Verdrag betreffende particuliere bureaus voor arbeidsbemiddeling

Type Verdrag
Publication 2000-09-15
State In force
Source BWB
Wijzigingsgeschiedenis JSON API

De Algemene Conferentie van de Internationale Arbeidsorganisatie,

Bijeengeroepen te Genève door de Raad van beheer van het Internationaal Arbeidsbureau en aldaar bijeengekomen op 3 juni 1997 in haar vijfentachtigste zitting; en

Gelet op de bepalingen van het Verdrag betreffende bureaus voor arbeidsbemiddeling welke voor hun bemiddeling betaling vragen (herzien), 1949, en

Zich bewust van het belang van flexibiliteit in het functioneren van de arbeidsmarkten, en

In herinnering brengend dat de Internationale Arbeidsconferentie tijdens haar eenentachtigste zitting in 1994 van oordeel was dat de Internationale Arbeidsorganisatie ertoe moest overgaan het Verdrag betreffende bureaus voor arbeidsbemiddeling welke voor hun bemiddeling betaling vragen (herzien), 1949, te herzien, en

Overwegend dat de omstandigheden waarin particuliere bureaus voor arbeidsbemiddeling opereren zeer verschillen van de omstandigheden die heersten ten tijde van de aanneming van het bovengenoemde Verdrag, en

Erkennend de rol die particuliere bureaus voor arbeidsbemiddeling in een goed functionerende arbeidsmarkt kunnen spelen, en

In herinnering brengend de noodzaak werknemers tegen misbruik te beschermen, en

Erkennend de noodzaak het recht van vrijheid van vakvereniging te waarborgen en collectieve onderhandelingen en de sociale dialoog als onontbeerlijke elementen van een goed functionerend stelsel van arbeidsverhoudingen te bevorderen, en

Gelet op de bepalingen van het Verdrag betreffende de organisatie van de dienst voor de werkgelegenheid,1948, en

In herinnering brengend het Verdrag betreffende gedwongen arbeid, 1930, het Verdrag betreffende de vrijheid tot het oprichten van vakverenigingen en de bescherming van het vakverenigingsrecht, 1948, het Verdrag betreffende het recht zich te organiseren en collectief te onderhandelen, 1949, het Verdrag betreffende discriminatie (arbeid en beroep), 1958, het Verdrag betreffende werkgelegenheidspolitiek,1964, het Verdrag betreffende de minimumleeftijd, 1973, het Verdrag ter bevordering van werkgelegenheid en bescherming tegen werkloosheid, 1988, alsmede de bepalingen inzake werving en plaatsing in het Verdrag betreffende migrerende arbeiders (herzien), 1949, en het Verdrag betreffende migrerende werknemers (aanvullende bepalingen), 1975, en

Besloten hebbend tot het aannemen van bepaalde voorstellen met betrekking tot de herziening van het Verdrag betreffende bureaus voor arbeidsbemiddeling, welke voor hun bemiddeling betaling vragen (herzien), 1949, welk onderwerp als vierde punt op de agenda van de zitting voorkomt, en

Vastgesteld hebbend dat deze voorstellen de vorm dienen te krijgen van een internationaal verdrag,

neemt heden, de negentiende juni van het jaar negentienhonderd zevenennegentig, het volgende Verdrag aan, dat kan worden aangehaald als het „Verdrag inzake particuliere bureaus voor arbeidsbemiddeling, 1997":

Artikel 1
1.

Voor de toepassing van dit Verdrag wordt onder „particulier bureau voor arbeidsbemiddeling" verstaan elke natuurlijke of rechtspersoon, onafhankelijk van de openbare autoriteiten, die een of meer van de volgende diensten met betrekking tot de arbeidsmarkt levert:

2.

Voor de toepassing van dit Verdrag wordt onder de term „werknemers" mede begrepen „werkzoekenden".

3.

Voor de toepassing van dit Verdrag wordt onder de term „verwerking van persoonsgegevens van werknemers" verstaan: het verzamelen, opslaan, samenvoegen, doorgeven of elk ander gebruik van informatie dat verband houdt met een werknemer van wie de identiteit is vastgesteld of is vast te stellen.

Artikel 2
1.

Dit Verdrag is van toepassing op alle particuliere bureaus voor arbeidsbemiddeling.

2.

Dit Verdrag is van toepassing op alle categorieën werknemers en alle takken van economische bedrijvigheid. Het is niet van toepassing op de werving van en arbeidsbemiddeling voor zeevarenden.

3.

Een van de doelstellingen van dit Verdrag is de exploitatie van particuliere bureaus voor arbeidsbemiddeling toe te staan alsmede de werknemers die gebruik maken van de diensten daarvan, in het kader van de verdragsbepalingen, te beschermen.

4.

Na raadpleging van de betrokken, meest representatieve organisaties van werkgevers en werknemers, kan een Lid:

5.

Elk Lid dat dit Verdrag bekrachtigt, geeft in zijn rapporten krachtens artikel 22 van het Statuut van de Internationale Arbeidsorganisatie de eventuele verboden en uitsluitingen aan waarvan het gebruik maakt ingevolge het vierde lid, onder vermelding van de redenen daarvoor.

Artikel 3
1.

De juridische status van particuliere arbeidsbureaus wordt bepaald in overeenstemming met de nationale wetgeving en praktijk en na raadpleging van de meest representatieve organisaties van werkgevers en werknemers.

2.

Elk Lid stelt volgens een vergunningen- of certificeringssysteem de voorwaarden vast waaronder particuliere bureaus voor arbeidsbemiddeling hun werkzaamheden uitoefenen, tenzij deze voorwaarden krachtens de desbetreffende nationale wetgeving en praktijk op een andere wijze zijn geregeld of vastgesteld.

Artikel 4

Er worden maatregelen genomen ten einde te waarborgen dat de werknemers die zijn geworven door particuliere bureaus voor arbeidsbemiddeling die de in artikel 1 bedoelde diensten verlenen, niet hun recht op vrijheid van vakvereniging en op collectief onderhandelen wordt ontzegd.

Artikel 5
1.

Om gelijke kansen en een gelijke behandeling bij de toegang tot werk en tot specifieke beroepen te bevorderen, waarborgt elk Lid dat de particuliere bureaus voor arbeidsbemiddeling werknemers behandelen zonder discriminatie op grond van ras, huidskleur, geslacht, godsdienst, politieke overtuiging, nationale afstamming, sociale afkomst of elke andere vorm van discriminatie die valt onder de nationale wetgeving en praktijk, zoals leeftijd of handicap.

2.

Het eerste lid van dit artikel mag niet zodanig worden toegepast dat particuliere bureaus voor arbeidsbemiddeling wordt belet speciale diensten te leveren of gerichte programma's aan te bieden die zijn ontworpen om de meest kansarme werknemers te helpen bij het zoeken naar werk.

Artikel 6

De verwerking van de persoonsgegevens van werknemers door particuliere bureaus voor arbeidsbemiddeling dient:

Artikel 7
1.

Particuliere bureaus voor arbeidsbemiddeling brengen werknemers geen honorarium of andere kosten, direct of indirect, geheel of gedeeltelijk, in rekening.

2.

In het belang van de betrokken werknemers, en na raadpleging van de meest representatieve organisaties van werkgevers en werknemers, kan de bevoegde autoriteit uitzonderingen toestaan op het bepaalde in het eerste lid met betrekking tot bepaalde categorieën werknemers en specifieke door de particuliere arbeidsbureaus geleverde diensten.

3.

Elk Lid dat krachtens het tweede lid uitzonderingen heeft toegestaan, verstrekt in zijn rapporten krachtens artikel 22 van het Statuut van de Internationale Arbeidsorganisatie informatie over deze uitzonderingen onder vermelding van de redenen daarvoor.

Artikel 8
1.

Elk Lid neemt, na raadpleging van de meest representatieve organisaties van werkgevers en werknemers, alle noodzakelijke en passende maatregelen, zowel binnen zijn rechtsmacht als, eventueel, in samenwerking met andere Leden, om ervoor te zorgen dat migrerende werknemers die door particuliere bureaus voor arbeidsbemiddeling op zijn grondgebied zijn geworven of voor wie is bemiddeld adequate bescherming genieten en te voorkomen dat deze worden misbruikt. Deze maatregelen omvatten wetten of voorschriften die voorzien in strafsancties, met inbegrip van het verbieden van de particuliere arbeidsbureaus die zich inlaten met frauduleuze praktijken en misbruik.

2.

Wanneer werknemers in een land worden geworven voor werk in een ander land overwegen de betrokken Leden bilaterale overeenkomsten te sluiten ter voorkoming van misbruik en frauduleuze praktijken bij werving, arbeidsbemiddeling en tewerkstelling.

Artikel 9

Elk Lid neemt maatregelen om te waarborgen dat particuliere arbeidsbureaus geen gebruik maken van kinderarbeid of kinderarbeid leveren.

Artikel 10

De bevoegde autoriteit dient ervoor zorg te dragen dat er gepaste mechanismen en procedures bestaan voor onderzoek van klachten en beweringen inzake misbruik en frauduleuze praktijken betreffende de activiteiten van particuliere bureaus voor arbeidsbemiddeling, waarbij, in voorkomend geval, de meest representatieve organisaties van werkgevers en werknemers worden betrokken.

Artikel 11

Elk Lid neemt, overeenkomstig de nationale wetgeving en praktijk, de nodige maatregelen ter waarborging van een adequate bescherming van de door particuliere bureaus voor arbeidsbemiddeling tewerkgestelde werknemers, bedoeld in artikel 1, eerste lid, letter b, met betrekking tot:

Artikel 12

Elk Lid bepaalt en verdeelt overeenkomstig de nationale wetgeving en praktijk, de respectieve verantwoordelijkheden van de particuliere arbeidsbureaus die de in artikel 1, eerste lid, letter b, bedoelde diensten verlenen en van de inleenbedrijven met betrekking tot:

Artikel 13
1.

Overeenkomstig de nationale wetgeving en praktijk en na raadpleging van de meest representatieve organisaties van werkgevers en werknemers formuleert elk Lid de voorwaarden ter bevordering van de samenwerking tussen de publieke arbeidsvoorziening en de particuliere bureaus voor arbeidsbemiddeling, stelt deze vast en beoordeelt deze met regelmatige tussenpozen.

2.

De in het eerste lid bedoelde voorwaarden zijn gebaseerd op het beginsel dat de publieke autoriteiten in laatste instantie bevoegd blijven tot:

3.

Particuliere bureaus voor arbeidsbemiddeling verstrekken, met door de bevoegde autoriteit vast te stellen tussenpozen, die autoriteit de door haar gevraagde informatie, met strikte inachtneming van het vertrouwelijke karakter van deze informatie:

4.

De bevoegde autoriteit verzamelt deze informatie en stelt deze, met regelmatige tussenpozen, ter beschikking van het publiek.

Artikel 14
1.

De bepalingen van dit Verdrag worden toegepast door middel van wetgeving of op andere wijze in overeenstemming met de nationale praktijk, zoals rechterlijke uitspraken, scheidsrechterlijke beslissingen of collectieve overeenkomsten.

2.

Het toezicht op de toepassing van de bepalingen ter uitvoering van dit Verdrag wordt gewaarborgd door de arbeidsinspectie of andere bevoegde publieke autoriteiten.

3.

In geval van overtreding van de bepalingen van dit Verdrag wordt voorzien in corrigerende maatregelen, waaronder sancties indien nodig, die doeltreffend worden toegepast.

Artikel 15

Dit Verdrag doet geen afbreuk aan gunstigere bepalingen die krachtens andere internationale arbeidsverdragen van toepassing zijn op werknemers die zijn geworven, voor wie is bemiddeld of die zijn tewerkgesteld door particuliere bureaus voor arbeidsbemiddeling.

Artikel 16

Dit Verdrag herziet het Verdrag betreffende bureaus voor arbeidsbemiddeling welke voor hun bemiddeling betaling vragen (herzien), 1949, en het Verdrag betreffende bureaus voor arbeidsbemiddeling welke voor hun bemiddeling betaling vragen, 1933.

Artikel 17

De formele bekrachtigingen van dit Verdrag worden medegedeeld aan de Directeur-Generaal van het Internationaal Arbeidsbureau en door hem geregistreerd.

Artikel 18
1.

Dit Verdrag is alleen verbindend voor de Leden van de Internationale Arbeidsorganisatie waarvan de bekrachtiging door de Directeur-Generaal van het Internationaal Arbeidsbureau is geregistreerd.

2.

Het treedt in werking twaalf maanden na de datum waarop de bekrachtiging van twee Leden door de Directeur-Generaal zijn geregistreerd.

3.

Vervolgens treedt dit Verdrag voor elk Lid in werking twaalf maanden na de datum waarop zijn bekrachtiging is geregistreerd.

Artikel 19
1.

Elk Lid dat dit Verdrag heeft bekrachtigd, kan het opzeggen na afloop van een termijn van tien jaar na de datum waarop het Verdrag voor het eerst in werking is getreden, door middel van een aan de Directeur-Generaal van het Internationaal Arbeidsbureau gerichte en door deze geregistreerde verklaring. De opzegging wordt eerst van kracht een jaar na de datum waarop zij is geregistreerd.

2.

Elk Lid dat dit Verdrag heeft bekrachtigd en niet binnen een jaar na afloop van de termijn van tien jaar, bedoeld in het vorige lid, gebruik maakt van de bevoegdheid tot opzegging voorzien in dit artikel, is voor een nieuwe termijn van tien jaar gebonden en kan daarna dit Verdrag opzeggen na afloop van elke termijn van tien jaar op de voorwaarden voorzien in dit artikel.

Artikel 20

De raadpleging van dit document komt niet in de plaats van het lezen van het oorspronkelijke Staatsblad of de Staatscourant. Wij aanvaarden geen aansprakelijkheid voor eventuele onnauwkeurigheden die voortvloeien uit de omzetting van het origineel naar dit formaat.