en op basis van een jaar van 360 dagen. Zodra de Nederlandse gulden en/of de Belgische frank worden vervangen door de Europese eenheidsmunt (de „Euro"), worden de bedragen die in dit Verdrag in Nederlandse gulden respectievelijk Belgische frank zijn uitgedrukt, omgezet in Euro tegen de omrekenkoers bepaald overeenkomstig artikel 109 L, vierde lid, van het Verdrag tot oprichting van de Europese Gemeenschap, en wordt voor de berekening van interest, AIBOR vervangen door een equivalente rentevoet voor Euro, alsdan te bepalen door het Opvolgingscomité.

Artikel 2. Aanleg van de Hogesnelheidslijn
1.

Tussen Rotterdam (Lombardijen) en Antwerpen (Luchtbal) wordt een spoorverbinding voor hogesnelheidstreinen aangelegd volgens een tracé voornamelijk gebundeld met de autosnelweg A16-E19, met grensovergang aan de westelijke zijde van voornoemde autosnelweg ter hoogte van Hazeldonk (Nederland) en Meer (België). Deze grensovergang zal zijn gesitueerd binnen de gearceerde strook op de plattegrond in de bijlage bij dit Verdrag.

2.

De in het eerste lid bedoelde spoorverbinding bestaat uit een tweesporige lijn, geëlektrificeerd in wisselstroom 25 kilovolt, 50 hertz, voor een kruissnelheid van 300 kilometer per uur, en omvat daarnaast de nodige seininrichtingen, installaties voor verlichting, drijfkracht en telecommunicatie, veiligheidsvoorzieningen, alsook tunnels, bruggen en andere kunstwerken. Hierbij geldt als gezamenlijke doelstelling van de Partijen dat de capaciteit van die spoorverbinding adequaat moet zijn voor een vlotte verwerking van het volgens het Productiemodel voorziene treinverkeer.

3.

De Partijen zullen in het kader van de technische uitwerking van voorbereiding en aanleg van de Hogesnelheidslijn op Belgisch en Nederlands grondgebied samenwerken met het oog zowel op een hoge graad van grensoverschrijdende technische harmonisatie van de betreffende infrastructuur als op besparingen voor beide Partijen.

Artikel 3. Taak- en kostenverdeling
1.

Elke Partij draagt zorg voor de voorbereiding, de aanleg, de bediening, het onderhoud en de instandhouding van het deel van de Hogesnelheidslijn gelegen op haar grondgebied, een en ander op de in haar land voor overeenkomstige rijkswerken gebruikelijke wijze. België kan deze taken volledig of gedeeltelijk opdragen aan de Nationale Maatschappij der Belgische Spoorwegen, met dien verstande dat België ten aanzien van Nederland volledig verantwoordelijk en aansprakelijk blijft voor de goede uitvoering van de betreffende taken en dat Nederland de genoemde maatschappij niet krachtens dit Verdrag kan aanspreken.

2.

Elke Partij draagt de kosten van de werken en taken waarvoor zij ingevolge het eerste lid de verantwoordelijkheid draagt, behalve als bepaald in artikel 4.

Artikel 4. Bijzondere bijdrage van Nederland
1.

In verband met de meerkosten welke de aanleg van de Hogesnelheidslijn volgens het in artikel 2, eerste lid, bepaalde tracé voor België meebrengt ten opzichte van het Havenweg-tracé, zal Nederland aan België een eenmalige en forfaitaire bijdrage van 823.000.000 (achthonderd drieëntwintig miljoen) Nederlandse gulden betalen. België zal deze som, tezamen met de betreffende interest ingevolge het tweede lid, onder b, daadwerkelijk en aantoonbaar besteden aan de voorbereiding en de aanleg van het deel van de Hogesnelheidslijn gelegen op Belgisch grondgebied en zal hierover aan het Opvolgingscomité alle nodige inlichtingen verstrekken.

2.

De in het eerste lid bepaalde bijdrage zal als volgt worden betaald:

3.

De betalingen ingevolge het tweede lid zullen worden verricht door overschrijving ten gunste van de Belgische Schatkist op rekening nummer 1 van de Nationale Bank van België bij De Nederlandsche Bank N.V. In geval van laattijdige betaling is op het betreffende bedrag automatisch, zonder aanmaning, interest verschuldigd tegen AIBOR plus 100 basispunten, met een minimum van 6%.

Artikel 5. Realisatiedatum en schadevergoeding in geval van achterstand
1.

De Partijen dragen zorg voor een spoedige aanleg van de Hogesnelheidslijn ten einde deze in beide landen terzelfder tijd te voltooien met het oog op haar openstelling voor reizigersvervoer met hogesnelheidstreinen op 1 juni 2005.

2.

Zo de Hogesnelheidslijn niet op de Realisatiedatum kan worden opengesteld ten gevolge van achterstand van één der Partijen in de aanleg van de Hogesnelheidslijn op haar grondgebied, zal deze Partij aan de andere Partij bij wijze van schadevergoeding een forfaitaire som per kalenderdag vertraging betalen. Deze som wordt naar prijspeil januari 1997 bepaald op 45.000 (vijfenveertigduizend) Nederlandse gulden in geval van achterstand van België en op 750.000 (zevenhonderdvijftigduizend) Belgische frank in geval van achterstand van Nederland. Beide sommen worden vanaf 1998 jaarlijks geïndexeerd aan het indexcijfer der consumptieprijzen in Nederland respectievelijk België van de maand januari.

3.

Zo de Hogesnelheidslijn niet op de Realisatiedatum kan worden opengesteld tengevolge van achterstand van België in de aanleg van de Hogesnelheidslijn op haar grondgebied, zal België bovendien aan Nederland een aanvullende vergoeding betalen, berekend aan de hand van de volgende formule:

waar:

n = het aantal periodes van zes maanden begrepen tussen de Realisatiedatum en de datum waarop de Hogesnelheidslijn op Belgisch grondgebied kan worden opengesteld, waarbij de laatste periode (al dan niet voltooid) als een periode wordt geteld
i = AIBOR
S = het totaal van de ingevolge artikel 4, eerste en tweede lid, door België ontvangen sommen (in Nederlandse gulden), vermeerderd met interest tegen AIBOR vanaf de datum van effectieve ontvangst tot de Realisatiedatum
r = de Realisatie-index op de Realisatiedatum en vervolgens op de laatste dag van elke daaropvolgende periode van zes maanden
x = het effectief aantal verstreken dagen in de betreffende periode van zes maanden.
4.

De in het tweede en derde lid bepaalde vergoedingen worden in maandelijkse schijven betaald. Inzake het tijdstip van betaling is overeengekomen dat deze zal geschieden ten laatste op de vijftiende dag van elke maand, vanaf de zesde maand volgend op die van de Realisatiedatum. Deze vergoedingen sluiten tussen de Partijen elke andere vorm van schadeloosstelling uit.

Artikel 6. Opvolgingscomité
1.

De Partijen plegen regelmatig overleg over alle vraagstukken van gemeenschappelijk belang welke zich bij de voorbereiding en aanleg van de Hogesnelheidslijn voordoen. Te dien einde wordt een gezamenlijk Opvolgingscomité ingesteld, dat instaat voor een nauwe coördinatie en opvolging van de betreffende procedures en werken. Hierbij kan het Opvolgingscomité, in acht genomen de gezamenlijke wens van de Partijen om tot een optimale oplossing te komen, schriftelijk voorstellen om de in artikel 5, eerste lid, bepaalde datum aan te passen, in welk geval de Ministers binnen 30 dagen terzake een beslissing nemen.

2.

Het Opvolgingscomité telt een even aantal leden, van wie de helft wordt aangesteld door elke Partij. Het kan subcomités vormen, waaraan het voorbereidende of uitvoerende taken in bepaalde aangelegenheden kan toevertrouwen.

3.

Het Opvolgingscomité vergadert ten minste tweemaal per jaar en telkens wanneer één van de Ministers erom verzoekt. Het houdt zitting op een plaats in België of Nederland die het zelf bepaalt. De beslissingen van het Opvolgingscomité worden genomen bij consensus. Het Opvolgingscomité stelt zelf zijn reglement van orde vast.

Artikel 7. Aansluitende spoorverbindingen
1.

De Partijen zullen zich inspannen om, elk op haar grondgebied, vóór de Realisatiedatum eveneens de reeds voorziene capaciteitsverhogende en/of rijtijdverlagende werken of maatregelen te realiseren op de met de Hogesnelheidslijn aansluitende baanvakken van Nieuw Vennep tot en met Rotterdam (Lombardijen) en van Antwerpen (Luchtbal) tot en met Brussel-Zuid. Deze werken en maatregelen zijn voorwerp van overleg in het Opvolgingscomité.

2.

In elk geval dragen de Partijen er, elk op haar grondgebied, zorg voor dat, vanaf de openstelling van de Hogesnelheidslijn, op de in het eerste lid bedoelde aansluitende baanvakken ongehinderde doortocht mogelijk is voor het in het Productiemodel voorziene treinverkeer, zo nodig door voorrang te verlenen aan de hogesnelheidstreinen in de vaststelling van de dienstregeling of in de dagelijkse verkeersleiding. De verwijzing in dit Verdrag naar het Productiemodel geldt enkel ter bepaling van capaciteitsbehoefte en verkeersprioriteit. Wat het effectieve treinverkeer betreft, komt het de betrokken spoorwegondernemingen toe om te gelegener tijd de nodige regelingen te treffen volgens commerciële criteria.

Artikel 8. Overmacht
1.

Voor de toepassing van dit Verdrag wordt onder overmacht verstaan elke vreemde oorzaak welke niet te wijten is aan de schuld van de Partij die zich op overmacht beroept en naar in het verkeer geldende opvattingen niet voor haar rekening komt, waarvan zij de gevolgen niet kon voorkomen of vermijden (in acht genomen de diligentie die men redelijkerwijs van haar kan verwachten), en welke haar tijdelijk of definitief verhindert om één of meer van haar verbintenissen ingevolge dit Verdrag uit te voeren.

2.

Een Partij kan zich slechts op overmacht beroepen indien zij, binnen 60 dagen na kennis te hebben gekregen van de relevante gebeurtenis of omstandigheid, de andere Partij daarvan schriftelijk op de hoogte stelt. Deze kennisgeving leidt tot een spoedoverleg in het Opvolgingscomité, dat de situatie zal evalueren en, binnen 90 dagen na die kennisgeving, zijn analyse en aanbevelingen zal formuleren ten behoeve van de Ministers. De Ministers streven ernaar een evenwichtige regeling uit te werken die vooralsnog toelaat om de doelstellingen van dit Verdrag onder zo goed mogelijke condities te verwezenlijken.

3.

Zolang zij aanhoudt, schorst overmacht de uitvoering van de betreffende verbintenis en correlatieve verbintenissen. Tenzij de Ministers er anders over beslissen, worden de in of krachtens dit Verdrag bepaalde uitvoeringstermijnen voor die verbintenissen verlengd met de duur van de schorsing ingevolge overmacht. Deze schorsing geeft geen aanleiding tot schadeloosstelling.

4.

Zo overmacht de uitvoering van één of meer verbintenissen ingevolge de artikelen 2 tot en met 5 definitief verhindert en de Ministers niet binnen 90 dagen na ontvangst van het in het tweede lid bedoelde rapport van het Opvolgingscomité overeenstemming hebben bereikt over een regeling zoals bedoeld in het tweede lid, kan elke Partij gedurende een verdere periode van 90 dagen dit Verdrag beëindigen door een schriftelijke kennisgeving in die zin aan de andere Partij (voor zover de overmacht aanhoudt op het tijdstip van deze kennisgeving). Beëindiging van dit Verdrag ingevolge overmacht geeft geen aanleiding tot schadeloosstelling, behalve zoals bepaald in het vijfde lid.

5.

In geval van beëindiging van dit Verdrag ingevolge overmacht zal België het deel van de overeenkomstig artikel 4 ontvangen sommen dat alsdan nog niet is besteed aan de Hogesnelheidslijn, restitueren aan Nederland. Het betreffend bedrag zal worden bepaald aan de hand van de volgende formule:

S * (l – r)

waar:

S = het totaal van de overeenkomstig artikel 4 door België ontvangen sommen (in Nederlandse gulden), vermeerderd met interest tegen AIBOR vanaf de datum van effectieve ontvangst tot de datum van restitutie
r = de Realisatie-index op de datum van beëindiging van dit Verdrag, dan wel, zo België dit naar redelijkheid en billijkheid kan aantonen volgens de reële stand van uitvoering der aanbestedingen en werken, de hogere graad van aanwending van de overeenkomstig artikel 4 ontvangen sommen op hetzelfde tijdstip (eveneens uitgedrukt als een getal tussen 0 en 1, op vier decimalen).
Artikel 9. Andere projecten

De dossiers betreffende de doortrekking van Goederenlijn 11 naar de spoorlijn tussen Goes en Bergen-op-Zoom en de ontsluiting van de Antwerpse haven via de zogenaamde „IJzeren Rijn" naar Duitsland zullen op hun eigen merites en in goed overleg en nabuurschap worden beoordeeld. In het eerste dossier wordt ernaar gestreefd om vóór 1 januari 2000 een tracékeuze te maken. In het tweede dossier zal Nederland actief meewerken aan de haalbaarheidsstudie, ook in verband met de ontwikkeling van tracévarianten ter hoogte van Roermond en de Nederlands-Duitse grens. Afhankelijk van de resultaten van dit onderzoek zullen de Partijen desgevallend gezamenlijk in overleg treden met de bevoegde instanties in de Bondsrepubliek Duitsland.

Artikel 10. Geschillen

De raadpleging van dit document komt niet in de plaats van het lezen van het oorspronkelijke Staatsblad of de Staatscourant. Wij aanvaarden geen aansprakelijkheid voor eventuele onnauwkeurigheden die voortvloeien uit de omzetting van het origineel naar dit formaat.