Verdrag betreffende het aannemen van eenvormige voorwaarden voor periodieke technische keuringen van motorvoertuigen en de wederzijdse erkenning van dergelijke keuringen

Type Verdrag
Publication 2007-07-04
State In force
Source BWB
Wijzigingsgeschiedenis JSON API

Preambule

De Verdragsluitende Partijen,

Erkennende de toename van het wegverkeer en de daaruit voortvloeiende gevaren en overlast, hetgeen alle Verdragsluitende Partijen op het gebied van veiligheid en milieu voor problemen van dezelfde aard en ernst stelt;

Geleid door de wens een grotere eenvormigheid van de regelgeving inzake het wegverkeer in Europa tot stand te brengen en een hoger niveau van veiligheid en milieubescherming te verzekeren;

Geleid door de wens hiertoe eenvormige voorwaarden terzake van periodieke technische keuringen van motorvoertuigen vast te stellen waaraan deze voertuigen ten minste moeten voldoen om in hun Staten te worden goedgekeurd;

In aanmerking nemende dat de tijd die nodig is om deze periodieke technische keuringen van bepaalde motorvoertuigen uit te voeren en de hiermee verbonden uitgaven factoren zijn die van invloed kunnen zijn op de mededingingsomstandigheden tussen wegtransportondernemers op het grondgebied van de Verdragsluitende Partijen; in aanmerking nemende dat de huidige keuringssystemen per grondgebied verschillen;

In aanmerking nemende dat het derhalve noodzakelijk is de keuringsfrequentie en de zaken die verplicht moeten worden gecontroleerd zoveel mogelijk op elkaar af te stemmen;

In aanmerking nemende dat bij het vaststellen van een datum voor de toepassing van de in dit Verdrag bedoelde maatregelen rekening dient te worden gehouden met de tijd die nodig is voor het opstellen van de administratieve en technische regelingen die vereist zijn voor het verrichten van de controles of voor het uitbreiden van de werkingssfeer daarvan;

Zijn het volgende overeengekomen:

Artikel 1

De Verdragsluitende Partijen stellen Voorschriften vast voor periodieke technische keuringen van motorvoertuigen die op hun grondgebied zijn geregistreerd en erkennen de overeenkomstig deze Voorschriften uitgevoerde keuringen wederzijds. De Voorschriften worden vastgesteld door tussenkomst van een Commissie van beheer bestaande uit alle Verdragsluitende Partijen in overeenstemming met het in Aanhangsel 1 opgenomen Voorschrift van orde en ingevolge de hiernavolgende leden en artikelen.

Voor de toepassing van dit Verdrag:

wordt onder de term „motorvoertuigen" verstaan ieder motorvoertuig en de daarbij behorende aanhangwagen;

wordt onder de term „technische keuring" verstaan de keuring van alle uitrustingsstukken en onderdelen die worden gebruikt op motorvoertuigen en waarvan de eigenschappen verband houden met verkeersveiligheid, milieubescherming en energiebesparing; onder de term „Voorschriften voor periodieke technische keuringen van motorvoertuigen" wordt verstaan bepalingen inzake het bewijs van de eenvormige periodieke administratieve procedure door middel waarvan de bevoegde autoriteiten van een Verdragsluitende Partij verklaren, nadat de vereiste toetsingen hebben plaatsgevonden, dat het motorvoertuig voldoet aan de eisen van de desbetreffende Voorschriften. Als bewijs kan dienen een technisch keuringsbewijs, waarvan het model is opgenomen in Aanhangsel 2 bij dit Verdrag.

Artikel 2
1.

Nadat een Voorschrift is opgesteld in overeenstemming met de in Aanhangsel 1 opgenomen procedure, wordt de tekst hiervan door de Commissie van beheer medegedeeld aan de Secretaris-Generaal van de Verenigde Naties, hierna te noemen „Secretaris-Generaal”. De Secretaris-Generaal stelt zo spoedig mogelijk daarna de Verdragsluitende Partijen van dit Voorschrift in kennis.

Het Voorschrift wordt geacht te zijn aangenomen, tenzij binnen een termijn van zes maanden na kennisgeving door de Secretaris-Generaal meer dan een derde van de Verdragsluitende Partijen die op het tijdstip van de kennisgeving Verdragsluitende Partij waren, de Secretaris-Generaal hebben medegedeeld dat zij het met het Voorschrift niet eens zijn.

Het Voorschrift omvat:

Het Voorschrift kan, waar nodig, verwijzen naar de door de bevoegde autoriteiten erkende testcentra waar de keuringen van motorvoertuigen kunnen plaatsvinden.

2.

Wanneer een Voorschrift is aangenomen, stelt de Secretaris-Generaal alle Verdragsluitende Partijen zo spoedig mogelijk hiervan in kennis, waarbij hij aangeeft welke Verdragsluitende Partijen bezwaar hebben gemaakt en ten aanzien van welke Verdragsluitende Partijen het Voorschrift niet in werking treedt.

3.

Het aangenomen Voorschrift treedt op de daarin vermelde datum of data als Voorschrift behorend bij dit Verdrag in werking ten aanzien van alle Verdragsluitende Partijen die geen kennis hebben gedaan het hiermee niet eens te zijn.

4.

Elke nieuwe Verdragsluitende Partij kan, wanneer zij haar akte van toetreding nederlegt, verklaren dat zij niet gebonden is door bepaalde Voorschriften, op dat tijdstip behorend bij dit Verdrag, of dat zij door geen enkele daarvan is gebonden. Indien op dat tijdstip de werkwijze geregeld in het eerste, tweede en derde lid van dit artikel voor een ontwerp-voorschrift wordt gevolgd, deelt de Secretaris-Generaal dit ontwerp aan de nieuwe Verdragsluitende Partij mede en het ontwerp treedt ten aanzien van de nieuwe Verdragsluitende Partij slechts in werking als Voorschrift onder de voorwaarden genoemd in het derde lid van dit artikel, waarbij de termijnen worden gerekend vanaf de datum waarop aan die Partij het ontwerp is medegedeeld. De Secretaris-Generaal deelt aan alle Verdragsluitende Partijen de datum van deze inwerkingtreding mede. Hij deelt hun eveneens mede alle verklaringen die de Verdragsluitende Partijen betreffende het niet toepassen van bepaalde Voorschriften ingevolge dit lid hebben afgelegd.

5.

Elke Verdragsluitende Partij die een Voorschrift toepast, kan te allen tijde, met een termijn van een jaar, de Secretaris-Generaal ervan in kennis stellen dat haar bevoegde autoriteiten dit Voorschrift niet langer zullen toepassen. De Secretaris-Generaal deelt deze kennisgeving aan de andere Verdragsluitende Partijen mede.

6.

Elke Verdragsluitende Partij die een Voorschrift niet toepast, kan te allen tijde de Secretaris-Generaal ervan in kennis stellen dat zij dit Voorschrift voortaan wenst toe te passen; het Voorschrift treedt ten aanzien van deze Partij in werking op de zestigste dag na deze kennisgeving. De Secretaris-Generaal geeft aan alle Verdragsluitende Partijen kennis van iedere inwerkingtreding van een Voorschrift ten aanzien van een nieuwe Verdragsluitende Partij, welke zich voordoet ingevolge dit lid.

7.

De Verdragsluitende Partijen ten aanzien van wie een Voorschrift van kracht is, worden in dit Verdrag verder genoemd „Verdragsluitende Partijen die een Voorschrift toepassen”.

8.

De Voorschriften gehecht aan dit Verdrag als Aanhangsels vormen een integrerend deel daarvan.

Artikel 3

De procedure van wijziging van de Voorschriften gehecht aan dit Verdrag, wordt beheerst door de volgende bepalingen:

1.

Wijzigingen van Voorschriften worden vastgesteld door de Commissie van beheer overeenkomstig de artikelen 1 en 2 en overeenkomstig de in Aanhangsel 1 beschreven procedure. Nadat een wijziging van een Voorschrift is vastgesteld, wordt deze door de Commissie van beheer medegedeeld aan de Secretaris-Generaal. Zo spoedig mogelijk daarna stelt de Secretaris-Generaal aan de Verdragsluitende Partijen die het Voorschrift toepassen in kennis van deze wijziging.

2.

Een wijziging van een Voorschrift wordt geacht te zijn aangenomen, tenzij binnen zes maanden na de kennisgeving daarvan door de Secretaris-Generaal meer dan een derde van de Verdragsluitende Partijen die het Voorschrift op het tijdstip van de kennisgeving toepassen bij de Secretaris-Generaal bezwaar heeft gemaakt tegen de wijziging. Indien de Secretaris-Generaal na het verstrijken van deze periode geen verklaringen van bezwaar heeft ontvangen van meer dan een derde van de Verdragsluitende Partijen die het Voorschrift toepassen, verklaart de Secretaris-Generaal zo spoedig mogelijk dat de wijziging is aangenomen en bindend is ten aanzien van de Verdragsluitende Partijen die het Voorschrift toepassen en die tegen de wijziging geen bezwaar hebben gemaakt. Wanneer een Voorschrift wordt gewijzigd en ten minste een vijfde van de Verdragsluitende Partijen die het ongewijzigde Voorschrift toepassen vervolgens verklaren dat zij het ongewijzigde Voorschrift willen blijven toepassen, wordt het ongewijzigde Voorschrift beschouwd als een alternatieve versie van het gewijzigde Voorschrift en wordt het met ingang van het tijdstip van aanneming of inwerkingtreding van de wijziging als zodanig formeel opgenomen in het Voorschrift. In dit geval zijn de verplichtingen van de Verdragsluitende Partijen die het Voorschrift toepassen dezelfde als de verplichtingen bedoeld in het eerste lid.

3.

In het geval dat een nieuwe Verdragsluitende Partij tot dit Verdrag toetreedt tussen de kennisgeving door de Secretaris-Generaal van de wijziging van een Voorschrift en de inwerkingtreding van die wijziging, kan het desbetreffende Voorschrift ten aanzien van deze Verdragsluitende Partij niet eerder in werking treden dan twee maanden nadat deze Partij de wijziging formeel aanvaard heeft, dan wel twee maanden na het verstrijken van een termijn van zes maanden na de mededeling door de Secretaris-Generaal aan deze Partij van de voorgestelde wijziging.

Artikel 4
1.

De Staten welke lid zijn van de Economische Commissie voor Europa, de Staten welke overeenkomstig paragraaf 8 van het mandaat van deze Commissie met adviserende bevoegdheid tot de Commissie zijn toegelaten, alsmede de organisaties voor regionale economische integratie die zijn opgericht door de Staten welke lid zijn van de Economische Commissie voor Europa en die van hun lidstaten bevoegdheden hebben gekregen op gebieden als bedoeld in dit Verdrag, met inbegrip van de bevoegdheid besluiten te nemen die ten aanzien van hun lidstaten bindend zijn, kunnen Verdragsluitende Partij worden bij dit Verdrag.

Voor het vaststellen van het aantal stemmen bedoeld in artikel 2, eerste lid, en artikel 3, tweede lid, bezitten de organisaties voor regionale economische integratie over een aantal stemmen dat gelijk is aan het aantal stemmen van hun lidstaten welke lid zijn van de Economische Commissie voor Europa.

2.

De Staten welke lid zijn van de Verenigde Naties en ingevolge paragraaf 11 van het mandaat van de Economische Commissie voor Europa in aanmerking komen om aan bepaalde werkzaamheden van deze Commissie deel te nemen, en de organisaties voor regionale economische integratie welke van hun lidstaten bevoegdheden hebben gekregen op gebieden als bedoeld in dit Verdrag, met inbegrip van de bevoegdheid besluiten te nemen die ten aanzien van hun lidstaten bindend zijn, kunnen Verdragsluitende Partij bij dit Verdrag worden.

Voor het vaststellen van het aantal stemmen bedoeld in artikel 2, eerste lid, en artikel 3, tweede lid, bezitten de organisaties voor regionale economische integratie over een aantal stemmen dat gelijk is aan het aantal stemmen van hun lidstaten welke lid zijn van de Verenigde Naties.

3.

Staten als bedoeld in het eerste en tweede lid van dit artikel kunnen Verdragsluitende Partij bij het Verdrag worden:

4.

De bekrachtiging of toetreding geschiedt door nederlegging van een akte bij de Secretaris-Generaal van de Verenigde Naties.

5.

Het Verdrag staat van 13 november 1997 tot en met 30 juni 1998 open voor ondertekening. Na deze datum staat het Verdrag open voor toetreding.

Artikel 5
1.

Dit Verdrag treedt in werking op de zestigste dag nadat vijf van de in het eerste lid van artikel 4 bedoelde Staten het Verdrag hebben ondertekend zonder voorbehoud van bekrachtiging of hun akte van bekrachtiging of van toetreding hebben nedergelegd.

2.

Ten aanzien van elke Staat die het Verdrag bekrachtigt of tot het Verdrag toetreedt nadat het in werking is getreden, treedt dit Verdrag in werking op de zestigste dag na de nederlegging van de akte van bekrachtiging of toetreding van de genoemde Staat.

Artikel 6
1.

Elke Verdragsluitende Partij kan dit Verdrag opzeggen door een tot de Secretaris-Generaal der Verenigde Naties gerichte kennisgeving.

2.

De opzegging wordt van kracht twaalf maanden na de datum van ontvangst door de Secretaris-Generaal van de kennisgeving van opzegging.

Artikel 7
1.

Elke Staat kan, ten tijde van de ondertekening van dit Verdrag zonder voorbehoud van bekrachtiging of bij de nederlegging van zijn akte van bekrachtiging of toetreding of te eniger tijd daarna, door middel van een tot de Secretaris-Generaal der Verenigde Naties gerichte kennisgeving verklaren dat dit Verdrag van toepassing zal zijn op alle of een deel van de gebieden voor welker internationale betrekkingen het verantwoordelijk is. Het Verdrag is van toepassing op het gebied of de gebieden in de kennisgeving vermeld met ingang van de zestigste dag na ontvangst door de Secretaris-Generaal van deze kennisgeving of, indien op die dag het Verdrag nog niet in werking is getreden, met ingang van de datum van de inwerkingtreding van het Verdrag.

2.

Elke Staat die overeenkomstig het eerste lid van dit artikel een verklaring heeft afgelegd waardoor dit Verdrag van toepassing wordt op een gebied voor welker internationale betrekkingen het verantwoordelijk is, kan het Verdrag met betrekking tot dit gebied afzonderlijk opzeggen, overeenkomstig de bepalingen van artikel 6.

Artikel 8
1.

Elk geschil tussen twee of meer Verdragsluitende Partijen betreffende de uitlegging of de toepassing van dit Verdrag zal zoveel mogelijk worden beslecht door middel van onderhandelingen tussen de betrokken Partijen.

2.

Elk geschil dat niet is beslecht door middel van onderhandelingen wordt onderworpen aan een scheidsrechterlijke uitspraak, indien een der betrokken Verdragsluitende Partijen zulks verzoekt, en wordt dienovereenkomstig verwezen naar een of meer scheidsrechters die door de betrokken Partijen in gemeen overleg zijn gekozen. Indien binnen drie maanden na de datum van het verzoek om een scheidsrechterlijke uitspraak de betrokken Partijen niet tot overeenstemming zijn gekomen omtrent de keuze van een of meer scheidsrechters, kan een van die Partijen de Secretaris-Generaal van de Verenigde Naties verzoeken één scheidsrechter aan te wijzen, naar wie het geschil ter beslechting zal worden verwezen.

3.

De uitspraak van de overeenkomstig het tweede lid van dit artikel aangewezen scheidsrechter of scheidsrechters zal bindend zijn voor de betrokken Verdragsluitende Partijen.

Artikel 9
1.

Elke Verdragsluitende Partij kan op het tijdstip waarop zij dit Verdrag ondertekent of bekrachtigt of tot dit Verdrag toetreedt, verklaren dat zij zich niet gebonden acht aan artikel 8 van het Verdrag. De andere Verdragsluitende Partijen zijn niet gebonden aan artikel 8 tegenover elke Verdragsluitende Partij die een zodanig voorbehoud heeft gemaakt.

2.

Elke Verdragsluitende Partij die overeenkomstig het eerste lid van dit artikel een voorbehoud heeft gemaakt, kan te allen tijde dit voorbehoud intrekken door een tot de Secretaris-Generaal van de Verenigde Naties gerichte kennisgeving.

3.

Geen ander voorbehoud met betrekking tot dit Verdrag of de daarbij aangehechte Voorschriften is toegelaten, maar elke Verdragsluitende Partij kan overeenkomstig artikel 2 verklaren dat zij bepaalde Voorschriften niet toepast dan wel geen enkel Voorschrift toepast.

Artikel 10

De procedure van wijziging van de tekst van dit Verdrag en van de daaraan gehechte Aanhangsels wordt geregeld door de volgende bepalingen:

1.

Elke Verdragsluitende Partij kan een of meer wijzigingen van dit Verdrag of van de daaraan gehechte Aanhangsels voorstellen. De tekst van elke voorgestelde wijziging van dit Verdrag en van de daaraan gehechte Aanhangsels wordt toegezonden aan de Secretaris-Generaal, die deze tekst mededeelt aan alle Verdragsluitende Partijen en ter kennis brengt van de andere in het eerste lid van artikel 4 bedoelde Staten.

2.

Elke voorgestelde wijziging welke is toegezonden overeenkomstig het eerste lid van dit artikel wordt geacht te zijn aanvaard, indien geen der Verdragsluitende Partijen binnen zes maanden na de datum waarop de Secretaris-Generaal de voorgestelde wijziging heeft toegezonden bezwaar heeft gemaakt.

De raadpleging van dit document komt niet in de plaats van het lezen van het oorspronkelijke Staatsblad of de Staatscourant. Wij aanvaarden geen aansprakelijkheid voor eventuele onnauwkeurigheden die voortvloeien uit de omzetting van het origineel naar dit formaat.