← Geldende tekst · Geschiedenis

Verdrag inzake technische en financiële samenwerking tussen het Koninkrijk der Nederlanden en Georgië

Geldende tekst a fecha 2000-04-05

De Regering van het Koninkrijk der Nederlanden en de Bevoegde Autoriteit van Georgië (hierna te noemen „de Partijen"

Opnieuw de vriendschappelijke betrekkingen tussen de beide landen en hun volken bevestigend;

Indachtig het feit dat respect voor de democratische grondbeginselen, de algemene grondbeginselen van het volkenrecht en de mensenrechten de basis vormen voor de betrekkingen tussen de twee landen;

Geleid door de wens samen te werken met het doel de economische en sociale gevolgen van de structurele aanpassing van de Georgische economie te verzachten en de sociale en economische omstandigheden in Georgië te verbeteren teneinde de ontwikkeling van een vrijemarkteconomie te bevorderen door middel van projecten en programma's en met dat oogmerk, in aanvulling op de inspanningen van Georgië, een juridisch en administratief kader te scheppen voor de tewerkstelling van personeelsleden en de invoer van middelen vanuit het Koninkrijk der Nederlanden in Georgië;

Zijn het volgende overeengekomen:

HOOFDSTUK I. ALGEMENE BEPALINGEN

Artikel 1. Werkingssfeer
1.

Dit Verdrag is van toepassing op projecten en programma's die zijn overeengekomen tussen de bevoegde Nederlandse en Georgische autoriteiten.

2.

De in het eerste lid genoemde projecten en programma's kunnen op bilaterale basis of in samenwerking met derden worden uitgevoerd, in welk geval alle betrokken partijen, indien nodig, overeenkomen in welke mate dit Verdrag van toepassing is op de derde partij.

3.

Beide Partijen komen jaarlijks een lijst van projecten en programma's overeen die vallen onder de werkingssfeer van dit artikel.

Artikel 2. Begripsomschrijvingen

Voor de toepassing van dit Verdrag wordt verstaan onder:

HOOFDSTUK II. PROJECTEN EN PROGRAMMA'S

Artikel 3. Algemeen

Vertegenwoordigers van het Koninkrijk der Nederlanden worden in de gelegenheid gesteld zich ter plaatse op de hoogte te stellen van de voortgang van de projecten en programma's en projecten en programma's te evalueren.

Artikel 4. Middelen
1.

Georgië verbindt zich ertoe met betrekking tot de middelen:

Het Koninkrijk der Nederlanden stelt Georgië tijdig in kennis van de plaats waar deze middelen zich bevinden.

2.

Alle middelen blijven het eigendom van het Koninkrijk der Nederlanden, tenzij anders overeengekomen. Aan het eind van een project of programma wordt de overdracht of andere bestemming van de goederen beheerst door de bepalingen die zijn overeengekomen voor het desbetreffende project of programma.

HOOFDSTUK III. PERSONEELSLEDEN

Artikel 5. Administratieve procedures

Het Koninkrijk der Nederlanden doet Georgië schriftelijk mededeling omtrent de personeelsleden die het Koninkrijk der Nederlanden zich voorstelt voor het onderhavige project of programma te werk te stellen.

Georgië deelt het Koninkrijk der Nederlanden binnen een maand schriftelijk mee of het de voorgestelde personeelsleden aanvaardt. Verstrijken van deze periode impliceert aanvaarding.

Artikel 6. Voorrechten
1.

Georgië:

2.

Georgië verzekert dat de personeelsleden en hun gezinsleden op niet minder gunstige wijze worden behandeld dan vergelijkbare personeelsleden en hun gezinsleden van andere Staten of organisaties.

Artikel 7. Immuniteiten en vorderingen
1.

Georgië vrijwaart de personeelsleden tegen rechtsvervolging met betrekking tot enig handelen of nalaten of enig gesproken of geschreven woord in hun officiële hoedanigheid.

2.

Georgië vrijwaart het Koninkrijk der Nederlanden ter zake van elke aansprakelijkheid of verplichting voor projecten en programma's en stelt het Koninkrijk der Nederlanden en de personeelsleden schadeloos en vrijwaart hen ter zake van elke buiten-contractuele civielrechtelijke aansprakelijkheid op grond van het verrichten of nalaten van enige handeling door het Koninkrijk der Nederlanden en de personeelsleden tijdens de werkzaamheden die worden beheerst door of uitgevoerd uit hoofde van dit Verdrag, dat de dood of lichamelijk letsel van een derde of schade aan het eigendom van een derde ten gevolge heeft, voor zover deze aansprakelijkheid niet door een verzekering is gedekt en onthoudt zich van het instellen van een vordering of het nemen van gerechtelijke stappen terzake van buiten-contractuele civielrechtelijke aansprakelijkheid tenzij deze aansprakelijkheid het gevolg is van opzettelijk onjuist handelen of grove nalatigheid.

3.

Ingeval Georgië het Koninkrijk der Nederlanden en de personeelsleden vrijwaart tegen een vordering of gerechtelijke stappen ter zake van buiten-contractuele civielrechtelijke aansprakelijkheid in overeenstemming met het tweede lid van dit artikel, mag Georgië alle rechten doen gelden die het Koninkrijk der Nederlanden of de personeelsleden kunnen doen gelden.

Artikel 8. Functioneren van de personeelsleden
1.

Georgië heeft het recht, na overleg met het Koninkrijk der Nederlanden, te verzoeken om terugroeping van personeelsleden, indien hun gedrag onbevredigend wordt geacht. Het Koninkrijk der Nederlanden heeft, na overleg met Georgië, te allen tijde het recht personeelsleden terug te roepen. In geval van terugroeping, stelt het Koninkrijk der Nederlanden alles in het werk om een geschikte vervanger te vinden voor het teruggeroepen personeelslid.

2.

Georgië verleent de personeelsleden alle bijstand die zij redelijkerwijs kunnen verlangen teneinde hun taken te kunnen uitvoeren.

3.

De personeelsleden eerbiedigen de wetten en voorschriften die van kracht zijn in Georgië.

Artikel 9. Arrestatie, detentie
1.

Onverminderd de rechten en plichten van het Koninkrijk der Nederlanden en Georgië op grond van internationale verdragen inzake consulaire betrekkingen, stelt Georgië het Koninkrijk der Nederlanden er onverwijld van in kennis indien een personeelslid of een gezinslid wordt gearresteerd, in hechtenis of in voorlopige hechtenis wordt genomen, of op andere wijze in bewaring wordt gesteld. Georgië doet alle berichten aan het Koninkrijk der Nederlanden van personeelsleden en hun gezinsleden in het geval van arrestatie, hechtenis, voorlopige hechtenis of inbewaringstelling onverwijld toekomen aan het Koninkrijk der Nederlanden.

2.

Vertegenwoordigers van het Koninkrijk der Nederlanden hebben het recht personeelsleden en hun gezinsleden die zijn gearresteerd, in hechtenis of voorlopige hechtenis zijn genomen of op andere wijze in bewaring zijn gesteld, te bezoeken, met hen te spreken en te corresponderen en hebben het recht regelingen te treffen voor hun vertegenwoordiging in rechte.

HOOFDSTUK IV. SLOTBEPALINGEN

Artikel 10. Beslechting van geschillen
1.

Geschillen tussen het Koninkrijk der Nederlanden en Georgië betreffende de uitlegging of toepassing van het Verdrag worden beslecht door middel van onderhandelingen of op andere door Georgië en het Koninkrijk der Nederlanden overeengekomen vreedzame wijze.

2.

Indien het geschil niet kan worden beslecht met behulp van de middelen bedoeld in het eerste lid, kan het op verzoek van het Koninkrijk der Nederlanden of Georgië voor definitieve en bindende arbitrage worden voorgelegd overeenkomstig de „Optional Rules for Arbitrating Disputes Between Two States" van het Permanente Hof van Arbitrage die van kracht zijn op de datum van voorlegging van het geschil aan het Hof. Het aantal scheidsmannen is drie.

Artikel 11. Inwerkingtreding, beëindiging, territoriaal werkingsgebied
1.

Dit Verdrag treedt in werking op de datum van ontvangst van de laatste schriftelijke kennisgeving waarmee de Partijen elkaar langs diplomatieke weg ervan in kennis hebben gesteld dat aan de grondwettelijke of andere wettelijke vereisten voor de inwerkingtreding is voldaan.

2.

Dit Verdrag blijft van kracht totdat het door een van de Partijen wordt opgezegd door de andere Partij daarvan zes maanden van te voren schriftelijk in kennis te stellen.

3.

Op ieder project of programma waarmee begonnen is op grond van dit Verdrag maar dat niet kan worden voltooid voor de beëindiging van dit Verdrag, blijven de bepalingen van dit Verdrag tot de voltooiing ervan van toepassing.

4.

Wat het Koninkrijk der Nederlanden betreft, is dit Verdrag alleen van toepassing op het grondgebied in Europa.

GEDAAN te 's-Gravenhage op 23 juni 1999, in tweevoud in de Nederlandse, de Georgische en de Engelse taal. In geval van verschil in interpretatie is de Engelse tekst doorslaggevend.

Voor de Regering van het Koninkrijk der Nederlanden

(w.g.) W. KOK

Voor de Bevoegde Autoriteit van Georgië

(w.g.) E. SHEVARDNADZE