Partnerschaps- en Samenwerkingsovereenkomst tussen de Europese Gemeenschappen en hun Lid-Staten, enerzijds, en de Republiek Azerbeidzjan, anderzijds

Type Verdrag
Publication 2016-08-01
State In force
Source BWB
artikelen 119
Wijzigingsgeschiedenis JSON API
3.

Onverminderd de verdere in deze Overeenkomst en met name in de artikelen 72 en 74 overeengekomen samenwerking vindt de wederzijdse bijstand tussen de administratieve autoriteiten in douanezaken van partijen plaats overeenkomstig de bepalingen van het aan deze Overeenkomst gehechte protocol.

Artikel 68. Statistische samenwerking

De samenwerking op dit gebied beoogt de ontwikkeling van een efficiënt statistisch systeem dat snel de betrouwbare statistieken kan leveren die nodig zijn bij de ondersteuning van en het toezicht op het proces van economische hervormingen en dat een bijdrage kan leveren aan de ontwikkeling van het particulier ondernemerschap in de Republiek Azerbeidzjan. De samenwerking strekt zich ook uit tot het gebied van de bescherming van vertrouwelijke gegevens.

Partijen werken met name op de volgende terreinen samen:

  • –. aanpassing van het statistisch systeem van Azerbeidzjan aan internationale methoden, normen en classificaties;
  • –. uitwisseling van statistische gegevens;
  • –. het leveren van de nodige statistische macro- en micro-economische gegevens om economische hervormingen uit te voeren en te beheren.

De bijdrage van de Gemeenschap om dit doel te verwezenlijken, bestaat in het leveren van technische bijstand aan de Republiek Azerbeidzjan.

Artikel 69. Economie

Partijen vergemakkelijken het proces van economische hervorming en de coördinatie van hun economisch beleid door hun samenwerking die gericht is op het verkrijgen van een beter inzicht in de grondslagen van hun respectieve economieën en de uitstippeling en tenuitvoerlegging van economisch beleid in markteconomieën. Daartoe wisselen partijen informatie uit over macro-economische resultaten en vooruitzichten. De Gemeenschap verstrekt technische bijstand om:

  • –. de Republiek Azerbeidzjan bij te staan in haar economisch hervormingsproces door het verstrekken van deskundige en technische adviezen,
  • –. samenwerking tussen economen aan te moedigen ten einde de overdracht van know-how voor de uitstippeling van economisch beleid te bespoedigen en te zorgen voor ruime verspreiding van onderzoek dat voor het beleid van belang kan zijn.

Artikel 70. Monetair beleid

Op verzoek van de Azerbeidzjaanse autoriteiten verstrekt de Gemeenschap technische bijstand ter ondersteuning van het streven van Azerbeidzjan naar de versterking van het eigen monetair stelsel en de invoering van de volledige convertibiliteit van de munteenheid.

Hiertoe behoren technische bijstand voor het opstellen en toepassen van het monetair en kredietbeleid van Azerbeidzjan, volledig gecoördineerd met de internationale financiële instellingen, voor de opleiding van personeel, en voor de ontwikkeling van de financiële markten, inclusief de beurs. Deze bijstand zal tevens een informele gedachtenwisseling over de beginselen en de werking van het Europees Monetair Stelsel en de EG-bepalingen inzake financiële markten en kapitaalverkeer omvatten.

TITEL VII. SAMENWERKING OP HET GEBIED VAN DEMOCRATIE EN MENSENRECHTEN

Artikel 71

De partijen werken samen in alle kwesties betreffende de instelling of versterking van democratische instellingen, inclusief die welke vereist zijn voor de versterking van de rechtsstaat, de bescherming van de mensenrechten en de fundamentele vrijheden overeenkomstig internationaal recht en OVSE-principes.

Deze samenwerking krijgt gestalte in programma's voor technische bijstand onder meer op het gebied van het opstellen van relevante wet- en regelgeving; de uitvoering van deze wetgeving; het functioneren van het gerecht; de rol van de Staat op juridisch gebied; de werking van het kiesstelsel. Zo nodig valt ook opleiding hieronder. De partijen bevorderen contacten en uitwisselingen tussen hun nationale, regionale en gerechtelijke autoriteiten, parlementsleden, en non-gouvernementele organisaties.

TITEL VIII. SAMENWERKING BIJ DE PREVENTIE VAN ILLEGALE ACTIVITEITEN EN DE PREVENTIE VAN EN CONTROLE OP ILLEGALE IMMIGRATIE

Artikel 72

De partijen werken samen bij het voorkomen van illegale activiteiten zoals:

  • –. illegale activiteiten in de economische sfeer, inclusief corruptie;
  • –. illegale transacties betreffende diverse goederen, inclusief industrie-afval;
  • –. namaak.

Samenwerking op bovengenoemde terreinen is gebaseerd op wederzijds overleg en nauwe interactie. Technische en administratieve bijstand kan worden verstrekt, onder meer op de volgende terreinen:

  • –. het opstellen van nationale wetgeving in de sfeer van preventie van illegale activiteiten;
  • –. het opzetten van informatiecentra;
  • –. het vergroten van de efficiëntie van instellingen die werkzaam zijn op het gebied van de preventie van illegale activiteiten;
  • –. het opleiden van personeel en het ontwikkeling1)[Red: Lees: ontwikkelen.] van onderzoeksinfrastructuur;
  • –. het uitwerken van wederzijds aanvaardbare maatregelen om illegale activiteiten te verhinderen.

Artikel 73. Het witwassen van geld

1.

Partijen zijn het eens over de noodzaak al het nodige te doen en samen te werken ten einde te voorkomen dat hun financiële systemen worden gebruikt voor het witwassen van inkomsten uit criminele activiteiten in het algemeen en drugsmisdrijven in het bijzonder.

2.

De samenwerking op dit gebied omvat administratieve en technische bijstand met het oog op de vaststelling van passende normen ter voorkoming van het witwassen van geld die gelijkwaardig zijn aan de in deze door de Gemeenschap en internationale fora, in het bijzonder de Financial Action Task Force (FATF), vastgestelde normen.

Artikel 74. Verdovende middelen

Partijen werken in het kader van hun respectieve bevoegdheden samen aan verhoging van de doelmatigheid en efficiëntie van het beleid en de maatregelen om de illegale produktie en levering van en de handel in verdovende middelen en psychotrope stoffen, inclusief voorkoming van het oneigenlijk gebruik van precursoren, tegen te gaan, alsmede aan bevordering van de preventie en terugdringing van de vraag naar verdovende middelen. De samenwerking op dit gebied is gebaseerd op onderling overleg en nauwe coördinatie tussen partijen over de doelstellingen en maatregelen op de verschillende met verdovende middelen verband houdende terreinen.

Artikel 75. Illegale immigratie

1.

De Lid-Staten en de Republiek Azerbeidzjan komen overeen samen te werken op het gebied van de preventie van en controle op illegale immigratie. Hiertoe:

  • –. zal de Republiek Azerbeidzjan haar onderdanen die illegaal aanwezig zijn op het grondgebied van een Lid-Staat op verzoek van deze Lid-Staat en zonder verdere formaliteiten opnieuw opnemen;
  • –. zal elke Lid-Staat zijn onderdanen, zoals gedefinieerd voor communautaire doeleinden, die illegaal aanwezig zijn op het grondgebied van de Republiek Azerbeidzjan op verzoek van Azerbeidzjan en zonder verdere formaliteiten opnieuw opnemen.

Hiertoe zullen de Lid-Staten en de Republiek Azerbeidzjan hun onderdanen van passende identiteitsdocumenten voorzien.

2.

De Republiek Azerbeidzjan komt overeen bilaterale overeenkomsten te sluiten met Lid-Staten die daarom verzoeken, waarbij specifieke verplichtingen worden geregeld voor wederopname, inclusief een verplichting voor de wederopname van onderdanen van andere landen en statenloze personen die vanuit de Republiek Azerbeidzjan op het grondgebied van een dergelijke Lid-Staat zijn aangekomen, of vanuit een dergelijke Lid-Staat op het grondgebied van de Republiek Azerbeidzjan zijn aangekomen.

3.

De Samenwerkingsraad onderzoekt welke gezamenlijke inspanningen gedaan kunnen worden voor de preventie van en de controle op illegale immigratie.

TITEL IX. CULTURELE SAMENWERKING

Artikel 76

Partijen verbinden zich ertoe culturele samenwerking te bevorderen en te vergemakkelijken. In voorkomend geval kunnen de culturele samenwerkingsprogramma's van de Gemeenschap of de programma's van een of meer Lid-Staten het voorwerp van samenwerking vormen en kunnen verdere activiteiten van wederzijds belang worden ontwikkeld.

Tot de samenwerking kunnen behoren:

  • –. het uitwisselen van informatie en ervaring in de sfeer van bescherming en onderhoud van monumenten en historische lokaties (architectonisch erfgoed),
  • –. culturele uitwisselingen tussen instellingen, kunstenaars en andere mensen die werkzaam zijn op het gebied van de kunst.

TITEL X. FINANCIËLE SAMENWERKING OP HET GEBIED VAN TECHNISCHE BIJSTAND

Artikel 77

Met het oog op de verwezenlijking van de doelstellingen van deze Overeenkomst en in overeenstemming met de artikelen 78, 79 en 80 komt de Republiek Azerbeidzjan in aanmerking voor tijdelijke financiële steun van de Gemeenschap die de vorm aanneemt van technische bijstand in de vorm van subsidies. Doel van deze bijstand is de economische hervorming van de Republiek Azerbeidzjan te bespoedigen.

Artikel 78

Deze financiële steun wordt geleverd in het kader van TACIS, zoals in de desbetreffende communautaire verordening van de Raad bepaald.

Artikel 79

De doelstellingen en terreinen van de financiële steun van de Gemeenschap worden vastgesteld in een indicatief programma dat een afspiegeling vormt van de door de twee partijen vast te stellen prioriteiten waarbij rekening wordt gehouden met de behoeften van de Republiek Azerbeidzjan, haar sectoriële opnemingscapaciteiten en de met de hervorming geboekte voortgang. Partijen stellen de Samenwerkingsraad van een en ander in kennis.

Artikel 80

Om optimaal profijt te kunnen trekken uit de beschikbare middelen zorgen partijen ervoor dat de technische bijstandsbijdragen van de Gemeenschap worden toegekend in nauwe coördinatie met die uit andere financieringsbronnen, zoals de Lid-Staten, andere landen en internationale organisaties, zoals de Internationale Bank voor Herstel en Ontwikkeling en de Europese Bank voor Wederopbouw en Ontwikkeling.

TITEL XI. INSTITUTIONELE, ALGEMENE EN SLOTBEPALINGEN

Artikel 81

Hierbij wordt een Samenwerkingsraad opgericht, die toezicht houdt op de tenuitvoerlegging van de Overeenkomst. Deze Samenwerkingsraad komt eens per jaar op ministersniveau bijeen. Hij behandelt alle belangrijke vraagstukken die zich in het kader van de Overeenkomst voordoen, en alle andere, bilaterale of internationale vraagstukken van gemeenschappelijk belang om de doelstellingen van deze Overeenkomst te bereiken. De Samenwerkingsraad kan tevens doelgerichte aanbevelingen doen in onderlinge overeenstemming tussen beide partijen.

Artikel 82

1.

De Samenwerkingsraad bestaat uit leden van de Raad van de Europese Unie en leden van de Commissie van de Europese Gemeenschappen enerzijds en uit leden van de regering van de Republiek Azerbeidzjan anderzijds.

2.

De Samenwerkingsraad stelt zijn eigen procedurevoorschriften vast.

3.

De Samenwerkingsraad wordt beurtelings voorgezeten door een vertegenwoordiger van de Gemeenschap en door een lid van de regering van de Republiek Azerbeidzjan.

Artikel 83

1.

De Samenwerkingsraad wordt bij de vervulling van zijn taken bijgestaan door een Samenwerkingscomité, bestaande uit vertegenwoordigers van de leden van de Raad van de Europese Unie en van leden van de Commissie van de Europese Gemeenschappen enerzijds, en uit vertegenwoordigers van de regering van de Republiek Azerbeidzjan anderzijds. Gewoonlijk zullen dit hooggeplaatste ambtenaren zijn. Het Samenwerkingscomité wordt beurtelings voorgezeten door de Gemeenschap en de Republiek Azerbeidzjan.

In zijn procedurevoorschriften zal de Samenwerkingsraad de taken van het Samenwerkingscomité bepalen. Deze omvatten onder meer de voorbereiding van de vergaderingen van de Samenwerkingsraad en de vaststelling van de werkwijze van het Comité.

2.

De Samenwerkingsraad mag ongeacht welke van zijn bevoegdheden aan het Samenwerkingscomité delegeren dat voor continuïteit zal zorgen tussen de vergaderingen van de Samenwerkingsraad.

Artikel 84

De Samenwerkingsraad kan besluiten ieder ander speciaal comité of lichaam dat hem bij de uitvoering van zijn taken kan helpen, op te richten en bepaalt de samenstelling en taken van dergelijke comités of lichamen en hoe zij zullen functioneren.

Artikel 85

Bij het onderzoek van ongeacht welke kwestie die zich voordoet in het kader van de Overeenkomst met betrekking tot een bepaling betreffende een artikel van de GATT/WTO houdt de Samenwerkingsraad zoveel mogelijk rekening met de algemeen gebruikelijke interpretatie van het artikel van de GATT/WTO in kwestie door de leden van de WTO.

Artikel 86

Er wordt een Parlementair Samenwerkingscomité opgericht. Dit zal als forum dienen, waar leden van het Parlement van de Republiek Azerbeidzjan en het Europees Parlement elkaar kunnen ontmoeten en met elkaar van gedachten kunnen wisselen. Het Comité komt met door hem zelf te bepalen tussenpozen bijeen.

Artikel 87

1.

Het Parlementaire Samenwerkingscomité bestaat uit leden van het Europees Parlement enerzijds, en uit leden van het Parlement van de Republiek Azerbeidzjan anderzijds.

2.

Het Parlementaire Samenwerkingscomité stelt zijn eigen procedurevoorschriften vast.

3.

Het Parlementaire Samenwerkingscomité wordt bij toerbeurt door het Europees Parlement en door het Parlement van de Republiek Azerbeidzjan voorgezeten, volgens de in zijn procedurevoorschriften op te nemen bepalingen.

Artikel 88

Het Parlementaire Samenwerkingscomité mag bij de Samenwerkingsraad ter zake doende inlichtingen over de tenuitvoerlegging van de Overeenkomst inwinnen. De Samenwerkingsraad verstrekt het Samenwerkingscomité de verlangde informatie.

Het Parlementaire Samenwerkingscomité wordt ingelicht over de aanbevelingen van de Samenwerkingsraad.

Het Parlementaire Samenwerkingscomité mag aanbevelingen doen aan de Samenwerkingsraad.

Artikel 89

1.

Binnen het toepassingsgebied van de Overeenkomst, beijvert elk van de partijen zich om ervoor te zorgen dat natuurlijke personen en rechtspersonen van de andere partij, zonder discriminatie ten opzichte van haar eigen onderdanen, toegang krijgen tot de ter zake bevoegde gerechtshoven en administratieve lichamen van beide partijen, ter bescherming van hun individuele rechten en hun eigendomsrechten, waaronder ook die betreffende intellectuele, industriële en commerciële eigendom.

2.

Binnen de grenzen van hun respectieve bevoegdheden zetten beide partijen zich in om:

  • –. arbitrage aan te moedigen bij geschillen die voortkomen uit handels- en samenwerkingstransacties tussen economische subjecten van de Gemeenschap en de Republiek Azerbeidzjan;
  • –. overeen te komen dat wanneer een geschil ter arbitrage wordt voorgelegd elke partij bij het geschil, behalve wanneer de regels van de arbitrage-instantie die door beide partijen is gekozen anders bepalen, haar eigen arbiter kiest, ongeacht diens nationaliteit en dat de voorzittende derde arbiter of de enige arbiter een ingezetene van een derde Staat mag zijn;
  • –. hun economische subjecten aan te bevelen in onderling overleg de wetgeving te kiezen die van toepassing is op hun contracten;
  • –. aan te moedigen dat een beroep wordt gedaan op de arbitragevoorschriften die zijn uitgewerkt door de Commissie van de Verenigde Naties inzake Internationaal Handelsrecht (Uncitral) en arbitrage door een andere instantie of staat die het verdrag hebben ondertekend over de erkenning en tenuitvoerlegging van buitenlandse arbitrale uitspraken dat op 10 juni 1958 in New York werd gesloten.

Artikel 90

Niets in de Overeenkomst zal een Overeenkomstsluitende Partij beletten maatregelen te nemen:

  • a. die zij nodig acht om de onthulling van informatie die tegen haar vitale veiligheidsbelangen indruist, te beletten;
  • b. die verband houden met de produktie van of de handel in wapens, munitie of oorlogsmateriaal of met onderzoek, ontwikkeling of produktie die absoluut vereist zijn voor verdedigingsdoeleinden, mits dergelijke maatregelen geen afbreuk doen aan de concurrentievoorwaarden voor produkten die niet voor specifiek militaire doeleinden bestemd zijn;
  • c. die zij van vitaal belang voor haar eigen veiligheid acht, in geval van ernstige binnenlandse beroeringen die de handhaving van recht en orde in gevaar brengen in tijden van oorlog of ernstige internationale spanningen die een oorlogsdreiging inhouden of om verplichtingen na te komen, die zij voor de instandhouding van de vrede en de internationale veiligheid is aangegaan;
  • d. die zij nodig acht om haar internationale verplichtingen en verbintenissen na te komen met betrekking tot de controle op het tweeledig gebruik van industriële goederen en technologieën.

Artikel 91

1.

Op de door de Overeenkomst bestreken terreinen en onverminderd eventueel daarin neergelegde bijzondere bepalingen geldt het volgende:

  • –. de regelingen die Azerbeidzjan ten opzichte van de Gemeenschap toepast zullen geen aanleiding geven tot discriminatie tussen de Lid-Staten, hun onderdanen dan wel hun bedrijven of firma's;
  • –. de regelingen die de Gemeenschap ten opzichte van Azerbeidzjan toepast zullen geen aanleiding geven tot discriminatie tussen onderdanen van Azerbeidzjan dan wel bedrijven of firma's uit de Republiek Azerbeidzjan.
2.

Het bepaalde in lid 1 doet geen afbreuk aan het recht van de Overeenkomstsluitende Partijen om de ter zake doende bepalingen van hun belastingwetgeving toe te passen op belastingplichtingen, die niet in dezelfde situatie verkeren ten aanzien van hun vaste woonplaats.

Artikel 92

1.

Elk van beide partijen mag ieder geschil dat verband houdt met de toepassing of de interpretatie van de Overeenkomst aan de Samenwerkingsraad voorleggen.

2.

De Samenwerkingsraad kan het geschil bij aanbeveling beslechten.

3.

Indien het geschil niet overeenkomstig lid 2 kan worden beslecht, mag elk van beide partijen de andere van de benoeming van een bemiddelaar in kennis stellen; de andere partij moet dan binnen twee maanden een tweede bemiddelaar benoemen. Voor de toepassing van deze procedure worden de Gemeenschap en haar Lid-Staten geacht één der beide partijen bij het geschil te zijn.

De Samenwerkingsraad benoemt een derde bemiddelaar.

De aanbevelingen van de bemiddelaars worden met meerderheid van stemmen genomen. Dergelijke aanbevelingen zijn niet bindend voor de Overeenkomstsluitende Partijen.

4.

De Samenwerkingsraad kan procedureregels opstellen voor geschillenbeslechting.

Artikel 93

De partijen komen overeen op verzoek van elk van de partijen onmiddellijk overleg te plegen via passende kanalen om kwesties met betrekking tot de interpretatie of tenuitvoerlegging van deze Overeenkomst en andere relevante aspecten van de betrekkingen tussen de partijen te bespreken.

De bepalingen van dit artikel doen geen afbreuk aan en gelden onverminderd de artikelen 14, 92 en 98.

Artikel 94

De behandeling van de Republiek Azerbeidzjan zal niet gunstiger zijn dan die welke de Lid-Staten onderling toepassen.

Artikel 95

In de Overeenkomst wordt onder de term „partijen" verstaan de Republiek Azerbeidzjan enerzijds en de Gemeenschap, of de Lid-Staten, of de Gemeenschap en de Lid-Staten, in overeenstemming met hun respectievelijke bevoegdheden, anderzijds.

Artikel 96

Het Verdrag inzake het Europees Energiehandvest en de protocollen daarvan zijn bij de inwerkingtreding van toepassing op zaken die onder deze Overeenkomst ressorteren en onder dit Verdrag en de protocollen daarvan vallen maar alleen in de mate waarin een dergelijke toepassing hierin is voorzien.

Artikel 97

De Overeenkomst wordt gesloten voor een aanvankelijke periode van tien jaar waarna de Overeenkomst automatisch telkens met een jaar wordt verlengd tenzij een van beide partijen de andere partij zes maanden voor de Overeenkomst verstrijkt schriftelijk in kennis stelt van opzegging.

Artikel 98

1.

De partijen treffen alle algemene of specifieke maatregelen die vereist zijn om aan hun verplichtingen krachtens deze Overeenkomst te voldoen. Zij zullen erop toezien dat de in deze Overeenkomst aangegeven doelstellingen worden bereikt.

2.

Indien een van beide partijen van mening is dat de andere partij een verplichting krachtens deze Overeenkomst niet is nagekomen, mag zij passende maatregelen treffen. Alvorens zulks te doen, verstrekt deze partij, behalve in bijzonder dringende gevallen, de Samenwerkingsraad alle ter zake doende gegevens die nodig zijn voor een grondig onderzoek van de situatie om een voor beide partijen aanvaardbare oplossing te vinden.

Bij de keuze van deze maatregelen moet voorrang worden gegeven aan die welke de goede werking van deze Overeenkomst het minst verstoren. Deze maatregelen worden onmiddellijk ter kennis van de Samenwerkingsraad gebracht, die daaromtrent overleg moet plegen indien de andere partij zulks verlangt.

Artikel 99

De bijlagen I, II, III, IV en V en het protocol maken integrerend onderdeel uit van de Overeenkomst.

Artikel 100

Totdat er onder de onderhavige Overeenkomst gelijkwaardige rechten zijn verworven voor zowel individuen als ondernemers, zal de Overeenkomst geen afbreuk doen aan rechten die hun worden verzekerd door bestaande overeenkomsten, welke bindend zijn voor één of meer Lid-Staten enerzijds, en voor de Republiek Azerbeidzjan anderzijds met uitzondering van gebieden die tot de bevoegdheid van de Gemeenschap behoren en zonder afbreuk te doen aan de verplichtingen van de Lid-Staten die voortvloeien uit deze Overeenkomst op gebieden die tot hun bevoegdheid behoren.

Artikel 101

De Overeenkomst is van toepassing, enerzijds, op de gebieden waar de Verdragen tot oprichting van de Europese Gemeenschap, de Europese Gemeenschap voor Kolen en Staal en de Europese Gemeenschap voor Atoomenergie van toepassing zijn en onder de in die Verdragen neergelegde voorwaarden, en, anderzijds, op het grondgebied van de Republiek Azerbeidzjan.

Artikel 102

Deze Overeenkomst zal worden gedeponeerd bij de Secretaris-Generaal van de Raad van de Europese Unie.

Artikel 103

De Overeenkomst is opgesteld in de Deense, de Duitse, de Engelse, de Finse, de Franse, de Griekse, de Italiaanse, de Nederlandse, de Portugese, de Spaanse, de Zweedse en de Azerbeidzjaanse taal, zijnde alle teksten gelijkelijk authentiek, en zal worden gedeponeerd bij de Secretaris-Generaal van de Raad van de Europese Unie.

Artikel 104

De Overeenkomst wordt door de Overeenkomstsluitende Partijen volgens hun eigen procedures goedgekeurd.

De Overeenkomst treedt in werking op de eerste dag van de tweede maand volgende op de dag waarop de partijen de Secretaris-Generaal van de Raad van de Europese Unie kennisgeving doen van het feit dat de in de eerste alinea bedoelde procedures zijn voltooid.

Bij haar inwerkingtreding vervangt deze Overeenkomst, wat de betrekkingen tussen de Republiek Azerbeidzjan en de Gemeenschap betreft, de Overeenkomst tussen de Europese Economische Gemeenschap, de Europese Gemeenschap voor Atoomenergie en de Unie van Socialistische Sovjetrepublieken inzake handel en commerciële en economische samenwerking die op 18 december 1989 in Brussel werd ondertekend.

Artikel 105

Indien de bepalingen van bepaalde onderdelen van deze Overeenkomst in afwachting van de voltooiing van de procedures die noodzakelijk zijn voor de inwerkingtreding van deze Overeenkomst in werking treden door middel van een Interimovereenkomst tussen de Gemeenschap en de Republiek Azerbeidzjan, komen de overeenkomstsluitende partijen overeen dat de term „datum van inwerkingtreding van de overeenkomst" in dat geval betekent de datum van inwerkingtreding van de Interimovereenkomst.

1

Artikel 42, lid 2, heeft betrekking op de hierna volgende multilaterale overeenkomsten:

2

De Samenwerkingsraad kan aanbevelen dat artikel 42, lid 2, van toepassing is op andere multilaterale overeenkomsten. Indien zich problemen voordoen op het gebied van de intellectuele, de industriële en de commerciële eigendom die gevolgen hebben voor de omstandigheden waaronder het handelsverkeer plaatsvindt, wordt op verzoek van een der Partijen ten spoedigste overleg gepleegd teneinde een voor beide Partijen bevredigende oplossing te vinden voor het probleem.

3

De partijen bevestigen het belang dat zij hechten aan de verplichtingen die voortvloeien uit de hiernavolgende multilaterale overeenkomsten:

4

Met ingang van de datum van inwerkingtreding van deze overeenkomst kent de Republiek Azerbeidzjan aan vennootschappen en onderdanen van de Gemeenschap wat de erkenning en de bescherming van intellectuele, industriële en commerciële eigendom betreft, een behandeling toe die niet minder gunstig is dan die welke dit land uit hoofde van bilaterale overeenkomsten aan enig ander derde land toekent.

5

De bepalingen van lid 4 zijn niet van toepassing op de voordelen die de Republiek Azerbeidzjan op een daadwerkelijke grondslag van reciprociteit aan enig derde land toekent of op de voordelen die de Republiek Azerbeidzjan aan een ander land van de voormalige Sowjet-Unie toekent.

Artikel 1. Definities

Voor de toepassing van dit protocol wordt verstaan onder:

  • a. douanewetgeving: de op het grondgebied van overeenkomstsluitende partijen geldende wettelijke of bestuursrechtelijke voorschriften betreffende de invoer, de uitvoer en de doorvoer van goederen en de plaatsing van goederen onder een douaneregeling, met inbegrip van verboden, beperkingen en controlemaatregelen;
  • b. verzoekende autoriteit: een bevoegde administratieve autoriteit die hiertoe door een overeenkomstsluitende partij is aangewezen en die een verzoek om administratieve bijstand in douanezaken indient;
  • c. aangezochte autoriteit: een bevoegde administratieve autoriteit die hiertoe door een overeenkomstsluitende partij is aangewezen en die een verzoek om administratieve bijstand in douanezaken ontvangt;
  • d. persoonlijke gegevens: informatie betreffende een geïdentificeerde of identificeerbare persoon.

Artikel 2. Werkingssfeer

1.

De overeenkomstsluitende partijen verlenen elkaar, op de gebieden die onder hun rechtsmacht vallen, bijstand, op de wijze en onder de voorwaarden vastgesteld in dit protocol, bij de preventie, de opsporing en het onderzoek van overtredingen van de douanewetgeving.

2.

De bijstand in douanezaken waarin dit protocol voorziet, geldt voor elke administratieve autoriteit van de overeenkomstsluitende partijen die bevoegd is voor de toepassing van dit protocol. De bijstand in douanezaken doet geen afbreuk aan de regels betreffende de wederzijdse bijstand in strafzaken en geldt niet voor informatie die is verkregen krachtens bevoegdheden die op verzoek van de rechterlijke autoriteiten worden uitgeoefend, tenzij deze autoriteiten hiermee instemmen.

Artikel 3. Bijstand op verzoek

1.

Op aanvraag van de verzoekende autoriteit verschaft de aangezochte autoriteit eerstgenoemde alle ter zake dienende informatie die deze nodig heeft voor de correcte toepassing van de douanewetgeving, met inbegrip van informatie betreffende vastgestelde of voorgenomen transacties die op deze wetgeving inbreuk maken of zouden kunnen maken.

2.

Op aanvraag van de verzoekende autoriteit deelt de aangezochte autoriteit haar mede of goederen die uit het grondgebied van een der overeenkomstsluitende partijen zijn uitgevoerd, op regelmatige wijze in de andere partij zijn ingevoerd, onder vermelding, in voorkomend geval, van de douaneregeling waaronder deze goederen zijn geplaatst.

3.

Op aanvraag van de verzoekende autoriteit zorgt de aangezochte autoriteit, binnen het kader van haar wetgeving, ervoor dat toezicht wordt gehouden op:

  • a. natuurlijke personen of rechtspersonen ten aanzien waarvan een gegrond vermoeden bestaat dat zij de douanewetgeving overtreden of overtreden hebben;
  • b. de plaats waar voorraden goederen op zodanige wijze zijn bijeengebracht dat er redenen zijn om aan te nemen dat zij bestemd zijn voor transacties die in strijd zijn met de douanewetgeving;
  • c. goederenbewegingen waarover wordt medegedeeld dat zij aanleiding kunnen geven tot overtredingen van de douanewetgeving;
  • d. vervoermiddelen ten aanzien waarvan een gegrond vermoeden bestaat dat zij voor het plegen van inbreuken op de douanewetgeving werden gebruikt, worden gebruikt of zouden kunnen worden gebruikt.

Artikel 4. Bijstand op eigen initiatief

De overeenkomstsluitende partijen verlenen elkaar, overeenkomstig hun wetten, voorschriften en andere rechtsinstrumenten, zonder voorafgaand verzoek bijstand indien zij zulks noodzakelijk achten voor de correcte toepassing van de douanewetgeving, in het bijzonder bij het verkrijgen van informatie omtrent:

  • –. transacties die een inbreuk vormen of lijken te vormen op deze wetgeving en die van belang kunnen zijn voor een andere overeenkomstsluitende partij;
  • –. nieuwe middelen of methoden die bij dergelijke transacties worden gebruikt;
  • –. goederen waarvan bekend is dat zij het voorwerp vormen van een overtreding van de douanewetgeving;
  • –. natuurlijke personen of rechtspersonen ten aanzien waarvan er gegronde redenen zijn om aan te nemen dat zij de douanewetgeving overtreden of hebben overtreden;
  • –. vervoermiddelen ten aanzien waarvan een gegrond vermoeden bestaat dat zij voor het plegen van inbreuken op de douanewetgeving werden gebruikt, worden gebruikt of zouden kunnen worden gebruikt.

Artikel 5. Afgifte van documenten/Kennisgeving van besluiten

Op aanvraag van de verzoekende autoriteit neemt de aangezochte autoriteit, overeenkomstig haar eigen wetgeving, de nodige maatregelen voor:

  • –. de afgifte van alle documenten,
  • –. de kennisgeving van alle besluiten,

waarop het bepaalde in dit protocol van toepassing is, aan een geadresseerde die op haar grondgebied verblijft of gevestigd is. In dergelijk geval is artikel 6, lid 3, van toepassing wat het verzoek zelf betreft.

Artikel 6. Vorm en inhoud van verzoeken om bijstand

1.

Verzoeken in het kader van dit protocol worden schriftelijk gedaan en gaan vergezeld van de bescheiden die voor de behandeling ervan noodzakelijk zijn. In spoedeisende gevallen kunnen verzoeken mondeling worden gedaan, mits zij onmiddellijk schriftelijk worden bevestigd.

2.

De overeenkomstig het bepaalde in lid 1 ingediende verzoeken bevatten de hierna volgende gegevens:

  • a. de naam van de verzoekende autoriteit;
  • b. de gevraagde maatregel;
  • c. het onderwerp en de reden van het verzoek;
  • d. de relevante wetten, regels en andere rechtsvoorschriften;
  • e. zo nauwkeurig en volledig mogelijke informatie betreffende de natuurlijke personen of rechtspersonen waarop het onderzoek betrekking heeft;
  • f. een overzicht van de relevante feiten en het reeds uitgevoerde onderzoek, behalve in de in artikel 5 bedoelde gevallen.
3.

De verzoeken worden ingediend in een officiële taal van de aangezochte autoriteit of in een voor deze aanvaardbare taal.

4.

Indien een verzoek niet in de juiste vorm wordt gedaan, kan om correctie of aanvulling worden verzocht. Er kunnen echter reeds conservatoire maatregelen worden genomen.

Artikel 7. Behandeling van verzoeken

1.

De aangezochte autoriteit behandelt verzoeken om bijstand, binnen de grenzen van haar bevoegdheden en de haar beschikbare middelen, alsof zij voor eigen rekening of in opdracht van een andere autoriteit van dezelfde overeenkomstsluitende partij handelde, door reeds beschikbare informatie te verstrekken en het nodige onderzoek te verrichten of te doen verrichten. Deze bepaling is ook van toepassing op de administratieve dienst waaraan het verzoek door de aangezochte autoriteit werd gericht indien deze laatste niet tot zelfstandig handelen bevoegd is.

2.

Verzoeken om bijstand worden behandeld overeenkomstig de wetten, regels en andere rechtsvoorschriften van de aangezochte overeenkomstsluitende partij.

3.

Gemachtigde ambtenaren van een overeenkomstsluitende partij kunnen met instemming van de andere betrokken overeenkomstsluitende partij en onder de voorwaarden die laatstgenoemde stelt, van de diensten van de aangezochte autoriteit of van een andere autoriteit die onder de aangezochte autoriteit ressorteert, informatie over transacties waarbij de douanewetgeving wordt of zou kunnen worden overtreden verkrijgen die de verzoekende autoriteit nodig heeft ter uitvoering van het bepaalde in dit protocol.

4.

Ambtenaren van een overeenkomstsluitende partij kunnen, met instemming van de andere betrokken overeenkomstsluitende partij, en onder de voorwaarden die laatstgenoemde stelt, aanwezig zijn bij onderzoek dat op het grondgebied van laatstgenoemde wordt verricht.

Artikel 8. Vorm waarin de informatie dient te worden verstrekt

1.

De aangezochte autoriteit deelt de uitslag van het ingestelde onderzoek aan de verzoekende autoriteit mede in de vorm van bescheiden, voor echt gewaarmerkte afschriften van bescheiden, rapporten en dergelijke.

2.

De in lid 1 bedoelde bescheiden kunnen worden vervangen door informatie die, in ongeacht welke vorm, met behulp van systemen voor automatische gegevensverwerking voor hetzelfde doel wordt verstrekt.

Artikel 9. Uitzonderingen op de verplichting tot het verlenen van bijstand

1.

De overeenkomstsluitende partijen kunnen de in dit protocol bedoelde bijstand weigeren wanneer het verlenen daarvan:

  • a. de soevereiniteit van de Republiek Azerbeidzjan of die van een Lid-Staat die uit hoofde van dit protocol om bijstand is gevraagd zou kunnen aantasten;
  • b. de openbare orde, veiligheid of andere wezenlijke belangen, in het bijzonder de in artikel 10, lid 2, genoemde gevallen, zou kunnen aantasten;
  • c. de toepassing inhoudt van deviezen- of belastingvoorschriften andere dan voorschriften inzake douanerechten; of
  • d. de schending zou inhouden van een industrieel geheim, een handelsgeheim of een beroepsgeheim.
2.

Wanneer de verzoekende autoriteit om een vorm van bijstand verzoekt die zij desgevraagd zelf niet zou kunnen verlenen, vermeldt zij dit in haar verzoek. De aangezochte autoriteit bepaalt zelf hoe zij op een dergelijk verzoek reageert.

3.

Indien bijstand wordt geweigerd, dienen het daartoe strekkende besluit en de redenen ervan onverwijld aan de verzoekende autoriteit te worden medegedeeld.

Artikel 10. Het uitwisselen van gegevens en geheimhouding

1.

Alle informatie, in welke vorm dan ook, die ter uitvoering van dit protocol is verstrekt, heeft een vertrouwelijk karakter, of is voor beperkte verspreiding bestemd, afhankelijk van de van toepassing zijnde voorschriften van elk van de partijen, en valt onder de geheimhoudingsplicht. Op deze informatie is de wetgeving van toepassing die op soortgelijke informatie van de ontvangende partij van toepassing is. Tevens zijn de ter zake geldende bepalingen van toepassing waaraan de communautaire instellingen zijn onderworpen.

2.

Persoonlijke gegevens mogen alleen worden verstrekt wanneer de ontvangende partij zich ertoe verbindt deze gegevens een op zijn minst equivalente bescherming te geven als die welke in dat specifieke geval wordt toegepast door de overeenkomstsluitende partij die de gegevens verstrekt.

3.

De verkregen informatie mag uitsluitend worden gebruikt voor de in dit protocol omschreven doeleinden. Een partij mag deze informatie slechts voor andere doeleinden gebruiken na schriftelijke toestemming van de administratieve autoriteit die ze heeft verstrekt. Voorts gelden voor deze informatie de door deze autoriteit vastgestelde beperkingen.

4.

Het bepaalde in lid 3 vormt geen beletsel voor het gebruik van informatie in gerechtelijke of administratieve procedures die achteraf worden ingesteld wegens niet-naleving van de douanewetgeving. De bevoegde autoriteit die de informatie heeft verstrekt wordt van een dergelijk gebruik in kennis gesteld.

5.

De partijen kunnen de overeenkomstig het bepaalde in dit protocol verkregen informatie en geraadpleegde bescheiden als bewijsmateriaal gebruiken in hun rapporten, getuigenverklaringen en in gerechtelijke procedures.

Artikel 11. Deskundigen en getuigen

1.

Een onder een aangezochte autoriteit ressorterende ambtenaar kan worden gemachtigd, binnen de beperkingen van de hem verleende machtiging, in het rechtsgebied van de andere overeenkomstsluitende partij als getuige of deskundige op te treden in gerechtelijke of administratieve procedures die betrekking hebben op aangelegenheden waarop dit protocol van toepassing is en daarbij de voor deze procedures noodzakelijk voorwerpen, bescheiden of voor echt gewaarmerkte afschriften van bescheiden voor te leggen. In de convocatie dient uitdrukkelijk te worden vermeld over welk onderwerp en in welke functie of hoedanigheid de betrokken ambtenaar zal worden ondervraagd.

2.

De gemachtigde ambtenaar geniet de door bestaande wetgeving aan ambtenaren van de verzoekende autoriteit op haar grondgebied verleende bescherming.

Artikel 12. Kosten van de bijstand

De partijen brengen elkaar geen kosten in rekening voor uitgaven die ter uitvoering van dit protocol zijn gemaakt, met uitzondering, in voorkomend geval, van de uitgaven voor deskundigen, getuigen, tolken en vertalers die niet in overheidsdienst zijn.

Artikel 13. Toepassing

1.

De centrale douane-autoriteiten van Azerbeidzjan, enerzijds, en de bevoegde diensten van de Commissie van de Europese Gemeenschappen en, in voorkomend geval, de douane-autoriteiten van de Lid-Staten, anderzijds, zijn belast met de toepassing van dit protocol. Deze instanties stellen alle praktische maatregelen en regelingen voor de toepassing van dit protocol vast, met inachtneming van de voorschriften op het gebied van de gegevensbescherming. Zij kunnen de bevoegde instanties aanbevelingen doen voor wijzigingen die huns inziens in dit protocol dienen te worden aangebracht.

2.

De overeenkomstsluitende partijen raadplegen elkaar en stellen elkaar vervolgens in kennis van alle uitvoeringsbepalingen die overeenkomstig de bepalingen van dit protocol worden genomen.

Artikel 14. Complementariteit

1.

Onverminderd artikel 10 doet geen overeenkomst inzake wederzijdse bijstand die tussen een of meer Lid-Staten van de Europese Gemeenschappen en de Republiek Azerbeidzjan gesloten is afbreuk aan de communautaire voorschriften betreffende de uitwisseling tussen de bevoegde diensten van de Commissie en de douane-autoriteiten van de Lid-Staten van informatie over douanezaken die voor de Gemeenschap van belang kan zijn.

De gevolmachtigden van:

Het Koninkrijk België,

het Koninkrijk Denemarken,

de Bondsrepubliek Duitsland,

de Helleense Republiek,

het Koninkrijk Spanje,

de Franse Republiek,

Ierland,

de Italiaanse Republiek,

het Groothertogdom Luxemburg,

het Koninkrijk der Nederlanden,

de Republiek Oostenrijk,

de Portugese Republiek,

de Republiek Finland,

het Koninkrijk Zweden,

het Verenigd Koninkrijk van Groot-Brittannië en Noord-Ierland,

Verdragsluitende Partijen bij het Verdrag tot oprichting van de Europese Gemeenschap, het Verdrag tot oprichting van de Europese Gemeen-schap voor Kolen en Staal en het Verdrag tot oprichting van de Europese Gemeenschap voor Atoomenergie,

hierna „de Lid-Staten” te noemen, en van

de Europese Gemeenschap, de Europese Gemeenschap voor Kolen en Staal en de Europese Gemeenschap voor Atoomenergie, hierna „de Gemeenschap” te noemen,

enerzijds, en

de gevolmachtigden van de Republiek Azerbeidzjan

anderzijds,

bijeengekomen te Luxemburg, op 22.04.1996, voor de ondertekening van de Partnerschaps- en samenwerkingsovereenkomst waarbij een partnerschap tot stand wordt gebracht tussen de Europese Gemeenschappen en hun Lid-Staten, enerzijds, en de Republiek Azerbeidzjan, anderzijds, hierna „de Partnerschaps- en samenwerkingsovereenkomst” te noemen, hebben de volgende teksten aangenomen:

GEDAAN te Luxemburg, de tweeëntwintigste april negentienhonderd zesennegentig.

De raadpleging van dit document komt niet in de plaats van het lezen van het oorspronkelijke Staatsblad of de Staatscourant. Wij aanvaarden geen aansprakelijkheid voor eventuele onnauwkeurigheden die voortvloeien uit de omzetting van het origineel naar dit formaat.

Deze tekst wordt gepubliceerd onder de eigen hergebruiksvoorwaarden van BWB, niet onder een licentie van Legalize of van het publieke domein. BWB
CC0 1.0 Universeel (publiek domein)