Verdrag inzake ontwikkelingssamenwerking tussen het Koninkrijk der Nederlanden en de Republiek Uganda

Type Verdrag
Publication 1999-01-01
State In force
Source BWB
Wijzigingsgeschiedenis JSON API

Het Koninkrijk der Nederlanden (hierna te noemen „de Zendstaat") en de Republiek Uganda (hierna te noemen „de Ontvangende Staat");

Opnieuw de vriendschappelijke betrekkingen bevestigend die tussen beide Staten en hun volken bestaan;

In het besef dat inachtneming van democratische beginselen, algemene internationale rechtsbeginselen, alsmede mensenrechten belangrijke beginselen zijn in de betrekkingen tussen de twee landen;

Geleid door de wens samen te werken met het doel om ontwikkelingsprocessen te ondersteunen door middel van projecten en programma's en hiertoe, in aanvulling op de inspanningen die de Ontvangende Staat levert, het juridische en administratieve kader te scheppen voor de tewerkstelling van personeelsleden en de invoer van middelen vanuit de Zendstaat in de Ontvangende Staat;

Zijn het volgende overeengekomen:

Artikel I. Begripsbepalingen

Voor de toepassing van dit Verdrag:

Artikel II. Administratieve procedures
1.

De Zendstaat en de Ontvangende Staat delen elkaar schriftelijk mede welke uitvoerende instantie de desbetreffende Staat vertegenwoordigt bij de uitvoering van projecten en programma's.

Beide Staten stellen elkaar onverwijld schriftelijk in kennis van alle wijzigingen ter zake van deze vertegenwoordiging.

2.

De uitvoerende instanties zijn gemachtigd alle besluiten te nemen en alle handelingen te verrichten die noodzakelijk zijn voor de juiste en tijdige uitvoering van projecten en programma's.

3.

De uitvoerende instanties beheren gezamenlijk de ingevolge dit Verdrag uitgevoerde projecten en programma's.

4.

Vertegenwoordigers van beide Staten ontmoeten elkaar regelmatig om de ontwikkelingssamenwerking ingevolge dit Verdrag te evalueren.

5.

De Zendstaat deelt de Ontvangende Staat schriftelijk mede welke personeelsleden (met inbegrip van hun functie) de Zendstaat te werk wil stellen in het kader van projecten en programma's.

De Ontvangende Staat deelt de Zendstaat schriftelijk mede of het de voorgestelde personeelsleden al dan niet aanvaardt.

Artikel III. Voorrechten
1.

De Ontvangende Staat:

2.

De Ontvangende Staat waarborgt dat de personeelsleden en hun gezinsleden op niet minder gunstige wijze worden behandeld dan soortgelijke ontwikkelingssamenwerkingspersoneelsleden van andere landen of internationale organisaties.

Artikel IV. Immuniteiten
1.

De Ontvangende Staat verleent de personeelsleden immuniteit van rechtsvervolging met betrekking tot het in hun officiële hoedanigheid verrichten of nalaten van handelingen of met betrekking tot in hun officiële hoedanigheid gesproken of geschreven woorden.

2.

De Ontvangende Staat stelt de Zendstaat en de personeelsleden schadeloos en vrijwaart hen ter zake van elke extra-contractuele wettelijke aansprakelijkheid voortvloeiend uit het verrichten of nalaten van handelingen door de Zendstaat en de personeelsleden tijdens werkzaamheden vallend onder of ondernomen uit hoofde van dit Verdrag die de dood van of letsel aan derden veroorzaken of schade aan het eigendom van derden, voor zover deze aansprakelijkheid niet door een verzekering is gedekt, en onthoudt zich van het instellen van vorderingen of het nemen van gerechtelijke stappen vanwege extra-contractuele wettelijke aansprakelijkheid, tenzij de wettelijke aansprakelijkheid het gevolg is van opzettelijk onjuist handelen of grove nalatigheid.

3.

Ingeval de Ontvangende Staat de Zendstaat of de personeelsleden vrijwaart ter zake van een vordering of gerechtelijke stappen op grond van extra-contractuele wettelijke aansprakelijkheid in overeenstemming met het tweede lid van dit artikel, is de Ontvangende Staat gerechtigd alle rechten te doen gelden die de Zendstaat of de personeelsleden kunnen doen gelden.

4.

Indien de Ontvangende Staat zulks verzoekt, verschaft de Zendstaat de Ontvangende Staat de noodzakelijke administratieve of juridische bijstand voor een bevredigende regeling van eventuele problemen die kunnen ontstaan in verband met de toepassing van de voorgaande leden van dit artikel.

Artikel V. Prestaties van personeelsleden
1.

De Ontvangende Staat heeft het recht, na overleg met de Zendstaat, te verzoeken om terugroeping van personeelsleden indien hun gedrag als onbevredigend wordt beoordeeld.

De Zendstaat heeft het recht, na overleg met de Ontvangende Staat, te allen tijde personeelsleden terug te roepen.

In geval van terugroeping stelt de Zendstaat alles in het werk om, indien de Ontvangende Staat zulks verzoekt, geschikte vervangers te vinden voor de teruggeroepen personeelsleden.

2.

Personeelsleden vervullen hun taak zoals wordt overeengekomen door de Zendstaat en de Ontvangende Staat. Wat de dagelijkse werkzaamheden met betrekking tot een project of programma betreft, handelen zij in nauw overleg met de autoriteiten die verantwoordelijk zijn voor de uitvoering van het project, en nemen zij de door die autoriteiten gegeven werkinstructies in acht.

3.

De Ontvangende Staat verleent de personeelsleden alle bijstand die zij redelijkerwijs nodig hebben ten einde hun taken te kunnen uitvoeren.

4.

De personeelsleden dienen de in de Ontvangende Staat geldende wet- en regelgeving te eerbiedigen.

Artikel VI. Arrestatie, hechtenis
1.

Niettegenstaande de rechten en plichten van de Zendstaat en de Ontvangende Staat ingevolge internationale consulaire verdragen, stelt de Ontvangende Staat de Zendstaat onverwijld ervan in kennis indien personeelsleden of één van hun gezinsleden worden gearresteerd, gevangen gezet, in voorlopige hechtenis genomen of anderszins in detentie worden gehouden. Alle mededelingen die door personeelsleden en hun gezinsleden in geval van arrestatie, gevangenzetting, voorlopige hechtenis of detentie aan de Zendstaat worden gedaan, worden onverwijld door de Ontvangende Staat aan de Zendstaat doorgezonden.

2.

Vertegenwoordigers van de Zendstaat zijn gerechtigd met personeelsleden en hun gezinsleden die zijn gearresteerd, gevangen zijn gezet, in voorlopige hechtenis zijn genomen of zich anderszins in detentie bevinden, te spreken, te corresponderen en hen te bezoeken, en zijn voorts gerechtigd maatregelen te nemen ter zake van hun wettelijke vertegenwoordiging.

Artikel VII. Projecten en programma's
1.

De identificatie, voorbereiding, beoordeling en supervisie van projecten en programma's ingevolge dit Verdrag worden uitgevoerd onder de eindverantwoordelijkheid van de Ontvangende Staat. De Ontvangende Staat vrijwaart de Zendstaat ter zake van elke verantwoordelijkheid of aansprakelijkheid voor deze projecten en programma's ingevolge de wetgeving van de Ontvangende Staat.

2.

Vertegenwoordigers van de Zendstaat worden in overleg met de Ontvangende Staat in de gelegenheid gesteld zich in situ op de hoogte te stellen van de voortgang van de projecten en programma's, en de projecten en programma's te evalueren.

3.

De Ontvangende Staat zal met betrekking tot de door de Zendstaat ter beschikking gestelde middelen genoemd in artikel I, derde lid:

De Zendstaat stelt de Ontvangende Staat tijdig in kennis van de locatie van deze middelen.

4.

Alle middelen, bedoeld in artikel I, derde lid, welke door de Zendstaat worden geleverd, zijn bestemd voor de overheid van de Zendstaat en blijven eigendom van de Zendstaat, tenzij anders is overeengekomen. Na afloop van een project of programma nemen de Zendstaat en de Ontvangende Staat in onderling overleg een besluit over een andere bestemming en/of overdracht van eigendom. Goederen, grondstoffen, machines en uitrusting die de Ontvangende Staat zijn binnengebracht op basis van een lening of gedeeltelijke financiering zijn echter eigendom van de Ontvangende Staat.

Artikel VIII. Beslechting van geschillen

Geschillen betreffende de uitlegging, toepassing en/of uitvoering van dit Verdrag worden beslecht door middel van onderhandelingen tussen de Zendstaat en de Ontvangende Staat.

Indien met betrekking tot de uitlegging, de toepassing of de uitvoering, hieronder mede begrepen het bestaan, de geldigheid of de beëindiging, van dit Verdrag een geschil ontstaat, kan elk van beide staten het geschil onderwerpen aan een definitieve en bindende scheidsrechterlijke uitspraak in overeenstemming met het Facultatieve Reglement voor Arbitrage van Geschillen tussen twee Staten van het Permanente Hof van Arbitrage zoals van kracht op de datum waarop het geschil aan het Hof wordt voorgelegd. Het aantal scheidsrechters bedraagt drie.

Wanneer onderwerping aan een scheidsrechterlijke uitspraak wordt overeengekomen, wordt afstand gedaan van ieder recht op soevereine immuniteit van tenuitvoerlegging waartoe de Zendstaat of de Ontvangende Staat in andere gevallen gerechtigd zou zijn met betrekking tot de tenuitvoerlegging van iedere scheidsrechterlijke uitspraak die ingevolge dit Verdrag is gedaan.

Artikel IX. Inwerkingtreding en beëindiging
1.

Dit Verdrag wordt voorlopig toegepast vanaf de datum van ondertekening en treedt in werking op de eerste dag van de tweede maand die volgt op de datum waarop de beide Staten elkaar er schriftelijk van in kennis hebben gesteld dat aan hun constitutionele vereisten is voldaan.

2.

Dit Verdrag blijft van kracht totdat één van de Staten het Verdrag met inachtneming van een opzegtermijn van zes maanden door middel van een schriftelijke kennisgeving aan de andere Staat opzegt.

3.

De toepassing van overeenkomsten en/of regelingen met betrekking tot projecten en programma's welke van kracht zijn op de datum van ondertekening van dit Verdrag wordt voortgezet totdat de desbetreffende overeenkomst of regeling is beëindigd. Ingeval projecten en programma's na de beëindiging worden voortgezet, is dit Verdrag van toepassing.

4.

Wat het Koninkrijk der Nederlanden betreft, is dit Verdrag alleen van toepassing op het grondgebied in Europa.

DONE at Kampala on the Tuesday 20 January 1998, in duplicate in the English language.

For the Kingdom of The Netherlands

(sd.) H. VAN MIERLO

Hans van Mierlo

Deputy Prime Minister and Minister of Foreign Affairs

For the Republic of Uganda

(sd.) E. KATEGAYA

Eriya Kategaya

First Deputy Prime Minister and Minister of Foreign Affairs

De raadpleging van dit document komt niet in de plaats van het lezen van het oorspronkelijke Staatsblad of de Staatscourant. Wij aanvaarden geen aansprakelijkheid voor eventuele onnauwkeurigheden die voortvloeien uit de omzetting van het origineel naar dit formaat.