Verdrag tussen het Koninkrijk der Nederlanden en de Organisatie voor het Verbod van Chemische Wapens (OVCW) betreffende de zetel van de OVCW
Het Koninkrijk der Nederlanden
en
de Organisatie voor het Verbod van Chemische Wapens
Overwegende dat het Verdrag tot verbod van de ontwikkeling, de productie, de aanleg van voorraden en het gebruik van chemische wapens en inzake de vernietiging van deze wapens ter oprichting van de Organisatie voor het Verbod van Chemische Wapens in werking is getreden op 29 april 1997,
Overwegende dat krachtens artikel VIII, derde lid, van het Verdrag de zetel van de Organisatie voor het Verbod van Chemische Wapens zal worden gevestigd te 's-Gravenhage, het Koninkrijk der Nederlanden,
Gelet op de bepalingen van het Verdrag betreffende de rechtspositie, voorrechten en immuniteiten van de Organisatie voor het Verbod van Chemische Wapens en haar organen, alsmede de voorrechten en immuniteiten van de Delegatieleiders, plaatsvervangers en adviseurs verbonden aan de Delegatieleiders, Permanente Vertegenwoordigers, leden van de Permanente Vertegenwoordigingen, afgevaardigden van de Staten die Partij zijn, en de Directeur-Generaal en de personeelsleden van de Organisatie voor het Verbod van Chemische Wapens,
Mede gelet op de bepalingen in de Bijlagen 2 en 3 van de Resolutie inzake de oprichting van de Voorbereidende Commissie voor de Organisatie voor het Verbod van Chemische Wapens,
Overwegende dat voor de vestiging van de zetel van de Organisatie voor het Verbod van Chemische Wapens op het grondgebied van het Koninkrijk der Nederlanden ('s-Gravenhage) een verdrag dient te worden gesloten;
Zijn het volgende overeengekomen:
Artikel 1. Begripsomschrijvingen
In dit Verdrag wordt verstaan onder:
- a. „het Verdrag”: het Verdrag tot verbod van de ontwikkeling, de productie, de aanleg van voorraden en het gebruik van chemische wapens en inzake de vernietiging van deze wapens van 13 januari 1993;
- b. „OVCW”: de Organisatie voor het Verbod van Chemische Wapens;
- c. „Regering”: de Regering van het Koninkrijk der Nederlanden;
- d. „Desbetreffende autoriteiten van het Koninkrijk der Nederlanden”: de nationale, lokale of andere overheden van het Koninkrijk der Nederlanden die bevoegd zijn in verband en in overeenstemming met de in het Koninkrijk der Nederlanden geldende wetten en gebruiken;
- e. „Partijen”: de OVCW en het Koninkrijk der Nederlanden;
- f. „Zetel”: het terrein en alle gebouwen, met inbegrip van alle laboratoria, magazijnen, vergadervoorzieningen, gedeelten van gebouwen, daarbij behorende grond en voorzieningen van de OVCW, ongeacht eigendom, permanent of af en toe bij de OVCW in gebruik voor de uitoefening van haar officiële taken;
- g. „Directeur-Generaal”: de Directeur-Generaal bedoeld in artikel VIII, eenenveertigste lid, van het Verdrag;
- h. „Staat die Partij is”: een Staat die Partij is bij het Verdrag;
- i. „Delegatieleider”: het bij de Vergadering van de Staten die Partij zijn, en/of de Uitvoerende Raad geaccrediteerde hoofd van de delegatie van een Staat die Partij is;
- j. „Plaatsvervangers en adviseurs van de Delegatieleiders”: plaatsvervangers voor en adviseurs verbonden aan de Delegatieleiders;
- k. „Permanente Vertegenwoordiger”: de belangrijkste door een Staat die Partij is, bij de OVCW geaccrediteerde vertegenwoordiger;
- l. „Leden van de Permanente Vertegenwoordiging van een Staat die Partij is”: alle leden van de Permanente Vertegenwoordiging bij de OVCW;
- m. „Afgevaardigden van de Staten die Partij zijn”: de door Staten die Partij zijn, aangewezen vertegenwoordigers en leden van hun delegaties bij alle vergaderingen van de OVCW niet zijnde de Vergadering van Staten die Partij zijn, of de Uitvoerende Raad;
- n. „Deskundigen”: personen die opdrachten van de OVCW uitvoeren, in dienst zijn van organen van de OVCW of op enigerlei andere wijze op haar verzoek een adviserende functie voor de OVCW vervullen, met dien verstande dat zij geen functionarissen van de OVCW zijn of verbonden zijn aan de Permanente Vertegenwoordigers;
- o. „Functionarissen van de OVCW”: de Directeur-Generaal en alle personeelsleden van het Technisch Secretariaat van de OVCW, behalve die welke plaatselijk zijn aangeworven en op basis van een uurtarief worden uitbetaald;
- p. „Inspecteurs op dienstreis”: leden van een inspectieteam als bedoeld in het Verdrag (paragraaf 17 van Afdeling I van de Verificatiebijlage) die in het bezit zijn van een door de Directeur-Generaal uitgegeven inspectiemandaat om een inspectie uit te voeren in overeenstemming met het Verdrag;
- q. „Door de OVCW bijeengeroepen vergaderingen”: alle vergaderingen van een van de organen of ondersteunende organen van de OVCW of internationale conferenties of andere door de OVCW bijeengeroepen of onder haar auspiciën gehouden bijeenkomsten;
- r. „Eigendom”: alle eigendommen, bezittingen en fondsen, behorend tot de OVCW of gehouden of beheerd door de OVCW in het kader van haar functies krachtens het Verdrag, alsmede alle inkomsten van de OVCW;
- s. „Monsters”: monsters zoals omschreven in het Verdrag;
- t. „Archieven van de OVCW”: alle dossiers, correspondentie, documenten, manuscripten, computer- en mediagegevens, foto's, films en video- en geluidsopnamen die de OVCW of haar personeel in het kader van een officiële functie bezit of onder zich heeft, en al het overige materiaal waarover de Directeur-Generaal en de Regering eventueel overeenkomen dat het deel uitmaakt van de archieven van de OVCW;
- u. „Het Verdrag van Wenen”: het Verdrag van Wenen inzake Diplomatiek Verkeer van 18 april 1961.
Artikel 2. Rechtspersoonlijkheid
De OVCW bezit volledige rechtspersoonlijkheid. Zij heeft met name de bevoegdheid:
- a. overeenkomsten te sluiten;
- b. roerende en onroerende zaken te verwerven en te vervreemden;
- c. juridische procedures in te stellen en in rechte op te treden.
Artikel 3. Vrijheid van vergadering
De Regering erkent het recht van de OVCW naar eigen goeddunken vergaderingen te beleggen in haar zetel te 's-Gravenhage of, met instemming van de Regering of de door haar aangewezen bevoegde autoriteiten van het Koninkrijk der Nederlanden, elders in het Koninkrijk der Nederlanden.
De Regering garandeert de OVCW volledige vrijheid van vergadering, van discussie en van besluitvorming. De Regering stelt alles in het werk om te waarborgen dat de voortgang van door de OVCW bijeengeroepen vergaderingen op geen enkele wijze wordt belemmerd.
Artikel 4. Immuniteit van rechtsvervolging
Binnen de reikwijdte van haar officiële activiteiten geniet de OVCW immuniteit van alle vormen van rechtsvervolging, behalve in geval van:
- a. civiele actie van een derde partij wegens schade die het gevolg is van een ongeval veroorzaakt door een voertuig dat eigendom is van of dat werd bestuurd namens de OVCW, indien de schade niet verhaalbaar is op een verzekering;
- b. civiele actie die verband houdt met een overlijdensgeval of persoonlijk letsel veroorzaakt door een handeling of nalatigheid van de OVCW of haar functionarissen in het Koninkrijk der Nederlanden.
Onverminderd de bepalingen van het eerste lid van dit artikel zijn eigendommen en bezittingen, waar deze ook gelegen zijn en wie deze ook onder zich heeft, vrijgesteld van onderzoek, vordering, executie, inbeslagneming, alle vormen van beslaglegging, gerechtelijke bevelen of andere vormen van rechtsvervolging, behalve voorzover de OVCW uitdrukkelijk van haar immuniteit afstand heeft gedaan. Zulks echter met dien verstande dat afstand van immuniteit zich nooit zal uitstrekken tot executiemaatregelen.
Artikel 5. Vrijstelling van bezittingen van andere maatregelen, onschendbaarheid van de archieven, monsters, apparatuur en ander materiaal
De eigendommen en bezittingen van de OVCW, waar deze ook gelegen zijn en wie deze ook onder zich heeft, zijn vrijgesteld van onderzoek, vordering, confiscatie, onteigening of iedere andere vorm van ingrijpen, ongeacht of het optreden van uitvoerende, administratieve, rechterlijke of wetgevende aard betreft.
De archieven en monsters van de OVCW, waar deze ook gelegen zijn en wie deze ook onder zich heeft, zijn te allen tijde onschendbaar.
De apparatuur en het overige voor de activiteiten van de OVCW benodigde materiaal zijn te allen tijde onschendbaar.
Artikel 6. De zetel
De desbetreffende autoriteiten van het Koninkrijk der Nederlanden stellen al het nodige in het werk om te voorkomen dat de OVCW het bezit van de zetel of een gedeelte daarvan verliest.
Artikel 7. Recht en gezag in de zetel
De Regering erkent de te allen tijde geldende onschendbaarheid van de zetel, dat onder het beheer en het gezag van de OVCW staat zoals bepaald in dit Verdrag.
De OVCW is bevoegd tot het uitvaardigen van binnen de zetel geldende regelingen met het oog op het aldaar scheppen van de noodzakelijke voorwaarden voor de onbelemmerde uitoefening van haar taken. Binnen de zetel zijn geen wetten van het Koninkrijk der Nederlanden van toepassing voorzover zij onverenigbaar zijn met een op grond van dit artikel mogelijk gemaakte regeling van de OVCW. Elk geschil tussen de OVCW en het Koninkrijk der Nederlanden over de toelaatbaarheid volgens dit artikel van een regeling van de OVCW of de onverenigbaarheid van een wet van het Koninkrijk der Nederlanden met een regeling van de OVCW, wordt onmiddellijk beslecht volgens de procedure van artikel 26, tweede lid, van dit Verdrag. In afwachting van een dergelijke beslechting is de regeling van de OVCW van toepassing en is de wet van het Koninkrijk der Nederlanden in de zetel van de OVCW niet van toepassing voorzover de OVCW stelt dat deze in strijd is met de regeling van de OVCW.
De OVCW brengt regelingen die vallen onder het tweede lid van dit artikel ter kennis van de Regering.
Een persoon die op grond van een wettelijke bepaling de bevoegdheid heeft een plaats te betreden oefent deze bevoegdheid niet uit ten aanzien van de zetel, tenzij daartoe tevoren uitdrukkelijk toestemming is verleend door of namens de Directeur-Generaal. Een persoon die de zetel betreedt met toestemming van de Directeur-Generaal dient de zetel onmiddellijk te verlaten wanneer hij daartoe door of namens de Directeur-Generaal wordt verzocht.
Dit artikel zal de redelijke toepassing van de regelingen met betrekking tot brandbestrijding van de desbetreffende autoriteiten van het Koninkrijk der Nederlanden niet beletten. De toestemming van de Directeur-Generaal voor betreding van de zetel wordt voorondersteld wanneer hij of zijn ter zake bevoegde vertegenwoordiger niet op tijd kan worden bereikt.
Uitoefening van rechtsvervolging vindt binnen de zetel alleen plaats met voorafgaande toestemming van en onder voorwaarden goedgekeurd door de Directeur-Generaal.
De Directeur-Generaal voorkomt dat de zetel wordt gebruikt om personen in bescherming te nemen die arrestatie op grond van een wettelijke bepaling van het Koninkrijk der Nederlanden ontlopen, door de Regering worden gezocht voor uitlevering aan een ander land, of die pogen te ontsnappen aan de uitoefening van rechtsvervolging.
Artikel 8. Bescherming van de zetel
De desbetreffende autoriteiten van het Koninkrijk der Nederlanden betrachten de nodige zorgvuldigheid om ervoor te zorgen dat de veiligheid en de rust van de zetel niet wordt verstoord door onbevoegde personen of groepen personen die de onmiddellijke omgeving van de zetel trachten te betreden, of hierin ordeverstoringen veroorzaken. Wanneer nodig bieden de desbetreffende autoriteiten voldoende politiebescherming aan de grenzen en in de omgeving van de zetel.
Indien de Directeur-Generaal daarom verzoekt, stellen de desbetreffende autoriteiten van het Koninkrijk der Nederlanden voldoende politie ter beschikking voor de handhaving van de openbare orde in en om de zetel.
De desbetreffende autoriteiten van het Koninkrijk der Nederlanden treffen alle redelijke maatregelen om erop toe te zien dat het ongestoord gebruik van de zetel niet nadelig wordt beïnvloed en dat de zetel kan worden gebruikt voor de doeleinden waarvoor het is bestemd zonder hinder door de wijze van gebruik van de terreinen of gebouwen in de omgeving van de zetel. De OVCW treft alle redelijke maatregelen om erop toe te zien dat het ongestoord gebruik van de terreinen in de omgeving van de zetel niet nadelig wordt beïnvloed door de wijze van gebruik van de terreinen of gebouwen van de zetel.
Artikel 9. Openbare voorzieningen ten behoeve van de zetel
De desbetreffende autoriteiten van het Koninkrijk der Nederlanden wenden binnen hun bevoegdheden en voorzover de Directeur-Generaal daarom verzoekt, hun invloed aan om te waarborgen dat de zetel tegen gunstige en redelijke voorwaarden de beschikking krijgt over de nodige openbare voorzieningen, waaronder elektriciteit, water, riolering, gas, post, telefoon, telegraaf, alle nodige communicatiemiddelen, plaatselijk vervoer, afvoer, ophalen van vuilnis, brandbestrijding, en verwijdering van sneeuw van de openbare weg.
In geval van onderbreking of dreiging van onderbreking van dergelijke openbare voorzieningen zal aan de OVCW de voorrang worden gegeven die ook aan instellingen en organen van wezenlijk belang van de Regering wordt gegeven, en de Regering treft de daartoe benodigde maatregelen om te waarborgen dat de werkzaamheden van de OVCW niet nadelig worden beïnvloed.
De Directeur-Generaal treft, op verzoek, passende maatregelen om bevoegde vertegenwoordigers van de desbetreffende nutsbedrijven in staat te stellen om binnen de zetel openbare voorzieningen, leidingen, buizen en rioleringen te inspecteren, repareren, onderhouden, reconstrueren of verplaatsen zonder de uitoefening van de taken van de OVCW in onredelijke mate te verstoren. Ondergrondse werkzaamheden in de zetel kunnen alleen worden uitgevoerd na overleg met de Directeur-Generaal of een door hem aangewezen functionaris, en zonder de uitoefening van de taken van de OVCW te verstoren.
Wanneer de openbare voorzieningen bedoeld in het eerste lid van dit artikel worden geleverd of de prijzen daarvan worden bepaald door de desbetreffende autoriteiten van het Koninkrijk der Nederlanden, worden aan de OVCW tarieven in rekening gebracht die niet hoger zijn dan de laagste tarieven voor instellingen en organen van wezenlijk belang van de Regering.
Artikel 10. Faciliteiten en immuniteiten met betrekking tot communicatie en publicaties
De Regering staat het de OVCW toe vrijelijk en zonder vereiste bijzondere toestemming te communiceren voor alle officiële doeleinden, en beschermt haar recht hiertoe. De OVCW heeft het recht codes te gebruiken en officiële correspondentie en andere officiële berichten te verzenden en te ontvangen per koerier of in verzegelde tassen, ten aanzien waarvan dezelfde voorrechten en immuniteiten gelden als voor diplomatieke koeriers en tassen.
De OVCW geniet, voor zover verenigbaar met het Internationaal Verdrag betreffende de Telecommunicatie van 6 november 1982, wat haar officiële communicatie betreft een niet minder gunstige behandeling dan die welke door de Regering wordt toegekend aan andere organisaties of regeringen, met inbegrip van diplomatieke zendingen van die andere regeringen ter zake van prioriteiten en tarieven voor poststukken, kabeltelegrammen, telegrammen, telexberichten, radiogrammen, televisie, telefoon, telefax en andere vormen van communicatie, alsmede perstarieven voor mededelingen aan de pers en de radio.
De Regering erkent het recht van de OVCW om binnen het Koninkrijk der Nederlanden vrijelijk berichten te publiceren en uit te zenden voor de doeleinden die zijn omschreven in het Verdrag. Alle aan de OVCW gerichte en door de OVCW verzonden officiële berichten, ongeacht de wijze van verzending, zijn onschendbaar. Deze onschendbaarheid heeft onder andere betrekking op publicaties, stilstaande en bewegende beelden, video's, films, geluidsopnamen en computerprogrammatuur. Deze opsomming is niet limitatief.
De OVCW mag een radiozender installeren en gebruiken met toestemming van de Regering; nadat de golflengte is overeengekomen, wordt deze toestemming niet op onredelijke gronden geweigerd.
De raadpleging van dit document komt niet in de plaats van het lezen van het oorspronkelijke Staatsblad of de Staatscourant. Wij aanvaarden geen aansprakelijkheid voor eventuele onnauwkeurigheden die voortvloeien uit de omzetting van het origineel naar dit formaat.