← Geldende tekst · Geschiedenis

Verdrag inzake technische en financiële samenwerking tussen de Regering van het Koninkrijk der Nederlanden en de Regering van de Republiek Bulgarije

Geldende tekst a fecha 1999-04-14

De Regering van het Koninkrijk der Nederlanden

en

de Regering van de Republiek Bulgarije

Opnieuw de vriendschappelijke betrekkingen tussen de beide Staten en hun volken bevestigend;

Indachtig het feit dat respect voor de democratische grondbeginselen, de algemene grondbeginselen van het volkenrecht en de mensenrechten de basis vormen voor de betrekkingen tussen de twee landen;

Geleid door de wens samen te werken met het doel de sociale en economische omstandigheden in de Republiek Bulgarije te helpen verbeteren teneinde de ontwikkeling van een vrijemarkteconomie te bevorderen door middel van projecten en programma's en met dat oogmerk, in aanvulling op de inspanningen van de Republiek Bulgarije, een juridisch en administratief kader te scheppen voor de tewerkstelling van personeelsleden en de invoer van middelen vanuit het Koninkrijk der Nederlanden in de Republiek Bulgarije;

Zijn het volgende overeengekomen:

HOOFDSTUK I. ONDERWERP VAN HET VERDRAG

Artikel 1. Werkingssfeer
1.

Dit Verdrag is van toepassing op projecten en programma's op het gebied van technische en financiële samenwerking die zijn overeengekomen tussen de Regering van de Republiek Bulgarije en de Regering van het Koninkrijk der Nederlanden.

2.

De in het eerste lid bedoelde projecten en programma's zijn overeengekomen tussen de Verdragsluitende Partijen en/of tussen de Verdragsluitende Partijen en een derde partij of derde partijen. In dat geval dienen de betrokken partijen overeenstemming te bereiken over de toepassing van dit Verdrag.

Artikel 2. Begripsomschrijvingen

Voor de toepassing van dit Verdrag wordt verstaan onder:

HOOFDSTUK II. PROJECTEN EN PROGRAMMA'S

Artikel 3. Algemeen

Vertegenwoordigers van de Nederlandse Partij worden in de gelegenheid gesteld zich ter plaatse op de hoogte te stellen van de ontwikkeling, uitvoering en evaluatie van de in artikel 1 bedoelde projecten en programma's.

Artikel 4. Middelen
1.

Met betrekking tot de middelen verbindt de Republiek Bulgarije zich ertoe:

De Nederlandse Partij stelt de Bulgaarse Partij tijdig in kennis van de plaats waar deze middelen zich bevinden.

2.

Alle middelen blijven het eigendom van het Koninkrijk der Nederlanden, tenzij anders overeengekomen. Aan het eind van een project of programma wordt de overdracht of andere bestemming van de goederen beheerst door de bepalingen die zijn overeengekomen voor het desbetreffende project of programma.

HOOFDSTUK III. PERSONEELSLEDEN

Artikel 5. Administratieve procedures

De Nederlandse Partij doet de Bulgaarse Partij een schriftelijke mededeling omtrent de personeelsleden die de Nederlandse Partij zich voorstelt voor het onderhavige project of programma te werk te stellen.

De Bulgaarse Partij deelt de Nederlandse Partij binnen een maand schriftelijk mee of zij de voorgestelde personeelsleden aanvaardt. Verstrijken van deze periode impliceert aanvaarding.

Artikel 6. Voorrechten
1.

De Republiek Bulgarije

2.

De Republiek Bulgarije verzekert dat de personeelsleden en hun gezinsleden op niet minder gunstige wijze worden behandeld dan vergelijkbare personeelsleden en hun gezinsleden van andere Staten of organisaties.

Artikel 7. Immuniteiten en vorderingen
1.

De Republiek Bulgarije vrijwaart de personeelsleden tegen rechtsvervolging met betrekking tot enig handelen of nalaten of enig gesproken of geschreven woord in hun officiële hoedanigheid.

2.

De Republiek Bulgarije vrijwaart het Koninkrijk der Nederlanden ter zake van elke contractuele civielrechtelijke aansprakelijkheid voor projecten en programma's en stelt het Koninkrijk der Nederlanden en de personeelsleden schadeloos en vrijwaart hen ter zake van elke buiten-contractuele aansprakelijkheid op grond van het verrichten of nalaten van enige handeling door de Nederlandse Partij en de personeelsleden die verband houdt met de nakoming van de verplichtingen die voortvloeien uit de in artikel 1 van dit Verdrag bedoelde projecten en programma's, dat de dood of lichamelijk letsel van een derde of schade aan het eigendom van een derde ten gevolge heeft, voor zover deze aansprakelijkheid niet door een verzekering is gedekt. De Republiek Bulgarije onthoudt zich van het instellen van vorderingen of het nemen van gerechtelijke stappen teneinde buiten-contractuele aansprakelijkheid op te leggen, tenzij deze aansprakelijkheid het gevolg is van opzettelijk onjuist handelen of grove nalatigheid bij het verrichten of nalaten van de handelingen.

3.

Ingeval de Republiek Bulgarije het Koninkrijk der Nederlanden en de personeelsleden vrijwaart tegen een vordering of gerechtelijke stappen ter zake van buiten-contractuele aansprakelijkheid in overeenstemming met het tweede lid van dit artikel, mag de Republiek Bulgarije alle rechten doen gelden die het Koninkrijk der Nederlanden of de personeelsleden kunnen doen gelden.

Artikel 8. Functioneren van de personeelsleden
1.

Onverminderd de in dit Verdrag beschreven voorrechten en immuniteiten, hebben alle personen die deze voorrechten en immuniteiten genieten de plicht de wetten en voorschriften van de Republiek Bulgarije te eerbiedigen.

2.

De voorrechten en immuniteiten die aan de personeelsleden zijn toegekend op grond van dit Verdrag, strekken zich niet uit tot handelingen of werkzaamheden die worden verricht buiten het kader van de uitoefening van hun taken overeenkomstig de in artikel 1 bedoelde projecten en programma's.

3.

De Republiek Bulgarije ondersteunt de personeelsleden op alle mogelijke manieren bij de uitoefening van hun taken.

4.

Indien het gedrag van een personeelslid onbevredigend wordt geacht of indien een personeelslid de verplichtingen op grond van dit Verdrag niet of niet als overeengekomen in een project of programma als bedoeld in artikel 1 nakomt, heeft de Bulgaarse Partij het recht, na overleg met de Regering van het Koninkrijk der Nederlanden te verzoeken om terugroeping van dit personeelslid.

5.

De Nederlandse Partij heeft na overleg met de Bulgaarse Partij, te allen tijde het recht een personeelslid terug te roepen. Indien een personeelslid wordt teruggeroepen, tracht de Nederlandse Partij een geschikte vervanger te vinden voor dat personeelslid.

Artikel 9. Arrestatie, detentie
1.

Onverminderd de rechten en plichten van het Koninkrijk der Nederlanden en de Republiek Bulgarije op grond van verdragen inzake consulaire betrekkingen, stelt de Republiek Bulgarije het Koninkrijk der Nederlanden er onverwijld van in kennis indien een personeelslid of een gezinslid wordt gearresteerd, in hechtenis of in voorlopige hechtenis wordt genomen, of op andere wijze in bewaring wordt gesteld. De Republiek Bulgarije zal alle berichten aan het Koninkrijk der Nederlanden van personeelsleden en hun gezinsleden in het geval van arrestatie, hechtenis, voorlopige hechtenis of inbewaringstelling onverwijld doen toekomen aan het Koninkrijk der Nederlanden.

2.

Vertegenwoordigers van het Koninkrijk der Nederlanden hebben het recht personeelsleden en hun gezinsleden die zijn gearresteerd, in hechtenis of voorlopige hechtenis zijn genomen of op andere wijze in bewaring zijn gesteld, te bezoeken, met hen te spreken en te corresponderen en hebben het recht regelingen te treffen voor hun vertegenwoordiging in rechte.

Artikel 10. Beslechting van geschillen
1.

Geschillen tussen het Koninkrijk der Nederlanden en de Republiek Bulgarije betreffende de uitlegging of toepassing van het Verdrag worden beslecht door middel van onderhandelingen of op andere door de Republiek Bulgarije en het Koninkrijk der Nederlanden overeengekomen vreedzame wijze.

2.

Indien een geschil niet kan worden beslecht met behulp van de middelen bedoeld in het eerste lid, kan het op verzoek van de Republiek Bulgarije of het Koninkrijk der Nederlanden voor definitieve en bindende arbitrage worden voorgelegd overeenkomstig de regels van het Permanente Hof van Arbitrage te 's-Gravenhage.

Artikel 11. Inwerkingtreding, beëindiging, territoriaal werkingsgebied
1.

Dit Verdrag treedt in werking op de datum van de laatste schriftelijke kennisgeving waarmee de Verdragsluitende Partijen elkaar langs diplomatieke weg ervan in kennis hebben gesteld dat aan al de vereisten voorzien in hun nationale wetgeving voor de inwerkingtreding van dit Verdrag, is voldaan.

2.

Dit Verdrag wordt gesloten voor onbepaalde tijd. Elke Verdragsluitende Partij heeft het recht dit Verdrag te beëindigen door middel van een schriftelijke mededeling. De beëindiging wordt van kracht zes maanden na ontvangst van de mededeling door de andere Verdragsluitende Partij.

3.

Op ieder project of programma waarmee begonnen is op grond van dit Verdrag maar dat niet kan worden voltooid voor de beëindiging van dit Verdrag, blijven de bepalingen van dit Verdrag van toepassing.

4.

Wat het Koninkrijk der Nederlanden betreft, is dit Verdrag alleen van toepassing op het grondgebied in Europa.

DONE at The Hague on 30 September 1998, in duplicate in the English language.

For the Government of the Kingdom of the Netherlands

(sd.) G. YBEMA

For the Government of the Republic of Bulgaria

(sd.) V. VASSILEV