Verdrag tussen het Koninkrijk der Nederlanden en de Republiek Panama tot het vermijden van dubbele belasting met betrekking tot ondernemingen die schepen of luchtvaartuigen exploiteren in het internationale verkeer

Type Verdrag
Publication 1997-12-31
State In force
Source BWB
Wijzigingsgeschiedenis JSON API

De Regering van het Koninkrijk der Nederlanden

en

de Regering van de Republiek Panama,

geleid door de wens dat door beide Staten een verdrag wordt gesloten tot het vermijden van dubbele belasting met betrekking tot ondernemingen die schepen of luchtvaartuigen exploiteren in het internationale verkeer,

zijn het volgende overeengekomen:

Artikel 1. Begripsbepalingen
1.

Voor de toepassing van dit Verdrag, tenzij de context anders vereist,

2.

Voor de toepassing van dit Verdrag door een Verdragsluitende Staat heeft, tenzij de context anders vereist, elke daarin niet nader omschreven uitdrukking de betekenis welke die uitdrukking heeft volgens de wetgeving die in die Verdragsluitende Staat van kracht is met betrekking tot de belastingen waarop dit Verdrag van toepassing is.

Artikel 2. Vermijden van dubbele belasting
1.

De onderneming van een Verdragsluitende Staat die schepen of luchtvaartuigen exploiteert in het internationale verkeer is in de andere Verdragsluitende Staat vrijgesteld van belasting van elke soort en benaming naar inkomsten of winst, ongeacht de wijze van heffing.

2.

De onderneming van een Verdragsluitende Staat die schepen of luchtvaartuigen exploiteert in het internationale verkeer is in de andere Verdragsluitende Staat vrijgesteld van belasting van elke soort en benaming naar het vermogen dat wordt vertegenwoordigd door deze schepen of luchtvaartuigen en door de roerende zaken die worden gebruikt bij de exploitatie van de schepen of luchtvaartuigen, ongeacht de wijze van heffing.

3.

De onderneming van een Verdragsluitende Staat die schepen of luchtvaartuigen exploiteert in het internationale verkeer is in de andere Verdragsluitende Staat vrijgesteld van belasting van elke soort en benaming naar de winst verkregen uit de vervreemding van deze schepen of luchtvaartuigen of van de roerende zaken die worden gebruikt bij de exploitatie van de schepen of luchtvaartuigen, ongeacht de wijze van heffing.

4.

De bepalingen van het eerste en derde lid van dit artikel zijn ook van toepassing op inkomsten, voordelen en winst verkregen door een onderneming van een Verdragsluitende Staat uit de deelneming in een „pool", een gemeenschappelijke onderneming of een internationaal opererend agentschap.

Artikel 3. Regeling voor onderling overleg
1.

De bevoegde autoriteiten van de Verdragsluitende Staten trachten alle moeilijkheden of twijfels die mochten rijzen bij de uitlegging of toepassing van dit Verdrag in onderlinge overeenstemming op te lossen. Het overleg waar de bevoegde autoriteit van een Verdragsluitende Staat om heeft verzocht, vangt aan binnen 90 dagen na de datum van ontvangst van het desbetreffende verzoek.

2.

De bevoegde autoriteiten van de Verdragsluitende Staten kunnen zich rechtstreeks met elkaar in verbinding stellen teneinde een overeenstemming als bedoeld in het voorgaande lid te bereiken.

Artikel 4. Inwerkingtreding

Dit Verdrag treedt in werking op de dertigste dag na de datum waarop het Koninkrijk der Nederlanden de Republiek Panama schriftelijk heeft meegedeeld dat aan de grondwettelijke vereisten is voldaan, en de bepalingen ervan zijn van toepassing op de belastingjaren en -tijdvakken die aanvangen op of na 1 januari van het kalenderjaar dat volgt op het jaar waarin dit Verdrag in werking is getreden.

Artikel 5. Beëindiging
1.

Dit Verdrag blijft van kracht totdat het door één van de Verdragsluitende Staten wordt beëindigd. Elk van beide Staten kan het Verdrag langs diplomatieke weg beëindigen door ten minste 6 maanden voor het einde van enig kalenderjaar en na het verstrijken van een periode van 5 jaar na de datum van inwerkingtreding een kennisgeving van beëindiging te zenden. In dat geval houdt het Verdrag op van toepassing te zijn voor de belastingjaren of -tijdvakken die aanvangen na het einde van het kalenderjaar waarin de kennisgeving van beëindiging is gedaan.

2.

Elk van beide Verdragsluitende Staten is gerechtigd de toepassing van dit Verdrag met betrekking tot elk deel van het Koninkrijk der Nederlanden afzonderlijk te beëindigen.

TEN BLIJKE WAARVAN de ondergetekenden, daartoe naar behoren gemachtigd, dit Verdrag hebben ondertekend.

GEDAAN in tweevoud te 's-Gravenhage, de 28ste april 1997, in de Nederlandse en Spaanse taal, zijnde beide teksten gelijkelijk authentiek.

Voor de Regering van het Koninkrijk der Nederlanden

(w.g.) D. J. VAN DEN BERG

Voor de Regering van de Republiek Panama

(w.g.) VILMA RAMIREZ

De raadpleging van dit document komt niet in de plaats van het lezen van het oorspronkelijke Staatsblad of de Staatscourant. Wij aanvaarden geen aansprakelijkheid voor eventuele onnauwkeurigheden die voortvloeien uit de omzetting van het origineel naar dit formaat.