Akkoord tussen de Regering van het Koninkrijk der Nederlanden en de Regering van de Bondsrepubliek Duitsland inzake de organisatie en de activiteiten van het 1 (Duits/Nederlandse) Legerkorps en het Air Operations Coordination Center

Type Verdrag
Publication 2000-09-01
State In force
Source BWB
Wijzigingsgeschiedenis JSON API

De Regering van het Koninkrijk der Nederlanden

en

de Regering van de Bondsrepubliek Duitsland,

Op grond van het Verdrag tussen de Regering van het Koninkrijk der Nederlanden en de Regering van de Bondsrepubliek Duitsland inzake de Algemene Voorwaarden voor het 1 (Duits/Nederlandse) Legerkorps van 6 oktober 1997, hierna te noemen het „Verdrag",

Gelet op de Gemeenschappelijke Verklaring van de Minister van Defensie van het Koninkrijk der Nederlanden en de Bondsminister van Defensie van de Bondsrepubliek Duitsland inzake de oprichting van een multinationaal legerkorps met initiële Duitse en Nederlandse deelname van 30 maart 1993,

Herinnerend aan de Intentieverklaring van de Minister van Defensie van het Koninkrijk der Nederlanden en de Bondsminister van Defensie van de Bondsrepubliek Duitsland over de verhoging van de integratie binnen het 1 (Duits/Nederlandse) Legerkorps op het gebied van training, oefeningen en logistiek van 6 oktober 1995,

zijn het volgende overeengekomen:

Artikel 1. Doel van het Akkoord

Het doel van dit Akkoord is de tenuitvoerlegging van het Verdrag en het vastleggen van de onderliggende voorwaarden voor de organisatie en het functioneren van het 1 (Duits/Nederlandse) Legerkorps, hierna te noemen „het Korps", en het daaraan toegevoegde Air Operations Coordination Center, hierna te noemen het „AOCC".

Artikel 2. Taken en opdrachten
1.

De taken van het Korps zijn vastgelegd in artikel 3 van het Verdrag.

2.

Het Hoofdkwartier van het Korps neemt deel aan de planning en voorbereiding, in het algemeen en in het bijzonder, van de inzet van het Hoofdkwartier van het Korps en de Duitse en/of Nederlandse strijdkrachten overeenkomstig artikel 3 van het Verdrag; dit omvat de uitvoering van opdrachten door het Hoofdkwartier van het Korps als een multinationaal hoofdkwartier in de hoedanigheid van Forces Answerable to the Western European Union (FAWEU).

Artikel 3. Verhoging van de integratie

De Verdragsluitende Partijen streven naar verhoging van de integratie op het gebied van gecombineerde en gezamenlijke training, oefeningen, ondersteuning van de commandovoering, en logistiek, waaronder geneeskundige ondersteuning, alsmede op andere samenwerkingsgebieden, waarvan de bijzonderheden worden vastgelegd in een Algemene Aanwijzing voor het Korps, hierna te noemen „de Algemene Aanwijzing", vast te stellen door de Inspekteur des Heeres en de Bevelhebber der Landstrijdkrachten.

Artikel 4. Bijdragen aan de strijdkrachten en structuur van het Korps
1.

Het Korps bestaat uit binationale en nationale onderdelen. Bijzonderheden zijn vastgelegd in bijlage A.

2.

De binationale onderdelen bestaan uit het Hoofdkwartier van het Korps en de daarbij behorende Staff Support Unit alsmede de Staf van de Command Support Group en de daarbij behorende stafcompagnie. Deze onderdelen worden geïntegreerd, krijgen een binationale structuur en een personele bezetting op gelijkwaardige en binationale grondslag.

3.

De nationale onderdelen bestaan uit ten minste elk één divisie, delen van de legerkorpstroepen en de nationale Support Units.

4.

De Divisies beschikken over organieke gevechts-, gevechts-ondersteunende en commandovoeringsondersteunende strijdkrachten alsmede over voldoende logistieke onderdelen, waaronder geneeskundige eenheden. In beginsel zijn de divisies zelfverzorgend. Daarenboven stellen de Verdragsluitende Partijen bovendien legerkorpstroepen ter beschikking op basis van gelijkwaardige bijdragen.

5.

Na overleg met de andere Verdragsluitende Partij kunnen andere nationale formaties of eenheden aan het Korps worden toegewezen.

6.

Na overleg met de andere Verdragsluitende Partij kunnen in vredestijd om organisatorische redenen andere nationale formaties of eenheden aan het Korps worden toegevoegd. Deze formaties of eenheden blijven echter deel uitmaken van de nationale bevelsketen.

7.

De organisatie en de interne structuur van de nationale onderdelen blijven een zaak van nationale verantwoordelijkheid.

8.

In tijden van crisis en oorlog kan de slagorde van het Korps worden veranderd door de bevoegde NAVO/WEU-bevelhebber.

Artikel 5. Structuur en omvang van de binationale onderdelen
1.

De structuur van de binationale onderdelen, met inbegrip van personeel en materieel, wordt nader bepaald in de Algemene Aanwijzing.

2.

Om de twee jaar worden de structuur en de omvang van de binationale onderdelen opnieuw beoordeeld onder toezicht van de Inspekteur des Heeres en de Bevelhebber der Landstrijdkrachten.

Artikel 6. Locatie van de binationale onderdelen
1.

In vredestijd is het Hoofdkwartier van het Korps gevestigd te Münster, Duitsland.

2.

In vredestijd is de staf van de Command Support Group gevestigd te Eibergen, Nederland.

3.

Bijzonderheden met betrekking tot de locatie van de binationale onderdelen van het Korps worden vastgelegd in de Algemene Aanwijzing.

Artikel 7. Richtlijnen
1.

Richtlijnen voor de voorbereiding en/of de inzet van het Korps als Main Defence Force worden door de bevoegde NAVO-bevelhebber, op aanwijzing van SACEUR, aan de Commandant van het Korps gegeven.

2.

Richtlijnen voor de taken en opdrachten als omschreven in artikel 3 van het Verdrag en artikel 2 van dit Akkoord worden gegeven aan de Commandant van het Korps door de respectieve bevoegde nationale autoriteiten na onderling overleg en coördinatie.

3.

Richtlijnen voor nationale doeleinden aan de nationale onderdelen van het Korps of aan de om organisatorische redenen aan het Korps toegevoegde nationale formaties worden door de betreffende bevoegde nationale autoriteiten gegeven via de Commandant van het Korps.

4.

Overeenkomstig artikel 6 van het Verdrag heeft de Commandant van het Korps een geïntegreerde leidinggevende en toezichthoudende bevoegdheid zodat hij de volledige verantwoordelijkheid kan nemen voor de uitvoering van alle richtlijnen als genoemd in het eerste, tweede en derde lid van dit artikel. Dientengevolge kan hij richtlijnen geven aan de binationale en nationale onderdelen van het Korps en zonodig prioriteiten stellen, behalve ten aanzien van nationale territoriale taken. Hij kan deze bevoegdheid delegeren aan ondergeschikte commandanten in mate van noodzakelijkheid. Verdere bijzonderheden met betrekking tot de geïntegreerde leidinggevende en toezichthoudende bevoegdheid zijn neergelegd in bijlage B. Wanneer de uitvoering van nationale en/of binationale taken wordt belemmerd, rapporteert de Commandant van het Korps aan de respectieve hogere autoriteiten. Zonodig geven de Inspekteur des Heeres en de Bevelhebber van de Landstrijdkrachten leiding na onderling overleg.

5.

De Commandant van het Korps bepaalt de reikwijdte en de inhoud van de bevoegdheden van de aan hem ondergeschikte commandanten van de binationale onderdelen, binnen de reikwijdte en de inhoud van zijn eigen bevoegdheden.

6.

De Verdragsluitende Partijen staan in voor het toezicht op de uitvoering van de binationale taken van het Korps. De Inspekteur des Heeres en de Bevelhebber der Landstrijdkrachten houden elkaar op de hoogte van hun bevindingen en bepalen gezamenlijk de te nemen maatregelen.

Artikel 8. Jaarlijkse planning en evaluatie
1.

De Commandant van het Korps stelt in samenwerking met zijn ondergeschikte commandanten jaarlijks een plan op voor de verwezenlijking van de doelstellingen voor het daarop volgende jaar. Dit plan wordt via de geëigende kanalen ter goedkeuring voorgelegd aan de Inspekteur des Heeres en de Bevelhebber der Landstrijdkrachten.

2.

De Inspekteur des Heeres en de Bevelhebber der Landstrijdkrachten worden ieder kwartaal door de Commandant van het Korps geïnformeerd over de geboekte vooruitgang. Verder dient hij via de geëigende kanalen jaarlijks een evaluatierapport in bij de Inspekteur des Heeres en de Bevelhebber der Landstrijdkrachten.

Artikel 9. Bevelsverhoudingen
1.

De aan het Korps ondergeschikte binationale en nationale onderdelen, als opgenomen in bijlage A, staan onder de geïntegreerde leidinggevende en toezichthoudende bevoegdheid van de Commandant van het Korps overeenkomstig artikel 6 van het Verdrag en als verder gespecificeerd in dit Akkoord. Daarbij dient rekening te worden gehouden met nationale regelingen met betrekking tot de onderschikkende volgorde voor de uitvoering van nationale territoriale taken.

2.

Op basis van een beslissing van de betrokken organen van de NAVO/WEU en na gezagsoverdracht door de respectieve nationale autoriteiten wordt de Commandant van het Korps opgenomen in de bevelsketen overeenkomstig de toepasselijke regelingen van de NAVO/WEU en de respectieve daarop gebaseerde nationale regelingen. Dit heeft geen invloed op de geïntegreerde leidinggevende en toezichthoudende bevoegdheid van de Commandant van het Korps.

3.

Na wederzijdse overeenstemming kunnen het Ministerie van Defensie van de Bondsrepubliek Duitsland en het Ministerie van Defensie van het Koninkrijk der Nederlanden voor de uitvoering van de taken en opdrachten als genoemd in artikel 3 van het Verdrag en artikel 2 van dit Akkoord extra formaties en eenheden aan het Korps toewijzen in overeenstemming met de betreffende NAVO-documenten.

Artikel 10. Functievervulling bij toerbeurt
1.

De volgende functies worden door Verdragsluitende Partijen bij toerbeurt vervuld:

2.

De volgende functies worden niet bezet door personeel van dezelfde Verdragsluitende Partij:

Deze regel geldt niet voor overgangsperiodes die nodig kunnen zijn om te voorkomen dat in beide functies tegelijkertijd een wisseling plaatsvindt.

Dergelijke overgangsperiodes mogen niet langer zijn dan drie maanden; voor afwijking daarvan is wederzijdse overeenstemming nodig.

3.

Het Hoofd van de Sectie Pers en Informatie is afkomstig van dezelfde krijgsmacht als de Commandant van het Korps.

4.

De voorwaarden voor plaatsing op de roulerende posten worden in gezamenlijk overleg bepaald door het Ministerie van Defensie van de Bondsrepubliek Duitsland en het Ministerie van Defensie van het Koninkrijk der Nederlanden. De bijzonderheden met betrekking tot de roulatie worden bepaald door de Inspekteur des Heeres en de Bevelhebber der Landstrijdkrachten.

5.

De verdeling van de bevelvoerende functies en hoge staffuncties tussen de Verdragsluitende Partijen is opgenomen in bijlage C.

Artikel 11. Verantwoordelijkheden van de Commandant van het Korps
1.

De Commandant van het Korps is verantwoordelijk voor de uitvoering van alle aan het Korps opgedragen taken in overeenstemming met het Verdrag en dit Akkoord. Hij oefent zijn functies uit op basis van de geïntegreerde leidinggevende en toezichthoudende bevoegdheid als neergelegd in artikel 6 van het Verdrag en in bijlage B van dit Akkoord.

2.

De Commandant van het Korps vervult tegelijkertijd de functie van Senior National Officer van zijn land en hij wordt in deze hoedanigheid geïntegreerd in de nationale bevelsketen van zijn land met betrekking tot alle nationale onderdelen van het Korps en de daaraan om organisatorische redenen toegevoegde onderdelen.

3.

De Commandant van het Korps houdt zijn Plaatsvervanger op de hoogte van alle binationale en van de belangrijkste nationale kwesties die met het Korps verband houden.

Artikel 12. Verantwoordelijkheden van de Plaatsvervangend Commandant van het Korps
1.

De Plaatsvervangend Commandant van het Korps neemt waar voor de Commandant van het Korps.

2.

De Plaatsvervangend Commandant van het Korps vervult tegelijkertijd de functie van Senior National Officer van zijn land en hij wordt in deze hoedanigheid geïntegreerd in de nationale bevelsketen van zijn land met betrekking tot alle nationale onderdelen van het Korps en de daaraan om organisatorische redenen toegevoegde onderdelen.

3.

De Plaatsvervangend Commandant van het Korps houdt de Commandant van het Korps op de hoogte van alle binationale en van de belangrijkste nationale kwesties die met het Korps verband houden.

4.

De bevoegdheden en verantwoordelijkheden van de Plaatsvervangend Commandant van het Korps worden in detail vastgelegd in de Algemene Aanwijzing.

Artikel 13. Taken van de staf
1.

De hoofdtaak van de Staf van het Korps bestaat uit het uitvoeren van alle aan het Korps gegeven richtlijnen en missies in overeenstemming met het Verdrag en dit Akkoord.

2.

Alle activiteiten met betrekking tot zowel binationale als nationale kwesties worden gecoördineerd door de Chef-Staf namens de Commandant van het Korps. Dit geldt tevens voor de activiteiten van de Staf ter ondersteuning van de functievervulling door de Senior National Officers.

3.

De bevoegdheden en verantwoordelijkheden van de Chef-Staf, de Chefs van de divisies en hun plaatsvervangers worden neergelegd in de Algemene Aanwijzing.

4.

De taken van de overige leden van de Staf worden vastgesteld door de Commandant van het Korps.

Artikel 14. Personeel van de binationale onderdelen
1.

Behoudens goedkeuring van de Inspekteur des Heeres en de Bevelhebber der Landstrijdkrachten bepaalt de Commandant van het Korps de kwalificatieprofielen voor het personeel van de binationale onderdelen.

2.

Het Ministerie van Defensie van de Bondsrepubliek Duitsland en het Ministerie van Defensie van het Koninkrijk der Nederlanden zien erop toe dat het aan de binationale onderdelen toegewezen personeel gekwalificeerd is in overeenstemming met de kwalificatieprofielen.

3.

Het Ministerie van Defensie van de Bondsrepubliek Duitsland en het Ministerie van Defensie van het Koninkrijk der Nederlanden zien erop toe dat de Commandant van het Korps in een vroeg stadium wordt geïnformeerd over de voorgenomen overplaatsing van personeel op sleutelposities naar andere functies.

4.

Indien de onmiddellijke superieur van een lid van de Staf niet de nationaliteit heeft van het land van laatstgenoemde, verstrekt deze superieur aan de verantwoordelijke nationale superieur een NAVO-evaluatieformulier dat als bijlage in het evaluatierapport wordt opgenomen.

Artikel 15. Taal
1.

Binnen de binationale onderdelen van het Korps en als commandovoeringstaal in geval van binationale bevelsverhoudingen wordt het Engels gebruikt, behalve bij de uitvoering van nationale taken.

De raadpleging van dit document komt niet in de plaats van het lezen van het oorspronkelijke Staatsblad of de Staatscourant. Wij aanvaarden geen aansprakelijkheid voor eventuele onnauwkeurigheden die voortvloeien uit de omzetting van het origineel naar dit formaat.