Verdrag tussen het Koninkrijk der Nederlanden en de Organisatie voor het Verbod van Chemische Wapens (OVCW) betreffende de zetel van de OVCW
Het Koninkrijk der Nederlanden
en
de Organisatie voor het Verbod van Chemische Wapens
Overwegende dat het Verdrag tot verbod van de ontwikkeling, de productie, de aanleg van voorraden en het gebruik van chemische wapens en inzake de vernietiging van deze wapens ter oprichting van de Organisatie voor het Verbod van Chemische Wapens in werking is getreden op 29 april 1997,
Overwegende dat krachtens artikel VIII, derde lid, van het Verdrag de zetel van de Organisatie voor het Verbod van Chemische Wapens zal worden gevestigd te 's-Gravenhage, het Koninkrijk der Nederlanden,
Gelet op de bepalingen van het Verdrag betreffende de rechtspositie, voorrechten en immuniteiten van de Organisatie voor het Verbod van Chemische Wapens en haar organen, alsmede de voorrechten en immuniteiten van de Delegatieleiders, plaatsvervangers en adviseurs verbonden aan de Delegatieleiders, Permanente Vertegenwoordigers, leden van de Permanente Vertegenwoordigingen, afgevaardigden van de Staten die Partij zijn, en de Directeur-Generaal en de personeelsleden van de Organisatie voor het Verbod van Chemische Wapens,
Mede gelet op de bepalingen in de Bijlagen 2 en 3 van de Resolutie inzake de oprichting van de Voorbereidende Commissie voor de Organisatie voor het Verbod van Chemische Wapens,
Overwegende dat voor de vestiging van de zetel van de Organisatie voor het Verbod van Chemische Wapens op het grondgebied van het Koninkrijk der Nederlanden ('s-Gravenhage) een verdrag dient te worden gesloten;
Zijn het volgende overeengekomen:
Artikel 1. Begripsomschrijvingen
In dit Verdrag wordt verstaan onder:
- a. „het Verdrag”: het Verdrag tot verbod van de ontwikkeling, de productie, de aanleg van voorraden en het gebruik van chemische wapens en inzake de vernietiging van deze wapens van 13 januari 1993;
- b. „OVCW”: de Organisatie voor het Verbod van Chemische Wapens;
- c. „Regering”: de Regering van het Koninkrijk der Nederlanden;
- d. „Desbetreffende autoriteiten van het Koninkrijk der Nederlanden”: de nationale, lokale of andere overheden van het Koninkrijk der Nederlanden die bevoegd zijn in verband en in overeenstemming met de in het Koninkrijk der Nederlanden geldende wetten en gebruiken;
- e. „Partijen”: de OVCW en het Koninkrijk der Nederlanden;
- f. „Zetel”: het terrein en alle gebouwen, met inbegrip van alle laboratoria, magazijnen, vergadervoorzieningen, gedeelten van gebouwen, daarbij behorende grond en voorzieningen van de OVCW, ongeacht eigendom, permanent of af en toe bij de OVCW in gebruik voor de uitoefening van haar officiële taken;
- g. „Directeur-Generaal”: de Directeur-Generaal bedoeld in artikel VIII, eenenveertigste lid, van het Verdrag;
- h. „Staat die Partij is”: een Staat die Partij is bij het Verdrag;
- i. „Delegatieleider”: het bij de Vergadering van de Staten die Partij zijn, en/of de Uitvoerende Raad geaccrediteerde hoofd van de delegatie van een Staat die Partij is;
- j. „Plaatsvervangers en adviseurs van de Delegatieleiders”: plaatsvervangers voor en adviseurs verbonden aan de Delegatieleiders;
- k. „Permanente Vertegenwoordiger”: de belangrijkste door een Staat die Partij is, bij de OVCW geaccrediteerde vertegenwoordiger;
- l. „Leden van de Permanente Vertegenwoordiging van een Staat die Partij is”: alle leden van de Permanente Vertegenwoordiging bij de OVCW;
- m. „Afgevaardigden van de Staten die Partij zijn”: de door Staten die Partij zijn, aangewezen vertegenwoordigers en leden van hun delegaties bij alle vergaderingen van de OVCW niet zijnde de Vergadering van Staten die Partij zijn, of de Uitvoerende Raad;
- n. „Deskundigen”: personen die opdrachten van de OVCW uitvoeren, in dienst zijn van organen van de OVCW of op enigerlei andere wijze op haar verzoek een adviserende functie voor de OVCW vervullen, met dien verstande dat zij geen functionarissen van de OVCW zijn of verbonden zijn aan de Permanente Vertegenwoordigers;
- o. „Functionarissen van de OVCW”: de Directeur-Generaal en alle personeelsleden van het Technisch Secretariaat van de OVCW, behalve die welke plaatselijk zijn aangeworven en op basis van een uurtarief worden uitbetaald;
- p. „Inspecteurs op dienstreis”: leden van een inspectieteam als bedoeld in het Verdrag (paragraaf 17 van Afdeling I van de Verificatiebijlage) die in het bezit zijn van een door de Directeur-Generaal uitgegeven inspectiemandaat om een inspectie uit te voeren in overeenstemming met het Verdrag;
- q. „Door de OVCW bijeengeroepen vergaderingen”: alle vergaderingen van een van de organen of ondersteunende organen van de OVCW of internationale conferenties of andere door de OVCW bijeengeroepen of onder haar auspiciën gehouden bijeenkomsten;
- r. „Eigendom”: alle eigendommen, bezittingen en fondsen, behorend tot de OVCW of gehouden of beheerd door de OVCW in het kader van haar functies krachtens het Verdrag, alsmede alle inkomsten van de OVCW;
- s. „Monsters”: monsters zoals omschreven in het Verdrag;
- t. „Archieven van de OVCW”: alle dossiers, correspondentie, documenten, manuscripten, computer- en mediagegevens, foto's, films en video- en geluidsopnamen die de OVCW of haar personeel in het kader van een officiële functie bezit of onder zich heeft, en al het overige materiaal waarover de Directeur-Generaal en de Regering eventueel overeenkomen dat het deel uitmaakt van de archieven van de OVCW;
- u. „Het Verdrag van Wenen”: het Verdrag van Wenen inzake Diplomatiek Verkeer van 18 april 1961.
Artikel 2. Rechtspersoonlijkheid
De OVCW bezit volledige rechtspersoonlijkheid. Zij heeft met name de bevoegdheid:
- a. overeenkomsten te sluiten;
- b. roerende en onroerende zaken te verwerven en te vervreemden;
- c. juridische procedures in te stellen en in rechte op te treden.
Artikel 3. Vrijheid van vergadering
De Regering erkent het recht van de OVCW naar eigen goeddunken vergaderingen te beleggen in haar zetel te 's-Gravenhage of, met instemming van de Regering of de door haar aangewezen bevoegde autoriteiten van het Koninkrijk der Nederlanden, elders in het Koninkrijk der Nederlanden.
De Regering garandeert de OVCW volledige vrijheid van vergadering, van discussie en van besluitvorming. De Regering stelt alles in het werk om te waarborgen dat de voortgang van door de OVCW bijeengeroepen vergaderingen op geen enkele wijze wordt belemmerd.
Artikel 4. Immuniteit van rechtsvervolging
Binnen de reikwijdte van haar officiële activiteiten geniet de OVCW immuniteit van alle vormen van rechtsvervolging, behalve in geval van:
- a. civiele actie van een derde partij wegens schade die het gevolg is van een ongeval veroorzaakt door een voertuig dat eigendom is van of dat werd bestuurd namens de OVCW, indien de schade niet verhaalbaar is op een verzekering;
- b. civiele actie die verband houdt met een overlijdensgeval of persoonlijk letsel veroorzaakt door een handeling of nalatigheid van de OVCW of haar functionarissen in het Koninkrijk der Nederlanden.
Onverminderd de bepalingen van het eerste lid van dit artikel zijn eigendommen en bezittingen, waar deze ook gelegen zijn en wie deze ook onder zich heeft, vrijgesteld van onderzoek, vordering, executie, inbeslagneming, alle vormen van beslaglegging, gerechtelijke bevelen of andere vormen van rechtsvervolging, behalve voorzover de OVCW uitdrukkelijk van haar immuniteit afstand heeft gedaan. Zulks echter met dien verstande dat afstand van immuniteit zich nooit zal uitstrekken tot executiemaatregelen.
Artikel 5. Vrijstelling van bezittingen van andere maatregelen, onschendbaarheid van de archieven, monsters, apparatuur en ander materiaal
De eigendommen en bezittingen van de OVCW, waar deze ook gelegen zijn en wie deze ook onder zich heeft, zijn vrijgesteld van onderzoek, vordering, confiscatie, onteigening of iedere andere vorm van ingrijpen, ongeacht of het optreden van uitvoerende, administratieve, rechterlijke of wetgevende aard betreft.
De archieven en monsters van de OVCW, waar deze ook gelegen zijn en wie deze ook onder zich heeft, zijn te allen tijde onschendbaar.
De apparatuur en het overige voor de activiteiten van de OVCW benodigde materiaal zijn te allen tijde onschendbaar.
Artikel 6. De zetel
De desbetreffende autoriteiten van het Koninkrijk der Nederlanden stellen al het nodige in het werk om te voorkomen dat de OVCW het bezit van de zetel of een gedeelte daarvan verliest.
Artikel 7. Recht en gezag in de zetel
De Regering erkent de te allen tijde geldende onschendbaarheid van de zetel, dat onder het beheer en het gezag van de OVCW staat zoals bepaald in dit Verdrag.
De OVCW is bevoegd tot het uitvaardigen van binnen de zetel geldende regelingen met het oog op het aldaar scheppen van de noodzakelijke voorwaarden voor de onbelemmerde uitoefening van haar taken. Binnen de zetel zijn geen wetten van het Koninkrijk der Nederlanden van toepassing voorzover zij onverenigbaar zijn met een op grond van dit artikel mogelijk gemaakte regeling van de OVCW. Elk geschil tussen de OVCW en het Koninkrijk der Nederlanden over de toelaatbaarheid volgens dit artikel van een regeling van de OVCW of de onverenigbaarheid van een wet van het Koninkrijk der Nederlanden met een regeling van de OVCW, wordt onmiddellijk beslecht volgens de procedure van artikel 26, tweede lid, van dit Verdrag. In afwachting van een dergelijke beslechting is de regeling van de OVCW van toepassing en is de wet van het Koninkrijk der Nederlanden in de zetel van de OVCW niet van toepassing voorzover de OVCW stelt dat deze in strijd is met de regeling van de OVCW.
De OVCW brengt regelingen die vallen onder het tweede lid van dit artikel ter kennis van de Regering.
Een persoon die op grond van een wettelijke bepaling de bevoegdheid heeft een plaats te betreden oefent deze bevoegdheid niet uit ten aanzien van de zetel, tenzij daartoe tevoren uitdrukkelijk toestemming is verleend door of namens de Directeur-Generaal. Een persoon die de zetel betreedt met toestemming van de Directeur-Generaal dient de zetel onmiddellijk te verlaten wanneer hij daartoe door of namens de Directeur-Generaal wordt verzocht.
Dit artikel zal de redelijke toepassing van de regelingen met betrekking tot brandbestrijding van de desbetreffende autoriteiten van het Koninkrijk der Nederlanden niet beletten. De toestemming van de Directeur-Generaal voor betreding van de zetel wordt voorondersteld wanneer hij of zijn ter zake bevoegde vertegenwoordiger niet op tijd kan worden bereikt.
Uitoefening van rechtsvervolging vindt binnen de zetel alleen plaats met voorafgaande toestemming van en onder voorwaarden goedgekeurd door de Directeur-Generaal.
De Directeur-Generaal voorkomt dat de zetel wordt gebruikt om personen in bescherming te nemen die arrestatie op grond van een wettelijke bepaling van het Koninkrijk der Nederlanden ontlopen, door de Regering worden gezocht voor uitlevering aan een ander land, of die pogen te ontsnappen aan de uitoefening van rechtsvervolging.
Artikel 8. Bescherming van de zetel
De desbetreffende autoriteiten van het Koninkrijk der Nederlanden betrachten de nodige zorgvuldigheid om ervoor te zorgen dat de veiligheid en de rust van de zetel niet wordt verstoord door onbevoegde personen of groepen personen die de onmiddellijke omgeving van de zetel trachten te betreden, of hierin ordeverstoringen veroorzaken. Wanneer nodig bieden de desbetreffende autoriteiten voldoende politiebescherming aan de grenzen en in de omgeving van de zetel.
Indien de Directeur-Generaal daarom verzoekt, stellen de desbetreffende autoriteiten van het Koninkrijk der Nederlanden voldoende politie ter beschikking voor de handhaving van de openbare orde in en om de zetel.
De desbetreffende autoriteiten van het Koninkrijk der Nederlanden treffen alle redelijke maatregelen om erop toe te zien dat het ongestoord gebruik van de zetel niet nadelig wordt beïnvloed en dat de zetel kan worden gebruikt voor de doeleinden waarvoor het is bestemd zonder hinder door de wijze van gebruik van de terreinen of gebouwen in de omgeving van de zetel. De OVCW treft alle redelijke maatregelen om erop toe te zien dat het ongestoord gebruik van de terreinen in de omgeving van de zetel niet nadelig wordt beïnvloed door de wijze van gebruik van de terreinen of gebouwen van de zetel.
Artikel 9. Openbare voorzieningen ten behoeve van de zetel
De desbetreffende autoriteiten van het Koninkrijk der Nederlanden wenden binnen hun bevoegdheden en voorzover de Directeur-Generaal daarom verzoekt, hun invloed aan om te waarborgen dat de zetel tegen gunstige en redelijke voorwaarden de beschikking krijgt over de nodige openbare voorzieningen, waaronder elektriciteit, water, riolering, gas, post, telefoon, telegraaf, alle nodige communicatiemiddelen, plaatselijk vervoer, afvoer, ophalen van vuilnis, brandbestrijding, en verwijdering van sneeuw van de openbare weg.
In geval van onderbreking of dreiging van onderbreking van dergelijke openbare voorzieningen zal aan de OVCW de voorrang worden gegeven die ook aan instellingen en organen van wezenlijk belang van de Regering wordt gegeven, en de Regering treft de daartoe benodigde maatregelen om te waarborgen dat de werkzaamheden van de OVCW niet nadelig worden beïnvloed.
De Directeur-Generaal treft, op verzoek, passende maatregelen om bevoegde vertegenwoordigers van de desbetreffende nutsbedrijven in staat te stellen om binnen de zetel openbare voorzieningen, leidingen, buizen en rioleringen te inspecteren, repareren, onderhouden, reconstrueren of verplaatsen zonder de uitoefening van de taken van de OVCW in onredelijke mate te verstoren. Ondergrondse werkzaamheden in de zetel kunnen alleen worden uitgevoerd na overleg met de Directeur-Generaal of een door hem aangewezen functionaris, en zonder de uitoefening van de taken van de OVCW te verstoren.
Wanneer de openbare voorzieningen bedoeld in het eerste lid van dit artikel worden geleverd of de prijzen daarvan worden bepaald door de desbetreffende autoriteiten van het Koninkrijk der Nederlanden, worden aan de OVCW tarieven in rekening gebracht die niet hoger zijn dan de laagste tarieven voor instellingen en organen van wezenlijk belang van de Regering.
Artikel 10. Faciliteiten en immuniteiten met betrekking tot communicatie en publicaties
De Regering staat het de OVCW toe vrijelijk en zonder vereiste bijzondere toestemming te communiceren voor alle officiële doeleinden, en beschermt haar recht hiertoe. De OVCW heeft het recht codes te gebruiken en officiële correspondentie en andere officiële berichten te verzenden en te ontvangen per koerier of in verzegelde tassen, ten aanzien waarvan dezelfde voorrechten en immuniteiten gelden als voor diplomatieke koeriers en tassen.
De OVCW geniet, voor zover verenigbaar met het Internationaal Verdrag betreffende de Telecommunicatie van 6 november 1982, wat haar officiële communicatie betreft een niet minder gunstige behandeling dan die welke door de Regering wordt toegekend aan andere organisaties of regeringen, met inbegrip van diplomatieke zendingen van die andere regeringen ter zake van prioriteiten en tarieven voor poststukken, kabeltelegrammen, telegrammen, telexberichten, radiogrammen, televisie, telefoon, telefax en andere vormen van communicatie, alsmede perstarieven voor mededelingen aan de pers en de radio.
De Regering erkent het recht van de OVCW om binnen het Koninkrijk der Nederlanden vrijelijk berichten te publiceren en uit te zenden voor de doeleinden die zijn omschreven in het Verdrag. Alle aan de OVCW gerichte en door de OVCW verzonden officiële berichten, ongeacht de wijze van verzending, zijn onschendbaar. Deze onschendbaarheid heeft onder andere betrekking op publicaties, stilstaande en bewegende beelden, video's, films, geluidsopnamen en computerprogrammatuur. Deze opsomming is niet limitatief.
De OVCW mag een radiozender installeren en gebruiken met toestemming van de Regering; nadat de golflengte is overeengekomen, wordt deze toestemming niet op onredelijke gronden geweigerd.
Niets in het derde en vierde lid van dit artikel wordt zodanig uitgelegd als zou de OVCW worden vrijgesteld van de naleving van de wetten van het Koninkrijk der Nederlanden alsmede alle verdragen waarbij het Koninkrijk der Nederlanden partij is met betrekking tot auteursrechten.
Artikel 11. Vrijstelling van de OVCW en haar eigendommen van belastingen en heffingen
Binnen het kader van haar officiële taken worden de OVCW, haar bezittingen, inkomsten en andere eigendommen vrijgesteld van alle directe en indirecte belastingen die door de nationale, provinciale of plaatselijke overheid of andere overheden worden geheven.
Binnen het kader van haar officiële taken wordt de OVCW in het bijzonder vrijgesteld van:
- a. motorrijtuigenbelasting;
- b. belasting op personenvoertuigen en motorfietsen (BPM);
- c. omzetbelasting (BTW) betaald over alle zaken en diensten die herhaaldelijk worden geleverd of verleend of aanzienlijke uitgaven met zich meebrengen;
- d. accijnzen als inbegrepen in de prijs van alcoholhoudende dranken en koolwaterstoffen;
- e. belastingen bij invoer en uitvoer alsmede heffingen;
- f. assurantiebelasting;
- g. overdrachtsbelasting voor onroerende zaken;
- h. andere belastingen en heffingen van een in hoofdzaak vergelijkbare aard als de in dit lid genoemde belastingen en heffingen die na de datum van ondertekening van dit Verdrag door Nederland worden ingesteld.
De in het tweede lid, letters c, d, f en g van dit artikel genoemde vrijstellingen kunnen worden toegekend in de vorm van een teruggave onder nader door de OVCW en de Regering overeen te komen voorwaarden.
Goederen verworven of ingevoerd op de in het tweede lid van dit artikel omschreven voorwaarden worden niet verkocht, weggegeven of op andere wijze vervreemd, behalve overeenkomstig de met de Regering overeengekomen voorwaarden.
De OVCW kan voor de verkoop van beperkte hoeveelheden van bepaalde voor persoonlijk gebruik of verbruik en niet voor schenking of verkoop bestemde artikelen een belastingvrije winkel instellen onder nader door Partijen overeen te komen voorwaarden. Van deze belastingvrije winkel kan gebruik worden gemaakt door functionarissen van de OVCW, behalve door functionarissen die Nederlands staatsburger zijn of permanent ingezetene zijn in het Koninkrijk der Nederlanden. Het gebruik van deze faciliteit kan eveneens toegestaan worden voor delegatieleiders, permanente vertegenwoordigers, plaatsvervangers en adviseurs van delegatieleiders, leden van de permanente vertegenwoordigingen en afgevaardigden van Staten die Partij zijn, die de diplomatieke status hebben.
Artikel 12. Vrijheid van beperkingen ten aanzien van financiële bezittingen
De OVCW is niet onderworpen aan financiële controles, regelingen, kennisgevingsvereisten met betrekking tot financiële transacties, of moratoria van enigerlei aard, en kan vrijelijk:
- a. valuta's van welke aard ook langs de toegestane kanalen kopen, bezitten en vervreemden;
- b. rekeningen aanhouden in welke valuta ook;
- c. fondsen, effecten en goud langs de toegestane kanalen kopen, bezitten en vervreemden;
- d. haar fondsen, effecten, goud en valuta's overbrengen naar of uit het Koninkrijk der Nederlanden, uit of naar enig ander land, of binnen het Koninkrijk der Nederlanden, en valuta's die zij bezit omwisselen in welke andere valuta ook; en
- e. fondsen werven op elke door haar wenselijk geachte wijze, met dien verstande dat de OVCW met betrekking tot de werving van fondsen binnen het Koninkrijk der Nederlanden toestemming van de Regering dient te verkrijgen.
Artikel 13. Vrijstelling van invoer- en uitvoerbeperkingen
Door de OVCW voor officiële doeleinden ingevoerde of uitgevoerde goederen zijn vrijgesteld van alle door de Regering op invoer en uitvoer ingestelde verboden en beperkingen.
Artikel 14. Doorreis en verblijf
De Regering neemt alle noodzakelijke maatregelen om de toegang en het verblijf op het grondgebied van het Koninkrijk der Nederlanden mogelijk te maken en te vergemakkelijken, werpt geen belemmeringen op voor het vertrek van het grondgebied van het Koninkrijk der Nederlanden van de hieronder genoemde personen van welke nationaliteit ook, waarborgt dat zij onbelemmerd kunnen doorreizen naar en van de zetel en biedt hen bij hun doorreis alle nodige bescherming:
- a. Delegatieleiders, plaatsvervangers en adviseurs van delegatieleiders, permanente vertegenwoordigers en leden van de permanente vertegenwoordigingen van de Staten die Partij zijn, hun gezinnen en andere leden van hun huishouding, alsmede administratief en technisch personeel verbonden aan de delegatieleiders of de permanente vertegenwoordigers, en de echtgenoten en kinderen ten laste van dat personeel;
- b. Afgevaardigden van de Staten die Partij zijn, hun echtgenoten, en kinderen ten laste alsmede administratief en technisch personeel verbonden aan afgevaardigden van de Staten die Partij zijn en de echtgenoten en kinderen ten laste van dat personeel;
- c. functionarissen van de OVCW, hun gezinnen en de hun ten laste komende leden van hun huishoudingen;
- d. vertegenwoordigers en functionarissen van internationale organisaties waarmee de OVCW overeenkomsten of regelingen heeft gesloten dan wel getroffen overeenkomstig het Verdrag, die voor officiële aangelegenheden contact met de OVCW hebben, en hun echtgenoten en kinderen ten laste;
- e. deskundigen en hun echtgenoten en kinderen ten laste.
Dit artikel is niet van toepassing in geval van algemene onderbrekingen van het vervoer, waarop artikel 9, tweede lid, van dit Verdrag van toepassing is, en doet geen afbreuk aan de geldigheid van algemeen geldende wettelijke bepalingen met betrekking tot het functioneren van transportmiddelen.
De benodigde visa voor de in dit artikel genoemde personen worden kosteloos verstrekt. De Regering treft alle nodige maatregelen om ervoor te zorgen dat de visa zo snel mogelijk worden verstrekt met het oog op een vlotte afwerking van de officiële aangelegenheden met de OVCW.
Geen enkele activiteit van de in dit artikel genoemde personen in hun officiële hoedanigheid met betrekking tot de OVCW bedoeld in het eerste lid van dit artikel, kan aanleiding geven om hun binnenkomst op of vertrek van het grondgebied van het Koninkrijk der Nederlanden te verhinderen of van hen te verlangen dit grondgebied te verlaten.
Geen van de in het eerste lid, letters d tot en met e, van dit artikel genoemde personen, behalve functionarissen van internationale organisaties voor wie de uitzettingsprocedures worden geregeld in bijzondere overeenkomsten waarbij het Koninkrijk der Nederlanden partij is, kan door de Regering worden gedwongen het Koninkrijk der Nederlanden te verlaten, behalve in het geval van misbruik van het verblijfsrecht. Er wordt geen procedure ingesteld om een zodanige persoon te dwingen het Koninkrijk der Nederlanden te verlaten behalve met voorafgaande toestemming van de Minister van Buitenlandse Zaken van het Koninkrijk der Nederlanden. Deze toestemming wordt slechts gegeven in overleg met de Directeur-Generaal. Indien een uitzettingsprocedure tegen een van de genoemde personen in gang worden gezet heeft de Directeur-Generaal het recht in deze procedure te verschijnen of te worden vertegenwoordigd namens de persoon tegen wie de procedure is ingesteld.
Dit artikel laat onverlet de mogelijkheid voor de Regering om te verlangen dat personen die zich beroepen op de rechten van dit artikel zich onderwerpen aan de bepalingen inzake quarantaine en volksgezondheid.
De Directeur-Generaal en de desbetreffende autoriteiten van het Koninkrijk der Nederlanden plegen op verzoek van een van hen overleg over de wijze van vergemakkelijking van de binnenkomst in het Koninkrijk der Nederlanden door personen uit het buitenland die de zetel wensen te bezoeken en die niet de in dit artikel geregelde voorrechten genieten.
Artikel 15. Permanente vertegenwoordigingen bij de OVCW
De in het Koninkrijk der Nederlanden gevestigde permanente vertegenwoordigingen van de Staten die Partij zijn, met inbegrip van hun terreinen en gebouwen zoals omschreven in het Verdrag van Wenen, genieten dezelfde voorrechten en immuniteiten als die welke aan in Koninkrijk der Nederlanden gevestigde diplomatieke zendingen worden verleend overeenkomstig het Verdrag van Wenen.
Artikel 16. Voorrechten en immuniteiten van delegatieleiders, permanente vertegenwoordigers bij de OVCW en van personeelsleden van permanente vertegenwoordigingen
Alle delegatieleiders en permanente vertegenwoordigers genieten binnen het Koninkrijk der Nederlanden dezelfde voorrechten en immuniteiten als die welke door de Regering aan hoofden van bij het Koninkrijk der Nederlanden geaccrediteerde diplomatieke zendingen worden verleend overeenkomstig het Verdrag van Wenen.
Personeelsleden van permanente vertegenwoordigingen van Staten die Partij zijn, genieten dezelfde voorrechten en immuniteiten als die welke door de Regering aan in het Koninkrijk der Nederlanden gevestigde diplomatieke zendingen worden verleend overeenkomstig het Verdrag van Wenen.
De echtgenoten, kinderen en ten laste komende leden van het huishouden van de in dit artikel bedoelde personen genieten dezelfde voorrechten en immuniteiten als de echtgenoten, kinderen en ten laste komende leden van het huishouden van personen in diplomatieke zendingen met vergelijkbare rang, overeenkomstig het Verdrag van Wenen.
Artikel 17. Voorrechten en immuniteiten van vertegenwoordigers en van plaatsvervangers en adviseurs van delegatieleiders
Vertegenwoordigers van de Staten die Partij zijn en plaatsvervangers en adviseurs van de delegatieleiders genieten, onverminderd de andere voorrechten en immuniteiten die zij genieten bij de uitoefening van hun functies en gedurende hun reizen van en naar de zetel, binnen en ten aanzien van het Koninkrijk der Nederlanden de volgende voorrechten en immuniteiten:
- a. immuniteit van arrestatie of detentie van hun persoon;
- b. immuniteit van enigerlei rechtsvervolging met betrekking tot door hen gesproken of geschreven woorden en alle door hen in de uitoefening van hun officiële functies verrichte handelingen; deze immuniteit blijft ook gelden wanneer de betrokkenen deze functies niet meer uitoefenen;
- c. onschendbaarheid van al hun stukken, documenten en ander officieel materiaal;
- d. het recht codes te gebruiken en officiële correspondentie en ander officieel materiaal te verzenden en te ontvangen per koerier of in verzegelde tassen;
- e. vrijstelling met betrekking tot henzelf, hun echtgenoten, en de hun ten laste komende kinderen, van inreisbeperkingen, registratieverplichtingen voor vreemdelingen en verplichtingen met betrekking tot de militaire dienst;
- f. dezelfde bescherming en repatriëringsfaciliteiten als die welke bij internationale crises gelden voor leden met vergelijkbare rang van het personeel van bij het Koninkrijk der Nederlanden gevestigde diplomatieke zendingen;
- g. dezelfde voorrechten met betrekking tot valuta- en wisselbeperkingen als die welke de Regering toekent aan vertegenwoordigers van andere regeringen bij tijdelijke officiële zendingen; en
- h. dezelfde immuniteiten en faciliteiten met betrekking tot hun persoonlijke en officiële bagage als die welke de Regering toekent aan leden met vergelijkbare rang van het personeel van in het Koninkrijk der Nederlanden gevestigde diplomatieke zendingen.
Het hierboven onder e tot en met h bepaalde is niet van toepassing op vertegenwoordigers van Staten die Partij zijn die Nederlands staatsburger zijn of hun permanente verblijfplaats in het Koninkrijk der Nederlanden hebben.
Voorzover het vaststellen van enige vorm van belasting wordt gebaseerd op het ingezetenschap worden periodes, gedurende welke de in het eerste lid van dit artikel genoemde personen in het Koninkrijk der Nederlanden aanwezig zijn voor de uitoefening van hun functies, niet beschouwd als periodes van ingezetenschap. Deze personen zijn met name vrijgesteld van belastingen op hun salarissen en emolumenten gedurende deze periodes.
Artikel 18. Voorrechten en immuniteiten van de Directeur-Generaal en andere functionarissen van de OVCW
Functionarissen van de OVCW genieten binnen en met betrekking tot het Koninkrijk der Nederlanden de volgende voorrechten en immuniteiten:
- a. immuniteit van arrestatie of detentie en van inspectie of inbeslagneming van hun persoonlijke en officiële bagage, in de mate bepaald in het tweede lid, letters c en d, van dit artikel;
- b. immuniteit van enigerlei rechtsvervolging met betrekking tot door hen gesproken of geschreven woorden en alle door hen in de uitoefening van hun officiële functies verrichte handelingen; deze immuniteit blijft ook gelden wanneer de betrokkenen geen functionarissen meer zijn van de OVCW; deze immuniteit, alsmede die welke is geregeld in het tweede lid, letters c en d, van dit artikel, strekt zich evenwel in geen geval uit tot een civiele actie van een derde wegens schade die het gevolg is van een ongeval veroorzaakt door een motorvoertuig dat eigendom is van of dat werd bestuurd door of bediend namens een functionaris van de OVCW of met betrekking tot een verkeersovertreding waarbij een dergelijk voertuig was betrokken;
- c. vrijstelling van belasting op al dan niet rechtstreeks aan hen betaalde salarissen, emolumenten, loon en vergoedingen betreffende hun dienstbetrekking bij de OVCW; de Regering laat de aldus vrijgestelde inkomsten buiten beschouwing bij het vaststellen van de belasting over inkomsten uit andere bronnen;
- d. vrijstelling met betrekking tot henzelf, hun echtgenoten, de hun ten laste komende gezinsleden en andere leden van hun huishouding van inreisbeperkingen en vreemdelingenregistratie;
- e. vrijstelling, met betrekking tot henzelf, hun echtgenoten, de hun ten laste komende gezinsleden en andere leden van hun huishouding, van verplichtingen met betrekking tot de militaire dienst, met dien verstande dat met betrekking tot staatsburgers van het Koninkrijk der Nederlanden een dergelijke vrijstelling beperkt blijft tot functionarissen van wie de namen op grond van hun functie voorkomen op een door de Directeur-Generaal opgestelde en door de Regering goedgekeurde lijst; voorts met dien verstande dat wanneer andere functionarissen dan die welke op de lijst voorkomen en die staatsburger van het Koninkrijk der Nederlanden zijn, worden opgeroepen voor militaire dienst, de Regering op verzoek van de Directeur-Generaal tijdelijke ontheffingen daarvan verleent in de mate waarin dit noodzakelijk is voor het vermijden van onderbreking van de noodzakelijke werkzaamheden van de OVCW;
- f. het recht om binnen het Koninkrijk der Nederlanden of elders buitenlandse effecten, vreemde-valutarekeningen en andere roerende zaken te verwerven en aan te houden, en onder dezelfde voorwaarden als ingezetenen van het Koninkrijk der Nederlanden onroerende zaken te verwerven en aan te houden; en het recht om hun fondsen bij beëindiging van hun dienstbetrekking met de OVCW uit het Koninkrijk der Nederlanden langs de wettige kanalen mee te nemen zonder verbod of beperking;
- g. dezelfde bescherming en repatriëringsfaciliteiten met betrekking tot henzelf, hun echtgenoten, de hun ten laste komende gezinsleden en andere leden van hun huishouding als die welke bij internationale crises gelden voor leden met vergelijkbare rang van het personeel van in het Koninkrijk der Nederlanden gevestigde diplomatieke zendingen.
In aanvulling op de voorrechten en immuniteiten genoemd in het eerste lid van dit artikel:
- a. geniet de Directeur-Generaal dezelfde voorrechten en immuniteiten, vrijstellingen en faciliteiten als die welke worden toegekend aan de hoofden van bij het Koninkrijk der Nederlanden geaccrediteerde diplomatieke zendingen overeenkomstig het Verdrag van Wenen;
- b. genieten de Adjunct Directeuren-Generaal eveneens dezelfde voorrechten en immuniteiten, vrijstellingen en faciliteiten als die welke worden toegekend aan de hoofden van bij het Koninkrijk der Nederlanden geaccrediteerde diplomatieke zendingen overeenkomstig het Verdrag van Wenen;
- c. genieten functionarissen met de rang P-5 en hoger alsmede eventueel nader te bepalen bijkomende categorieën functionarissen die in overleg met de Regering door de Directeur-Generaal na raadpleging van de Uitvoerende Raad op grond van de verantwoordelijkheden van hun positie in de OVCW worden benoemd, dezelfde voorrechten en immuniteiten, vrijstellingen en faciliteiten als die welke door de Regering worden toegekend aan diplomaten met vergelijkbare rang van de in het Koninkrijk der Nederlanden gevestigde diplomatieke zendingen overeenkomstig het Verdrag van Wenen;
- d. genieten functionarissen met de rang P-4 of lager dezelfde voorrechten en immuniteiten, vrijstellingen en faciliteiten als die welke door de Regering worden toegekend aan leden van het administratief en technisch personeel van de in het Koninkrijk der Nederlanden gevestigde diplomatieke zendingen overeenkomstig het Verdrag van Wenen, met dien verstande dat de immuniteit ten aanzien van de rechtsmacht in strafzaken en de persoonlijke onschendbaarheid zich niet uitstrekken tot handelingen verricht buiten hun officiële taken;
- e. is het inspecteurs op dienstreis toegestaan het grondgebied van het Koninkrijk der Nederlanden met hun uitrusting en met monsters te verlaten en binnen te komen met alle vervoermiddelen. De desbetreffende autoriteiten van het Koninkrijk der Nederlanden verlenen hun en hun bagage de nodige voorrang bij douane- en veiligheidscontroles. Het vervoer van giftige stoffen dient te voldoen aan de wetten en regelingen van het Koninkrijk der Nederlanden met betrekking tot de behandeling van dergelijke goederen.
Functionarissen van de OVCW die Nederlands staatsburger zijn of permanent ingezetenen van het Koninkrijk der Nederlanden, genieten dezelfde voorrechten en immuniteiten, vrijstellingen en faciliteiten als die welke worden toegekend ingevolge dit Verdrag voorzover erkend door het internationale recht, met dien verstande dat artikel 22, eerste lid, en artikel 18, eerste lid, letter a, met betrekking tot hun officiële bagage, en artikel 18, eerste lid, letters b, c en e, van dit Verdrag altijd op hen van toepassing zijn.
Artikel 19. Voorrechten en immuniteiten van deskundigen
Deskundigen genieten binnen en ten aanzien van het Koninkrijk der Nederlanden de volgende voorrechten en immuniteiten voorzover nodig voor de doelmatige uitoefening van hun functie en gedurende hun reizen in verband met deze functies en gedurende hun aanwezigheid op de zetel:
- a. immuniteit van arrestatie of detentie van hun persoon en van inspectie of inbeslagneming van hun officiële bagage;
- b. immuniteit van enigerlei rechtsvervolging met betrekking tot door hen gesproken of geschreven woorden en alle door hen in de uitoefening van hun officiële functies verrichte handelingen; deze immuniteit blijft ook gelden wanneer de betrokkenen geen functionarissen meer zijn van, op dienstreis zijn voor, in commissies zitting hebben van of als consultant optreden voor de OVCW, of niet langer aanwezig zijn op de zetel of niet langer de door de OVCW bijeengeroepen vergaderingen bijwonen. Deze immuniteit strekt zich in geen geval uit tot civiele actie van een derde wegens schade die het gevolg is van een ongeval veroorzaakt door een motorvoertuig dat eigendom is van of dat werd bestuurd door of bediend namens de deskundige of met betrekking tot een verkeersovertreding waarbij een dergelijk voertuig was betrokken;
- c. onschendbaarheid van alle stukken, documenten, en ander officieel materiaal;
- d. het recht om ten behoeve van alle communicatie met de OVCW codes gebruiken en stukken, correspondentie of ander officieel materiaal te verzenden of te ontvangen per koerier of in verzegelde tassen;
- e. vrijstelling met betrekking tot hen zelf en hun echtgenoten van inreisbeperkingen, vreemdelingenregistratie en verplichtingen met betrekking tot de militaire dienst;
- f. dezelfde bescherming en repatriëringsfaciliteiten als die welke in geval van een internationale crisis gelden voor leden met vergelijkbare rang van het personeel van in het Koninkrijk der Nederlanden gevestigde diplomatieke zendingen; en
- g. dezelfde voorrechten met betrekking tot valuta- en wisselbeperkingen als die welke worden toegekend aan vertegenwoordigers van buitenlandse Regeringen op tijdelijke officiële zendingen.
Voorzover het vaststellen van enige vorm van belasting wordt gebaseerd op het ingezetenschap worden periodes, gedurende welke de in het eerste lid van dit artikel genoemde personen die niet reeds ingezetenen van het Koninkrijk der Nederlanden zijn, maar in het Koninkrijk der Nederlanden aanwezig zijn ter vervulling van hun taken, niet beschouwd als periodes van ingezetenschap. Deze personen zijn met name vrijgesteld van belastingen op de door hen gedurende deze periodes van de OVCW ontvangen salarissen en emolumenten.
Deskundigen die Nederlands staatsburger zijn of permanent ingezetene zijn in het Koninkrijk der Nederlanden genieten slechts de voorrechten, immuniteiten en faciliteiten die hun ingevolge het eerste lid, letter a, met betrekking tot hun officiële bagage, en ingevolge het eerste lid, letters b, c, d en g, worden verleend.
Artikel 20. Vertegenwoordigers en functionarissen van Staten die geen Partij zijn bij het Verdrag
De status van vertegenwoordigers en functionarissen van Staten die geen partij zijn bij het Verdrag en waarmee de OVCW in overeenstemming met het Verdrag overeenkomsten of regelingen heeft gesloten dan wel getroffen, en die officiële contacten met de OVCW hebben, wordt bepaald in de genoemde overeenkomsten en regelingen.
Artikel 21. Kennisgeving
De OVCW doet de Regering onmiddellijk kennisgeving van:
- a. de lijst van Delegatieleiders, Permanente Vertegenwoordigers, afgevaardigden van de Staten die Partij zijn en andere personen op wie de artikelen 16, 17 en 19 van dit Verdrag van toepassing zijn, en herziet deze lijst steeds wanneer dit nodig is;
- b. de benoeming van de Directeur-Generaal, de Plaatsvervangend Directeuren-Generaal en andere functionarissen van de OVCW, hun aankomst en hun definitieve vertrek, of de beëindiging van hun functies bij de OVCW;
- c. de aankomst en het definitieve vertrek van gezinsleden die deel uitmaken van het huishouden van de personen bedoeld in het eerste lid, letter b, van dit artikel en, waar van toepassing, het feit dat een persoon niet langer deel van het huishouden uitmaakt; en
- d. de aankomst en het definitieve vertrek van huishoudelijk personeel van personen bedoeld in het eerste lid, letter b, van dit artikel en, waar van toepassing, het feit dat zij de dienst van die personen verlaten.
De Regering verstrekt identiteitskaarten met een foto van de houder aan de Delegatieleiders, Permanente Vertegenwoordigers, Afgevaardigden van de Staten die Partij zijn en andere personen op wie de artikelen 16, 17 en 19 van dit Verdrag van toepassing zijn alsmede aan de gezinsleden die deel uitmaken van hun huishouden en aan het huishoudelijk personeel van de personen bedoeld in het eerste lid, letter a, van dit artikel. Deze identiteitskaart strekt tot bewijs van de identiteit van de houder tegenover alle autoriteiten van het Koninkrijk der Nederlanden.
De Regering verstrekt identiteitskaarten met een foto van de houder aan de Directeur-Generaal, de Plaatsvervangend Directeuren-Generaal en aan andere functionarissen van de OVCW en hun gezinsleden die deel uitmaken van hun huishouden en aan huishoudelijk personeel van de in het eerste lid, letter b, van dit artikel genoemde personen. Deze identiteitskaart strekt tot bewijs van de identiteit van de houder tegenover alle autoriteiten van het Koninkrijk der Nederlanden.
Artikel 22. Sociale zekerheid
Voor zover er door de OVCW regelingen voor sociale zekerheid worden vastgesteld of uitgevoerd, worden de OVCW en de functionarissen op wie bedoelde regelingen van toepassing zijn, vrijgesteld van alle verplichte bijdragen aan organisaties van het Koninkrijk der Nederlanden voor sociale zekerheid. Hieruit volgt dat zij niet vallen onder de regelingen voor sociale zekerheid van het Koninkrijk der Nederlanden.
Alle door de OVCW opgerichte of beheerde voorzorgsfondsen genieten in het Koninkrijk der Nederlanden rechtspersoonlijkheid indien de OVCW dit wenst en genieten dezelfde vrijstellingen, voorrechten en immuniteiten als de OVCW zelf.
De bepalingen van het eerste lid van dit artikel zijn mutatis mutandis van toepassing op echtgenoten en de ten laste komende familieleden die deel uitmaken van het huishouden van personen bedoeld in het eerste lid van dit artikel, tenzij zij in het Koninkrijk der Nederlanden in dienst zijn bij een andere werkgever dan de OVCW, of uitkeringen ingevolge het Nederlandse stelsel van sociale zekerheid ontvangen.
Artikel 23. Tewerkstelling
Aan echtgenoten en ten laste komende leden van de huishoudens van functionarissen van de OVCW worden tijdelijke werkvergunningen verleend voor de duur van de tewerkstelling van deze functionarissen bij de OVCW in het Koninkrijk der Nederlanden.
Artikel 24. Aanvullende bepalingen met betrekking tot voorrechten en immuniteiten
De krachtens de bepalingen van dit Verdrag verleende voorrechten en immuniteiten worden verleend in het belang van de OVCW en niet tot persoonlijk voordeel van de betrokken1)Lees: betrokkene. zelf. Het is de plicht van de OVCW en alle personen die dergelijke voorrechten en immuniteiten genieten in alle overige opzichten de wetten en regelingen van het Koninkrijk der Nederlanden in acht te nemen.
Dit Verdrag is van toepassing ongeacht het bestaan van diplomatieke betrekkingen van de Regering met de betrokken Staat en ongeacht de verlening door de betrokken Staat van vergelijkbare voorrechten en immuniteiten aan de diplomatieke afgezanten of staatsburgers van het Koninkrijk der Nederlanden.
De krachtens de bepalingen van dit Verdrag aan functionarissen van de OVCW en deskundigen verleende voorrechten en immuniteiten worden verleend met dien verstande dat de OVCW afstand doet van de immuniteit van de betrokken personen in omstandigheden waarin de OVCW van mening is dat deze immuniteit de rechtsgang zou belemmeren, en in alle gevallen waarin daarvan afstand kan worden gedaan zonder afbreuk te doen aan het doel waarvoor deze immuniteit werd verleend.
De OVCW werkt te allen tijde samen met de daarvoor in aanmerking komende autoriteiten van het Koninkrijk der Nederlanden teneinde de goede rechtsbedeling te vergemakkelijken en misbruik van de krachtens de bepalingen van dit Verdrag verleende voorrechten en immuniteiten door functionarissen van de OVCW te voorkomen.
Indien de Regering van mening is dat sprake is van misbruik van krachtens dit Verdrag verleende voorrechten of immuniteiten door een functionaris van de OVCW of een deskundige, pleegt de Directeur-Generaal desgevraagd met de desbetreffende Nederlandse autoriteiten overleg om vast te stellen of van genoemd misbruik sprake is. Wanneer dit overleg naar de mening van de Directeur-Generaal en de Regering niet tot een bevredigend resultaat leidt, wordt over de kwestie beslist overeenkomstig de in artikel 26, tweede lid, van dit Verdrag genoemde procedure.
De Directeur-Generaal heeft het recht en de plicht afstand van de immuniteit van een functionaris van de OVCW te doen in gevallen waarin de immuniteit de rechtsgang zou belemmeren en deze afstand mogelijk is zonder nadelige invloed op de belangen van de OVCW. Met betrekking tot de Directeur-Generaal heeft de OVCW dezelfde rechten en plichten, die door de Uitvoerende Raad worden uitgeoefend dan wel vervuld.
Artikel 25. Internationale aansprakelijkheid van het Koninkrijk der Nederlanden
Het feit dat de zetel zich bevindt op het grondgebied van het Koninkrijk der Nederlanden brengt geen internationale aansprakelijkheid van het Koninkrijk der Nederlanden met zich mee voor een handeling of nalatigheid van de OVCW of haar functionarissen die een handeling verrichten of nalaten te verrichten in de uitoefening van hun functie, behoudens de aansprakelijkheid die het Koninkrijk der Nederlanden zou hebben op dezelfde grondslag als andere Staten die Partij zijn.
Artikel 26. Beslechting van geschillen
De OVCW stelt nadere bepalingen vast ten behoeve van een geschikte wijze van beslechting van:
- a. geschillen die voortvloeien uit contracten en uit geschillen van privaatrechtelijke aard waarbij de OVCW partij is; en
- b. geschillen waarbij een functionaris van de OVCW of een deskundige is betrokken die krachtens zijn officiële positie immuniteit geniet, indien door de OVCW geen afstand van deze immuniteit is gedaan.
Geschillen tussen de OVCW en de Regering betreffende de uitlegging of toepassing van dit Verdrag, of kwesties ter zake van de zetel of de betrekkingen tussen de OVCW en de Regering, die niet in der minne kunnen worden geschikt, worden op verzoek van een van beide Partijen bij het geschil ter finale beoordeling voorgelegd aan een tribunaal van drie scheidsmannen. Elke Partij benoemt één scheidsman, en de twee aldus benoemde scheidsmannen benoemen samen een derde scheidsman als hun voorzitter.
Indien een van de Partijen nalaat een scheidsman te benoemen en geen stappen daartoe heeft gedaan binnen twee maanden na een verzoek van de andere Partij om die benoeming te verrichten, kan de andere Partij de President van het Internationale Gerechtshof verzoeken deze benoeming te verrichten.
Indien de twee scheidsmannen er niet in slagen binnen twee maanden na hun benoeming overeenstemming te bereiken over de keuze van de derde scheidsman, kan elk van beide Partijen de President van het Internationale Gerechtshof verzoeken de benoeming te verrichten.
Het tribunaal hanteert de procedures overeenkomstig het Facultatief Reglement van het Permanente Hof van Arbitrage voor arbitrage waarbij internationale organisaties en staten betrokken zijn, zoals die gelden op de datum van ondertekening van dit Verdrag.
Het tribunaal komt tot een uitspraak met meerderheid van stemmen. Een uitspraak van het tribunaal is onherroepelijk en bindend voor de partijen bij het geschil.
Artikel 27. Werking van dit Verdrag
Dit Verdrag wordt uitgelegd tegen de achtergrond van zijn voornaamste doelstelling om de OVCW in haar zetel in het Koninkrijk der Nederlanden in staat te stellen zich volledig en doelmatig van haar verantwoordelijkheden te kwijten en haar doelstellingen te verwezenlijken.
Waar dit Verdrag verplichtingen oplegt aan de desbetreffende autoriteiten van het Koninkrijk der Nederlanden, ligt de uiteindelijke verantwoordelijkheid voor de vervulling van deze verplichtingen bij de Regering.
Artikel 28. Beëindiging van dit Verdrag
Dit Verdrag wordt beëindigd door wederzijdse instemming hiermee van de OVCW en de Regering.
Artikel 29. Wijzigingen
Dit Verdrag kan te allen tijde worden gewijzigd.
Wijzigingen komen tot stand met wederzijdse instemming en krijgen rechtsgeldigheid door middel van een notawisseling.
Op verzoek van een van de Partijen wordt door de OVCW en de Regering overleg gepleegd met betrekking tot de wijziging van dit Verdrag.
Artikel 30. De status van de Afzonderlijke Regeling
De gelijktijdig met dit Verdrag gesloten Afzonderlijke Regeling is een integrerend onderdeel van dit Verdrag. Iedere verwijzing naar dit Verdrag omvat mede de Afzonderlijke Regeling.
Artikel 31. Inwerkingtreding
Dit Verdrag treedt in werking daags nadat beide Partijen elkaar er schriftelijk van in kennis hebben gesteld dat aan de wettelijke vereisten voor de inwerkingtreding is voldaan.
Ten aanzien van het Koninkrijk der Nederlanden is dit Verdrag alleen van toepassing op het Koninkrijk in Europa.
1. Artikel 11, tweede lid, letter c: „aanzienlijke uitgaven"
Voor het doel van de vrijstelling van BTW op voor de officiële activiteiten van de OVCW benodigde goederen en diensten die aanzienlijke uitgaven met zich meebrengen wordt onder „aanzienlijke uitgaven" overeenkomstig de bestaande bepalingen verstaan een bedrag boven de drempel van Hfl. 500 per factuur.
2. Artikel 11, vierde lid: „de met de Regering overeengekomen voorwaarden”
De Regering maakt bij deze de voorwaarden bekend waaronder de verworven of ingevoerde goederen als bedoeld in artikel 11, vierde lid, kunnen worden verkocht, weggegeven of op andere wijze kunnen worden vervreemd.
a. In beginsel kent de Regering de OVCW een vaste periode van vijf jaar toe voor de verlaging van de waarde bij verkoop/vervreemding met het oog op de vrijstellingen van heffingen en belastingen van alle roerende zaken, behalve motorvoertuigen, tot nul. Na deze periode van vijf jaar kunnen zaken vrij van belastingen en heffingen worden verkocht. Deze „verlaging” van de waarde van alle goederen tot de waarde nul in de periode van vijf jaar wordt bereikt in tranches van 10 procent per zes maanden. Indien echter de lokale marktwaarde van bovengenoemde zaken daalt tot onder het aldus berekende bedrag, geldt het lagere bedrag.
b. Voorts wordt overeengekomen dat de OVCW in beginsel het recht heeft te allen tijde haar goederen te verkopen aan een persoon of rechtspersoon die in het Koninkrijk der Nederlanden recht heeft op vrijstelling van belastingen en/of heffingen op die goederen. Te gelegener tijd verschaft de Regering informatie over de vereiste vaste procedure voor de behandeling van de vrijstelling in die gevallen, niet alleen voor motorvoertuigen maar ook voor andere goederen.
c. In het geval van motorvoertuigen kent de Regering aan de OVCW de volgende rechten toe:
- i. motorvoertuigen die belastingvrij van binnen de Europese Unie zijn ingevoerd, mogen twee jaar na verkrijging worden verkocht, op voorwaarde dat deze voertuigen worden verkocht aan ondernemers die de vaste procedures met betrekking tot de BTW in het Koninkrijk der Nederlanden in acht moeten nemen; en
- ii. motorvoertuigen die vrij van heffingen en belastingen van buiten de Europese Unie zijn ingevoerd, mogen twee jaar na verkrijging worden verkocht, op voorwaarde dat deze voertuigen worden verkocht aan ondernemers die de vaste procedures met betrekking tot de BTW en invoerheffingen in het Koninkrijk der Nederlanden in acht moeten nemen.
d. Met betrekking tot apparatuur voor gegevensverwerking en communicatie kent de Regering aan de OVCW een vaste periode van vijf jaar toe voor de vermindering van de waarde tot nul als hierboven beschreven onder a. Na een periode van twee jaar heeft de OVCW ook het recht de apparatuur te verkopen aan ondernemers die de vaste procedures met betrekking tot de BTW en/of invoerheffingen in het Koninkrijk der Nederlanden in acht moeten nemen. Als in de praktijk blijkt dat de OVCW bepaalde apparatuur niet meer nodig heeft binnen de periode van twee jaar en deze nog aan een ondernemer kan worden verkocht, is de Regering bereid een oplossing op ad hoc-basis aan te bieden. Indien de lokale marktwaarde van bovengenoemde zaken daalt tot onder het aldus berekende bedrag, geldt dit lagere bedrag.
e. Overeengekomen wordt dat de OVCW ook het recht heeft om op elk moment zonder betaling van belastingen en/of heffingen onder vrijstelling gekochte goederen te vervreemden door uitvoer naar een land buiten de Europese Unie of deze zaken te vernietigen.
f. De OVCW brengt de Regering op de hoogte van de vervreemding van onder vrijstelling gekochte goederen. De procedure voor de kennisgeving aan de Regering is zodanig dat de administratieve last zo klein mogelijk is.
3. Functionarissen van de OVCW
a. Onverminderd het bepaalde in artikel 18 van het Zetelverdrag worden functionarissen van de OVCW die geen Nederlands staatsburger of permanent ingezetene van het Koninkrijk der Nederlanden zijn, voor zover het de heffing van Nederlandse inkomstenbelasting betreft, alleen belast over het in Nederland buiten het kader van de functie bij de OVCW verdiende binnenlands inkomen in de zin van de artikelen 48 en 49 van de Wet op de Inkomstenbelasting 1964. Ten aanzien van de vermogensbelasting wordt alleen binnenlands vermogen in de zin van artikel 12 en 13 van de Wet op de Vermogensbelasting 1964 belast. In dit opzicht worden de betrokken functionarissen hetzelfde behandeld als leden van diplomatieke zendingen.
b. Functionarissen van de OVCW met de rang P-5 en hoger wordt vrijstelling van BTW verleend krachtens artikel 33 juncto artikel 36 van Belastingregeling voor het Koninkrijk, die verband houdt met de Algemene wet inzake rijksbelastingen 1959. De voorwaarde van wederkerigheid hoeft niet te worden vervuld.
c. Functionarissen van de OVCW die in aanmerking komen voor de in het Verdrag van Wenen vervatte voorrechten en immuniteiten, krijgen vrijstelling van alle belastingen en heffingen wanneer zij in de Europese Unie een motorvoertuig voor particulier gebruik aanschaffen of invoeren. Na betaling van belastingen en heffingen over de restwaarde van een dergelijk voertuig, of nadat het voertuig buiten de Europese Unie is verkocht, kan een volgend voertuig belastingvrij worden gekocht. Deze vrijstelling geldt ook voor motorrijtuigenbelasting en accijnzen op motorbrandstoffen. Functionarissen in rang P-5 en hoger met inwonende echtgenote genieten eveneens vrijstelling van alle belastingen met betrekking tot een tweede motorvoertuig overeenkomstig de geldende regelingen.
d. Functionarissen van de OVCW die in aanmerking komen voor de in het Verdrag van Wenen vervatte voorrechten en immuniteiten, wordt diplomatieke vrijstelling verleend van gemeentelijke belastingen met inbegrip van de gebruikerscomponent van de onroerende zaakbelasting.
e. Functionarissen van de OVCW genieten overeenkomstig de geldende regelingen ontheffing van invoerheffingen en belastingen, behalve betalingen voor diensten, met betrekking tot hun meubilair en persoonlijke bezittingen en hebben het recht hun meubilair en persoonlijke bezittingen bij beëindiging van hun functie in Nederland vrij van heffingen uit te voeren. Persoonlijke bezittingen omvatten mede een redelijk aantal auto's die bij de huishouding in gebruik zijn geweest en ouder zijn dan zes maanden.
f. Wanneer de regelingen betreffende diplomatiek personeel of internationale functionarissen die worden geacht dezelfde status te hebben als functionarissen van de OVCW worden gewijzigd, worden de op functionarissen van de OVCW toepasselijke regelingen eveneens gewijzigd.
4. Aanvullende bepaling
a. Indien en voor zover de Regering in de toekomst met een intergouvernementele organisatie een verdrag aangaat waarin voorwaarden zijn vervat die voor die organisatie gunstiger zijn dan de vergelijkbare voorwaarden van dit Verdrag, kent de Regering deze gunstigere voorwaarden ook toe aan de OVCW of aan een ieder die krachtens dit Verdrag recht heeft op voorrechten en immuniteiten.
b. De Regering stelt de OVCW in kennis van de keuze van het kantoor dat door het Ministerie van Buitenlandse Zaken wordt aangewezen als officieel en primair verantwoordelijk aanspreekpunt ten aanzien van alle aangelegenheden met betrekking tot dit Verdrag. De OVCW wordt onverwijld op de hoogte gebracht van deze aanwijzing en van eventuele wijzigingen ter zake.
GEDAAN te 's-Gravenhage op 22 mei 1997 in twee exemplaren in de Arabische, de Chinese, de Engelse, de Franse, de Nederlandse, de Russische en de Spaanse taal, zijnde alle teksten gelijkelijk authentiek.
Voor het Koninkrijk der Nederlanden
(w.g.) D. J. VAN DEN BERG
Voor de Organisatie voor het Verbod van Chemische Wapens
(w.g.) J. M. BUSTANI
De raadpleging van dit document komt niet in de plaats van het lezen van het oorspronkelijke Staatsblad of de Staatscourant. Wij aanvaarden geen aansprakelijkheid voor eventuele onnauwkeurigheden die voortvloeien uit de omzetting van het origineel naar dit formaat.
Deze tekst wordt gepubliceerd onder de eigen hergebruiksvoorwaarden van BWB, niet onder een licentie van Legalize of van het publieke domein.
BWB
CC0 1.0 Universeel (publiek domein)