Verdrag tot oprichting van het Internationaal Vaccinatie-Instituut

Type Verdrag
Publication 2022-11-16
State In force
Source BWB
Wijzigingsgeschiedenis JSON API

Overwegende dat het Initiatief tot Vaccinatie van Kinderen, (hierna te noemen „het CVI”) een coalitie is van regeringen, multi- en bilaterale organisaties, niet-gouvernementele organisaties met inbegrip van stichtingen en verenigingen, en de industrie die gericht is op het waarborgen van de beschikbaarheid van veilige, doeltreffende en betaalbare vaccins, de ontwikkeling en introductie van nieuwe en verbeterde vaccins en op het vergroten van de capaciteit van ontwikkelingslanden op het gebied van ontwikkeling, productie en gebruik van vaccins bij immunisatieprogramma's;

Overwegende dat ten tijde van het initiatief van het Ontwikkelingsprogramma van de Verenigde Naties (hierna te noemen „het UNDP”) de Republiek Korea ermee heeft ingestemd als gastland op te treden voor een nieuw op te richten instituut, het Internationaal Vaccinatie-instituut (hierna te noemen „het Instituut”), dat zich toelegt op het vergroten van de capaciteit van ontwikkelingslanden op het gebied van vaccintechnologie en vaccingerelateerde onderzoeks- en ontwikkelingsactiviteiten;

Overwegende dat de Partijen bij dit Verdrag het Instituut beschouwen als een instrument om bij te dragen tot de verwezenlijking van de doelstellingen van het CVI;

Overwegende dat de Partijen bij dit Verdrag de wens koesteren het Instituut de vorm te geven van een internationale organisatie met een passend bestuur, een rechtspersoonlijkheid en een gepaste internationale status, voorrechten en immuniteiten en andere noodzakelijke voorwaarden om het Instituut in staat te stellen doeltreffend te werken aan het verwezenlijken van zijn doelstellingen;

Overwegende dat de Partijen bij dit Verdrag het Instituut wensen op te richten als integrerend bestanddeel van het beleidskader, de strategie en de activiteiten van het CVI;

Zijn de ondertekenende Partijen het volgende overeengekomen:

Artikel I. Oprichting

Er wordt een onafhankelijke internationale organisatie opgericht met de naam „Internationaal Vaccinatie-instituut”. Dit Instituut functioneert in overeenstemming met het Statuut dat als een integrerend bestanddeel bij dit Verdrag is gevoegd.

Artikel II. Rechten, voorrechten en immuniteiten
1.

De Regering van de Republiek Korea verleent het Instituut dezelfde rechten, voorrechten en immuniteiten als die welke gewoonlijk worden toegekend aan soortgelijke internationale organisaties.

2.

Voorrechten en immuniteiten worden verleend aan de Leden van de Raad van Toezicht, de Directeur en het personeel van het Instituut zoals vastgelegd in de artikelen VIII, IX en XIII van het Statuut van het Instituut dat is bijgevoegd en aan deskundigen die opdrachten uitvoeren ten behoeve van het Instituut.

Artikel III. Depositaris

De Secretaris-Generaal van de Verenigde Naties is depositaris van dit Verdrag.

Artikel IV. Ondertekening

Dit Verdrag staat op het Hoofdkantoor van de Verenigde Naties te New York open voor ondertekening door alle Staten en intergouvernementele organisaties. Het blijft voor ondertekening open gedurende twee jaar vanaf 28 oktober 1996, tenzij deze termijn voor de afloop ervan door de depositaris wordt verlengd op verzoek van de Raad van Toezicht van het Instituut.

Artikel V. Bekrachtiging, aanvaarding en goedkeuring

Dit Verdrag dient te worden bekrachtigd, aanvaard of goedgekeurd door de ondertekenende Staten en intergouvernementele organisaties bedoeld in artikel IV.

Artikel VI. Toetreding

Na afloop van de in artikel IV genoemde termijn kan iedere Staat of intergouvernementele organisatie tot dit Verdrag toetreden behoudens goedkeuring van de Raad van Toezicht van het Instituut met gewone meerderheid van stemmen.

Artikel VII. Regeling van geschillen
1.

De Partijen streven ernaar geschillen over de uitlegging of de toepassing van dit Verdrag te regelen door middel van onderhandelingen of op elke andere onderling overeen te komen wijze.

2.

Indien het geschil niet binnen een termijn van negentig dagen nadat een der Partijen daarom heeft verzocht overeenkomstig het eerste lid is geregeld, wordt het op verzoek van een der Partijen voorgelegd aan een scheidsgerecht.

3.

Het scheidsgerecht wordt gevormd door drie scheidsmannen. Elke Partij kiest één scheidsman. De derde scheidsman, die voorzitter van het scheidsgerecht wordt, wordt door beide Partijen gezamenlijk gekozen. Indien het scheidsgerecht niet binnen drie maanden na het verzoek tot arbitrage is samengesteld, worden de nog niet aangewezen scheidsmannen benoemd door de President van het Internationale Hof van Justitie op verzoek van een der Partijen.

4.

Indien het presidentschap van het Internationale Hof van Justitie vacant is of de President op andere wijze niet in staat is zich van zijn taak te kwijten, of indien de President staatsburger is van een land dat Partij is bij het geschil, kan de bedoelde benoeming geschieden door de vice-president van het hof of, bij diens afwezigheid, door de rechter met de hoogste anciënniteit.

5.

Het scheidsgerecht bepaalt zijn eigen procedure tenzij de partijen anders overeenkomen.

6.

Het scheidsgerecht past de beginselen en regels van het internationale recht toe en zijn uitspraak is definitief en bindend voor beide Partijen.

Artikel VIII. Inwerkingtreding
1.

Dit Verdrag en het bijbehorende Statuut treden in werking onmiddellijk nadat drie akten van bekrachtiging, aanvaarding, goedkeuring of toetreding zijn nedergelegd bij de Secretaris-Generaal.

2.

Voor iedere Staat of intergouvernementele organisatie die een akte van bekrachtiging, aanvaarding, goedkeuring of toetreding nederlegt na de inwerkingtreding van dit Verdrag, treedt het Verdrag in werking op de eerste dag van de maand volgend op de datum waarop de desbetreffende akte is nedergelegd.

Artikel IX. Opzegging

Iedere Partij bij dit Verdrag kan dit Verdrag te allen tijde opzeggen door middel van een schriftelijke kennisgeving aan de depositaris. De beëindiging van de instemming door dit Verdrag te worden gebonden wordt van kracht drie maanden na de datum waarop de schriftelijke kennisgeving is ontvangen.

Artikel X. Beëindiging

Dit Verdrag wordt beëindigd drie maanden nadat het Instituut is opgeheven krachtens artikel XXI van het Statuut.

Artikel XI. Authentieke tekst

De authentieke tekst van dit Verdrag en het bijbehorende Statuut is gesteld in de Engelse taal.

Preambule

Het Internationale Vaccinatie-instituut wordt opgericht in de overtuiging dat de gezondheid van kinderen in ontwikkelingslanden aanzienlijk kan worden verbeterd door de ontwikkeling, de introductie en het gebruik van nieuwe en verbeterde vaccins en in de overtuiging dat deze vaccins dienen te worden ontwikkeld in een dynamische interactie tussen wetenschap, volksgezondheid en bedrijfsleven. Het Internationaal Vaccinatie-instituut dient een centrum van wetenschap te worden ten behoeve van het algemeen belang waar deze dynamische interactie kan plaatsvinden door middel van onderzoek, scholing, technische ondersteuning, dienstverlening en voorlichting.

Artikel I. Vestiging van de zetel

De zetel van het Instituut wordt gevestigd te Seoel, Republiek Korea. Deze locatie is gekozen in een onafhankelijke internationale procedure die op verzoek van het UNDP heeft plaatsgevonden in overeenstemming met de vereisten voor het verrichten van de taken en de verwezenlijking van de doelstellingen van het Instituut.

Artikel II. Status
1.

Het Instituut is een internationaal centrum voor onderzoek en ontwikkeling opgericht op initiatief van het UNDP, als deel van zijn bijdrage aan het CVI, een internationale beweging waarin organisaties, bedrijven, stichtingen en regeringen zijn verenigd en die zich toelegt op het waarborgen van de permanente beschikbaarheid van doeltreffende en betaalbare vaccins, en de ontwikkeling en introductie van nieuwe en verbeterde vaccins. Het Instituut functioneert als een autonome organisatie zonder winstoogmerk met een internationale status en zonder politieke overtuiging op het gebied van management, personeel en activiteiten. Het Instituut wordt uitsluitend opgericht ten behoeve van wetenschappelijke, educatieve en ontwikkelingsdoeleinden.

2.

Het Instituut heeft een volledige rechtspersoonlijkheid en heeft iedere rechtsbevoegdheid die nodig kan zijn voor het verrichten van zijn taken of het verwezenlijken van zijn doelstellingen.

Artikel III. Subsidiaire organen

Het Instituut kan op alle plaatsen binnen en buiten de Republiek Korea alle centra, kantoren of laboratoria opzetten die de Raad van Toezicht (hierna te noemen „de Raad") noodzakelijk acht voor de doelmatige uitvoering van zijn programma's en het verwezenlijken van zijn doelstellingen.

Artikel IV. Doelstellingen

Het Instituut draagt zorg voor de uitvoering van belangrijke wetenschappelijke taken binnen het kader van de algemene doelstellingen van het CVI. Dit betreft met name:

Artikel V. Uitgangspunten
1.

Het Instituut fungeert als een internationaal kennis- en informatiecentrum gericht op het ontwikkelen van deskundigheid op specifieke gebieden en het bieden van technische ondersteuning bij het onderzoek naar en de ontwikkeling van vaccins.

2.

De activiteiten van het Instituut worden afgestemd op die van andere openbare of particuliere, internationale en nationale instituten die soortgelijke doelstellingen hebben. De activiteiten worden, zo veel mogelijk, in samenwerking met deze instituten gepland en uitgevoerd. In het bijzonder werkt het Instituut nauw samen met de Wereldgezondheidsorganisatie (hierna te noemen „de WHO”) bij het bepalen van de technische en andere aspecten van het programma die verband houden met het mandaat van de WHO.

Artikel VI. Taken
1.

Het programma van het Instituut bestrijkt vier gebieden:

Het Instituut kan andere programmagebieden vaststellen die in overeenstemming zijn met zijn doelstellingen.

2.

Bij het realiseren van bovengenoemde doelstellingen en het nakomen van de verantwoordelijkheden, in overeenstemming met de geformuleerde uitgangspunten, wordt door het Instituut een breed scala van activiteiten ontplooid, waaronder:

3.

De programma's en plannen van het Instituut worden getoetst en goedgekeurd door de Raad, die daarbij rekening houdt met de behoeften van ontwikkelingslanden en ontwikkelde landen en het vermogen van het Instituut om aan deze behoeften te voldoen.

Artikel VII. Bevoegdheden
1.

Het Instituut krijgt de volgende bevoegdheden:

2.

Geen enkel deel van de inkomsten van het Instituut komt ten goede van of kan worden uitgekeerd aan de trustees, functionarissen of andere privé-personen, met uitzondering van de toestemming en de bevoegdheid van het Instituut om een redelijke vergoeding te betalen voor verleende diensten en betalingen en uitkeringen te doen ter verwezenlijking van de in artikel IV genoemde doelstellingen.

Artikel VIII. Organen

De organen van het Instituut zijn:

Artikel IX. Samenstelling van de Raad
1.

De Raad bestaat uit ten minste negen leden, die als volgt worden gekozen:

De raadpleging van dit document komt niet in de plaats van het lezen van het oorspronkelijke Staatsblad of de Staatscourant. Wij aanvaarden geen aansprakelijkheid voor eventuele onnauwkeurigheden die voortvloeien uit de omzetting van het origineel naar dit formaat.