Verdrag inzake luchtvervoer tussen de Regering van het Koninkrijk der Nederlanden en de Regering van de Russische Federatie

Type Verdrag
Publication 1998-04-08
State In force
Source BWB
Wijzigingsgeschiedenis JSON API

De Regering van het Koninkrijk der Nederlanden

en

de Regering van de Russische Federatie, hierna te noemen de Verdragsluitende Partijen;

overwegende het feit dat het Koninkrijk der Nederlanden en de Russische Federatie partijen zijn bij het Verdrag inzake de internationale burgerluchtvaart, op 7 december 1944 te Chicago voor ondertekening opengesteld;

geleid door de wens een verdrag te sluiten met het doel luchtdiensten in te stellen tussen en via de respectieve grondgebieden van hun twee Staten;

zijn het volgende overeengekomen:

Artikel 1. Begripsomschrijvingen

Voor de toepassing van dit Verdrag betekenen de onderstaande begrippen het volgende:

Artikel 2. Verlening van rechten

Elke Verdragsluitende Partij verleent de andere Verdragsluitende Partij de in dit Verdrag genoemde rechten met het oog op de instelling van internationale luchtdiensten op de overeengekomen diensten en omschreven routes.

Artikel 3. Rechten
1.

Een door elke Verdragsluitende Partij aangewezen luchtvaartmaatschappij heeft bij de exploitatie van een overeengekomen dienst op een omschreven route de volgende rechten:

2.

Geen van de bepalingen van dit artikel wordt geacht de aangewezen luchtvaartmaatschappij(en) van de ene Verdragsluitende Partij het recht te geven tot het opnemen van passagiers, vracht en post, vervoerd tegen betaling of vergoeding, tussen de punten gelegen op het grondgebied van de Staat van de andere Verdragsluitende Partij.

3.

De vluchtroutes van luchtvaartuigen op de overeengekomen diensten en de punten voor overschrijding van de landsgrenzen worden door elke Verdragsluitende Partij vastgesteld wat het grondgebied van haar Staat betreft.

4.

Aspecten betreffende de exploitatie van de overeengekomen diensten worden – in de door de luchtvaartautoriteiten van de Verdragsluitende Partijen op grond van de nationale wetten en voorschriften vastgestelde mate – geregeld tussen de betrokken aangewezen luchtvaartmaatschappijen en, indien nodig, ter goedkeuring voorgelegd aan bovengenoemde autoriteiten.

Artikel 4. Aanwijzing en vergunning
1.

Elke Verdragsluitende Partij heeft het recht schriftelijk aan de andere Verdragsluitende Partij een luchtvaartmaatschappij of luchtvaartmaatschappijen aan te wijzen voor de exploitatie van overeengekomen luchtdiensten op de omschreven routes en een eerder aangewezen luchtvaartmaatschappij te vervangen door een andere luchtvaartmaatschappij.

2.

Na ontvangst van bedoelde kennisgeving verleent de andere Verdragsluitende Partij onverwijld aan elke aangewezen luchtvaartmaatschappij, met inachtneming van de bepalingen van het derde en vierde lid van dit artikel, de vereiste exploitatievergunning.

3.

De luchtvaartautoriteiten van een Verdragsluitende Partij die de exploitatievergunning verleent, kan van een door de andere Verdragsluitende Partij aangewezen luchtvaartmaatschappij verlangen dat deze te hunnen genoegen aantoont dat zij in staat is om te voldoen aan de krachtens de wetten en voorschriften voorgeschreven voorwaarden die door die autoriteiten gewoonlijk en redelijkerwijs worden toegepast op de exploitatie van internationale luchtdiensten.

4.

Elke Verdragsluitende Partij heeft het recht de in het tweede lid van dit artikel bedoelde exploitatievergunning te weigeren of deze vergunning te verlenen onder noodzakelijk geachte voorwaarden voor de uitoefening van de in artikel 3 van dit Verdrag omschreven rechten door een aangewezen luchtvaartmaatschappij, indien niet te haren genoegen is aangetoond dat een aanmerkelijk deel van de eigendom van, en het daadwerkelijke toezicht op die luchtvaartmaatschappij berusten bij de Verdragsluitende Partij die de luchtvaartmaatschappij heeft aangewezen en/of bij haar onderdanen.

5.

Zodra een luchtvaartmaatschappij is aangewezen en haar de vergunning is verleend, kan zij een aanvang maken met de exploitatie van de overeengekomen nieuwe diensten waarvoor zij is aangewezen, mits ten aanzien van die dienst een in overeenstemming met de bepalingen van artikel 10 van dit Verdrag vastgesteld tarief van kracht is.

Artikel 5. Intrekking en opschorting van een exploitatievergunning
1.

Elke Verdragsluitende Partij heeft het recht een exploitatievergunning van een door de andere Verdragsluitende Partij aangewezen luchtvaartmaatschappij in te trekken of de uitoefening van de in artikel 3 van dit Verdrag genoemde rechten op te schorten of daaraan de voor de uitoefening van die rechten noodzakelijk geachte voorwaarden te verbinden:

2.

Tenzij onmiddellijke intrekking of opschorting of het opleggen van voorwaarden, genoemd in het eerste lid van dit artikel, van wezenlijk belang is ter voorkoming van verdere inbreuken op wetten of voorschriften, worden deze rechten slechts uitgeoefend na overleg met de luchtvaartautoriteiten van de andere Verdragsluitende Partij. Zulk overleg vangt aan binnen een termijn van zestig (60) dagen na de datum van het verzoek ter zake.

Artikel 6. Toepassing van wetten, voorschriften en procedures
1.

De wetten, voorschriften en procedures van een Staat van een Verdragsluitende Partij betreffende de toelating tot of het vertrek uit haar grondgebied van in internationale luchtdiensten gebruikte luchtvaartuigen of betreffende de exploitatie van en het vliegen met zodanige luchtvaartuigen dienen op haar grondgebied te worden toegepast op luchtvaartuigen van een door de andere Verdragsluitende Partij aangewezen luchtvaartmaatschappij.

2.

De wetten, voorschriften en procedures van een Staat van een Verdragsluitende Partij betreffende de toelating tot, het verblijf op of het vertrek uit haar grondgebied van passagiers, bemanningsleden, vracht of post, zoals voorschriften betreffende paspoorten, douane, valuta's en sanitaire maatregelen, dienen te worden toegepast op passagiers, bemanningsleden, vracht of post van luchtvaartuigen van een door de andere Verdragsluitende Partij aangewezen luchtvaartmaatschappij gedurende het verblijf op genoemd grondgebied.

3.

Geen van beide Verdragsluitende Partijen begunstigt een andere luchtvaartmaatschappij ten opzichte van een aangewezen luchtvaartmaatschappij van de andere Verdragsluitende Partij bij de toepassing van de voorschriften van haar Staat inzake douane, immigratie, quarantaine en soortgelijke voorschriften, of bij het gebruik van luchthavens, luchtwegen, luchtverkeersdiensten en aanverwante voorzieningen waarover zij zeggenschap heeft.

Artikel 7. Kosten
1.

Kosten en heffingen voor het gebruik van elke luchthaven, waaronder begrepen installaties, technische en andere voorzieningen en diensten daarvan, alsmede kosten voor het gebruik van luchtvaartvoorzieningen, communicatievoorzieningen en -diensten worden in rekening gebracht in overeenstemming met de op het grondgebied van de Staat van elke Verdragsluitende Partij vastgestelde prijzen en tarieven.

2.

Kosten en heffingen die op het grondgebied van de Staat van een Verdragsluitende Partij met betrekking tot vluchten van een luchtvaartmaatschappij van de andere Verdragsluitende Partij in rekening worden gebracht voor het gebruik van luchthavens en andere luchtvaartvoorzieningen op het grondgebied van de Staat van eerstbedoelde Verdragsluitende Partij, mogen niet hoger zijn dan die welke in rekening worden gebracht met betrekking tot de vluchten van een andere luchtvaartmaatschappij die soortgelijke vluchten uitvoert.

Artikel 8. Rechtstreekse doorreis

Passagiers, bagage en vracht die op doorreis zijn via het grondgebied van de Staat van een Verdragsluitende Partij en die de daarvoor gereserveerde zone van de luchthaven niet verlaten, worden slechts aan een vereenvoudigde controle onderworpen. Bagage en vracht op rechtstreekse doorreis zijn vrijgesteld van de heffing van douanerechten en andere belastingen. Wat betreft handbagage van passagiers die op rechtstreekse doorreis zijn in Nederland en andere EU-lidstaten als eindbestemming hebben, zijn de interne wetten en voorschriften van Nederland van toepassing.

Kosten voor verleende diensten, opslag en de vervulling van douaneformaliteiten worden berekend overeenkomstig de interne wetten en voorschriften van de respectieve Staten van de Verdragsluitende Partijen.

Artikel 9. Eerlijke concurrentie
1.

De aangewezen luchtvaartmaatschappijen van de Verdragsluitende Partijen worden op eerlijke en gelijke wijze in de gelegenheid gesteld de overeengekomen diensten op de omschreven routes tussen de grondgebieden van hun respectieve Staten te exploiteren.

2.

Elke Verdragsluitende Partij treft alle passende maatregelen binnen haar rechtsmacht ter bestrijding van alle vormen van discriminatie of oneerlijke concurrentiepraktijken die de concurrentiepositie van de luchtvaartmaatschappijen van de andere Verdragsluitende Partij nadelig beïnvloeden.

Artikel 10. Tarieven
1.

De tarieven voor vervoer tussen de respectieve grondgebieden van de Staten van de Verdragsluitende Partijen dienen te zijn vastgesteld op een redelijk niveau, waarbij naar behoren rekening wordt gehouden met alle relevante factoren, waaronder begrepen de exploitatiekosten, een redelijke winst, kenmerken van de luchtvaartmaatschappij(en) (zoals het niveau van snelheid en dienstverlening) en de tarieven van andere luchtvaartmaatschappijen die een deel van de omschreven route exploiteren. Deze tarieven worden vastgesteld in overeenstemming met de onderstaande bepalingen van dit artikel.

2.

De in het eerste lid van dit artikel bedoelde tarieven worden, zo veel mogelijk, overeengekomen door de betrokken aangewezen luchtvaartmaatschappijen door middel van toepassing van de procedures van de Internationale Luchtvervoersvereniging („International Air Transport Association”) voor de vaststelling van tarieven. Wanneer zulks niet mogelijk is, worden de tarieven onderling overeengekomen door de betrokken aangewezen luchtvaartmaatschappijen. In elk geval is voor de tarieven de goedkeuring van de luchtvaartautoriteiten van beide Verdragsluitende Partijen vereist.

3.

Indien de betrokken aangewezen luchtvaartmaatschappijen geen overeenstemming kunnen bereiken omtrent een van deze tarieven of indien een tarief om enige andere reden niet kan worden overeengekomen in overeenstemming met de bepalingen van het tweede lid van dit artikel, trachten de luchtvaartautoriteiten van de Verdragsluitende Partijen het tarief in onderlinge overeenstemming vast te stellen.

4.

Indien de luchtvaartautoriteiten geen overeenstemming kunnen bereiken omtrent een overeenkomstig het tweede lid van dit artikel aan hen voorgelegd tarief, of omtrent de vaststelling van een tarief krachtens het derde lid van dit artikel, wordt het geschil geregeld overeenkomstig de bepalingen van artikel 16 van dit Verdrag.

5.

Alle aldus overeengekomen tarieven worden ten minste zestig (60) dagen voor de voorgestelde datum van invoering ter goedkeuring voorgelegd aan de luchtvaartautoriteiten van beide Verdragsluitende Partijen, tenzij de bedoelde autoriteiten overeenkomen deze termijn in bijzondere gevallen te bekorten.

6.

Een tarief wordt niet van kracht indien de luchtvaartautoriteiten van één van de Verdragsluitende Partijen het niet heeft goedgekeurd. De tarieven kunnen uitdrukkelijk worden goedgekeurd of worden, indien geen van beide luchtvaartautoriteiten binnen dertig (30) dagen na de datum van voorlegging overeenkomstig het vijfde lid van dit artikel te kennen heeft gegeven de tarieven niet goed te keuren, geacht te zijn goedgekeurd.

Ingeval de termijn van voorlegging wordt bekort, zoals bepaald in het vijfde lid van dit artikel, kunnen de luchtvaartautoriteiten overeenkomen dat de termijn waarbinnen kennisgeving van afkeuring moet geschieden, dienovereenkomstig wordt bekort.

7.

Overeenkomstig de bepalingen van dit artikel vastgestelde tarieven blijven van kracht totdat nieuwe tarieven zijn vastgesteld in overeenstemming met de bepalingen van dit artikel.

De raadpleging van dit document komt niet in de plaats van het lezen van het oorspronkelijke Staatsblad of de Staatscourant. Wij aanvaarden geen aansprakelijkheid voor eventuele onnauwkeurigheden die voortvloeien uit de omzetting van het origineel naar dit formaat.