Euro-mediterrane Overeenkomst waarbij een associatie tot stand wordt gebracht tussen de Europese Gemeenschap en haar Lid-Staten, enerzijds, en de Republiek Tunesië, anderzijds

Type Verdrag
Publication 2020-10-01
State In force
Source BWB
Wijzigingsgeschiedenis JSON API

Het Koninkrijk België,

het Koninkrijk Denemarken,

de Bondsrepubliek Duitsland,

de Helleense Republiek,

het Koninkrijk Spanje,

de Franse Republiek,

Ierland,

de Italiaanse Republiek,

het Groothertogdom Luxemburg,

het Koninkrijk der Nederlanden,

de Republiek Oostenrijk,

de Portugese Republiek,

de Republiek Finland,

het Koninkrijk Zweden,

het Verenigd Koninkrijk van Groot-Brittannië en Noord-Ierland,

Verdragsluitende partijen bij het Verdrag tot oprichting van de Europese Gemeenschap en het Verdrag tot oprichting van de Europese Gemeenschap voor Kolen en Staal, hierna „Lid-Staten” te noemen, en

de Europese Gemeenschap,

de Europese Gemeenschap voor Kolen en Staal,

hierna „de Gemeenschap” te noemen, enerzijds, en

de Republiek Tunesië,

hierna „Tunesië” te noemen, anderzijds;

Gelet op het belang van de traditionele banden tussen de Gemeenschap, haar Lid-Staten en Tunesië en hun gemeenschappelijke waarden;

Overwegende dat de Gemeenschap, de Lid-Staten en Tunesië deze banden wensen te versterken en duurzame betrekkingen op basis van wederkerigheid, partnerschap en gezamenlijke ontwikkeling tot stand wensen te brengen;

Gelet op het belang dat de partijen hechten aan de eerbiediging van de beginselen van het Handvest van de Verenigde Naties, en in het bijzonder aan de eerbiediging van de mensenrechten en de politieke en economische vrijheden waarop de Associatie is gegrondvest;

Gelet op de politieke en economische ontwikkelingen van de laatste jaren op het Europese continent en in Tunesië;

Gelet op de belangrijke vorderingen van Tunesië en het Tunesische volk bij de verwezenlijking van hun doelstellingen van volledige integratie van de Tunesische economie in de wereldeconomie en deelname aan de gemeenschap van democratische landen;

Zich bewust van het belang van deze overeenkomst, die gebaseerd is op samenwerking en dialoog, voor de duurzame stabiliteit en de veiligheid van de Euro-mediterrane regio;

Zich bewust van het belang van de betrekkingen in de algemene Euro-mediterrane context, enerzijds, en van de doelstelling van integratie van de Maghreb-landen, anderzijds;

Rekening houdend met het verschil in niveau van economische en sociale ontwikkeling tussen de Gemeenschap en Tunesië en verlangende de doelstellingen van deze associatie te verwezenlijken door middel van de desbetreffende bepalingen van deze overeenkomst;

Verlangende een regelmatige politieke dialoog over bilaterale en internationale kwesties van wederzijds belang in te stellen en te ontwikkelen;

Rekening houdend met de bereidheid van de Gemeenschap Tunesië aanzienlijke steun te verlenen in zijn streven naar hervorming en aanpassing op economisch vlak en naar sociale ontwikkeling;

Gelet op de keuze van zowel de Gemeenschap als Tunesië voor vrijhandel in overeenstemming met de rechten en verplichtingen die voortvloeien uit de Algemene Overeenkomst inzake Tarieven en Handel (GATT);

Verlangende een samenwerking in te stellen die steunt op een regelmatige dialoog op economisch, sociaal en cultureel gebied, met het oog op een beter wederzijds begrip;

Overtuigd dat deze overeenkomst een gunstig klimaat zal scheppen voor de ontwikkeling van hun economische betrekkingen, met name wat betreft handel en investeringen, die van doorslaggevend belang zijn voor de economische herstructurering en de technologische modernisering,

Zijn als volgt overeengekomen[Red: De oorspronkelijke Bijlagen en de Protocollen 2 en 3 bij de Overeenkomst en de Protocollen liggen ter inzage bij de Afdeling Verdragen van het Ministerie van Buitenlandse Zaken en zijn gepubliceerd in PbEG 1998, L 97 en PbEG 2000, L 336.]:

Artikel 1
1.

Er wordt een associatie tot stand gebracht tussen de Gemeenschap en haar Lid-Staten, enerzijds, en Tunesië anderzijds.

2.

Deze associatie heeft ten doel:

Artikel 2

De betrekkingen tussen de partijen en alle bepalingen van deze overeenkomst zijn gebaseerd op de eerbiediging van de democratische beginselen en de mensenrechten die de grondslag van hun binnen- en buitenlands beleid vormen en een wezenlijk onderdeel van de overeenkomst zijn.

TITEL I. POLITIEKE DIALOOG

Artikel 3
1.

Er wordt een regelmatige politieke dialoog tussen de partijen ingesteld. Via deze dialoog kunnen tussen de partners duurzame, op solidariteit gebaseerde betrekkingen worden ingesteld, die zullen bijdragen aan de welvaart, de stabiliteit en de veiligheid van het Middellandse-Zeegebied en een klimaat van begrip en tolerantie tussen culturen zullen scheppen.

2.

Doelstellingen van de dialoog en de politieke samenwerking zijn met name:

Artikel 4

De politieke dialoog heeft betrekking op alle onderwerpen van wederzijds belang en met name op de noodzakelijke voorwaarden voor het waarborgen van vrede, veiligheid en regionale ontwikkeling door het bevorderen van de samenwerking, met name binnen de Maghreb.

Artikel 5

De politieke dialoog wordt regelmatig en telkens wanneer nodig gehouden, en met name:

TITEL II. VRIJ VERKEER VAN GOEDEREN

Artikel 6

De Gemeenschap en Tunesië brengen in de loop van een overgangsperiode van ten hoogste 12 jaar, te beginnen bij de inwerkingtreding van deze overeenkomst, overeenkomstig de hierna omschreven bepalingen en in overeenstemming met de bepalingen van de Algemene Overeenkomst inzake Tarieven en Handel van 1994 en andere multilaterale overeenkomsten inzake de handel in goederen die opgenomen zijn in bijlagen bij de overeenkomst tot oprichting van de Wereldhandelsorganisatie (WTO), hierna „GATT” te noemen, geleidelijk een vrijhandelszone tot stand.

HOOFDSTUK I. INDUSTRIEPRODUKTEN

Artikel 7

De bepalingen van dit hoofdstuk zijn van toepassing op produkten van oorsprong uit de Gemeenschap en Tunesië, met uitzondering van de in bijlage II van het Verdrag tot oprichting van de Europese Gemeenschap genoemde produkten.

Artikel 8

Er worden geen nieuwe invoerrechten of heffingen van gelijke werking ingesteld in het handelsverkeer tussen de Gemeenschap en Tunesië.

Artikel 9

Produkten van oorsprong uit Tunesië worden bij invoer in de Gemeenschap toegelaten met vrijstelling van douanerechten of heffingen van gelijke werking en zonder kwantitatieve beperkingen of maatregelen van gelijke werking.

Artikel 10
1.

De bepalingen van dit hoofdstuk vormen geen beletsel voor het door de Gemeenschap handhaven van een landbouwelement bij invoer van de in bijlage I genoemde goederen van oorsprong uit Tunesië.

Dit landbouwelement houdt verband met de verschillen in prijs op de markt van de Gemeenschap van de landbouwprodukten die geacht worden in deze goederen te zijn verwerkt en de prijs van uit derde landen ingevoerde produkten, wanneer de totale kosten van genoemde basisprodukten hoger zijn in de Gemeenschap. Het landbouwelement kan de vorm van een vast bedrag of een ad valorem recht aannemen. Zo nodig kunnen specifieke rechten worden ingesteld, waarbij rekening wordt gehouden met de hoogte van het landbouwelement of ad valorem rechten.

De op landbouwprodukten van toepassing zijnde bepalingen van hoofdstuk 2 zijn mutatis mutandis van toepassing op het landbouwelement.

2.

De bepalingen van dit hoofdstuk vormen geen beletsel voor Tunesië om in de rechten die van toepassing zijn bij invoer van de in bijlage 2 genoemde produkten van oorsprong uit de Gemeenschap een landbouwelement te onderscheiden. Het landbouwelement kan de vorm van een vast bedrag of een ad valorem recht aannemen.

De op landbouwprodukten van toepassing zijnde bepalingen van hoofdstuk 2 zijn mutatis mutandis van toepassing op het landbouwelement.

3.

Op de in lijst 1 van bijlage 2 opgenomen produkten van oorsprong uit de Gemeenschap past Tunesië bij de inwerkingtreding van de overeenkomst geen hogere invoerrechten en heffingen van gelijke werking toe dan die welke op 1 januari 1995 van toepassing waren binnen de grenzen van de in genoemde lijst opgenomen tariefcontingenten.

In de loop van de afschaffing van het industrie-element in de rechten, overeenkomstig het bepaalde in lid 4, worden op de produkten voor welke de tariefcontingenten worden opgeheven, geen hogere rechten toegepast dan die welke op 1 januari 1995 van toepassing waren.

4.

Voor de in lijst 2 van bijlage 2 opgenomen produkten van oorsprong uit de Gemeenschap schaft Tunesië het industrie-element af overeenkomstig de bepalingen van artikel 11, lid 3, van de overeenkomst voor de produkten van bijlage 4.

Voor de in lijsten 1 en 3 van bijlage 2 opgenomen produkten van oorsprong uit de Gemeenschap schaft Tunesië het industrie-element af overeenkomstig de bepalingen van artikel 11, lid 3, van de overeenkomst voor de produkten van bijlage 5.

5.

De overeenkomstig de leden 1 en 2 toegepaste landbouwelementen kunnen worden verminderd wanneer in het handelsverkeer tussen de Gemeenschap en Tunesië de op een basislandbouwprodukt toegepaste heffing is verlaagd of wanneer deze verminderingen het gevolg zijn van wederzijdse concessies op het gebied van verwerkte landbouwprodukten.

6.

De in lid 5 bedoelde vermindering, de lijst van betrokken produkten, en, in voorkomend geval, de tariefcontingenten, waarvoor de verlagingen gelden, worden door de Associatieraad vastgesteld.

Artikel 11
1.

De douanerechten en heffingen van gelijke werking die bij invoer welke in Tunesië van toepassing zijn op produkten van oorsprong uit de Gemeenschap, met uitzondering van de in bijlagen 3 tot 6 vermelde produkten, worden afgeschaft bij de inwerkingtreding van de Overeenkomst.

2.

De douanerechten en heffingen van gelijke werking die bij invoer welke in Tunesië van toepassing zijn op produkten van oorsprong uit de Gemeenschap vermeld in bijlage 3, worden geleidelijk afgeschaft overeenkomstig het hierna volgende tijdschema:

Bij de inwerkingtreding van de Overeenkomst worden alle rechten en heffingen verlaagd tot 85% van het basisrecht;

Een jaar na de inwerkingtreding van de Overeenkomst worden alle rechten en heffingen verlaagd tot 70% van het basisrecht;

Twee jaar na de inwerkingtreding van de Overeenkomst worden alle rechten en heffingen verlaagd tot 55% van het basisrecht;

Drie jaar na de inwerkingtreding van de Overeenkomst worden alle rechten en heffingen verlaagd tot 40% van het basisrecht;

Vier jaar na de inwerkingtreding van de Overeenkomst worden alle rechten en heffingen verlaagd tot 25% van het basisrecht;

Vijf jaar na de inwerkingtreding van de Overeenkomst worden alle rechten en heffingen afgeschaft.

3.

De douanerechten en heffingen van gelijke werking bij invoer welke in Tunesië van toepassing zijn op de in de bijlage 4 en 5 vermelde produkten van oorsprong uit de Gemeenschap, worden geleidelijk afgeschaft volgens onderstaande tijdschema's:

Voor de lijst in bijlage 4:

bij de inwerkingtreding van de Overeenkomst worden alle rechten en heffingen verlaagd tot 92% van het basisrecht;

een jaar na de inwerkingtreding van de Overeenkomst worden alle rechten en heffingen verlaagd tot 84% van het basisrecht;

twee jaar na de inwerkingtreding van de Overeenkomst worden alle rechten en heffingen verlaagd tot 76% van het basisrecht;

drie jaar na de inwerkingtreding van de Overeenkomst worden alle rechten en heffingen verlaagd tot 68% van het basisrecht;

vier jaar na de inwerkingtreding van de Overeenkomst worden alle rechten en heffingen verlaagd tot 60% van het basisrecht;

vijf jaar na de inwerkingtreding van de Overeenkomst worden alle rechten en heffingen verlaagd tot 52% van het basisrecht;

zes jaar na de inwerkingtreding van de Overeenkomst worden alle rechten en heffingen verlaagd tot 44% van het basisrecht;

zeven jaar na de inwerkingtreding van de Overeenkomst worden alle rechten en heffingen verlaagd tot 36% van het basisrecht;

acht jaar na de inwerkingtreding van de Overeenkomst worden alle rechten en heffingen verlaagd tot 28% van het basisrecht;

negen jaar na de inwerkingtreding van de Overeenkomst worden alle rechten en heffingen verlaagd tot 20% van het basisrecht;

tien jaar na de inwerkingtreding van de Overeenkomst worden alle rechten en heffingen verlaagd tot 12% van het basisrecht;

elf jaar na de inwerkingtreding van de Overeenkomst worden alle rechten en heffingen verlaagd tot 4% van het basisrecht;

twaalf jaar na de inwerkingtreding van de Overeenkomst worden alle rechten en heffingen afgeschaft.

Voor de lijst in bijlage 5:

vier jaar na de inwerkingtreding van de Overeenkomst worden alle rechten en heffingen verlaagd tot 88% van het basisrecht;

vijf jaar na de inwerkingtreding van de Overeenkomst worden alle rechten en heffingen verlaagd tot 77% van het basisrecht;

zes jaar na de inwerkingtreding van de Overeenkomst worden alle rechten en heffingen verlaagd tot 66% van het basisrecht;

zeven jaar na de inwerkingtreding van de Overeenkomst worden alle rechten en heffingen verlaagd tot 55% van het basisrecht;

acht jaar na de inwerkingtreding van de Overeenkomst worden alle rechten en heffingen verlaagd tot 44% van het basisrecht;

negen jaar na de inwerkingtreding van de Overeenkomst worden alle rechten en heffingen verlaagd tot 33% van het basisrecht;

tien jaar na de inwerkingtreding van de Overeenkomst worden alle rechten van heffingen verlaagd tot 22% van het basisrecht;

elf jaar na de inwerkingtreding van de Overeenkomst worden alle rechten en heffingen verlaagd tot 11% van het basisrecht;

twaalf jaar na de inwerkingtreding van de Overeenkomst worden alle rechten en heffingen afgeschaft.

4.

Indien zich met betrekking tot een bepaald produkt ernstige problemen voordoen, kunnen de overeenkomstig lid 3 van toepassing zijnde tijdschema's in overleg worden herzien door het Associatiecomité, met dien verstande dat het tijdschema waarvoor de herziening is aangevraagd voor het betrokken produkt niet verder verlengd kan worden dan de maximale overgangsperiode van twaalf jaar. Indien het Comité geen besluit heeft genomen binnen dertig dagen na de kennisgeving van het verzoek van Tunesië om herziening van het tijdschema, kan Tunesië het tijdschema voorlopig opschorten voor een periode van maximaal een jaar.

5.

Het basisrecht waarop de in de leden 2 en 3 vastgestelde achtereenvolgende verlagingen worden toegepast is voor elk produkt het op 1 januari 1995 daadwerkelijk ten opzichte van de Gemeenschap toegepaste recht.

6.

Indien na 1 januari 1995 enige tariefverlaging op erga omnes grondslag wordt toegepast, treden de verlaagde rechten in de plaats van de in lid 5 bedoelde basisrechten, met ingang van de datum waarop de verlagingen toepassing vinden.

7.

Tunesië deelt de Gemeenschap zijn basisrechten mede.

Artikel 12

De raadpleging van dit document komt niet in de plaats van het lezen van het oorspronkelijke Staatsblad of de Staatscourant. Wij aanvaarden geen aansprakelijkheid voor eventuele onnauwkeurigheden die voortvloeien uit de omzetting van het origineel naar dit formaat.