Verdrag inzake de deelneming van buitenlanders aan het openbare leven op plaatselijk niveau

Type Verdrag
Publication 1997-05-01
State In force
Source BWB
Wijzigingsgeschiedenis JSON API

De lidstaten van de Raad van Europa die dit Verdrag hebben ondertekend,

Overwegende dat het doel van de Raad van Europa het tot stand brengen van een grotere eenheid tussen zijn leden is, ten einde de idealen en beginselen die hun gemeenschappelijk erfgoed zijn te beschermen en te verwezenlijken en hun economische en sociale vooruitgang te bevorderen onder eerbiediging van de rechten van de mens en de fundamentele vrijheden;

Opnieuw hun gehechtheid bevestigend aan de universele en ondeelbare aard van de rechten van de mens en de fundamentele vrijheden, gebaseerd op de waardigheid van alle mensen;

Gelet op de artikelen 10, 11, 16 en 60 van het Verdrag tot bescherming van de rechten van de mens en de fundamentele vrijheden;

Overwegende dat het verblijf van buitenlanders op het nationale grondgebied thans een blijvend kenmerk van de Europese samenlevingen is;

Overwegende dat buitenlandse ingezetenen op plaatselijk niveau in het algemeen dezelfde plichten hebben als staatsburgers;

Zich bewust van de actieve deelneming van buitenlandse ingezetenen aan het leven en de ontwikkeling van de welvaart van de plaatselijke gemeenschap, en overtuigd van de noodzaak hun integratie in de plaatselijke gemeenschap te verbeteren, met name door verruiming van de mogelijkheden om deel te nemen aan plaatselijke openbare aangelegenheden,

Zijn als volgt overeengekomen:

DEEL I

Artikel 1
1.

Iedere Partij past de bepalingen van de Hoofdstukken A, B en C toe. Iedere Verdragsluitende Staat kan evenwel verklaren, bij de nederlegging van zijn akte van bekrachtiging, aanvaarding, goedkeuring of toetreding, dat hij zich het recht voorbehoudt de bepalingen van Hoofdstuk B of Hoofdstuk C, dan wel van beide, niet toe te passen.

2.

ledere Partij die heeft verklaard dat zij slechts één of twee hoofdstukken zal toepassen, kan op enig later tijdstip de Secretaris-Generaal te kennen geven dat zij ermede instemt de bepalingen van het hoofdstuk of de hoofdstukken toe te passen die zij op het tijdstip van nederlegging van haar akte van bekrachtiging, aanvaarding, goedkeuring of toetreding niet had aanvaard.

Artikel 2

Voor de toepassing van dit Verdrag wordt onder „buitenlandse ingezetenen" verstaan personen die geen onderdaan zijn van de desbetreffende Staat en die legaal op zijn grondgebied verblijven.

HOOFDSTUK A. VRIJHEID VAN MENINGSUITING, VERENIGING EN VERGADERING

Artikel 3

Iedere Partij verplicht zich ertoe, behoudens de bepalingen van artikel 9, om buitenlandse ingezetenen onder dezelfde voorwaarden als haar eigen onderdanen te waarborgen:

Artikel 4

Iedere Partij streeft ernaar te verzekeren dat serieuze pogingen worden ondernomen om buitenlandse ingezetenen te betrekken bij openbare enquêtes, planningsprocedures en andere inspraakprocedures inzake plaatselijke aangelegenheden.

HOOFDSTUK B. INSPRAAKORGANEN TER VERTEGENWOORDIGING VAN BUITENLANDSE INGEZETENEN OP PLAATSELIJK NIVEAU

Artikel 5
1.

Iedere Partij verplicht zich ertoe, behoudens de bepalingen van artikel 9, eerste lid:

2.

Iedere Partij ziet erop toe dat vertegenwoordigers van buitenlandse ingezetenen die deelnemen aan de in het eerste lid bedoelde inspraakorganen of andere institutionele regelingen kunnen worden gekozen door de buitenlandse ingezetenen op het grondgebied van de plaatselijke overheid of kunnen worden aangewezen door afzonderlijke verenigingen van buitenlandse ingezetenen.

HOOFDSTUK C. STEMRECHT BIJ PLAATSELIJKE VERKIEZINGEN

Artikel 6
1.

Iedere Partij verplicht zich ertoe, behoudens artikel 9, eerste lid, aan elke buitenlandse ingezetene het actieve en passieve kiesrecht toe te kennen voor plaatselijke verkiezingen, mits hij voldoet aan dezelfde wettelijke vereisten als die welke van toepassing zijn op onderdanen en hij gedurende de vijf jaar voorafgaande aan de verkiezingen op legale wijze zijn gewone verblijfplaats in de betrokken Staat heeft gehad.

2.

Een Verdragsluitende Staat kan evenwel bij de nederlegging van zijn akte van bekrachtiging, aanvaarding, goedkeuring of toetreding verklaren dat hij de toepassing van het eerste lid wenst te beperken tot uitsluitend het actieve kiesrecht.

Artikel 7

Iedere Partij kan, hetzij eenzijdig, hetzij bij bilaterale of multilaterale overeenkomst, bedingen dat aan de in artikel 6 genoemde voorwaarden voor verblijf is voldaan bij een kortere periode van verblijf.

DEEL II

Artikel 8

Iedere Partij streeft ernaar te verzekeren dat er voor buitenlandse ingezetenen informatie beschikbaar is over hun rechten en plichten in het kader van het plaatselijke openbare leven.

Artikel 9
1.

Ten tijde van oorlog of andere openbare noodtoestand die het voortbestaan van de natie bedreigt, kunnen de ingevolge de eerste Afdeling aan buitenlandse ingezetenen toegekende rechten worden onderworpen aan verdere beperkingen, voor zover deze strikt noodzakelijk zijn vanwege de situatie, mits die beperkingen niet in strijd zijn met de overige verplichtingen van de Partij ingevolge het internationale recht.

2.

Aangezien het in artikel 3, letter a, erkende recht plichten en verantwoordelijkheden inhoudt, kan het worden onderworpen aan formaliteiten, voorwaarden, beperkingen of sancties die bij de wet zijn voorzien en die in een democratische samenleving noodzakelijk zijn in het belang van de nationale veiligheid, territoriale integriteit of openbare veiligheid, het voorkomen van wanordelijkheden en strafbare feiten, de bescherming van de gezondheid of de goede zeden, de bescherming van de goede naam of rechten van anderen, om de verspreiding van vertrouwelijke mededelingen te voorkomen of om het gezag en de onpartijdigheid van de rechterlijke macht te waarborgen.

3.

Het in artikel 3, letter b, erkende recht mag niet aan andere beperkingen worden onderworpen dan die welke bij de wet zijn voorzien en die in een democratische samenleving noodzakelijk zijn, in het belang van de nationale veiligheid, openbare veiligheid, het voorkomen van wanordelijkheden en strafbare feiten, de bescherming van de gezondheid of de goede zeden, of de bescherming van de rechten en vrijheden van anderen.

4.

Elke maatregel die wordt genomen op grond van dit artikel moet ter kennis worden gebracht van de Secretaris-Generaal van de Raad van Europa, die daarvan mededeling doet aan de andere Partijen. Dezelfde procedure is van toepassing wanneer dergelijke maatregelen worden ingetrokken.

5.

Geen enkele bepaling van dit Verdrag mag zodanig worden uitgelegd dat deze leidt tot beperking of aantasting van de rechten die kunnen worden erkend krachtens de wetten van een Partij of krachtens enig ander verdrag waarbij zij partij is.

Artikel 10

Iedere Partij stelt de Secretaris-Generaal van de Raad van Europa in kennis van elke wettelijke bepaling of andere maatregel die door de bevoegde autoriteiten op haar grondgebied wordt aangenomen en die verband houdt met haar verplichtingen uit hoofde van dit Verdrag.

DEEL III

Artikel 11

Dit Verdrag staat open voor ondertekening door de lidstaten van de Raad van Europa. Het dient te worden bekrachtigd, aanvaard of goedgekeurd. De akten van bekrachtiging, aanvaarding of goedkeuring worden nedergelegd bij de Secretaris-Generaal van de Raad van Europa.

Artikel 12
1.

Dit Verdrag treedt in werking op de eerste dag van de maand die volgt na het verstrijken van een tijdvak van drie maanden na de datum waarop vier lidstaten van de Raad van Europa hun instemming door dit Verdrag te worden gebonden tot uitdrukking hebben gebracht overeenkomstig de bepalingen van artikel 11.

2.

Ten aanzien van een lidstaat die later zijn instemming door dit Verdrag te worden gebonden tot uitdrukking heeft gebracht, treedt dit Verdrag in werking op de eerste dag van de maand die volgt na het verstrijken van een tijdvak van drie maanden na de datum van nederlegging van de akte van bekrachtiging, aanvaarding of goedkeuring.

Artikel 13
1.

Na de inwerkingtreding van dit Verdrag kan het Comité van Ministers van de Raad van Europa iedere Staat die geen lid is van de Raad van Europa uitnodigen hiertoe toe te treden, zulks bij een besluit genomen met de meerderheid voorzien in artikel 20, letter d, van het Statuut van de Raad van Europa en met algemene stemmen van de vertegenwoordigers van de Verdragsluitende Staten die het recht hebben in het Comité van Ministers zitting te hebben.

2.

Ten aanzien van een toetredende Staat treedt dit Verdrag in werking op de eerste dag van de maand die volgt na het verstrijken van een tijdvak van drie maanden na de datum van nederlegging van de akte van toetreding bij de Secretaris-Generaal van de Raad van Europa.

Artikel 14

Verplichtingen die Partijen bij het Verdrag later op zich nemen overeenkomstig artikel 1, tweede lid, worden geacht een integrerend deel uit te maken van de bekrachtiging, aanvaarding, goedkeuring of toetreding van de Partij die daarvan kennisgeving doet en hebben dezelfde rechtskracht vanaf de eerste dag van de maand die volgt op het verstrijken van een tijdvak van drie maanden na de datum van ontvangst van de kennisgeving door de Secretaris-Generaal.

Artikel 15

De bepalingen van dit Verdrag zijn van toepassing op alle categorieën plaatselijke overheden die op het grondgebied van iedere Partij bestaan. Iedere Verdragsluitende Staat kan echter bij de nederlegging van zijn akte van bekrachtiging, aanvaarding, goedkeuring of toetreding de categorieën territoriale autoriteiten aangeven waartoe hij de werkingssfeer van dit Verdrag wenst te beperken of die hij van de werkingssfeer hiervan wenst uit te sluiten.

Artikel 16
1.

Iedere Staat kan op het tijdstip van ondertekening of bij de nederlegging van zijn akte van bekrachtiging, aanvaarding, goedkeuring of toetreding het gebied of de gebieden aangeven waarop dit Verdrag van toepassing zal zijn.

2.

Iedere Staat kan te allen tijde daarna, door middel van een verklaring gericht aan de Secretaris-Generaal van de Raad van Europa, de toepassing van dit Verdrag uitbreiden tot een ander in die verklaring genoemd gebied. Ten aanzien van dat gebied treedt het Verdrag in werking op de eerste dag van de maand die volgt na het verstrijken van een tijdvak van drie maanden na de datum van ontvangst van de verklaring door de Secretaris-Generaal.

3.

Een krachtens de twee voorgaande leden afgelegde verklaring kan, ten aanzien van een in die verklaring genoemd gebied, worden ingetrokken door middel van een kennisgeving gericht aan de Secretaris-Generaal. De intrekking wordt van kracht op de eerste dag van de maand die volgt na het verstrijken van een tijdvak van zes maanden na de datum van ontvangst van de kennisgeving door de Secretaris-Generaal.

Artikel 17

Ten aanzien van de bepalingen van dit Verdrag kan geen voorbehoud worden gemaakt, behalve het in artikel 1, eerste lid, genoemde.

Artikel 18
1.

Een Partij kan dit Verdrag te allen tijde opzeggen door middel van een kennisgeving gericht aan de Secretaris-Generaal van de Raad van Europa.

2.

De opzegging wordt van kracht op de eerste dag van de maand die volgt na het verstrijken van een tijdvak van zes maanden na de datum van ontvangst van de kennisgeving door de Secretaris-Generaal.

Artikel 19

De Secretaris-Generaal van de Raad van Europa stelt de lidstaten van de Raad en iedere Staat die tot dit Verdrag is toegetreden in kennis van:

IN WITNESS WHEREOF the undersigned, being duly authorised thereto, have signed this Convention.

DONE at Strasbourg, this 5th day of February 1992, in English and French, both texts being equally authentic, in a single copy which shall be deposited in the archives of the Council of Europe. The Secretary General of the Council of Europe shall transmit certified copies to each member State of the Council of Europe and to any State invited to accede to this Convention.

De raadpleging van dit document komt niet in de plaats van het lezen van het oorspronkelijke Staatsblad of de Staatscourant. Wij aanvaarden geen aansprakelijkheid voor eventuele onnauwkeurigheden die voortvloeien uit de omzetting van het origineel naar dit formaat.