← Geldende tekst · Geschiedenis

Partnerschaps- en Samenwerkingsovereenkomst tussen de Europese Gemeenschappen en hun Lid-Staten, enerzijds, en de Republiek Moldavië, anderzijds

Geldende tekst a fecha 1998-07-01

Partnerschaps- en Samenwerkingsovereenkomst waarbij een partnerschap tot stand wordt gebracht tussen de Europese Gemeenschappen en hun Lid-Staten, enerzijds, en de Republiek Moldavië, anderzijds,

het Koninkrijk België,

het Koninkrijk Denemarken,

de Bondsrepubliek Duitsland,

de Helleense Republiek,

het Koninkrijk Spanje,

de Franse Republiek,

Ierland,

de Italiaanse Republiek,

het Groothertogdom Luxemburg,

het Koninkrijk der Nederlanden,

de Portugese Republiek,

het Verenigd Koninkrijk van Groot-Brittannië en Noord-Ierland,

Verdragsluitende Partijen bij het Verdrag tot oprichting van de Europese Gemeenschap, het Verdrag tot oprichting van de Europese Gemeenschap voor Kolen en Staal en het Verdrag tot oprichting van de Europese Gemeenschap voor Atoomenergie,

hierna „Lid-Staten” te noemen, en

de Europese Gemeenschap, de Europese Gemeenschap voor Kolen en Staal en de Europese Gemeenschap voor Atoomenergie,

hierna „de Gemeenschap” te noemen,

enerzijds, en

de Republiek Moldavië,

anderzijds,

hierna „de Partijen” te noemen,

Gelet op de banden tussen de Gemeenschap, haar Lid-Staten en de Republiek Moldavië, en hun gemeenschappelijke waarden,

Erkennende dat de Gemeenschap en de Republiek Moldavië deze banden wensen te verstevigen en partnerschap en samenwerking tot stand willen brengen om te komen tot versterking en verbreding van de betrekkingen die in het verleden zijn aangeknoopt, inzonderheid bij de op 18 december 1989 ondertekende Overeenkomst tussen de Europese Economische Gemeenschap en de Europese Gemeenschap voor Atoomenergie en de Unie van Socialistische Sovjetrepublieken inzake handel en commerciële en economische samenwerking,

Gelet op de verbintenis van de Gemeenschap en haar Lid-Staten en van Moldavië tot versterking van de politieke en economische vrijheden, die de grondslag van het partnerschap vormen,

Gelet op de verbintenis van de Partijen om de internationale vrede en veiligheid en de vreedzame oplossing van geschillen te bevorderen, en om op dit gebied samen te werken in het kader van de Verenigde Naties en de Conferentie over Veiligheid en Samenwerking in Europa,

Gelet op de vaste verbintenis van de Gemeenschap en haar Lid-Staten en van de Republiek Moldavië tot volledige uitvoering van alle beginselen en bepalingen van de Slotakte van de Conferentie over Veiligheid en Samenwerking in Europa (CVSE), de slotdocumenten van de vervolgvergaderingen van Madrid en Wenen, het document van de CVSE-Conferentie van Bonn betreffende economische samenwerking, het Handvest van Parijs voor een Nieuw Europa en het CVSE-document van Helsinki 1992 „Uitdagingen van het Veranderingsproces”,

Erkennende in dit verband dat ondersteuning van de onafhankelijkheid, soevereiniteit en territoriale integriteit van de Republiek Moldavië zal bijdragen tot de instandhouding van vrede en stabiliteit in Midden- en Oost-Europa en in Europa als geheel,

Bevestigende het grote belang dat de Gemeenschap en haar Lid-Staten en de Republiek Moldavië hechten aan het Europees Energiehandvest en aan de Verklaring van de Conferentie van Luzern van april 1993,

Overtuigd van het allesoverheersende belang van de beginselen van de rechtsstaat en de eerbiediging van de mensenrechten, inzonderheid de rechten van minderheden, de totstandbrenging van een meerpartijenstelsel met vrije en democratische verkiezingen, en economische liberalisering met het oog op de totstandbrenging van een markteconomie,

Erkennende de inspanningen die door de Republiek Moldavië zijn geleverd voor de totstandbrenging van politieke en economische systemen die in overeenstemming zijn met de beginselen van de rechtsstaat en de mensenrechten, met inbegrip van de rechten van minderheden, en erkennende dat de Republiek Moldavië een meerpartijenstelsel hanteert met vrije en democratische verkiezingen en zorgt voor economische liberalisering,

Van oordeel zijnde dat de volledige uitvoering van deze Partnerschaps- en Samenwerkingsovereenkomst zowel zal afhangen van, als bijdragen tot de voortzetting en de verwezenlijking van hervormingen in de Republiek Moldavië op politiek, economisch en juridisch vlak, en de invoering van de factoren die vereist zijn voor samenwerking, met name in het licht van de conclusies van de CVSE-Conferentie van Bonn,

Verlangende het proces van regionale samenwerking met de buurlanden op de door deze Overeenkomst bestreken gebieden te stimuleren om welvaart en stabiliteit in deze regio te bevorderen,

Verlangende regelmatige politieke dialoog over bilaterale en internationale vraagstukken van wederzijds belang tot stand te brengen en te ontwikkelen,

Rekening houdende met het feit dat de Gemeenschap bereid is tot het ontplooien van economische samenwerking en passende technische bijstand,

Herinnerend aan het nut van de Overeenkomst voor het bevorderen van geleidelijke toenadering tussen de Republiek Moldavië en een uitgestrekter samenwerkingsgebied in Europa en naburige regio's, en de geleidelijke integratie van de Republiek Moldavië in het open internationaal handelssysteem,

Gelet op de verbintenis van de Partijen tot vrijmaking van de handel op grond van de beginselen die zijn vervat in de Algemene Overeenkomst betreffende Tarieven en Handel (GATT),

Op prijs stellende en erkennende het belang van de inspanningen die de Republiek Moldavië zich getroost om de overgang van een economie met staatshandel en centrale planning naar een markteconomie te bewerkstelligen,

Zich bewust zijnde van de noodzaak verbetering te brengen in de voorwaarden voor bedrijfsleven en investeringen, en de voorwaarden voor, onder andere, de vestiging van ondernemingen, werknemers, het verrichten van diensten en kapitaalverkeer,

Ervan overtuigd zijnde dat deze Overeenkomst een nieuw klimaat zal scheppen voor de economische betrekkingen tussen de Partijen, en vooral voor de ontwikkeling van handel en investeringen, die onontbeerlijk zijn voor economische herstructurering en technologische modernisering,

Verlangende nauwe samenwerking op het gebied van milieubescherming tot stand te brengen, gezien de onderlinge afhankelijkheid van de Partijen op dit gebied,

Verlangende culturele samenwerking tot stand te brengen en de doorstroming van informatie te verbeteren,

Zijn als volgt overeengekomen:

Artikel 1

Er wordt een partnerschap tot stand gebracht tussen de Gemeenschap en haar Lid-Staten, enerzijds, en de Republiek Moldavië anderzijds. Dit partnerschap heeft ten doel:

TITEL I. ALGEMENE BEGINSELEN

Artikel 2

De eerbiediging van de democratische beginselen, de beginselen van het volkenrecht en de mensenrechten, inzonderheid als vastgelegd in de Slotakte van Helsinki en het Handvest van Parijs voor een Nieuw Europa, alsmede de beginselen van de markteconomie, waaronder de beginselen die zijn opgenomen in de documenten van de CVSE-Conferentie van Bonn, vormen de grondslag van het binnenlands en buitenlands beleid van de Partijen en zijn een essentieel onderdeel van het partnerschap en van deze Overeenkomst.

Artikel 3

De Partijen zijn van oordeel dat het van wezenlijk belang is voor de toekomstige welvaart en stabiliteit van het gebied van de voormalige Sovjet-Unie, dat de nieuwe onafhankelijke staten die als gevolg van de ontbinding van de Unie van Socialistische Sovjetrepublieken zijn ontstaan (hierna „Onafhankelijke Staten" te noemen), de onderlinge samenwerking in stand houden en ontwikkelen overeenkomstig de beginselen van de Slotakte van Helsinki en het Volkenrecht en in een geest van goede nabuurschap, en alles in het werk stellen om dit proces te stimuleren.

Artikel 4

De Partijen verbinden zich ertoe, met name wanneer de Republiek Moldavië verder gevorderd zal zijn in het economisch hervormingsproces, ontwikkelingen in het kader van de desbetreffende titels van deze Overeenkomst, in het bijzonder titel III en artikel 48 te bekijken met het oog op het tot stand brengen van een onderlinge vrijhandelszone. De in artikel 82 genoemde Samenwerkingsraad kan de Partijen aanbevelingen met betrekking tot deze ontwikkelingen doen. Aan deze ontwikkelingen wordt slechts uitvoering gegeven in een Overeenkomst tussen de Partijen in overeenstemming met hun onderscheiden procedures. De Partijen plegen in 1998 overleg om na te gaan of de omstandigheden, inzonderheid met betrekking tot de vorderingen van de Republiek Moldavië op het gebied van marktgerichte economische hervormingen en de op dat ogenblik aldaar heersende economische omstandigheden, van dien aard zijn dat kan worden begonnen met onderhandelingen over de totstandbrenging van een vrijhandelszone.

Artikel 5

De Partijen verbinden zich ertoe samen, in onderlinge overeenstemming, na te gaan welke wijzigingen eventueel in een onderdeel van de Overeenkomst dienen te worden aangebracht in verband met gewijzigde omstandigheden, inzonderheid de situatie als gevolg van de toetreding van de Republiek Moldavië tot de GATT. Het eerste onderzoek vindt plaats drie jaar na de inwerkingtreding van deze Overeenkomst, of wanneer de Republiek Moldavië Overeenkomstsluitende Partij bij de GATT wordt, indien dat eerder plaatsvindt.

TITEL II. POLITIEKE DIALOOG

Artikel 6

Er wordt een regelmatige politieke dialoog tot stand gebracht tussen de Partijen, die zij voornemens zijn te ontwikkelen en te intensiveren. Deze dialoog begeleidt en consolideert het proces waarbij de Gemeenschap en de Republiek Moldavië nader tot elkaar komen, ondersteunt de politieke en economische veranderingen die in de Republiek Moldavië aan de gang zijn en draagt bij tot de totstandkoming van nieuwe vormen van samenwerking. De politieke dialoog strekt ertoe

Artikel 7

Op ministerieel niveau vindt een politieke dialoog plaats in het kader van de bij artikel 85 opgerichte Samenwerkingsraad en, in onderlinge overeenstemming, bij andere gelegenheden.

Artikel 8

De Partijen voorzien in andere procedures en regelingen voor politieke dialoog, met name in de volgende vormen:

Artikel 9

Op parlementair niveau vindt de politieke dialoog plaats in het kader van het bij artikel 90 opgerichte Parlementair Samenwerkingscomité.

TITEL III. GOEDERENVERKEER

Artikel 10
1.

De Partijen passen ten aanzien van elkaar de meestbegunstigingsclausule toe op alle gebieden die verband houden met:

2.

De bepalingen van lid 1 zijn niet van toepassing op:

3.

De bepalingen van lid 1 en van artikel 11, lid 3, zijn gedurende een overgangsperiode die eindigt op de datum waarop de Republiek Moldavië partij wordt bij de GATT of, indien dit vroeger is, op 31 december 1998, niet van toepassing op de in bijlage I bedoelde voordelen die door de Republiek Moldavië worden toegekend aan andere Onafhankelijke Staten met ingang van de dag voorafgaande aan de datum waarop de Overeenkomst in werking treedt.

Artikel 11
1.

De Partijen zijn het erover eens dat het beginsel van de vrije doorvoer van goederen een essentiële voorwaarde is voor het bereiken van de doelstellingen van deze Overeenkomst.

2.

Met het oog hierop waarborgt elke Partij de vrije doorgang over zijn grondgebied van goederen die herkomstig zijn uit of bestemd zijn voor het douanegebied van de andere Partij.

3.

De in artikel V, leden 2, 3, 4 en 5 van de GATT vastgestelde regels zijn tussen de twee Partijen van toepassing.

4.

De bepalingen van dit artikel doen geen afbreuk aan de tussen de Partijen overeengekomen bijzondere regelingen voor specifieke sectoren, zoals vervoer, of produkten.

Artikel 12

Onverminderd de rechten en verplichtingen uit de beide Partijen bindende internationale Overeenkomsten betreffende de tijdelijke invoer van goederen, verleent elke Partij de andere Partij, in de gevallen en volgens de procedures die zijn vastgesteld in enige andere voor haar bindende internationale Overeenkomst op dit gebied en overeenkomstig haar nationale wettelijke regeling ter zake, vrijstelling van invoerrechten en -heffingen op goederen die tijdelijk worden ingevoerd. Hierbij wordt rekening gehouden met de voorwaarden waaronder de uit een dergelijke Overeenkomst voortvloeiende verplichtingen door de betrokken Partij zijn aanvaard.

Artikel 13

Onverminderd het bepaalde in de artikelen 17, 20 en 21 en bijlage II van deze Overeenkomst, en in de artikelen 77, 81, 244, 249 en 280 van de Akte van Toetreding van Spanje en Portugal tot de Gemeenschap worden bij de invoer van goederen van oorsprong uit de Republiek Moldavië en de Gemeenschap in respectievelijk de Gemeenschap en de Republiek Moldavië geen kwantitatieve beperkingen toegepast.

Artikel 14
1.

De uit het grondgebied van een Partij herkomstige produkten die op het grondgebied van de andere Partij worden ingevoerd, worden direct noch indirect onderworpen aan enige interne belastingen of andere interne heffingen die hoger zijn dan die welke direct of indirect op soortgelijke binnenlandse produkten van toepassing zijn.

2.

Voorts worden deze produkten niet minder gunstig behandeld dan soortgelijke nationale produkten ten aanzien van alle wettelijke en bestuursrechtelijke voorschriften en vereisten met betrekking tot hun verkoop op de binnenlandse markt, aanbieding ten verkoop, aankoop, vervoer, distributie of gebruik. De bepalingen van dit lid vormen geen beletsel voor de toepassing van gedifferentieerde binnenlandse vervoertarieven die uitsluitend gebaseerd zijn op de economisch verantwoorde exploitatie van het vervoermiddel en niet op de nationaliteit van het produkt.

Artikel 15

De hierna volgende artikelen van de GATT zijn van overeenkomstige toepassing tussen de Partijen:

Artikel 16

Goederen worden tegen marktprijzen tussen de Partijen verhandeld.

Artikel 17
1.

Wanneer een bepaald produkt op het grondgebied van een Partij wordt ingevoerd in dermate toegenomen hoeveelheden en onder voorwaarden die ernstige schade toebrengen of dreigen toe te brengen aan de eigen producenten van soortgelijke of rechtstreeks concurrerende produkten, dan kan de benadeelde Partij – de Gemeenschap dan wel de Republiek Moldavië – passende maatregelen nemen overeenkomstig de hierna volgende procedures en voorwaarden.

2.

Vóór zij maatregelen nemen, of, in de gevallen waarin lid 4 van toepassing is, zo spoedig mogelijk nadat zij maatregelen hebben genomen, verstrekken de Gemeenschap of de Republiek Moldavië, al naargelang van het geval, het Samenwerkingscomité alle relevante informatie ten einde dit in staat te stellen een voor beide Partijen aanvaardbare oplossing te zoeken.

3.

Indien, na dit overleg, de Partijen niet binnen 30 dagen nadat de kwestie naar het Samenwerkingscomité is verwezen een akkoord bereiken over maatregelen om het probleem op te lossen, dan kan de Partij die om het overleg heeft verzocht maatregelen ter beperking van de invoer van de betrokken produkten nemen in de mate en voor de tijd die nodig zijn om de schade te voorkomen of te verhelpen of kan zij andere passende maatregelen nemen.

4.

In hoogdringende omstandigheden, waarin uitstel moeilijk herstelbare schade zou veroorzaken, kunnen de Partijen maatregelen nemen vóór het overleg heeft plaatsgevonden, op voorwaarde dat onmiddellijk daarna een voorstel tot overleg wordt gedaan.

5.

Bij de keuze van de in het kader van dit artikel toe te passen maatregelen geven de Partijen de voorkeur aan maatregelen die het bereiken van de doelstellingen van deze Overeenkomst het minst in de weg staan.

Artikel 18

Niets in deze titel, inzonderheid in artikel 17 daarvan, staat in de weg aan of heeft gevolgen voor het nemen door de Partijen van anti-dumpingmaatregelen of compenserende maatregelen overeenkomstig artikel VI van de GATT, de Overeenkomst inzake de uitlegging en de toepassing van de artikelen VI, XVI en XXIII van de GATT of aanverwante nationale wetgeving.

Elke Partij verklaart zich bereid de door de andere Partij naar voren gebrachte argumenten in verband met antidumping- of antisubsidieprocedures te onderzoeken en de betrokken belanghebbenden in kennis te stellen van de belangrijkste feiten en overwegingen die aan de definitieve beslissing ten grondslag zullen liggen. Voor definitieve anti-dumpingrechten en compenserende rechten worden ingesteld, doet de betrokken Partij al het mogelijke om het probleem tot een constructieve oplossing te brengen.

Artikel 19

De Overeenkomst vormt geen beletsel voor verboden of beperkingen op de invoer, de uitvoer of de doorvoer van goederen die gerechtvaardigd zijn uit hoofde van de bescherming van de openbare zedelijkheid, de openbare orde en veiligheid, de gezondheid en het leven van personen en dieren of het behoud van planten, de bescherming van natuurlijke hulpbronnen, de bescherming van het nationaal artistiek, historisch of archeologisch erfgoed of uit hoofde van de bescherming van de intellectuele, industriële of commerciële eigendom, noch voor voorschriften betreffende goud en zilver. Deze verboden of beperkingen mogen echter geen middel tot willekeurige discriminatie, noch een verkapte beperking van de handel tussen de Partijen vormen.

Artikel 20

Deze titel is niet van toepassing op de handel in textielprodukten van de hoofdstukken 50 tot en met 63 van de Gecombineerde Nomenclatuur. De handel in deze produkten is geregeld bij een afzonderlijke Overeenkomst die op 14 mei 1993 werd geparafeerd en die voorlopig van toepassing is sedert 1 januari 1993.

Artikel 21
1.

De handel in produkten die onder het Verdrag tot oprichting van de Europese Gemeenschap voor Kolen en Staal vallen, wordt geregeld bij de bepalingen van deze titel, met uitzondering van artikel 13.

2.

Een contactgroep voor kolen- en staalkwesties is ingesteld bestaande uit vertegenwoordigers van de Gemeenschap enerzijds en vertegenwoordigers van de Republiek Moldavië anderzijds.

De contactgroep wisselt op gezette tijden informatie uit over alle kolen- en staalkwesties die voor de Partijen van belang zijn.

Artikel 22

Op de handel in kernmaterialen zijn de bepalingen van het Verdrag tot oprichting van de Europese Gemeenschap voor Atoomenergie van toepassing. Zo nodig wordt deze geregeld bij een tussen de Europese Gemeenschap voor Atoomenergie en de Republiek Moldavië te sluiten bijzondere overeenkomst.

TITEL IV. BEPALINGEN INZAKE HET HANDELSVERKEER EN DE INVESTERINGEN

HOOFDSTUK I. ARBEIDSVOORWAARDEN

Artikel 23
1.

Onverminderd de in elke Lid-Staat geldende wettelijke regelingen, voorwaarden en procedures zorgen de Gemeenschap en de Lid-Staten ervoor dat onderdanen van de Republiek Moldavië die wettig tewerkgesteld zijn op het grondgebied van een Lid-Staat, niet op grond van nationaliteit worden gediscrimineerd ten opzichte van de onderdanen van deze Lid-Staat wat werkomstandigheden, beloning en ontslag betreft.

2.

Onverminderd de in de Republiek Moldavië geldende wettelijke regelingen, voorwaarden en procedures zorgt de Republiek Moldavië ervoor dat onderdanen van een Lid-Staat die wettig tewerkgesteld zijn op het grondgebied van de Republiek Moldavië niet op grond van nationaliteit worden gediscrimineerd ten opzichte van onderdanen van de Republiek Moldavië wat werkomstandigheden, beloning en ontslag betreft.

Artikel 24. Coördinatie van de sociale zekerheid

De Partijen verbinden zich ertoe overeenkomsten te sluiten met het doel:

Artikel 25

De overeenkomstig artikel 24 te nemen maatregelen laten de uit bilaterale overeenkomsten tussen de Republiek Moldavië en de Lid-Staten voortvloeiende rechten en verplichtingen onverlet wanneer deze overeenkomsten in een gunstiger behandeling van onderdanen van de Republiek Moldavië of de Lid-Staten voorzien.

Artikel 26

De Samenwerkingsraad gaat na welke gemeenschappelijke actie kan worden ondernomen om de illegale immigratie tegen te gaan, met inachtneming van het beginsel en de praktijk van wedertoelating.

Artikel 27

De Samenwerkingsraad gaat na welke verbeteringen kunnen worden aangebracht in de werkomstandigheden van zakenlieden, rekening houdende met de internationale verbintenissen van de Partijen, met inbegrip van die welke in het document van de Conferentie van Bonn van de CVSE zijn neergelegd.

Artikel 28

De Samenwerkingsraad doet aanbevelingen voor de tenuitvoerlegging van de artikelen 23, 26 en 27.

HOOFDSTUK II. BEPALINGEN INZAKE DE VESTIGING EN DE WERKING VAN VENNOOTSCHAPPEN

Artikel 29
3.

De bepalingen van de leden 1 en 2 mogen door de op het grondgebied van een Partij gevestigde dochterondernemingen van vennootschappen uit de andere Partij niet worden gebruikt om de wettelijke en bestuursrechtelijke voorschriften van de eerstgenoemde Partij in verband met de toegang tot specifieke sectoren of activiteiten te omzeilen.

Aan vennootschappen die op de datum van inwerkingtreding van deze Overeenkomst in de Gemeenschap of in de Republiek Moldavië gevestigd zijn, wordt de in de leden 1 en 2 bedoelde behandeling toegekend met ingang van de datum van inwerkingtreding van deze Overeenkomst en aan vennootschappen die zich na deze datum in de Gemeenschap of in de Republiek Moldavië vestigen, met ingang van de datum van vestiging.

Artikel 30
1.

Onverminderd het bepaalde in artikel 101 is artikel 29 niet van toepassing op het vervoer door de lucht, over binnenwateren en over zee.

2.

Wat evenwel de activiteiten van scheepvaartondernemingen op het gebied van het internationale vervoer over zee betreft, met inbegrip van het intermodale vervoer dat ten dele over zee plaatsvindt, biedt elke Partij aan vennootschappen van de andere Partij de mogelijkheid op haar grondgebied een handelsvertegenwoordiging in de vorm van dochterondernemingen of filialen te vestigen, onder voorwaarden, wat de vestiging en de werking betreft, die niet minder gunstig zijn dan de meest voordelige voorwaarden die zij aan haar eigen vennootschappen of aan dochterondernemingen of filialen van vennootschappen uit enig derde land toekent.

Deze activiteiten omvatten onder meer:

Artikel 31

Voor de toepassing van deze Overeenkomst wordt verstaan onder:

Wat het internationale vervoer over zee betreft, met inbegrip van het intermodale vervoer dat ten dele over zee plaatsvindt, zijn de bepalingen van dit hoofdstuk en van hoofdstuk III eveneens van toepassing op onderdanen van de Lid-Staten of van de Republiek Moldavië die buiten het grondgebied van respectievelijk de Gemeenschap of de Republiek Moldavië gevestigd zijn en op buiten de Gemeenschap of de Republiek Moldavië gevestigde scheepvaartmaatschappijen waarover onderdanen van respectievelijk de Gemeenschap of de Republiek Moldavië zeggenschap hebben, indien de vaartuigen van deze scheepvaartmaatschappijen respectievelijk in die Lid-Staat of in de Republiek Moldavië geregistreerd zijn overeenkomstig de respectieve wettelijke regelingen van de Gemeenschap en de Republiek Moldavië.

Artikel 32
1.

Geen enkele bepaling van deze Overeenkomst verzet zich ertegen dat een Partij prudentiële maatregelen neemt, onder meer ter bescherming van investeerders, depositogevers, verzekeringnemers of personen jegens wie een financiële dienstverlener fiduciaire verplichtingen heeft of ten einde de integriteit en de stabiliteit van het financiële systeem te waarborgen. Wanneer dergelijke maatregelen in strijd zijn met de bepalingen van deze Overeenkomst, mogen zij niet worden gebruikt als middel om de uit deze Overeenkomst voortvloeiende verplichtingen van een Partij te ontduiken.

2.

Geen enkele bepaling van deze Overeenkomst wordt op zodanige wijze geïnterpreteerd dat zij een Partij ertoe verplicht zakelijke of financiële informatie betreffende individuele klanten dan wel vertrouwelijke of gepatenteerde informatie die in het bezit is van overheidsinstanties te verstrekken.

Artikel 33

De bepalingen van deze Overeenkomst beletten een Partij niet de maatregelen te nemen die zij noodzakelijk acht om te voorkomen dat de door haar genomen maatregelen in verband met de toegang van derde landen tot haar markten door middel van deze Overeenkomst worden ontdoken.

Artikel 34
1.

In afwijking van het bepaalde in hoofdstuk I heeft een op het grondgebied van de Republiek Moldavië of de Gemeenschap gevestigde vennootschap uit de Gemeenschap respectievelijk de Republiek Moldavië het recht, met inachtneming van de wetgeving van het gastland van vestiging, op het grondgebied van de Gemeenschap respectievelijk de Republiek Moldavië werknemers die onderdaan zijn van een Lid-Staat of van de Republiek Moldavië in dienst te nemen of deze door een van haar dochterondernemingen of filialen in dienst te laten nemen, mits deze werknemers een sleutelpositie in de zin van lid 2 bekleden en zij uitsluitend door vennootschappen, dochterondernemingen of filialen tewerkgesteld worden. De verblijfs- en werkvergunningen van deze werknemers dekken slechts de tijd van die tewerkstelling.

2.

Werknemers met een sleutelpositie die in dienst zijn van de bovengenoemde vennootschappen, hierna „organisaties" genoemd, zijn „binnen de onderneming overgeplaatste personen" als omschreven onder c. van de hierna volgende categorieën, met dien verstande dat de organisatie een rechtspersoon is en de betrokkenen gedurende tenminste het onmiddellijk aan de overplaatsing voorafgaande jaar in dienst waren van deze organisatie of daarin partners (doch geen aandeelhouders met een meerderheidsparticipatie) waren:

Artikel 35
1.

De Partijen vermijden in zoverre mogelijk het nemen van maatregelen of het ontplooien van activiteiten die de voorwaarden voor de vestiging en de werking van vennootschappen uit de andere Partij restrictiever maken dan op de dag voorafgaande aan de datum van ondertekening van deze Overeenkomst het geval was.

2.

De bepalingen van dit artikel laten die van artikel 43 onverlet: de omstandigheden waarop artikel 43 van toepassing is, worden uitsluitend geregeld door de bepalingen van dat artikel, met uitsluiting van elk ander artikel.

3.

In een geest van partnerschap en samenwerking en in het licht van de bepalingen van artikel 50 geeft de Regering van de Republiek Moldavië de Gemeenschap kennis van door haar voorgestelde nieuwe wettelijke of bestuursrechtelijke bepalingen die de voorwaarden voor de vestiging of de werking van dochterondernemingen of filialen van vennootschappen uit de Gemeenschap in de Republiek Moldavië restrictiever kunnen maken dan op de dag voorafgaande aan de datum van ondertekening van deze Overeenkomst het geval is. De Gemeenschap kan van de Republiek Moldavië verlangen dat dit land haar het ontwerp van deze regelingen doet toekomen en dat daarover overleg wordt gepleegd.

4.

Wanneer nieuwe wettelijke of bestuursrechtelijke bepalingen in de Republiek Moldavië de voorwaarden voor de vestiging van vennootschappen uit de Gemeenschap op het grondgebied van de Republiek Moldavië en voor de werking van in de Republiek Moldavië gevestigde dochterondernemingen en filialen van vennootschappen uit de Gemeenschap restrictiever maken dan op de dag voorafgaande aan de datum van ondertekening van deze Overeenkomst het geval is, zijn deze bepalingen gedurende de eerste drie jaren volgende op de datum van inwerkingtreding van het desbetreffende besluit niet van toepassing op de dochterondernemingen en filialen die op de datum van inwerkingtreding van dat besluit reeds in de Republiek Moldavië gevestigd waren.

HOOFDSTUK III. GRENSOVERSCHRIJDEND DIENSTENVERKEER TUSSEN DE GEMEENSCHAP EN DE REPUBLIEK MOLDAVIË

Artikel 36
1.

De Partijen verbinden zich overeenkomstig het bepaalde in dit hoofdstuk ertoe de nodige stappen te ondernemen om geleidelijk het grensoverschrijdend verlenen van diensten mogelijk te maken door vennootschappen uit de Gemeenschap of Moldavische vennootschappen die zijn gevestigd op het grondgebied van een andere Partij dan die van de persoon voor wie de diensten worden verricht, met inachtneming van de ontwikkeling van de dienstverlenende sectoren op het grondgebied van de Partijen.

2.

De Samenwerkingsraad doet aanbevelingen met betrekking tot de tenuitvoerlegging van lid 1.

Artikel 37

De Partijen werken samen met het oog op de ontwikkeling van een marktgerichte dienstensector in de Republiek Moldavië.

Artikel 38
1.

De Partijen verbinden zich ertoe het beginsel van onbeperkte toegang tot de internationale maritieme markt en het internationaal maritiem vervoer op commerciële basis daadwerkelijk toe te passen.

2.

De Partijen verbinden zich ertoe bij de toepassing van de beginselen van lid 1:

Elke Partij verleent aan de schepen welke door onderdanen of vennootschappen van de andere Partij worden geëxploiteerd, inter alia, geen minder gunstige behandeling dan die welke zij aan haar eigen schepen verleent, ten aanzien van de toegang tot de voor het internationale handelsverkeer bestemde havens, het gebruik van de infrastructuur en van de maritieme hulpdiensten van de havens evenals de daarmee verband houdende vergoedingen en kosten, de douanefaciliteiten en de toewijzing van aanlegplaatsen en installaties voor het laden en lossen.

3.

De onderdanen en vennootschappen van de Gemeenschap die voorzien in internationale maritieme vervoerdiensten, kunnen onbelemmerd voorzien in de op het internationaal zeevervoer aansluitende diensten op de binnenwateren van de Republiek Moldavië en vice versa.

Artikel 39

Met het oog op een gecoördineerde ontwikkeling van het vervoer tussen de Partijen in overeenstemming met hun commerciële behoeften, kunnen de voorwaarden voor de wederzijdse toegang tot elkaars markten en het verlenen van diensten met betrekking tot het vervoer over de weg, per spoor en over de binnenwateren, en eventueel het luchtvervoer, worden vastgelegd in bijzondere overeenkomsten, waarover in voorkomend geval tussen de Partijen als gedefinieerd in artikel 96 na het in werking treden van deze Overeenkomst wordt onderhandeld.

HOOFDSTUK IV. ALGEMENE BEPALINGEN

Artikel 40
1.

De bepalingen van deze titel worden toegepast behoudens beperkingen die gerechtvaardigd zijn uit hoofde van de openbare orde, de openbare veiligheid en de volksgezondheid.

2.

Zij zijn niet van toepassing op de werkzaamheden die op het grondgebied van een Partij verband houden met de uitoefening van het openbaar gezag, zelfs indien deze slechts voor een bepaalde gelegenheid geschieden.

Artikel 41

Voor de toepassing van deze Titel belet geen enkele bepaling van deze Overeenkomst de Partijen hun wettelijke en bestuursrechtelijke bepalingen betreffende toelating en verblijf, het verrichten van werk, arbeidsvoorwaarden, de vestiging van natuurlijke personen en het verrichten van diensten toe te passen, mits zij dat niet op zodanige wijze doen dat de voor een Partij uit een specifieke bepaling van deze Overeenkomst voortvloeiende voordelen teniet worden gedaan of beperkt. Deze bepaling doet geen afbreuk aan de toepassing van artikel 40.

Artikel 42

Vennootschappen waarover de zeggenschap berust bij of die de exclusieve eigendom zijn van Moldavische vennootschappen en vennootschappen uit de Gemeenschap gezamenlijk, komen eveneens in aanmerking voor de bepalingen van de hoofdstukken II, III en IV.

Artikel 43

De in het kader van deze Overeenkomst door een Partij aan de andere toegekende behandeling is met ingang van een termijn van een maand vóór het in werking treden van de daarop betrekking hebbende voorschriften van de Algemene Overeenkomst inzake de Handel in Diensten (GATS), met betrekking tot de sectoren of maatregelen waarop de GATS betrekking heeft, in geen enkel geval gunstiger dan die welke door de eerstbedoelde Partij in het kader van de GATS en met betrekking tot om het even welke dienstensector, dienstensubsector en wijze van dienstverlening wordt toegekend.

Artikel 44

Voor de toepassing van de hoofdstukken II, III en IV wordt geen rekening gehouden met de behandeling welke door de Gemeenschap, haar Lid-Staten of de Republiek Moldavië wordt toegekend op grond van de verbintenissen welke in het kader van overeenkomsten inzake economische integratie overeenkomstig de beginselen van artikel V van de GATS zijn aangegaan.

Artikel 45
1.

De overeenkomstig de bepalingen van deze titel toegekende meestbegunstigingsregeling is niet van toepassing op de belastingvoordelen waarin de Partijen voorzien of in de toekomst zullen voorzien in het kader van overeenkomsten ter voorkoming van dubbele belasting of andere fiscale regelingen.

2.

Niets in deze titel kan worden uitgelegd als een beletsel voor het vaststellen of doen naleven door de Partijen van maatregelen ter voorkoming van belastingvermijding of -ontduiking overeenkomstig de bepalingen van overeenkomsten ter voorkoming van dubbele belasting en andere fiscale regelingen, of de nationale fiscale wetgeving.

3.

Niets in deze titel kan worden uitgelegd als een beletsel voor de Lid-Staten of de Republiek Moldavië om bij de toepassing van de desbetreffende bepalingen van hun fiscaal recht een onderscheid te maken tussen belastingplichtigen die zich niet in identieke situaties bevinden, vooral met betrekking tot hun woonplaats.

Artikel 46

Onverminderd artikel 34 kan geen enkele bepaling van de hoofdstukken II, III en IV worden uitgelegd als zou zij het recht verlenen:

TITEL V. BETALINGS- EN KAPITAALVERKEER

Artikel 47
1.

De Partijen verbinden zich ertoe machtiging te verlenen tot alle betaalverrichtingen op de lopende rekening van de betalingsbalans in vrije convertibele valuta tussen inwoners van de Gemeenschap en van de Republiek Moldavië voor zover deze verrichtingen betrekking hebben op het verkeer van goederen, diensten of personen in overeenstemming met de bepalingen van deze Overeenkomst.

2.

Met betrekking tot de verrichtingen op de kapitaalrekening van de betalingsbalans worden vanaf de datum van inwerkingtreding van de Overeenkomst het vrije verkeer van kapitaal met betrekking tot directe investeringen in vennootschappen die in overeenstemming met de wetten van het gastland zijn opgericht, en investeringen in overeenstemming met hoofdstuk II van titel IV, alsook de liquidatie of de repatriëring van die investeringen en van alle opbrengsten daarvan gegarandeerd.

3.

Onverminderd de leden 2 en 5 worden met ingang van de datum van inwerkingtreding van deze Overeenkomst geen nieuwe beperkingen ingesteld op de valutatransacties in het kader van het kapitaalverkeer en de daarmee verband houdende betalingsverrichtingen tussen inwoners van de Gemeenschap en van de Republiek Moldavië, en worden in de bestaande regelingen geen verdere restricties aangebracht.

4.

De Partijen raadplegen elkaar met het oog op de vergemakkelijking van andere kapitaalverrichtingen dan die bedoeld in lid 2 tussen de Gemeenschap en de Republiek Moldavië gericht op de verwezenlijking van de doelstellingen van deze Overeenkomst.

5.

In het kader van dit artikel kan de Republiek Moldavië, in afwachting van een volledige convertibiliteit van de Moldavische munteenheid in de zin van artikel VIII van de Overeenkomst betreffende het Internationaal Monetair Fonds (IMF), in uitzonderlijke omstandigheden deviezenbeperkingen in verband met het verlenen of opnemen van financieel krediet op korte en middellange termijn toepassen, voor zover deze beperkingen aan de Republiek Moldavië voor het verlenen van dergelijke kredieten worden opgelegd en op grond van de IMF-status van de Republiek Moldavië zijn toegestaan. De Republiek Moldavië past deze beperkingen op een niet-discriminerende wijze toe. Zij dienen zodanig te worden toegepast dat zij de uitvoering van deze Overeenkomst zo weinig mogelijk verstoren. De Republiek Moldavië doet aan de Samenwerkingsraad onverwijld mededeling van de invoering en van alle wijzigingen van dergelijke maatregelen.

6.

Onverminderd de leden 1 en 2 kunnen de Gemeenschap en de Republiek Moldavië in uitzonderlijke omstandigheden, wanneer kapitaalverkeer tussen de Gemeenschap en de Republiek Moldavië oorzaak is of dreigt te zijn van ernstige moeilijkheden voor de toepassing van het wisselkoersbeleid of het monetaire beleid in de Gemeenschap of in de Republiek Moldavië, elk voor zich vrijwaringsmaatregelen nemen met betrekking tot het kapitaalverkeer tussen de Gemeenschap en de Republiek Moldavië voor een periode van niet meer dan zes maanden, indien deze maatregelen volstrekt nodig zijn.

TITEL VI. MEDEDINGING, BESCHERMING VAN INTELLECTUELE, INDUSTRIËLE EN COMMERCIËLE EIGENDOM, SAMENWERKING OP HET GEBIED VAN DE WETGEVING

Artikel 48
1.

De Partijen komen overeen, door de toepassing van hun mededingingsvoorschriften of anderszins, te bewerkstelligen dat beperkingen van de mededinging door ondernemingen of ten gevolge van overheidsmaatregelen, voor zover zij de handel tussen de Gemeenschap en de Republiek Moldavië ongunstig kunnen beïnvloeden, ongedaan worden gemaakt of worden opgeheven.

2.

Met het oog op de verwezenlijking van de in lid 1 genoemde doelstellingen:

3.

Op verzoek van de Gemeenschap of de Republiek Moldavië kan binnen het Samenwerkingscomité overleg plaatshebben over de in leden 1 en 2 bedoelde beperkingen of vervalsing van de mededinging en over het doen naleven van de mededingingsvoorschriften, met inachtneming van de wettelijke beperkingen betreffende de bekendmaking van gegevens, de vertrouwelijkheid van informatie en het bedrijfsgeheim. Het overleg kan eveneens betrekking hebben op problemen in verband met de uitlegging van de leden 1 en 2.

4.

De Partijen met ervaring op het gebied van de toepassing van mededingingsvoorschriften stellen alles in het werk om de andere Partijen, op hun verzoek en binnen de grenzen van de beschikbare middelen, technische bijstand te verlenen met betrekking tot de uitwerking en tenuitvoerlegging van mededingingsvoorschriften.

5.

Bovenstaande bepalingen doen op geen enkele wijze afbreuk aan de rechten van de Partijen om afdoende maatregelen, en met name die bedoeld in artikel 18, te nemen met betrekking tot distorsies van de handel in goederen of diensten.

Artikel 49
1.

In overeenstemming met de bepalingen van dit artikel en van bijlage III ziet de Republiek Moldavië verder toe op de verbetering van de bescherming van intellectuele, industriële en commerciële eigendomsrechten, ten einde tegen het einde van het vijfde jaar na de inwerkingtreding van de Overeenkomst te kunnen voorzien in een bescherming overeenkomend met die welke bestaat in de Gemeenschap, met inbegrip van doeltreffende middelen om deze rechten af te dwingen.

2.

Uiterlijk vijf jaar na de inwerkingtreding van de Overeenkomst, treedt de Republiek Moldavië toe tot de multilaterale overeenkomsten betreffende intellectuele, industriële en commerciële eigendomsrechten bedoeld in punt 1 van bijlage III, waarbij de Lid-Staten Partij zijn of die de facto door de Lid-Staten worden toegepast in overeenstemming met de desbetreffende bepalingen van die overeenkomsten.

Artikel 50
1.

De Partijen erkennen dat een voorname voorwaarde voor het versterken van de economische banden tussen de Republiek Moldavië en de Gemeenschap de aanpassing van de bestaande en toekomstige wetgeving van de Republiek Moldavië aan die van de Gemeenschap is. De Republiek Moldavië doet het nodige om ervoor te zorgen dat zijn wetgeving geleidelijk in overeenstemming met die van de Gemeenschap wordt gebracht.

2.

De aanpassing van de wetgeving omvat in het bijzonder de volgende terreinen: douanewetgeving, vennootschapsrecht, bankrecht, boekhoudkundige regels voor vennootschappen, vennootschapsbelastingen, intellectuele eigendom, bescherming van werknemers op de arbeidsplaats, financiële diensten, mededingingsregels, overheidsopdrachten, bescherming van de gezondheid en het leven van personen, dieren en planten, milieu, consumentenbescherming, indirecte belastingen, technische voorschriften en normen, wettelijke en bestuursrechtelijke voorschriften inzake kernenergie, vervoer.

3.

De Gemeenschap verstrekt de Republiek Moldavië zo nodig technische bijstand bij de uitvoering van deze maatregelen, onder meer door:

TITEL VII. ECONOMISCHE SAMENWERKING

Artikel 51
1.

De Gemeenschap en de Republiek Moldavië brengen een economische samenwerking tot stand die erop gericht is het economisch hervormings- en herstelproces en de duurzame ontwikkeling van de Republiek Moldavië te bevorderen. Die samenwerking versterkt en ontwikkelt de economische banden ten voordele van beide Partijen.

2.

Het beleid en de andere maatregelen zijn gericht op de totstandbrenging van economische en sociale hervormingen, en van de herstructurering van het economische systeem in de Republiek Moldavië, en gaan uit van de eisen van een duurzame en harmonische sociale ontwikkeling; ook de milieu-aspecten dienen volledig in de maatregelen te zijn geïntegreerd.

3.

Te dien einde wordt de samenwerking in het bijzonder gericht op de industriële samenwerking, de bevordering en bescherming van de investeringen, overheidsopdrachten, normen en overeenstemmingsbeoordelingen, mijnbouw en grondstoffen, wetenschap en technologie, onderwijs en opleiding, de landbouw en de agro-industriële sector, energie, het milieu, vervoer, ruimtetechnologie, telecommunicatie, financiële diensten, het witwassen van geld, monetair beleid, regionale ontwikkeling, sociale samenwerking, toerisme, het midden- en kleinbedrijf, informatie en communicatie, consumentenbescherming, douane, statistieken, economie en verdovende middelen.

4.

Er wordt speciale aandacht besteed aan maatregelen ter bevordering van de samenwerking tussen de Onafhankelijke Staten met het oog op een harmonische ontwikkeling van de regio.

5.

In voorkomend geval kunnen de economische samenwerking en de andere vormen van samenwerking waarin deze Overeenkomst voorziet, worden gesteund door technische bijstand van de Gemeenschap, met inachtneming van de op de technische bijstand in de Onafhankelijke Staten betrekking hebbende verordening van de Raad van de Europese Unie, de in het kader van het indicatieve programma voor de technische bijstand van de Gemeenschap aan de Republiek Moldavië overeengekomen prioriteiten, en de vastgestelde coördinatie- en tenuitvoerleggingsprocedures.

6.

De Samenwerkingsraad doet aanbevelingen met betrekking tot de ontwikkeling van de samenwerking op de in lid 3 genoemde gebieden.

Artikel 52. Industriële samenwerking
1.

Bij de samenwerking wordt in het bijzonder de bevordering nagestreefd van:

2.

De bepalingen van dit artikel laten de tenuitvoerlegging van de op ondernemingen toepasselijke mededingingsvoorschriften van de Gemeenschap onverlet.

Artikel 53. Bevordering en bescherming van investeringen
1.

Met inachtneming van de respectieve bevoegdheden van de Gemeenschap en de Lid-Staten is de samenwerking gericht op het creëren van een gunstig klimaat voor binnen- en buitenlandse investeringen, met name door betere voorwaarden voor de bescherming van investeringen, en door de mogelijkheid van kapitaalovermakingen en de uitwisseling van informatie over investeringsmogelijkheden.

2.

De samenwerking is in het bijzonder gericht op de volgende doelstellingen:

Artikel 54. Overheidsopdrachten

De Partijen werken samen met het oog op de vaststelling van voorwaarden voor de gunning via openbare en op mededinging gebaseerde procedures van contracten voor het leveren van goederen en verrichten van diensten, met name door middel van aanbestedingen.

Artikel 55. Samenwerking op het gebied van de normen en de overeenstemmingsbeoordeling
1.

De samenwerking tussen de Partijen is gericht op de aanpassing aan de internationaal overeengekomen criteria, beginselen en richtsnoeren inzake kwaliteit. De te ondernemen acties dienen bevorderlijk te zijn voor de wederzijdse erkenning op het gebied van de overeenstemmingsbeoordeling en voor de verbetering van de kwaliteit van de Moldavische produkten.

2.

Daartoe streven de Partijen het volgende na:

Artikel 56. Mijnbouw en grondstoffen
1.

De Partijen streven naar een uitbreiding van de investeringen en van de handel op het gebied van mijnbouw en grondstoffen.

2.

De samenwerking heeft vooral betrekking op:

Artikel 57. Samenwerking op het gebied van wetenschappen en technologie
1.

De Partijen bevorderen de samenwerking op het gebied van civielwetenschappelijk onderzoek en technologische ontwikkeling (O & TO) op basis van het wederzijdse voordeel daarvan, en met inachtneming van de omvang van de beschikbare middelen, van de nodige toegankelijkheid van hun respectieve programma's en van een passend beschermingsniveau van de intellectuele, industriële en commerciële eigendomsrechten (IER).

2.

De samenwerking op het gebied van wetenschappen en technologie heeft betrekking op:

Voor activiteiten in het kader van deze samenwerking die betrekking hebben op onderwijs en/of opleiding, dienen de bepalingen van artikel 58 te worden inachtgenomen.

De Partijen kunnen bij wederzijds akkoord andere vormen van samenwerking op het gebied van wetenschap en technologie aangaan.

Bij de uitvoering van deze samenwerkingsactiviteiten wordt bijzondere aandacht besteed aan de tewerkstelling elders van wetenschappers, ingenieurs, onderzoekers en technici die zich bezig hebben gehouden met onderzoek naar en/of de produktie van massavernietigingswapens.

3.

De samenwerking waarop dit artikel betrekking heeft wordt ten uitvoer gelegd via afzonderlijke akkoorden waarvoor de onderhandelingen en de sluiting verlopen overeenkomstig de door elke Partij vastgestelde procedures en waarin onder andere de passende IER-bepalingen worden opgenomen.

Artikel 58. Onderwijs en opleiding
1.

De Partijen werken samen voor het optrekken van het peil van het algemene onderwijs en de beroepskwalificaties in de Republiek Moldavië, zowel in de openbare als in de particuliere sector.

2.

De samenwerking wordt in het bijzonder gericht op de volgende terreinen:

3.

De mogelijke deelneming van een Partij aan de respectieve programma's op onderwijs- en opleidingsgebied van de andere Partij zou kunnen worden overwogen in overeenstemming met hun respectieve procedures, en eventueel worden institutionele kaders en samenwerkingsprojecten opgezet in aansluiting op de deelneming van de Republiek Moldavië aan het TEMPUS-programma van de Gemeenschap.

Artikel 59. Landbouw en de agro-industriële sector

De samenwerking op dit terrein is gericht op de landbouwhervorming, de modernisering, privatisering en herstructurering van de landbouwsector, van de agro-industriële sector en van de dienstensector in de Republiek Moldavië, en het vergroten van de binnenlandse en buitenlandse afzet voor Moldavische produkten, onder voorwaarden die de bescherming van het milieu waarborgen en met inachtneming van de noodzaak de continuïteit van de voedselvoorziening te verbeteren. De Partijen streven eveneens naar een geleidelijke aanpassing van de Moldavische normen aan de communautaire technische voorschriften betreffende al dan niet industrieel verwerkte voedingsprodukten uit de landbouw met inbegrip van de sanitaire en fytosanitaire normen.

Artikel 60. Energie
1.

De samenwerking vindt plaats met inachtneming van de beginselen van de markteconomie en het Europese Energiehandvest tegen de achtergrond van de geleidelijke integratie van de energiemarkten in Europa.

2.

De samenwerking strekt zich onder meer over de volgende terreinen uit:

Artikel 61. Milieu
1.

Met inachtneming van het Europese Energiehandvest en de Verklaring van de Conferentie van Luzern van 1993 ontwikkelen en versterken Partijen hun samenwerking op het gebied van het milieu en de volksgezondheid.

2.

De samenwerking beoogt bestrijding van het milieubederf en met name:

3.

De samenwerking vindt met name plaats via:

Artikel 62. Vervoer
1.

De Partijen ontwikkelen en versterken hun samenwerking op vervoergebied.

2.

De samenwerking beoogt onder meer de herstructurering en modernisering van de vervoersystemen en -netwerken in de Republiek Moldavië en de ontwikkeling en verzekering, in voorkomend geval, van de compatibiliteit van de vervoersystemen in het kader van de verwezenlijking van een meer geïntegreerd vervoerstelsel.

De samenwerking omvat onder meer:

Artikel 63. Post en telecommunicatie

Binnen de grenzen van hun respectieve bevoegdheden verruimen en versterken Partijen hun samenwerking op de volgende terreinen:

Artikel 64. Financiële diensten

De samenwerking beoogt met name vergemakkelijking van het betrekken van de Republiek Moldavië bij algemeen erkende onderlinge verrekeningssystemen. De technische bijstand is toegespitst op:

Deze samenwerking draagt met name bij tot de bevordering van het aanknopen van betrekkingen tussen de Republiek Moldavië en de Lid-Staten in de sector financiële dienstverlening.

Artikel 65. Monetair beleid

Op verzoek van de Moldavische autoriteiten verstrekt de Gemeenschap technische bijstand ter ondersteuning van het streven van de Republiek Moldavië naar de versterking van het eigen monetair stelsel, hetgeen uiteindelijk zal leiden tot de convertibiliteit van de Moldavische munteenheid, en de geleidelijke aanpassing van zijn beleid aan het Europees Monetair Stelsel. Deze bijstand omvat de informele gedachtenwisseling over de beginselen en de werking van het Europees Monetair Stelsel.

Artikel 66. Het witwassen van geld
1.

De Partijen zijn het eens over de noodzaak al het nodige te doen en samen te werken ten einde te voorkomen dat hun financiële systemen worden gebruikt voor het witwassen van inkomsten uit criminele activiteiten in het algemeen en drugsmisdrijven in het bijzonder.

2.

De samenwerking op dit gebied omvat administratieve en technische bijstand met het oog op de vaststelling van passende normen ter voorkoming van het witwassen van geld die gelijkwaardig zijn aan de in deze door de Gemeenschap en internationale fora, in het bijzonder de Financial Action Task Force (FATF), gehanteerde.

Artikel 67. Regionale ontwikkeling
1.

De Partijen versterken hun samenwerking op het gebied van regionale ontwikkeling en ruimtelijke ordening.

2.

Daartoe stimuleren zij de uitwisseling door de nationale, regionale en plaatselijke overheden van informatie over beleid inzake regionale planning en ruimtelijke ordening en over methoden voor het uitstippelen van regionaal beleid met speciale aandacht voor de ontwikkeling van probleemgebieden.

Zij moedigen tevens directe contacten aan tussen de respectieve regio's en openbare organisaties die verantwoordelijk zijn voor de planning van de regionale ontwikkeling ten einde onder meer methoden en wijzen van stimulering van regionale ontwikkeling uit te wisselen.

Artikel 68. Sociale samenwerking
1.

De Partijen ontwikkelen hun samenwerking op het gebied van de gezondheid en veiligheid met het oog op de verbetering van het beschermings- en veiligheidsniveau van de werknemers.

De samenwerking omvat met name:

2.

Op het gebied van de werkgelegenheid omvat de samenwerking met name technische bijstand met het oog op:

3.

De Partijen besteden bijzondere aandacht aan samenwerking op het gebied van de sociale bescherming, die onder meer samenwerking bij het plannen en ten uitvoer leggen van hervormingen op het gebied van de sociale bescherming in de Republiek Moldavië omvat.

Deze hervormingen beogen de ontwikkeling in de Republiek Moldavië van aan markteconomieën inherente beschermingsmethoden en omvatten alle terreinen van de sociale bescherming.

Artikel 69. Toerisme

De Partijen versterken en ontwikkelen hun samenwerking met name door de volgende maatregelen:

Artikel 70. Midden- en kleinbedrijf
1.

De Partijen streven ernaar het midden- en kleinbedrijf en de verenigingen daarvan, alsmede de samenwerking tussen KMO's in de Gemeenschap en de Republiek Moldavië te ontwikkelen en te versterken.

2.

De samenwerking omvat technische bijstand, met name op de volgende terreinen:

Artikel 71. Informatie en communicatie

De Partijen steunen de ontwikkeling van moderne methoden van informatiebeheersing, met inbegrip van de media, en stimuleren een doeltreffende onderlinge uitwisseling van informatie. Er wordt prioriteit verleend aan programma's die het grote publiek basisinformatie over de Gemeenschap en de Republiek Moldavië verstrekken, waarbij, waar mogelijk, over en weer toegang wordt verleend tot databanken met volledige eerbiediging van de intellectuele eigendomsrechten.

Artikel 72. Consumentenbescherming

De Partijen werken nauw samen met het oog op de verwezenlijking van verenigbaarheid tussen hun consumentenbeschermingssystemen. De samenwerking kan met name omvatten het uitwisselen van informatie inzake wettelijke en institutionele hervormingen, de totstandbrenging van permanente systemen van wederzijdse informatie over gevaarlijke produkten, verbetering van de aan de consument verstrekte informatie, met name over prijzen, kenmerken van produkten en geboden diensten, de bevordering van uitwisselingen tussen de vertegenwoordigers van de belangen van consumenten en de verhoging van de verenigbaarheid van de verschillende vormen van consumentenbeschermingsbeleid, alsmede de organisatie van seminars en opleidingsperioden.

Artikel 73. Douane
1.

Het doel van de samenwerking is ervoor te zorgen dat alle op goedkeuring wachtende bepalingen betreffende de handel en eerlijke handel worden nageleefd en dat het Moldavische douanesysteem aan dat van de Gemeenschap wordt aangepast.

2.

De samenwerking omvat in het bijzonder de volgende elementen:

3.

Onverminderd de overige in deze Overeenkomst en met name in artikel 76 overeengekomen samenwerking vindt de wederzijdse bijstand tussen de douane-instanties van Partijen plaats overeenkomstig de bepalingen van het aan deze Overeenkomst gehechte Protocol.

Artikel 74. Statistische samenwerking

De samenwerking op dit gebied beoogt de ontwikkeling van een efficiënt statistiekstelsel dat de betrouwbare statistieken kan leveren die nodig zijn om het proces van economische hervorming te ondersteunen en te controleren en een bijdrage kan leveren aan de ontwikkeling van het particulier ondernemerschap in de Republiek Moldavië.

Partijen werken met name op de volgende terreinen samen:

aanpassing van het Moldavische statistisch systeem aan internationale methoden, normen en classificaties;

uitwisseling van statistische gegevens;

het leveren van de nodige statistische macro- en micro-economische gegevens om economische hervormingen uit te voeren en te beheren.

De Gemeenschap verleent technische bijstand aan de Republiek Moldavië om dit doel te verwezenlijken.

Artikel 75. Economie

De Partijen vergemakkelijken het proces van economische hervorming en de coördinatie van hun economisch beleid door hun samenwerking die gericht is op het verkrijgen van een beter inzicht in de grondslagen van hun respectieve economieën en de uitstippeling en tenuitvoerlegging van economisch beleid in markteconomieën. Daartoe wisselen Partijen informatie uit over macro-economische resultaten en vooruitzichten.

De Gemeenschap verstrekt technische bijstand om:

Artikel 76. Verdovende middelen

De Partijen werken in het kader van hun respectieve bevoegdheden samen voor grotere efficiëntie van het beleid en de maatregelen om de illegale produktie en levering van en de handel in verdovende middelen en psychotrope stoffen, inclusief voorkoming van het oneigenlijk gebruik van precursoren, tegen te gaan, alsmede voor de bevordering van de preventie en terugdringing van de vraag naar verdovende middelen. De samenwerking op dit gebied is gebaseerd op onderling overleg en nauwe coördinatie tussen Partijen over de doelstellingen en maatregelen op de verschillende met verdovende middelen verband houdende terreinen.

TITEL VIII. CULTURELE SAMENWERKING

Artikel 77

De Partijen verbinden zich ertoe de culturele samenwerking te bevorderen, aan te moedigen en te vergemakkelijken. In voorkomend geval kunnen de culturele samenwerkingsprogramma's van de Gemeenschap of de programma's van een of meer Lid-Staten het voorwerp van samenwerking vormen en kunnen verdere activiteiten van wederzijds belang worden ontwikkeld.

TITEL IX. FINANCIËLE SAMENWERKING

Artikel 78

Met het oog op de verwezenlijking van de doelstellingen van deze Overeenkomst en in overeenstemming met de artikelen 79, 80 en 81 ontvangt de Republiek Moldavië tijdelijk financiële bijstand van de Gemeenschap die de vorm aanneemt van technische bijstand in de vorm van schenkingen ten einde de economische hervorming van de Republiek Moldavië te bespoedigen.

Artikel 79

Deze financiële bijstand wordt geleverd in het kader van TACIS, zoals in de desbetreffende verordening van de Raad van de Europese Unie bepaald.

Artikel 80

De doelstellingen en terreinen van de financiële bijstand van de Gemeenschap worden vastgesteld in een indicatief programma dat de door de beide Partijen vast te stellen prioriteiten weerspiegelt, waarbij rekening wordt gehouden met de behoeften van de Republiek Moldavië, zijn sectoriële opnemingscapaciteiten en de met de hervorming geboekte voortgang. De Partijen stellen de Samenwerkingsraad van een en ander in kennis.

Artikel 81

Om optimaal profijt te kunnen trekken uit de beschikbare middelen zorgen de Partijen ervoor dat de technische bijstandsbijdragen van de Gemeenschap worden toegekend in nauwe coördinatie met die uit andere financieringsbronnen, zoals de Lid-Staten, andere landen en internationale organisaties, zoals de Internationale Bank voor Herstel en Ontwikkeling, de Europese Bank voor Wederopbouw en Ontwikkeling, het Ontwikkelingsprogramma van de Verenigde Naties (UNDP) en het IMF.

TITEL X. INSTITUTIONELE, ALGEMENE EN SLOTBEPALINGEN

Artikel 82

Hierbij wordt een Samenwerkingsraad opgericht, die toezicht houdt op de tenuitvoerlegging van deze Overeenkomst. Deze Samenwerkingsraad komt eens per jaar of telkens wanneer de omstandigheden zulks vereisen op Ministersniveau bijeen. Hij behandelt alle belangrijke vraagstukken die zich in het kader van deze Overeenkomst voordoen, en alle andere, bilaterale of internationale vraagstukken van gemeenschappelijk belang om de doelstellingen van deze Overeenkomst te bereiken. De Samenwerkingsraad kan tevens passende aanbevelingen doen in onderlinge overeenstemming tussen de Partijen.

Artikel 83
1.

De Samenwerkingsraad bestaat uit de leden van de Raad van de Europese Unie en leden van de Commissie van de Europese Gemeenschappen enerzijds en uit leden van de Regering van de Republiek Moldavië anderzijds.

2.

De Samenwerkingsraad stelt zijn reglement van orde vast.

3.

De Samenwerkingsraad wordt beurtelings voorgezeten door een vertegenwoordiger van de Gemeenschap en door een lid van de Regering van de Republiek Moldavië.

Artikel 84
1.

De Samenwerkingsraad wordt bij de vervulling van zijn taken bijgestaan door een Samenwerkingscomité, bestaande uit vertegenwoordigers van de leden van de Raad van de Europese Unie en van leden van de Commissie van de Europese Gemeenschappen enerzijds, en uit vertegenwoordigers van de Regering van de Republiek Moldavië anderzijds. In beginsel zullen dit hogere ambtenaren zijn. Het Samenwerkingscomité wordt beurtelings voorgezeten door de Gemeenschap en de Republiek Moldavië.

De Samenwerkingsraad bepaalt in zijn reglement van orde de taken van het Samenwerkingscomité. Deze omvatten onder meer de voorbereiding van de vergaderingen van de Samenwerkingsraad en de vaststelling van de werkwijze van het Comité.

2.

De Samenwerkingsraad mag ongeacht welke van zijn bevoegdheden aan het Samenwerkingscomité delegeren, dat voor de continuïteit zal zorgen tussen de vergaderingen van de Samenwerkingsraad in.

Artikel 85

De Samenwerkingsraad kan tot de oprichting besluiten van ieder ander speciaal comité of lichaam dat hem bij de uitvoering van zijn taken kan bijstaan en bepaalt de samenstelling en taken van deze comités of lichamen alsmede hun werkwijze.

Artikel 86

Bij het onderzoek van ongeacht welke kwestie die zich voordoet in het kader van deze Overeenkomst met betrekking tot een bepaling betreffende een artikel van de GATT houdt de Samenwerkingsraad zoveel mogelijk rekening met de algemeen gebruikelijke interpretatie van het artikel van de GATT in kwestie door de overeenkomstsluitende Partijen bij de GATT.

Artikel 87

Er wordt een Parlementair Samenwerkingscomité opgericht. Dit zal als forum dienen waar leden van het Moldavische Parlement en leden van het Europees Parlement elkander kunnen ontmoeten en met elkander van gedachten kunnen wisselen. Het Comité komt met door hem zelf te bepalen tussenpozen bijeen.

Artikel 88
1.

Het Parlementair Samenwerkingscomité bestaat uit leden van het Europees Parlement enerzijds, en uit leden van het Moldavische Parlement anderzijds.

2.

Het Parlementair Samenwerkingscomité stelt zijn reglement van orde vast.

3.

Het Parlementair Samenwerkingscomité wordt bij toerbeurt door het Europees Parlement en door het Moldavische Parlement voorgezeten, volgens de in zijn reglement van orde op te nemen bepalingen.

Artikel 89

Het Parlementair Samenwerkingscomité kan de Samenwerkingsraad om ter zake doende inlichtingen over de tenuitvoerlegging van deze Overeenkomst verzoeken. De Samenwerkingsraad verstrekt het Samenwerkingscomité de verlangde informatie.

Het Parlementair Samenwerkingscomité wordt ingelicht over de aanbevelingen van de Samenwerkingsraad.

Het Parlementair Samenwerkingscomité kan aanbevelingen doen aan de Samenwerkingsraad.

Artikel 90
1.

Binnen het toepassingsgebied van deze Overeenkomst verbindt elk van de Partijen zich ertoe erop toe te zien dat natuurlijke personen en rechtspersonen van de andere Partij, zonder discriminatie ten opzichte van de eigen onderdanen, toegang hebben tot de ter zake bevoegde rechterlijke en administratieve instanties van de Partijen ter bescherming van hun persoonlijkheids- en eigendomsrechten, waaronder ook die betreffende intellectuele, industriële en commerciële eigendom.

2.

Binnen de grenzen van hun respectieve bevoegdheden zetten beide Partijen zich in om:

Artikel 91

Niets in deze Overeenkomst belet een Partij maatregelen te nemen:

Artikel 92
1.

Op de door deze Overeenkomst bestreken terreinen en onverminderd eventuele bijzondere bepalingen daarvan, zullen

2.

Het bepaalde in lid 1 doet geen afbreuk aan het recht van de Partijen om de ter zake doende bepalingen van hun belastingwetgeving toe te passen op belastingplichtigen die niet in dezelfde situatie verkeren ten aanzien van hun woonplaats.

Artikel 93
1.

Elk van beide Partijen mag ieder geschil dat verband houdt met de toepassing of de uitlegging van deze Overeenkomst aan de Samenwerkingsraad voorleggen.

2.

De Samenwerkingsraad kan het geschil bij aanbeveling beslechten.

3.

Indien het geschil niet overeenkomstig lid 2 kan worden beslecht, mag elk van beide Partijen de andere van de benoeming van een bemiddelaar in kennis stellen; de andere Partij moet dan binnen twee maanden een tweede bemiddelaar benoemen. Voor de toepassing van deze procedure worden de Gemeenschap en haar Lid-Staten geacht één der beide Partijen bij het geschil te zijn.

De Samenwerkingsraad benoemt een derde bemiddelaar.

De aanbevelingen van de bemiddelaars worden met meerderheid van stemmen genomen. Deze aanbevelingen zijn niet bindend voor de Partijen.

Artikel 94

De Partijen komen overeen op verzoek van elk van de Partijen onmiddellijk overleg te plegen via passende kanalen om kwesties met betrekking tot de uitlegging of tenuitvoerlegging van deze Overeenkomst en andere relevante aspecten van de betrekkingen tussen de Partijen te bespreken.

De bepalingen van dit artikel doen geen afbreuk aan en gelden onder voorbehoud van de artikelen 17, 18, 93 en 99.

Artikel 95

De bij deze Overeenkomst verleende behandeling van de Republiek Moldavië zal niet gunstiger zijn dan die welke de Lid-Staten onderling toepassen.

Artikel 96

In de Overeenkomst wordt onder de term „Partijen" verstaan de Republiek Moldavië enerzijds, en de Gemeenschap, of de Lid-Staten, of de Gemeenschap en de Lid-Staten, overeenkomstig hun respectieve bevoegdheden, anderzijds.

Artikel 97

Het Verdrag inzake het Europees Energiehandvest en de protocollen daarvan zijn vanaf de inwerkingtreding van deze Overeenkomst van toepassing op zaken die ook onder deze Overeenkomst ressorteren in de mate waarin het Verdrag in die toepassing voorziet.

Artikel 98

Deze Overeenkomst wordt gesloten voor een aanvankelijke periode van tien jaar. Zij wordt automatisch telkens met een jaar verlengd tenzij één van beide Partijen de andere Partij zes maanden voor het verstrijken ervan schriftelijk ervan in kennis stelt dat zij deze Overeenkomst opzegt.

Artikel 99
1.

De Partijen treffen alle algemene en bijzondere maatregelen die vereist zijn om aan hun verplichtingen krachtens deze Overeenkomst te voldoen. Zij zullen erop toezien dat de in deze Overeenkomst aangegeven doelstellingen worden bereikt.

2.

Indien een van beide Partijen van mening is dat de andere Partij een verplichting krachtens deze Overeenkomst niet is nagekomen, kan zij passende maatregelen treffen. Alvorens dit te doen, verstrekt zij, behalve in bijzonder dringende gevallen, de Samenwerkingsraad alle ter zake doende informatie die nodig is voor een grondig onderzoek van de situatie, ten einde een voor beide Partijen aanvaardbare oplossing te vinden.

Bij voorrang moeten die maatregelen worden gekozen die de goede werking van deze Overeenkomst het minst verstoren. Deze maatregelen worden onmiddellijk ter kennis van de Samenwerkingsraad gebracht; op verzoek van de andere Partij wordt daaromtrent in de Samenwerkingsraad overleg gepleegd.

Artikel 100

De bijlagen I, II, III, IV, V en het Protocol vormen een integrerend bestanddeel van deze Overeenkomst.

Artikel 101

Zolang onder deze Overeenkomst geen gelijkwaardige rechten voor personen en ondernemers zijn verwezenlijkt, zal deze Overeenkomst geen afbreuk doen aan de rechten die hun worden verzekerd door bestaande overeenkomsten, welke bindend zijn voor één of meer Lid-Staten enerzijds en voor de Republiek Moldavië anderzijds, met uitzondering van gebieden die tot de bevoegdheid van de Gemeenschap behoren en zonder afbreuk te doen aan de verplichtingen van de Lid-Staten die voortvloeien uit deze Overeenkomst op gebieden die tot hun bevoegdheid behoren.

Artikel 102

Deze Overeenkomst is van toepassing, enerzijds, op de gebieden waar de Verdragen tot oprichting van de Europese Gemeenschap, de Europese Gemeenschap voor Atoomenergie en de Europese Gemeenschap voor Kolen en Staal van toepassing zijn en onder de in die verdragen neergelegde voorwaarden en, anderzijds, op het grondgebied van de Republiek Moldavië.

Artikel 103

De Secretaris-Generaal van de Raad van de Europese Unie is de depositaris van deze Overeenkomst.

Artikel 104

Deze Overeenkomst is opgesteld in één exemplaar, in de Deense, de Duitse, de Engelse, de Franse, de Griekse, de Italiaanse, de Nederlandse, de Portugese, de Spaanse en de Moldavische taal, zijnde alle teksten gelijkelijk authentiek.

Artikel 105

Deze Overeenkomst wordt door de Partijen volgens hun eigen procedures goedgekeurd.

Deze Overeenkomst treedt in werking op de eerste dag van de tweede maand volgende op de dag waarop de Partijen elkaar kennisgeving doen van het feit dat de in de eerste alinea bedoelde procedures zijn voltooid.

Bij haar inwerkingtreding vervangt deze Overeenkomst, wat de betrekkingen tussen de Republiek Moldavië en de Gemeenschap betreft, de Overeenkomst tussen de Europese Economische Gemeenschap en de Europese Gemeenschap voor Atoomenergie en de Unie van Socialistische Sovjetrepublieken inzake handel en commerciële en economische samenwerking die op 18 december 1989 in Brussel werd ondertekend.

Artikel 106

Indien de bepalingen van bepaalde onderdelen van deze Overeenkomst in afwachting van de voltooiing van de procedures die noodzakelijk zijn voor de inwerkingtreding van deze Overeenkomst in 1994 in werking treden bij wege van een Interimovereenkomst tussen de Gemeenschap en de Republiek Moldavië, komen de Partijen overeen dat de term „datum van inwerkingtreding" in dat geval betekent de datum van inwerkingtreding van de Interimovereenkomst.

Artikel 1. Definities

Voor de toepassing van dit protocol wordt verstaan onder:

Artikel 2. Werkingssfeer
1.

De Partijen verlenen elkaar, binnen hun bevoegdheden, bijstand, op de wijze en onder de voorwaarden vastgesteld in dit protocol, met het oog op de correcte toepassing van de douanewetgeving, in het bijzonder wat de preventie, de opsporing en het onderzoek van overtredingen van deze wetgeving betreft.

2.

De bijstand in douanezaken waarin dit protocol voorziet, geldt voor elke administratieve autoriteit van de Partijen die bevoegd is voor de toepassing van dit protocol. De bijstand in douanezaken doet geen afbreuk aan de regels betreffende de wederzijdse bijstand in strafzaken en geldt niet voor informatie die is verkregen krachtens bevoegdheden welke op verzoek van de rechterlijke autoriteiten worden uitgeoefend, tenzij deze autoriteiten hiermee instemmen.

Artikel 3. Bijstand op verzoek
1.

Op aanvraag van de verzoekende autoriteit verschaft de aangezochte autoriteit eerstgenoemde alle ter zake dienende informatie die deze nodig heeft voor de correcte toepassing van de douanewetgeving, met inbegrip van informatie betreffende verrichtingen die geconstateerd of gepland zijn en die een overtreding vormen of zouden vormen van deze wetgeving.

2.

Op aanvraag van de verzoekende autoriteit deelt de aangezochte autoriteit haar mede of goederen die uit het grondgebied van een der Partijen zijn uitgevoerd, op regelmatige wijze in de andere Partij zijn ingevoerd, onder vermelding, in voorkomend geval, van de douaneregeling waaronder deze goederen zijn geplaatst.

3.

Op aanvraag van de verzoekende autoriteit zorgt de aangezochte autoriteit ervoor dat toezicht wordt gehouden op:

Artikel 4. Bijstand op eigen initiatief

De Partijen verlenen elkaar, overeenkomstig hun wettelijke en bestuursrechtelijke bepalingen, zonder voorafgaande aanvraag en binnen hun bevoegdheid, bijstand, indien zij zulks noodzakelijk achten voor de correcte toepassing van de douanewetgeving, in het bijzonder wanneer zij informatie verkrijgen omtrent:

Artikel 5. Afgifte van documenten en kennisgeving van besluiten

Op aanvraag van de verzoekende autoriteit neemt de aangezochte autoriteit, overeenkomstig haar nationale wet, de nodige maatregelen voor:

waarop het bepaalde in dit protocol van toepassing is, aan een geadresseerde die op haar grondgebied verblijft of gevestigd is. In dit geval is artikel 6, lid 3, van toepassing.

Artikel 6. Vorm en inhoud van verzoeken om bijstand
1.

Verzoeken in het kader van dit protocol worden schriftelijk gedaan en gaan vergezeld van de voor de behandeling ervan noodzakelijke bescheiden. In spoedeisende gevallen kunnen verzoeken mondeling worden gedaan, mits zij onmiddellijk schriftelijk worden bevestigd.

2.

De overeenkomstig het bepaalde in lid 1 ingediende verzoeken bevatten de hierna volgende gegevens:

3.

De verzoeken worden ingediend in een officiële taal van de aangezochte autoriteit of in een voor deze autoriteit aanvaardbare taal.

4.

Indien een verzoek niet in de juiste vorm wordt gedaan, kan om correctie of aanvulling daarvan worden verzocht. Er kunnen echter vrijwaringsmaatregelen worden genomen.

Artikel 7. Behandeling van verzoeken
1.

De aangezochte autoriteit of, indien deze niet tot zelfstandig handelen bevoegd is, de administratieve dienst waaraan zij het verzoek toestuurt, behandelt het verzoek om bijstand, binnen de grenzen van haar bevoegdheden en met de middelen waarover zij beschikt, alsof zij voor eigen rekening of in opdracht van een andere autoriteit van dezelfde Partij handelde, met name door de gegevens waarover zij reeds beschikt mee te delen en door het nodige onderzoek te verrichten of te doen verrichten.

2.

Verzoeken om bijstand worden behandeld overeenkomstig de wetten, reglementen en andere rechtsvoorschriften van de aangezochte Partij.

3.

Naar behoren gemachtigde ambtenaren van een Partij kunnen met instemming van de andere betrokken Partij en onder de door deze laatste vastgestelde voorwaarden, van de diensten van de aangezochte autoriteit of van een andere autoriteit die onder de aangezochte autoriteit ressorteert, informatie betreffende overtredingen van de douanewetgeving verkrijgen die de verzoekende autoriteit nodig heeft ter uitvoering van het bepaalde in dit protocol.

4.

Ambtenaren van een Partij kunnen, met instemming van de andere betrokken Partij, aanwezig zijn bij onderzoekverrichtingen op het grondgebied van laatstgenoemde Partij.

Artikel 8. Vorm waarin de informatie dient te worden verstrekt
1.

De aangezochte autoriteit deelt de uitslag van het ingestelde onderzoek aan de verzoekende autoriteit mede in de vorm van bescheiden, voor echt gewaarmerkte afschriften van bescheiden, rapporten en dergelijke.

2.

De in lid 1 bedoelde bescheiden kunnen worden vervangen door informatie die met behulp van systemen voor automatische gegevensverwerking in om het even welke vorm voor hetzelfde doeleinde wordt verstrekt.

Artikel 9. Gevallen waarin geen bijstand dient te worden verleend
1.

De Partijen kunnen de in dit protocol bedoelde bijstand weigeren wanneer het verlenen daarvan:

2.

Wanneer de verzoekende autoriteit om een vorm van bijstand verzoekt die zij desgevraagd zelf niet zou kunnen verlenen, vermeldt zij dit in haar verzoek. De aangezochte autoriteit bepaalt zelf hoe zij op een dergelijk verzoek reageert.

3.

Indien bijstand wordt geweigerd, dienen het daartoe strekkende besluit en de redenen die eraan ten grondslag liggen onverwijld aan de verzoekende autoriteit te worden medegedeeld.

Artikel 10. Geheimhoudingsplicht
1.

Alle informatie die ter uitvoering van dit protocol in om het even welke vorm wordt verstrekt, heeft een vertrouwelijk karakter. Zij valt onder de geheimhoudingsplicht en geniet de bescherming van de ter zake geldende wettelijke voorschriften van de Partij die ze heeft ontvangen en van de overeenkomstige bepalingen die voor de communautaire instanties gelden.

2.

Persoonsgebonden gegevens worden niet verstrekt wanneer er redelijke gronden zijn om aan te nemen dat de mededeling of het gebruik daarvan strijdig zouden zijn met de fundamentele rechtsbeginselen van een der partijen en, in het bijzonder, indien de betrokken persoon hiervan onrechtmatig nadeel zou ondervinden. De Partij die de gegevens ontvangt, deelt de Partij die de gegevens verstrekt desgevraagd mede voor welk doel deze zijn gebruikt en welke resultaten ermee zijn bereikt.

3.

Persoonsgebonden gegevens mogen uitsluitend worden medegedeeld aan douaneautoriteiten en, indien vereist ten behoeve van rechtsvervolging, aan het openbaar ministerie en de rechterlijke instanties. Andere personen of autoriteiten kunnen de informatie uitsluitend verkrijgen na voorafgaande toestemming van de autoriteit die ze verstrekt.

4.

De partij die de gegevens verstrekt, controleert de juistheid daarvan. Wanneer blijkt dat verstrekte gegevens onjuist zijn of dienen te worden weggelaten, wordt de ontvangende partij daarvan onverwijld in kennis gesteld. Deze laatste is gehouden de correctie of weglating uit te voeren.

5.

Behalve in gevallen waarin zulks strijdig is met het algemeen belang, kan de betrokkene, op zijn verzoek, informatie verkrijgen omtrent opgeslagen gegevens en de redenen welke aan deze opslag ten grondslag liggen.

Artikel 11. Gebruik van informatie
1.

De verkregen informatie mag uitsluitend worden gebruikt voor de toepassing van dit protocol. Het gebruik ervan voor andere doeleinden door een Partij vereist de voorafgaande schriftelijke toestemming van de administratieve autoriteit die ze heeft verstrekt en is aan de door deze autoriteit vastgestelde beperkingen onderworpen.

2.

Het bepaalde in lid 1 vormt geen beletsel voor het gebruik van de informatie in gerechtelijke of administratieve procedures die naderhand worden ingesteld wegens niet-naleving van de douanewetgeving.

3.

De Partijen kunnen de overeenkomstig het bepaalde in dit protocol verkregen informatie en geraadpleegde bescheiden als bewijsmateriaal gebruiken in hun rapporten, getuigenverklaringen en in gerechtelijke procedures.

Artikel 12. Deskundigen en getuigen

Een onder een aangezochte autoriteit ressorterende ambtenaar kan worden gemachtigd, binnen de perken van de hem verleende machtiging, in het rechtsgebied van een andere Partij als getuige of deskundige op te treden in gerechtelijke of administratieve procedures die betrekking hebben op aangelegenheden waarop dit protocol van toepassing is en daarbij de voor deze procedures noodzakelijke voorwerpen, bescheiden of voor echt gewaarmerkte afschriften van bescheiden voor te leggen. In de convocatie dient uitdrukkelijk te worden vermeld over welk onderwerp en in welke functie of hoedanigheid de betrokken ambtenaar zal worden ondervraagd.

Artikel 13. Kosten van de bijstand

De Partijen brengen elkaar geen kosten in rekening voor uitgaven die ter uitvoering van het bepaalde in dit protocol zijn gemaakt, met uitzondering, in voorkomend geval, van de uitgaven voor deskundigen, getuigen, tolken en vertalers die niet in overheidsdienst zijn.

Artikel 14. Tenuitvoerlegging
1.

De uitvoering van dit protocol wordt opgedragen aan de centrale douaneautoriteiten van de Republiek Moldavië enerzijds, en de bevoegde diensten van de Commissie en, in voorkomend geval, de douaneautoriteiten van de Lid-Staten, anderzijds. Deze instanties stellen alle praktische maatregelen en regelingen voor de toepassing van dit protocol vast, rekening houdend met de voorschriften op het gebied van de gegevensbescherming. Zij kunnen de bevoegde instanties aanbevelingen doen voor wijzigingen die huns inziens in dit protocol dienen te worden aangebracht.

2.

De Partijen plegen overleg en geven elkaar vervolgens kennis van alle uitvoeringsbepalingen die overeenkomstig dit artikel worden vastgesteld.

Artikel 15. Complementariteit
1.

Dit protocol vult de overeenkomsten inzake wederzijdse bijstand aan die zijn gesloten of kunnen worden gesloten tussen een of meer Lid-Staten en de Republiek Moldavië. Het staat niet in de weg aan de ruimere wederzijdse bijstand die eventueel in deze overeenkomsten is voorzien.

2.

Onverminderd het bepaalde in artikel 11 doen deze overeenkomsten geen afbreuk aan de communautaire bepalingen betreffende de uitwisseling, tussen de bevoegde diensten van de Commissie en de douaneautoriteiten van de Lid-Staten, van alle met betrekking tot douanezaken verkregen informatie die voor de Gemeenschap van belang kan zijn.

De gevolmachtigden van:

Het Koninkrijk België,

Het Koninkrijk Denemarken,

De Bondsrepubliek Duitsland,

De Helleense Republiek,

Het Koninkrijk Spanje,

De Franse Republiek,

Ierland,

De Italiaanse Republiek,

Het Groothertogdom Luxemburg,

Het Koninkrijk der Nederlanden,

De Portugese Republiek,

Het Verenigd Koninkrijk van Groot-Brittannië en Noord-Ierland,

Verdragsluitende Partijen bij het Verdrag tot oprichting van de Europese Gemeenschap, het Verdrag tot oprichting van de Europese Gemeenschap voor Kolen en Staal en het Verdrag tot oprichting van de Europese Gemeenschap voor Atoomenergie,

hierna de „Lid-Staten” te noemen, en van

de Europese Gemeenschap, de Europese Gemeenschap voor Kolen en Staat en de Europese Gemeenschap voor Atoomenergie, hierna „de Gemeenschap” te noemen,

enerzijds, en

de gevolmachtigden van de Republiek Moldavië,

anderzijds,

bijeengekomen op achtentwintig november negentienhonderdvierennegentig, voor de ondertekening van de Overeenkomst inzake Partnerschap en Samenwerking, waarbij een partnerschap tot stand wordt gebracht tussen de Europese Gemeenschappen en hun Lid-Staten, enerzijds, en de Republiek Moldavië, anderzijds, hierna „Partnerschaps- en samenwerkingsovereenkomst” te noemen, hebben de volgende teksten aangenomen:

GEDAAN te Brussel, de achtentwintigste november negentienhonderd vierennegentig.