Protocol inzake gecombineerd vervoer over binnenwateren bij de Europese Overeenkomst inzake belangrijke internationale gecombineerde vervoerslijnen en daarmee samenhangende installaties (AGTC) van 1991

Type Verdrag
Publication 2016-12-29
State In force
Source BWB
Wijzigingsgeschiedenis JSON API

De Overeenkomstsluitende Partijen,

Geleid door de wens het internationaal goederenvervoer te vergemakkelijken,

Beseffend dat een toename van het internationaal goederenvervoer te verwachten is als gevolg van de groeiende internationale handel,

Zich bewust van de nadelige gevolgen die deze ontwikkelingen voor het milieu zouden kunnen hebben,

De nadruk leggend op de belangrijke rol van alle technieken voor gecombineerd vervoer bij het verlichten van de last die op het Europese wegennet drukt en het verminderen van schade aan het milieu,

Erkennende dat gecombineerd vervoer over binnenwateren en langs bepaalde kustroutes een belangrijk element in bepaalde Europese transportcorridors kan vormen,

Ervan overtuigd dat het, wil men het internationaal gecombineerd vervoer over binnenwateren en langs bepaalde kustroutes in Europa doelmatiger en aantrekkelijker voor de klant maken, van wezenlijk belang is een wettelijk kader te scheppen dat voorziet in een gecoördineerd plan voor de ontwikkeling van diensten op het gebied van gecombineerd vervoer over binnenwateren en langs bepaalde kustroutes en de voor de exploitatie daarvan benodigde infrastructuur op basis van internationaal overeengekomen functioneringsparameters en -normen,

Zijn het volgende overeengekomen:

Hoofdstuk I. ALGEMENE BEPALINGEN

Artikel 1. Begripsomschrijvingen

Voor de toepassing van dit Protocol wordt verstaan onder:

Artikel 2. Aanduiding van het net
1.

De Overeenkomstsluitende Partijen die tevens Partij zijn bij de Europese Overeenkomst inzake belangrijke lijnen voor het internationaal gecombineerd vervoer en daarmee samenhangende installaties (AGTC) van 1991, nemen de bepalingen van dit Protocol aan als een gecoördineerd internationaal plan voor de ontwikkeling en exploitatie van een net van belangrijke binnenwateren voor internationaal gecombineerd vervoer, alsmede voor terminals in havens, hierna te noemen het „internationaal netwerk van binnenwateren voor gecombineerd vervoer”, welk plan zij voornemens zijn uit te voeren binnen het kader van nationale programma's.

2.

Het net van internationale binnenwateren voor gecombineerd vervoer bestaat uit de in Bijlage I bij dit Protocol opgenomen binnenwateren en de in Bijlage II bij dit Protocol opgenomen terminals in havens.

Artikel 3. Technische en operationele minimumeisen

Ten einde de dienstverlening in het gecombineerd vervoer op het internationale net van binnenwateren voor gecombineerd vervoer te vergemakkelijken, nemen de Overeenkomstsluitende Partijen passende maatregelen, ten einde aan de in Bijlage III bij dit Protocol vermelde technische en operationele minimumeisen te voldoen.

Artikel 4. Bijlagen

De bijlagen bij het Protocol vormen een integrerend onderdeel van het Protocol.

Hoofdstuk II. SLOTBEPALINGEN

Artikel 5. Aanwijzing van de depositaris

De Secretaris-Generaal van de Verenigde Naties is de depositaris van dit Protocol.

Artikel 6. Ondertekening
1.

Dit Protocol staat van 1 november 1997 tot 31 oktober 1998 op het bureau van de Verenigde Naties in Genève open voor ondertekening door Staten die partij zijn bij de Europese Overeenkomst inzake belangrijke lijnen voor het internationaal gecombineerd vervoer en daarmee samenhangende installaties (AGTC) van 1991.

2.

De ondertekeningen dienen te worden bekrachtigd, aanvaard of goedgekeurd.

Artikel 7. Bekrachtiging, aanvaarding of goedkeuring
1.

Dit Protocol dient te worden bekrachtigd, aanvaard of goedgekeurd in overeenstemming met artikel 6, tweede lid.

2.

Bekrachtiging, aanvaarding of goedkeuring geschiedt door nederlegging van een akte bij de Secretaris-Generaal van de Verenigde Naties.

Artikel 8. Toetreding
1.

Dit Protocol staat vanaf 1 november 1997 open voor toetreding door elke Staat als bedoeld in artikel 6, eerste lid.

2.

Toetreding geschiedt door nederlegging van een akte bij de Secretaris-Generaal van de Verenigde Naties.

Artikel 9. Inwerkingtreding
1.

Dit Protocol treedt in werking 90 dagen na de datum waarop de Regeringen van vijf Staten een akte van bekrachtiging, aanvaarding, goedkeuring of toetreding hebben nedergelegd, mits een of meer wateren van het internationaal net van binnenwateren voor gecombineerd vervoer als doorlopende waterweg de grondgebieden verbinden van ten minste drie van de Staten die een dergelijke akte hebben nedergelegd.

2.

Indien aan bovenstaande voorwaarde niet wordt voldaan, treedt het Protocol in werking 90 dagen na de datum van nederlegging van de akte van bekrachtiging, aanvaarding, goedkeuring of toetreding waardoor aan genoemde voorwaarde zal zijn voldaan.

3.

Ten aanzien van elke Staat die een akte van bekrachtiging, aanvaarding, goedkeuring of toetreding nederlegt na het begin van het in het eerste en tweede lid van dit artikel genoemde tijdvak van 90 dagen, treedt het Protocol in werking 90 dagen na de datum van nederlegging van die akte.

Artikel 10. Beperking van de toepassing van het Protocol
1.

Niets in dit Protocol mag zodanig worden uitgelegd dat een Overeenkomstsluitende Partij daardoor wordt belet maatregelen te nemen die deze Partij noodzakelijk acht voor haar buitenlandse of binnenlandse veiligheid en die verenigbaar zijn met de bepalingen van het Handvest van de Verenigde Naties en beperkt blijven tot de vereisten van de gegeven omstandigheden.

2.

De depositaris wordt onmiddellijk in kennis gesteld van zodanige maatregelen, die een tijdelijk karakter dienen te hebben, en van de aard ervan.

Artikel 11. Beslechting van geschillen
1.

Elk geschil tussen twee of meer Overeenkomstsluitende Partijen dat betrekking heeft op de uitlegging of toepassing van dit Protocol en dat door de partijen bij het geschil niet door onderhandelingen of andere middelen kan worden opgelost, wordt onderworpen aan arbitrage, indien een der bij het geschil betrokken partijen zulks verzoekt, en wordt hiertoe voorgelegd aan een of meer scheidsmannen die in onderlinge overeenstemming tussen de partijen bij het geschil wordt of worden gekozen. Indien de partijen bij het geschil niet binnen drie maanden na het verzoek om arbitrage tot overeenstemming kunnen komen over de keuze van een scheidsman of scheidsmannen, kan elk van die partijen de Secretaris-Generaal van de Verenigde Naties verzoeken één scheidsman te benoemen aan wie het geschil ter beslissing zal worden voorgelegd.

2.

De uitspraak van de overeenkomstig het eerste lid van dit artikel benoemde scheidsman of scheidsmannen is bindend voor de bij een geschil betrokken Overeenkomstsluitende Partijen.

Artikel 12. Voorbehouden

Elke Staat kan bij de ondertekening van dit Protocol of bij de nederlegging van zijn akte van bekrachtiging, aanvaarding, goedkeuring of toetreding aan de depositaris mededelen dat hij zich niet gebonden acht door artikel 11 van dit Protocol.

Artikel 13. Wijziging van het Protocol
1.

Dit Protocol kan worden gewijzigd overeenkomstig de in dit artikel beschreven procedure, behoudens het bepaalde in de artikelen 14 en 15.

2.

Op verzoek van een Overeenkomstsluitende Partij wordt elke door haar voorgestelde wijziging van dit Protocol bestudeerd in de Werkgroep voor Gecombineerd Vervoer van de Economische Commissie voor Europa van de Verenigde Naties.

3.

Indien de wijziging wordt aangenomen met tweederde meerderheid van de Overeenkomstsluitende Partijen die aanwezig zijn en hun stem uitbrengen, wordt door de Secretaris-Generaal van de Verenigde Naties mededeling van de wijziging gedaan aan alle Overeenkomstsluitende Partijen ter fine van aanvaarding.

4.

Elke voorgestelde wijziging waarvan overeenkomstig het derde lid van dit artikel mededeling is gedaan, wordt ten aanzien van alle Overeenkomstsluitende Partijen van kracht na het verstrijken van een tijdvak van twaalf maanden vanaf de datum van mededeling, mits binnen dat tijdvak van twaalf maanden geen bezwaar tegen de voorgestelde wijziging ter kennis van de Secretaris-Generaal van de Verenigde Naties is gebracht door een Staat die Overeenkomstsluitende Partij is.

5.

Indien overeenkomstig het vierde lid van dit artikel, een bezwaar tegen de voorgestelde wijziging ter kennis van de Secretaris-Generaal is gebracht, wordt de wijziging geacht niet te zijn aanvaard en heeft zij geen enkel gevolg.

Artikel 14. Wijziging van de Bijlagen I en II
1.

De Bijlagen I en II bij dit Protocol kunnen worden gewijzigd overeenkomstig de in dit artikel beschreven procedure.

2.

Op verzoek van een Overeenkomstsluitende Partij wordt elke door haar voorgestelde wijziging van de Bijlagen I en II bestudeerd door de Werkgroep voor Gecombineerd Vervoer van de Economische Commissie voor Europa van de Verenigde Naties.

3.

Indien de wijziging wordt aangenomen door de meerderheid van de Overeenkomstsluitende Partijen die aanwezig zijn en hun stem uitbrengen, wordt door de Secretaris-Generaal van de Verenigde Naties mededeling van de wijziging gedaan aan de rechtstreeks betrokken Overeenkomstsluitende Partijen ter fine van aanvaarding. Voor de toepassing van dit artikel wordt een Overeenkomstsluitende Partij geacht rechtstreeks betrokken te zijn, indien haar grondgebied, in geval van opneming van een nieuw gedeelte van een vaarroute of een terminal of in geval van wijziging van een van beide, door dit gedeelte van een vaarroute wordt doorsneden of rechtstreeks verbonden met de terminal, of indien de beoogde terminal op bedoeld grondgebied is gelegen.

4.

Elke voorgestelde wijziging die overeenkomstig het tweede en derde lid van dit artikel is medegedeeld, wordt geacht te zijn aanvaard, indien, binnen een tijdvak van zes maanden vanaf de datum van de kennisgeving door de depositaris geen der rechtstreeks betrokken Overeenkomstsluitende Partijen de Secretaris-Generaal van de Verenigde Naties in kennis heeft gesteld van haar bezwaar tegen de voorgestelde wijziging.

5.

Elke aldus aanvaarde wijziging wordt door de Secretaris-Generaal van de Verenigde Naties medegedeeld aan alle Overeenkomstsluitende Partijen en wordt drie maanden na de datum van mededeling door de depositaris van kracht.

6.

Indien overeenkomstig het vierde lid van dit artikel een bezwaar tegen de voorgestelde wijziging ter kennis van de Secretaris-Generaal is gebracht, wordt de wijziging geacht niet te zijn aanvaard en heeft zij geen enkel gevolg.

7.

De depositaris wordt er door het Secretariaat van de Economische Commissie voor Europa steeds onverwijld van in kennis gesteld welke Overeenkomstsluitende Partijen rechtstreeks betrokken zijn bij een voorgestelde wijziging.

Artikel 15. Wijziging van Bijlage III
1.

Bijlage III bij dit Protocol kan worden gewijzigd overeenkomstig de in dit artikel beschreven procedure.

2.

Op verzoek van een Overeenkomstsluitende Partij wordt elke door haar voorgestelde wijziging van Bijlage III bestudeerd door de Werkgroep voor Gecombineerd Vervoer van de Economische Commissie voor Europa van de Verenigde Naties.

3.

Indien de voorgestelde wijziging wordt aangenomen met een tweederde meerderheid van de Overeenkomstsluitende Partijen die aanwezig zijn en hun stem uitbrengen, wordt door de Secretaris-Generaal van de Verenigde Naties mededeling van de wijziging gedaan aan alle Overeenkomstsluitende Partijen ter fine van aanvaarding.

4.

Elke voorgestelde wijziging die overeenkomstig het derde lid van dit artikel is medegedeeld, wordt geacht te zijn aanvaard, tenzij binnen een tijdvak van zes maanden vanaf de datum van de kennisgeving eenvijfde deel of meer van de Overeenkomstsluitende Partijen de Secretaris-Generaal van de Verenigde Naties in kennis heeft gesteld van hun bezwaar tegen de voorgestelde wijziging.

5.

Elke overeenkomstig het vierde lid van dit artikel aanvaarde wijziging wordt door de Secretaris-Generaal medegedeeld aan alle Overeenkomstsluitende Partijen en wordt drie maanden na de datum van mededeling van kracht ten aanzien van alle Overeenkomstsluitende Partijen, met uitzondering van die welke binnen het tijdvak van zes maanden na de datum van mededeling overeenkomstig het vierde lid van dit artikel reeds aan de Secretaris-Generaal van de Verenigde Naties ter kennis hebben gebracht dat zij bezwaar hebben tegen de voorgestelde wijziging.

6.

Indien, overeenkomstig het vierde lid van dit artikel, eenvijfde deel of meer van de Overeenkomstsluitende Partijen een bezwaar tegen de voorgestelde wijziging ter kennis van de Secretaris-Generaal heeft gebracht, wordt de wijziging geacht niet te zijn aanvaard en heeft zij geen enkel gevolg.

Artikel 16. Opzegging
1.

Elke Overeenkomstsluitende Partij kan dit Protocol opzeggen door middel van een tot de Secretaris-Generaal van de Verenigde Naties gerichte schriftelijke kennisgeving.

De raadpleging van dit document komt niet in de plaats van het lezen van het oorspronkelijke Staatsblad of de Staatscourant. Wij aanvaarden geen aansprakelijkheid voor eventuele onnauwkeurigheden die voortvloeien uit de omzetting van het origineel naar dit formaat.