Verdrag tot oprichting van het Internationaal Instituut voor democratie en verkiezingsondersteuning

Type Verdrag
Publication 2008-11-21
State In force
Source BWB
Wijzigingsgeschiedenis JSON API

De Partijen die ondertekenaar zijn van dit Verdrag,

Vaststellende dat de begrippen democratie, pluralisme en vrije en eerlijke verkiezingen wereldwijd vaste voet aan de grond krijgen;

Vaststellende dat democratie van wezenlijk belang is voor het bevorderen en waarborgen van de mensenrechten en dat deelname aan het politieke leven, waaronder de regering, deel uitmaakt van de mensenrechten, vastgelegd in en gewaarborgd door internationale verdragen en verklaringen;

Tevens vaststellende dat duurzame democratie, behoorlijk bestuur, verantwoording en transparantie een centrale plaats zijn gaan innemen in het beleid voor nationale en internationale ontwikkeling;

Erkennende dat versterking van de democratische instellingen op nationale, regionale en mondiale schaal een gunstig klimaat schept voor preventieve diplomatie, waarmee de totstandbrenging van een betere wereldorde wordt bevorderd;

Beseffende dat democratische en verkiezingsprocessen continuïteit en toekomstperspectief vereisen;

Geleid door de wens alom gehanteerde normen, waarden en gebruiken meer ingang te doen vinden en in de praktijk te brengen;

Zich ervan bewust dat pluralisme veronderstelt dat er actoren en nationale en internationale organisaties zijn met duidelijk onderscheiden taken en mandaten, die niet bij andere kunnen worden ondergebracht;

Beseffende dat een ontmoetingsplaats voor alle betrokkenen zou kunnen leiden tot instandhouding en bevordering van deskundigheid en systematische vergroting van capaciteit;

Overwegende dat er behoefte is aan een aanvullend internationaal instituut op dit gebied.

Zijn het volgende overeengekomen:

Artikel 1. Oprichting, vestigingsplaats en rechtspositie
1.

De Partijen bij dit Verdrag richten hierbij het Internationale Instituut voor democratie en verkiezingsondersteuning op als internationale organisatie, hierna te noemen „het Instituut" of „Internationaal IDEA".

2.

De zetel van het Instituut is gevestigd te Stockholm, tenzij de Raad besluit het Instituut naar elders te verplaatsen. Het Instituut kan in andere plaatsen kantoren vestigen, indien nodig ter ondersteuning van zijn programma's.

3.

Internationaal IDEA bezit volledige rechtspersoonlijkheid en heeft de bevoegdheden die noodzakelijk zijn om zijn taken te verrichten en zijn doelstellingen te verwezenlijken, onder meer de bevoegdheid om:

Artikel II. Doelstellingen en werkzaamheden
1.

De doelstellingen van het Instituut zijn:

2.

Teneinde de bovenstaande doelstellingen te verwezenlijken kan het Instituut de volgende soorten werkzaamheden verrichten:

Artikel III. Samenwerkingsverbanden
1.

Het Instituut kan samenwerkingsverbanden met andere organisaties aangaan, met inbegrip van internationale, intergouvernementele en niet-gouvernementele organisaties, teneinde de doelstellingen van het Instituut te bevorderen.

2.

Het Instituut kan tevens organisaties uitnodigen die vergelijkbare doelstellingen nastreven op het gebied van de opbouw van democratie, teneinde een strategisch partnerschap aan te gaan voor wederzijdse samenwerking op middellange en lange termijn.

Artikel IV. Lidmaatschap
1.

Leden van het Instituut zijn Regeringen van Staten die Partij zijn bij dit Verdrag.

2.

Om voor lidmaatschap in aanmerking te komen dienen Staten:

3.

Het lidmaatschap van Leden die niet langer voldoen aan de bepalingen van het tweede lid van dit artikel, kan worden opgeschort. Een besluit tot opschorting wordt door de Raad met een tweederdemeerderheid genomen.

Artikel V. Financiën
1.

Het Instituut verkrijgt zijn financiële middelen uit onder andere vrijwillige bijdragen en donaties van regeringen en anderen; sponsoring van programma’s of projectfinanciering; publicaties en andere opbrengsten; renteopbrengsten van in beheer gegeven vermogen, giften en investeringen.

2.

De Leden worden aangemoedigd het Instituut te ondersteunen met jaarlijkse bijdragen, het sponsoren van programma’s, projectfinanciering en/of andere middelen.

3.

De Leden zijn niet afzonderlijk of gezamenlijk aansprakelijk voor schulden, verplichtingen of verbintenissen van het Instituut.

Artikel VI. Organen

Het Instituut bestaat uit een Raad, een Commissie van adviseurs en een Secretariaat.

Artikel VII. De Raad
1.

De Raad bestaat uit één vertegenwoordiger van elk Lid.

2.

De Raad komt eenmaal per jaar in gewone zitting bijeen. Een buitengewone zitting van de Raad wordt belegd op initiatief van een vijfde van de leden van de Raad.

3.

De Raad neemt zijn eigen reglement van orde aan.

4.

De Raad

5.

De Raad

6.

De Raad neemt in beginsel besluiten bij consensus. Indien ondanks pogingen daartoe geen consensus wordt bereikt, kan de voorzitter besluiten tot stemming over te gaan. Een stemming vindt ook plaats indien daarom wordt verzocht door een Lid. Behalve wanneer in dit Verdrag anders is bepaald, worden besluiten genomen met een gewone meerderheid van de uitgebrachte stemmen. Elk Lid heeft recht op één stem en indien de stemmen staken, kan de voorzitter de beslissende stem uitbrengen. In de periode tussen vergaderingen van de Raad kunnen besluiten genomen worden door middel van schriftelijke procedures.

7.

De Raad kan waarnemers bij zijn vergaderingen uitnodigen.

8.

De Raad benoemt een Stuurgroep die bestaat uit de voorzitter en twee vicevoorzitters van de Raad, de voorzitter en vicevoorzitter van de Commissie van adviseurs en een vertegenwoordiger van het land waarin het Instituut zijn zetel heeft. De Secretaris-Generaal is ambtshalve lid van de Stuurgroep. De Raad kan andere natuurlijke personen benoemen tot lid van de Stuurgroep. De Stuurgroep bereidt vergaderingen van de Raad voor en verricht handelingen om de belangen van het Instituut in de periode tussen vergaderingen van de Raad te bevorderen. De Raad kan zaken aan de Stuurgroep delegeren.

Artikel VIII. De Commissie van adviseurs
1.

Het Instituut wordt ondersteund door een Commissie van adviseurs van ten hoogste 15 leden, allen eminente personen of deskundigen met zeer uiteenlopende achtergronden. Zij worden verkozen op grond van hun verdiensten en ervaring, zij het beroepsmatig of op academisch gebied, op terreinen die voor het werk van het Instituut van belang zijn, waaronder het recht, verkiezingsprocessen, politiek, politieke wetenschappen, vredesopbouw, conflictbeheersing en het maatschappelijk middenveld. Zij nemen op persoonlijke titel zitting en niet als vertegenwoordiger van een regering of organisatie. Een lid van de Commissie van adviseurs wordt voor een termijn van ten hoogste drie jaar benoemd en kan worden herbenoemd.

2.

Leden van de Commissie van adviseurs worden uitgenodigd taken te verrichten ter versterking van het Instituut en zijn missie en ter verbetering van de kwaliteit en de invloed van zijn programma. Zij kunnen worden gevraagd het Instituut te vertegenwoordigen en op andere wijzen een bijdrage aan zijn werkzaamheden te leveren. Het Instituut kan een jaarlijks forum met de Commissie van adviseurs organiseren en kan tevens vergaderingen op nationaal en/of regionaal niveau organiseren.

3.

De Commissie van adviseurs kiest uit zijn midden een voorzitter en een vicevoorzitter, die tevens in de Stuurgroep zitting zullen nemen. De leden van de Commissie van adviseurs kunnen met name worden uitgenodigd commentaar en advies te geven inzake lidmaatschapskwesties en de keuze van de Secretaris-Generaal.

Artikel IX. De Secretaris-Generaal en het Secretariaat
1.

Het Instituut beschikt over een Secretariaat onder leiding van een Secretaris-Generaal die verantwoording verschuldigd is aan de Raad.

2.

De Secretaris-Generaal heeft met name de taak:

3.

De Secretaris-Generaal benoemt de personeelsleden die nodig zijn om het programma van het Instituut uit te voeren.

Artikel X. Rechtspositie, voorrechten en immuniteiten

Het Instituut en zijn functionarissen beschikken over de rechtspositie en genieten de voorrechten en immuniteiten die vergelijkbaar zijn met die vastgelegd in het Verdrag nopens de voorrechten en immuniteiten van de Verenigde Naties van 13 februari 1946. De rechtspositie, voorrechten en immuniteiten van het Instituut en zijn functionarissen in het gastheerland worden vastgelegd in een zetelovereenkomst. De rechtspositie, voorrechten en immuniteiten van het Instituut en zijn functionarissen in andere landen worden vastgelegd in afzonderlijke overeenkomsten tussen het Instituut en het land waarin het Instituut zijn taken verricht.

Artikel XI. Externe accountants

Er wordt jaarlijks een financiële controle van de verrichtingen van het Instituut uitgevoerd door een onafhankelijk internationaal accountantskantoor in overeenstemming met internationale controlenormen.

Artikel XII. Depositaris
1.

De Secretaris-Generaal is depositaris van dit Verdrag.

2.

De Secretaris-Generaal doet mededeling van alle kennisgevingen met betrekking tot dit Verdrag aan alle Leden.

3.

De Secretaris-Generaal stelt alle Leden in kennis van de datum van inwerkingtreding van wijzigingen in overeenstemming met artikel XIV, tweede lid.

Artikel XIII. Ontbinding
1.

Het Instituut kan worden ontbonden indien een meerderheid van vier vijfde van alle Lidstaten besluit dat het Instituut niet langer nodig is of dat het niet langer in staat is doelmatig te functioneren.

2.

In geval van ontbinding worden eventuele activa van het Instituut die overblijven na voldoening van zijn wettelijke verplichtingen verdeeld onder instellingen die doelstellingen hebben die vergelijkbaar zijn met die van het Instituut, zoals besloten door de Raad.

Artikel XIV. Wijzigingen
1.

Dit Verdrag kan worden gewijzigd bij een besluit van twee derde van de Partijen bij het Verdrag. Een wijzigingsvoorstel wordt ten minste acht weken van tevoren rondgezonden.

2.

Wijzigingen worden van kracht dertig dagen na de datum waarop twee derde van de Partijen de depositaris ervan in kennis hebben gesteld dat zij de op grond van hun nationale wetgeving vereiste formaliteiten met betrekking tot de wijzigingen hebben vervuld. De wijziging is dan bindend voor alle Leden.

Artikel XV. Opzegging
1.

Elke Partij bij dit Verdrag kan het opzeggen. Een Partij die dit Verdrag wenst op te zeggen, stelt de depositaris hiervan schriftelijk in kennis zes maanden voor de formele kennisgeving teneinde het Instituut in staat te stellen de andere Partijen bij dit Verdrag op de hoogte te stellen en zo nodig gesprekken te initiëren.

2.

Het formele besluit tot opzegging wordt van kracht zes maanden na de datum waarop dit besluit ter kennis van de depositaris is gebracht.

Artikel XVI. Inwerkingtreding
1.

Het oorspronkelijke verdrag tussen de Leden die het Instituut hebben opgericht stond open voor ondertekening door de Staten die deelnamen aan de oprichtingsconferentie, gehouden in Stockholm op 27 februari 1995, en is op 28 februari 1995 van kracht geworden.

2.

Artikel VII van de Statuten is gewijzigd in overeenstemming met artikel XIV (het toenmalige artikel XV). De wijziging is op 17 juli 2003 van kracht geworden.

Artikel XVII. Toetreding

Elke Staat kan de Secretaris-Generaal te allen tijde in kennis stellen van zijn verzoek tot dit Verdrag toe te mogen treden. Indien het verzoek wordt goedgekeurd door de Raad, treedt het Verdrag voor die Staat in werking dertig dagen na de datum van de nederlegging van zijn akte van toetreding.

De raadpleging van dit document komt niet in de plaats van het lezen van het oorspronkelijke Staatsblad of de Staatscourant. Wij aanvaarden geen aansprakelijkheid voor eventuele onnauwkeurigheden die voortvloeien uit de omzetting van het origineel naar dit formaat.