Overeenkomst tussen de Regeringen van de Beneluxstaten (het Koninkrijk België, het Koninkrijk der Nederlanden, het Groothertogdom Luxemburg) en de Regering van de Republiek Letland betreffende de overname van onregelmatig verblijvende personen (Overnameovereenkomst)

Type Verdrag
Publication 2017-12-01
State In force
Source BWB
Wijzigingsgeschiedenis JSON API

De Regeringen van de Beneluxstaten

(het Koninkrijk België, het Koninkrijk der Nederlanden, het Groothertogdom Luxemburg), die krachtens de bepalingen van de op 11 april 1960 gesloten Benelux-Overeenkomst gemeenschappelijk optreden,

en

de Regering van de Republiek Letland

hierna genoemd „de Overeenkomstsluitende Partijen",

Ernaar strevend de overname van personen die zich illegaal op het grondgebied van de Staat van een andere Overeenkomstsluitende Partij ophouden, dit wil zeggen die niet of niet meer voldoen aan de geldende voorwaarden voor binnenkomst of verblijf, en de doorgeleiding van te repatriëren personen in een geest van samenwerking en op basis van wederkerigheid te vergemakkelijken,

Zijn het volgende overeengekomen:

Artikel 1. Definities en werkingssfeer
1.

In deze Overeenkomst dient te worden verstaan onder grondgebied van:

2.

In deze Overeenkomst dient te worden verstaan:

Artikel 2. Overname van eigen onderdanen
1.

Iedere Overeenkomstsluitende Partij neemt op verzoek van de andere Overeenkomstsluitende Partij, zonder formaliteiten de persoon over die niet of niet meer voldoet aan de op het grondgebied van de Staat van de verzoekende Overeenkomstsluitende Partij geldende voorwaarden voor binnenkomst of verblijf, wanneer kan worden aangetoond of aannemelijk gemaakt dat hij de nationaliteit van de Staat van de aangezochte Overeenkomstsluitende Partij heeft. Hetzelfde geldt voor personen die, na binnenkomst op het grondgebied van de Staat van de verzoekende Overeenkomstsluitende Partij, de nationaliteit van de Staat van de aangezochte Overeenkomstsluitende Partij ontnomen is, zonder de nationaliteit van de Staat van de verzoekende Overeenkomstsluitende Partij te hebben ontvangen.

2.

De aangezochte Overeenkomstsluitende Partij verstrekt op verzoek van de verzoekende Overeenkomstsluitende Partij en overeenkomstig de bepalingen van artikel 6 onverwijld de voor de teruggeleiding van de over te nemen persoon noodzakelijke reisdocumenten.

3.

De verzoekende Overeenkomstsluitende Partij neemt deze persoon onder dezelfde voorwaarden terug, indien uit een later onderzoek blijkt dat deze op het moment van het verlaten van het grondgebied van de Staat van de verzoekende Overeenkomstsluitende Partij niet de nationaliteit van de Staat van de aangezochte Overeenkomstsluitende Partij had. Dit geldt niet wanneer de verplichting tot overname volgt uit het feit dat de aangezochte Overeenkomstsluitende Partij deze persoon na binnenkomst op het grondgebied van de Staat van de verzoekende Overeenkomstsluitende Partij de eigen nationaliteit heeft ontnomen, zonder ten minste een naturalisatietoezegging van de kant van de verzoekende Overeenkomstsluitende Partij te hebben ontvangen.

Artikel 3. Overname van onderdanen van derde Staten
1.

Iedere Overeenkomstsluitende Partij neemt op verzoek van de andere Overeenkomstsluitende Partij en zonder formaliteiten de onderdanen van een derde Staat over die niet of niet meer voldoen aan de op het grondgebied van de Staat van de verzoekende Overeenkomstsluitende Partij geldende voorwaarden voor binnenkomst of verblijf, wanneer kan worden aangetoond of aannemelijk gemaakt dat deze onderdanen van een derde Staat het grondgebied van de aangezochte Overeenkomstsluitende Partij zijn doorgereisd of aldaar hebben verbleven.

2.

De verplichting tot overname zoals bedoeld in lid 1 geldt niet ten aanzien van een onderdaan van een derde Staat die bij zijn binnenkomst op het grondgebied van de Staat van de verzoekende Overeenkomstsluitende Partij in het bezit was van een geldige visum of verblijfsvergunning van deze Overeenkomstsluitende Partij, of na zijn binnenkomst in het bezit is gesteld van een door deze Overeenkomstsluitende Partij afgegeven verblijfsvergunning.

3.

De Overeenkomstsluitende Partijen doen het nodige om onderdanen van de aangrenzende Staat met voorrang naar hun Staat van herkomst terug te leiden.

4.

De bepalingen van bovenstaand lid 1 zijn evenwel niet van toepassing wanneer de verzoekende Overeenkomstsluitende Partij een regeling van visumvrije binnenkomst toepast ten aanzien van de derde Staat waarvan de betrokkene onderdaan is.

Artikel 4. Overname van onderdanen van derde Staten door de voor binnenkomst verantwoordelijke Overeenkomstsluitende Partij
1.

Indien een op het grondgebied van de Staat van de verzoekende Overeenkomstsluitende Partij aangekomen persoon niet voldoet aan de geldende voorwaarden voor binnenkomst of verblijf en in het bezit is van een geldig visum, of van een geldige verblijfsvergunning door de aangezochte Overeenkomstsluitende Partij afgegeven, neemt die Overeenkomstsluitende Partij op verzoek van de verzoekende Overeenkomstsluitende Partij, zonder formaliteiten, deze persoon over.

2.

Indien beide Overeenkomstsluitende Partijen een visum of een verblijfstitel hebben afgegeven, is de Overeenkomstsluitende Partij van wie het visum of de verblijfstitel het laatst vervalt, verantwoordelijk.

3.

De leden 1 en 2 zijn niet van toepassing op de afgifte van een transitvisum.

Artikel 5. Verblijfsvergunning

Onder verblijfsvergunning als bedoeld in artikel 3, lid 2 en artikel 4, wordt verstaan een door een Overeenkomstsluitende Partij afgegeven vergunning, ongeacht van welke aard, die recht geeft op verblijf op het grondgebied van die Partij. Onder deze omschrijving valt niet de tijdelijke toelating tot verblijf op het grondgebied van een Overeenkomstsluitende Partij met het oog op de behandeling van een asielverzoek.

Artikel 6. Identiteit en nationaliteit
1.

De identiteit en de nationaliteit van een over te nemen persoon overeenkomstig de in lid 1 van artikel 2 en de artikelen 3 en 4 opgenomen procedures, kunnen worden aangetoond door middel van de volgende documenten:

2.

De identiteit en de nationaliteit kunnen aannemelijk worden gemaakt aan de hand van de volgende documenten:

3.

Het vermoeden van identiteit en nationaliteit kan tevens worden ondersteund door middel van één van de volgende elementen:

Artikel 7. Indiening van het verzoek om overname
1.

Een verzoek om overname vindt schriftelijk plaats en omvat:

2.

De verzoekende Overeenkomstsluitende Partij zal, indien mogelijk, op verzoek van de aangezochte Overeenkomstsluitende Partij of op eigen initiatief elke andere voor de overnameprocedure dienstige inlichting aan de aangezochte Overeenkomstsluitende Partij verstrekken.

3.

Het verzoek om overname wordt bij de bevoegde diplomatieke of consulaire vertegenwoordiging van de aangezochte Overeenkomstsluitende Partij ingediend en omvat de in het verzoek om overname opgesomde documenten. Er wordt een verslag van indiening/ontvangst van het verzoek en van de bij het verzoek gevoegde stukken opgesteld.

Artikel 8. Termijnen
1.

De aangezochte Overeenkomstsluitende Partij beantwoordt onverwijld, doch uiterlijk binnen een termijn van vijf dagen, de tot haar gerichte verzoeken om overname.

2.

De aangezochte Overeenkomstsluitende Partij neemt de persoon wiens overname werd aanvaard onverwijld, doch uiterlijk binnen een termijn van een maand, over. Deze termijn kan op verzoek van de verzoekende Overeenkomstsluitende Partij worden verlengd voor de tijd dat er nog juridische of praktische belemmeringen zijn.

Artikel 9. Verval van de verplichting om overname
1.

Het verzoek om overname van een onderdaan van de Staat van één der Overeenkomstsluitende Partijen kan te allen tijde worden ingediend.

2.

Het verzoek om overname van een onderdaan van een derde Staat dient uiterlijk binnen één jaar na vaststelling door de Overeenkomstsluitende Partij van de binnenkomst en de aanwezigheid van bedoelde onderdaan van een derde land op zijn grondgebied te worden ingediend.

Artikel 10. Doorgeleiding
1.

Onverminderd artikel 14 staan de Overeenkomstsluitende Partijen de doorgeleiding van onderdanen van derde Staten over het grondgebied van hun Staat toe, indien een andere Overeenkomstsluitende Partij daarom verzoekt en de doorreis door eventuele derde Staten en de toelating tot de Staat van bestemming verzekerd is.

2.

Het is niet absoluut noodzakelijk dat de aangezochte Overeenkomstsluitende Partij een transitvisum afgeeft.

3.

De verzoekende Overeenkomstsluitende Partij aanvaardt de volledige verantwoordelijkheid voor het vervolgen van de reis van de te verwijderen persoon naar zijn Staat van bestemming, en neemt haar over indien de in artikel 14 vermelde voorwaarde van dien aard is om de uitvoering van de verwijdering te verhinderen.

4.

De Overeenkomstsluitende Partijen doen het nodige om doorgeleidingen, zoals beschreven in lid 1 hierboven, te beperken tot onderdanen van derde Staten voor wie de rechtstreekse teruggeleiding naar de Staat van herkomst niet mogelijk is.

Artikel 11. Gegevensbescherming
1.

Voor zover voor de uitvoering van deze Overeenkomst persoonsgegevens moeten worden verstrekt, mogen de betrokken inlichtingen uitsluitend betrekking hebben op:

2.

Elke van beide Overeenkomstsluitende Partij brengt, op haar verzoek, de andere Overeenkomstsluitende Partij op de hoogte van het gebruik van de overgedragen gegevens.

3.

De overgedragen personalia kunnen alleen door de voor de uitvoering van de Overeenkomst bevoegde instanties behandeld worden. De gegevens kunnen, alleen met voorafgaande schriftelijke toestemming van de Overeenkomstsluitende Partij die ze had overgedragen, aan andere personen overgemaakt worden.

Artikel 12. Kosten
1.

De kosten verbonden aan het overbrengen van personen die volgens de artikelen 2, 3 en 4 worden overgenomen komen tot aan de grens van de aangezochte Overeenkomstsluitende Partij ten laste van de verzoekende Overeenkomstsluitende Partij.

2.

De kosten verbonden aan de doorgeleiding tot aan de grens van de Staat van bestemming, alsmede de eventueel uit de teruggeleiding voortvloeiende kosten, komen overeenkomstig artikel 10 ten laste van de verzoekende Overeenkomstsluitende Partij.

Artikel 13. Comité van deskundigen
1.

De Overeenkomstsluitende Partijen verlenen elkaar onderling hulp bij de toepassing en uitlegging van deze Overeenkomst. Daartoe stellen zij een Comité van deskundigen in dat:

2.

De Overeenkomstsluitende Partijen behouden zich het recht voor om de voorgestelde maatregelen al dan niet goed te keuren.

3.

Het Comité bestaat uit drie vertegenwoordigers voor de Benelux en één vertegenwoordiger voor de Republiek Letland. De Overeenkomstsluitende Partijen wijzen daarin de voorzitter en zijn plaatsvervangers aan; tegelijkertijd worden plaatsvervangende leden benoemd. Bij het overleg kunnen nog andere deskundigen worden betrokken.

4.

Het Comité komt, indien nodig, op voorstel van één der Overeenkomstsluitende Partijen ten minste eenmaal per jaar bijeen.

Artikel 14. Betrekking tot andere verdragen

De bepalingen van deze Overeenkomst doen geen afbreuk aan de verplichtingen die voortvloeien uit:

Artikel 15. Uitvoeringsprotocol

Alle nodige praktische bepalingen voor de uitvoering van deze Overeenkomst worden in het Uitvoeringsprotocol vastgelegd.

Artikel 16. Territoriale toepassing

De raadpleging van dit document komt niet in de plaats van het lezen van het oorspronkelijke Staatsblad of de Staatscourant. Wij aanvaarden geen aansprakelijkheid voor eventuele onnauwkeurigheden die voortvloeien uit de omzetting van het origineel naar dit formaat.