Verdrag tussen de Regering van het Koninkrijk der Nederlanden en de Regering van de Republiek Letland inzake wederzijdse administratieve bijstand ten behoeve van de juiste toepassing van de douanewetgeving en de voorkoming, opsporing en bestrijding van inbreuken op de douanewetgeving

Type Verdrag
Publication 1999-05-01
State In force
Source BWB
Wijzigingsgeschiedenis JSON API

De Regering van het Koninkrijk der Nederlanden

en

de Regering van de Republiek Letland, hun Staten hierna te noemen de Verdragsluitende Partijen;

Overwegende dat inbreuken op de douanewetgeving hun economische, fiscale, sociale en culturele belangen en hun handelsbelangen schaden;

Gelet op het belang van een juiste vaststelling en een doeltreffende invordering van de douanerechten en andere belastingen die bij invoer of uitvoer worden geïnd en van het waarborgen van een juiste handhaving van verboden, beperkingen en controlemaatregelen;

Erkennende de noodzaak van internationale samenwerking ter zake van aangelegenheden die verband houden met de toepassing en handhaving van hun douanewetgeving;

Overwegende dat de grensoverschrijdende handel in verdovende middelen en psychotrope stoffen een bijzonder gevaar voor de volksgezondheid en voor de samenleving vormt;

Ervan overtuigd dat het optreden tegen inbreuken op de douanewetgeving doeltreffender kan worden door middel van nauwe samenwerking tussen hun douane-administraties op basis van duidelijke wettelijke bepalingen;

Gelet op van belang zijnde instrumenten van de Internationale Douaneraad, in het bijzonder de Aanbeveling inzake wederzijdse administratieve bijstand van 5 december 1953;

Tevens gelet op verdragen die verboden, beperkingen en bijzondere controlemaatregelen met betrekking tot bepaalde goederen bevatten;

Zijn het volgende overeengekomen:

HOOFDSTUK I. BEGRIPSOMSCHRIJVINGEN

Artikel 1

Voor de toepassing van dit Verdrag:

HOOFSTUK II. TOEPASSINGSGEBIED VAN HET VERDRAG

Artikel 2
1.

De Verdragsluitende Partijen verlenen elkaar door tussenkomst van hun douane-administraties administratieve bijstand onder de in dit Verdrag genoemde voorwaarden ten behoeve van de juiste toepassing van de douanewetgeving, van de invordering van douanevorderingen en van de voorkoming, opsporing en bestrijding van inbreuken op de douane-wetgeving.

2.

Alle bijstand uit hoofde van dit Verdrag door één van de Verdragsluitende Partijen wordt verleend in overeenstemming met haar nationale wettelijke en administratieve bepalingen en binnen de grenzen van de bevoegdheden en beschikbare middelen van haar douane-administratie.

3.

Dit Verdrag is uitsluitend bedoeld voor de wederzijdse administratieve bijstand tussen de Verdragsluitende Partijen; particulieren kunnen aan de bepalingen van dit Verdrag niet het recht ontlenen bewijsmateriaal te doen verkrijgen, te doen achterhouden of ontoelaatbaar te doen verklaren dan wel de uitvoering van een verzoek te doen beletten.

4.

Indien bijstand ter zake van in dit Verdrag geregelde aangelegenheden dient te worden verleend in overeenstemming met een andere samenwerkingsovereenkomst tussen de Verdragsluitende Partijen, geeft de aangezochte administratie aan welke bevoegde autoriteiten het betreft.

HOOFDSTUK III. REIKWIJDTE VAN DE BIJSTAND

Artikel 3
1.

De douane-administraties verstrekken elkaar op verzoek of uit eigen beweging informatie en inlichtingen die bijdragen tot een juiste toepassing van de douanewetgeving en een doeltreffende invordering, en tot de voorkoming, opsporing en bestrijding van inbreuken op de douanewetgeving.

2.

Elk van beide douane-administraties handelt bij het instellen van een onderzoek namens de andere douane-administratie alsof dit werd ingesteld ten behoeve van haarzelf of op verzoek van een andere autoriteit in die Verdragsluitende Partij.

Artikel 4
1.

De aangezochte administratie verstrekt, op verzoek, alle informatie over de douanewetgeving en -regelingen die in die Verdragsluitende Partij gelden en die van belang zijn voor onderzoek betreffende een inbreuk op de douanewetgeving.

2.

Elke van beide douane-administraties verstrekt, uit eigen beweging en onverwijld, alle beschikbare informatie met betrekking tot:

HOOFDSTUK IV. BIJZONDERE VORMEN VAN BIJSTAND

Artikel 5

De aangezochte administratie verstrekt de verzoekende administratie op haar verzoek met name de volgende informatie:

Artikel 6

De aangezochte administratie houdt op verzoek bijzonder toezicht op:

Artikel 7
1.

De douane-administraties verstrekken elkaar op verzoek of uit eigen beweging informatie en inlichtingen over verrichte of voorgenomen transacties die een inbreuk op de douanewetgeving vormen of lijken te vormen.

2.

In ernstige gevallen die aanzienlijke schade voor de economie, volksgezondheid, openbare veiligheid of enig ander vitaal belang van de andere Verdragsluitende Partij met zich kunnen meebrengen, verstrekt elke van beide douane-administraties waar mogelijk, onverwijld uit eigen beweging informatie en inlichtingen.

Artikel 8

De aangezochte administratie stelt op verzoek de betrokkenen die in haar douanegebied wonen in kennis van elke door de verzoekende administratie genomen maatregel of beslissing met betrekking tot de toepassing van de douanewetgeving.

HOOFDSTUK V. BIJSTAND BIJ DE INVORDERING

Artikel 9
1.

Zodra de noodzakelijke nationale wettelijke en administratieve bepalingen van beide Verdragsluitende Partijen in werking zijn getreden, verlenen hun douane-administraties elkaar bijstand bij de invordering van douanevorderingen.

2.

De aangezochte administratie verleent op verzoek bijstand met het oog op de inning van douanevorderingen, in overeenstemming met de onderscheiden nationale wetgeving of administratieve praktijk van de Verdragsluitende Partijen.

3.

De aangezochte administratie gaat op verzoek over tot invordering van douanevorderingen van de verzoekende administratie in overeenstemming met de nationale wetgeving en administratieve praktijk ter zake van de invordering van haar eigen vorderingen betreffende rechten en belastingen. Deze douanevorderingen genieten in de aangezochte Verdragsluitende Partij evenwel geen voorrang en kunnen niet worden ingevorderd door middel van gijzeling van de schuldenaar. De aangezochte administratie is niet verplicht maatregelen gericht op executie te nemen waarin de wetgeving van de verzoekende Verdragsluitende Partij niet voorziet.

4.

De bepalingen van het derde lid van dit artikel zijn slechts van toepassing op douanevorderingen die het voorwerp zijn van een executoriale titel in de verzoekende Verdragsluitende Partij en die niet worden betwist. Indien de vordering echter betrekking heeft op een verschuldigdheid van rechten of belastingen van een persoon die geen inwoner van de verzoekende Verdragsluitende Partij is, is het derde lid slechts van toepassing indien de douanevordering niet langer kan worden betwist.

5.

De verplichting om bijstand te verlenen bij de invordering van douanevorderingen betreffende een overledene ten laste van diens nalatenschap is beperkt tot de waarde van de nalatenschap of van de door elke rechthebbende op de nalatenschap verkregen goederen, naar gelang of de vordering wordt ingevorderd ten laste van de nalatenschap of ten laste van de rechthebbenden.

6.

De aangezochte administratie is niet verplicht het verzoek in te willigen:

7.

Het verzoek om administratieve bijstand bij de invordering van een douanevordering gaat vergezeld van:

8.

De verzoekende administratie vermeldt de in te vorderen douanevordering in haar eigen munteenheid. De douanevorderingen worden ingevorderd in de munteenheid van de aangezochte Verdragsluitende Partij in overeenstemming met de officiële wisselkoers op de dag waarop het verzoek is ontvangen.

9.

De aangezochte administratie neemt op verzoek conservatoire maatregelen ten behoeve van de invordering van een douanevordering, zelfs indien de douanevordering wordt betwist of nog niet het voorwerp is van een executoriale titel, voor zover de nationale wettelijke en administratieve bepalingen van de aangezochte Verdragsluitende Partij zulks toelaten.

10.

De executoriale titel in de verzoekende Verdragsluitende Partij wordt, indien van toepassing en in overeenstemming met de in de aangezochte Verdragsluitende Partij geldende bepalingen, zo spoedig mogelijk na de datum van ontvangst van het verzoek om bijstand aanvaard, erkend, aangevuld of vervangen door een executoriale titel in de aangezochte Verdragsluitende Partij.

11.

Vraagstukken betreffende de eventuele verjaring van het recht tot invordering van een douanevordering worden beheerst door het recht van de verzoekende Verdragsluitende Partij. Het verzoek om bijstand bevat bijzondere gegevens betreffende de verjaringstermijn.

12.

Door de aangezochte administratie naar aanleiding van het verzoek om bijstand verrichte invorderingshandelingen die overeenkomstig het recht van de aangezochte Verdragsluitende Partij tot gevolg zouden hebben dat de in het elfde lid bedoelde verjaringstermijn wordt opgeschort of onderbroken, dienen dit gevolg ook te hebben op grond van het recht van de verzoekende Verdragsluitende Partij. De aangezochte administratie stelt de verzoekende administratie van dergelijke handelingen in kennis.

13.

De aangezochte administratie kan uitstel van betaling verlenen of betaling in termijnen toestaan, indien haar nationale wetgeving of administratieve praktijk zulks onder soortgelijke omstandigheden toelaat, doch zij stelt de verzoekende administratie daarvan eerst in kennis.

14.

De douane-administraties schrijven in onderlinge overeenstemming regels voor betreffende minimumbedragen van douanevorderingen die vatbaar zijn voor een verzoek om bijstand in de nadere regelingen ter uitvoering van dit Verdrag, vast te stellen op grond van artikel 19, tweede lid, van dit Verdrag.

HOOFDSTUK VI. DOSSIERS EN DOCUMENTEN

Artikel 10
1.

Om originele informatie wordt slechts verzocht in gevallen waarin niet met gewaarmerkte of gelegaliseerde afschriften kan worden volstaan, en deze wordt zo spoedig mogelijk teruggezonden; zulks laat rechten van de aangezochte administratie of van derden ter zake onverlet.

2.

Alle ingevolge dit Verdrag uit te wisselen informatie en inlichtingen gaan vergezeld van alle gegevens die van belang zijn om deze te interpreteren of te gebruiken.

HOOFDSTUK VII. DESKUNDIGEN EN GETUIGEN

Artikel 11

De aangezochte administratie kan op verzoek haar ambtenaren machtigen om ter zake van een inbreuk op de douanewetgeving als deskundige of getuige te verschijnen voor een rechterlijke instantie van de andere Verdragsluitende Partij.

HOOFDSTUK VIII. TOEZENDING VAN VERZOEKEN

Artikel 12
1.

Bijstand uit hoofde van dit Verdrag wordt rechtstreeks tussen de douane-administraties verleend.

2.

Verzoeken om bijstand uit hoofde van dit Verdrag worden schriftelijk gedaan en gaan vergezeld van alle nuttig geachte documenten. Wanneer de omstandigheden zulks vereisen, kunnen ook mondeling verzoeken worden gedaan. Dergelijke verzoeken worden onmiddellijk schriftelijk bevestigd.

3.

Verzoeken ingevolge het tweede lid van dit artikel bevatten de volgende bijzonderheden:

4.

De in dit Verdrag bedoelde informatie en inlichtingen worden medegedeeld aan ambtenaren die door elke douane-administratie hiertoe speciaal zijn aangewezen. Een lijst van aldus aangewezen ambtenaren wordt aan de douane-administratie van de andere Verdragsluitende Partij verstrekt in overeenstemming met artikel 19, tweede lid, van dit Verdrag.

HOOFDSTUK IX. UITVOERING VAN VERZOEKEN

Artikel 13

De raadpleging van dit document komt niet in de plaats van het lezen van het oorspronkelijke Staatsblad of de Staatscourant. Wij aanvaarden geen aansprakelijkheid voor eventuele onnauwkeurigheden die voortvloeien uit de omzetting van het origineel naar dit formaat.