Verdrag betreffende het voorkomen van zware industriële ongevallen

Type Verdrag
Publication 1998-03-25
State In force
Source BWB
Wijzigingsgeschiedenis JSON API

De Algemene Conferentie van de Internationale Arbeidsorganisatie,

Door de Raad van Beheer van het Internationaal Arbeidsbureau bijeengeroepen te Genève, en aldaar bijeengekomen op 2 juni 1993, in haar tachtigste zitting;

Gelet op de internationale arbeidsverdragen en -aanbevelingen op dit terrein, en in het bijzonder op het Verdrag en de Aanbeveling betreffende arbeidsveiligheid, gezondheid en het arbeidsmilieu, 1981, en het Verdrag en de Aanbeveling betreffende veiligheid bij het gebruik van chemische stoffen bij de arbeid, 1990, en de noodzaak van een wereldwijde en samenhangende aanpak onderstrepend, en

Tevens gelet op de Code van praktische richtlijnen betreffende het voorkomen van zware industriële ongevallen, gepubliceerd door de IAO in 1991, en

In aanmerking nemend de noodzaak te verzekeren dat alle passende maatregelen worden genomen:

om zware ongevallen te voorkomen;

om de risico's van zware ongevallen tot het minimum te beperken;

om de gevolgen van zware ongevallen tot het minimum te beperken, en

In overweging nemende de oorzaken van deze ongevallen, waaronder organisatorische fouten, menselijke factoren, storingen in onderdelen, afwijkingen met betrekking tot de normale operationele omstandigheden, inwerkingen van buitenaf en natuurverschijnselen, en

In aanmerking nemend de behoefte aan samenwerking in het kader van het Internationaal Programma inzake chemische veiligheid tussen de Internationale Arbeidsorganisatie, het Milieuprogramma van de Verenigde Naties en de Wereldgezondheidsorganisatie, alsmede met andere betrokken intergouvernementele organisaties, en

Besloten hebbend tot het aannemen van bepaalde voorstellen betreffende het voorkomen van zware industriële ongevallen, welk onderwerp als vierde punt op de agenda van de zitting staat, en

Vastgesteld hebbend dat deze voorstellen de vorm zullen aannemen van een internationaal verdrag;

neemt heden, de tweeëntwintigste juni van het jaar negentienhonderd drieënnegentig het volgende Verdrag aan, dat kan worden aangehaald als Verdrag betreffende het voorkomen van zware industriële ongevallen, 1993.

DEEL I. TOEPASSINGSGBEID EN BEGRIPSOMSCHRIJVINGEN

Artikel 1
1.

De doelstelling van dit Verdrag is het voorkomen van zware ongevallen waarbij gevaarlijke stoffen zijn betrokken en het beperken van de gevolgen van dergelijke ongevallen.

2.

Het Verdrag is van toepassing op installaties waaraan risico's van zware ongevallen zijn verbonden.

3.

Het Verdrag is niet van toepassing op:

4.

Een Lid dat dit Verdrag bekrachtigt kan, na raadpleging van de betrokken werkgevers- en werknemersorganisaties en andere betrokken partijen die er door kunnen worden getroffen, installaties of takken van economische bedrijvigheid waar is gezorgd voor een gelijkwaardige bescherming, uitsluiten van het toepassingsgebied van dit Verdrag.

Artikel 2

Wanneer zich speciale problemen van ernstige aard voordoen, zodat het niet mogelijk is onmiddellijk alle in dit Verdrag voorziene preventieve en beschermende maatregelen te treffen, stelt een Lid, in overleg met de meest betrokken representatieve organisaties van werkgevers en werknemers en andere eventueel betrokken partijen, plannen op voor de gefaseerde uitvoering van bedoelde maatregelen volgens een vast tijdschema.

Artikel 3

In dit Verdrag wordt verstaan onder:

DEEL II. ALGEMENE BEGINSELEN

Artikel 4
1.

Rekening houdend met de nationale wet- en regelgeving, omstandigheden en praktijk en in overleg met de meest representatieve organisaties van werkgevers en werknemers en met andere eventueel betrokken partijen, dient elk Lid een samenhangend nationaal beleid inzake de bescherming van de werknemers, de bevolking en het milieu tegen de risico's van zware ongevallen te formuleren, uit te voeren en regelmatig opnieuw te bezien.

2.

Dit beleid dient te worden uitgevoerd door middel van preventieve en beschermende maatregelen inzake de installaties waaraan risico's van zware ongevallen zijn verbonden en dient, voor zover mogelijk, het gebruik van de beste beschikbare veiligheidstechnologieën te bevorderen.

Artikel 5
1.

De bevoegde autoriteit of een door de bevoegde autoriteit goedgekeurde of erkende instantie dient, na overleg met de meest representatieve organisaties van werkgevers en werknemers en andere eventueel betrokken partijen, een systeem op te zetten voor de identificatie van installaties waaraan risico's van zware ongevallen zijn verbonden als bedoeld in artikel 3, letter c, op basis van een lijst van gevaarlijke stoffen of groepen stoffen of van beide, met hun respectievelijke drempelwaarden, overeenkomstig de nationale wet- en regelgeving of internationale normen.

2.

Het in het eerste lid bedoelde systeem moet regelmatig opnieuw worden bezien en worden bijgewerkt.

Artikel 6

Na overleg met de betrokken representatieve organisaties van werkgevers en werknemers dient de bevoegde autoriteit speciale voorzieningen te treffen ter bescherming van de haar overeenkomstig de artikelen 8, 12, 13 of 14, toegezonden of verstrekte vertrouwelijke informatie, waarvan het openbaar worden schade zou kunnen veroorzaken aan het bedrijf van een werkgever, voor zover deze voorzieningen niet tot ernstige risico's voor de werknemers, de bevolking of het milieu leiden.

DEEL III. VERANTWOORDELIJKHEDEN VAN DE WERKGEVERS

Identificatie

Artikel 7

Werkgevers dienen elke installatie waaraan risico's van zware ongevallen zijn verbonden en waarover zij het beheer voeren te identificeren, op basis van het in artikel 5 bedoelde systeem.

Kennisgeving

Artikel 8
1.

Werkgevers dienen de bevoegde autoriteit in kennis te stellen van elke installatie waaraan risico's van zware ongevallen zijn verbonden en die zij als zodanig hebben geïdentificeerd:

2.

Werkgevers dienen tevens de bevoegde autoriteit vooraf in kennis te stellen van de definitieve sluiting van een installatie waaraan risico's van zware ongevallen zijn verbonden.

Op het niveau van de installatie te treffen regelingen

Artikel 9

Met betrekking tot elke installatie waaraan risico's van zware ongevallen zijn verbonden, dienen de werkgevers een gedocumenteerd systeem ter voorkoming van en bescherming tegen deze risico's op te zetten en te onderhouden, dat omvat:

Veiligheidsrapport

Artikel 10
1.

De werkgevers dienen een veiligheidsrapport op te stellen op basis van het bepaalde in artikel 9.

2.

Het rapport moet worden opgesteld:

Artikel 11

Werkgevers dienen het veiligheidsrapport opnieuw te bezien, bij te werken en te wijzigen:

Artikel 12

De werkgevers dienen de in artikel 10 en 11 bedoelde veiligheidsrapporten aan de bevoegde autoriteit te zenden of te verstrekken.

Ongevallenrapport

Artikel 13

Zodra zich een zwaar ongeval voordoet, stellen de werkgevers de bevoegde autoriteit en de andere hiertoe aangewezen instanties hiervan op de hoogte.

Artikel 14
1.

Na een zwaar ongeval doen de werkgevers de bevoegde autoriteit binnen een vastgestelde termijn een gedetailleerd rapport toekomen dat een analyse van de oorzaken van dat ongeval bevat en waarin de onmiddellijke gevolgen ervan voor het terrein van de installatie worden aangegeven, alsmede alle getroffen maatregelen om de gevolgen van het ongeval te beperken.

2.

Het rapport bevat gedetailleerde aanbevelingen inzake te treffen maatregelen om herhaling te voorkomen.

DEEL IV. VERANTWOORDELIJKHEDEN VAN DE BEVOEGDE AUTORITEITEN

Rampenplannen buiten het terrein van de installatie

Artikel 15

Rekening houdend met de door de werkgever verstrekte informatie zorgt de bevoegde autoriteit ervoor dat rampen- of noodplannen en noodprocedures worden opgesteld die voorzieningen bevatten ter bescherming van de bevolking en van het milieu buiten het terrein van elke installatie waaraan risico's van zware ongevallen zijn verbonden, welke plannen en procedures op gezette tijden worden bijgewerkt en gecoördineerd met de betrokken autoriteiten en instanties.

Artikel 16

De bevoegde autoriteit draagt er zorg voor dat:

Vestiging van installaties waaraan risico's van zware ongevallen verbonden zijn

Artikel 17

De bevoegde autoriteit werkt een integraal vestigingsbeleid uit dat voorziet in een passende scheiding tussen de geplande installaties waaraan risico's van zware ongevallen zijn verbonden en woon- en werkgebieden en openbare voorzieningen en, in geval van bestaande installaties, in alle passende maatregelen. Dit beleid dient uit te gaan van de in deel II van het Verdrag genoemde algemene beginselen.

Inspectie

Artikel 18
1.

De bevoegde autoriteit dient te beschikken over naar behoren gekwalificeerd, opgeleid en bekwaam personeel, en over voldoende technische en specialistische ondersteuning om te kunnen inspecteren, onderzoeken, evalueren en adviseren inzake de kwesties die in dit Verdrag worden behandeld en om te kunnen zorgen voor de naleving van de nationale wet- en regelgeving.

2.

Vertegenwoordigers van de werkgever en van de werknemers van een installatie waaraan risico's van zware ongevallen zijn verbonden, moeten de mogelijkheid hebben de inspecteurs te vergezellen wanneer dezen de toepassing van de krachtens dit Verdrag voorgeschreven maatregelen controleren, tenzij de inspecteurs, in het licht van de algemene instructies van de bevoegde autoriteit, van mening zijn dat daardoor de doeltreffendheid van hun controle zou kunnen worden aangetast.

Artikel 19

De bevoegde autoriteit heeft het recht elke activiteit die een onmiddellijke dreiging van een zwaar ongeval vormt stil te leggen.

DEEL V. RECHTEN EN PLICHTEN VAN DE WERKNEMERS EN HUN VERTEGENWOORDIGERS

Artikel 20

In een installatie waaraan risico's van zware ongevallen zijn verbonden dienen de werknemers en hun vertegenwoordigers volgens daarvoor in aanmerking komende samenwerkingsprocedures te worden geraadpleegd om een veilig arbeidsproces te waarborgen. De werknemers en hun vertegenwoordigers dienen in het bijzonder:

Artikel 21

De raadpleging van dit document komt niet in de plaats van het lezen van het oorspronkelijke Staatsblad of de Staatscourant. Wij aanvaarden geen aansprakelijkheid voor eventuele onnauwkeurigheden die voortvloeien uit de omzetting van het origineel naar dit formaat.