Euro-mediterrane Overeenkomst waarbij een associatie tot stand wordt gebracht tussen de Europese Gemeenschappen en hun Lid-Staten, enerzijds, en het Koninkrijk Marokko, anderzijds
Het Koninkrijk België,
het Koninkrijk Denemarken,
de Bondsrepubliek Duitsland,
de Helleense Republiek,
het Koninkrijk Spanje,
de Franse Republiek,
Ierland,
de Italiaanse Republiek,
het Groothertogdom Luxemburg,
het Koninkrijk der Nederlanden,
de Republiek Oostenrijk,
de Portugese Republiek,
de Republiek Finland,
het Koninkrijk Zweden,
het Verenigd Koninkrijk van Groot-Brittannië en Noord-Ierland,
Verdragsluitende partijen bij het Verdrag tot oprichting van de Europese Gemeenschap en het Verdrag tot oprichting van de Europese Gemeenschap voor Kolen en Staal, hierna „Lid-Staten” te noemen, en
de Europese Gemeenschap,
de Europese Gemeenschap voor Kolen en Staal,
hierna „de Gemeenschap” te noemen, enerzijds, en
het Koninkrijk Marokko,
hierna „Marokko” te noemen, anderzijds,
Gelet op de nabijheid en de onderlinge afhankelijkheid van de Gemeenschap, haar Lid-Staten en het Koninkrijk Marokko, gebaseerd op de historische banden en hun gemeenschappelijke waarden;
Overwegende dat de Gemeenschap, de Lid-Staten en Marokko deze banden wensen te versterken en duurzame betrekkingen op basis van wederkerigheid, solidariteit, partnerschap en gezamenlijke ontwikkeling tot stand wensen te brengen;
Gelet op het belang dat de partijen hechten aan de eerbiediging van de beginselen van het Handvest van de Verenigde Naties, en in het bijzonder aan de eerbiediging van de mensenrechten en de politieke en economische vrijheden waarop de Associatie is gegrondvest;
Gelet op de politieke en economische ontwikkelingen van de laatste jaren op het Europese continent en in Marokko en de gezamenlijke verantwoordelijkheden die daaruit voortvloeien op het gebied van de stabiliteit, de veiligheid en de welvaart van het gehele Euro-mediterrane gebied;
Gelet op de belangrijke vorderingen van Marokko en het Marokkaanse volk bij de verwezenlijking van hun doelstellingen van volledige integratie van de Marokkaanse economie in de wereldeconomie en deelname aan de gemeenschap van democratische landen;
Zich bewust van het belang van de betrekkingen in de algemene Euro-mediterrane context, enerzijds, en van de doelstelling van integratie van de Maghreb-landen, anderzijds;
Verlangende de doelstellingen van deze associatie geheel te verwezenlijken door middel van de desbetreffende bepalingen van deze Overeenkomst, teneinde het niveau van economische en sociale ontwikkeling van de Gemeenschap en dat van Marokko dichter bij elkaar te brengen;
Zich bewust van het belang van deze overeenkomst, die berust op wederkerigheid van belangen, wederzijdse concessies, samenwerking en dialoog;
Verlangende een politiek overleg over bilaterale en internationale kwesties van wederzijds belang in te stellen en te verdiepen;
Rekening houdend met de bereidheid van de Gemeenschap Marokko aanzienlijke steun te verlenen in zijn streven naar hervorming en aanpassing op economisch vlak en naar sociale ontwikkeling;
Gelet op de keuze van zowel de Gemeenschap als Marokko voor vrijhandel in overeenstemming met de rechten en verplichtingen die voortvloeien uit de Algemene Overeenkomst inzake Tarieven en Handel (GATT), zoals deze in de Uruguay-Ronde tot stand is gebracht;
Verlangende een samenwerking in te stellen die steunt op een regelmatige dialoog op economisch, sociaal en cultureel gebied, met het oog op een beter wederzijds begrip;
Overtuigd dat deze Overeenkomst een geschikt kader vormt voor de ontplooiing van een partnerschap dat is gebaseerd op particulier initiatief, de historische keuze van zowel de Gemeenschap als het Koninkrijk Marokko, en een gunstig klimaat schept voor de ontwikkeling van hun economische en commerciële betrekkingen en voor investeringen, een onontbeerlijke factor voor de ondersteuning van economische herstructurering en technologische modernisering,
Zijn als volgt overeengekomen[Red: De oorspronkelijke Bijlagen en de Protocollen 1 en 3 bij de Overeenkomst en de Protocollen liggen ter inzage bij de Afdeling Verdragen van het Ministerie van Buitenlandse Zaken en zijn gepubliceerd in PbEG 2000, L 70, PbEU 2003, L 345 en PbEU 2005, L 242.]:
Artikel 1
Er wordt een associatie tot stand gebracht tussen de Gemeenschap en haar Lid-Staten, enerzijds, en Marokko anderzijds.
Deze associatie heeft ten doel:
- –. een passend kader tot stand te brengen voor de politieke dialoog tussen de partijen met het oog op het versterken van hun betrekkingen op alle terreinen die zij in het kader van een dergelijke dialoog van belang achten;
- –. de voorwaarden vast te leggen voor de geleidelijke liberalisering van het goederen-, diensten- en kapitaalverkeer;
- –. het bevorderen van de handel en van evenwichtige sociale en economische betrekkingen tussen de partijen, met name door middel van dialoog en samenwerking, teneinde de ontwikkeling en de welvaart van Marokko en de Marokkaanse bevolking te bevorderen;
- –. het aanmoedigen van de Maghrebijnse integratie door bevordering van de handel en samenwerking tussen Marokko en de landen in de regio;
- –. het bevorderen van de samenwerking op economisch, sociaal, cultureel en financieel gebied.
Artikel 2
De eerbiediging van de democratische beginselen en de fundamentele rechten van de mens, zoals neergelegd in de universele verklaring van de rechten van de mens, vormt de grondslag van het binnen- en buitenlands beleid van de Gemeenschap en Marokko en is een wezenlijk onderdeel van deze Overeenkomst.
TITEL I. POLITIEKE DIALOOG
Artikel 3
Er wordt een regelmatige politieke dialoog tussen de partijen ingesteld. Via deze dialoog kunnen tussen de partners duurzame, op solidariteit gebaseerde betrekkingen worden ingesteld, die zullen bijdragen aan de welvaart, de stabiliteit en de veiligheid van het Middellandse-Zeegebied en een klimaat van begrip en tolerantie tussen culturen zullen scheppen.
Doelstellingen van de dialoog en de politieke samenwerking zijn met name:
- a. de partijen nader tot elkaar te brengen door het ontwikkelen van beter wederzijds begrip en door regelmatig overleg over internationale vraagstukken van wederzijds belang;
- b. elke partij in staat te stellen het standpunt en de belangen van de andere partij in overweging te nemen;
- c. te werken aan de handhaving van de veiligheid en de stabiliteit in het Middellandse-Zeegebied en in de Maghreb in het bijzonder;
- d. het uitwerken van gemeenschappelijke initiatieven.
Artikel 4
De politieke dialoog heeft betrekking op alle onderwerpen van wederzijds belang en met name op de noodzakelijke voorwaarden voor het waarborgen van vrede, veiligheid en regionale ontwikkeling door het bevorderen van de samenwerking, met name binnen de Maghreb.
Artikel 5
De politieke dialoog wordt regelmatig en telkens wanneer nodig gehouden, en met name:
- a. op ministerieel niveau, voornamelijk in het kader van de Associatieraad;
- b. op het niveau van hoge functionarissen die Marokko vertegenwoordigen, enerzijds, en het Voorzitterschap van de Raad en de Commissie, anderzijds;
- c. met optimale gebruikmaking van de diplomatieke kanalen, in het bijzonder door middel van regelmatige briefings, overleg ter gelegenheid van internationale vergaderingen en contacten tussen diplomatieke vertegenwoordigers in derde landen;
- d. zo nodig met gebruikmaking van alle andere middelen die kunnen bijdragen tot de intensivering en doelmatigheid van deze dialoog.
TITEL II. VRIJ VERKEER VAN GOEDEREN
Artikel 6
De Gemeenschap en Marokko brengen in de loop van een overgangsperiode van ten hoogste 12 jaar, te beginnen bij de inwerkingtreding van deze overeenkomst, geleidelijk een vrijhandelszone tot stand, overeenkomstig de hierna omschreven bepalingen en in overeenstemming met de bepalingen van de Algemene Overeenkomst inzake Tarieven en Handel van 1994 en andere multilaterale overeenkomsten inzake de handel in goederen die opgenomen zijn in bijlagen bij de Overeenkomst tot oprichting van de Wereldhandelsorganisatie (WTO), hierna „GATT” te noemen.
HOOFDSTUK I. INDUSTRIEPRODUKTEN
Artikel 7
De bepalingen van dit hoofdstuk zijn van toepassing op producten van oorsprong uit de Europese Unie en Marokko, met uitzondering van de producten die zijn genoemd in de hoofdstukken 1 tot en met 24 van de gecombineerde nomenclatuur (GN) en in bijlage 1, punt 1, onder ii), bij de WTO-overeenkomst inzake de landbouw.
Artikel 8
Er worden geen nieuwe invoerrechten of heffingen van gelijke werking ingesteld in het handelsverkeer tussen de Gemeenschap en Marokko.
Artikel 9
Produkten van oorsprong uit Marokko worden bij invoer in de Gemeenschap toegelaten met vrijstelling van douanerechten of heffingen van gelijke werking.
Artikel 10
Vervallen
Artikel 11
De douanerechten en heffingen van gelijke werking die bij invoer in Marokko van toepassing zijn op produkten van oorsprong uit de Gemeenschap, met uitzondering van de in bijlagen 3, 4, 5 en 6 vermelde produkten, worden afgeschaft bij de inwerkingtreding van deze Overeenkomst.
De douanerechten en heffingen van gelijke werking die bij invoer in Marokko van toepassing zijn op produkten van oorsprong uit de Gemeenschap vermeld in bijlage 3, worden geleidelijk afgeschaft overeenkomstig het hierna volgende tijdschema:
Bij de inwerkingtreding van deze Overeenkomst worden alle rechten en heffingen verlaagd tot 75% van het basisrecht;
Een jaar na de inwerkingtreding van deze Overeenkomst worden alle rechten en heffingen verlaagd tot 50% van het basisrecht;
Twee jaar na de inwerkingtreding van deze Overeenkomst worden alle rechten en heffingen verlaagd tot 25% van het basisrecht;
Drie jaar na de inwerkingtreding van deze Overeenkomst worden alle rechten en heffingen afgeschaft.
De douanerechten en heffingen van gelijke werking die bij invoer in Marokko van toepassing zijn op de in bijlage 4 vermelde produkten van oorsprong uit de Gemeenschap, worden geleidelijk afgeschaft volgens onderstaande tijdschema's:
Voor de lijst in bijlage 4:
Drie jaar na de inwerkingtreding van deze Overeenkomst worden alle rechten en heffingen verlaagd tot 90% van het basisrecht;
Vier jaar na de inwerkingtreding van deze Overeenkomst worden alle rechten en heffingen verlaagd tot 80% van het basisrecht;
Vijf jaar na de inwerkingtreding van deze Overeenkomst worden alle rechten en heffingen verlaagd tot 70% van het basisrecht;
Zes jaar na de inwerkingtreding van deze Overeenkomst worden alle rechten en heffingen verlaagd tot 60% van het basisrecht;
Zeven jaar na de inwerkingtreding van deze Overeenkomst worden alle rechten en heffingen verlaagd tot 50% van het basisrecht;
Acht jaar na de inwerkingtreding van deze Overeenkomst worden alle rechten en heffingen verlaagd tot 40% van het basisrecht;
Negen jaar na de inwerkingtreding van deze Overeenkomst worden alle rechten en heffingen verlaagd tot 30% van het basisrecht;
Tien jaar na de inwerkingtreding van deze Overeenkomst worden alle rechten en heffingen verlaagd tot 20% van het basisrecht;
Elf jaar na de inwerkingtreding van deze Overeenkomst worden alle rechten en heffingen verlaagd tot 10% van het basisrecht;
Twaalf jaar na de inwerkingtreding van deze Overeenkomst worden alle rechten en heffingen afgeschaft.
Indien zich met betrekking tot een bepaald produkt ernstige problemen voordoen, kan het op de lijst in bijlage 4 van toepassing zijnde tijdschema in overleg worden herzien door het Associatiecomité, met dien verstande dat het tijdschema waarvoor de herziening is aangevraagd voor het betrokken produkt niet verder verlengd kan worden dan de maximale overgangsperiode van twaalf jaar. Indien het Comité geen besluit heeft genomen binnen dertig dagen na de kennisgeving van het verzoek van Marokko om herziening van het tijdschema, kan Marokko het tijdschema voorlopig opschorten voor een periode van maximaal een jaar.
Het basisrecht waarop de in de leden 2 en 3 vastgestelde achtereenvolgende verlagingen worden toegepast is voor elk produkt het op 1 januari 1995 daadwerkelijk ten opzichte van de Gemeenschap toegepaste recht.
Indien na 1 januari 1995 enige tariefverlaging op erga omnes grondslag wordt toegepast, treden de verlaagde rechten in de plaats van de in lid 5 bedoelde basisrechten, met ingang van de datum waarop de verlagingen toepassing vinden.
Marokko deelt de Gemeenschap zijn basisrechten mede.
Artikel 12
Marokko verbindt zich ertoe uiterlijk drie jaar na de inwerkingtreding van deze Overeenkomst de op 1 juli 1995 op de in bijlage 5 opgenomen produkten toegepaste referentieprijzen af te schaffen.
Deze referentieprijzen die van toepassing zijn op textielprodukten en kledingartikelen worden geleidelijk afgeschaft over een periode van drie jaar die ingaat op de datum van inwerkingtreding van deze Overeenkomst. Het tempo waarmee deze referentieprijzen worden afgeschaft garandeert een preferentieel voordeel voor produkten van oorsprong uit de Gemeenschap van ten minste 25% ten opzichte van de referentieprijzen die Marokko erga omnes toepast. In het geval dat deze preferentie niet kan worden gehandhaafd past Marokko een tariefverlaging toe op produkten van oorsprong uit de Gemeenschap. Deze tariefverlaging mag niet lager zijn dan 5% van de douanerechten en heffingen van gelijke werking die van toepassing zijn op de datum waarop zij van kracht wordt.
In het geval dat de verbintenissen van Marokko uit hoofde van de GATT voorzien in een kortere termijn voor de afschaffing van referentieprijzen bij invoer, is deze van toepassing.
De bepalingen van artikel 11 zijn niet van toepassing op de produkten vermeld in de lijsten 1 en 2 van bijlage 6, onverminderd de volgende bepalingen:
- a. Voor de produkten van lijst 1 zijn de bepalingen van artikel 19, lid 2, slechts van toepassing na het verstrijken van de overgangsperiode. Zij kunnen echter voor deze datum van toepassing worden door een besluit van de Associatieraad.
- b. De op de produkten van de lijsten 1 en 2 toegepaste regeling wordt drie jaar na de inwerkingtreding van deze Overeenkomst door de Associatieraad herzien.
Bij die herziening stelt de Associatieraad het tijdschema vast voor de tariefafbraak voor de produkten van lijst 6, met uitzondering van de produkten van postonderverdeling 630900.
Artikel 13
De bepalingen betreffende de afschaffing van de invoerrechten zijn eveneens van toepassing op de douanerechten van fiscale aard.
Artikel 14
Marokko mag in de vorm van verhoogde of opnieuw ingestelde douanerechten buitengewone maatregelen van beperkte duur nemen die afwijken van het bepaalde in artikel 11.
Dergelijke maatregelen mogen uitsluitend worden genomen ten behoeve van jonge industrieën of van bepaalde sectoren waarin herstructureringen plaatsvinden of die met grote moeilijkheden te kampen hebben, vooral wanneer deze moeilijkheden ernstige sociale gevolgen hebben.
De invoerrechten die krachtens deze maatregelen door Marokko worden toegepast ten aanzien van produkten van oorsprong uit de Gemeenschap mogen niet meer dan 25% ad valorem bedragen en dienen een preferentie voor produkten van oorsprong uit de Gemeenschap in te houden. De totale waarde van de ingevoerde produkten waarop dergelijke maatregelen van toepassing zijn mag niet meer bedragen dan 15% van de totale invoer van industrieprodukten uit de Gemeenschap gedurende het laatste jaar waarvoor statistische gegevens beschikbaar zijn.
Deze maatregelen gelden voor een periode van ten hoogste vijf jaar, tenzij het Associatiecomité de toepassing ervan over een langere periode toestaat. Zij treden uiterlijk bij het verstrijken van de maximale overgangsperiode van twaalf jaar buiten werking.
Deze maatregelen kunnen voor een bepaald produkt niet worden getroffen, indien meer dan drie jaren zijn verstreken sedert de afschaffing van alle rechten en kwantitatieve beperkingen of heffingen en maatregelen van gelijke werking die op het betrokken produkt van toepassing waren.
Marokko stelt de Associatieraad in kennis van alle buitengewone maatregelen die het voornemens is te treffen. Op verzoek van de Gemeenschap vindt vooraf overleg plaats over deze maatregelen en de sectoren waarop zij betrekking hebben. Indien het dergelijke maatregelen neemt, legt Marokko aan het Comité een tijdschema voor de afschaffing van de overeenkomstig dit artikel ingestelde douanerechten over. Dit tijdschema dient te voorzien in de geleidelijke afschaffing van deze rechten in gelijke jaarlijkse percentages, beginnende uiterlijk twee jaar nadat zij werden ingesteld. Het Associatiecomité kan een ander tijdschema vaststellen.
In afwijking van de bepalingen van lid 1, vierde alinea, kan het Associatiecomité, teneinde rekening te houden met moeilijkheden in verband met het oprichten van een nieuwe industrie, Marokko bij uitzondering toestaan de krachtens lid 1 genomen maatregelen te handhaven voor een periode van maximaal drie jaar na de overgangsperiode van twaalf jaar.
De raadpleging van dit document komt niet in de plaats van het lezen van het oorspronkelijke Staatsblad of de Staatscourant. Wij aanvaarden geen aansprakelijkheid voor eventuele onnauwkeurigheden die voortvloeien uit de omzetting van het origineel naar dit formaat.